<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR386378_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van Parkeerbelastingen 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Rijswijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-03</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Rijswijk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">GVOP</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Parkeerbelastingen 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-11-10</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-12-09</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Parkeerbelastingen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN PARKEERBELASTINGEN
            2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De gemeenteraad;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders</al><al>d.d. 6 oktober 2015, no. 15.117685;</al><al>gelet op artikel 225 van de Gemeentewet en de Parkeerverordening
                        1994;</al><al>besluit:</al><al>vast te stellen de volgende verordening:</al><al><vet>VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN PARKEERBELASTINGEN
                        2016</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten
                                    staan van een voertuig anders dan gedurende de tijd die nodig is
                                    voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen
                                    van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van
                                    goederen op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer
                                    openstaande terreinen of weggedeelten waarop dit doen of laten
                                    staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden;</al></li><li nr="b."><al>houder: degene die naar de omstandigheden als houder van een
                                    voertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een
                                    motorrijtuig dat is ingeschreven in het krachtens de
                                    Wegenverkeerswet 1994 aangehouden register van opgegeven
                                    kentekens als houder wordt aangemerkt degene op wiens naam het
                                    voor het motorrijtuig opgegeven kenteken ten tijde van het
                                    parkeren in het register was ingeschreven;</al></li><li nr="c."><al>parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten met inbegrip
                                    van verzamelparkeermeters en hetgeen naar maatschappelijke
                                    opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan;</al></li><li nr="d."><al>autodate: het herhaald en opeenvolgend gezamenlijk gebruik van
                                    motorvoertuigen op grond van een overeenkomst tussen natuurlijke
                                    personen en een aanbieder;</al></li><li nr="e."><al>aanbieder: de rechtspersoon, die is aangesloten bij de Stichting
                                    voor Gedeeld Autogebruik en die gecertificeerd is door de
                                    brancheorganisatie en die een of meer motorvoertuigen voor
                                    autodate ter beschikking stelt;</al></li><li nr="f."><al>autodateplaats: de belanghebbendenplaats die bestemd is voor het
                                    parkeren van een autodate motorvoertuig en die is aangeduid met
                                    het onderbord met het opschrift “alleen voor autodate”.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam "parkeerbelastingen" worden de volgende belastingen
                            geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>een belasting ter zake van het parkeren van een voertuig op een
                                    bij, dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen
                                    gevallen door burgemeester en wethouders te bepalen plaats,
                                    tijdstip en wijze;</al></li><li nr="b."><al>een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende
                                    vergunning voor het parkeren van een voertuig op de in die
                                    vergunning aangegeven plaats en wijze.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven van
                                degene die het voertuig heeft geparkeerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als degene die het voertuig heeft geparkeerd, wordt mede
                                aangemerkt:</al><lijst><li nr="a."><al>degene die de belasting voldoet dan wel te kennen geeft of
                                        heeft gegeven de belasting te willen voldoen;</al></li><li nr="b."><al>zolang geen voldoening van de belasting, genoemd in artikel
                                        2, onderdeel a, heeft plaatsgevonden: de houder van het
                                        voertuig, met dien verstande dat:</al><lijst><li nr="1."><al>indien een voor ten hoogste drie maanden aangegane
                                                huurovereenkomst wordt overgelegd waaruit blijkt wie
                                                ten tijde van het parkeren ingevolge deze
                                                overeenkomst de huurder van het voertuig was, niet
                                                de houder maar de huurder wordt aangemerkt als
                                                degene die het voertuig heeft geparkeerd;</al></li><li nr="2."><al>indien blijkt dat een ander in het kentekenregister
                                                had moeten staan ingeschreven, die ander wordt
                                                aangemerkt als degene die het voertuig heeft
                                                geparkeerd;</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven
                                van degene die op de voet van het tweede lid, onderdeel b, als
                                degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, indien
                                deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander
                                tegen zijn wil van het voertuig heeft gebruikgemaakt en dat hij dit
                                gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen;</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven van
                                degene die de vergunning heeft aangevraagd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak</titel></kop><al>De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak
                            zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel
                            uitmakende tarieventabel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven bij
                                wege van voldoening op aangifte. Als voldoening op aangifte wordt
                                aangemerkt het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen
                                van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met
                                inachtneming van de door het college van burgemeester en wethouders
                                gestelde voorschriften.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij
                                wege van voldoening op aangifte.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij
                                de aanvang van het parkeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd op
                                het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                moet de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, overeenkomstig
                                de aangifte worden betaald bij de aanvang van het parkeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het vorige lid moet bij parkeren op
                                een met slagbomen ingericht parkeerterrein de belasting worden
