<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR386374_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Subsidieverordening Jeugdhulp</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Dalfsen</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-12-18</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Dalfsen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2015-125131.html?zoekcriteria=%3fzkt%3dUitgebreid%26pst%3dGemeenteblad%26vrt%3ddalfsen%26zkd%3dInDeGeheleText%26dpr%3dAlle%26spd%3d20151222%26epd%3d20151222%26sdt%3dDatumPublicatie%26planId%3d%26pnr%3d1%26rpp%3d10&amp;resultIndex=0&amp;sorttype=1&amp;sortorder=4">Gemeenteblad, 22-12-2015, nr. 125131</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Subsidieverordening Jeugdhulp</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=149">Gemeentewet, artikel 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005537">Algemene wet bestuursrecht, titel 4.2</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-14</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-11-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>04-11-2015, nummer 417</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Subsidieverordening Jeugdhulp</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Dalfsen;</al><al>gelezen het voorstel van Burgemeester en wethouders d.d. 17 november 2015,
                        nummer 417;</al><al>Gelet op artikel 149 Gemeentewet en titel 4.2 van de Algemene wet
                        bestuursrecht;</al><al>Gelet op de Jeugdwet; </al><al>b e s l u i t:</al><al>vast te stellen <vet>“subsidieverordening jeugdhulp”</vet></al><al/><al><vet>SUBSIDIEVERORDENING JEUGDHULP</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>De begripsbepalingen zoals vastgelegd in artikel 1.1 van de Jeugdwet zijn
                        onverkort van toepassing op deze verordening. Aanvullend op het eerste lid
                        van de Jeugdwet wordt onder de volgende met een hoofdletter geschreven
                        begrippen het volgende verstaan:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="42*"/><colspec colname="col2" colwidth="58*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>a.Activiteitenplan</al></entry><entry colname="col2"><al>Een overzicht van de activiteiten overeenkomstig artikel
                                            4:62 Awb</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.Rechtspersoon</al></entry><entry colname="col2"><al>Een rechtspersoon als bedoeld in Boek 2 van het
                                            Burgerlijk Wetboek die zich de</al><al>behartiging van de belangen van ideële en/of materiële
                                            aard van (een deel van) de</al><al>bevolking van de gemeente (c.q. de regio) ten
                                            doelstelt</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Subsidiedoelen</titel></kop><al>Het verstrekken van subsidie op basis van deze verordening heeft als doel
                        alle jeugdigen uit de gemeente de noodzakelijke jeugdhulp te verlenen en
                        daarmee en een bijdrage te leveren aan het bereiken van de einddoelen van
                        het hulpverleningsplan of het uitvoeren van de door de rechter opgelegde
                        jeugdbeschermingsmaatregel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Subsidieaanvrager</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvrager biedt in het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd
                            jeugd- en opvoedhulp of jeugdbescherming aan jeugdigen uit de
                            gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvrager van subsidie voor het bieden van jeugdbescherming is een
                            door het Keurmerkinstituut gecertificeerde instelling.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De aanvrager moet een rechtspersoon zijn met volledige
                            rechtsbevoegdheid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Subsidievoorwaarden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er kan subsidie worden verstrekt voor activiteiten die naar het oordeel
                            van het college:</al><lijst><li nr="a."><al>passen binnen het door de gemeenteraad vastgestelde beleid
                                    en</al></li><li nr="b."><al>gebaseerd zijn op de door de gemeenteraad vastgestelde begroting
                                    en de daarbij behorende bijlagen. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Teneinde in aanmerking te komen voor subsidie dient de aanvrager waar
                            mogelijk zijn activiteiten af te stemmen op die van soortgelijke
                            instellingen en met dergelijke instellingen samen te werken. Het college
                            kan ter zake verplichtingen aan de beschikking tot verlening van de
                            subsidie verbinden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Subsidie wordt geheel of gedeeltelijk geweigerd indien de
                            subsidieaanvrager zelf in de kosten van de voor subsidie in aanmerking
                            komende activiteiten kan voorzien. Het college kan ter zake nadere
                            regels stellen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Beslissingsbevoegdheid subsidieverstrekking</titel></kop><al>Het college is bevoegd tot het nemen van alle besluiten ter uitvoering van
                        deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Het subsidieplafond</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het subsidieplafond wordt jaarlijks vastgesteld door het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het totaal van de subsidieaanvragen het subsidieplafond
                            overschrijdt, wordt het beschikbare subsidiebudget evenredig onder de
