<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR387078_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Financiële verordening gemeente Uden</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Uden</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-17</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Uden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Financiële verordening gemeente Uden</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeenteblad 23-12-2015</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-07-09</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-12-24</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2015-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2015/12639</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>n.v.t.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening vervangt Financiële verordening gemeente Uden 2011/1750</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Financiële verordening gemeente Uden</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Financiële verordening gemeente Uden</al><al/><al>De Raad van de gemeente Uden;</al><al/><al>gelezen het voorstel van het College van burgemeester en wethouders van
                        juli 2015</al><al/><al>gelet op artikel 212 van de Gemeentewet;</al><al/><al>b e s l u i t</al><al>vast te stellen de </al><al/><al><vet>Financiële verordening gemeente Uden
                    </vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk1</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="·"><al>afdeling: iedere organisatorische eenheid binnen de
                                    gemeentelijke organisatie met een eigen rechtstreekse
                                    verantwoordelijkheid aan het college;</al></li><li nr="·"><al>inkomsten: totaal van de baten voor onttrekking reserves; </al></li><li nr="·"><al>netto schuld: bruto schuld minus de omvang van de geldelijke
                                    bezittingen die niet zijn ingezet voor de publieke taak. Onder
                                    bruto schuld wordt verstaan het totaal van langlopende leningen,
                                    kortlopende schulden, crediteuren en overlopende passiva. Onder
                                    geldelijke bezittingen die niet zijn ingezet voor de publieke
                                    taak wordt verstaan het totaal van langlopende uitzettingen,
                                    vorderingen, liquide middelen en overlopende activa;</al></li><li nr="·"><al>overheidsbedrijf: onderneming met privaatrechtelijke
                                    rechtspersoonlijkheid, niet zijnde een personenvennootschap met
                                    rechtspersoonlijkheid, waarin een publiekrechtelijke
                                    rechtspersoon, al dan niet tezamen met een of meer andere
                                    publiekrechtelijke rechtspersonen, in staat is het beleid te
                                    bepalen of een onderneming in de vorm van een
                                    personenvennootschap, waarin een publiekrechtelijke
                                    rechtspersoon deelneemt;</al></li><li nr="·"><al>bestuurlijk product: onderdeel van een programma bestaande uit
                                    een samenstel van een aantal samenhangende activiteiten of een
                                    enkel product van de productenraming en
                                    productenrealisatie.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Begroting en verantwoording</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Programma-indeling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode een
                                    programma-indeling voor die raadsperiode vast.</al></li><li nr="2."><al>De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode op basis van
                                    de door het college aan de programma’s toegewezen producten de
                                    onderverdeling van de programma’s in bestuurlijke producten
                                        vast<cursief>.</cursief></al></li><li nr="3."><al>De raad stelt op voorstel van het college per programma relevante
                            indicatoren vast voor het meten van en het afleggen van verantwoording
                            over de gemeentelijke productie van goederen en diensten en de
                            maatschappelijke effecten van het gemeentelijke beleid.</al></li><li nr="4."><al>De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode vast over welke
                            onderwerpen hij in extra paragrafen naast de verplichte paragrafen in de
                            begroting en rekening kaders wil stellen en wil worden
                            geïnformeerd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Inrichting begroting en jaarstukken</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij de begroting worden onder elk van de programma’s de lasten en
                            baten per bestuurlijk product weergegeven en bij de jaarstukken worden
                            onder elk van de programma’s de gerealiseerde lasten en baten per
                            bestuurlijk product weergegeven.</al></li><li nr="2."><al>Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt
                            van de nieuwe investeringen per investering het benodigde
