<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR386966_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening onroerende zaakbelastingen 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Achtkarspelen</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-12-21</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Achtkarspelen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Onbekend</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-10</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening onroerende zaakbelastingen 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>De raad van de gemeente Achtkarspelen;</vet></al><al/><al>gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van
                        20 november 2015, punt 18;</al><al>gelet op de artikelen 220 tot en met 220h van de Gemeentewet;</al><al>besluit:</al><al>vast te stellen de:</al><al><vet>Verordening op de heffing en de invordering van
                        onroerende-zaakbelastingen </vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder de naam "onroerende-zaakbelastingen" worden ter zake van
                                binnen de gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen
                                geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het
                                        kalenderjaar een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot
                                        woning dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt
                                        recht of persoonlijk recht gebruikt, verder te noemen:
                                        gebruikersbelasting;</al></li><li nr="b."><al>een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het
                                        kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft
                                        krachtens eigendom, bezit of beperkt recht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de gebruikersbelasting wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak
                                        in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene
                                        die dat deel in gebruik heeft gegeven; degene die het deel
                                        in gebruik heeft gegeven, is bevoegd de belasting als
                                        zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is
                                        gegeven;</al></li><li nr="b."><al>het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor
                                        volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die
                                        die onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene
                                        die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is
                                        bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan
                                        wie die zaak ter beschikking is gesteld.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met betrekking tot de eigenarenbelasting wordt als genothebbende
                                krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij
                                het begin van het kalenderjaar als zodanig in de kadastrale
                                registratie is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen
                                genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastingobject</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak,
                                        bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende
                                        zaken.</al></li><li nr="2."><al>Een onroerende zaak dient in hoofdzaak tot woning indien de
                                        waarde die op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering
                                        onroerende zaken is vastgesteld voor die onroerende zaak in
                                        hoofdzaak kan worden toegerekend aan delen van die
                                        onroerende zaak die dienen tot woning dan wel volledig
                                        dienstbaar zijn aan woondoeleinden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De heffingsmaatstaf is de op de voet van hoofdstuk IV van de
                                        Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak
                                        vastgestelde waarde voor het tijdvak waarbinnen het in
                                        artikel 1 bedoelde kalenderjaar valt.</al></li><li nr="2."><al>Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde is
                                        vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet
                                        waardering onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van
                                        die onroerende zaak bepaald met overeenkomstige toepassing
                                        van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18, 19
                                        eerste lid, onderdelen b en c, tweede lid, onderdelen b en
                                        c, 20 tweede lid, en 22 derde lid, van de Wet waardering
                                        onroerende zaken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling
                                        van de heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor
                                        zover dit niet reeds is geschied bij de bepaling van de in
                                        dat artikel bedoelde waarde, de waarde van:</al><lijst><li nr="a."><al>ten behoeve van de land- of bosbouw bedrijfsmatig
                                        geëxploiteerde cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open
                                        grond, alsmede de ondergrond van glasopstanden, die
                                        bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt van
                                        gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te
                                        gebruiken;</al></li><li nr="b."><al>glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de
                                        kweek of teelt van gewassen, voor zover de ondergrond
                                        daarvan bestaat uit de in onderdeel a bedoelde grond;</al></li><li nr="c."><al>onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de
                                        openbare eredienst of voor het houden van openbare
                                        bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een en
                                        ander met uitzondering van delen van zodanige onroerende
                                        zaken die dienen als woning;</al></li><li nr="d."><al>één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de
                                        voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat
                                        voldoet aan de in artikel 1, derde lid, onderdeel b, van die
                                        wet bedoelde voorwaarden met uitzondering van de daarop
                                        voorkomende gebouwde eigendommen;</al></li><li nr="e."><al>natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen,
                                        heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die
                                        door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid welke
                                        zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van
                                        natuurschoon ten doel stellen, beheerd worden;</al></li><li nr="f."><al>openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer
                                        per rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken;</al></li><li nr="g."><al>waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden
                                        beheerd door organen, instellingen of diensten van
                                        publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de
                                        delen van zodanige werken die dienen als woning;</al></li><li nr="h."><al>werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en
                                        ander afvalwater en die worden beheerd door organen,
                                        instellingen of diensten van publiekrechtelijke
