<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR386268_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Landelijke handhavingstrategie</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Haaren</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Haaren</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.officielebekendmakingen.nl">Gemeenteblad, 23 december 2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Landelijke handhavingstrategie</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>milieu</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2023-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>B&amp;W-voorstel, 22 december 2015</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Op grond van artikel 28 Wet algemene regels herindeling is deze regeling per 1 januari 2023 vervallen, tenzij de hierna genoemde bestuursorganen de betreffende regeling al eerder vervallen hebben verklaard.</al><al>- Het college van de gemeente Oisterwijk heeft op 8 januari 2021 besloten deze regeling vervallen te verklaren voor zover deze van kracht is voor het gebied binnen de gemeentegrenzen van de gemeente Oisterwijk zoals dat per 1 januari 2021, op grond van de Wet van 8 juli 2020 tot splitsing van de gemeente Haaren, is ontstaan.</al><al>- Het college van de gemeente Boxtel heeft op 5 januari 2021 besloten deze regeling vervallen te verklaren voor zover deze van kracht is voor het gebied binnen de gemeentegrenzen van de gemeente Boxtel zoals dat per 1 januari 2021, op grond van de Wet van 8 juli 2020 tot splitsing van de gemeente Haaren, is ontstaan.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-1312</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Landelijke handhavingstrategie</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Landelijke handhavingstrategie </label></kop><al><vet>L</vet><vet>andelijke handhavingstrategie </vet></al><al>Een passende interventie bij iedere bevinding </al><al>Inhoudsopgave </al><lijst><li nr="1."><al>Inleiding</al></li><li nr="1."><al>1 Achtergrond en aanleiding</al></li><li nr="1."><al>2 Beoogde brede werking, doel en positionering</al></li><li nr="1."><al>3 Werking, implementatie en monitoring en evaluatie</al></li><li nr="2."><al>Visie landelijke handhavingstrategie</al></li><li nr="2."><al>1 Onafhankelijkheid – sterke, slagkrachtige en onafhankelijke handhavinginstanties</al></li><li nr="2."><al>2 Professionaliteit en vakmanschap – training, opleiding, kennis- en informatie-uitwisseling</al></li><li nr="2."><al>3 Betrouwbaarheid – beginselplicht tot handhaven en verantwoording afleggen</al></li><li nr="2."><al>4 Eenvoud – een passende interventie bij iedere bevinding en hoe daar toe te komen</al></li><li nr="2."><al>5 Gezamenlijkheid – overleg, afstemming en planmatig en informatiegestuurd gezamenlijk</al></li></lijst><al>optreden </al><lijst><li nr="3."><al>Realisatie landelijke handhavingstrategie – stappenplan</al></li><li nr="3."><al>1 Stap 1 – Positionering bevinding in de interventiematrix</al></li><li nr="3."><al>2 Stap 2 – Bepalen verzwarende aspecten</al></li><li nr="3."><al>3 Stap 3 – Bepalen of overleg van het bestuur met politie en OM, dan wel van politie en OM met</al></li></lijst><al>het bestuur, over de toepassing van het bestuurs- en/of strafrecht geïndiceerd is </al><lijst><li nr="3."><al>4 Stap 4 – Optreden met de interventiematrix</al></li><li nr="3."><al>5 Stap 5 – Vastlegging</al></li></lijst><al>Bijlage 1 </al><al>Begrippen </al><al>Bijlage 2 </al><al>Toelichting interventies van licht naar zwaar </al><al><vet>1. Inleiding </vet></al><al><vet>1.1 Achtergrond en aanleiding </vet></al><al>Op 11 april 2013 zijn de grondslagen van het nieuwe stelsel van vergunningverlening, </al><al>toezicht en handhaving (VTH) </al><al>1 voor de Wabo bestuurlijk vastgesteld. Het nieuwe stelsel </al><al>beoogt een robuuste professioneel werkende uitvoeringsstructuur, waarin de </al><al>Omgevingsdiensten een centrale rol vervullen, die: </al><al> knelpunten oplost, zoals die onder andere zijn vastgesteld door de Commissie </al><al>Herziening Handhavingstelsel VROM-regelgeving </al><al>2; </al><al> bijdraagt aan de realisatie van beleidsdoelen in de fysieke leefomgeving (een schoner </al><al>milieu, natuur en water, veiliger leefomgeving, betere naleving); </al><al> leidt tot vermindering van de door het bedrijfsleven ervaren regel- en toezichtsdruk en tot </al><al>een gelijk speelveld voor bedrijven. </al><al> een heldere rolverdeling regelt en ook eenvoudige en effectieve afstemming tussen het </al><al>bestuurs- en strafrecht. </al><al>Het nieuwe VTH-stelsel is in 2013 en wordt gedurende 2014 verder ontwikkeld en </al><al>geïmplementeerd op drie essentiële onderdelen: </al><al>1.generieke condities waaronder het stelsel kan functioneren en waaronder een (verdere)</al><al>verbetering van de kwaliteit van vergunningverlening, toezicht