<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR387010_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Kennisgeving Gewijzigde vaststelling gemeenschappelijke regeling Sociaal Werkvoorzieningsbedrijf “Midden Twente”</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Hengelo</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-17</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hengelo</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Gemeenschappelijke regeling SWB Midden Twente</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-12-21</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-05-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Kennisgeving Gewijzigde vaststelling gemeenschappelijke regeling Sociaal Werkvoorzieningsbedrijf “Midden Twente”</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Het algemeen bestuur van de Gemeenschappelijke regeling Sociaal
                        Werkvoorzieningsbedrijf “Midden Twente” heeft besloten de gemeenschappelijke
                        regeling Sociaal Werkvoorzieningbedrijf “Midden Twente”, in werking getreden
                        op 1 januari 1969, laatstelijk gewijzigd op 14 december 2007 te wijzigen in
                        de gemeenschappelijke regeling Sociaal Werkleerbedrijf “Midden Twente”
                        (afgekort tot SWB), zodat deze als onderstaand komt te luiden:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>BEGRIPPEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr></kop><al>In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Werkschap: het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 2 van
                                    deze regeling;</al></li><li nr="b."><al>Werkleerbedrijf: de organisatie ter uitvoering van de in de
                                    overwegingen gegeven doelstellingen, welke door het werkschap
                                    wordt bestuurd;</al></li><li nr="c."><al>Werkverbanden: organisaties die voor een gemeente activiteiten
                                    kunnen uitvoeren voor inwoners met afstand tot de reguliere
                                    arbeidsmarkt;</al></li><li nr="d."><al>Algemeen bestuur: het algemeen bestuur als bedoeld in de
                                    Wgr;</al></li><li nr="e."><al>Dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur als bedoeld in de
                                    Wgr;</al></li><li nr="f."><al>Voorzitter: de voorzitter als bedoeld in artikel 11 van de
                                    regeling;</al></li><li nr="g."><al>Gedeputeerde Staten: Gedeputeerde Staten van de provincie
                                    Overijssel;</al></li><li nr="h."><al>SW-medewerker: degene die ingevolge de PW of ingevolge van de
                                    voormalige Wet sociale werkvoorziening in een dienstbetrekking
                                    tot het werkschap staat.;</al></li><li nr="i."><al>Medewerker: degene die een dienstverband heeft met het werkschap
                                    of een daaraan gerelateerde organisatie, niet zijnde een
                                    ambtelijk medewerker;</al></li><li nr="j."><al>SWIMT-medewerker: degene die een dienstverband heeft met de
                                    Stichting Werken in Midden Twente;</al></li><li nr="k."><al>Ambtelijk medewerker: functionarissen met een vast of tijdelijk
                                    dienstverband met het werkschap;</al></li><li nr="l."><al>Gemeenten: de aan deze regeling deelnemende gemeenten; en </al></li><li nr="m."><al>Beleidsregiegroep: groep bestaande uit medewerkers van de
                                    deelnemende gemeenten die het dagelijks en algemeen bestuur
                                    adviseert</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.2</nr></kop><al>Waar in de regeling artikelen van enige wet of wettelijke regeling van
                            overeenkomstige toepassing worden verklaard, treden in die artikelen in
                            de plaats van gemeente (1), de raad (2), burgemeester en wethouders (3)
                            en de burgemeester (4) respectievelijk: het werkschap (1), het algemeen
                            bestuur (2) het dagelijks bestuur (3) en de voorzitter (4).</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>OPENBAAR LICHAAM</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er is een openbaar lichaam, genaamd: Sociaal Werkleerbedrijf “Midden
                                Twente”, hierna te noemen SWB Midden Twente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het openbaar lichaam stelt zich ten doel om mensen met een
                                (tijdelijke) afstand tot de arbeidsmarkt te begeleiden naar een
                                duurzame en zo regulier mogelijke baan passend bij hun talenten,
                                waar nodig binnen het WerkleerBedrijf.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>BELANGEN EN BEVOEGDHEDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><al>Het belang als bedoeld in art.10, lid 1 van de Wgr, ter behartiging
                            waarvan de regeling is getroffen, omvat het beheer en een doelmatige
                            exploitatie van het werkleerbedrijf met in de aanhef genoemde
                            doelstellingen alsmede het krachtens de Wsw in dienst nemen van personen
                            in hoofdzaak uit de gemeenten, die voldoen aan de omschrijving als
                            gegeven in artikel 1.1 en 1.3 van de Wsw.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Colleges van B&amp;W van de deelnemende gemeenten dragen aan het
                                werkschap over:</al><lijst><li nr="a."><al>alle bevoegdheden die hen met betrekking tot werkverbanden
                                        toekomen, voorzover daarvan in deze regeling niet wordt
                                        afgeweken;</al></li><li nr="b."><al>alle bevoegdheden en verplichtingen die zij ingevolge de Wsw
                                        ten aanzien van de dienstbetrekking van Wsw-medewerkers
