<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR387056_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Pekela</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-04-03</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Pekela</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.pekela.nl/document.php?m=1&amp;fileid=14848&amp;f=78d415a4a304b667f19b785d2b002568&amp;attachment=0">Elektronisch Gemeenteblad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening afvalstoffenheffing 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0003245&amp;artikel=artikel 15.33">artikel 15.33 van de Wet milieubeheer</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2015R0116a / EDV</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing
            2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Pekela;</al><al/><al> gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 17
                        november 2015;</al><al/><al>gelet op artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;</al><al/><al>besluit vast te stellen de volgende verordening:</al><al/><al><vet>Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing
                            2016</vet></al><al>(Verordening afvalstoffenheffing 2016)</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder ‘gebruik
                        maken’: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aard van de belasting en belastbaar feit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder de naam ‘afvalstoffenheffing’ wordt een directe belasting geheven
                            als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening en de daarbij
                            behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter
                            zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens
                            de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot
                            het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de
                            omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt
                            recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien
                            waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer
                            een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen
                            geldt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>gebruikmaken van een perceel door de leden van een huishouden
                                    aangemerkt als gebruikmaken door het door de in artikel 231,
                                    tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde
                                    gemeenteambtenaar aangewezen lid van dat huishouden;</al></li><li nr="b."><al>gebruikmaken door degene aan wie een deel van een perceel in
                                    gebruik is gegeven aangemerkt als gebruikmaken door degene die
                                    dat deel in gebruik heeft gegeven, met dien verstande dat degene
                                    die het deel in gebruik heeft gegeven, bevoegd is de heffing als
                                    zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is
                                    gegeven;</al></li><li nr="c."><al>het ter beschikking stellen van een perceel voor volgtijdig
                                    gebruik aangemerkt als gebruikmaken door degene die dat perceel
                                    ter beschikking heeft gesteld, met dien verstande dat degene die
                                    het perceel ter beschikking heeft gesteld, bevoegd is de heffing
                                    als zodanig te verhalen op degene aan wie het perceel ter
                                    beschikking is gesteld. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><al>De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in de
                        bij deze verordening behorende tarieventabel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een belastingplichtige aan wie een extra container in bruikleen is
                            gegeven, die middels een medische verklaring kan aantonen dat ten
                            gevolge van een ziekte of een lichamelijk ongemak op zijn of haar
                            perceel permanent beduidend meer restafval wordt geproduceerd dan op een
                            perceel waar geen sprake is van deze ziekte of dat lichamelijk ongemak,
                            wordt op schriftelijk verzoek vrijstelling verleend voor het in de
                            tarieventabel onder 1.2 genoemde bedrag voor de extra container.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vrijstelling kan worden aangevraagd binnen zes weken na dagtekening
                            van de aanslag dan wel de in lid 1 genoemde medische verklaring.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de ziekte of het lichamelijk ongemak is ontstaan in de loop van
                            het belastingtijdvak is het bedrag van de vrijstelling gelijk aan zoveel
                            twaalfde gedeelten van het in de tarieventabel onder 1.2 genoemde
                            bedrag, als de belastingplichtige of de medebewoner van het perceel
                            waarvoor hij belastingplichtig, is in dat belastingtijdvak volle maanden
                            een ziekte of lichamelijk ongemak heeft als bedoeld in het eerste
                            lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel wordt geheven
                            bij wege van aanslag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De belasting bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel wordt geheven
                            door middel van een mondelinge dan wel een schriftelijke gedagtekende
                            kennisgeving. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door
                            toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de
                            belastingschuldige bekendgemaakt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel is verschuldigd
                            bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang
                            van de belastingplicht;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is
                            de belasting bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel verschuldigd
                            voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde
                            belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog
                            volle kalendermaanden overblijven;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt,
                            bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de
                            voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde
                            van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven;</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de
                            belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander
                            perceel gebruik maakt;</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De belasting bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel is verschuldigd
                            bij de aanvang van de dienstverlening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet
                                moeten de aanslagen voor de belasting bedoeld in hoofdstuk 1 van de
                                tarieventabel worden betaald in drie gelijke termijnen, waarvan de
                                eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand
                                die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de
                                volgende termijnen telkens een maand later.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van
                                de op één aanslagbiljet verenigde belastingbedragen, of als het
                                aanslagbiljet maar één aanslagregel bevat het bedrag daarvan, meer
                                is dan € 50,00, doch minder is dan € 10.000,00 en zolang de
                                verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso
                                kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald
                                in tien gelijke termijnen.</al><al>De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het
                                aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens één maand
                                later.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                moet de belasting bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel worden
                                betaald op het moment van het doen, dan wel op het moment van
                                uitreiking, van de in artikel 6, lid 2 bedoelde kennisgeving en
                                ingeval van toezending van die kennisgeving, binnen 30 dagen na
                                dagtekening daarvan.</al></li><li nr="4."><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                                voorgaande leden gestelde termijnen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Voor de belasting bedoeld in hoofdstuk 1 onder nummer 1.2 en voor de
                        belasting bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel wordt geen
                        kwijtschelding verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van de afvalstoffenheffing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>De ‘Verordening afvalstoffenheffing 2015’ van 16 december 2014, wordt
                        ingetrokken met ingang van 1 januari 2016, met dien verstande dat zij van
                        toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben
                        voorgedaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2016.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2016.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening afvalstoffenheffing
                        2016.</al><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 15 december 2015.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De voorzitter, De griffier,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>J.Kuin W.E. Meffert</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>Tarieventabelbehorende bij de ‘Verordening afvalstoffenheffing
                        2016’.</titel></kop><al/><tussenkop> Hoofdstuk 1 Maatstaven en jaarlijkse tarieven afvalstoffenheffing </tussenkop><al/><al>1.1. De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar:</al><al>1.1.1. Indien het perceel wordt gebruikt door één persoon € 197,20</al><al>1.1.2. indien het perceel wordt gebruikt door twee of meer personen €
                    278,00</al><al>1.2 Voor het op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht
                    later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht in bruikleen hebben van extra
                    (= boven hetgeen aan het perceel is verstrekt) containers, bedraagt het tarief
                    per container: € 96,90</al><al/><tussenkop> Hoofdstuk 2 Maatstaven en overige tarieven afvalstoffenheffing </tussenkop><al/><al>2.1Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1 bedraagt de belasting voor het op
                    aanvraag inzamelen van grove huishoudelijke afvalstoffen:</al><al>2.1.1per kubieke meter € 13,00</al><al/><al>Behoort bij raadsbesluit van 15 december 2015.</al><al>De griffier van Pekela,</al><al/><al>W.E. Meffert</al><al/></bijlage></regeling></body></cvdr>