<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>386553_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene plaatselijke verordening gemeente Doetinchem 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Doetinchem</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-12-18</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-32088.html?zoekcriteria=%3fzkt%3dUitgebreid%26pst%3dGemeenteblad%26vrt%3dalgemene%2bplaatselijke%2bverordening%2bdoetinchem%26zkd%3dInDeGeheleText%26dpr%3dAlle%26spd%3d20160323%26epd%3d20160323%26sdt%3dDatumPublicatie%26ap%3d%26pnr%3d1%26rpp%3d10&amp;resultIndex=1&amp;sorttype=1&amp;sortorder=4">Gemeenteblad 2016/32088</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene plaatselijke verordening gemeente Doetinchem 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="BWB://1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=149">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankrecht</dcterms:rights><dcterms:source resourceIdentifier="BWB://1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=154">Gemeentewet, art. 154</dcterms:source><dcterms:issued>2015-12-17</dcterms:issued><dcterms:source resourceIdentifier="BWB://1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=174">Gemeentewet, art. 174</dcterms:source></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-03-22</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-06-15</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling </overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp></overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De Algemene plaatselijke verordening gemeente Doetinchem vervangt de Algemene
                    plaatselijke verordening gemeente Doetinchem 2009</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene plaatselijke verordening gemeente Doetinchem 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Doetinchem;</al><al></al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders over
                        herziening Algemene plaatselijke verordening Doetinchem;</al><al></al><al>gelet op de artikelen 149, 154 en 174 van de Gemeentewet;</al><al></al><al>b e s l u i t:</al><al></al><al>de Algemene plaatselijke verordening gemeente Doetinchem 2016 vast te
                        stellen.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>openbare plaats: hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare
                                    manifestaties daaronder wordt verstaan;</al></li><li nr="b."><al>weg: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder b van de
                                    Wegenverkeerswet daaronder wordt verstaan;</al></li><li nr="c."><al>openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op
                                    andere wijze toegankelijk zijn;</al></li><li nr="d."><al>bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld
                                    op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="e."><al>rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft
                                    krachtens een zakelijk of persoonlijk recht;</al></li><li nr="f."><al>bouwwerk: bouwwerk als bedoeld in artikel 1 van de
                                    Bouwverordening van de gemeente Doetinchem;</al></li><li nr="g."><al>gebouw: gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c van
                                    de Woningwet;</al></li><li nr="h."><al>handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of
                                    diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang
                                    te dienen;</al></li><li nr="i."><al>bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van
                                    een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld
                                    in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of
                                    ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:2</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
                                vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst
                                van de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken
                                verlengen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene
                                bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een
                                aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2:11, tweede lid,
                                aanhef en onder a of artikel 4:11.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:3</nr><titel>Indiening aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
                                ingediend minder dan zes weken vóór het tijdstip waarop de aanvrager
                                de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het bestuursorgaan
                                besluiten de aanvraag niet te behandelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen, vergunningen
                                of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde termijn worden
                                verlengd tot ten hoogste twaalf weken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:4</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen
                                worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts
                                tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de
                                vergunning of ontheffing is vereist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is
                                verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te
                                komen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:5</nr><titel>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze
                            verordening anders is bepaald.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:6</nr><titel>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens
                                    zijn verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                    inzichten, opgetreden na het verlenen van de ontheffing of
                                    vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het
                                    belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of
                                    ontheffing is vereist;</al></li><li nr="c."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                    voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
                                    gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het
                                    ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke
                                    termijn;</al></li><li nr="e."><al>indien de houder dit verzoekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:7</nr><titel>Termijnen</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de
                            vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning
                            of ontheffing zich daartegen verzet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:8</nr><titel>Weigeringgronden</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan door het daartoe bevoegde gezag worden
                            geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>de openbare veiligheid;</al></li><li nr="c."><al>de volksgezondheid;</al></li><li nr="d."><al>de bescherming van het milieu.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:9</nr><titel>Lex silencio positivo</titel></kop><al>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                            beschikking bij niet tijdig beslissen) is van toepassing voor de
                            volgende artikelen in deze verordening:</al><lijst><li nr="-"><al>Artikel 2:9 Ontheffing van het verbod optreden als
                                    straatartiest;</al></li><li nr="-"><al>Artikel 5:8 Parkeren grote voertuigen;</al></li><li nr="-"><al>Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen;</al></li><li nr="-"><al>Artikel 5:23 Vergunning organisatie snuffelmarkt;</al></li><li nr="-"><al>Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:10</nr><titel>Lex silencio positivo niet van toepassing</titel></kop><al>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                            beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de
                            volgende artikelen in deze verordening:</al><lijst><li nr="-"><al>Artikel 2:10 Het plaatsen van voorwerpen op of aan de openbare
                                    plaats in strijd met de publieke functie ervan;</al></li><li nr="-"><al>Artikel 2:23A (Slaap)verblijf op een openbare plaats;</al></li><li nr="-"><al>Artikel 2:25 Vergunning evenementen;</al></li><li nr="-"><al>Artikel 2:28 Exploitatievergunning horeca;</al></li><li nr="-"><al>Artikel 2:28A Terrassen;</al></li><li nr="-"><al>Artikel 2:29 Sluitingstijd;</al></li><li nr="-"><al>Artikel 2:39 Exploitatievergunning speelgelegenheid;</al></li><li nr="-"><al>Artikel 2:67 Verplichting met betrekking tot het
                                    verkoopregister</al></li><li nr="-"><al>Artikel 3:4 Vergunning seksinrichting;</al></li><li nr="-"><al>Artikel 4:18 Ontheffing van het verbod tot recreatief
                                    nachtverblijf buiten kampeerterreinen;</al></li><li nr="-"><al>Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</al></li><li nr="-"><al>Artikel 5:15 Ventverbod;</al></li><li nr="-"><al>Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringgronden;</al></li><li nr="-"><al>Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>OPENBARE ORDE</titel></kop><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>1.</nr><titel>BESTRIJDING VAN ONGEREGELDHEDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:1</nr><titel>Samenscholing en ongeregeldheden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op een openbare plaats:</al><lijst><li nr="a."><al>deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te
                                                dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven
                                                tot ongeregeldheden.</al></li><li nr="b."><al>iemand uit te jouwen, na te schreeuwen of met
                                                aanstootgevende taal lastig te vallen of op een
                                                andere wijze overlast aan te doen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Degene die op een openbare plaats:</al><lijst><li nr="a."><al>aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden
                                                ontstaan of dreigen te ontstaan;</al></li><li nr="b."><al>aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft
                                                tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden
                                                ontstaan of dreigen te ontstaan; of</al></li><li nr="c."><al>zich bevindt in of aanwezig is bij een
                                                samenscholing;</al></li></lijst></li></lijst><al>is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te
                                vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te
                                verwijderen.</al><lijst><li nr="3."><al>Het is verboden zich te begeven of te bevinden op een
                                        openbare plaats die door of vanwege het bevoegd gezag in het
                                        belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van
                                        wanordelijkheden zijn afgezet.</al></li><li nr="4."><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde
                                        lid gestelde verbod.</al></li><li nr="5."><al>Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor
                                        betogingen, vergaderingen en godsdienstige en
                                        levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet
                                        openbare manifestaties.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>2.</nr><titel>BETOGINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:2</nr><titel>Optochten</titel></kop><al></al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>(gereserveerd)</titel></kop><afdeling><kop><label></label><nr></nr><titel></titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:3</nr><titel>Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een
                                    betoging te houden, geeft daarvan voor de openbare aankondiging
                                    en ten minste 72 uur voordat de betoging wordt gehouden,
                                    schriftelijk kennis aan de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De kennisgeving bevat:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>naam en adres van degene die de betoging houdt;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het doel van de betoging;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van
                                    aanvang en van beëindiging;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>de plaats en, voor zover van toepassing, de route en de plaats
                                    van beëindiging;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>maatregelen die degene die de betoging houdt, zal treffen om een
                                    regelmatig verloop te bevorderen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs
                                    waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op
                                    een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een
                                    algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan
                                    uiterlijk 12.00 uur op de aan de dag van dat tijdstip
                                    voorafgaande werkdag.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het
                                    eerste lid genoemde termijn verkorten en een mondelinge
                                    kennisgeving in behandeling nemen.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>3.</nr><titel>VERSPREIDEN VAN GEDRUKTE STUKKEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:6</nr><titel>Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken
                                    of afbeeldingen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>4.</nr><titel>VERTONINGEN EN DERGELIJKE OP DE WEG</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:7</nr><titel>Feest, muziek en wedstrijd en dergelijke</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:8</nr><titel>Dienstverlening</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:9</nr><titel>Straatartiest</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden ten behoeve van het publiek als straatartiest,
                                    straatfotograaf, film- operateur of gids op te treden op door de
                                    burgemeester aangewezen openbare plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan de werking van het verbod beperken tot
                                    bepaalde dagen en uren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>5.</nr><titel>BRUIKBAARHEID EN AANZIEN VAN DE WEG</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:10</nr><titel>Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd met de
                                    publieke functie ervan</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken
                                    dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert
                                    voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig
                                    gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het
                                    doelmatig beheer en onderhoud van de weg;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de
                                    omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder
                                    geval sprake wanneer niet tenminste een vrije doorgang van 1,5 m
                                    wordt gelaten op voetpaden en van 4,5 m op de rijbaan voor
                                    fietsers of gemotoriseerd verkeer.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van het
                                    plaatsen van uitstallingen, reclame-uitingen, hinderlijke
                                    beplanting, containers en andere nader te bepalen objecten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan in incidentele gevallen ontheffing verlenen van
                                    het in het eerste lid gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>evenementen als bedoeld in artikel 2:24;</al></li><li nr="b."><al>standplaatsen als bedoeld in artikel 5:18.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid van dit artikel geldt niet voor
                                    zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de
                                    Wet beheer rijkswaterstaatswerken, artikel 5 van de
                                    Wegenverkeerswet, of het provinciaal Wegenreglement.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:11</nr><titel>Aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag een weg
                                    aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te
                                    graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te
                                    veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van
                                    aanleg van een weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning wordt verleend: </al><lijst><li nr="a."><al>als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien
                                            de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan,
                                            beheersverordening, exploitatieplan of
                                            voorbereidingsbesluit; of</al></li><li nr="b."><al>door het college in de overige gevallen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor overheden bij het
                                    uitvoeren van hun publieke taak.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod geldt niet op situaties waarin wordt voorzien door
                                    het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, het provinciaal Wegenreglement, de
                                    Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de
                                    Telecommunicatieverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:12</nr><titel>Maken, veranderen van een uitweg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een uitweg te
                                    maken naar de weg of verandering aan te brengen in een bestaande
                                    uitweg naar de weg. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning
                                    worden geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>ter voorkoming van gevaar voor het verkeer op de
                                            weg;</al></li><li nr="b."><al>indien dat zonder noodzaak ten koste gaat van een
                                            openbare parkeerplaats;</al></li><li nr="c."><al>indien het openbaar groen daardoor op onaanvaardbare
                                            wijze wordt aangetast; of</al></li><li nr="d."><al>indien er sprake is van een uitweg van een perceel dat
                                            al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg
                                            van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare
                                            parkeerplaats of het openbaar groen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of het provinciaal
