<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR387160_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Parkeerverordening 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Alkmaar</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Alkmaar</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Elektronisch gemeenteblad, 23-12-2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Parkeerverordening 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=149">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=156">Gemeentewet, art. 156</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0006622&amp;artikel=2a">Wegenverkeerswet 1994, art. 2a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-11-12</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-02-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-02-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2015-1642</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling is vervangen door de <extref doc="1.1:CVDR468936_1">Parkeerverordening 2018</extref>.</al><al>Deze regeling vervangt de Parkeerverordening 2015 per 1 februari 2016.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Parkeerverordening 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Raadsbesluit </vet></al><al/><al>Nr. </al><al/><al>De raad van de gemeente Alkmaar;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders, bijlage nr.
                        2015-1642;</al><al/><al>gelezen het advies van de commissie Ruimte</al><al/><al>gelet op:</al><lijst><li nr="•"><al>de artikelen: </al><lijst><li nr="•"><al>149 van de Gemeentewet</al></li><li nr="•"><al>156 van de Gemeentewet</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="•"><al>Artikel 2a van de Wegenverkeerswet 1994</al></li></lijst><al/><al><vet>b e s l u i t :</vet></al><al>vast te stellen de <vet>Parkeerverordening 2016 </vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>AFDELING</label><nr>I.</nr><titel>DEFINITIES EN BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>In deze verordening en de daarop rustende bepalingen wordt verstaan
                            onder: </al><lijst><li nr="a."><al>autodate: het herhaald en opeenvolgend gezamenlijk gebruik van
                                    motorvoertuigen op grond van een overeenkomst tussen natuurlijke
                                    personen en een aanbieder of tussen natuurlijke personen uit
                                    meer dan één huishouden; </al></li><li nr="b."><al>autodateplaats: een parkeerplaats aangewezen voor een
                                    motorvoertuig bestemd voor autodate; </al></li><li nr="c."><al>belanghebbendenplaats: een parkeerplaats die is aangeduid met
                                    bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990 zonder toevoeging (op het
                                    bord of op een onderbord) van de tekst ‘dagkaarten
                                    toegestaan’;</al></li><li nr="d."><al>college: het college van burgemeester en wethouders</al></li><li nr="e."><al>gehandicaptenvoertuig: hetgeen hieronder wordt verstaan in
                                    artikel 1 onder r van het RVV 1990;</al></li><li nr="f."><al>houder van een motorrijtuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in
                                    lid 5 van artikel 225 van de Gemeentewet; </al></li><li nr="g."><al>motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV
                                    1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1
                                    onder ia van het RVV 1990; </al></li><li nr="h."><al>parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten
                                    staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die
                                    nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of
                                    uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen
                                    van goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar
                                    verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen
                                    of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is
                                    verboden;</al></li><li nr="i."><al>parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten met inbegrip
                                    van verzamelparkeermeters en hetgeen naar maatschappelijke
                                    opvatting onder parkeerapparatuur wordt verstaan, alsmede
                                    belparkeren; </al></li><li nr="j."><al>parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats waarvoor
                                    parkeerbelasting wordt geheven door middel van
                                    parkeerapparatuur, waaronder inbegrepen de parkeerplaatsen welke
                                    zijn aangeduid met het bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990
                                    (of de zonale variant daarvan), onder de toevoeging (op het bord
                                    of op een onderbord) van de tekst ‘dagkaarten toegestaan’; </al></li><li nr="k."><al>parkeervergunning: een door het college verleende vergunning,
                                    waarmee het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op
                                    daartoe aangewezen parkeerapparatuur- en/of belanghebbenden
                                    parkeerplaatsen;</al></li><li nr="l."><al>RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;
                                </al></li><li nr="m."><al>vergunningjaar: periode van 1 februari tot en met 31 januari van
                                    het daaropvolgende jaar.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>AFDELING</label><nr>II.</nr><titel>Parkeren met een parkeervergunning</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aanwijzingsbevoegdheid college</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan door een besluit weggedeelten aanwijzen die bestemd
                                zijn voor het parkeren door vergunninghouders. Het college kan
                                hierbij onderscheid maken in de categorieën als bedoeld in artikel