                            aanvragers verdeeld. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Subsidiemethodiek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidie wordt jaarlijks bepaald op basis van de, door het college,
                            vastgestelde trajecttarieven en de door het college vastgestelde
                            tarieven voor diverse jeugdhulpprestaties.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Subsidiering op basis van trajectfinanciering: de hoogte van de subsidie
                            wordt bepaald op basis van de som van het aantal ingestroomde en het
                            aantal succesvol afgesloten trajecten in het kalenderjaar waarvoor de
                            subsidie wordt gevraagd en deze som te vermenigvuldigen met 50% van het
                            vastgestelde trajecttarief. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Subsidiering op basis van overige jeugdhulpprestaties: de hoogte van de
                            subsidie wordt bepaald op basis van het aantal gerealiseerde
                            zorgprestaties in het kalenderjaar waarvoor de subsidie wordt gevraagd,
                            vermenigvuldigd met de vastgestelde tarieven die bij deze zorgprestaties
                            horen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>De aanvraag tot subsidieverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aanvragen om subsidieverlening moeten voor 1 september van het jaar
                            voorafgaand aan het jaar waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft,
                            zijn ingediend. De aanvrager maakt daarbij gebruik van een door het
                            college vastgesteld aanvraagformulier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de indiening van de aanvraag tot subsidieverlening wordt in ieder
                            geval een activiteitenplan met bijbehorende begroting overgelegd. Voor
                            de trajectfinanciering wordt een prognose ingediend van het te
                            verwachten aantal in te stromen cliënten en het te verwachten aantal
                            succesvol uit te stromen cliënten. Voor de overige zorgprestaties wordt
                            een prognose ingediend van het aantal te verwachten cliënten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij een eerste aanvraag tot subsidieverlening legt de aanvrager, tevens
                            over:</al><lijst><li nr="a."><al>een afschrift van de oprichtingsakte van de rechtspersoon dan
                                    wel de statuten zoals deze laatstelijk zijn gewijzigd;</al></li><li nr="b."><al>een afschrift van het huishoudelijk reglement;</al></li><li nr="c."><al>een opgave van de samenstelling van het bestuur;</al></li><li nr="d."><al>een gewaarmerkt verslag van de financiële positie over het
                                    boekjaar voorafgaand aan het jaar waarin de aanvraag
                                    plaatsvindt. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van de in dit artikel genoemde
                            verplichtingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college beslist uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de
                            aanvraag wordt ingediend op de aanvraag tot subsidieverlening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de in het eerste lid genoemde termijn met ten hoogste
                            zes weken verlengen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Onderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan bij de beschikking tot subsidieverlening bepalen dat het
                            jaarlijkse accountantsonderzoek in het kader van het financiële verslag
                            tevens een onderzoek naar de naleving van de aan de subsidie verbonden
                            verplichtingen inhoudt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college geeft, indien wordt besloten tot een onderzoek als bedoeld
                            in lid 1, bij de beschikking tot subsidieverlening een aanwijzing over
                            de reikwijdte en de intensiteit van de accountantscontrole.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Toestemming voor bepaalde handelingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidieontvanger heeft voorafgaande schriftelijke toestemming nodig
                            van het college voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het oprichten van, dan wel deelnemen in, een rechtspersoon;</al></li><li nr="b."><al>het wijzigen van de statuten;</al></li><li nr="c."><al>het aangaan van overeenkomsten waarbij de subsidieontvanger zich
                                    verbindt tot zekerheidsstelling, met inbegrip van
                                    zekerheidsstelling voor schulden van derden of waarbij hij zich
                                    als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt of zich voor een
                                    derde sterk maakt;</al></li><li nr="d."><al>het ontbinden van de rechtspersoon;</al></li><li nr="e."><al>het doen van aangifte tot faillissement of aanvragen van zijn
                                    surseance van betaling.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan voorschriften aan de toestemming verbinden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college beslist binnen vier weken over de te verlenen
                            toestemming.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De beslissingstermijn kan eenmaal voor ten hoogste vier weken worden
                            verlengd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien omtrent de toestemming niet tijdig is beslist, wordt de