                                        kunnen uitoefenen;</al></li><li nr="c."><al>de bevoegdheden tot het oprichten van een rechtspersoon als
                                        bedoeld in artikel 160 van de Gemeentewet, indien dat
                                        aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het
                                        belang als bedoeld in artikel 3.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Colleges van B&amp;W van de deelnemende gemeenten behouden,
                                indien zulks naar hun oordeel onvermijdelijk is, de bevoegdheid
                                om:</al><lijst><li nr="a."><al>in hun gemeenten werkverbanden in te stellen voor plaatsing
                                        van inwoners uit hun gemeente, voorzover zij niet kunnen
                                        deelnemen in een gemeenschappelijke regeling die een zodanig
                                        werkverband beheert;</al></li><li nr="b."><al>inwoners uit hun gemeenten voor te dragen bij en te doen
                                        plaatsen in werkverbanden niet vallend onder deze
                                        regeling.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>BESTUURSORGANEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><al>De bestuurorganen van het werkschap bestaan uit:</al><lijst><li nr="a."><al>het algemeen bestuur; </al></li><li nr="b."><al>het dagelijks bestuur; en</al></li><li nr="c."><al>de voorzitter.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>BEVOEGDHEDEN</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>ALGEMEEN BESTUUR</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Het algemeen bestuur bestaat uit zes leden, waarvan er twee leden
                                door elk van de Colleges van B&amp;W van de deelnemende gemeenten
                                worden aangewezen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>De stemverhouding van de gezamenlijke bestuursleden per College is
                                verdeeld naar rato van het aantal inwoners uit de gemeente dat wordt
                                begeleid en/of in dienst is van het werkschap. De stemverhouding
                                wordt jaarlijks vastgesteld op basis van de actuele personele
                                situatie op 1 januari van het betreffende kalenderjaar;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>Het algemeen bestuur streeft naar unanieme besluitvorming. Bij een
                                afwijkend standpunt van meer dan één gemeente van dat van de
                                gemeente Hengelo wordt de besluitvorming doorgeschoven naar de
                                eerstvolgende bestuursvergadering.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt op de dag waarop
                                de zittingsperiode van de gemeenteraden afloopt. De aftredende leden
                                blijven hun functie waarnemen tot het tijdstip waarop de raden der
                                deelnemende gemeenten de nieuwe wethouders hebben benoemd en de
                                Colleges de nieuwe leden vervolgens hebben aangewezen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Colleges van de deelnemende gemeenten beslissen binnen twee
                                maanden na de benoeming als bedoeld in het vorige lid over de
                                aanwijzing van de nieuwe leden van het algemeen bestuur.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorziening in een tussentijdse vacature geschiedt binnen twee
                                maanden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De leden van het algemeen bestuur kunnen te allen tijde ontslag
                                nemen. Van dit ontslag stellen zij de voorzitter, alsmede het
                                College dat hen heeft aangewezen en de raad van de gemeente waaruit
                                ze afkomstig zijn, schriftelijk in kennis.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Voor elk bestuurslid wijst het College een plaatsvervanger aan.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>ADVISEURS en WAARNEMERS</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur benoemt een adviseur uit werkgeverskringen en
                                een adviseur uit werknemerskringen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De adviseurs worden op dezelfde wijze geïnformeerd als het algemeen
                                en dagelijks bestuur en uitgenodigd voor alle algemene en dagelijkse
                                bestuursvergaderingen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De adviseurs hebben spreekrecht in het algemeen en dagelijks bestuur
                                en kunnen gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De benoeming van de adviseur uit werknemerskringen gebeurt op
                                voordracht door de Ondernemingsraad van ten minste 1 kandidaat.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De adviseurs worden benoemd voor de dezelfde zittingsperiode als het
                                algemeen bestuur en kunnen voor ten hoogste 2 perioden (max. 12
                                jaar) worden herbenoemd.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het adviseurschap is onverenigbaar met een ambtelijke functie,
                                gerelateerd aan een van de deelnemende gemeenten, een daarmee
                                vergelijkbare functie of het lidmaatschap van een van de Colleges
                                en/of raden van de deelnemende gemeenten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergaderingen van het algemeen bestuur kunnen worden bijgewoond
                                door een door het College van B&amp;W aangewezen lid van het college
                                van de gemeente Dinkelland.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De waarnemer heeft recht op dezelfde schriftelijke informatie als de