                                    Wegenreglement.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>[vervallen]</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>6.</nr><titel>VEILIGHEID OP DE WEG EN EEN OPENBARE PLAATS</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:13</nr><titel>Veroorzaken van gladheid</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:14</nr><titel>Winkelwagentjes</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:15</nr><titel>Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:16</nr><titel>Openen straatkolken en dergelijke</titel></kop><al>Het is degene die daartoe niet bevoegd is verboden een straatkolk,
                                rioolput, brandkraan of enigerlei andere afsluiting die behoort tot
                                een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te maken of af
                                te dekken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:17</nr><titel>Kelderingangen en dergelijke</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:18</nr><titel>Rookverbod in bossen en natuurterreinen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:19</nr><titel>Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:20</nr><titel>Vallende voorwerpen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:21</nr><titel>Voorzieningen voor verkeer en verlichting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat
                                    op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten
                                    behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden
                                    aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door de Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet, of de
                                    Belemmeringenwet Privaatrecht (BP).</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:21A</nr><titel>Verwijdering en dergelijke voorzieningen voor verkeer en
                                    verlichting</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:22</nr><titel>Objecten onder hoogspanningslijn</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:23</nr><titel>Veiligheid op het ijs</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:23A</nr><titel>(Slaap)verblijf op een openbare plaats</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden de weg als slaapplaats te gebruiken of op of aan
                                    de weg een voertuig, woonwagen, tent of ander onderkomen als
                                    slaapplaats te gebruiken, daarin te overnachten of daartoe
                                    gelegenheid te bieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op door het
                                    college aangewezen plaatsen en niet voor vrachtwagenchauffeurs
                                    die bij de uitoefening van hun beroep in de cabine van hun
                                    vrachtwagen overnachten.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>7.</nr><titel>EVENEMENTEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:24</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder een groot evenement verstaan: elke
                                    voor het publiek toegankelijke verrichting van vermaak met een
                                    verwacht bezoekers/deelnemers aantal van meer dan 2000.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder een middelgroot evenement verstaan:
                                    elke voor het publiek toegankelijke verrichting van vermaak met
                                    een verwacht bezoekers/deelnemers aantal van 200-2000.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder een klein evenement verstaan: elke
                                    voor het publiek toegankelijke verrichting van vermaak met een
                                    verwacht bezoekers/deelnemers aantal van minder dan 200.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onder een evenement zijn niet begrepen:</al><lijst><li nr="a."><al>bioscoopvoorstellingen;</al></li><li nr="b."><al>markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h,
                                            van de Gemeentewet en artikel 5:22 van deze
                                            verordening;</al></li><li nr="c."><al>kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="d."><al>het in een inrichting in de zin van de Drank- en
                                            Horecawet gelegenheid geven tot dansen;</al></li><li nr="e."><al>betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in
                                            de Wet openbare manifestaties;</al></li><li nr="f."><al>activiteiten als bedoeld in de artikelen 2:9 en 2:39 van
                                            deze verordening.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Onder een evenement wordt mede verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een herdenkingsplechtigheid;</al></li><li nr="b."><al>een braderie;</al></li><li nr="c."><al>een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in
                                            artikel 2:3, op de weg;</al></li><li nr="d."><al>een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de
                                            weg;</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:25</nr><titel>Evenement</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de
                                    burgemeester een evenement te organiseren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor eendaagse
                                    evenementen, indien:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>er minder dan 200 bezoekers dan wel deelnemers worden
                                    verwacht;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>er geen afzetting van de openbare weg nodig is en/of er geen
                                    omleiding moet worden geplaatst;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>er geen gebruik wordt gemaakt van een gebruiksvergunningplichtig
                                    tijdelijk bouwwerk zoals een tent of overkapping; </al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>er geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 07.00 of na 23.00
                                    uur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester stelt nadere algemene voorschriften ten behoeve
                                    van evenementen die overeenkomstig het bepaalde in het tweede
                                    lid zijn vrijgesteld van een evenementenvergunning als bedoeld
                                    in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod van het eerste lid geldt niet voor een wedstrijd op
                                    of aan de weg, voor zover in het geregeld onderwerp wordt
                                    voorzien door artikel 10 juncto 148 van de Wegenverkeerswet
                                    1994.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 1:2, eerste lid kan de
                                    burgemeester besluiten een aanvraag voor een vergunning voor een
                                    groot of middelgroot evenement niet te behandelen, indien deze
                                    aanvraag wordt ingediend minder dan twaalf weken voor het
                                    tijdstip waarop de aanvrager de vergunning nodig heeft.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De burgemeester kan voorts besluiten aanvragen niet te
                                    behandelen, indien grote en middelgrote evenementen en
                                    collectieve festiviteiten als bedoeld in artikel 4:2 niet tijdig
                                    zijn aangemeld ten behoeve van de evenementenkalender. Het
                                    college bepaalt in het jaar voorafgaand aan het nieuwe
                                    evenementenkalenderjaar voor welke datum de aanmeldingen dienen
                                    te zijn ingediend bij het college. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:26</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al>Het is verboden bij een evenement als bedoeld in de artikelen 2:25
                                de orde te verstoren.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>7</nr><titel>A BETAALD-VOETBALWEDSTRIJDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:26A.1</nr><titel>Betaald-voetbalwedstrijden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de toepassing van dit artikel wordt onder organisator
                                    verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>de betaald-voetbalorganisatie Betaald Voetbal De
                                            Graafschap bv indien het betreft een voetbalwedstrijd
                                            waarbij het eerste elftal van die vereniging als
                                            thuisspelende ploeg is betrokken, uitgezonderd
                                            wedstrijden buiten enig competitieverband tegen een
                                            amateur-voetbalorganisatie;</al></li><li nr="b."><al>de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond, indien het
                                            betreft een voetbalwedstrijd tussen voetbalorganisaties
                                            afkomstig buiten de gemeente Doetinchem, waarbij ten
                                            minste een betaald-voetbalorganisatie is betrokken en
                                            indien het betreft een interland;</al></li><li nr="c."><al>degene die buiten de gevallen, genoemd onder a en b, een
                                            voetbalwedstrijd organiseert, waarbij ten minste een
                                            betaald-voetbalorganisatie is betrokken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is de organisator als bedoeld in het eerste lid verboden een
                                    voetbalwedstrijd te houden zonder vergunning van de
                                    burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan het doen spelen van een voetbalwedstrijd
                                    verbieden:</al><lijst><li nr="a."><al> uit vrees voor het ontstaan van ernstige verstoring van
                                            de openbare orde of veiligheid;</al></li><li nr="b."><al>indien de aan de vergunning verbonden voorschriften niet
                                            worden nageleefd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is verboden een voetbalwedstrijd te doen spelen, indien een
                                    verbod, als bedoeld in het derde lid is uitgevaardigd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:26A.2</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al>Het is verboden bij een voetbalwedstrijd als bedoeld in artikel
                                2:65A.1 de orde te verstoren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:26A.3</nr><titel>Hinderlijk gedrag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden bij een voetbalwedstrijd als bedoeld in artikel
                                    2:26A.1 onnodig op te dringen, door uitdagend gedrag aanleiding
                                    te geven tot wanordelijkheden of wanordelijkheden te
                                    veroorzaken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Naast het bepaalde bij of krachtens de Wet wapens en munitie is
                                    het verboden bij een voetbalwedstrijd als bedoeld in artikel
                                    2:26A.1 messen, knuppels, slagwapens of andere voorwerpen die
                                    als wapen kunnen worden gebruikt, mee te voeren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Eenieder is verplicht bij een voetbalwedstrijd als bedoeld in
                                    artikel 2:26A.1 alle aanwijzingen van ambtenaren van politie en
                                    brandweer in het belang van de openbare orde of veiligheid
                                    terstond en stipt op te volgen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:26A.4</nr><titel>Supportersstromen en bestuurlijke ophouding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Al degenen die behoren tot de supportersaanhang van een
                                    bezoekende betaald-voetbalclub en dat door bijvoorbeeld kleding,
                                    uitrusting, gedragingen of anderszins kenbaar maken en in het
                                    bezit zijn van een geldig toegangsbewijs voor de te bezoeken
                                    wedstrijd zijn verplicht om, indien sprake is van verstoring van
                                    de openbare orde of ernstige vrees voor het ontstaan daarvan,
                                    hun weg naar het stadion te vervolgen zodra ze de gemeente
                                    bereiken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Al degenen die behoren tot de supportersvereniging van een
                                    bezoekende betaald- voetbalclub en dat door bijvoorbeeld
                                    kleding, uitrusting, gedraging of anderszins kenbaar maken zijn
                                    verplicht om, indien sprake is van verstoring van de openbare
                                    orde of ernstige vrees bestaat voor het ontstaan daarvan, direct
                                    na afloop van de wedstrijd te vertrekken uit de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Al degenen die behoren tot de supportersaanhang van een
                                    bezoekende betaald-voetbalclub en dat door bijvoorbeeld kleding,
                                    uitrusting, gedragingen of anderszins kenbaar maken en niet in
                                    het bezit zijn van een geldig plaatsbewijs voor de wedstrijd en
                                    op een of andere wijze de openbare orde verstoren of ernstig
                                    dreigen te verstoren dan wel racistisch gedrag vertonen of
                                    racistische uitlatingen doen, zijn verplicht zich op eerste
                                    aanzegging van de politie buiten de gemeentegrenzen te begeven
                                    in een door de politie aan te geven route en richting, behalve
                                    indien zij woonachtig zijn in de gemeente Doetinchem.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8.</nr><titel>TOEZICHT OP OPENBARE INRICHTINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:27</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>1.In deze afdeling wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>openbare inrichting: </al><lijst><li nr="i."><al>een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria,
                                                snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis;</al></li><li nr="ii."><al>elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten
                                                ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof
                                                zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of
                                                dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen
                                                voor directe consumptie worden verstrekt of
                                                bereid.</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>terras: een buiten de besloten ruimte van de openbare
                                        inrichting liggend deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid
                                        kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen
                                        worden geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen
                                        worden bereid of verstrekt en/of waar rookwaren kunnen
                                        worden genuttigd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:28</nr><titel>Exploitatievergunning openbare inrichting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder
                                    vergunning van de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning indien de vestiging of
                                    exploitatie van het openbare inrichting in strijd is met een
                                    geldend bestemmingsplan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning
                                    geheel of gedeeltelijk weigeren, indien naar zijn oordeel moet
                                    worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving
                                    van het openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare
                                    wijze nadelig wordt beïnvloed.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de toepassing van de in het derde lid genoemde
                                    weigeringgronden houdt de burgemeester rekening met het karakter
                                    van de straat en de wijk waarin de openbare inrichting is
                                    gelegen of zal zijn gelegen, de aard van de openbare inrichting
                                    en de spanning waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds
                                    blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het eerste lid geldt niet voor een openbare inrichting waarvoor
                                    tevens op grond van artikel 3 van de Drank- en Horecawet een
                                    vergunning is vereist. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich
                                    bevindt in:</al><lijst><li nr="a."><al>een winkel als bedoeld in artikel 1 van de
                                            Winkeltijdenwet voor zover de horeca een nevenactiviteit
                                            is van de winkelactiviteit;</al></li><li nr="b."><al>een zorginstelling, uitvaartcentrum of ziekenhuis;</al></li><li nr="c."><al>een museum;</al></li><li nr="d."><al>een bedrijfskantine, sportkantine of een buurt- en
                                            clubhuizen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>[vervallen]</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:28A</nr><titel>Terrassen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 2:10, eerste lid is het
                                    verboden zonder vergunning van de burgemeester een of meer
                                    terrassen op de weg te hebben of in te richten indien dit terras
                                    of deze terrassen behoren bij een openbare inrichting als
                                    bedoeld in artikel 2:27 eerste lid. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester
                                    de vergunning als bedoeld in het eerste lid weigeren of
                                    intrekken:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg dan wel
                                    gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het
                                    doelmatig en veilig gebruik daarvan;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>indien dat gebruik een belemmering kan worden voor het doelmatig
                                    beheer en onderhoud aan de weg;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en
                                    leefsituatie in de omgeving van het terras of de openbare orde
                                    op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De terrasvergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend
                                    voor een periode van vijf jaar.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste en tweede lid geldt niet voor zover
                                    in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                    beheer rijkswaterstaatswerken of de Gelderse
                                    Wegenverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:29</nr><titel>Sluitingstijd</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de houder van een openbare inrichting verboden deze voor