                            toestemming geacht te zijn verleend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Informatieplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een subsidieontvanger bericht het college onmiddellijk schriftelijk over
                            feiten en ontwikkelingen die ertoe leiden of kunnen leiden dat de
                            activiteiten niet kunnen worden verwezenlijkt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een subsidieontvanger brengt het beëindigen en/ of gedeeltelijk
                            beëindigen en/ of het wijzigen van de aard en omvang van zijn
                            activiteiten onmiddellijk schriftelijk ter kennis van het college.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een subsidieontvanger bericht het college zo spoedig mogelijk
                            schriftelijk over wijziging in de bestuurssamenstelling.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De subsidieontvanger is verplicht het college schriftelijk te informeren
                            over besluiten tot het vaststellen en/of wijzigen van de tarieven voor
                            door de subsidieontvanger in de gewone uitoefening van zijn
                            gesubsidieerde activiteiten te verrichten prestaties.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De subsidieontvanger dient het college schriftelijk te informeren bij
                            het aangaan en beëindigen van overeenkomsten tot verkrijging,
                            vervreemding of bezwaring van registergoederen of tot huur, verhuur of
                            pacht daarvan, indien deze goederen geheel of gedeeltelijk zijn
                            verworven door middel van de subsidie, dan wel de uitgaven daarvoor mede
                            zijn bekostigd uit de subsidie.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De subsidieontvanger dient het college schriftelijk te informeren bij
                            het aangaan van kredietovereenkomsten en overeenkomsten van
                            geldlening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>De subsidievaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Subsidieontvanger dient voor 1 juni na afloop van het jaar, waarvoor de
                            subsidie is verleend, een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in
                            en maakt hierbij gebruik van het door het college vastgestelde
                            aanvraagformulier subsidievaststelling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de aanvraag legt de subsidieontvanger het jaardocument over het
                            betreffende subsidiejaar over. Dit jaardocument dient in ieder geval te
                            bestaan uit een activiteitenverslag en een jaarrekening. De jaarrekening
                            dient vergezeld te zijn van bijlagen met daarin de gerealiseerde
                            prestaties voor de gemeenten in het subsidiejaar, uitgesplitst naar
                            hoofd- en onderaannemer(s).</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De jaarrekening en bijlagen dienen vergezeld te gaan van een
                            controleverklaring van een accountant.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college beslist na ontvangst binnen 6 maanden op een volledige
                            aanvraag om subsidievaststelling.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen het bepaalde in deze verordening
                        buiten toepassing laten of daarvan afwijken, indien strikte toepassing ervan
                        leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Niet voorziene gevallen</titel></kop><al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt na bekendmaking in werking op 1 januari 2016 en
                            wordt aangehaald als subsidieverordening Jeugdhulp. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op aanvragen tot subsidieverstrekking die zijn ingediend voor
                            inwerkingtreding van deze verordening is deze verordening van
                            toepassing.</al></lid></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten door de raad van de gemeente Dalfsen in zijn (openbare)
                        vergadering van 14 december 2015.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de voorzitter, de griffier, </ondertekening><ondertekening>drs. H.C.P. Noten drs. J. Leegwater</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>TOELICHTING SUBSIDIEVERORDENING JEUGDHULP </titel></kop><tussenkop>Algemene Toelichting</tussenkop><al>Gemeenten zijn vanaf 1 januari 2015 verantwoordelijk voor de uitvoering van
                    nieuwe taken vanuit de Jeugdwet (o.a. preventie, jeugdhulp en de uitvoering van
                    kinderbeschermingsmaatregelen) binnen het daarvoor beschikbare budget.</al><al>De gemeenten Dalfsen, Deventer, Hardenberg, Kampen, Olst-Wijhe, Ommen, Raalte,
                    Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland en Zwolle hebben besloten tot een
                    gezamenlijke aanpak bij de ontwikkeling en uitvoering van beleid op dit gebied
                    en hebben daartoe de gemeenschappelijke regeling Uitvoeringsorganisatie
                    Jeugdzorg IJsselland getroffen.</al><al>In november 2014 heeft de uitvoeringsorganisatie bij een groot aantal aanbieders
                    verschillende vormen van jeugdhulp gecontracteerd in de vorm van een
                    overeenkomst. Met een aantal partijen zijn subsidieafspraken gemaakt. De basis
                    voor deze subsidiering dient in een subsidieverordening te liggen. Aangezien de
                    uitvoeringsorganisatie jeugdzorg geen verordenende bevoegdheid heeft, dient door
                    elke gemeenteraad afzonderlijk deze subsidieverordening te worden vastgesteld.
