<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>386894_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zwolle</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-01-21</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 23-12-2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Reinigingsheffingen 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 10.23 Wet Milieubeheer</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-07</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-07-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2015-12.07</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>belastingen en heffingen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Welke regels gelden er voor het aanbieden en verwijderen van afval ?</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing
                            en reinigingsrechten 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>: Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Inleidende bepaling</titel></kop><al>Krachtens deze verordening worden geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>een afvalstoffenheffing;</al><al>b. reinigingsrechten</al><al></al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>‘gebruik maken’ in hoofdstuk II Afvalstoffenheffing: gebruik
                                    maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer;</al></li><li nr="b."><al>GBLT: het openbaar lichaam Gemeenschappelijk Belastingkantoor
                                    Lococensus Tricijn.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II:</nr><titel>Afvalstoffenheffing</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aard van de belasting en belastbaar feit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder de naam "afvalstoffenheffing" wordt een directe belasting
                                geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening wordt naar
                                afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van
                                een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en
                                10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van
                                huishoudelijke afvalstoffen geldt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de
                            omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt
                            recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien
                            waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer
                            een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen
                            geldt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing en tarief</titel></kop><al>De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar indien het perceel
                            op 1 januari van het belastingjaar, of indien de belastingplicht
                            aanvangt in de loop van het belastingjaar bij de aanvang van de
                            belastingplicht, wordt gebruikt door:</al><lijst><li nr="1."><al>één persoon € 212,48</al></li><li nr="2."><al>meer dan één persoon € 265,60</al></li></lijst><al>Voor de vaststelling van de gebruikssituatie is beslissend hetgeen
                            terzake, aan het begin van het belastingjaar of indien de
                            belastingplicht aanvangt in de loop van het belastingjaar bij de aanvang
                            van de belastingplicht, in de basisregistratie personen is
                            geregistreerd, tenzij blijkt dat de gebruikssituatie anders is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt geheven bij wege van aanslag.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar
                                tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of,
                                zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt,
                                is de belasting verschuldigd voor zoveel driehonderdvijfenzestigste
                                gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat
                                jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle etmalen
                                overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt,
                                bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel
                                driehonderdvijfenzestigste gedeelten van de voor dat jaar
                                verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de
                                belastingplicht, nog volle etmalen overblijven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de
                                belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander
                                perceel in feitelijk gebruik neemt, bij een gelijkblijvende
                                gebruikssituatie.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Belastingaanslagen van minder dan € 5,00 worden niet opgelegd. Voor
                                de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van de op één
                                aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één
                                belastingaanslag.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien de belastingplicht is beëindigd na de dagtekening van de
                                aanslag, kan de belastingplichtige een aanvraag tot ontheffing
                                indienen bij de ambtenaar belast met de heffing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                moeten de aanslagen dan wel op één aanslagbiljet verenigde aanslagen
                                worden betaald in één termijn welke vervalt twee maanden na de
                                dagtekening van het aanslagbiljet. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990
                                en in afwijking van artikel 9, eerste lid en derde lid, van deze
                                verordening, moeten de aanslagen dan wel op één aanslagbiljet
                                verenigde aanslagen gemeentelijke heffingen met een totaalbedrag
                                groter dan € 4.500,00, waarvan de dagtekening in het desbetreffende
                                belastingjaar ligt en waarvoor de belastingplichtige een machtiging
                                heeft afgegeven om deze af te schrijven door middel van automatische
                                incasso, worden betaald in één termijn welke vervalt twee maanden na