                            investeringskrediet weergegeven en wordt van de lopende investeringen
                            het geautoriseerde investeringskrediet en de raming van de uitputting
                            van het krediet in het lopende boekjaar weergegeven.</al></li><li nr="3."><al>Bij de uiteenzetting van de financiële positie in begroting wordt in
                            aanvulling op het bepaalde in artikel 20 en artikel 21 van het Besluit
                            begroting en verantwoording provincies en gemeenten inzicht gegeven in
                            de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de begroting, de
                            meerjarenraming en de investeringen.</al></li><li nr="4."><al>In de jaarrekening wordt van de investeringen en meerjarige projecten
                            de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten en de actuele
                            raming van de totale uitgaven weergegeven.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Kaders begroting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college biedt voor het zomerreces aan de raad de Begrotingsnotitie
                            aan met het beleid en de financiële kaders van de begroting voor het
                            volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. De raad neemt kennis van
                            deze begrotingsnotitie en stelt de in deze notitie opgenomen
                            1<sup>e</sup> financiële afwijkingenrapportage vast.</al></li><li nr="2."><al>In de begroting wordt een incidentele bedrag voor onvoorzien
                            opgenomen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Autorisatie begroting en investeringskredieten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en
                            de lasten per programma</al></li><li nr="2."><al>Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan van welke nieuwe
                            investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor
                            autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. De overige nieuwe
                            investeringen worden bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen
                            van de financiële positie geautoriseerd.</al></li><li nr="3."><al>Het college informeert de raad vooraf als ze verwacht dat de lasten de
                            geautoriseerde lasten of de investeringsuitgaven de geautoriseerde
                            investeringskredieten dreigen te overschrijden of de baten de
                            geautoriseerde baten dreigen te onderschrijden. De raad geeft vervolgens
                            aan of hij hiervoor een voorstel wil voor wijziging van het budget of
                            een voorstel voor bijstelling van het beleid.</al></li><li nr="4."><al>Bij de behandeling van de tussentijdse rapportages in de raad doet het
                            college voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde budgetten en
                            de investeringskredieten en het bijstellen van het beleid.</al></li><li nr="5."><al>Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het
                            vaststellen van de begroting is geautoriseerd, legt het college vooraf
                            aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel met een
                            voorstel voor het vaststellen van een investeringskrediet aan de raad
                            voor. Bij investeringen groter dan € 100.000 informeert het college de
                            raad in het voorstel over het effect van de investering op de
                            schuldpositie van de gemeente en de financieringskosten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Tussentijdse rapportage</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college informeert de raad door middel van tussentijdse
                            rapportages over de realisatie van de begroting van de gemeente over de
                            eerste 3 maanden en de eerste 8 maanden van het lopende boekjaar.</al></li><li nr="2."><al>De tussenrapportages bevatten een uiteenzetting over de uitvoering en
                            de bijstelling van het beleid en een overzicht met de bijgestelde raming
                            van:</al><lijst><li nr="a."><al>de baten en de lasten per programma uitgesplitst naar bestuurlijk
                            producten of progammaniveau;</al></li><li nr="b."><al>het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen ;</al></li><li nr="c."><al>het totale saldo van de baten en de lasten volgend uit de onderdelen a
                            en b;</al></li><li nr="d."><al>de (beoogde) toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma;
                            en</al></li><li nr="e."><al>het resultaat, volgend uit de onderdelen c en d,</al><al>alsmede de realisatie en raming van de uitputting van de
                            investeringskredieten.</al></li><li nr="f."><al>stand financiële positie, weerstandsratio en een voortgang van de
                            majeure projecten.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>In de tussenrapportages worden afwijkingen op de oorspronkelijke
                            ramingen van de baten en de lasten van bestuurlijke producten en
                            investeringskredieten in de begroting groter dan € 50.000 of ‘politiek