                    De uitvoering van de subsidieverordening wordt vervolgens door de colleges van
                    de betrokken gemeenten gemandateerd aan het bestuur van de
                    Uitvoeringsorganisatie. Een subsidieverordening bevat doorgaans de (meer
                    technische) eisen die in het kader van subsidiëring worden gesteld. Hierin is
                    bijvoorbeeld opgenomen waar een aanvraag aan moet voldoen, welke kosten
                    subsidiabel zijn, welke termijnen van toepassing zijn, en dergelijke. </al><al>De gelden voor de subsidiering worden opgenomen in de jaarlijks door de
                    gemeenteraden vast te stellen begrotingen. Hierin staat dan hoeveel geld voor
                    welke (hoofd)activiteiten beschikbaar is. Dit houdt overigens niet in dat
                    genoemde bedragen per aanvrager beschikbaar zijn. Het totaal van de bedragen die
                    in de gemeentelijke begrotingen zijn vastgesteld voor inkoop en subsidiering van
                    jeugdhulp-aanbieders is het budget waaruit de Uitvoeringsorganisatie Jeugdzorg
                    IJsselland de daadwerkelijke inkoop en subsidiering van jeugdhulpaanbieders kan
                    bekostigen. </al><al>JURIDISCH KADER</al><al>De landelijke wettelijke regels voor het verstrekken van subsidies zijn
                    opgenomen in de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Op basis van verschillende
                    ontwikkelingen, waaronder jurisprudentie en het toezicht vanuit accountants op
                    de rechtmatigheid en de doelmatigheid van de inzet van subsidies, wordt steeds
                    scherper toegezien op de manier waarop de subsidieverstrekking wordt uitgevoerd. </al><al>Binnen de gemeenten vormt de Subsidieverordening Jeugdhulp de wettelijke
                    grondslag voor subsidiëring van de regionaal gecontracteerde jeugdhulp. De
                    uitvoering van de verordening ligt formeel in handen van de elf colleges. Vanaf
                    de start van de gemeenschappelijke regeling Uitvoeringsorganisatie Jeugdzorg is
                    het de bedoeling geweest dat het bestuur van deze Uitvoeringsorganisatie namens
                    de colleges de subsidieverlening op het gebied van de Jeugdhulp zou gaan
                    uitvoeren. Hiertoe zijn in 2014 door alle colleges al besluiten tot mandatering
                    van deze subsidiebevoegdheid genomen. </al><tussenkop>Toelichting per artikel</tussenkop><tussenkop>Artikel 1 Begripsbepalingen</tussenkop><al>In dit artikel wordt een aantal, veelvuldig in deze verordening gebruikte,
                    begrippen gedefinieerd. In de verordening wordt voor de belanghebbende bij
                    subsidies het begrip ‘aanvrager’ of ‘subsidieontvanger’ gebruikt. De
                    belanghebbende wordt tot het moment van subsidieverlening als aanvrager
                    aangeduid en daarna als subsidieontvanger.</al><al>Ten aanzien van het begrip ‘subsidie’ wordt verwezen naar hoofdstuk 4, afdeling
                    2 van de Algemene wet bestuursrecht.</al><al>In artikel 4:21 Awb staat de definitie van subsidie vermeld, namelijk de
                    aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog
                    op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het
                    bestuursorgaan geleverde goederen of diensten.</al><al>Aangezien dit begrip is vastgelegd in de Algemene wet bestuursrecht, en van
                    dwingend recht is verklaard, geldt dit begrip voor iedereen en hoeft het niet