                                    bezoekers geopend te hebben of daarin of aldaar bezoekers toe te
                                    laten of te laten verblijven op zaterdagen, zondagen en
                                    maandagen van 01.00 tot 06.00 uur en op de overige dagen van
                                    02.00 tot 06.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor een terras geldt een sluitingstijd van 24.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester is bevoegd voor de zaterdag, zondag en maandag
                                    tot 04.30 uur ontheffing te verlenen voor een openbare
                                    inrichting, waarvan de ondernemer het Horecaconvenant heeft
                                    ondertekend en tot 02.00 uur voor een daartoe behorend
                                    terras.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester is voorts bevoegd om in bijzondere gevallen
                                    ontheffing te verlenen van het bepaalde in het eerste en tweede
                                    lid. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het in het eerste, tweede, derde en vierde lid bepaalde geldt
                                    niet voor zover op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften
                                    van toepassing zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:30</nr><titel>Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde,
                                    veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval van
                                    bijzondere omstandigheden voor een of meer openbare inrichtingen
                                    of terrassen tijdelijk andere dan de krachtens artikel 2:29
                                    geldende sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting
                                    bevelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin
                                    artikel 13b van de Opiumwet voorziet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:31</nr><titel>Verboden gedragingen</titel></kop><al>Het is verboden in een openbare inrichting:</al><lijst><li nr="a."><al>de orde te verstoren;</al></li><li nr="b."><al>zich te bevinden na sluitingstijd of gedurende de tijd dat
                                        de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een
                                        besluit krachtens artikel 2:30, eerste lid;</al></li><li nr="c."><al>op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen
                                        die geen gebruik maken van het terras.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:32</nr><titel>Handel in openbare inrichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar als
                                    bedoeld in artikel 1 van de Algemene Maatregel van Bestuur op
                                    grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van
                                    Strafrecht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant van een openbare inrichting of een terras laat
                                    niet toe dat een handelaar of een voor hem handelend persoon in
                                    dat bedrijf enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enig andere
                                    wijze overdraagt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:33</nr><titel>Het college als bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>Indien een openbare inrichting geen inrichting is in de zin van
                                artikel 174 van de Gemeentewet, treedt het college op als bevoegd
                                bestuursorgaan bij de toepassing van artikel 2:28 tot en met
                                2:30.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34</nr><titel>(Het college als bevoegd bestuursorgaan)</titel></kop><al>[vervallen]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>8A</nr><titel>BIJZONDERE BEPALINGEN OVER HORECABEDRIJVEN ALS BEDOELD IN DE
                                DRANK- EN HORECAWET</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34a</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>de wet : de Drank- en Horecawet; </al></li><li nr="b."><al>vergunning : de vergunning als bedoeld in artikel 3 van
                                            de wet; </al></li><li nr="c."><al>paracommerciële inrichting : een inrichting waarin een
                                            paracommerciële rechtspersoon in eigen beheer het
                                            openbare inrichting exploiteert </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt onder de overige
                                    begrippen in deze verordening verstaan hetgeen de wet daaronder
                                    verstaat. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34b</nr><titel>Regels voor paracommerciële rechtspersonen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een paracommercieel rechtspersoon verstrekt in de door hem
                                    geëxploiteerde inrichting uitsluitend alcoholhoudende drank
                                    vanaf één uur voor aanvang tot uiterlijk één uur na beëindiging
                                    van de activiteiten die passen binnen de statutaire
                                    doelstellingen van de desbetreffende paracommerciële
                                    rechtspersoon. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in het eerste lid is het een
                                    paracommercieel rechtspersoon verboden om in de inrichting
                                    alcoholhoudende drank te verstrekken buiten de volgende dagen en
                                    tijden: </al><lijst><li nr="a."><al>op zaterdag, zondag en algemeen erkende feestdagen van
                                            10.00 tot 24.00 uur; </al></li><li nr="b."><al>op andere dagen van 18.00 tot 24.00 uur. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een paracommercieel rechtspersoon kan ten hoogste vijf keer per
                                    jaar alcoholhoudende drank verstrekken tijdens bijeenkomsten van
                                    persoonlijke aard of bijeenkomsten die gericht zijn op personen
                                    welke niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de
                                    desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn. Voor deze
                                    bijeenkomsten geldt dat geen reguliere horeca-activiteiten zijn
                                    toegestaan als bruiloften, partijen en personeelsfeesten. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is verboden in een paracommerciële inrichting
                                    alcoholhoudende drank te verstrekken gedurende de tijd dat deze
                                    inrichting wordt gebruikt voor activiteiten die geheel of in
                                    belangrijke mate zijn gericht op personen die de leeftijd van 18
                                    jaar nog niet hebben bereikt. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34c</nr><titel>Beperkingen voor horecabedrijven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet sterke drank
                                    te verstrekken in een inrichting: </al><lijst><li nr="a."><al>waarin of in een onderdeel waarvan uitsluitend of in
                                            hoofdzaak geringe eetwaren, zoals belegde broodjes,
                                            patat frites en dergelijke, worden verkocht; </al></li><li nr="b."><al>waarin onderwijs wordt gegeven; </al></li><li nr="c."><al>die of waarvan een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak
                                            in gebruik is bij jeugdorganisaties of -instellingen;
                                        </al></li><li nr="d."><al>die of waarvan een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak
                                            in gebruik is bij sportorganisaties of –instellingen;
                                        </al></li><li nr="e."><al>die of waarvan een onderdeel in gebruik is als
                                            wachtruimte voor passagiers van een
                                            openbaarvervoerbedrijf; </al></li><li nr="f."><al>die gelegen is op een kampeer- of caravanterrein. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan in het belang van de handhaving van de
                                    openbare orde, de veiligheid, de zedelijkheid of de
                                    volksgezondheid aan een vergunning als bedoeld in artikel 3 van
                                    de Drank- en Horecawet voorschriften verbinden en de vergunning
                                    beperken tot het verstrekken van zwakalcoholhoudende drank.
                                </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34d</nr><titel>Koppeling toegang aan leeftijden</titel></kop><al>[niet opgenomen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34e</nr><titel>Beperkingen voor andere detailhandel dan
                                    slijtersbedrijven</titel></kop><al>[niet opgenomen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34f</nr><titel>Verbod prijsacties horeca (‘happy hours’)</titel></kop><al>Het is verboden in een horecalokaliteit of op een terras
                                bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank te
                                verstrekken voor gebruik ter plaatse tegen een prijs die voor een
                                periode van 24 uur of korter lager is dan 60% van de prijs die daar
                                gewoonlijk wordt gevraagd.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>9.</nr><titel>TOEZICHT OP INRICHTINGEN TOT HET VERSCHAFFEN VAN
                                NACHTVERBLIJF</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:35</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:36</nr><titel>Kennisgeving exploitatie</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:37</nr><titel>Nachtregister</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:38</nr><titel>Verschaffing gegevens nachtregister</titel></kop><al>[gereserveerd] </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>10.</nr><titel>TOEZICHT OP SPEELGELEGENHEDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:39</nr><titel>Speelgelegenheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Dit artikel verstaat onder speelgelegenheid: een voor het
                                    publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een
                                    omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden
                                    enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare
                                    voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het
                                    verbod is niet van toepassing op:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c, eerste
                                    lid, onder b van de Wet op de kansspelen vergunning is
                                    verleend;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>speelgelegenheden waarvoor de minister van justitie of de Kamer
                                    van Koophandel bevoegd is vergunning te verlenen;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om het
                                    kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet op de
                                    kansspelen te beoefenen of te spelen op speelautomaten als
                                    bedoeld in artikel 30 van de Wet op de kansspelen of de
                                    handeling als bedoeld in artikel 1, onder a, van de Wet op de
                                    kansspelen te verrichten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en
                                    leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de
                                    openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed
                                    door de exploitatie van de speelgelegenheid;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>indien de exploitatie van een speelgelegenheid in strijd is met
                                    een geldend bestemmings-plan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40</nr><titel>Speelautomaten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In artikel 2:40 en artikel 2.40A wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>wet: de Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="b."><al>kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30,
                                            onder c van de wet;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al> hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel
                                    30, onder d van de wet;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al> laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel
                                    30, onder e van de wet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In hoogdrempelige inrichtingen zijn twee kansspelautomaten
                                    toegestaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten niet
                                    toegestaan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een aanwezigheidsvergunning wordt verstrekt voor maximaal vier
                                    jaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40A</nr><titel>Speelautomatenhal</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een speelautomatenhal is een inrichting, zoals bedoeld in
                                    artikel 30 c, eerste lid onder c van de Wet bestemd om het
                                    publiek de gelegenheid te geven een spel door middel van
                                    speelautomaten te beoefenen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan voor ten hoogste een speelautomatenhal een
                                    vergunning verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorwaarden waaronder de burgemeester een vergunning voor een
                                    speelautomatenhal verleent, zijn opgenomen in de Verordening op
                                    de speelautomatenhallen Doetinchem 2009.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>11.</nr><titel>MAATREGELEN TEGEN OVERLAST, INBRAAK EN BALDADIGHEID</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:41</nr><titel>Betreden gesloten woning of lokaal</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder ontheffing van de burgemeester een
                                    krachtens artikel 174a van de Gemeentewet gesloten woning een
                                    niet voor het publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning
                                    of dat lokaal behorend erf te betreden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder ontheffing van de burgemeester een
                                    krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning, een niet
                                    voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat
                                    lokaal behorend erf, een voor het publiek toegankelijk lokaal of
                                    bij dat lokaal behorend erf te betreden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in de
                                    woning of het lokaal wegens dringende reden noodzakelijk
                                    is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:42</nr><titel>Plakken en kladden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen
                                    of te bekladden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de
                                    rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding
                                    aan te plakken, te doen aanplakken, op andere wijze aan te
                                    brengen of te doen aanbrengen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>met kalk, krijt, teer of een kleur of verfstof een afbeelding,
                                    letter, cijfer of teken aan te brengen of te doen
                                    aanbrengen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                    indien gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het is verboden de in het vierde lid bedoelde aanplakborden te
                                    gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen die geen betrekking mogen
                                    hebben op de inhoud van de meningsuitingen en
                                    bekendmakingen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke
                                    toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op
                                    diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:43</nr><titel>Vervoer plakgereedschap en dergelijke</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op de weg of op openbaar water te vervoeren of
                                    bij zich te hebben enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer,
                                    kleur of verfstof of verfgereedschap.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing, indien de genoemde materialen
                                    of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor
                                    handelingen als verboden in artikel 2:42.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:44</nr><titel>Vervoer inbrekerswerktuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te
                                    vervoeren of bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing indien de bedoelde werktuigen
                                    niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zich onrechtmatig de
                                    toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig
                                    sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van
                                    braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te
                                    voorkomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:44A</nr><titel>Vervoer geprepareerde voorwerpen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op de weg of in de nabijheid van winkels te
                                    vervoeren of bij zich te hebben een voorwerp dat er kennelijk
                                    toe is uitgerust om het plegen van (winkel)diefstal te
                                    vergemakkelijken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                    indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de in dat lid
                                    bedoelde voorwerp niet bestemd is voor de in dat lid bedoelde
                                    handelingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:44B</nr><titel>Dragen gevaarlijke voorwerpen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats, met inbegrip van daaraan
                                    gelegen voor publiek toegankelijke gebouwen en terreinen, een
                                    mes, slagwapen, knuppel, katapult, pijl en boog of een ander
                                    voorwerp dat als wapen kan worden gebruikt, openlijk bij zich te
                                    dragen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor wapens
                                    behorende tot de categorieën I, II, III en IV van de Wet wapens
                                    en munitie en voor zover door het bij zich dragen van deze
                                    voorwerpen de openbare orde of veiligheid niet in gevaar komt of