                                leden van het algemeen bestuur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in lid 1 bedoelde waarnemer heeft geen stemrecht in de
                                vergadering van het algemeen bestuur, maar is gerechtigd om op zijn
                                verzoek het woord te voeren.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De mogelijkheid voor de in lid 1 genoemde gemeente om een waarnemer
                                aan te wijzen, is van toepassing indien en zolang medewerkers uit
                                die gemeente in dienst zijn bij het werkleerbedrijf.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>DE WERKWIJZE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><lid><lidnr/><lijst><li nr="1."><al>Het algemeen bestuur vergadert jaarlijks ten minste tweemaal
                                        en voorts zo dikwijls als de voorzitter of een lid van het
                                        bestuur of een adviseur hier schriftelijk onder opgaaf van
                                        redenen om vragen. De artikelen 16, 17, 19, 20, 26 en 28 t/m
                                        33, van de Gemeentewet zijn, voor zover daarvan niet is
                                        afgeweken, van overeenkomstige toepassing op de
                                        vergaderingen van het algemeen bestuur, met dien verstande
                                        dat de openbare kennisgeving op verzoek van de voorzitter
                                        door de deelnemende gemeenten op de aldaar gebruikelijke
                                        wijze geschiedt.</al></li><li nr="2."><al>De voorzitter draagt er tevens zorg voor – bijzondere
                                        omstandigheden uitgezonderd – dat het tijdstip van de
                                        vergadering in één of meer dag – of nieuwsbladen wordt
                                        bekend gemaakt.</al></li><li nr="3."><al>De deuren worden gesloten indien een vijfde deel van het
                                        aantal aanwezige leden daarom verzoekt of de voorzitter het
                                        nodig oordeelt. Het algemeen bestuur beslist vervolgens of
                                        met gesloten deuren zal worden vergaderd.</al></li><li nr="4."><al>In de besloten vergadering kan niet worden beraadslaagd,
                                        noch een besluit worden genomen over:</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het vaststellen of wijzigen van de begroting;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het vaststellen van de jaarrekening;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>een voorgenomen besluit tot aanpassing van deze regeling.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt voor haar vergaderingen een reglement van
                                orde vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen bestuur brengt dit reglement en eventueel daarin aan te
                                brengen wijzigingen zo spoedig mogelijk ter kennis van de raden van
                                de deelnemende gemeenten.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HET DAGELIJKS BESTUUR </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur bestaat uit drie leden, waaronder de
                                voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De leden van het dagelijks bestuur worden benoemd door het algemeen
                                bestuur en bestaat uit één vertegenwoordiger van elk van de
                                deelnemende gemeenten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur stelt voor haar vergaderingen een reglement
                                van orde vast.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur brengt dit reglement en eventueel daarin aan
                                te brengen wijzigingen zo spoedig mogelijk ter kennis van het
                                algemeen bestuur.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur wordt bijgestaan door een secretaris. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><al>Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls de voorzitter het nodig
                            oordeelt of indien een lid of adviseur de voorzitter hierom vraagt,
                            schriftelijk met redenen omkleed.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur is belast met de dagelijkse leiding van het
                                werkschap. Behoudens het bepaalde in artikel 33b van de wet behoort
                                hiertoe: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het beheer van activa en passiva van het werkschap;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de zorg, voor zover die niet aan anderen toekomt, voor de controle
                                op het geldelijke beheer en de</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>boekhouding;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>het houden van een gedurig toezicht op al wat het werkschap
                                aangaat;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>het beheren en onderhouden van de gebouwen, werken en inrichtingen
                                welke het werkschap in bezit of op enigerlei wijze onder zich heeft;
                                en</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>het vaststellen van de plannen en voorwaarden van aanbesteding van
                                werken en leveranties ten behoeve van het werkschap. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien gewenst kan het algemeen bestuur in een aanvullende verdeling
                                van taken en bevoegdheden voorzien door middel van een
                                delegatiebesluit. Van deze besluiten worden de deelnemende Colleges
                                van B&amp;W geïnformeerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De leden van het dagelijks bestuur, tezamen en ieder afzonderlijk,