                    overgenomen te worden in deze verordening.</al><tussenkop>Artikel 2 Subsidiedoelen</tussenkop><al>In dit artikel staat omschreven wat het doel is van de subsidieverlening. De
                    subsidie is bedoeld om alle jeugdigen in de gemeente de noodzakelijke jeugdhulp
                    te verlenen. Hiermee wordt invulling gegeven aan het hulpverleningsplan dat de
                    verwijzer samen met de cliënt en de ouders/gezinsleden heeft opgesteld. Voor de
                    jeugdbescherming geldt dat de subsidieontvanger uitvoering geeft aan de
                    maatregel die een rechter heeft opgelegd.</al><tussenkop>Artikel 3 Subsidieaanvrager</tussenkop><al>De subsidieaanvrager is de organisatie die de door gemeente gefinancierde
                    jeugdhulp aan jeugdigen biedt. In lid 2 is bepaald dat de aanvrager voor het
                    uitvoeren van beschermingsmaatregelen opgelegd door de rechter een
                    gecertificeerde instelling moet zijn. Deze certificering kan alleen verkregen
                    worden via het Keurmerkinstituut.</al><al>Verder is in lid 3 als uitgangspunt opgenomen dat alleen subsidie kan worden
                    verstrekt aan rechtspersonen. Hiermee wordt beoogd te voorkomen dat een
                    vermenging plaatsvindt van subsidiemiddelen met privémiddelen van natuurlijke
                    personen. Hierdoor kunnen namelijk problemen ontstaan bij de verantwoording. </al><tussenkop>Artikel 4 Subsidievoorwaarden</tussenkop><al>In dit artikel worden criteria genoemd waaraan de activiteiten moeten voldoen om
                    in aanmerking te komen voor subsidie.</al><al>In lid 1 zijn enkele algemene uitgangspunten gegeven voor de subsidieverlening
                    binnen de gemeente. In het algemeen moet het bij subsidieverlening gaan om
                    activiteiten die passen binnen gemeentelijke doelstellingen die zijn vastgesteld
                    door de raad. Het begrip ‘naar inzicht van het college’ geeft het college
                    beleidsvrijheid. Indien een aanvraag niet past binnen de eisen kan de aanvraag
                    worden geweigerd.</al><al>Lid 2 is opgenomen teneinde een optimale samenwerking tussen aanvrager en
                    soortgelijke instellingen te bewerkstelligen.</al><al>Lid 3 is opgenomen als uitvloeisel van de Algemene wet bestuursrecht, teneinde
                    duidelijk te maken dat, in het geval aanvrager over voldoende financiële
                    middelen beschikt om de activiteit zelf te financieren, de subsidie geheel of
                    gedeeltelijk geweigerd kan worden.</al><tussenkop>Artikel 5 Beslissingsbevoegdheid subsidieverstrekking</tussenkop><al>In het kader van deze verordening worden diverse besluiten genomen gedurende de
                    procedure van subsidieverlening tot subsidievaststelling. In de Algemene wet
                    bestuursrecht wordt gesproken van de verlening van subsidie door een
                    bestuursorgaan. </al><al>Als uitvloeisel van het feit dat aan het college de bevoegdheid is toegekend tot
                    het nemen van besluiten, is het college ook de mogelijkheid geboden nadere
                    regels te stellen ten aanzien van het verstrekken van subsidies.</al><tussenkop>Artikel 6 Het subsidieplafond</tussenkop><al>Op grond van artikel 4:25 Awb kan de (decentrale) wetgever besluiten tot het
                    instellen van een subsidieplafond. Onder het subsidieplafond wordt verstaan
                    (artikel 4:22 Awb) het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste
                    beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies krachtens een bepaald