                                de dagtekening van het aanslagbiljet. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                en in afwijking van artikel 9, eerste lid, van deze verordening
                                dienen de aanslagen, waarvan de dagtekening in het desbetreffende
                                belastingjaar ligt en waarvoor de belastingplichtige een machtiging
                                heeft afgegeven om deze af te schrijven door middel van automatische
                                incasso, te worden betaald in zoveel gelijke maandelijkse termijnen
                                als er na de dagtekening van de aanslag nog in het desbetreffende
                                heffingsjaar volle dan wel gedeeltelijke kalendermaanden resteren,
                                met dien verstande dat het aantal maandelijkse termijnen tenminste
                                zes bedraagt. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening
                                van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een
                                maand later. Voor de overige aanslagen geldt onverkort de in lid 1
                                van dit artikel vermelde betalingstermijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op het bepaalde in lid 3 van artikel 9 van deze verordening geldt
                                als restrictie dat het bedrag per afschrijving op het totaalbedrag
                                van het desbetreffende aanslagbiljet niet minder dan € 5,00
                                bedraagt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                                voorgaande leden gestelde termijnen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III:</nr><titel>Reinigingsrechten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam "reinigingsrechten" wordt een recht geheven voor het genot
                            van door het gemeentebestuur verstrekte diensten, bestaande uit:</al><al></al><lijst><li nr="a."><al>het eenmaal per week verwijderen van bedrijfsafval van beperkte
                                    omvang, aangeboden in minicontainers, danwel;</al></li><li nr="b."><al>het maximaal 13 maal per maand ontsluiten van een
                                    verzamelsysteem door middel van een milieupas of toegangspas
                                    voor het aanbieden van bedrijfsafval van beperkte omvang. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten
                            behoeve van wie de dienst wordt verricht.</al><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12 Maatstaf van heffing en tarief</nr></kop><al>Het recht voor het eenmaal per week verrichten van de in artikel 10
                            onder a bedoelde diensten bedraagt € 265,60 (incl. BTW) per
                            minicontainer, per belastingjaar. Het recht voor het 13 maal per maand
                            ontsluiten van het verzamelsysteem bedraagt € 265,60 (incl.BTW) per
                            belastingjaar.</al><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr></kop><al>De in de artikelen 7 en 9 vermelde bepalingen zijn onverminderd van
                            toepassing op het recht als bedoeld in artikel 12.</al><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar
                                tijdsgelang</titel></kop><al></al><lijst><li nr="1."><al>Het recht is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar
                                    of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></li><li nr="2."><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar
                                    aanvangt, is het recht verschuldigd voor zoveel
                                    driehonderdvijfenzestigste gedeelten van het voor dat jaar
                                    verschuldigde recht als er in dat jaar, na de aanvang van de
                                    belastingplicht, nog volle etmalen overblijven.</al></li><li nr="3."><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar
                                    eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel
                                    driehonderdvijfenzestigste gedeelten van het voor dat jaar
                                    verschuldigde recht als er in dat jaar, na het einde van de
                                    belastingplicht, nog volle etmalen overblijven.</al></li><li nr="4."><al>Belastingaanslagen van minder dan € 5,00 worden niet opgelegd.
                                    Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van de
                                    op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één
                                    belastingaanslag.</al></li><li nr="5."><al>Indien de belastingplicht is beëindigd na de dagtekening van de
                                    aanslag, kan de belastingplichtige een aanvraag tot ontheffing
                                    indienen bij de ambtenaar belast met de heffing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Vrijstelling</titel></kop><al>Het recht wordt niet geheven voor de eerste container terzake van een
                            perceel, in - of aanpandig van een perceel, terzake waarvan de
                            belastingplichtige eveneens in de heffing bedoeld in artikel 3 van deze
                            verordening is betrokken.</al><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Het bepaalde in artikel 26 van de Invorderingswet 1990 inzake de
                            verlening van kwijtschelding vindt geen toepassing op de invordering van
                            de reinigingsrechten.</al><al></al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV:</nr><titel>Overige bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Het dagelijks bestuur van GBLT kan nadere regels geven met betrekking
                            tot de heffing en invordering van de reinigingsheffingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De "Verordening Reinigingsheffingen 2015” van 8-12-2014, wordt
                                ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van
                                ingang van de heffing. Zij blijft van toepassing op de belastbare
                                feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de derde dag na
                                die van de bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2016.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening
                                Reinigingsheffingen 2016".</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>