                                betaald na afloop van het parkeren</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                moet de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, overeenkomstig
                                de aangifte worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning
                                wordt verleend</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Restitutie</titel></kop><al>Bij inlevering van een vergunning voor zakelijk-belanghebbenden in de
                            loop van het belastingjaar wordt restitutie verleend voor zoveel
                            twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er
                            in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle
                            kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder
                            bedraagt dan € 10,-.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Vrijstelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting is niet verschuldigd:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>door invaliden die zijn vrijgesteld van de betaling van
                                motorrijtuigenbelasting, mits het vrijstellingsbewijs zodanig tegen
                                de voorruit van het motorvoertuig is aangebracht, dat dit van
                                buitenaf behoorlijk zichtbaar is;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>door invaliden die in het bezit zijn van een op grond van het
                                Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens verleende ontheffing van
                                de geldende parkeerverboden, mits het ontheffingsbewijs zodanig
                                tegen de voorruit van het motorvoertuig is aangebracht, dat dit van
                                buitenaf behoorlijk zichtbaar is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De belasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is niet
                                verschuldigd door charitatieve instellingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen</titel></kop><al>De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen
                            betaling van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, mag worden
                            geparkeerd geschiedt in alle gevallen door het college van burgemeester
                            en wethouders bij openbaar te maken besluit.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van de parkeerbelasting wordt geen kwijtschelding
                            verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en
                                wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en de invordering van de
                            parkeerbelastingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De “Verordening parkeerbelastingen 2015” van 11 november 2014 wordt
                                ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van
                                ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing
                                blijven op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben
                                voorgedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na
                                die van bekendmaking. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2016.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Citeerartikel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening parkeerbelastingen
                            2016”.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten door de raad van de gemeente Rijswijk in zijn openbare
                        vergadering van 10 november 2015.</ondertekening><ondertekening>De gemeenteraad,</ondertekening><ondertekening>de griffier, </ondertekening><ondertekening>J.A. Massaar, bpa de voorzitter, drs. M.J. Bezuijen</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>Tarieventabel behorende bij de Verordening op de heffing en
                                invordering van Parkeerbelastingen 2016</vet></al><al/><al>1. Het tarief voor het parkeren bij parkeerapparatuur als bedoeld in
                            artikel 2, onderdeel a, </al><al>bedraagt:</al><al/><table><tgroup cols="4"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><colspec colname="colC"/><colspec colname="colD"/><tbody><row><entry><al><cursief>a. bij de volgende parkeerterreinen
                                                  wegen/weggedeelten:</cursief></al></entry><entry><al><cursief>bij parkeer-apparatuur geschikt voor een
                                                  parkeertijd van:</cursief></al></entry><entry><al><cursief>bedrag:</cursief></al></entry><entry><al><cursief>per tijdseenheid:</cursief></al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Het Mallegat</al></entry><entry><al>3 uur</al></entry><entry><al>€ 1,50</al></entry><entry><al>60 minuten </al></entry></row><row><entry><al>Herenstraat</al></entry><entry><al>3 uur</al></entry><entry><al>€ 1,50</al></entry><entry><al>60 minuten </al></entry></row><row><entry><al>Schoolstraat</al></entry><entry><al>3 uur</al></entry><entry><al>€ 1,50</al></entry><entry><al>60 minuten </al></entry></row><row><entry><al>Emmastraat/Willemstraat</al></entry><entry><al>3 uur</al></entry><entry><al>€ 1,50</al></entry><entry><al>60 minuten </al></entry></row><row><entry><al>Nobelaerstraat</al></entry><entry><al>3 uur</al></entry><entry><al>€ 1,50</al></entry><entry><al>60 minuten </al></entry></row><row><entry><al>Weth. Hillenaarplantsoen</al></entry><entry><al>3 uur</al></entry><entry><al>€ 1,50</al></entry><entry><al>60 minuten </al></entry></row><row><entry><al>Hilvoordestraat</al><al>Generaal Eisenhowerplein</al></entry><entry><al>3 uur</al><al>3 uur</al></entry><entry><al>€ 1,50</al><al>€ 1,50</al></entry><entry><al>60 minuten</al><al>60 minuten</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><lijst><li nr="1."><al>Het tarief als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, bedraagt:</al></li></lijst><al/><table><tgroup cols="1"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry><al/></entry></row><row><entry><al>voor een vergunning (belanghebbenden-bewoners)
                                                waarin een bepaald gedeelte van de gemeente is
                                                aangewezen € 45,00 per kalenderjaar; </al><al/></entry></row><row><entry><al>voor een vergunning (zakelijk-belanghebbenden)
                                                waarin bepaalde gedeelten van de gemeente zijn
                                                aangewezen € 315,00 per kalenderjaar;</al><al/></entry></row><row><entry><al>voor in Rijswijk gevestigde en praktijkhoudende
                                                huisartsen en verloskundigen voor een vergunning
                                                (zakelijk-belanghebbenden) 50% van het
                                                kalenderjaartarief; </al><al/></entry></row><row><entry><al>voor een tijdelijke vergunning
                                                (zakelijk-belanghebbenden) naar rato van het
                                                kalenderjaartarief;</al><al/></entry></row><row><entry><al>voor een autodate-vergunning waarin een bepaald
                                                gedeelte van de gemeente is aangewezen € 315,00 per
                                                kalenderjaar;</al><al/></entry></row><row><entry><al> voor een bezoeker van belanghebbenden-bewoners in
                                                het belanghebbenden gebied </al><al> € 0,95 per dagdeel.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al/><al>Aldus besloten door de raad van de gemeente Rijswijk in zijn openbare
                            vergadering van </al><al>10 november 2015.</al><al/><al>De gemeenteraad,</al><al>de griffier, J.A. Massaar, bpa De voorzitter, drs.M.J. Bezuijen</al><al/><al/></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>