                    wettelijk voorschrift.</al><tussenkop>Lid 1</tussenkop><al>In deze verordening is ervoor gekozen om die bevoegdheid, in het kader van de
                    deregulering, bij het college neer te leggen. De periode waarvoor een
                    subsidieplafond wordt vastgesteld is een jaar. Door het instellen van een
                    subsidieplafond, kunnen aanspraken op subsidie worden beperkt. Dit ziet vooral
                    op het geval dat de begroting geen ruimte biedt voor subsidiëring, terwijl de
                    wet en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, weigering of intrekking
                    van de subsidie niet zonder meer toelaten.</al><al>Het vaststellen van een subsidieplafond is een besluit (een besluit van algemene
                    strekking) en moet als zodanig bekend worden gemaakt voor de ingangsdatum van de
                    periode waarvoor het plafond geldt. Als er geen subsidieplafond is ingesteld,
                    kan dit er toe leiden dat, indien een aanspraak op subsidie bestaat, die
                    subsidie niet vanwege financiële redenen kan worden geweigerd. Mensen of
                    instellingen die aanspraak willen maken op subsidie moeten tijdig weten hoeveel
                    geld er beschikbaar is. Een subsidieplafond leidt automatisch tot weigering van
                    een subsidie voor wat betreft het gedeelte dat boven het subsidieplafond
                    uitstijgt.</al><al>Het subsidieplafond wordt bepaald door de optelsom van alle door de elf
                    gemeenten in de regio IJsselland beschikbaar gestelde budgetten voor dit
                    doel.</al><tussenkop>Lid 2</tussenkop><al>Samen met het subsidieplafond worden de criteria voor het verkrijgen van
                    subsidie aangegeven, alsook de wijze van verdeling. Indien het totaal van de
                    subsidieaanvragen hoger is dan het beschikbare budget en daarmee het
                    subsidieplafond overschrijdt, wordt het beschikbare subsidiebudget evenredig
                    onder de aanvragers verdeeld. Deze evenredige verdeling wordt in onderstaand
                    voorbeeld uitgewerkt.</al><tussenkop>Voorbeeld</tussenkop><al>Het subsidieplafond is vastgesteld op € 10.000.000,-.</al><al>De (voor toekenning in aanmerking komende, dus aan alle eisen voldoende)
                    aanvragen zouden leiden tot subsidieverleningen tot een totaalbedrag van €
                    12.000.000,-.</al><al>Uitgaande van vier subsidie-aanvragers (A t/m D) die voor toekenning van
                    respectievelijk:</al><lijst><li nr="-"><al>aanvrager A: € 1.200.000,- (10% van het totaalbedrag);</al></li><li nr="-"><al>aanvrager B: € 3.600.000,- (30% van het totaalbedrag);</al></li><li nr="-"><al>aanvrager C: € 4.800.000,- (40% van het totaalbedrag);</al></li><li nr="-"><al>aanvrager D: € 2.400.00,- (20% van het totaalbedrag)</al></li></lijst><al>in aanmerking zouden komen, als er geen subsidieplafond zou zijn
                    vastgesteld.</al><al>Nu er wel een subsidieplafond is vastgesteld, en het verdeelcriterium
                    ‘evenredige verdeling’ is, ziet de verdeling er als volgt uit:</al><lijst><li nr="-"><al>aanvrager A krijgt: € 1.000.000,- (10% van het beschikbare bedrag);</al></li><li nr="-"><al>aanvrager B krijgt: € 3.000.000,- (30% van het beschikbare bedrag);</al></li><li nr="-"><al>aanvrager C krijgt: € 4.000.000,- (40% van het beschikbare bedrag);</al></li><li nr="-"><al>aanvrager D krijgt: € 2.000.000,- (20% van het beschikbare bedrag).</al></li></lijst><al>Overschrijding van een subsidieplafond levert een verplichte weigeringsgrond op.