                                verstrekken alle inlichtingen die door een of meer leden van het
                                algemeen bestuur worden verlangd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De leden van het dagelijks bestuur, tezamen en ieder afzonderlijk,
                                zijn verantwoording verschuldigd aan het algemene bestuur voor het
                                door het dagelijks bestuur gevoerde beleid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr></kop><al>Het dagelijks bestuur is belast met het jaarlijks organiseren van
                            algemene bijeenkomsten ten behoeve van de raden van de deelnemende
                            gemeenten.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>DE VOORZITTER</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr></kop><al>De voorzitter wordt in de eerste vergadering van het algemeen bestuur
                            door en uit zijn midden gekozen en benoemd. De benoemingsperiode is
                            gelijk aan de zittingsperiode van het algemeen bestuur als omschreven in
                            artikel 7, lid 2.</al><lijst><li nr="1."><al>Bij verhindering of ontstentenis wordt hij vervangen door een
                                    ander lid van het algemeen bestuur.</al></li><li nr="2."><al>Indien en voor zover het algemeen bestuur nog niet in de
                                    vervanging heeft voorzien, is het algemeen bestuur bevoegd uit
                                    zijn midden een lid aan te wijzen dat tijdelijk in de vervanging
                                    voorziet.</al></li><li nr="3."><al>Het voorzitterschap eindigt indien betrokkene ophoudt lid van
                                    het algemeen bestuur te zijn. Het algemeen bestuur voorziet dan
                                    onmiddellijk in de vervanging.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het
                                algemeen en het dagelijks bestuur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter ondertekent met de secretaris alle stukken welke van
                                het algemeen en dagelijks bestuur uitgaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter vertegenwoordigt het werkschap in en buiten rechte.
                                Hij kan de vertegenwoordiging aan een door hem gemachtigde
                                opdragen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>VERANTWOORDING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een lid van het algemeen bestuur is aan het College van B&amp;W die
                                hem heeft aangewezen verantwoording verschuldigd voor het door hem
                                in het algemeen bestuur gevoerde beleid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het College kan een door hem aangewezen lid ontslag verlenen, indien
                                deze het vertrouwen van het College niet meer bezit. Het bepaalde in
                                artikel 50 van de Gemeentewet is hierbij van toepassing;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De leden van het algemeen bestuur aangewezen door een van de
                                deelnemende Colleges van B&amp;W, samen en ieder afzonderlijk,
                                verstrekken op de in die betreffende gemeente gebruikelijke wijze
                                aan de raden van de deelnemende gemeenten, alle inlichtingen die
                                door een of meer leden van die raden worden verlangd. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>PERSONELE VOORZIENINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr></kop><al>Bij het openbaar lichaam zijn werkzaam:</al><lijst><li nr="a."><al>een directeur;</al></li><li nr="b."><al>een controller;</al></li><li nr="c."><al>ambtelijke medewerkers;</al></li><li nr="d."><al>SW-medewerkers;</al></li><li nr="e."><al>SWIMT medewerkers.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>TAAK DIRECTEUR/SECRETARIS EN CONTROLLER</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De dagelijkse leiding van het werkleerbedrijf berust bij de
                                directeur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De directeur treedt tevens op als secretaris van het bestuur en van
                                door het bestuur ingestelde commissies.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De directeur woont de vergaderingen van het bestuur bij en heeft in
                                de vergadering een adviserende stem.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De directeur staat het bestuur, de voorzitter en de voorzitter van
                                de door het bestuur ingestelde commissies terzijde in alles wat de
                                hun opgedragen taken aangaat.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De directeur is voor zijn beleid verantwoording verschuldigd aan het
                                dagelijks bestuur.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Alle bescheiden die van het bestuur uitgaan, worden door de
                                directeur in zijn hoedanigheid van secretaris mede ondertekend.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De directeur wordt bij verhindering of ontstentenis vervangen door
                                de controller als genoemd in artikel 20, lid 8.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De controller is belast met de administratie en financiële
                                verantwoording van het werkschap.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>De verantwoordingsplicht van de controller wordt nader geregeld in
                                het reglement bedoeld in artikel 25.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>De taken en bevoegdheden van de directeur en van de controller
                                worden in een door het algemeen bestuur vast te stellen
                                taakomschrijving vastgelegd.</al></lid><lid><lidnr>11.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt voor de directeur en de controller een