en handhaving kan </al><al>plaatsvinden. Hierbij valt te denken aan een infrastructuur voor kennis- en informatieuitwisseling</al><al>en training en opleiding van handhavers; </al><al>2.onderling afgestemd en effectief handelen van alle instanties die een rol hebben in de</al><al>handhaving van het omgevingsrecht, waaronder het maken van afspraken over de </al><al>afstemming van landelijke en regionale prioriteiten en het zo effectief mogelijk bestuurs- </al><al>en/of strafrechtelijk aanpakken ervan; </al><al>3.monitoring, verantwoording en zo nodig bijsturing van het (gezamenlijke)</al><al>overheidsoptreden in het nieuwe stelsel. </al><al>De onderhavige landelijke handhavingstrategie is primair uitgewerkt voor onderdeel 2, in de </al><al>vorm van een instrument voor alle overheden om eenduidig te interveniëren naar aanleiding </al><al>van tijdens het toezicht gedane bevindingen. </al><al>De landelijke handhavingstrategie heeft ook raakvlakken met de onderdelen 1 en 3. Met </al><al>onderdeel 1 vanwege het uitwisselen van ervaringen met (het toepassen van) de landelijke </al><al>handhavingstrategie, teneinde de (uitvoering van de) strategie stap voor stap te verbeteren. </al><al>Met onderdeel 3 vanwege de monitoring en verantwoording van de toepassing van de </al><al>landelijke handhavingstrategie en de op termijn voorziene evaluatie van het VTH-stelsel en </al><al>de landelijke handhavingstrategie. </al><al>Voor het opstellen van de landelijke handhavingstrategie is gebruik gemaakt van bestaande </al><al>strategieën. Met de toepassing van de landelijke handhavingstrategie komen de bestaande </al><al>handhavingstrategieën, die daarin goeddeels zijn geïncorporeerd, te vervallen. </al><al>1</al><al> Het stelsel van vergunningverlening, toezicht en handhaving voor de Wabo, Uitvoering met </al><al>ambitie.nl, Vastgesteld BO 11 april 2013. </al><al>2</al><al> De Tijd is Rijp, juli 2008.</al><al><vet>1.2 Beoogde brede werking, doel en positionering </vet></al><al>Beoogde brede werking </al><al>De landelijke handhavingstrategie is ontwikkeld vanuit het milieurecht, met oog voor het </al><al>bredere omgevingsrecht, en heeft in eerste instantie betrekking op de Wet algemene </al><al>bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de in artikel 5.1 van de Wabo opgenomen wetten </al><al>3. </al><al>Toepassing van de landelijke handhavingstrategie leidt tot afgestemd en effectief bestuurs- </al><al>en/of strafrechtelijk handelen. Daarom is de landelijke handhavingstrategie breder </al><al>toepasbaar dan alleen op het omgevingsrecht. </al><al>Doel </al><al>De overheid is verantwoordelijk voor het handhaven van de wetgeving. Voor wat het </al><al>omgevingsrecht betreft ligt de basis van deze verantwoordelijkheid voor het bestuur in </al><al>diverse bijzondere wetten, de Algemene wet bestuursrecht en in de jurisprudentie van de </al><al>Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, de zogenoemde beginselplicht tot </al><al>handhaven </al><al>4.Voor het OM ligt de basis van deze verantwoordelijkheid in artikel 124 van de</al><al>Wet op de rechterlijke organisatie en in de Europese richtlijn inzake de bescherming van het </al><al>milieu door middel van het strafrecht </al><al>5.Uitgangspunt is dat bestuur en OM, elk handelend</al><al>vanuit de eigen verantwoordelijkheid, hun handelen afzonderlijk en in combinatie richten op </al><al>het naleven van wet- en regelgeving. </al><al>Uit het oogpunt van rechtsgelijkheid is het doel van de landelijke handhavingstrategie, </al><al>voortbouwend op de hiervoor geschetste verantwoordelijkheden van bestuur en OM: </al><al>uitvoering geven aan de beginselplicht tot handhaven, passend interveniëren bij iedere </al><al>bevinding, in vergelijkbare situaties vergelijkbare keuzes maken en interventies op </al><al>vergelijkbare wijze kiezen en toepassen, landsbreed door het bestuurlijk bevoegd gezag / de </al><al>Omgevingsdiensten, landelijke inspecties, politie en het OM. Hiertoe bevat de landelijke </al><al>handhavingstrategie een duidelijke visie op handhaven (hoofdstuk 2) en een uitgeschreven </al><al>en geïnstrumenteerde aanpak (hoofdstuk 3). </al><al>Positionering </al><al>Handhavinginstanties moeten op grond van het Besluit omgevingsrecht (Bor) een </al><al>nalevingstrategie hebben, bevattende een toezicht-, sanctie- en gedoogstrategie. De </al><al>landelijke handhavingstrategie ondersteunt dit, door één lijn te brengen in hoe instanties </al><al>reageren op tijdens het toezicht gedane bevindingen. In figuur 1 is de positionering van de </al><al>landelijke handhavingstrategie weergegeven. </al><al>De term ‘handhavingstrategie’ drukt uit dat interveniëren breder is dan het opleggen van </al><al>sancties naar aanleiding van overtredingen. Omdat interveniëren ook tijdens toezicht kan </al><al>plaatsvinden, bijvoorbeeld in de vorm van aanspreken en