                                    kan komen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:45</nr><titel>Betreden van plantsoenen en dergelijke</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:46</nr><titel>Rijden over bermen en dergelijke</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:47</nr><titel>Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op een openbare plaats te klimmen of zich te bevinden op een
                                    beeld, monument, overkapping, constructie, openbare
                                    toiletgelegenheid, voertuig, hekheining of andere afsluiting,
                                    verkeersmeubilair en daarvoor niet bestemd straatmeubilair;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>zich op een openbare plaats zodanig op te houden dat aan
                                    weggebruikers of bewoners van nabij de weg gelegen woningen
                                    onnodig overlast of hinder wordt veroorzaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door artikelen 424, 426bis of 431 van
                                    het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet
                                    1994.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:48</nr><titel>Hinderlijk drankgebruik</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is voor personen die de leeftijd van achttien jaar hebben
                                    bereikt verboden op een openbare plaats binnen de bebouwde kom
                                    of een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het
                                    college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te gebruiken of
                                    aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende
                                    drank bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op: </al><lijst><li nr="a."><al>een terras dat behoort bij een horecabedrijf als bedoeld
                                            in artikel 1 van de Drank- en Horecawet; en</al></li><li nr="b."><al>een andere plaats dan een horecabedrijf als bedoeld
                                            onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel
                                            35 van de Drank en Horecawet.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:48A</nr><titel>Hinderlijk drankgebruik op schoolpleinen en
                                    dergelijke</titel></kop><al>Het is verboden alcoholhoudende drank te nuttigen of al dan niet
                                aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank
                                bij zich te hebben op schoolpleinen, kinderspeelplaatsen,
                                speelvelden, delen van een openbare plaats waarop
                                kinderstraatmeubilair is geplaatst, zandbakken, trApvelden en
                                hangplekken, alsmede het gebied binnen een afstand van 100 meter van
                                de buitenste grenzen van deze plaatsen en objecten. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:49</nr><titel>Verboden gedrag bij of in gebouwen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te
                                    houden;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of een
                                    drempel van een gebouw te zitten of te liggen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van flatgebouwen,
                                    appartementsgebouwen en soortgelijke meer-gezinshuizen en van
                                    gebouwen die voor publiek toegankelijk zijn, verboden zich
                                    zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk
                                    gebruik bestemde ruimte van zo'n gebouw.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:50</nr><titel>Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke
                                    ruimten</titel></kop><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen
                                hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek
                                toegankelijk portaal, telefooncel, wachtlokaal voor een openbaar
                                vervoermiddel, parkeergarage, rijwielstalling of een andere
                                soortgelijke, voor het publiek toegankelijke ruimte dan wel deze te
                                verontreinigen of te bezigen voor een ander doel dan waarvoor de
                                desbetreffende ruimte is bestemd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:51</nr><titel>Neerzetten van fietsen en dergelijke</titel></kop><al>Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te
                                plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur,
                                de gevel van een gebouw dan wel in de ingang van een portiek
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al>dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de
                                        gebruiker van dat gebouw of dat portiek;</al></li><li nr="b."><al>daardoor die ingang wordt versperd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:52</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein en
                                    dergelijke</titel></kop><al>Het is verboden op de door het college of de burgemeester aangewezen
                                uren en plaatsen zich met een fiets of bromfiets te bevinden op een
                                door het college of de burgemeester aan-gewezen terrein waar een
                                markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid gehouden
                                wordt die publiek trekt, mits dit verbod kenbaar is aan de bezoekers
                                van het terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:53</nr><titel>Bespieden van personen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zich in de nabijheid van een persoon dan wel een
                                    gebouw, woonwagen of woonschip op te houden met de kennelijke
                                    bedoeling deze persoon dan wel een zich in dit gebouw, deze
                                    woonwagen of dit woonschip bevindende persoon te bespieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden door middel van een verrekijker of enig ander
                                    optisch instrument een zich in een gebouw, woonwagen of
                                    woonschip bevindende persoon te bespieden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:53A</nr><titel>Vermomming</titel></kop><al>Ieder die zich gemaskerd, vermomd door middel van een bivakmuts of
                                op andere wijze onherkenbaar gemaakt op of aan de weg of op een voor
                                het publiek toegankelijke plaats bevindt, is op eerste vordering van
                                een opsporingsambtenaar en/of toezichthouder verplicht zich
                                onmiddellijk van zijn masker te ontdoen of zich op andere wijze
                                herkenbaar te maken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:54</nr><titel>Bewakingsapparatuur</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:55</nr><titel>Nodeloos alarmeren</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:56</nr><titel>Alarminstallaties</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:56A</nr><titel>Sleuteladres</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:57</nr><titel>Loslopende honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
                                    laten verblijven of te laten lopen:</al><lijst><li nr="a."><al>binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zonder dat
                                            die hond aangelijnd is;</al></li><li nr="b."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als
                                            zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of
                                            speelweide of op een andere door het college aangewezen
                                            plaats;</al></li><li nr="c."><al>op een openbare plaats zonder voorzien te zijn van een
                                            halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar
                                            of houder duidelijk doet kennen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder a, is niet van
                                    toepassing op door het college aangewezen plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verboden, genoemd in het eerste lid onder a en b, gelden niet
                                    voor zover de eigenaar of houder van een hond zich vanwege zijn
                                    handicap door een geleidehond laat begeleiden of als een
                                    eigenaar of houder van een hond deze aantoonbaar gekwalificeerd
                                    opleidt tot geleidehond.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen van de verboden, genoemd in
                                    het eerste lid onder a en b, ontheffing verlenen aan een
                                    eigenaar of houder van een hond indien deze zich, vanwege zijn
                                    beperking, niet in staat is zijn hond los te laten lopen op de
                                    aangewezen losloopterreinen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De verboden uit het eerste lid zijn niet van toepassing op
                                    politiehonden en schaapherdershonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:58</nr><titel>Verontreiniging door honden</titel></kop><lid><lidnr></lidnr><al>1. De eigenaar of houder van een hond is verplicht ervoor te
                                    zorgen dat die hond zich niet van uitwerpselen ontdoet:</al></lid><lid><lidnr></lidnr><al>a. binnen de bebouwde kom, met uitzondering van losloopterreinen
                                    groter dan 2000 m<sup>2</sup></al></lid><lid><lidnr></lidnr><al>b. op een gedeelte van de weg dat bestemd is of mede bestemd
                                    voor het verkeer van voetgangers;</al></lid><lid><lidnr></lidnr><al>c. op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als
                                    zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of
                                    speelweide;</al></lid><lid><lidnr></lidnr><al>d. op een andere door het college aangewezen plaats.</al></lid><lid><lidnr></lidnr><al>2. Het bepaalde in het eerste lid onder a is niet van toepassing
                                    op door het college aangewezen plaatsen.</al></lid><lid><lidnr></lidnr><al>3. De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste lid
                                    gestelde gebod wordt opgeheven indien de eigenaar of houder van
                                    de hond er zorg voor draagt dat de uitwerpselen onmiddellijk
                                    worden verwijderd.</al></lid><lid><lidnr></lidnr><al>4. De eigenaar of houder van een hond, is verplicht, indien deze
                                    zich met een hond op een in lid 1 genoemde plaats bevindt, een
                                    hulpmiddel, in de vorm van bijvoorbeeld een schep of zakje, bij
                                    zich te hebben dat geschikt is voor het verwijderen van
                                    uitwerpselen.</al></lid><lid><lidnr></lidnr><al>5. Burgemeester en wethouders kunnen van de verboden, genoemd in
                                    het eerste lid onder a, b en c ontheffing verlenen aan een
                                    eigenaar of houder van een hond indien deze zich, vanwege zijn
                                    beperking, niet in staat is de uitwerpselen op te ruimen.</al></lid><lid><lidnr></lidnr><al>6. De verboden uit het eerste lid zijn niet van toepassing op
                                    politiehonden en schaapherdershonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:59</nr><titel>Gevaarlijke honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de burgemeester een hond in verband met zijn gedrag
                                    gevaarlijk of hinderlijk acht, kan het de eigenaar of houder van
                                    die hond een aanlijn- en/of een muilkorfgebod opleggen voor
                                    zover die hond verblijft of loopt op een openbare plaats of op
                                    het terrein van een ander.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een aanlijngebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is
                                    de hond aangelijnd te houden met een lijn met een lengte,
                                    gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een muilkorfgebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht
                                    is de hond voorzien te houden van een muilkorf die: </al><lijst><li nr="a."><al>vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of
                                            van beide stoffen;</al></li><li nr="b."><al>door middel van een stevige leren riem zodanig rond de
                                            hals is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van
                                            de mens niet mogelijk is; en</al></li><li nr="c."><al>zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de
                                            afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van
                                            de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf
                                            aanwezig zijn.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 2:57, eerste lid onder c,
                                    dient een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn
                                    van een door de bevoegde minister op aanvraag verstrekt uniek
                                    identificatienummer door middel van een microchip die met een
                                    chipreader afleesbaar is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:60</nr><titel>Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op door het college ter voorkoming of opheffing
                                    van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen
                                    plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren:</al><lijst><li nr="a."><al>aanwezig te hebben, of</al></li><li nr="b."><al>aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de
                                            door hen gestelde regels, of</al></li><li nr="c."><al>aanwezig te hebben tot een groter aantal dan in die
                                            aanwijzing is aangegeven.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden op een krachtens het eerste lid aangewezen
                                    plaats daarbij aangeduide dieren aanwezig te hebben dan wel
                                    aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het
                                    college gestelde regels dan wel aanwezig te hebben in een groter
                                    aantal dan door het college is aangegeven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen
                                    binnen een krachtens het eerste lid aangewezen gedeelte van de
                                    gemeente ontheffing verlenen van het in het tweede lid gestelde
                                    verbod.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:60A</nr><titel>(Geluid)hinder door dieren</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene die de zorg heeft voor een dier moet voorkomen dat dit
                                    voor een omwonende of overigens voor de omgeving (geluid)hinder
                                    veroorzaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover de Wet Milieubeheer van
                                    toepassing is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:61</nr><titel>Wilde dieren</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:62</nr><titel>Loslopend vee</titel></kop><al>De rechthebbende op vee dat zich bevindt in een aan een weg liggend
                                weiland of terrein dat niet van die weg is afgescheiden door een
                                deugdelijke veekering, is verplicht ervoor te zorgen dat zodanige
                                maatregelen getroffen worden dat dit vee die weg niet kan
                                bereiken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:63</nr><titel>Duiven</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:64</nr><titel>Bijen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:64A</nr><titel>Overige hinder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde elders in deze verordening is het
                                    verboden handelingen te verrichten waardoor voor een omwonende
                                    of overigens voor de omgeving hinder wordt veroorzaakt of toe te
                                    laten dat deze handelingen worden verricht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het in het eerste lid bepaalde ontheffing
                                    verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover de Wet
                                    milieubeheer, de Wegenverkeerswet, de Zondagswet, het Wetboek
                                    van Strafrecht, de Luchtvaartwet of het Reglement Verkeersregels
                                    en Verkeerstekens 1990 van toepassing zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:65</nr><titel>Bedelarij</titel></kop><al>Het is verboden binnen door het college aangewezen gebieden op of
                                aan de weg of in een voor het publiek toegankelijk gebouw te bedelen
                                om geld of andere zaken.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>12.</nr><titel>Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:66</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder handelaar: een handelaar als
                                bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond
                                van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:67</nr><titel>Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De handelaar is verplicht digitaal aantekening te houden van
                                    alle gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op
                                    andere wijze overdraagt, in een doorlopend en een door of namens
                                    de burgemeester voorgeschreven digitaal register, en daarin
                                    onverwijld op te nemen: </al><lijst><li nr="a"><al>het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het
                                            goed;</al></li><li nr="b"><al>de datum van verkoop of overdracht van het goed;</al></li><li nr="c"><al>een omschrijving van het goed, daaronder begrepen - voor
                                            zover dat mogelijk is - soort, merk en nummer van het
                                            goed;</al></li><li nr="d"><al>de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht
                                            van het goed; en</al></li><li nr="e"><al>de naam en het adres van degene die het goed heeft
                                            verkregen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan vrijstelling verlenen van deze
                                    verplichtingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:68</nr><titel>Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter van het Wetboek
                                    van Strafrecht</titel></kop><al>De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:</al><lijst><li nr="a."><al>de burgemeester binnen drie dagen in kennis te stellen: </al><lijst><li nr="1."><al>dat hij het beroep van handelaar uitoefent met