                                        rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige
                                        werken die dienen als woning;</al></li><li nr="i."><al>werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden
                                        afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis aan die
                                        werktuigen wordt toegebracht en die niet op zichzelf als
                                        gebouwde eigendommen zijn aan te merken.</al></li><li nr="j."><al>onroerende zaken voor zover die bestemd zijn te worden
                                        gebruikt voor de publieke dienst van de gemeente, met
                                        uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die
                                        bestemd zijn te worden gebruikt voor het geven van
                                        onderwijs;</al></li><li nr="k."><al>straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde
                                        eigendommen - niet zijnde gebouwen - welke zijn geplaatst
                                        ten gerieve of in het belang van het publiek, ten dienste
                                        van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals
                                        lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten,
                                        fonteinen, banken, abri's, hekken en palen;</al></li><li nr="l."><al>plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in
                                        beheer zijn of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens
                                        eigendom, bezit of beperkt recht met uitzondering van delen
                                        van zodanige onroerende zaken die dienen als woning;</al></li><li nr="m."><al>begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, een en ander met
                                        uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die
                                        dienen als woning;</al></li><li nr="n."><al>onbewoonbaar verklaarde woningen, met inbegrip van de
                                        ondergrond en van hun gebouwde en ongebouwde
                                        eigendommen;</al></li><li nr="o."><al>terreinen gebruikt voor sport en recreatie en de
                                        bijbehorende gebouwde eigendommen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De vrijstelling met betrekking tot de in onderdeel j van het
                                        eerste lid bedoelde onroerende zaken voor de
                                        eigenarenbelasting geldt niet voor zover de gemeente van die
                                        zaken niet het genot heeft krachtens eigendom bezit of
                                        beperkt recht.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling
                                        van de heffingsmaatstaf voor de gebruikersbelasting buiten
                                        aanmerking gelaten de waarde van gedeelten van de onroerende
                                        zaak die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak
                                        dienstbaar zijn aan woondoeleinden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><lid><lidnr>1 .</lidnr><al>Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de
                                heffingsmaatstaf. </al><al> Het percentage bedraagt voor:</al><lijst><li nr="a."><al>de gebruikersbelasting 0,2220 %;</al></li><li nr="b."><al>de eigenarenbelasting</al><lijst><li nr="1."><al>voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen
                                        0,1783 %</al></li><li nr="2."><al>voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning
                                        dienen 0,2775 %</al></li><li nr="2."><al>Het bedrag van de belasting wordt per belastingaanslag naar
                                        beneden afgerond op gehele euro's.</al></li><li nr="3."><al>Voor belastingbedragen tot € 9,-- vindt geen invordering
                                        plaats. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het
                                        totaal van op een aanslagbiljet verenigde verschuldigde
                                        bedragen onroerende zaakbelastingen of andere heffingen
                                        aangemerkt als één belastingbedrag.</al></li></lijst></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belastingen worden bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de
                                        Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in
                                        twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de
                                        laatste dag van de maand volgend op de maand die in de
                                        dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede
                                        twee maanden later.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het
                                        totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde
                                        aanslagen, het bedrag daarvan, meer is dan € 135,-- doch
                                        minder is dan € 3.000,--, en zolang de verschuldigde
                                        bedragen door middel van automatische betalingsincasso
                                        kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden
                                        betaald in acht gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt
                                        één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van
                                        de volgende termijnen telkens een maand later.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van het eerste en tweede lid geldt, in geval
                                        het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde
                                        aanslagen, het bedrag daarvan, € 135,-- of minder bedraagt,
                                        en zolang de verschuldigde bedragen door middel van
                                        automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven,
                                        dat de aanslagen moeten worden betaald in drie gelijke
                                        termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de
                                        dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende
                                        termijnen telkens een maand later.</al></li><li nr="4."><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                                        voorgaande leden gestelde termijnen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en
                                    wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven
                                met betrekking tot de heffing en de invordering van de
                                onroerende-zaakbelastingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Op de invordering van de onroerende-zaakbelastingenrioolheffing is
                                de kwijtscheldingsregeling, gebaseerd op artikel 26 van de
                                Invorderingswet 1990, van toepassing. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>1. De Verordening op de heffing en de invordering van
                                        onroerende-zaakbelastingen van 11 december 2014 wordt
                                        ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde
                                        datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij
                                        van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor
                                        die datum hebben voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste
                                        dag na die van de bekendmaking.</al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2016</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening
                                        onroerende zaakbelastingen”</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering</ondertekening><ondertekening>van de raad van de gemeente Achtkarspelen van</ondertekening><ondertekening>10 december 2015</ondertekening><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>mw. J. van Hoppe MPM G. Gerbrandy</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>