                            gevoelig’ toegelicht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>EMU-saldo</titel></kop><al>Wanneer het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het
                            collectieve aandeel van gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel
                            3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben
                            overschreden, informeert het college de raad of een aanpassing van de
                            begroting nodig is. Als het college een aanpassing nodig acht, doet het
                            college een voorstel voor het wijzigen van de begroting. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Financieel beleid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Waardering en afschrijving vaste activa</titel></kop><al>1.Materiële vaste activa met een meerjarig maatschappelijk nut worden
                            onder aftrek van bijdragen van derden geactiveerd.</al><al>2.Materiële vaste activa worden afgeschreven volgens de methodiek en de
                            termijnen zoals vermeld in de Regeling activering en afschrijving
                            gemeente Uden.</al><al>3.Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten laste van
                            de exploitatie gebracht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Voorziening voor oninbare vorderingen</titel></kop><al>1.Voor de vorderingen op verbonden partijen en derden wordt een
                            voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van een individuele
                            beoordeling op inbaarheid van de openstaande vorderingen.</al><al>2.Voor openstaande vorderingen betreffende:</al><al>a.onroerende zaakbelasting eigenaren;</al><al>b Reclamebelasting </al><al>b.parkeerbelasting;</al><al>c.rioolheffing;</al><al>d.afvalstoffenheffing; en</al><al>e.bijstandsvertrekking,</al><al>wordt, een voorziening wegens oninbaarheid gevormd ter grootte van het
                            historische percentage van oninbaarheid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Reserves en voorzieningen</titel></kop><al>1.Het college biedt de raad jaarlijks een nota reserves en voorzieningen
                            aan. Deze nota wordt door de raad vastgesteld en behandelt:</al><al>a.de vorming en besteding van reserves;</al><al>b.de vorming en besteding van voorzieningen; en</al><al>c.de rentetoerekening aan reserves en voorzieningen.</al><al>2.Bij een voorstel voor de instelling van een bestemmingsreserve voor
                            een investeringsvoornemen wordt minimaal aangegeven:</al><al>a.het specifieke doel van de reserve;</al><al>b.de voeding van de reserve;</al><al>c.de maximale hoogte van de reserve; en</al><al>d.de maximale looptijd.</al><al>3.Indien een bestemmingsreserve voor een investeringsvoornemen binnen de
                            aangegeven maximale looptijd niet heeft geleid tot een investering, valt
                            de bestemmingsreserve vrij en wordt deze aan de algemene reserve
                            toegevoegd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Kostprijsberekening</titel></kop><al>1.Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van goederen, werken en
                            diensten van de gemeente<cursief>,</cursief> die worden geleverd aan
                            overheidsbedrijven en derden, wordt een systeem van kostentoerekening
                            gehanteerd. Bij de kostentoerekening worden naast de directe kosten de
                            indirecte kosten betrokken, die rechtstreeks samenhangen met de door de
                            gemeente verleende diensten.</al><al>2.Bij de kosten worden betrokken de bijdragen aan en onttrekkingen van
                            voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa,
                            de kapitaallasten van de in gebruik zijnde activa en voor rioolheffing
                            en afvalstoffenheffing de compensabele belasting over de toegevoegde
                            waarde (BTW) en de kosten van het kwijtscheldingsbeleid.</al><al>3.Voor de inzet van materiele activa worden naast directe kosten,
                            indirecte kosten en afschrijvingskosten, de rente voor de financiering
                            van het actief toegerekend. Deze rente is een vergoeding voor de inzet
                            van vreemd vermogen en van eigen vermogen. De rentepercentages voor deze
                            vergoeding worden bij de behandeling van de begroting vastgesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Prijzen economische activiteiten</titel></kop><al>1.Voor de levering van goederen, diensten of werken aan
                            overheidsbedrijven en derden en met welke bijbehorende activiteiten de
                            gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt, wordt tenminste de
                            geraamde integrale kostprijs in rekening gebracht. Bij afwijking doet
                            het college vooraf voor elk van deze activiteiten afzonderlijk een
                            voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de
                            activiteit wordt gemotiveerd.</al><al>2.Bij het verstrekken van leningen of garanties aan overheidsbedrijven
                            en derden brengt de gemeente de geraamde integrale kosten in rekening.