                                                vermelding van zijn woonadres en het adres van de
                                                bij zijn onderneming behorende vestiging;</al></li><li nr="2."><al>van een verandering van de onder a, sub 1, bedoelde
                                                adressen;</al></li><li nr="3."><al>dat hij het beroep van handelaar niet langer
                                                uitoefent;</al></li><li nr="4."><al>dat hij enig goed kan verkrijgen dat redelijkerwijs
                                                van een misdrijf afkomstig is of voor de
                                                rechthebbende verloren is gegaan;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>de burgemeester op eerste aanvraag zijn digitaal register
                                        ter inzage te geven;</al></li><li nr="c."><al>aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben
                                        waarop zijn naam en de aard van de onderneming duidelijk
                                        zichtbaar zijn;</al></li><li nr="d."><al>een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie
                                        werkdagen in bewaring te houden in de staat waarin het goed
                                        verkregen is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:69</nr><titel>Vervreemding van door opkoop verkregen goederen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:70</nr><titel>Handel in horecabedrijven</titel></kop><al>(Dit artikel is verplaatst naar afdeling 8 (toezicht op openbare
                                inrichtingen) onder artikel 2:32).</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>13.</nr><titel>VUURWERK EN CARBID</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:71</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk:
                                Consumentenvuurwerk waarop het Besluit van 22 januari 2002
                                (Vuurwerkbesluit) van toepassing is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:72</nr><titel>Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    verkoopdagen</titel></kop><al>Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of nevenbedrijf
                                consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen dan wel voor het ter
                                beschikking stellen aanwezig te houden, zonder een vergunning van
                                het college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:73</nr><titel>Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    jaarwisseling</titel></kop><lid><lidnr></lidnr><al>1. Het is verboden zonder ontheffing van het college van
                                    burgemeester en wethouders consumentenvuurwerk te bezigen op een
                                    door het college in het belang van de voorkoming van gevaar,
                                    schade of overlast aangewezen plaats.</al></lid><lid><lidnr></lidnr><al>2. Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te
                                    bezigen als dat gevaar, schade of overlast kan veroorzaken.</al></lid><lid><lidnr></lidnr><al>3. De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet
                                    voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                    artikel 429, aanhef en onder 1 van het Wetboek van
                                    Strafrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:73A</nr><titel>Carbidschieten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder carbidschieten wordt verstaan: het in een
                                    bus/container/opslagvat op explosieve wijze verbranden van
                                    acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide
                                    (carbid) en water of gasmengsels met vergelijkbare
                                    eigenschappen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden in de openlucht met carbid te schieten</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het tweede lid geldt niet indien wordt voldaan aan
                                    de volgende voorschriften: </al><lijst><li nr="a."><al>het carbidschieten vindt plaats op 31 december tussen
                                            10.00 uur en 1 januari 02.00 uur;</al></li><li nr="b."><al>bij het carbidschieten wordt gebruikgemaakt van bussen
                                            met een maximale inhoud van 40 liter, die niet wordt
                                            afgesloten met harde voorwerpen zoals metalen, houten en
                                            andere vergelijkbare materialen (in ieder geval zijn
                                            toegestaan lederen en plastic ballen)</al></li><li nr="c."><al>het carbidschieten vindt plaats buiten de bebouwde kom
                                            op een afstand van ten minste 100 meter van woningen en
                                            300 meter van gebouwen of andere voorzieningen waarin
                                            dieren verblijven; </al></li><li nr="d."><al>het schootsveld bedraagt tenminste 100 meter en binnen
                                            dit schootsveld bevindt zich geen publiek of andere
                                            personen en zijn geen openbare wegen of paden
                                            gelegen;</al></li><li nr="e."><al>degene die met carbid schiet is niet onder invloed van
                                            alcohol en/of drugs en neemt alle redelijkerwijs
                                            mogelijke maatregelen om elk gevaar voor mens en dier te
                                            voorkomen;</al></li><li nr="f."><al>indien sprake is van carbid schieten door een persoon
                                            die de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt
                                            is een toezichthouder aanwezig. Onder toezichthouder
                                            wordt verstaan: een persoon die de leeftijd van 18 jaar
                                            heeft bereikt en die altijd in staat is om aanwijzingen
                                            te geven ten aanzien van de handelingen van de
                                            carbidschieter en diens handelingen altijd kan
                                            verhinderen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het tweede lid
                                    gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het in het tweede lid bepaalde geldt niet voor zover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                    milieubeheer, de Wet wapens en munitie of het Wetboek van
                                    Strafrecht.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>[Vervalt]</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>14.</nr><titel>Drugsoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74</nr><titel>Drugshandel op straat</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden zich op een
                                openbare plaats op te houden met het kennelijke doel om middelen als
                                bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende
                                waar, al dan niet tegen betaling, af te leveren, aan te bieden of te
                                verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74A</nr><titel>Openlijk softdrugsgebruik en –bezit</titel></kop><al>[Vervallen]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>15.</nr><titel>BESTUURLIJKE OPHOUDING, VEILIGHEIDSRISICOGEBIEDEN, CAMERATOEZICHT
                                OP OPENBARE PLAATSEN EN GEBIEDSONTZEGGING.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:75</nr><titel>Bestuurlijke ophouding</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:76</nr><titel>Veiligheidsrisicogebieden</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet
                                bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens,
                                dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied,
                                met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als
                                veiligheidsrisicogebied.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:76A</nr><titel>Verblijfsontzegging</titel></kop><al>[vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:77</nr><titel>Cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester is bevoegd overeenkomstig artikel 151c van de
                                    Gemeentewet te besluiten tot plaatsing van vaste camera’s voor
                                    een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare
                                    plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester heeft die bevoegdheid eveneens ten aanzien van
                                    de volgende andere plaatsen:</al><lijst><li nr="a."><al>parkeerterreinen;</al></li><li nr="b."><al>plaatsen die vanwege doelgebonden verblijf niet onder de
                                            definitie van openbare plaats uit artikel 1 van de Wet
                                            openbare manifestaties (Wom) vallen.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:78</nr><titel>Gebiedsontzeggingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het
                                    voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken
                                    van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van
                                    personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een
                                    persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende
                                    handelingen verrichten een bevel geven zich gedurende ten
                                    hoogste 24 uur niet in een of meer bepaalde delen van de
                                    gemeente op een openbare plaats op te houden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de
                                    burgemeester aan een persoon aan wie tenminste eenmaal een bevel
                                    als bedoeld in dat lid is gegeven en die opnieuw openbare orde
                                    verstorende handelingen verricht, een bevel geven zich gedurende
                                    ten hoogste 8 weken niet in een of meer bepaalde delen van de
                                    gemeente op een openbare plaats op te houden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een bevel krachtens het tweede lid kan slechts worden gegeven
                                    als het strafbare feit of de openbare orde verstorende handeling
                                    binnen zes maanden na het geven van een eerder bevel, gegeven op
                                    grond van het eerste of tweede lid, plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester beperkt de in het eerste of tweede lid gestelde
                                    bevelen, als hij dat in verband met de persoonlijke
                                    omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De
                                    burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van
                                    een bevel.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>SEKSINRICHTINGEN, SEKSWINKELS, STRAATPROSTITUTIE EN
                            DERGELIJKE</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen en nadere regels</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten
                                        van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        vergoeding;</al></li><li nr="b."><al>prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het
                                        verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        vergoeding;</al></li><li nr="c."><al>seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of
                                        ver- toningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden.
                                        Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een
                                        seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub
                                        of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een
                                        erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met
                                        elkaar;</al></li><li nr="d."><al>escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of
                                        rechtspersoon die bedrijfs-matig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere
                                        plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;</al></li><li nr="e."><al>sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van
                                        erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te
                                        worden verkocht of verhuurd;</al></li><li nr="f."><al>exploitant: de natuurlijke persoon of personen of
                                        rechtspersoon of rechtspersonen die een seksinrichting of
                                        escortbedrijf exploiteert en de tot vertegenwoordiging van
                                        die rechts-persoon of rechtspersonen bevoegde natuurlijke
                                        persoon of personen;</al></li><li nr="g."><al>beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de
                                        onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent in een
                                        seksinrichting of escortbedrijf;</al></li><li nr="h."><al>bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met
                                        uitzondering van:</al></li><li nr="i."><al>de exploitant;</al></li><li nr="ii."><al>de beheerder;</al></li><li nr="iii."><al>de prostituee;</al></li><li nr="iv."><al>het personeel dat in de seksinrichting werkzaam is;</al></li><li nr="v."><al>toezichthouders die zijn aangewezen op grond van artikel
                                        6.2;</al></li><li nr="vi."><al>andere personen wier aanwezigheid in de seksinrichting
                                        wegens dringende redenen noodzakelijk is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:2</nr><titel>Bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het
                                college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van
                                de Gemeentewet, de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:3</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Met het oog op de in artikel 3:13 genoemde belangen, kan het college
                                over de uitoefening de bevoegdheden in dit hoofdstuk nadere regels
                                vaststellen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2.</nr><titel>Seksinrichtingen, straatprostitutie, seks-winkels en
                                dergelijke</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:4</nr><titel>Seksinrichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te
                                    exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd
                                    bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de aanvraag om vergunning en in de vergunning worden in ieder
                                    geval vermeld:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de persoonsgegevens van de exploitant;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de persoonsgegevens van de beheerder;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>de plaatselijke en kadastrale ligging van de inrichting door
                                    middel van een situatietekening met een schaal van ten minste 1
                                    : 1000;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>de plattegrond van de seksinrichting door middel van een
                                    tekening met een schaal van ten minste 1 : 100;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>bewijs van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van
                                    Koophandel;</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al>bewijs waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is tot het
                                    gebruik van de ruimte bestemd voor de seksinrichting.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:5</nr><titel>Gedragseisen exploitant en beheerder</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De exploitant en de beheerder:</al></li><li nr="a."><al>staat niet onder curatele en is niet ontzet uit de
                                        ouderlijke macht of de voogdij;</al></li><li nr="b."><al>is niet in enig opzicht van slecht levensgedrag;</al></li><li nr="c."><al>heeft de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.</al></li><li nr="2."><al>Naast de gestelde eisen in het eerste lid is de exploitant
                                        en de beheerder niet:</al></li><li nr="a."><al>met toepassing van artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht
                                        in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of met toepassing
                                        van artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht ter
                                        beschikking gesteld;</al></li><li nr="b."><al>binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld tot
                                        een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden of meer
                                        door de rechter in Nederland, de Nederlandse Antillen of
                                        Aruba, dan wel door een andere rechter wegens een misdrijf
                                        waarvoor naar Nederlands recht een bevel tot voorlopige
                                        hechtenis ingevolge artikel 67, eerste lid van het Wetboek
                                        van Strafvordering is toegelaten;</al></li><li nr="c."><al>binnen de laatste vijf jaar bij ten minste twee rechterlijke
                                        uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot een
                                        onvoorwaardelijke geldboete van 500 euro of meer of tot een
                                        andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid,
                                        onder a van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede
                                        wegens overtreding van:</al></li><li nr="i."><al>bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en Horecawet,
                                        de Opiumwet, deVreemdelingenwet en de Wet arbeid
                                        vreemdelingen;</al></li></lijst><al>ii. de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b, 242 tot en met
                                249, 250, 250a (oud),252, 273a, 300 tot en met 303, 416, 417,
                                417bis, 426, 429quater en 453 van het Wetboek van Strafrecht;</al><lijst><li nr="iii."><al>de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6 juncto
                                        artikel 8 of juncto artikel 163 van de Wegenverkeerswet
                                        1994;</al></li><li nr="iv."><al>de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van de
                                        Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="v."><al>de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen;</al></li><li nr="vi."><al>de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie.</al></li><li nr="3."><al>Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt
                                        gelijkgesteld:</al></li><li nr="a."><al>vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel
                                        74, tweede lid onder a van het Wetboek van Strafrecht of