informeren, raakt de landelijke </al><al>handhavingstrategie in figuur 1 de toezichtstrategie aan. De landelijke handhavingstrategie </al><al><cursief>3</cursief></al><al><cursief> Op de publicatiedatum van onderhavig document is hoofdstuk 5 van de Wabo (‘Bestuursrechtelijke </cursief></al><al><cursief>handhaving’) voor wat betreft de handhaving van toepassing op de volgende wetten, voor zover dit bij of </cursief></al><al><cursief>krachtens deze wetten is bepaald: de Flora- en faunawet, de Monumentenwet 1988, de </cursief></al><al><cursief>Natuurbeschermingswet 1998, de Ontgrondingenwet, de Wet bodembescherming, de Wet geluidhinder, </cursief></al><al><cursief>de Wet inzake de luchtverontreiniging, de Wet milieubeheer, de Wet ruimtelijke ordening, de Waterwet </cursief></al><al><cursief>en de Woningwet. De Kernenergiewet en de Wet bescherming Antarctica ontbreken in voornoemde </cursief></al><al><cursief>opsomming, omdat de landelijke handhavingstrategie daarop (vooralsnog) niet van toepassing is. </cursief></al><al><cursief>4</cursief></al><al><cursief> Geformuleerd in ABRvS 7 juli 2004, LJN AP8242. </cursief></al><al><cursief>5</cursief></al><al><cursief> EG richtlijn nr. 2008/99/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 </cursief></al><al><cursief>november 2008.</cursief></al><al>gaat niet over het toezicht als zodanig (prioriteiten, manieren van toezicht houden, en </al><al>dergelijke). </al><al>De landelijke handhavingstrategie raakt in figuur 1 ook de gedoogstrategie aan. Dit betekent </al><al>dat de landelijke handhavingstrategie erkent dat er omstandigheden kunnen zijn om van </al><al>(bestuursrechtelijk) handhaven af te zien. Dit laat eventuele strafvervolging door het OM </al><al>overigens onverlet </al><al>6. </al><al>Figuur 1 toont tot slot dat er specifieke strategieën, die sporen met de landelijke handhavingstrategie,</al><al>onder de landelijke handhavingstrategie kunnen hangen voor gebieden </al><al>(bijvoorbeeld Natura 2000), groepen van normadressaten (BRZO bedrijven) of speciale </al><al>thema’s. Indien een met de landelijke handhavingstrategie sporende specifieke strategie </al><al>voorhanden en bestuurlijk vastgesteld is, wordt deze specifieke strategie gevolgd. Reeds </al><al>onderkend is dat het voor bepaalde domeinen, zoals ‘water’, ‘erfgoed’ en ‘bouwen en </al><al>wonen’, noodzakelijk kan zijn om spoedig een specifieke, met de landelijke handhavingstrategie</al><al>sporende, handhavingstrategie te ontwikkelen.</al><al>Figuur 1: Positionering landelijke handhavingstrategie</al><al>1.3 Werking, implementatie en monitoring en evaluatie</al><al>Voor de Wabo en de in artikel 5.1 van de Wabo opgenomen wetten </al><al>7 is de landelijke </al><al>handhavingstrategie voor gebruik in het VTH-stelsel opgeleverd aan het Bestuurlijk </al><al>omgevingsberaad.</al><al>Het overnemen en invoeren van de landelijke handhavingstrategie is onderdeel van de VTH </al><al>kwaliteitscriteria voor Wabo bevoegde overheden </al><al>8.Dit waarborgt landelijke eenduidigheid in</al><al>twee opzichten, te weten: </al><lijst><li nr="1."><al>dat iedere bevinding een passende interventie krijgt; en</al></li><li nr="2."><al>dat het proces om tot een passende interventie te komen overal hetzelfde verloopt.</al></li></lijst><al>Lokale/regionale bestuurlijke afwegingsruimte zit gezien het voorgaande in keuzes over </al><al>toezichtprioriteiten en de manier van toezicht houden, maar niet in het toepassen van de </al><al>landelijke handhavingstrategie. De landelijke handhavingstrategie is een landelijk geldend </al><al>afwegingsinstrument dat iedereen volgt om van bevinding naar interventie te komen. Dit </al><al>onderstreept dat de landelijke handhavingstrategie vooral een instrument is voor uitvoerders. </al><al>Als stelselverantwoordelijke VTH voor de Wabo, draagt de minister van IenM voor wat betreft </al><al>het omgevingsrecht zorg voor het monitoren en evalueren van de toepassing van de </al><al>landelijke handhavingstrategie en het zo nodig voorstellen van maatregelen naar aanleiding </al><al>hiervan. Alle partijen die met de landelijke handhavingstrategie werken kunnen voorstellen </al><al>voor maatregelen doen. Besluitvorming over voorgestelde maatregelen vindt voor wat betreft </al><al>het omgevingsrecht plaats in het Bestuurlijk omgevingsberaad. </al><al>8 Paragraaf 5.2.4 Kwaliteitscriteria 2.1 voor vergunningverlening, toezicht en handhaving krachtens de </al><al>Wabo, Uitvoering met ambitie.nl, 7 september 2012.