                            Bij afwijking doet het college vooraf een voorstel voor een
                            raadsbesluit, waarin het publiek belang van de lening of garantie wordt
                            gemotiveerd.</al><al>3.Bij het verstrekken van kapitaal door de gemeente aan
                            overheidsbedrijven en derden gaat het college uit van een vergoeding van
                            tenminste de geraamde integrale kosten van de verstrekte middelen. Bij
                            afwijking doet het college vooraf een voorstel voor een raadsbesluit,
                            waarin het publiek belang van de kapitaalverstrekking wordt
                            gemotiveerd.</al><al>4.Raadbesluiten met de motivering van het publiekbelang als bedoeld in
                            de vorige leden zijn niet nodig als sprake is van:</al><al>a.leveringen van goederen, diensten of werken en het verstrekken van
                            leningen, garanties en kapitaal aan andere overheden voor zover deze
                            leveringen en verstrekkingen zijn bedoeld voor de uitoefening van de
                            publieke taak door die andere overheid;</al><al>b.een bevoordeling van activiteiten in het kader van een bij wet
                            opgedragen publiekrechtelijke taak;</al><al>c.een bevoordeling van activiteiten in het kader van een toegekend
                            bijzonder of uitsluitend recht waarvoor prijsvoorschriften gelden;</al><al>d.een bevoordeling van sociale werkplaatsen;</al><al>e.een bevoordeling van onderwijsinstellingen;</al><al>f.een bevoordeling van publieke media-instellingen; en</al><al>g.een bevoordeling die valt onder de reikwijdte van de staatssteunregels
                            van het Werkingsverdrag van de Europese Unie en daarmee verenigbaar
                            is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en
                                prijzen</titel></kop><al>1.Het college doet de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van de
                            gemeentelijke tarieven voor de belastingen, de rioolheffingen, de
                            afvalstoffenheffing, e.d..</al><al>2.Het college biedt de raad ieder jaar de kaders aan voor de prijzen
                            voor de levering van gemeentelijke goederen, werken en diensten aan
                            overheidsbedrijven en derden en voor de huren en de erfpachten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Financieringsfunctie</titel></kop><al>1.Het college neemt bij het uitzetten en het aantrekken van middelen de
                            volgende kaders in acht:</al><al>a.voor het aantrekken van financieringen met een looptijd langer dan één
                            jaar worden tenminste twee prijsopgaven bij verschillende financiële
                            instellingen gevraagd; en</al><al>b.er wordt geen gebruik gemaakt van financiële derivaten als bedoeld in
                            artikel 1, onder c, van de Wet financiering decentrale overheden.</al><al>2.Het college informeert de raad vooraf als de wettelijke kasgeldlimiet,
                            bedoeld in artikel 1, onder f, van de Wet financiering decentrale
                            overheden, of de wettelijke renterisiconorm, bedoeld in artikel 1, onder
                            h, van de Wet financiering decentrale overheden, dreigt te worden
                            overschreden.</al><al>3.Bij het verstrekken van leningen, het verstrekken van garanties en het
                            verstrekken van risicodragend kapitaal bedingt het college indien
                            mogelijk zekerheden.</al><al>4.Bij het verstrekken van een nieuwe garantie wordt een voorziening ten
                            laste van de begroting gevormd ter grote van het risico dat de gemeente
                            met de garantie loopt. Als in de begroting niet is voorzien in budget
                            voor deze voorziening dan doet het college vooraf aan de
                            garantieverlening een voorstel aan de raad voor een begrotingswijziging.