                                instructie (mandaatregeling) vast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De directeur en de controller van het werkschap worden benoemd door
                                het dagelijks bestuur, gehoord het algemeen bestuur. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In geval van schorsing en ontslag van de directeur en controller
                                informeert het dagelijks bestuur het algemeen bestuur. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De overige medewerkers worden door de directeur benoemd, geschorst
                                en ontslagen. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>RECHTSPOSITIE</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>NIET AMBTELIJK MEDEWERKERS</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op verzoek van een gemeentebestuur worden zo mogelijk ook in het
                                werkverband medewerkers toegelaten, waarop de Wsw niet kan worden
                                toegepast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op verzoek kunnen Wsw-medewerkers, wonend in niet aan deze regeling
                                deelnemende gemeenten, in het werkleerbedrijf worden
                                toegelaten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Toelating als bedoeld in lid 1 en 2 vindt plaats onder nader te
                                stellen voorwaarden en tegen betaling van een door het algemeen
                                bestuur vast te stellen bijdrage.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Medewerkers met een dienstverband met de Stichting Werken in Midden
                                Twente (SWIMT) worden begeleid door het werkleerbedrijf.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>FINANCIEN EN BEHEER</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr></kop><al>Het dagelijks bestuur stelt regels vast betreffende de organisatie van
                            de financiële administratie en het geldelijk beheer. In deze regels
                            worden o.a. bepalingen opgenomen over:</al><lijst><li nr="a."><al>het verzekeren van de gelden en andere eigendommen en
                                    bezittingen van het werkschap en van derden, voor zover deze
                                    worden beheerd door personeel van het werkschap, tegen
                                    benadeling door het personeel of door anderen;</al></li><li nr="b."><al>de inrichting van de financiële administratie;</al></li><li nr="c."><al>de wijze waarop de invordering der inkomsten plaats heeft en de
                                    wijze waarop de betalingen geschieden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr></kop><al>Ten aanzien van de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding
                            zijn de voorschriften ingevolge de Gemeentewet van overeenkomstige
                            toepassing.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>BEGROTING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De directeur is belast met de voorbereiding van de vaststelling van
                                de begroting.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur stelt – na advisering door de
                                beleidsregiegroep - jaarlijks vóór 15 april de ontwerpbegroting vast
                                voor het volgende kalenderjaar en zendt deze, voorzien van een
                                toelichting, toe aan de raden en Colleges van B&amp;W van de
                                deelnemende gemeenten, aan de waarnemer en ter informatie aan de
                                overige algemeen bestuursleden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de besturen van de
                                deelnemende gemeenten, voor een ieder ter inzage gelegd en, tegen
                                betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In de ontwerpbegroting wordt aangegeven de door elk gemeente
                                verschuldigde totale bijdrage.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De Colleges van B&amp;W van de deelnemende gemeenten, de waarnemer
                                en de adviseurs kunnen het algemeen bestuur binnen 8 weken na
                                ontvangst hun gevoelens over de ontwerpbegroting doen blijken.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan op basis van de geuite gevoelens de
                                ontwerpbegroting aanpassen en deze daarna - echter voor 15 juli van
                                het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de begroting dient -
                                vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur zendt afschriften van de vastgestelde
                                begroting toe aan de raden en de Colleges van B&amp;W van de
                                deelnemende gemeenten, voorzien van het overzicht van de opmerkingen
                                van de Colleges van B&amp;W van de deelnemende gemeenten.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen een maand na
                                vaststelling doch uiterlijk voor 1 augustus voorafgaande aan het
                                jaar waarvoor de begroting dient, toe aan Gedeputeerde Staten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op basis van de actuele ontwikkelingen stelt het algemeen bestuur op
                                voorstel van het dagelijks bestuur doch uiterlijk in december van
                                het kalenderjaar een herziene begroting vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde in het voorgaande artikel is van overeenkomstige
                                toepassing, met dien verstande dat de gewijzigde begroting binnen
                                veertien dagen na vaststelling aan Gedeputeerde Staten wordt
                                toegezonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De gemeenten betalen bij wijze van voorschot in maandelijkse