                                3, derde lid. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan door een besluit tijdstippen vaststellen waarop het
                                parkeren aan vergunninghouders is toegestaan. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Vergunningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan op een daartoe strekkende aanvraag een vergunning
                                verlenen voor het parkeren op belanghebbendenplaatsen en/of
                                parkeerapparatuurplaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan regels stellen voor het aanvragen en verlenen van
                                een vergunning.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een vergunning kan worden verleend aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de eigenaar of houder van een motorvoertuig die woont in een
                                        gebied waar belanghebbendenplaatsen of mede door
                                        vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen
                                        aanwezig zijn;</al></li><li nr="b."><al>de eigenaar of houder van een motorvoertuig die een beroep
                                        of bedrijf uitoefent in een gebied waar
                                        belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te
                                        gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn en die
                                        aantoont dat het in het belang van diens beroep- of
                                        bedrijfsuitoefening noodzakelijk is in dat gebied een
                                        motorvoertuig te parkeren;</al></li><li nr="c."><al>degene, die woont in een gebied waar het conform het besluit
                                        van het college is toegestaan aan degene die hem of haar
                                        bezoekt, onder gebruikmaking van de vergunning geldig in de
                                        straten binnen dat gebied, te parkeren op
                                        belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te
                                        gebruiken parkeerapparatuurplaatsen;</al></li><li nr="d."><al>de eigenaar of houder van een motorvoertuig die van plan is
                                        te gaan wonen in een gebied waar belanghebbendenplaatsen of
                                        mede door vergunninghouders te gebruiken
                                        parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn;</al></li><li nr="e."><al>de eigenaar of houder van een motorvoertuig bestemd voor
                                        autodate, waarvan de autodateplaats is gelegen in een gebied
                                        waar belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders
                                        te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn;</al></li><li nr="f."><al>de eigenaar of houder van een motorvoertuig, zijnde een
                                        marktkoopman, die op de markt staat in een gebied waar
                                        belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te
                                        gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn;</al></li><li nr="g."><al>de eigenaar of houder van een motorvoertuig van een
                                        instelling met een ANBI status, een huis- of dierenarts of
                                        verloskundige die in het kader van de instelling
                                        werkzaamheden uitoefent in een gebied waar
                                        belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te
                                        gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan in bijzondere gevallen een vergunning ook verlenen
                                aan een eigenaar of houder van een motorvoertuig die niet voldoet
                                aan één van de in het derde lid genoemde vereisten.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan, bij openbaar te maken besluit, een maximum aantal
                                uit te geven vergunningen per aaneengesloten gebied en per categorie
                                vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan aan een vergunning voorschriften en beperkingen
                                verbinden die strekken tot bescherming van het belang van een goede
                                verdeling van de beschikbare parkeerruimte. Aan een vergunning voor
                                lid 3 onder e kan het college voorschriften en beperkingen verbinden
                                die strekken tot bescherming van het belang van het voorkomen of
                                beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of
                                schade alsmede de gevolgen voor het milieu, bedoeld in de Wet
                                milieubeheer, waaronder mede wordt begrepen het stimuleren van
                                selectief autogebruik.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Degene aan wie een vergunning is verleend is verplicht de daaraan
                                verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Termijn beslissing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college beslist binnen acht weken na ontvangst van een aanvraag
                                voor een vergunning.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de in het eerste lid genoemde termijn met ten
                                hoogste acht weken verlengen. Van een verlenging van deze termijn
                                wordt de aanvrager schriftelijk in kennis gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Gegevens</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De parkeervergunning bevat in ieder geval de volgende gegevens: </al><lijst><li nr="a."><al>de periode waarvoor de parkeervergunning geldt; </al></li><li nr="b."><al>het gebied waarvoor de parkeervergunning geldt; </al></li><li nr="c."><al>de naam van de vergunninghouder of het kenteken van het
                                        motorvoertuig waarvoor de parkeervergunning is verleend.
