<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR386894_3</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zwolle</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-03-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zwolle</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 28-06-2016</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Reinigingsheffingen 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 10.23 Wet Milieubeheer</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-02-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-07-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>wijziging artikel 1; hoofdstuk 3 is vervallen</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2016-02.15</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>belastingen en heffingen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Welke regels gelden er voor het aanbieden en verwijderen van afval ?</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing
                            en reinigingsrechten 2016
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>I</nr>
            <titel>: Algemene bepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>Inleidende bepaling</titel>
            </kop>
            <al>Krachtens deze verordening worden geheven:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>een afvalstoffenheffing;</al><al/></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
            </kop>
            <al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>‘gebruik maken’ in hoofdstuk II Afvalstoffenheffing: gebruik
                                    maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer;</al></li>
              <li nr="b."><al>GBLT: het openbaar lichaam Gemeenschappelijk Belastingkantoor
                                    Lococensus Tricijn.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>II:</nr>
            <titel>Afvalstoffenheffing</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>Aard van de belasting en belastbaar feit</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Onder de naam "afvalstoffenheffing" wordt een directe belasting
                                geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening wordt naar
                                afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van
                                een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en
                                10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van
                                huishoudelijke afvalstoffen geldt.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4</nr>
              <titel>Belastingplicht</titel>
            </kop>
            <al>De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de
                            omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt
                            recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien
                            waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer
                            een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen
                            geldt.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5</nr>
              <titel>Maatstaf van heffing en tarief</titel>
            </kop>
            <al>De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar indien het perceel
                            op 1 januari van het belastingjaar, of indien de belastingplicht
                            aanvangt in de loop van het belastingjaar bij de aanvang van de
                            belastingplicht, wordt gebruikt door:</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>één persoon € 212,48</al></li>
              <li nr="2."><al>meer dan één persoon € 265,60</al></li>
            </lijst>
            <al>Voor de vaststelling van de gebruikssituatie is beslissend hetgeen
                            terzake, aan het begin van het belastingjaar of indien de
                            belastingplicht aanvangt in de loop van het belastingjaar bij de aanvang
                            van de belastingplicht, in de basisregistratie personen is
                            geregistreerd, tenzij blijkt dat de gebruikssituatie anders is.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6</nr>
              <titel>Belastingjaar</titel>
            </kop>
            <al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>7</nr>
              <titel>Wijze van heffing</titel>
            </kop>
            <al>De belasting wordt geheven bij wege van aanslag.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>8</nr>
              <titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar
                                tijdsgelang</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of,
                                zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt,
                                is de belasting verschuldigd voor zoveel driehonderdvijfenzestigste
                                gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat
                                jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle etmalen
                                overblijven.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt,
                                bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel
                                driehonderdvijfenzestigste gedeelten van de voor dat jaar
                                verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de
                                belastingplicht, nog volle etmalen overblijven.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de
                                belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander
                                perceel in feitelijk gebruik neemt, bij een gelijkblijvende
                                gebruikssituatie.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>Belastingaanslagen van minder dan € 5,00 worden niet opgelegd. Voor
                                de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van de op één
                                aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één
                                belastingaanslag.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>6.</lidnr>
              <al>Indien de belastingplicht is beëindigd na de dagtekening van de
                                aanslag, kan de belastingplichtige een aanvraag tot ontheffing
                                indienen bij de ambtenaar belast met de heffing.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>9</nr>
              <titel>Termijnen van betaling</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                moeten de aanslagen dan wel op één aanslagbiljet verenigde aanslagen
                                worden betaald in één termijn welke vervalt twee maanden na de
                                dagtekening van het aanslagbiljet. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990
                                en in afwijking van artikel 9, eerste lid en derde lid, van deze
                                verordening, moeten de aanslagen dan wel op één aanslagbiljet
                                verenigde aanslagen gemeentelijke heffingen met een totaalbedrag
                                groter dan € 4.500,00, waarvan de dagtekening in het desbetreffende
                                belastingjaar ligt en waarvoor de belastingplichtige een machtiging
                                heeft afgegeven om deze af te schrijven door middel van automatische
                                incasso, worden betaald in één termijn welke vervalt twee maanden na
                                de dagtekening van het aanslagbiljet. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                en in afwijking van artikel 9, eerste lid, van deze verordening
                                dienen de aanslagen, waarvan de dagtekening in het desbetreffende
                                belastingjaar ligt en waarvoor de belastingplichtige een machtiging
                                heeft afgegeven om deze af te schrijven door middel van automatische
                                incasso, te worden betaald in zoveel gelijke maandelijkse termijnen
                                als er na de dagtekening van de aanslag nog in het desbetreffende
                                heffingsjaar volle dan wel gedeeltelijke kalendermaanden resteren,
                                met dien verstande dat het aantal maandelijkse termijnen tenminste
                                zes bedraagt. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening
                                van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een
                                maand later. Voor de overige aanslagen geldt onverkort de in lid 1
                                van dit artikel vermelde betalingstermijn.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Op het bepaalde in lid 3 van artikel 9 van deze verordening geldt
                                als restrictie dat het bedrag per afschrijving op het totaalbedrag
                                van het desbetreffende aanslagbiljet niet minder dan € 5,00
                                bedraagt.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                                voorgaande leden gestelde termijnen.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>III:</nr>
            <titel>Reinigingsrechten is vervallen</titel>
          </kop>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>IV:</nr>
            <titel>Overige bepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>16</nr>
              <titel>Nadere regels</titel>
            </kop>
            <al>Het dagelijks bestuur van GBLT kan nadere regels geven met betrekking
                            tot de heffing en invordering van de reinigingsheffingen.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>17</nr>
              <titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De "Verordening Reinigingsheffingen 2015” van 8-12-2014, wordt
                                ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van
                                ingang van de heffing. Zij blijft van toepassing op de belastbare
                                feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de derde dag na
                                die van de bekendmaking.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2016.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening
                                Reinigingsheffingen 2016".</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>