                                termijnen na facturering uiterlijk 10 werkdagen voor het eind van de
                                kalendermaand de in de goedgekeurde begroting vastgestelde bijdrage
                                uit aan het werkschap.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien van toepassing wordt de rijksbijdrage Wsw, zijnde het SW-deel
                                van de PW, inclusief de eventuele aanpassingen daarvan van rijkswege
                                binnen 2 werkdagen na ontvangst door de gemeenten ongekort
                                overgemaakt aan het werkschap.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij niet-tijdige betaling is de wettelijke rente verschuldigd.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>JAARREKENING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Van de inkomsten en uitgaven wordt door het dagelijks bestuur over
                                elk kalenderjaar verantwoording gedaan aan het algemeen bestuur
                                onder overlegging van de daarbij behorende bescheiden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur voegt daarbij een verslag van een onderzoek
                                naar de deugdelijkheid van de rekening, ingesteld door een
                                overeenkomstig de Gemeentewet aangewezen deskundige, alsmede al
                                hetgeen het ter zijner verantwoording dienstig acht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur stelt jaarlijks voor 15 april de voorlopige
                                jaarrekening vast en zendt deze toe aan de raden van de deelnemende
                                gemeenten en ter informatie aan de leden van het algemeen bestuur.
                                Het algemeen bestuur stelt de rekening van het voorafgaande jaar
                                voor 1 juli, vast en zendt deze ter definitieve vaststelling per
                                gemeente door naar de Colleges van de deelnemende gemeenten. Binnen
                                een maand doch uiterlijk voor 15 juli wordt een exemplaar aan
                                Gedeputeerde Staten gezonden. Van de vaststelling wordt mededeling
                                gedaan aan de raden en Colleges van de deelnemende gemeenten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De vaststelling van de rekening strekt het dagelijks bestuur en de
                                directeur op grond van de krachtens artikel 25 gestelde regels tot
                                decharge, behoudens later in rechte gebleken valsheid in
                                bewijsstukken of andere onregelmatigheden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In de rekening wordt het door elk van de deelnemende gemeenten over
                                het desbetreffende jaar verschuldigde bedrag per regeling
                                opgenomen.</al><al>Artikel 28</al><al>Verrekening van het verschil van het op grond van artikel 29
                                betaalde bedrag en het werkelijk verschuldigde bedrag vindt plaats
                                terstond na de mededeling aan de raden over de vaststelling van de
                                rekening.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>ARCHIEF</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur is belast met de zorg voor het archief.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De directeur is belast met het beheer van de archiefbescheiden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De directeur is belast met het beheer van het bedrijfsarchief.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor de bewaring van de grond van artikel 5 van de Archiefwet 1998
                                over te brengen bescheiden wijst het dagelijks bestuur een
                                Bewaarplaats aan.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>TOETREDING, UITTREDING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Toetreding door een andere gemeente vindt plaats indien het algemeen
                                bestuur daarin bewilligt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In een besluit als bedoeld in het vorige lid kan de toetreding
                                afhankelijk worden gesteld van bepaalde door het algemeen bestuur te
                                stellen voorwaarden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De toetreding gaat in op 1 januari van het jaar volgend op de datum
                                van bericht van de deelnemende gemeenten dat zij akkoord gaan met de
                                wijziging van deze regeling.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een gemeente kan uittreden, indien het algemeen bestuur in een
                                vergadering - waarin alle leden (of hun plaatsvervangers) aanwezig
                                zijn - daarin bewilligt bij een besluit met een meerderheid van ten
                                minste tweederde van het aantal uitgebrachte stemmen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien geen bewilliging wordt verleend, is er sprake van een geschil
                                dat wordt voorgelegd aan het College van Gedeputeerde Staten van
                                Overijssel.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Uittreding vindt plaats op 1 januari na de datum waarop de
                                uitschrijving uit de registers bedoeld in artikel 27 Wgr heeft
                                plaatsgevonden.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het algemeen bestuur regelt de financiële en andere gevolgen van de
                                uittreding.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>WIJZIGING/OPHEFFING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze regeling kan op voorstel van het algemeen bestuur worden
                                gewijzigd bij eensluidende besluiten van ten minste tweederde van
                                het aantal Colleges van B&amp;W en niet dan nadat de raden van de