                                        artikel 76, derde lid onder a van de Algemene wet inzake
                                        rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan 375 euro
                                        bedraagt;</al></li><li nr="b."><al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke
                                        straf.</al></li><li nr="4."><al>De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid,
                                        wordt:</al></li><li nr="a."><al>bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf de
                                        datum van beslissing op de aanvraag van de vergunning;</al></li><li nr="b."><al>bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de
                                        datum van de intrekking van deze vergunning.</al></li><li nr="5."><al>De exploitant of de beheerder is binnen de laatste vijf jaar
                                        geen exploitant of beheerder geweest van een seksinrichting
                                        of escortbedrijf die of dat voor ten minste één maand door
                                        het bevoegde bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de
                                        vergunning bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, is
                                        ingetrokken, tenzij aannemelijk is dat hem ter zake geen
                                        verwijt treft.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:6</nr><titel>Sluitingstijden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven
                                    tussen 24.00 en 06.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd orgaan kan door middel van een voorschrift als
                                    bedoeld in artikel 1:4 voor een afzonderlijke seksinrichting
                                    andere sluitingstijden vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te
                                    bevinden gedurende de tijd dat die inrichting krachtens het
                                    eerste of tweede lid, dan wel krachtens artikel 3:7, eerste lid,
                                    gesloten dient te zijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste tot en met het derde lid bepaalde geldt niet
                                    voor zover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien
                                    door de op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:7</nr><titel>Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke)
                                    sluiting</titel></kop><lid><lidnr></lidnr><al>1. Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde
                                    belangen of in geval van strijdigheid met de bepalingen in dit
                                    hoofdstuk kan het bevoegd bestuursorgaan:</al></lid><lid><lidnr></lidnr><al>a. tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3:6, eerste of
                                    tweede lid, geldende sluitingsuren vaststellen;</al></lid><lid><lidnr></lidnr><al>b. van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet tijdelijk de
                                    gedeeltelijke of algehele sluiting bevelen.</al></lid><lid><lidnr></lidnr><al>2. Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht maakt het bevoegd bestuursorgaan het in het eerste
                                    lid bedoelde besluit openbaar bekend overeenkomstig artikel 3:42
                                    van de Algemene wet bestuursrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:8</nr><titel>Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                                    beheerder</titel></kop><lid><lidnr></lidnr><al>1. Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben, zonder dat de ingevolge artikel 3:4 op de vergunning
                                    vermelde exploitant of beheerder in de seksinrichting aanwezig
                                    is.</al></lid><lid><lidnr></lidnr><al>2. De exploitant en de beheerder dienen er voortdurend op toe te
                                    zien dat in de seksinrichting:</al></lid><lid><lidnr></lidnr><al>a. geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder geval
                                    de feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven tegen de zeden),
                                    XVIII (misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid), XX
                                    (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX (heling) van het Tweede
                                    Boek van het Wetboek van Strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet
                                    wapens en munitie; en</al></lid><lid><lidnr></lidnr><al>b. geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in strijd
                                    met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de
                                    Vreemdelingenwet bepaalde.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:9</nr><titel>Straatprostitutie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden, door handelingen, houding, woord, gebaar of op
                                    andere wijze, passanten tot prostitutie te bewegen, uit te
                                    nodigen dan wel aan te lokken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het oog op de naleving van het in het eerste lid gestelde
                                    verbod, kan door politie-ambtenaren het bevel worden gegeven
                                    zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:10</nr><titel>Sekswinkels</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin een
                                sekswinkel te exploiteren in door het college in het belang van de
                                openbare orde of de woon- en leef-omgeving aangewezen gebieden of
                                delen van de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:11</nr><titel>Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch
                                    pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin
                                    of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of
                                    geschreven stukken dan wel afbeeldingen van
                                    erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan
                                    te bieden of aan te brengen:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>indien het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende heeft
                                    bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen, aanbieden of
                                    aanbrengen daarvan, de openbare orde of de woon- en leefomgeving
                                    in gevaar brengt;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>anders dan overeenkomstig de door het bevoegd bestuursorgaan in
                                    het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving
                                    gestelde regels.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op
                                    het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen,
                                    opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan
                                    wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en
                                    gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid van de
                                    Grondwet.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3.</nr><titel>Beslissingstermijn; weigeringsgronden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:12</nr><titel>Beslissingstermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan neemt het besluit op de aanvraag om
                                    vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, binnen twaalf
                                    weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste
                                    twaalf weken verdagen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:13</nr><titel>Weigeringgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt
                                    geweigerd indien:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in artikel 3:5
                                    gestelde eisen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of het
                                    escortbedrijf in strijd is met een geldend bestemmingsplan,
                                    stadsvernieuwingsplan of Leefmilieuverordening;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het
                                    escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd
                                    met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht of met het bij
                                    of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet
                                    bepaalde.</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>Het maximum af te geven aantal vergunningen is bereikt.</al><lijst><li nr=""><al>2. In afwijking van artikel 1:8 kan de vergunning als
                                            bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, dan wel de
                                            aanwijzing of vaststelling bedoeld in artikel 3:9,
                                            eerste lid, worden geweigerd:</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>in het belang van de openbare orde;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>in het belang van het voorkomen of beperken van overlast; </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>in het belang van het woon- en leefklimaat;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>in het belang van de veiligheid van personen of goederen;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>in het belang van de verkeersvrijheid of -veiligheid;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>in het belang van de gezondheid of zedelijkheid;</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al>in het belang van de arbeidsomstandigheden van de
                                    prostituee.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4.</nr><titel>Beëindiging exploitatie; wijziging beheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:14</nr><titel>Beëindiging exploitatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel 3:4 op de
                                    vergunning vermelde exploitant, de exploitatie van de
                                    seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft
                                    beëindigd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen één week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie
                                    geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd
                                    bestuursorgaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:15</nr><titel>Wijziging beheer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een beheerder als bedoeld in artikel 3:4, tweede lid,
                                    onder b, het beheer in de seksinrichting of het escortbedrijf
                                    feitelijk heeft beëindigd, geeft de exploitant daarvan binnen
                                    één week na de feitelijke beëindiging van het beheer
                                    schriftelijk kennis aan het bevoegd bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder,
                                    indien het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant
                                    heeft besloten de verleende vergunning overeenkomstig de
                                    wijziging in het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel
                                    3:13, eerste lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige
                                    toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het
                                    beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder zodra de
                                    exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede lid heeft
                                    ingediend, totdat over de aanvraag is besloten.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN ZORG VOOR HET
                            UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE</titel></kop><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>1.</nr><titel>GELUIDHINDER EN VERLICHTING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Besluit: het Besluit algemene regels voor inrichtingen
                                        milieubeheer;</al></li><li nr="b."><al>inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld in het
                                        Besluit;</al></li><li nr="c."><al>houder van een inrichting: degene die als eigenaar,
                                        bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting
                                        drijft;</al></li><li nr="d."><al>collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan
                                        één of een klein aantal inrichtingen is verbonden;</al></li><li nr="e."><al>incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die
                                        gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen;</al></li><li nr="f."><al>geluidsgevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op grond
                                        van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als
                                        geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering van gebouwen
                                        behorende bij de desbetreffende inrichting;</al></li><li nr="g."><al>geluidsgevoelige terreinen: terreinen die op grond van
                                        artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als
                                        geluidsgevoelige terreinen met uitzondering van terreinen
                                        behorende bij de desbetreffende inrichting;</al></li><li nr="h."><al>onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is
                                        versterkt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:2</nr><titel>Aanwijzing collectieve festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20
                                    van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening gelden niet
                                    voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve
                                    festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of
                                    dagdelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van
                                    sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 4.113,
                                    eerste lid van het Besluit gelden niet voor door het college per
                                    kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende
                                    de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid kan
                                    het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt voor een
                                    nader aangeduide locatie of deel van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het
                                    begin van een nieuw kalenderjaar bekend.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan wanneer een collectieve festiviteit
                                    redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond
                                    als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid
                                    aanwijzen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:3</nr><titel>Kennisgeving incidentele festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan maximaal twaalf incidentele
                                    festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de
                                    geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van
                                    het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening niet van
                                    toepassing zijn mits de houder van de inrichting ten minste twee
                                    weken voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in
                                    kennis heeft gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal twaalf
                                    incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer
                                    aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel
                                    4.113, lid 1 van het Besluit niet van toepassing is mits de
                                    houder van de inrichting ten minste tien werkdagen voor de
                                    aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft
                                    gesteld. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt een formulier vast voor het doen van een
                                    kennisgeving.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is
                                    ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    college op verzoek van de houder van een inrichting een
                                    incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien
                                    was, terstond toestaat.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de
                                    inrichting bedraagt niet meer dan 70 dB(A), gemeten op de gevel
                                    van geluidgevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De geluidswaarde als bedoeld in het zesde lid is inclusief
                                    onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege
                                    muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten
                                    beschouwing gelaten. </al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het ten gehore
                                    brengen van extra muziek -hoger dan de geluidsnorm als bedoeld
                                    in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel
                                    4:5 van deze verordening - uiterlijk beëindigd op de hierna
                                    genoemde tijdstippen:</al><lijst><li nr="a."><al>zondag tot en met donderdag tot uiterlijk 23.00
                                            uur;</al></li><li nr="b."><al>vrijdag en zaterdag tot uiterlijk 24.00 uur;</al></li><li nr="c."><al>feestdagen waarbij de volgende dag een gewone werkdag is
                                            tot uiterlijk 23.00 uur;</al></li><li nr="d."><al>zon- en/of feestdagen waarbij de volgende dag geen
                                            werkdag is tot uiterlijk 24.00 uur.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>De geluidsnorm als bedoeld in het zesde lid geldt voor het
                                    bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de
                                    buitenruimte, tenzij er een evenement plaatsvindt als bedoeld in
                                    artikel 2:24.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en
                                    deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van
                                    personen of goederen. </al></lid><lid><lidnr>11.</lidnr><al>De exploitant van een inrichting laat vanaf een half uur voor
                                    sluiting het geluidsniveau van de ten gehore gebrachte muziek
                                    geleidelijk verminderen en de verlichting in inrichting
                                    toenemen.</al></lid><lid><lidnr>12.</lidnr><al>De inrichting moet een voorportaal hebben die tijdens het