</al><al><vet>2. Visie landelijke handhavingstrategie </vet></al><al>Als richtinggevende visie zijn de volgende vijf uitgangspunten van het nieuwe VTH-stelsel </al><al>voor de Wabo voor de handhaving geoperationaliseerd. </al><al>2.1 Onafhankelijkheid – sterke, slagkrachtige en onafhankelijke</al><al>handhavinginstanties </al><al>Handhavinginstanties en hun medewerkers handelen consequent en vasthoudend op basis </al><al>van de geldende wet- en regelgeving en de landelijke handhavingstrategie. Het belang van </al><al>sterke, slagkrachtige en onafhankelijke handhavinginstanties is groot. Provincies en </al><al>gemeenten dragen hier als bevoegd gezag voor de Wabo aan bij, door voor de aan hun </al><al>Omgevingsdiensten opgedragen taken een duidelijk en ruim mandaat te verstrekken, op </al><al>grond waarvan de directeur bevoegd is tot het toepassen van bestuursrechtelijke </al><al>interventies, waaronder sancties. </al><al>2.2 Professionaliteit en vakmanschap – training, opleiding, kennis- en</al><al>informatie-uitwisseling </al><al>Handhavers wegen de ernst van de bevinding, het gedrag van de normadressaat en de </al><al>feiten en omstandigheden van de situatie. Handhavers bepalen vervolgens welke interventie </al><al>in het specifieke geval passend is. Dit vereist professionaliteit en vakmanschap. Handhavinginstanties</al><al>brengen en houden daarom de voor handhaven vereiste </al><al>9 kennis en kunde op peil </al><al>en ondersteunen binnen hun organisaties een cultuur waarin (elkaar aanspreken op) kennis </al><al>en informatie uitwisselen, samenwerken en handhavers die zich blijven ontwikkelen </al><al>vanzelfsprekend zijn. </al><al>Ook uitwisseling van kennis en leerervaringen tussen handhavinginstanties is van groot </al><al>belang. De landelijke handhavingstrategie op papier is immers het begin, maar waar het </al><al>vervolgens om gaat is dat alle instanties de papieren strategie op soortgelijke wijze blijven </al><al>toepassen en daarover met elkaar in contact blijven en leerervaringen en beste praktijken </al><al>uitwisselen. Anders zullen praktijken ongewild toch weer uit elkaar gaan lopen. </al><al>Landelijk overleg over de implementatie en uitvoering van de landelijke handhavingstrategie </al><al>gebeurt tijdens de implementatieperiode voor wat het omgevingrecht betreft in het </al><al>Implementatieberaad. Regionaal overleg ter zake vindt plaats in (de voorportalen van) het </al><al>door de provincie geïnitieerde Bestuurlijk Handhavingsoverleg (BHO) van de bevoegde </al><al>overheden en het Functioneel Parket van het OM. </al><al>2.3 Betrouwbaarheid – beginselplicht tot handhaven en verantwoording</al><al>afleggen </al><al>Handhavinginstanties hebben een beginselplicht tot handhaven </al><al>10.Handhavend optreden is</al><al>zowel eerlijk tegenover normadressaten uit het oogpunt van een gelijk speelveld, als </al><al>tegenover de maatschappij die ervan uit mag gaan dat handhavers zodanig optreden dat </al><al>haar rechtsgevoel wordt gerespecteerd en de leefomgeving veilig, schoon en gezond blijft. </al><al>In het VTH-stelsel is de primaire verantwoordingsrelatie die van het bevoegd gezag aan het </al><al>eigen democratisch controlerend orgaan (bijvoorbeeld Gemeenteraad en Provinciale Staten </al><al>9</al><al> Onder andere voldoen aan de voor het VTH-stelsel voor de Wabo gedefinieerde </al><al>kwaliteitscriteria. </al><al>10</al><al> Geformuleerd in ABRvS 7 juli 2004, LJN AP8242.</al><al>in het geval van gemeenten respectievelijk provincies). De toepassing van de landelijke </al><al>handhavingstrategie is onderdeel van deze verantwoordingsrelatie. </al><al>2.4 Eenvoud – een passende interventie bij iedere bevinding en hoe daar toe te</al><al>komen </al><al>Met de landelijke handhavingstrategie wordt ingezet op een passende interventie bij iedere </al><al>bevinding. Handhavers hanteren de landelijke handhavingstrategie bij iedere bevinding en </al><al>maken daarbij gebruik van de in de strategie opgenomen instrumenten. Omwille van </al><al>rechtsgelijkheid waarborgt dit passend interveniëren en eenduidig optreden, dat wil zeggen: </al><al>het in vergelijkbare zaken maken van vergelijkbare keuzes en het op vergelijkbare wijze </al><al>kiezen en toepassen van interventies, landsbreed. </al><al>Een passende interventie wil zeggen dat de interventie, gegeven de verzamelde feiten en de </al><al>beoordeling van de aard en/of omstandigheden van de bevinding en de normadressaat, zo </al><al>effectief en efficiënt mogelijk leidt tot spoedig herstel van de situatie voor de bevinding, </al><al>naleving waarborgt, herhaling voorkomt en/of straft daar waar dit passend is of noodzakelijk </al><al>om de normadressaat tot naleven te bewegen, dan wel de norm te bevestigen. </al><al>Dit betekent dat twee keuzen noodzakelijk zijn: </al><al>1.Hoe wordt er opgetreden: alleen bestuursrechtelijk, bestuurs- én strafrechtelijk, of alleen</al><al>strafrechtelijk? </al><al>2.Welke interventie(s) wordt (worden) ingezet?