                            Bij bestaande garanties is de koppeling gemaakt maken met de
                            risicoparagraaf</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Paragrafen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15 Lokale heffingen</nr></kop><al>Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf
                            lokale heffingen in ieder geval de verplichte onderdelen op grond van
                            artikel 10 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en
                            gemeenten op:</al><al>a.de hoogte van de gemeentelijke tarieven voor belastingen, rioolrechten
                            en afvalstoffenheffing</al><al>b.de mate van kostendekkendheid van de rioolrechten en de
                            afvalstoffenheffing</al><al>c.de totale opbrengst van de belastingen en leges</al><al>d.het volume en het bedrag aan kwijtscheldingen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Financiering</titel></kop><al>In de paragraaf financiering bij de begroting en de jaarstukken neemt
                            het college naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 13 van
                            het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder
                            geval op: </al><al>a.de schulden met een looptijd korter dan een jaar en het verschuldigde
                            rentepercentage;</al><al>b.de schulden met een looptijd langer dan een jaar en het verschuldigde
                            rentepercentage;</al><al>c.de liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte;</al><al>d.de rentevisie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Weerstandsvermogen &amp; risicobeheersing</titel></kop><al>1.In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing bij de
                            begroting en de jaarstukken neemt het college naast de verplichte
                            onderdelen op grond van artikel 11 van het Besluit begroting en
                            verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op:</al><al>a.de solvabiliteitsratio;</al><al>b.de ontwikkeling van de netto schuld per inwoner;</al><al>c.de ontwikkeling van de netto schuld als percentage van de
                            gemeentelijke inkomsten;</al><al>d.de ontwikkeling van de som van de voorraden bouwgrond, de voorraden
                            onderhanden werk en overige voorraden als percentage van de
                            gemeentelijke inkomsten;</al><al>e.de ontwikkeling van de som van de leningen aan derden en de leningen
                            aan verbonden partijen als percentage van de gemeentelijke
                            inkomsten;</al><al>2.Voor het in beeld brengen van de weerstandscapaciteit van de gemeente
                            wordt beoordeeld of de gemeente bij een risicoscenario de
                            schuldverplichtingen in de toekomst kan blijven nakomen zonder dat de
                            uitgaven aan en de investeringen in noodzakelijke publieke voorzieningen
                            in de knel komen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Onderhoud kapitaalgoederen</titel></kop><al>1.Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf
                            onderhoud kapitaalgoederen naast de verplichte onderdelen op grond van
                            artikel 12 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en
                            gemeenten in ieder geval op:</al><al>a.de voortgang van het geplande onderhoud;</al><al>b.de omvang van het achterstallig onderhoud;</al><al>2.Het college biedt de raad tenminste eens in de 4 jaar een
                            onderhoudsplan openbare ruimte aan. Het plan geeft het kader weer voor
                            het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud en de kosten
                            van het onderhoud voor het openbaar groen, water, wegen, kunstwerken en
                            straatmeubilair. De raad stelt het plan vast.</al><al>3.Het college biedt de raad tenminste eens in de 4 jaar een
                            rioleringsplan aan. Het plan geeft het kader weer voor het beoogde
                            onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud, de uitbreiding van de
                            riolering en de kosten van het onderhoud en de eventuele uitbreidingen.
                            De raad stelt het plan vast.</al><al>4.Het college biedt de raad tenminste eens in de 4 jaar een
                            onderhoudsplan gebouwen aan. Het plan bevat voorstellen voor het te
                            plegen onderhoud en de bijbehorende kosten aan de gemeentelijke
                            gebouwen. De raad stelt het plan vast.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Bedrijfsvoering</titel></kop><al>In de paragraaf bedrijfsvoering bij de begroting en de jaarstukken neemt
                            het college naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 14 van
                            het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder
                            geval op: </al><al>e.de budgetten voor de raad, de griffie, de rekenkamer en de
                            accountant;</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20. Verbonden partijen</nr></kop><al>Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf
                            verbonden partijen naast de verplichte onderdelen op grond van artikel
                            15 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten
                            in ieder geval op:</al><al>-een risicobeoordeling van de verbonden partij</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Grondbeleid</titel></kop><al>1.In de paragraaf grondbeleid bij de begroting en de jaarstukken neemt
                            het college naast de verplichte onderdelen op grond van artikel van 16
                            van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in
                            ieder geval op:</al><al>a.het verloop van de grondvoorraad; </al><al>b.de te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten; en</al><al>2.Het college biedt de raad een nota grondbeleid aan. De raad stelt de
                            nota vast. In de nota wordt aandacht besteed aan:</al><al>a.de strategische visie van het toekomstig grondbeleid van de
                            gemeente;</al><al>3.Het college biedt de raad jaarlijks een meerjarenperspectief