                    Dit betekent dat in de weigeringsbeschikking niet meer hoeft te worden
                    gemotiveerd waarom het belang van de begrotingsdiscipline zwaarder moet wegen
                    dan de belangen van de aanvrager. Het rechtsgevolg ontstaat als het
                    subsidieplafond is vastgesteld en bekendgemaakt. De weigeringsgrond is een
                    aanvulling op de – facultatieve – weigeringsgronden van artikel 4:35 Awb.</al><tussenkop>Artikel 7 Subsidiemethodiek</tussenkop><al>De bekostiging vindt plaats op basis van het aantal ingestroomde cliënten en het
                    aantal succesvol afgeronde trajecten per jaar. Voor een ingestroomde cliënt
                    wordt er 50% van het trajecttarief vergoed en bij elk succesvol afgesloten
                    traject wordt er 50% van het trajecttarief vergoed. Op deze manier wordt voor
                    een cliënt die instroomt en succesvol het traject afsluit 100% van het
                    trajecttarief vergoed. </al><tussenkop>Artikel 8 De aanvraag tot subsidieverlening</tussenkop><tussenkop>Lid 1</tussenkop><al>Er is, tenzij anders is bepaald, gekozen voor een systeem dat voorafgaand aan de
                    activiteit waarvoor subsidie wordt gevraagd, een aanvraag tot subsidieverlening
                    moet worden ingediend.</al><al>De termijn voor het indienen van een aanvraag tot subsidieverlening is bepaald
                    op 1 september van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag
                    betrekking heeft. Aangezien de verantwoording van het daaraan voorafgaande jaar
                    dan al is ontvangen, kan de beoordeling plaatsvinden op basis van de meest
                    actuele informatie.</al><tussenkop>Lid 2</tussenkop><al>Op grond van dit lid dient de aanvraag in ieder geval vergezeld te gaan van een
                    activiteitenplan (art. 4:62 Awb) en een begroting (art. 4:63 Awb).</al><al>Aangezien de beschikking tot verlening van de subsidie een omschrijving moet
                    bevatten van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verleend, is het van
                    belang dat het college, voordat het een beslissing neemt tot het al dan niet
                    verlenen van subsidie, duidelijkheid heeft over de te verrichte activiteiten.
                    Het begrip activiteiten moet ruim worden opgevat en omvat in beginsel iedere
                    vorm van menselijk handelen, voor zover de overheid die wil stimuleren. Ook
                    nalaten kan een activiteit zijn. </al><al>De begroting behelst een overzicht van de voor het boekjaar geraamde inkomsten
                    en uitgaven van de aanvrager en een specificatie met betrekking tot de
                    activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd.</al><tussenkop>Lid 3</tussenkop><al>In het geval er sprake is van een eerste subsidieaanvraag, dient de aanvrager
                    een aantal extra stukken over te leggen, zodat het college inzicht krijgt in de
                    activiteiten van de subsidieaanvrager.</al><tussenkop>Lid 5</tussenkop><al>Het college behoudt zich het recht voor te beslissen dat afgeweken kan worden
                    van de in dit artikel genoemde verplichtingen.</al><tussenkop>Artikel 9 Beslistermijn</tussenkop><tussenkop>Lid 1</tussenkop><al>Dit artikel sluit aan bij artikel 4:13 Awb, waarin staat dat een beschikking
                    dient te worden gegeven binnen de bij wettelijk voorschrift bepaalde termijn. </al><tussenkop>Lid 2</tussenkop><al>Onder opgave van redenen, dit sluit aan bij het motiveringsbeginsel, kan het
                    college de beslistermijn verlengen.</al><tussenkop>Artikel 10 Onderzoek</tussenkop><al>In dit artikel is de mogelijkheid opgenomen dat de controle van de accountant in
