<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR387259_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Rioolheffing 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ouder-Amstel</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-12-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ouder-Amstel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Rioolheffing 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 228a van de Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-11-12</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-12-19</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2015/35</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Rioolheffing 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Ouder-Amstel,</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 22 september
                        2015, nummer 2015/35,</al><al>gelet op artikel 228a van de Gemeentewet;</al><al>BESLUIT :</al><al>de “Verordening Rioolheffing 2016” vast te stellen:</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig
                                    gedeelte daarvan;</al></li><li nr="b."><al>gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van
                                    voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of
                                    transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom,
                                    in beheer of in onderhoud bij de gemeente;</al></li><li nr="c."><al>verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het
                                    waterbedrijf betrekking heeft;</al></li><li nr="d."><al>water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater
                                    of grondwater.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aard van de belasting</titel></kop><al>Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter
                            bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en
                                    bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk
                                    afvalwater; en</al></li><li nr="b."><al>de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het
                                    ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen
                                    teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand
                                    voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te
                                    voorkomen of te beperken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Onder de naam “rioolheffing” wordt geheven een belasting van de
                                    gebruiker van een perceel van waaruit water direct of indirect
                                    op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd.</al></li><li nr="2."><al>Met betrekking tot de belasting als bedoeld in het eerste lid,
                                    wordt als gebruiker aangemerkt:</al><lijst><li nr="a."><al>degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel
                                            al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of
                                            persoonlijk recht gebruikt;</al></li><li nr="b."><al>ingeval een gedeelte van een perceel – niet een gedeelte
                                            als bedoeld in artikel 4 – voor gebruik is afgestaan:
                                            degene die dat gedeelte voor gebruik heeft
                                            afgestaan.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Zelfstandige gedeelten</titel></kop><al>Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun
                            indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt,
                            wordt de belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd
                            gedeelte, met dien verstande dat indien twee of meer van die gedeelten
                            tezamen als één geheel worden gebruikt, deze als één perceel worden
                            aangemerkt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting zoals bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt
                                    geheven naar het aantal kubieke meters water dat vanuit het
                                    perceel wordt afgevoerd.</al></li><li nr="2."><al>Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal
                                    kubieke meters leidingwater en grondwater dat in de laatste aan
                                    het begin van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode
                                    naar het perceel is toegevoerd of opgepompt. Ingeval de
                                    verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf
                                    maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar
                                    tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte van
                                    een kalendermaand voor een volle maand gerekend.</al></li><li nr="3."><al>Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die
                                    pompinstallatie zijn voorzien van een:</al><lijst><li nr="a."><al>watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan
                                            worden afgelezen, of</al></li><li nr="b."><al>bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een
                                            pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is
                                            geweest kan worden afgelezen.</al><al> De eerste volzin is niet van toepassing indien
                                            vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water
                                            geschiedt op grond van enige andere wettelijke
                                            bepaling.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>De op de voet van het derde lid berekende hoeveelheid toegevoerd
                                    of opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die
                                    niet is afgevoerd.</al></li><li nr="5."><al>Indien de in de voorgaande leden genoemde berekeningswijze geen
                                    toepassing kan vinden, wordt de in het tweede en derde lid
                                    bedoelde hoeveelheid door schatting vastgesteld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting als bedoeld in artikel 2, eerste lid, bedraagt per
                                    jaar per elk afzonderlijk perceel voor de eerste 300 kubieke
                                    meters afvalwater die wordt geloosd € 277,80 en voor elke
                                    volgende volle eenheid van 100 kubieke meters afvalwater €
                                    128,20.</al></li><li nr="2."><al>Voor belastingbedragen tot € 10,00 vindt geen invordering
                                    plaats.</al></li><li nr="3."><al>Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op
                                    een aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen rioolrechten
                                    of andere heffingen aangemerkt als één belastingbedrag.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar
                                    of voor het gebruikersdeel, zo dit later is, bij de aanvang van
                                    de belastingplicht.</al></li><li nr="2."><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor
                                    het gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar aanvangt, is
                                    de belasting verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van het
                                    voor dat jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar,
                                    na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
                                    overblijven.</al></li><li nr="3."><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor
                                    het gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar eindigt,
                                    bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten
                                    van het voor dat jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat
                                    jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle
                                    kalendermaanden overblijven.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet
                                    1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke
                                    termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag
                                    van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het
                                    aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag
                                    van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het
                                    aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is
                                    dan € 50,00 maar minder is € 3.500,00 en zolang de verschuldigde
                                    bedragen door een automatische betalingsincasso van de
                                    betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden
                                    afgeschreven in dat geval moeten de aanslagen worden betaald in
                                    negen opeenvolgende gelijke, met uitzondering van kleine
                                    afrondingsverschillen, maandelijkse termijnen. De eerste termijn
                                    vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk
                                    van de volgende termijnen telkens een maand later;</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van het tweede lid worden bedragen die buiten de
                                    marge (meer dan € 50,00 maar minder dan € 3.500,00) van lid 2
                                    vallen niet door een automatische betalingsincasso van de
                                    betaalrekening van de belastingschuldige afgeschreven.
                                    Belanghebbende dient het aanslag bedrag zelf overeenkomstig lid
                                    één te betalen;</al></li><li nr="4."><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                                    voorgaande leden gestelde termijnen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al><vet>Artikel 11</vet></al><al>1.Bij de invordering van rioolheffing wordt in afwijking van de
                                    Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 het percentage voor de
                                    berekening van de kosten van bestaan vastgesteld op 100
                                    percent.</al></artikel><artikel><kop><label>1. Artikel</label><nr>12</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en
                                    wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels
                                    geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de
                                    rioolheffing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De “Verordening rioolrechten 2015” van 11 december 2014,
                                            wordt ingetrokken met ingang van de in het tweede lid
                                            genoemde datum van ingang van de heffing, met dien
                                            verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare
                                            feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1
                                            januari 2016, of zo dit later is, op de eerste dag na
                                            die van de bekendmaking. </al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari
                                            2016.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening
                                            Rioolheffing 2016”.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Ouder-Amstel, 12 november 2015</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de raadsgriffier,</ondertekening><ondertekening>A.A. Swets</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>M.T.J. Blankers-Kasbergen</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>