                                    muziekevenement ook als enige entree moet worden gebruikt.</al></lid><lid><lidnr>13.</lidnr><al>Daarnaast moet bij deze entree één of meer
                                    portiers/toezichthouders toezicht houden op de binnenkomende
                                    bezoekers en ervoor zorg dragen dat wordt voldaan aan lid
                                    10.</al></lid><lid><lidnr>14.</lidnr><al>Er moeten geluidisolerende maatregelen getroffen zijn die ertoe
                                    leiden dat het geluid van de bron buiten aan de voorgevel met
                                    minstens 30 dB wordt gereduceerd. Ten bewijze hiervan is een
                                    rapport van een daartoe gehouden akoestisch onderzoek binnen de
                                    inrichting aanwezig.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:4</nr><titel>Verboden incidentele festiviteiten</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:5</nr><titel>Onversterkte muziek</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek, zoals
                                        bedoeld in artikel 2.18, eerste lid onder f en lid 5 van het
                                        Besluit binnen inrichtingen is de onder e. opgenomen tabel
                                        van toepassing, met dien verstande dat:</al></li><li nr="a."><al>de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige
                                        gevoelige gebouwen niet gelden indien de gebruiker van deze
                                        gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in
                                        redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van
                                        geluidsmetingen;</al></li><li nr="b."><al>de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij
                                        gevoelige terreinen op de grens van het terrein;</al></li><li nr="c."><al>de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor
                                        zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige
                                        ruimten en verblijfsruimten;</al></li><li nr="d."><al>bij het bepalen van de geluidsniveaus zoals vermeld in de
                                        tabel wordt geen bedrijfsduurcorrectie toegepast.</al></li><li nr="e."><al>Tabel</al></li></lijst><table><tgroup cols="4"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="34*"></colspec><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="21*"></colspec><colspec colnum="3" colname="col3" colwidth="22*"></colspec><colspec colnum="4" colname="col4" colwidth="23*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>7.00 - 19.00 uur</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>19.00 - 23.00 uur</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>23.00 - 7.00 uur</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>50 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>45 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>40 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAr,LT in in- en aanpandige gevoelige
                                                  gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>35 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>30 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>25 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>70 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>65 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>60 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAmax in in- en aanpandige gevoelige
                                                  gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>55 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>50 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>45 dB(A)</al></entry></row></tbody></tgroup></table><lijst><li nr="2."><al>Voor de duur van drie uur in de week is onversterkte muziek,
                                        vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten,
                                        harmonie- en fanfaregezelschappen, in een inrichting
                                        gedurende de dag- en avondperiode uitgezonderd van de
                                        genoemde geluidsniveaus in lid 1.</al></li><li nr="3."><al>Indien versterkte elementen worden gecombineerd met
                                        onversterkte elementen, wordt het hele samenspel beschouwd
                                        als versterkte muziek en is het Besluit van toepassing.</al></li><li nr="4."><al>Het eerste lid geldt niet indien artikel 4:2 of artikel 4:3
                                        van deze verordening van toepassing zijn.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6</nr><titel>Overige geluidhinder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer of het Besluit toestellen of geluidsapparaten in
                                    werking te hebben of handelingen te verrichten op een zodanige
                                    wijze dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder
                                    wordt veroorzaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de
                                    Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit
                                    of de provinciale Milieuverordening Gelderland.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2.</nr><titel>Bodem-, weg- en milieuverontreiniging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:7</nr><titel>Straatvegen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:8</nr><titel>Natuurlijke behoefte doen</titel></kop><al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn
                                natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:9</nr><titel>Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen
                                    en putten buiten gebouwen</titel></kop><al>Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten
                                gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar
                                oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder
                                voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>3</nr><titel>HET BEWAREN VAN HOUTOPSTANDEN</titel></kop><structuurtekst><al>[Gereserveerd]</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>4</nr><titel>MAATREGELEN TEGEN ONTSIERING EN STANK-OVERLAST</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:13</nr><titel>Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, enzovoort</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op door het college in het belang van het
                                    uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing
                                    van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare
                                    gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin
                                    van de Wet milieubeheer, in de openlucht of buiten de weg de
                                    volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of
                                    aanwezig te hebben:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken
                                    voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of onderdelen
                                    daarvan, indien het plaatsen of aanwezig hebben daarvan
                                    geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een
                                    commercieel doel;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen van vuil, een
                                    verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde
                                    landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden op een door het college aangewezen plaats een
                                    bepaald voorwerp of bepaalde stof op te slaan, te plaatsen of
                                    aanwezig te hebben.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan bij de aanwijzing als bedoeld in het eerste en
                                    tweede lid nadere regels stellen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in dit artikel bepaalde geldt niet voor zover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet ruimtelijke
                                    ordening of de Gelderse Wegenverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:14</nr><titel>Stankoverlast door gebruik van meststoffen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:15</nr><titel>Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame</titel></kop><al>Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te
                                maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of
                                afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of ernstige
                                hinder ontstaat voor de omgeving.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:16</nr><titel>Vergunningplicht lichtreclame</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5.</nr><titel>recreatief nachtverblijf buiten kampeer-terreinen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: een onderkomen
                                of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de
                                zin van artikel 2.1, eerste lid onder a van de Wet algemene
                                bepalingen omgevingsrecht is vereist, dat bestemd of opgericht is
                                dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief
                                nachtverblijf.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:18</nr><titel>Recreatief nachtverblijf in kampeermiddelen op een openbare
                                    plaats</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf een
                                    kampeermiddel te plaatsen of geplaatst te houden buiten een
                                    kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan is bestemd
                                    of mede bestemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor het plaatsen van een kampeermiddel
                                    voor eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein, niet
                                    zijnde een openbare plaats.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod van het
                                    eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing
                                    worden geweigerd in het belang van:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de bescherming van natuur en landschap;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de bescherming van een stadsgezicht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:19</nr><titel>Aanwijzing kampeerplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waarop het verbod van artikel
                                    4:18, eerste lid niet geldt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan daarbij nadere regels stellen in het belang van
                                    de gronden, genoemd in artikel 4:18, vierde lid.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5</nr><titel>ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING VAN DE GEMEENTE</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Parkeerexcessen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder al,
                                        van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens (RVV
                                        1990) met uitzondering van kleine wagens zoals: kruiwagens,
                                        kinderwagens en rolstoelen;</al></li><li nr="b."><al>parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac, van
                                        het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens (RVV
                                        1990).</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:2</nr><titel>Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede
                                    verstaan:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen
                                    tegen betaling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet
                                    gerekend:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden
                                    verricht die in totaal niet meer dan één uur vergen, en dit
                                    gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor deze
                                    werkzaamheden;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde lid
                                    bedoelde persoon.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een
                                    gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te
                                    slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd,
                                    op de weg te parkeren binnen een cirkel met een straal van 25
                                    meter met als middelpunt een van deze voertuigen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:3</nr><titel>Te koop aanbieden van voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een door het college aangewezen weg een
                                    voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te
                                    bieden of te verhandelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:4</nr><titel>Defecte voertuigen</titel></kop><al>Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan
                                eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden,
                                langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te
                                parkeren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:5</nr><titel>Voertuigwrakken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende
                                    staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde
                                    toestand verkeert op de weg te parkeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:6</nr><titel>Kampeermiddelen e.a.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins
                                    voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt langer dan
                                    gedurende drie achtereenvolgende dagen (binnen de bebouwde kom)
                                    op de weg te plaatsen of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod, indien dit naar zijn oordeel niet buitensporig
                                    is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte of
                                    niet schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de
                                    gemeente.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Gelderse
                                    Wegenverordening of de provinciale Milieuverordening
                                    Gelderland.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:7</nr><titel>Parkeren van reclamevoertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding
                                    van handelsreclame op de weg te parkeren met het kennelijke doel
                                    om daarmee handelsreclame te maken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:8</nr><titel>Parkeren van grote voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan
                                    2,4 meter te parkeren op een openbare plaats binnen de bebouwde
                                    kom, met uitzondering van een bedrijvenpark en
                                    industrieterrein.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door
                                    het college aangewezen weg, waar dit parkeren naar zijn oordeel
                                    buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare
                                    parkeerruimte.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing van maandag
                                    tot en met zaterdag, voor zover het voertuig gebruikt wordt voor
                                    ter plaatse uit te voeren werkzaamheden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het tweede lid is voorts niet van toepassing op
                                    campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover
                                    deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op
                                    de weg worden geplaatst of gehouden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde
                                    verboden ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:9</nr><titel>Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een
                                    lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4
                                    meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander
                                    dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor
                                    het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op
                                    hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun anderszins hinder of
                                    overlast wordt aangedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en
                                    gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de
                                    aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:10</nr><titel>Parkeren van voertuigen met stankverspreidende
                                    stoffen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:11</nr><titel>Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met een voertuig te rijden door of deze te doen
                                    of te laten staan in een park of plantsoen of een van
                                    gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op de weg;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden door of
                                    vanwege de overheid;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>op voertuigen waarmee standplaats wordt of is ingenomen op
                                    terreinen die voor dit doel zijn bestemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:12</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets</titel></kop><al>Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk
                                aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast,
                                of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen
                                plaatsen, fietsen of bromfietsen;</al><lijst><li nr="a."><al>onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te
                                        laten staan.</al></li><li nr="b."><al>langer dan een door het college vastgestelde periode
                                        onafgebroken te laten staan.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2.</nr><titel>Collecteren</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:13</nr><titel>Inzameling van geld of goederen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare
                                    inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een
                                    intekenlijst aan te bieden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan:
                                    het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend
                                    geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van
                                    diensten aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te
                                    kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst
                                    geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd.