                                deelnemende gemeenten een ontwerpbesluit is toegezonden en in de
                                gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van
                                het college te brengen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voorstellen tot wijziging van de regeling kunnen uitgaan van het
                                algemeen bestuur, het dagelijks bestuur als ook van de Colleges van
                                B&amp;W van de deelnemende gemeenten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien het voorstel uitgaat van het algemeen bestuur, zendt het
                                dagelijks bestuur het voorstel aan de Colleges van B&amp;W van de
                                deelnemende gemeenten, die binnen twee maanden na ontvangst van dit
                                voorstel een besluit nemen en dit terstond aan het dagelijks bestuur
                                meedelen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien het voorstel uitgaat van één of meer Colleges, zendt/zenden
                                dit/deze het voorstel aan het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur
                                doet het voorstel met haar beschouwingen ter zake binnen twee
                                maanden aan de Colleges van alle deelnemende gemeenten toekomen,
                                waarna verder wordt gehandeld als hierboven omschreven.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur stelt de Colleges in kennis van het
                                aanvaarden, verwerpen en de eventuele goedkeuring van de in dit
                                artikel bedoelde voorstellen door het algemeen bestuur.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De gemeenten zullen er steeds zorg voor dragen dat het werkschap te
                                allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al zijn
                                verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien aan het algemeen bestuur blijkt dat een gemeente weigert deze
                                uitgaven op haar begroting te zetten, doet het algemeen bestuur
                                onverwijld aan Gedeputeerde Staten het verzoek over te gaan tot
                                toepassing van artikel 194 en 195 Gemeentewet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De regeling kan op voorstel van het algemeen bestuur worden
                                opgeheven bij daartoe strekkende besluiten van de Colleges van de
                                deelnemende gemeenten van ten minste tweederde der gemeenten en niet
                                dan nadat de raden van de deelnemende gemeenten een ontwerp-besluit
                                is toegezonden en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en
                                bedenkingen ter kennis van het college te brengen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In geval van opheffing van de regeling besluit het algemeen bestuur
                                tot liquidatie en stelt daarvoor de nodige regels. Hierbij kan van
                                de bepalingen van deze regelingen worden afgewerkt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het liquiditatieplan voorziet in de financiële gevolgen van de
                                opheffing, inclusief de aflossing van aangegane leningen, de
                                verdeling van de verplichtingen over de deelnemende gemeenten en in
                                de gevolgen voor het personeel en de archieven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het liquidatieplan wordt door het algemeen bestuur, de Colleges en
                                de raden van de deelnemende gemeenten gehoord hebbende, vastgesteld.
                            </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De gemeenten verbinden zich in geval van opheffing van het werkschap
                                tot uitvoering van dit liquidatieplan.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De organen van het werkschap blijven, zo nodig, na de beëindiging
                                van de regeling in functie, totdat de liquidatie is voltooid.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De opheffing gaat in op de eerste dag van de maand volgende op de
                                datum van doorhaling in de registers.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>SLOTBEPALING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr></kop><al>In alle gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist het
                            algemeen bestuur. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>DUUR EN INWERKINGTREDING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr></kop><al>Deze regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze wijziging treedt in werking met ingang van 1 januari 2016. De
                                gemeente Hengelo draagt zorg dat op de wettelijke voorgeschreven
                                wijze hieraan bekendheid wordt gegeven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in de artikelen 26 van de Wgr voorgeschreven toezending van de
                                regeling aan Gedeputeerde Staten zal geschieden door de zorg van het
                                College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Hengelo.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr></kop><al>Deze regeling kan worden aangehaald als: Regeling Sociaal Werkleer
                            Bedrijf ‘’Midden Twente”.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld door het algemeen bestuur in zijn vergadering van 18
                        december 2015.</al></slotformulering><ondertekening>
          Voorzitter,
        </ondertekening><ondertekening>
           M. ten Heuw
        </ondertekening><ondertekening>
          Secretaris,
        </ondertekening><ondertekening>
           J. van der Geest
        </ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>