<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR387161_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering Toeristenbelasting 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">West Maas en Waal</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-12-25</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">West Maas en Waal</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening toeristenbelasting 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-03</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-12-25</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-05-20</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering Toeristenbelasting 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Verordening Toeristenbelasting 2016</vet></al><al/><al>Vastgesteld bij raadsbesluit van 3 december 2015 kenmerk 2015/12-14.i -
                            15int711</al><al>De raad van de gemeente West Maas en Waal;</al><al>Gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van
                            10 november 2015, nr. 1.1.2</al><al>Gelet op artikel 224 van de gemeentewet;</al><al>Besluit vast te stellen de volgende verordening: </al><al><vet>“verordening op de heffing en invordering van
                            toeristenbelasting 2016”</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam ´toeristenbelasting´ wordt een directe belasting geheven
                            voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen
                            een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als
                            ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen
                            zijn ingeschreven. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als
                                bedoeld in artikel 1.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te
                                verhalen op degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel 1.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot
                                verblijf, is degene belastingplichtig die verblijf houdt als bedoeld
                                in artikel 1.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Vrijstelling</titel></kop><al>De belasting wordt niet geheven voor het verblijf:</al><lijst><li nr="1."><al>van degene die verblijft in een toegelaten instelling als
                                    bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet Toelating
                                    Zorginstellingen ;</al></li><li nr="2."><al>van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van
                                    de Vreemdelingenwet 2000 , die rechtmatig in Nederland verblijft
                                    in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde
                                    wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt als bedoeld in
                                    artikel 1 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het
                                    Centraal Orgaan opvang Asielzoekers.</al></li><li nr="3."><al>van degene die verblijf houdt in een gemeubileerde woning voor
                                    welk verblijf forensenbelasting is verschuldigd;</al></li><li nr="4."><al>op vaartuigen voor welk verblijf watertoeristenbelasting is
                                    verschuldigd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het
                            belastingjaar. Het aantal overnachtingen wordt gesteld op het aantal
                            overnachtende personen vermenigvuldigd met het aantal nachten dat zij
                            verblijf houden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>kampeermiddel: tent, tentwagen, kampeerauto, caravan dan
                                            wel enig ander onderkomen of ander voertuig of gewezen
                                            voertuig of een gedeelte daarvan, voor zover geen
                                            bouwwerk zijnde waarvoor een omgevingsvergunning voor
                                            een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste
                                            lid, onderdeel a, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
                                            is vereist; een en ander voor zover deze onderkomens of
                                            voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of
                                            opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor
                                            recreatief nachtverblijf.</al></li><li nr="b."><al>kampeerterrein: terrein of plaats, geheel of
                                            gedeeltelijk ingericht, en volgens die inrichting
                                            bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen
                                            of geplaatst houden van kampeermiddelen ten behoeve van
                                            recreatief nachtverblijf.</al></li><li nr="c."><al>vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat
                                            deel uitmaakt van een kampeerterrein en dat ter
                                            beschikking wordt gesteld voor de plaatsing van
                                            eenzelfde kampeermiddel gedurende een seizoen of een
                                            jaar.</al></li><li nr="d."><al>volgtijdige standplaats: een terrein of terreingedeelte
                                            dat deel uitmaakt van een kampeerterrein en dat ter
                                            beschikking wordt gesteld voor de volgtijdige plaatsing
                                            van verschillende kampeermiddelen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Voor kampeermiddelen op vaste of volgtijdige standplaatsen kan
                                    het aantal overnachtingen bedoeld in artikel 4 op verzoek van de
                                    belastingplichtige forfaitair worden vastgesteld. Dit verzoek
                                    dient voorafgaand aan het belastingjaar te zijn ingediend.