                                    </al></li><li nr="d."><al>De voorschriften en beperkingen die aan de parkeervergunning
                                        verbonden zijn.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een parkeervergunning wordt voor ten hoogste één vergunningjaar
                                verleend. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Overschrijven en wijzigen van de vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De parkeervergunning is niet overdraagbaar. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Vergunninghouder is verplicht elke wijziging in de omstandigheden
                                die relevant zijn voor het verlenen van een vergunning, onmiddellijk
                                aan het college kenbaar te maken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Wijziging van het voertuig of van het kenteken van het voertuig, van
                                bedrijfsnaam of –adres van vergunninghouder dienen onmiddellijk aan
                                het college te worden doorgegeven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Volgorde van vergunningverlening en reservelijst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op de aanvraag van een parkeervergunning wordt in volgorde van
                                ontvangst beschikt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het aantal aanvragen groter is dan het vergunningplafond voor
                                het betreffende vergunninggebied wordt de aanvraag op een
                                reservelijst geplaatst.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De volgorde waarin de aanvraag op de reservelijst wordt geplaatst,
                                is de volgorde van ontvangst van de volledige aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan besluiten om voor een vergunninggebied per
                                vergunningsoort een aparte reservelijst bij te houden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De aanvrager wordt van de reservelijst verwijderd, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de aanvrager daarom verzoekt;</al></li><li nr="b."><al>de aanvrager een parkeervergunning wordt verleend in het
                                        eigen vergunninggebied;</al></li><li nr="c."><al>blijkt dat bij de aanvraag om de parkeervergunning onjuiste
                                        of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de verstrekking
                                        van juiste of volledige gegevens niet tot plaatsing op de
                                        reservelijst zou hebben geleid;</al></li><li nr="d."><al>niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden voor de
                                        aangevraagde vergunning, gesteld bij of krachtens deze
                                        verordening;</al></li><li nr="e."><al>wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van
                                        vergunningen komt te vervallen.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Diefstal, verlies of vermissing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij verlies of diefstal van de parkeervergunning binnen de termijn
                                van de parkeervergunning kan op een daartoe strekkend verzoek een
                                duplicaat worden verstrekt mits een proces-verbaal van de politie
                                wordt overgelegd waaruit blijkt dat er sprake is van verlies of
                                diefstal. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van lid 1 wordt in het lopende vergunningjaar geen
                                duplicaat verstrekt voor de volgende vergunningen: </al><lijst><li nr="a."><al>parkeervergunning waarop meer dan 1 kenteken staat vermeld;
                                    </al></li><li nr="b."><al>parkeervergunning welke op naam is verstrekt;</al></li><li nr="c."><al>bezoekersvergunning.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Alle kosten, verbonden aan de uitgifte van duplicaatvergunningen
                                zijn voor rekening van de vergunninghouder.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Intrekken of wijzigen</titel></kop><al>Het college kan een parkeervergunning intrekken of wijzigen: </al><lijst><li nr="a."><al>op verzoek van de vergunninghouder; </al></li><li nr="b."><al>wanneer de vergunninghouder niet meer woonachtig is of geen
                                    beroep of bedrijf meer uitoefent in het gebied, waarvoor de
                                    parkeervergunning is verleend; </al></li><li nr="c."><al>wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de
                                    omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de
                                    vergunning; </al></li><li nr="d."><al>wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van vergunningen
                                    komt te vervallen;</al></li><li nr="e."><al>wanneer de vergunninghouder niet of niet tijdig aan zijn
                                    betalingsverplichting voor zijn parkeervergunning heeft
                                    voldaan;</al></li><li nr="f."><al>wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de
                                    parkeervergunning verbonden voorschriften en beperkingen;</al></li><li nr="g."><al>wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de parkeervergunning
                                    onjuiste gegevens zijn verstrekt; </al></li><li nr="h."><al>om redenen van openbaar belang. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>AFDELING</label><nr>III.</nr><titel>VERBODSBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een
                                belanghebbendenplaats of een autodateplaats slechts aan
                                vergunninghouders is toegestaan aldaar een motorvoertuig te parkeren
                                of geparkeerd te houden: </al><lijst><li nr="a."><al>zonder vergunning;</al></li><li nr="b."><al>zonder dat het motorvoertuig duidelijk zichtbaar is voorzien
                                        van de voor dat motorvoertuig afgegeven vergunning;</al></li><li nr="c."><al>in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften
                                        en beperkingen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden op een belanghebbendenparkeerplaats te parkeren: </al><lijst><li nr="a."><al>zonder vergunning;</al></li><li nr="b."><al>in strijd met de aan de parkeervergunning verbonden
                                        voorwaarden. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden een fiets, een bromfiets of enig ander voorwerp op
                                zodanige wijze tegen of bij parkeerapparatuur te plaatsen of te
                                laten staan, dat daardoor een normaal gebruik daarvan wordt
                                belemmerd of verhinderd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is verboden parkeerapparatuur op andere wijze dan voorgeschreven
                                door het college, in werking te stellen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het is verboden om de parkeervergunning al dan niet tegen betaling
                                oneigenlijk te (laten) gebruiken, te (foto)kopiëren, na te tekenen
                                dan wel op enige andere wijze te (laten) reproduceren of om
                                eigenmachtig wijzigingen op de parkeervergunning aan te
                                brengen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste
                                en tweede lid van dit artikel.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>AFDELING</label><nr>IV.</nr><titel>STRAFBEPALING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Overtreding van het bepaalde in afdeling III van deze verordening
                                wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete
                                van de eerste categorie. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de vergunninghouder fraudeert met zijn parkeervergunning
                                wordt de vergunninghouder een jaar uitgesloten van het verkrijgen
                                van een parkeervergunning. Na dit jaar kan opnieuw een aanvraag
                                ingediend worden. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>AFDELING</label><nr>VI.</nr><titel>OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Handhaving</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast de door het college aangewezen personen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Inwerkingtreding, overgangsbepaling en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Parkeerverordening 2016.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op 1 februari 2016. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij inwerkingtreding van deze verordening vervalt de
                                Parkeerverordening 2015. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Vergunningen die zijn verleend krachtens de Parkeerverordening 2015
                                worden geacht te zijn verleend krachtens deze verordening. </al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 12 november 2015.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>P.M. Bruinooge, voorzitter.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>drs. A.P.A. Koolen, griffier.</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><al>In de parkeerverordening is bepaald hoe de gemeente omgaat met
                    parkeervergunningen. Deze worden verstrekt in het kader van betaald parkeren en
                    belanghebbenden parkeren. Beide zijn een vorm van parkeerbelastingen.