</al><al>Ad. 1 </al><al>Hoe wordt opgetreden is vastgelegd in hoofdstuk 3 van deze landelijke handhavingstrategie. </al><al>Bestuursrechtelijk optreden is vooral gericht op het herstellen van de situatie, dat wil zeggen </al><al>op het in overeenstemming brengen met de wet- en regelgeving, opdat vastgesteld beleid </al><al>wordt geëffectueerd. Strafrechtelijk optreden is vooral gericht op het straffen van de </al><al>overtreder en het wegnemen van diens wederrechtelijk genoten (concurrentie)voordeel. </al><al>Bestuurs- en strafrechtelijk optreden dienen daarnaast allebei tot ontmoediging, ofwel tot </al><al>individuele en algemene preventie. Omdat deze aspecten vaak tegelijk aan de orde zijn, is </al><al>een weloverwogen inzet van het bestuursrecht en/of het strafrecht conform de landelijke </al><al>handhavingstrategie noodzakelijk. </al><al>Ad. 2 </al><al>De keuze van de in te zetten bestuursrechtelijke interventie(s) vindt plaats aan de hand van </al><al>de in hoofdstuk 3 van de landelijke handhavingstrategie opgenomen interventieladder en </al><al>interventiematrix, waarbij het spoedig herstellen van de situatie voor de bevinding de eerste </al><al>prioriteit is. </al><al>2.5 Gezamenlijkheid – overleg, afstemming en planmatig en informatiegestuurd</al><al>gezamenlijk optreden </al><al>Toezicht houden gebeurt op basis van door bevoegde overheden bestuurlijk vastgestelde </al><al>handhavingprogramma’s, inclusief financiering en menskracht, die zijn afgestemd met alle bij </al><al>het omgevingsrecht betrokken instanties. Afgestemde handhavingprogramma’s en de </al><al>landelijke handhavingstrategie borgen in combinatie dat de overheden planmatig gezamenlijk</al><al>optreden, bij het toezicht en bij bevindingen die tijdens dat toezicht zijn gedaan </al><al>11 . </al><al>Informatie is voor goede risicoanalyses en daarop gebaseerde handhavingprogramma’s </al><al>onontbeerlijk. </al><al>11 </al><al> Beperking toezichtlast: naleving bewerkstelligen tegen zo gering mogelijke kosten.</al><al>3.Realisatie landelijke handhavingstrategie – stappenplan</al><al>Dit hoofdstuk geeft een stappenplan voor het toepassen van de in hoofdstuk 2 opgenomen </al><al>visie. Startpunt van het stappenplan is een tijdens het toezicht gedane bevinding. </al><al>3.1 Stap 1 – Positionering bevinding in de interventiematrix</al><al>Legenda </al><al>Lichte segmenten. Bestuursrechtelijk optreden is aangewezen. </al><al>Middensegmenten. Bestuursrechtelijk, bestuursrechtelijk én strafrechtelijk of strafrechtelijk </al><al>optreden is aangewezen. Strafrechtelijk optreden komt vooral in beeld, naarmate er (meer) </al><al>verzwarende aspecten zijn (zoals ‘verkregen financieel voordeel’). </al><al>Zware segmenten. Strafrechtelijk optreden is in elk geval aangewezen, terwijl in veel gevallen </al><al>ook bestuursrechtelijk optreden is aangewezen. </al><al>Figuur 2: De interventiematrix </al><al>De handhaver bepaalt ten eerste in welk segment van de in figuur 2 opgenomen </al><al>interventiematrix hij de bevinding positioneert </al><al>12 door: (1) het beoordelen van de gevolgen </al><al>van de bevinding voor milieu, natuur, water, veiligheid, gezondheid en/of maatschappelijke </al><al>relevantie en (2) het typeren van de normadressaat. </al><al>12</al><al> Geldt enkel voor bevindingen die een overtreding zijn.</al><al>Ad. 1 </al><al>De gevolgen van bevindingen beoordeelt de handhaver als: </al><lijst><li nr="1."><al>vrijwel nihil; of</al></li><li nr="2."><al>beperkt; of</al></li><li nr="3."><al>van belang – er is sprake van aanmerkelijk risico dat de bevinding maatschappelijke</al></li></lijst><al>onrust geeft en/of milieuschade, natuurschade, waterverontreiniging en/of doden, zieken </al><al>of gewonden (mens, plant én dier) tot gevolg heeft; of </al><al>4.aanzienlijk, dreigend en/of onomkeerbaar – onder andere het geval als de overtreding</al><al>maatschappelijke onrust en/of ernstige milieuschade, ernstige natuurschade, ernstige </al><al>waterverontreiniging en/of doden, zieken of gewonden (mens, plant én dier) tot gevolg </al><al>heeft. </al><al>Ad. 2 </al><al>De handhaver typeert de normadressaat als: </al><al>A.goedwillend, proactief en geneigd om de regels te volgen, de bevinding is het gevolg van</al><al>onbedoeld handelen; of </al><al>B.onverschillig/reactief, neemt het niet zo nauw met het algemeen belang, heeft een</al><al>onverschillige houding, de bevinding en de gevolgen van zijn handelen laten hem koud; </al><al>of </al><al>C.is opportunistisch en calculerend, er is sprake van het bewust belemmeren van</al><al>controlerenden, er is sprake van mogelijkheidsbewustzijn, maar de gevolgen van het </al><al>handelen worden op de koop toe genomen, bewust risico nemend; of </al><al>D.bewust en structureel de regels overtredend en/of crimineel of deel uitmakend van een</al><al>criminele organisatie, houdt zich bezig met fraude, oplichting of witwassen. </al><al>Bij de typering van de normadressaat kijkt de handhaver dus verder dan de bevinding op </al><al>zich en neemt hij diens gedrag en toezicht- en handhavinghistorie mee in beschouwing. Als </al><al>de handhaver niet in staat is om