                    een incidenteel geval verder gaat dan de financiële kant van de zaak, door
                    bijvoorbeeld ook onderzoek te doen naar de naleving van de aan de subsidie
                    verbonden verplichtingen.</al><tussenkop>Artikel 11 Toestemming voor bepaalde handelingen</tussenkop><al>Ondanks het feit dat de bedrijfsvoering de verantwoordelijkheid is van de
                    subsidieontvanger en de gemeente op hoofdlijnen de regie wil voeren, is het voor
                    sommige handelingen en/of besluiten noodzakelijk om door de subsidieontvanger
                    voorafgaand schriftelijk toestemming te laten vragen. De handelingen en/of
                    besluiten kunnen namelijk een dermate groot effect hebben dat dit valt onder de
                    regievoering door de gemeente</al><tussenkop>Artikel 12 Informatieplicht</tussenkop><al>De gemeente kan alleen regie voeren als zij op de hoogte is van alle relevante
                    ontwikkelingen en gebeurtenissen. De subsidieontvanger draagt zorg voor het
                    leveren van alle relevante informatie.</al><tussenkop>Artikel 13 De subsidievaststelling</tussenkop><al>In het eerste lid staan de algemene (formele) eisen vermeld die een aanvrager
                    moet verstrekken om voor subsidie in aanmerking te komen. Deze eisen zijn
                    afkomstig uit artikel 4:2 Awb (vereisten aanvraag), waarin de algemene
                    verplichting is neergelegd tot het verstrekken van gegevens en bescheiden die
                    nodig zijn voor het nemen van een beslissing op een aanvraag en waarover de
                    aanvrager redelijkerwijs de beschikking kan krijgen. </al><al>Bij de aanvraag tot subsidievaststelling dient in ieder geval een
                    activiteitenverslag en een jaarrekening te worden overgelegd. Basis kan zijn het
                    in de Jeugdzorg gebruikelijke Jaardocument waarvan het activiteitenverslag en de
                    jaarrekening dan onderdeel uit maken. Het is belangrijk dat in deze stukken de
                    activiteiten en kosten voor de gemeente inzichtelijk zijn gemaakt.</al><tussenkop>Artikel 14 Hardheidsclausule</tussenkop><al>In dit artikel is de hardheidsclausule opgenomen die het college de mogelijkheid
                    biedt om af te wijken van deze verordening en in uitzonderlijke gevallen buiten
                    toepassing te laten of daarvan af te wijken. De toepassing van een
                    hardheidsclausule beperkt zich daarmee tot (eventuele) onbillijkheden van
                    overwegende aard en kan daardoor niet gebruikt worden in normale voorziene
                    gevallen. De op basis van de hardheidsclausule te treffen voorziening dient wel
                    binnen de doelstelling van deze verordening en de daarop gebaseerde regelgeving
                    te passen.</al><tussenkop>Artikel 15 Niet voorziene gevallen</tussenkop><al>Ook in gevallen waarin de verordening niet voorziet, heeft het college
                    beslissingsbevoegdheid.</al></nota-toelichting><bijlage><kop><label>Inhoudsopgave</label></kop><al>SUBSIDIEVERORDENING JEUGDHULP </al><al>Artikel 1 Begripsbepalingen </al><al>Artikel 2 Subsidiedoelen </al><al>Artikel 3 Subsidieaanvrager </al><al>Artikel 4 Subsidievoorwaarden </al><al>Artikel 5 Beslissingsbevoegdheid subsidieverstrekking </al><al>Artikel 6 Het subsidieplafond </al><al>Artikel 7 Subsidiemethodiek </al><al>Artikel 8 De aanvraag tot subsidieverlening </al><al>Artikel 9 Beslistermijn </al><al>Artikel 10 Onderzoek </al><al>Artikel 11 Toestemming voor bepaalde handelingen </al><al>Artikel 12 Informatieplicht </al><al>Artikel 13 De subsidievaststelling </al><al>Artikel 14 Hardheidsclausule </al><al>Artikel 15 Niet voorziene gevallen </al><al>Artikel 16 Inwerkingtreding en citeertitel </al><al/></bijlage></regeling></body></cvdr>