                    Parkeervergunningen zijn daarmee iets wezenlijk anders dan parkeerontheffingen
                    (voor het parkeren op plaatsen waar dat normaal gesproken niet is toegestaan) en
                    parkeerabonnementen (voor het parkeren in parkeergarages en afgesloten
                    terreinen. Hierover moet BTW worden gerekend).</al><al/><al>Parkeervergunningen worden verstrekt door het College. Hoewel de Gemeenteraad
                    zich deze bevoegdheid kan toe-eigenen, is dat niet wenselijk, omdat iedere
                    aanvraag voor een parkeervergunning een raadsbelsuit behoeft. Hat zal dan
                    moeilijk worden om een parkeervergunning altijd binnen de termijn van 8 weken te
                    verstrekken. Met de parkeerverordening legt de Gemeenteraad, zoals passend in
                    het duale stelsel, de uitvoering van het beleid met betrekking tot het
                    verstrekken van de vergunningen bij het College. Daarnaast zijn met de
                    verordening een aantal kaders gesteld. Het spreekt voor zich, dat het College
                    bij uitvoering en uitwerking van de parkeerverordening gehouden is aan het door
                    de Gemeenteraad vastgestelde parkeerbeleid.</al><al/><al>De grondslag van het toepassen van parkeerbelastingen ligt in artikel 225 van de
                    gemeentewet. Hierin is aangegeven dat een gemeente in <cursief>het kader van
                        parkeerregulering</cursief> parkeerbelastingen kan heffen. In beginsel
                    kunnen parkeerbelastingen worden geheven <cursief>op de binnen de gemeente
                        gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten,
                        waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is
                        verboden.</cursief> Dit betekent dat de gemeente niet alleen op haar eigen
                    grondgebied, maar ook op andere plaatsen die voor het openbaar verkeer
                    openstaan, parkeerbelastingen kan heffen.</al><al>Uitzondering hierop zijn de plaatsen achter een (virtuele) barrière liggen.
                    Krachtens artikel 3 van dat besluit worden Publiekrechtelijke lichamen als
                    ondernemer aangemerkt. Over de parkeerinkomsten uit die betreffende plaatsen
                    dient BTW gerekend te worden. In dat geval is het heffen van parkeerbelastingen
                    niet mogelijk. Het betreft hier niet alleen de parkeergelden in de
                    parkeergarages, maar bijvoorbeeld ook eventuele parkeergelden die worden
                    gevraagd om in de afgesloten binnenstad te parkeren.</al><al>Voorts zijn de volgende artikelen uit de Gemeentewet relevant voor het toepassen
                    van parkeerbelastingen.</al><lijst><li nr="•"><al>Artikel 149 bepaalt dat het de bevoegdheid is van de gemeenteraad om de
                            verordening vast te stellen</al></li><li nr="•"><al>Artikel 156 bepaalt dat de gemeenteraad de bevoegdheid tot het heffen
                            van parkeerbelastingen kan overdragen.</al></li></lijst><al/><al>Ten slotte is er ook nog het besluit gemeentelijke parkeerbelastingen. Dit gaat
                    voor een belangrijk deel over de wielklem en het wegslepen van voertuigen van
                    wanbetalers. In dit besluit is echter ook het cashless betalen geregeld (artikel
                    1a). </al><al/><al><vet>Artikel 2 Het verlenen van de vergunning</vet></al><al>Het aanwijzen van de gebieden en plaatsen waar en de tijden waarop met een
                    vergunning op belanghebbendenplaatsen geparkeerd kan worden, dient bij of
                    krachtens deze verordening te worden geregeld.</al><al/><al><vet>Artikel 3 Vergunningen</vet></al><al>In dit artikel is geregeld dat het college het bevoegde gezag is als het gaat om
                    het verstrekken van parkeervergunningen. Zij doet dat op verzoek van de
                    aanvrager. Onder schriftelijk wordt hier ook verstaan digitaal. Het
                    belangrijkste is dat op de aanvraag alle benodigde gegevens zijn ingevuld en