de normadressaat te typeren, dan is typering B </al><al>(onverschillig/reactief) het vertrekpunt. </al><al>De handhaver bepaalt tot slot of er sprake is van verzachtende of verzwarende argumenten. </al><al>Bij verzachtende argumenten wordt de in de interventiematrix gepositioneerde bevinding één </al><al>segment naar links en vervolgens één segment naar onder verplaatst. Bij verzwarende </al><al>argumenten, waaronder recidive, is de verplaatsing één segment naar rechts en vervolgens </al><al>één segment naar boven. Als er meer verzachtende of verzwarende argumenten zijn, levert </al><al>dit toch maar één verplaatsing op. </al><al>Als legalisatie van de bevinding mogelijk is, is dat de aangewezen weg gelet op de hieruit </al><al>voortvloeiende rechtszekerheid voor alle betrokkenen. Dit laat het toepassen van de </al><al>landelijke handhavingstrategie en de interventiematrix onverlet, omdat er maatregelen nodig </al><al>kunnen zijn om de overtreding te beëindigen en de gevolgen te beperken of weg te nemen. </al><al>Bij het toepassen van de interventiematrix is de mogelijkheid van legalisatie een </al><al>verzachtende omstandigheid. </al><al>Er kunnen tot slot omstandigheden zijn om bij een bevinding van handhaven af te zien op </al><al>basis van een vastgestelde gedoogstrategie. Onder gedogen wordt verstaan het expliciete </al><al>besluit van een bestuursorgaan om tegen een bepaalde overtreding niet handhavend op te </al><al>treden. De nota ‘Gedogen in Nederland’ </al><al>13 bevat het landelijke kader voor gedogen: een </al><al>gedoogsituatie is van tijdelijke aard doordat het handelen binnen afziebare tijd ophoudt dan </al><al>wel doordat waarschijnlijk een vergunning zal worden verleend. Ingeval tot gedogen wordt </al><al>besloten dient het landelijke kader voor gedogen onverkort te worden gevolgd. Gedogen laat </al><al>eventuele strafvervolging door het OM overigens onverlet. </al><al>13 Gedogen in Nederland 25085, nr 2, 1996-1997. </al><al>3.2 Stap 2 – Bepalen verzwarende aspecten</al><al>De handhaver bepaalt of er verzwarende aspecten zijn die moeten worden betrokken bij de </al><al>afweging om het bestuurs- en/of strafrecht toe te passen. Hoe meer verzwarende aspecten, </al><al>des te groter de reden om naast bestuursrechtelijk ook strafrechtelijk te handhaven. Vooral </al><al>voor bevindingen die na stap 1 in de middensegmenten van de interventiematrix zijn </al><al>gepositioneerd (A4, B3, B4, C2 en D2), kunnen de verzwarende aspecten reden zijn om </al><al>naast bestuursrechtelijk ook strafrechtelijk op te treden. De volgende verzwarende aspecten </al><al>worden afgewogen: </al><al>1.Verkregen financieel voordeel (winst of besparing). De normadressaat heeft door zijn</al><al>handelen financieel voordeel behaald of financieel voordeel halen was het doel. </al><al>2.Status verdachte / voorbeeldfunctie. De normadressaat is: een regionaal of landelijk</al><al>maatschappelijk aansprekende of bekende (rechts)persoon, een overheid, een </al><al>toonaangevend brancheonderdeel, een certificerende instelling, een persoon die een </al><al>openbaar ambt bekleedt, de eigen organisatie. </al><al>3.Financiële sanctie heeft vermoedelijk geen effect. Een bestuurlijke boete kan</al><al>waarschijnlijk niet geïnd worden of is waarschijnlijk door de normadressaat als </al><al>(bedrijfs)kosten ingecalculeerd. </al><al>4.Combinatie met andere relevante delicten. Andere handelingen zijn gepleegd ter</al><al>verhulling van de feiten, zoals valsheid in geschrift, corruptie of witwassen. </al><al>5.Medewerking van deskundige derden. De normadressaat is bij zijn handelen</al><al>ondersteund door deskundige derden, zoals vergunningverlenende of certificerende </al><al>instellingen, keuringinstanties en brancheorganisaties. De handhaver moet onderbouwen </al><al>op grond van welke aanwijzingen hij het vermoeden heeft dat de deskundige derde op de </al><al>hoogte was en/of medewerking heeft verleend aan de geconstateerde bevinding(en). </al><al>6.Normbevestiging. Bij dit aspect geldt dat het doel van de handhaving ligt in het onder de</al><al>aandacht brengen van het belang van een bepaalde norm bij de branche of bij het </al><al>bredere publiek. Strafrechtelijke handhaving vindt mede plaats in het kader van </al><al>normhandhaving of normbevestiging met het oog op grotere achterliggende te </al><al>beschermen rechtsbelangen. Hierbij speelt de openbaarheid van het strafproces een </al><al>grote rol. Als in het openbaar, door middel van een onderzoek ter terechtzitting of de </al><al>publicatie van een persbericht bij een transactie of strafbeschikking, verantwoording </al><al>wordt afgelegd van gepleegde strafbare feiten krijgt de normhandhaving of </al><al>normbevestiging het juiste effect. </al><al>7.Waarheidsvinding. Soms kan strafrechtelijk optreden met toepassing van</al><al>opsporingsbevoegdheden met het oog