                                </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten kring
                                    wordt gehouden.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>3.</nr><titel>VENTEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:14</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de
                                    uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen
                                    of afleveren van goederen dan wel diensten aan te bieden op een
                                    openbare en in de openlucht gelegen plaats of aan huis;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder venten wordt niet verstaan:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het aan huis afleveren van goederen door of vanwege degene die
                                    dit doet ter exploitatie van zijn winkel als bedoeld in artikel
                                    1 van de Winkeltijdenwet;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen als
                                    bedoeld in het eerste lid op jaarmarkten en markten als bedoeld
                                    in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet of op
                                    snuffelmarkten als bedoeld in artikel 5:22;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen op een
                                    standplaats als bedoeld in artikel 5:17.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:15</nr><titel>Ventverbod</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden te venten:</al><lijst><li nr="a."><al>op door het college in het belang van de openbare orde
                                            aangewezen openbare plaatsen; of</al></li><li nr="b."><al>op door het college aangewezen dagen en uren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste
                                    lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de
                                    Wegenverkeerswet.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod bedoeld in artikel 5:15, eerste lid, is niet van
                                    toepassing op het venten met gedrukte of geschreven stukken
                                    waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:16</nr><titel>Vrijheid van meningsuiting</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4.</nr><titel>Standplaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een
                                    vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats
                                    te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen of een
                                    kraam, een wagen of een tafel. Standplaatsen onderscheiden zich
                                    in:</al><lijst><li nr="a."><al>vaste standplaatsen;</al></li><li nr="b."><al>tijdelijke standplaatsen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder standplaats wordt niet verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld
                                            in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de
                                            Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel
                                            2:24.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:18</nr><titel>Standplaatsvergunning en weigeringgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                    standplaats in te nemen of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college weigert de vergunning voor een vaste standplaats
                                    wegens strijd met het bestemmingsplan. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning
                                    worden geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in
                                            verband met de omgeving niet voldoet aan eisen van
                                            redelijke welstand;</al></li><li nr="b."><al>indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de
                                            gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs
                                            te verwachten is dat door het verlenen van een
                                            vergunning voor het hebben van een standplaats voor het
                                            verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau
                                            voor de consument ter plaatse in gevaar komt.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:19</nr><titel>Toestemming rechthebbende</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat
                                daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is
                                ingenomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:20</nr><titel>Afbakeningsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod van artikel 5:18, eerste lid geldt niet voor zover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken of het provinciaal Wegenreglement.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De weigeringgrond van artikel 5:18, tweede lid, onder a, geldt
                                    niet voor bouwwerken.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5.</nr><titel>Snuffelmarkten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:22</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder snuffelmarkt: een markt in
                                    een voor het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk
                                    tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten
                                    worden aangeboden vanaf een standplaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste lid,
                                    aanhef en onder h van de Gemeentewet;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een evenement als bedoeld in artikel 2:24.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:23</nr><titel>Organiseren van een snuffelmarkt</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    snuffelmarkt te organiseren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel
                                    nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de
                                    zin van de Winkeltijdenwet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning als bedoeld in het eerste
                                    lid, indien het organiseren van een snuffelmarkt in strijd is
                                    met een geldend bestemmingsplan.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6.</nr><titel>Openbaar water</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:24</nr><titel>Voorwerpen op, in of boven openbaar water</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water
                                    verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven
                                    openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien
                                    dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van
                                    bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het
                                    openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan,
                                    dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en
                                    onderhoud van het openbaar water.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan met het oog op de veiligheid op het water nadere
                                    regels stellen ten aanzien van het plaatsen van een steiger, een
                                    meerpaal of een ander voorwerp met een permanent karakter op, in
                                    of boven openbaar water.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het derde lid bepaalde is niet van toepassing op
                                    voorwerpen waarop gedachten of gevoelens worden
                                    geopenbaard.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in de daarin
                                    geregelde onderwerpen wordt voorzien door het Wetboek van
                                    Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, de provinciale Vaarwegenverordening, de
                                    Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde
                                    Telecommunicatieverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.24A</nr><titel>Verbod van nachtvissen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in openbaar water te vissen van 22.00 tot 06.00
                                    uur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De ontheffing bedoeld in het tweede lid kan worden
                                    geweigerd:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>in het belang van de openbare orde;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>in het belang van het voorkomen of beperken van overlast;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>ter bescherming van de flora en fauna.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:25</nr><titel>Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te
                                    hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te
                                    stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar
                                    water.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen
                                    van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet
                                    krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar
                                    water:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>nadere regels stellen in het belang van de openbare orde,
                                    volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het aanzien van de
                                    gemeente;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, de Gelderse Vaarwegenverordening Oude
                                    IJssel 1998 of de Gelderse Landschapsverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:26</nr><titel>Aanwijzingen ligplaats</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd het krachtens het tweede lid van artikel 5:25
                                    bepaalde kan het college aan de rechthebbende op een vaartuig
                                    aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of
                                    gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde,
                                    volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van
                                    de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of
                                    vanwege het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het
                                    innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te
                                    volgen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voor zover
                                    in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, de Gelderse Vaarwegenverordening Oude
                                    IJssel 1998 of de Gelderse Landschapsverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:27</nr><titel>Verbod innemen ligplaats</titel></kop><al>Het is verboden een ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar
                                te stellen in strijd met het krachtens de artikelen 5:26, tweede lid
                                bepaalde.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:28</nr><titel>Beschadigen van waterstaatswerken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan
                                    te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde
                                    openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden,
                                    beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers,
                                    pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen,
                                    bakens of sluizen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken of de Gelderse Vaarwegenverordening Oude
                                    IJssel 1998.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.28A</nr><titel>Motorvaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op openbaar water te varen met een boot met in
                                    werking zijnde motor.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bedoelde verbod geldt niet voor openbare
                                    wateren die voor scheepvaart openstaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:29</nr><titel>Reddingsmiddelen</titel></kop><al>Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en
                                daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een
                                ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:30</nr><titel>Veiligheid op het water</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31</nr><titel>Overlast aan vaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan een
                                    vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of
                                    daarin te begeven of te bevinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                    vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te
                                    maken.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7.</nr><titel>Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                                natuurgebieden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:32</nr><titel>Crossterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een
                                    motorvoertuig of een bromfiets een wedstrijd dan wel, ter
                                    voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te
                                    houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel
                                    een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel
                                    daartoe aanwezig te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het verbod niet van
                                    toepassing is. Het kan daarbij regels stellen voor het gebruik
                                    van deze terreinen:</al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van
                                            overlast;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van het uiterlijk
                                            aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere
                                            milieuwaarden;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de
                                            in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van
                                            het publiek.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer of het Besluit
                                    geluidproductie sportmotoren.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer of
                                    het Besluit geluidproductie sportmotoren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:33</nr><titel>Beperking verkeer in natuurgebieden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden binnen voor het publiek toegankelijke
                                    natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik
                                    beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een
                                    motorvoertuig of met een fiets of een paard.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door het
                                    college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij nadere
                                    regels stellen voor het gebruik van deze terreinen: </al><lijst><li nr="a."><al>voor het voorkomen van overlast;</al></li><li nr="b."><al>voor de bescherming van natuur- of milieuwaarden;</al></li><li nr="c."><al>voor de veiligheid van het publiek.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op
                                    motorvoertuigen, bromfietsen, fietsen en paarden: </al><lijst><li nr="a."><al>ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige
                                            hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste
                                            lid, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990
                                            door de bevoegde minister aangewezen
                                            hulpverleningsdiensten;</al></li><li nr="b."><al>die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of
                                            exploitatie van de terreinen als in het eerste lid
                                            bedoeld;</al></li><li nr="c."><al>die worden gebruikt in verband met werken die krachtens
                                            wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd;</al></li><li nr="d."><al>van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van
                                            percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het
                                            eerste lid bedoeld;</al></li><li nr="e."><al>voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de
                                            verzorging van de onder d bedoelde personen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is voorts niet van
                                    toepassing: </al><lijst><li nr="a."><al>op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid
                                            bedoelde gebieden of terreinen;</al></li><li nr="b."><al>binnen de bij of krachtens de Provinciale verordening
                                            'Stiltegebieden' aangewezen stiltegebieden ten aanzien
                                            van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening
                                            zijn aangewezen als 'toestel'.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8.</nr><titel>Verbod vuur te stoken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:34</nr><titel>Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                                    anderszins vuur te stoken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden
                                    buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of
                                    anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor zover dat geen gevaar, overlast of hinder voor de omgeving
                                    oplevert geldt het verbod niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>verlichting door middel van kaarsen, fakkels en
                                            dergelijke;</al></li><li nr="b."><al>sfeervuren, zoals terrashaarden en vuurkorven, indien
                                            geen afvalstoffen worden verbrand;</al></li><li nr="c."><al>vuur voor koken, bakken en braden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing
                                    worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het geregelde onderwerp
                                    wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3 van het
                                    Wetboek van Strafrecht of de provinciale Milieuverordening
                                    Gelderland.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9.</nr><titel>Verstrooiing van as</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:35</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing:
                                het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op
                                een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een
                                permanent daartoe bestemd terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:36</nr><titel>Verboden plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Incidentele asverstrooiing is verboden op:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>verharde delen van de weg;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>overige door de gemeente aangewezen plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan een besluit nemen waarin voor een bepaalde
                                    termijn wordt verboden dat op andere plaatsen dan genoemd in het
                                    eerste lid asverstrooiing plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorg draagt
                                    voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing
                                    verlenen van het verbod uit het eerste lid, behoudens de
                                    gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:37</nr><titel>Hinder of overlast</titel></kop><al>Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of
                                overlast wordt veroorzaakt voor derden.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>10.</nr><titel>DESTRUCTIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:38</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>wet: de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren;</al></li><li nr="b."><al>aangifteplichtige: degene die als houder of eigenaar van
                                        destructiemateriaal ingevolge de wet verplicht is daarvan
                                        aangifte te doen;</al></li><li nr="c."><al>destructiemateriaal: dode gezelschapsdieren.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:39</nr><titel>Verzamelplaats</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders wijzen een of meer verzamelplaatsen aan
                                waar het destructiemateriaal in ontvangst wordt genomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:40</nr><titel>Afgifte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aangifteplichtige is gehouden uiterlijk op de eerste werkdag
                                    die volgt op de dag waarop het destructiemateriaal is ontstaan,
                                    het materiaal:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>te vervoeren naar de naast bijgelegen verzamelplaats en het daar
                                    aan te geven en af te staan of;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het over te dragen aan de ondernemer binnen wiens werkgebied het
                                    materiaal zich bevindt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tot het tijdstip van afgifte is de aangifteplichtige gehouden
                                    het destructiemateriaal zodanig te bewaren dat vermenging met
                                    ander materiaal wordt voorkomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:41</nr><titel>Overeenkomst ondernemer</titel></kop><al>Indien tussen de gemeente Doetinchem en de in artikel 3 bedoelde
                                ondernemer een overeenkomst is gesloten omtrent de in dat artikel
                                genoemde onderwerpen, wordt voor de voorschriften verwezen naar de
                                overeenkomst die gesloten is tussen de ondernemer en de gemeente
                                Doetinchem.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:42</nr><titel>Verwerking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De ondernemer verwerkt de aan hem overgedragen dode
                                    gezelschapsdieren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in artikel 5:40 bedoelde voorschriften en het eerste lid zijn
                                    niet van toepassing indien dode gezelschapsdieren worden
                                    verwerkt of verwijderd op een wijze die ingevolge de krachtens
                                    artikel 81c van de wet gestelde voorschriften is toegestaan,
                                    niet zijnde de wijze waarop de ondernemer de dode
                                    gezelschapsdieren verwerkt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onze minister kan artikel 5:40, eerste lid, artikel 5:41 en
                                    artikel 5:42 eerste lid van overeenkomstige toepassing verklaren
                                    op soorten categorie 1-materiaal, niet zijnde dode
                                    gezelschapsdieren, of categorie 2-materiaal.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6</nr><titel>STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:1</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en
                            de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen
                            wordt gestraft met een hechtenis van ten hoogste drie maanden of een
                            geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met
                            openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak: </al><al>de artikelen 2:1, 2:3, 2:6; 2:9; 2:10, 2:12, 2:16, 2:23A, 2:25, 2:26A,
                            2:28, 2:28A, 2:29; 2:30; 2:31, 2:34B, 2:34C, 2:34F, 2:41, 2:42, 2:43,
                            2:44, 2:44B, 2:45, 2:47, 2:48, 2:48A, 2:49, 2:50, 2:51, 2:52, 2:53,
                            2:53A, 2:56A, 2:57, 2:58, 2:59, 2:60, 2:60A, 2:62, 2:64A, 2:72, 2:73,
                            2:73A, 2:74, 2:74A, 2:76, 2:78 3:3, 3:4, 3:6, 3:7, 3:8, 3:9, 3:10, 3:11,
                            4:2, 4:3, 4:5, 4:6, 4:8, 4:9, 4:13, 4:15, 4:18, 5:2, 5:3, 5:4, 5:5, 5:6,
                            5:7, 5:8, 5:9, 5:10, 5:11, 5:12, 5:13, 5:15, 5:16, 5:18, 5:19, 5:23,
                            5:24, 5:24A, 5:25, 5:26, 5:27, 5:28, 5:28a, 5:29, 5:31, 5:32, 5:33,
                            5:34, 5:36, 5:37, 5:40.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:2</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens
                                deze verordening zijn belast:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de opsporingsambtenaren genoemd in artikel 141 van het Wetboek van
                                Strafvordering en de personen die op grond van artikel 142, eerste
                                lid, van het Wetboek van Strafvordering met een buitengewone
                                opsporingsbevoegdheid zijn belast;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de medewerkers van de afdeling wonen en bedrijven, team toezicht en
                                handhaving;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de medewerkers van het team beheer, uitvoering, handhaving, afval en
                                accommodaties (buha).</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                                krachtens deze verordening belast de bij besluit van het college dan
                                wel de burgemeester aan te wijzen personen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:3</nr><titel>Binnentreden woningen</titel></kop><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van
                            een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                            voorschriften die strekken tot handhaving van de openbare orde of
                            veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen,
                            zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van
                            de bewoner.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:4</nr><titel>Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Algemene plaatselijke verordening gemeente Doetinchem 2009 wordt
                                ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na die waarop zij is
                                bekendgemaakt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:5</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4,
                            eerste lid, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze
                            verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent,
                            gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:6</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als <vet>Algemene plaatselijke
                                verordening gemeente Doetinchem 2016.</vet></al><al></al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de vergadering van 17 december 2015.</al><al>De raad van de gemeente Doetinchem,</al><al>griffier voorzitter</al><al></al></slotformulering></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><titel>Toelichting</titel></kop><al><plaatje><illustratie formaat="pdf" naam="Toelichting Apv" type="tekst" id="i270004"></illustratie></plaatje></al></bijlage></regeling></body></cvdr>