                    deze is ondertekend. Dit kan een handtekening zijn of een Digid. </al><al>Aan iedereen een vergunning verstrekken die altijd in de hele stad geldig is
                    heeft geen regulerend effect. Het strookt niet met het uitgangspunt op basis
                    parkeerbelastingen mogen worden geheven. Door het stellen van nadere regels kan
                    het college de reikwijdte van de vergunning beperken in tijd en ruimtelijk
                    areaal, maar ook paal en perk stellen aan wie er onder welke omstandigheden voor
                    een vergunning in aanmerking komt. Omdat de behoefte aan regulering per gebied
                    en per tijdvak kan verschillen is het wenselijk dat veel van deze beperkingen in
                    de uitwerking van het beleid door het college kunnen worden gewijzigd. Dit
                    vergroot de slagvaardigheid van het beleid. Daarnaast wordt zij in staat gesteld
                    om de bedrijfsvoering te optimaliseren.</al><al/><al><vet>Artikel 4 Termijnen van beslissing</vet></al><al>In dit artikel is bepaald binnen welke termijn het college een beslissing dient
                    te nemen op een aanvraag. </al><al/><al><vet>Artikel 5 Gegevens</vet></al><al>De vergunning dient in ieder geval een aantal minimale gegevens te bevatten om
                    de controle op uitgifte en gebruik mogelijk te maken. Deze gegevens staan op de
                    vergunning, niet te verwarren met het vergunning bewijs; dat is het deel dat op
                    de auto bevestigd is. In Alkmaar is dat de kentekenplaat van het voertuig. </al><al/><al><vet>Artikel 6 Overschrijven en wijzigen van de vergunning</vet></al><al>Omwille van de controleerbaarheid van het gebruik en uitgifte van de
                    parkeervergunning is het noodzakelijk dat relevante wijzigingen, dat zijn
                    wijzigingen van alle zaken die bij de aanvraag van de parkeervergunning zijn
                    opgegeven, worden doorgegeven. Om dezelfde reden is de parkeervergunning ook
                    niet overdraagbaar.</al><al/><al><vet>Artikel 7 Volgorde van vergunningverlening en reservelijst</vet></al><al>In dit artikel is bepaald hoe de volgorde is voor het verlenen van
                    parkeervergunningen. In het geval er meer aanvragen zijn dan er
                    parkeervergunningen kunnen worden uitgegeven komt de aanvraag op een
                    reservelijst. In dit artikel is ook aangegeven hoe met die lijst om te
                    gaan.</al><al/><al><vet>Artikel 8 Diefstal, verlies of vermissing</vet></al><al>In dit artikel is vermeld wat er moet gebeuren bij verlies of diefstal. In een
                    aantal gevallen wordt geen duplicaat verstrekt, omdat het product niet is
                    gekoppeld aan één kenteken. Het verstrekken van duplicaten kan in die gevallen
                    fraude in de hand werken.</al><al/><al><vet>Artikel 9 Intrekken of wijzigen</vet></al><al>Soms is het nodig om een vergunning in te trekken of de mogelijkheden daarvan te
                    wijzigen. In dit artikel is gereld in welke gevallen het College dat kan
                    doen.</al><al/><al><vet>AFDELING III. VERBODSBEPALINGEN </vet></al><al/><al><vet>Artikel 10 </vet></al><al>In dit artikel is aangegeven dat het verboden is om hinderlijk te parkeren bij
                    parkeerapparatuur of zonder geldige parkeervergunning. Het college kan
                    ontheffing verlenen om objecten te plaatsen op plaatsen waar dat normaal
                    gesproken niet mag. </al><al/><al><vet>AFDELING IV. STRAFBEPALING </vet></al><al/><al><vet>Artikel 11 </vet></al><al>In dit artikel is bepaald hoe overtredingen op de regels uit deze verordening
                    kunnen worden bestraft.</al><al/><al><vet>AFDELING VI. OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN </vet></al><al/><al><vet>Artikel 12 Handhaving</vet></al><al>Een klein zinnetje, maar wel belangrijk. Het college moet personen aanwijzen die
                    voor de handhaving zorgen. De politie is niet bevoegd om fiscale plekken te
                    handhaven.</al><al/><al><vet>Artikel 13 Inwerkingtreding en citeertitel</vet></al><al>Evident</al><al/></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>