op de strafrechtelijke waarheidsvinding en </al><al>afdoening aangewezen zijn. Bijvoorbeeld als een controle of inspectie aanwijzingen aan </al><al>het licht brengt dat er meer aan de hand is, maar de bestuursrechtelijke instrumenten </al><al>ontoereikend zijn om de waarheid aan het licht te brengen. </al><al>3.3 Stap 3 – Bepalen of overleg van het bestuur met politie en OM, dan wel van</al><al>politie en OM met het bestuur, over de toepassing van het bestuurs- en/of </al><al>strafrecht geïndiceerd is </al><al>De handhaver bepaalt of overleg over de toepassing van het bestuurs- en/of strafrecht </al><al>geïndiceerd is op basis van de beoordeling van de bevinding met de interventiematrix (stap </al><al>1) en de afweging van verzwarende aspecten (stap 2). Dit overleg beoogt een weloverwogen </al><al>inzet van het bestuursrecht, het bestuurs- én strafrecht of alleen het strafrecht. Dit overleg is </al><al>derhalve tweerichtingsverkeer: bestuursrechtelijke handhavers zoeken indien noodzakelijk </al><al>het overleg op met politie en OM en omgekeerd. </al><al>Overleg over de toepassing van het bestuurs- en/of strafrecht is altijd noodzakelijk als de </al><al>handhaver de bevinding na stap 1 heeft gepositioneerd in de middensegmenten (A4, B3, B4, </al><al>C2, D2 en D1) of zware segmenten (C3, C4, D3 en D4) van de interventiematrix. Overleg </al><al>kan ook zinvol zijn bij bevindingen die de handhaver weliswaar heeft gepositioneerd in de </al><al>lichte segmenten van de interventiematrix (A1, A2, A3, B1, B2 en C1), maar waarbij er op </al><al>grond van stap 2 sprake is van één of meer verzwarende aspecten. </al><al>In situaties waarin een handhavinginstantie een BSBm oplegt is overleg met het OM niet </al><al>geïndiceerd en is strafrechtelijk optreden door het OM niet aan de orde. </al><al>Als de handhaver concludeert dat overleg over de toepassing van het bestuurs- en/of </al><al>strafrecht geïndiceerd is, wordt gehandeld op basis van vooraf tussen bestuursrechtelijke </al><al>handhavinginstanties, politie en OM gemaakte algemene afspraken over hun samenspel. </al><al>Alleen zo kan accuraat en effectief optreden in voorkomende gevallen worden gewaarborgd, </al><al>in het bijzonder als er sprake is van spoed en heterdaad. Situaties waarin de vooraf </al><al>gemaakte algemene afspraken niet voorzien, zullen apart door handhavinginstantie, politie </al><al>en OM worden beoordeeld, in een regulier overleg of door middel van ad hoc overleg als </al><al>snelheid vereist is. Uit het overleg volgt hoe de betreffende bevinding wordt opgepakt: alleen </al><al>bestuursrechtelijk, bestuurs- én strafrechtelijk of alleen strafrechtelijk. Het laatste veelal </al><al>startend met een opsporingsonderzoek onder leiding van de Officier van Justitie. </al><al>Tenslotte is, afgezien van de interventiematrix, aangifte bij het OM standaard als toezichthouders</al><al>de volgende ernstige bevindingen doen: </al><al> Situaties waarin bewust het toezicht onmogelijk wordt gemaakt, zoals het weigeren van </al><al>toegang, intimidatie, geweldsdreiging, fraude, vernietiging van bewijs en poging tot </al><al>omkoping. </al><al> Situaties waarin de toezichthouder constateert dat er opzettelijk mensen in gevaar </al><al>worden gebracht, door onder andere: sabotage, vernieling of het bewust verstrekken van </al><al>verkeerde informatie. </al><al>3.4 Stap 4 – Optreden met de interventiematrix</al><al>De landelijke handhavingstrategie gaat uit van het in principe zo licht mogelijk starten met </al><al>interveniëren gericht op herstel en het vervolgens snel inzetten van zwaardere interventies </al><al>als naleving uitblijft. De handhaver gebruikt de interventiematrix van figuur 3 daarbij als volgt: </al><al>1.De handhaver kijkt naar de interventies in het segment van deze interventiematrix waarin</al><al>hij de bevinding eerder met behulp van stap 1 (paragraaf 3.1) heeft gepositioneerd. </al><al>2.De handhaver kiest voor de minst zware (combinatie) van de in het betreffende segment</al><al>opgenomen interventies, tenzij de handhaver motiveert dat een andere (combinatie van) </al><al>interventie(s) in de betreffende situatie passender is. </al><al>De interventies in de (segmenten van de) matrix lopen van beneden naar boven op in </al><al>zwaarte. In bijlage 2 staan alle interventies eveneens van licht naar zwaar toegelicht. </al><al>Waar in de matrix van figuur 3 ‘PV’ staat betreft het de middelzware en zware segmenten die </al><al>in stap 3 zijn afgestemd tussen handhavinginstantie en OM. Als in overleg is besloten dat het </al><al>OM niet optreedt, zijn er in deze situaties de in figuur 3 aangegeven op herstel en/of op </al><al>bestraffing gerichte bestuursrechtelijke interventies om te overwegen, en ook de BSBm als </al><al>strafrechtelijke interventie.