                            grondbedrijf aan, gebaseerd op de nota grondbeleid. In dit
                            meerjarenperspectief wordt aandacht besteed aan:</al><al>a.te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten;</al><al>b.het verloop van de grondvoorraad;</al><al>c.de uitgangspunten voor de verkoopprijzen van gronden</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Financiële organisatie en financieel beheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Administratie</titel></kop><al>1.De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder
                            geval dienstbaar is voor:</al><al>a.het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de
                            gemeente als geheel en in de afdelingen;</al><al>b.het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van de
                            vaste activa, voorraden, vorderingen, schulden, contracten</al><al>c.het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende
                            budgetten en investeringskredieten en voor het maken van
                            kostencalculaties;</al><al>d.het verschaffen van informatie over indicatoren met betrekking tot de
                            gemeentelijke productie van goederen en diensten en de maatschappelijke
                            effecten van het gemeentelijke beleid;</al><al>e.het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de
                            doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie
                            tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en
                            regelgeving; en</al><al>f.de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de
                            daaraan ontleende informatie, alsmede voor de controle op de
                            rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde
                            bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en
                            relevante wet- en regelgeving.</al><al>2.Onder administratie wordt verstaan het systematisch verzamelen,
                            vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het
                            besturen, functioneren en beheersen van de gemeentelijke organisatie en
                            de verantwoording die daarover moet worden afgelegd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Financiële organisatie</titel></kop><al>Het college draagt zorgt voor:</al><al>a.een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een
                            eenduidig toewijzing van de gemeentelijke taken aan de afdelingen;</al><al>b.een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden,
                            verantwoordelijkheden;</al><al>c.de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van
                            verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en
                            investeringskredieten;</al><al>d.de interne regels voor taken en bevoegdheden, de
                            verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening van de
                            financieringsfunctie;</al><al>e.de te maken afspraken met de afdelingen over de te leveren prestaties,
                            de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en frequentie van
                            rapportage over de voortgang van de activiteiten en uitputting van
                            middelen;</al><al>f.de kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van de lasten en
                            baten aan de producten van de productenraming en de
                            productenrealisatie;</al><al>g.het beleid en de interne regels voor de inkoop en de aanbesteding van
                            goederen, werken en diensten;</al><al>h.het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de
                            toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen; en</al><al>i.het beleid en de interne regels voor het voorkomen van misbruik en
                            oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen,</al><al>opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt
                            voldaan. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Interne controle</titel></kop><al>1.Het college zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de
                            jaarrekening, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder a van de
                            Gemeentewet, en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de
                            balansmutaties, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder b van de
                            Gemeentewet, voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van
                            de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de
                            beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het college maatregelen tot
                            herstel.</al><al>2.Het college zorgt voor de systematische controle van de registratie en
                            de ontwikkeling van de bezittingen en het vermogen van de gemeente. Bij
                            afwijkingen in de registratie neemt het college maatregelen voor herstel
                            van de tekortkomingen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Intrekken oude verordening en overgangsrecht</titel></kop><al>De Financiele verordening gemeente Uden wordt ingetrokken, met dien
                            verstande dat zij van toepassing blijft op de jaarrekening en het
                            jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar voorafgaand
                            aan het jaar waarin deze verordening in werking treedt en op de
                            begroting, jaarrekening en jaarverslag en bijbehorende stukken van het
                            begrotingsjaar dat samenvalt met het jaar waarin deze verordening in
                            werking treedt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><al>1.Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die van
                            bekendmaking en werkt terug tot en met 1 januari 2015.</al><al>2.Deze verordening wordt aangehaald als: Financiële verordening gemeente
                            Uden</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van 9 juli 2015.</ondertekening><ondertekening>De Raad voornoemd</ondertekening><ondertekening>de griffier de burgemeester</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>