                                    Gedurende het heffingsjaar kan de heffingsmaatstaf niet worden
                                    gewijzigd.</al></li><li nr="3."><al>Bij de forfaitaire berekening voor kampeermiddelen op vaste
                                    standplaatsen wordt per standplaats:</al><lijst><li nr="a."><al>het aantal overnachtende personen gesteld op 2,5
                                            personen;</al></li><li nr="b."><al>het aantal nachten gesteld op:</al></li></lijst></li></lijst><al>als een kampeermiddel in het belastingjaar geschikt is voor gebruik of
                            alleen mag worden gebruikt gedurende: meer dan maar niet meer dan</al><al>58,6 nachten 0 maanden - 6 maanden</al><al>62,5 nachten 6 maanden - 12 maanden </al><lijst><li nr="4."><al>Bij de forfaitaire berekening voor kampeermiddelen op
                                    volgtijdige standplaatsen, wordt per standplaats:</al><lijst><li nr="a."><al>het aantal overnachtende personen gesteld op de
                                            gemiddelde bezetting per kalenderdag.</al></li></lijst></li></lijst><al>De gemiddelde bezetting per kalenderdag is de uitkomst van de som van
                            het aantal personen per telling gedeeld door het aantal tellingen.</al><al>Voor de berekening van de gemiddelde bezetting per kalenderdag worden
                            gedurende het belastingjaar zes tellingen uitgevoerd, waarbij iedere
                            telling binnen een afzonderlijke periode van twee maanden valt.</al><lijst><li nr="b."><al>het aantal nachten gesteld op 365 dagen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingtarief</titel></kop><al>Het tarief bedraagt per overnachting €1,00</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Aanslaggrens</titel></kop><al>Een belastingaanslag wordt niet opgelegd als het aantal overnachtingen,
                            waartoe gelegenheid wordt of is gegeven, tijdens het belastingjaar
                            minder dan tien zal of heeft belopen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Voorlopige aanslag</titel></kop><al>Na de aanvang van het belastingjaar doch niet vóór 1 mei kan aan de
                            belastingplichtige voor een voorlopige aanslag worden opgelegd tot ten
                            hoogste het bedrag waarop de aanslag over dat jaar vermoedelijk zal
                            worden vastgesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen. De
                                eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de
                                maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld, en de
                                tweede termijn twee maanden later.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste
                                lid gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van toeristenbelasting wordt geen kwijtschelding
                            verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en
                                wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven voor
                            de heffing en de invordering van de toeristenbelasting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Aanmeldingsplicht</titel></kop><al>De belastingplichtige bedoeld in artikel 2, eerste lid, is gehouden,
                            voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze
                            verordening gelegenheid tot overnachten verschaft, zulks schriftelijk te
                            melden aan het college. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Registratieplicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belastingplichtige bedoeld in artikel 2, eerste lid, is gehouden
                            degene die verblijf houden te registreren in een daarvoor bestemd en door de gemeente verstrekt
                            nachtverblijfregister.</al></li><li nr="2."><al>Het nachtverblijfregister bevat met betrekking tot ieder aan wie
                                    gelegenheid tot overnachten wordt verschaft gegevens over
                                    tenminste: naam, adres en woonplaats; datum van aankomst en
                                    datum van vertrek; het aantal overnachtingen ter zake waarvan
                                    belasting verschuldigd is.</al></li><li nr="3."><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels
                                    geven met betrekking tot de inrichting en gebruik van het nachtverblijfregister.</al></li><li nr="4."><al>De verplichting als bedoeld in de voorgaande leden geldt niet voor
                            zover de belastingplichtige gebruik maakt van de forfaitaire berekeningswijze van de
                            heffingsmaatstaf als bedoeld in artikel 5.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>De Verordening Toeristenbelasting 2015 van 11 december 2014, wordt
                            ingetrokken met ingang van de in artikel 17, tweede lid, genoemde datum
                            van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing
                            blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben
                            voorgedaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na
                                die van de bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2016.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Toeristenbelasting
                            2016</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>DE RAAD VAN DE GEMEENTE WEST MAAS EN WAAL,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier, wnd.</ondertekening><ondertekening>Mw. E (Esther) Jonkman </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>Th.A.M. (Thomas) Steenkamp</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>