<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR386330_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van onroerende-zaakbelastingen 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Montfoort</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-27</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Montfoort</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">IJsselbode, 22-12-2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Onroerende-zaakbelastingen 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 220</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-14</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-12-30</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>202816</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van onroerende-zaakbelastingen
                2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Montfoort;</al><al/><al>Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 3 november 2015,
                        zaaknummer 202816</al><al/><al>gelet op de artikelen 220 tot en met 220h van de Gemeentewet;</al><al/><al/><al><vet>BESLUIT:</vet></al><al/><al>vast te stellen de:</al><al/><al><vet>Verordening op de heffing en invordering van onroerende-zaakbelastingen
                            2016 </vet></al><al><cursief>(verordening Onroerende- zaakbelastingen 2016)</cursief></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Onder de naam ‘onroerende-zaakbelastingen’ worden ter zake van
                                binnen de gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen
                                geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het
                                        kalenderjaar een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot
                                        woning dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt
                                        recht of persoonlijk recht gebruikt, verder te noemen:
                                        gebruikersbelasting.</al></li><li nr="b."><al> een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het
                                        kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft
                                        krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, verder te
                                        noemen: eigenarenbelasting.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al> Bij de gebruikersbelasting wordt:</al><lijst><li nr="a."><al> gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende
                                        zaak in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door
                                        degene die dat deel in gebruik heeft gegeven; degene die het
                                        deel in gebruik heeft gegeven is bevoegd de belasting als
                                        zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is
                                        gegeven;</al></li><li nr="b."><al> het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor
                                        voltijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die
                                        onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de
                                        onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de
                                        belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die zaak
                                        ter beschikking is gesteld.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al> Met betrekking tot de eigenarenbelasting wordt als genothebbende
                                krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij
                                het begin van het kalenderjaar als zodanig in de kadastrale
                                registratie is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen
                                genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastingobject</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in
                                hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken.</al></li><li nr="2."><al>Een onroerende zaak dient in hoofdzaak tot woning indien de waarde
                                op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is
                                vastgesteld voor die onroerende zaak in hoofdzaak kan worden
                                toegerekend aan delen van die onroerende zaak die dienen tot woning
                                dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden. </al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> De heffingsmaatstaf is de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet
                                waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde
                                waarde voor het tijdvak waarbinnen het in artikel 1 bedoelde
                                kalenderjaar valt.</al></li><li nr="2."><al> Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde is
                                vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering
                                onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak
                                bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of
                                krachtens de artikelen 17, 18, 20, tweede lid van de Wet waardering
                                onroerende zaken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij het bepalen van de
                                heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet
                                reeds is geschied bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde
                                waarde, de waarde van:</al><lijst><li nr="a."><al>ten behoeve van de land‑ of bosbouw bedrijfsmatig
                                        geëxploiteerde cultuurgrond;</al></li><li nr="b."><al> gebouwde eigendommen, voorzover de ondergrond daarvan
                                        bestaat uit de in onderdeel a. bedoelde cultuurgrond;</al></li><li nr="c."><al> onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de
                                        openbare eredienst of voor het houden van openbare
                                        bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een en
                                        ander met uitzondering van delen van zodanige onroerende
                                        zaken die dienen als woning;</al></li><li nr="d."><al> één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op
                                        de voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat
                                        voldoet aan de in artikel 1, derde lid, onderdeel b, van die
                                        wet bedoelde voorwaarden met uitzondering van de daarop
                                        voorkomende gebouwde eigendommen;</al></li><li nr="e."><al> natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen,
                                        heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die
                                        door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid welke
                                        zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van
                                        natuurschoon ten doel stellen, beheerd worden;</al></li><li nr="f."><al> openbare land‑ en waterwegen en banen voor openbaar vervoer
                                        per rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken;</al></li><li nr="g."><al> waterverdediging‑ en waterbeheersingwerken die worden
                                        beheerd door organen, instellingen of diensten van
                                        publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de
                                        delen van zodanige werken die dienen als woning;</al></li><li nr="h."><al> werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool‑ en
                                        ander afvalwater en die worden beheerd door organen,
                                        instellingen of diensten van publiekrechtelijke
                                        rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige
                                        werken die dienen als woning;</al></li><li nr="i."><al> tot de onroerende zaak behorende, daaraan al dan niet aard
                                        – of nagelvast verbonden werktuigen welke verwijderd kunnen
                                        worden met behoud van hun waarde als zodanig en niet op
                                        zichzelf als gebouwde eigendommen zijn aan te merken;</al></li><li nr="j."><al> onroerende zaken voor zover die bestemd zijn te worden
                                        gebruikt voor de publieke dienst van de gemeente, met
                                        uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die
                                        bestemd zijn te worden gebruikt voor het geven van
                                        onderwijs;</al></li><li nr="k."><al> straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde
                                        eigendommen – niet zijnde gebouwen – welke zijn geplaatst
                                        ten gerieve of in het belang van het publiek, ten dienste
                                        van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals
                                        lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten,
                                        fonteinen, banken, abri’s, hekken en palen;</al></li><li nr="l."><al> plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente
                                        in beheer zijn of waarvan de gemeente het genot heeft
                                        krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, met uitzondering
                                        van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als
                                        woning;</al></li><li nr="m."><al> begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, met
                                        uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die
                                        dienen als woning.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al> De vrijstelling met betrekking tot de in onderdeel j van het eerste
                                lid bedoelde onroerende zaken voor de eigenarenbelasting geldt niet
                                voor zover de gemeente van die zaken niet het genot heeft krachtens
                                eigendom, bezit of beperkt recht.</al></li><li nr="3."><al> In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt de bepaling van de
                                heffingsmaatstaf voor de gebruikersbelasting buiten aanmerking
                                gelaten de waarde van gedeelten van de onroerende zaak die in
                                hoofdzaak tot woning dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan
                                woondoeleinden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de
                                heffingsmaatstaf:</al><lijst><li nr="a."><al>de gebruikersbelasting 0,2742% </al><al> Inclusief ondernemingsfonds</al></li><li nr="b."><al> bij de eigenarenbelasting</al><lijst><li nr="1."><al> voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning
                                                dienen 0,1405%</al></li><li nr="2."><al> voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot
                                                woning dienen 0,3282%</al><al> Inclusief ondernemingsfonds</al></li></lijst></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belastingen worden bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan
                                de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op
                                de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en
                                de volgende termijn twee maanden later. </al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid geldt dat betaling via automatische
                                incasso in acht termijnen mogelijk is, mits wordt voldaan aan de
                                daaraan verbonden en in het Incassoreglement van
                                Belastingsamenwerking Rivierenland (BSR) opgenomen voorwaarden.
                            </al></li><li nr="3."><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                                voorgaande leden gestelde termijnen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van de onroerende
                        zaakbelastingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> De ‘verordening Onroerende-zaakbelastingen 2015 van 18 december
                                2014, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde
                                datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van
                                toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum
                                hebben voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na
                                die van de bekendmaking. </al></li><li nr="3."><al> De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2016.</al></li><li nr="4."><al> Deze verordening wordt aangehaald als ‘verordening
                                Onroerende-zaakbelastingen 2016.</al></li></lijst><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Montfoort, gehouden op 14 december 2015.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>drs. E.C.M. van der Klauw</ondertekening><ondertekening>de griffier</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Th. van Eijk</ondertekening><ondertekening>de voorzitter</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>