</al><al>DE (MOGELIJKE) GEVOLGEN ZIJN</al><al>GEDRAG VAN DE OVERTREDER</al><al>Figuur 3: De interventiematrix voor het bepalen van de eerste interventie(s) – zie ook bijlage 2</al><al>De handhaver zet de betreffende (combinatie van) interventie(s) in totdat sprake is van </al><al>naleving. Als naleving binnen de door de handhaver bepaalde termijn uitblijft, pakt de </al><al>handhaver direct door, door middel van het inzetten van een zwaardere (combinatie van) </al><al>interventie(s). In algemene zin geldt voor termijnen het volgende: </al><al> Gedragsvoorschriften dienen direct in acht genomen te worden. Hiervoor dient geen of </al><al>hooguit een zeer korte termijn te worden gesteld om de overtreding te beëindigen en/of </al><al>herhaling ervan te voorkomen. </al><al> In alle andere gevallen – waaronder ook plannen of voorzieningen waarvoor </al><al>investeringen vereist zijn – geldt: hoe urgenter de situatie des te korter de termijn. Daarbij </al><al>rekening houdend met de technische en organisatorische realiseerbaarheid in die </al><al>termijn. </al><al>Het optreden in stap 4, zoals tot nu toe beschreven, heeft betrekking op gedane </al><al>bevinding(en) die op grond van de interventiematrix worden aangepakt. Uiteraard kunnen </al><al>handhavinginstanties aanvullend ook hun toezichtstrategie bij het betreffende bedrijf als </al><al>zodanig aanpassen, in de zin van bijvoorbeeld het verhogen/verlagen van de </al><al>toezichtfrequentie, het initiëren van de herijking van de vergunningensituatie, et cetera. </al><al>3.5 Stap 5 – Vastlegging</al><al>De doorlopen stappen en genomen beslissingen worden verifieerbaar en transparant </al><al>vastgelegd volgens de binnen de handhavinginstantie geldende administratieprocedures en systemen,</al><al>zodanig dat hieruit kan worden afgeleid dat is voldaan aan: het motiveringsbeginsel,</al><al>het zorgvuldigheidsbeginsel, het verbod van willekeur en het verbod van misbruik </al><al>van bevoegdheid. </al><al>Bijlage 1 – Begrippen </al><al>Begrip </al><al>Toelichting </al><al>Beginselplicht tot </al><al>handhaven </al><al>Uitgangspunt dat het bevoegd gezag verplicht is om op te treden bij een </al><al>geconstateerde overtreding. De term ‘beginselplicht’ impliceert dat er </al><al>omstandigheden kunnen zijn om van handhaven en/of het opleggen van </al><al>een sanctie af te zien. Dit is in het recht geregeld via artikel 5:5 Awb (het </al><al>bestuursorgaan legt geen bestuurlijke sanctie op voor zover voor de </al><al>overtreding een rechtvaardigingsgrond bestond) en artikelen 39 en verder </al><al>van het Wetboek van strafrecht (strafuitsluitingsgronden). Uit de rechtspraak</al><al>volgt voorts dat overwogen kan worden van handhaven af te zien </al><al>als er concreet zicht op legalisatie bestaat, of wanneer handhavend </al><al>optreden zodanig onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen </al><al>belangen, dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden </al><al>afgezien. </al><al>Bestuurlijk </al><al>handhavingoverleg </al><al>Een overleg onder coördinatie van de provincie waaraan de handhavingpartners</al><al>deelnemen. Het BHO stelt uitgaande van de landelijke handhavingprioriteiten</al><al>de regionale / lokale handhavingprioriteiten vast. </al><al>Bestuurlijk </al><al>Omgevingsberaad </al><al>Centraal bestuurlijk overleg over het stelsel VTH o.l.v de Minister van </al><al>IenM, gericht op afstemming van de verschillende taken en verantwoordelijkheden.</al><al>Aan het Bestuurlijk omgevingsberaad doen in ieder geval </al><al>mee: de ministers van I&amp;M en V&amp;J, drie vertegenwoordigers van de </al><al>omgevingsdiensten, vertegenwoordigers van de bevoegde overheden en </al><al>het OM. </al><al>Bestuurlijke boete Een boete die door een daartoe bevoegde overheidsdienst zonder </al><al>tussenkomst van het OM of een rechter kan worden opgelegd. Het CJIB </al><al>verzorgt de inning en incasso van bestuurlijke boetes van diverse </al><al>overheidsdiensten, waaronder de NVWA, de Inspectie SZW en de </al><al>Inspectie Leefomgeving en Transport. </al><al>Bestuurlijke </al><al>strafbeschikking milieu </al><al>Een strafrechtelijke boete die bij strafbeschikking wordt opgelegd ter </al><al>afdoening van relatief eenvoudige overtredingen. De gevallen waarin dit </al><al>instrument kan worden toegepast zijn opgenomen in het Feitenboekje </al><al>Bestuurlijke strafbeschikking milieu- en keurfeiten. </al><al>Bevinding Waarneming die ten aanzien van een bepaald onderwerp van onderzoek </al><al>tijdens een inspectie wordt gedaan. Na beoordeling ervan kunnen </al><al>bevindingen leiden tot de kwalificatie wel/geen overtreding. </al><al>Functioneel Parket Specialistisch, landelijk opererend onderdeel van het OM, dat zich toelegt </al><al>op de bestrijding van complexe fraude en milieucriminaliteit. </al><al>Fysieke leefomgeving De fysieke leefomgeving omvat de inrichting van de woonwijk/gemeente </al><al>inclusief de wegen, parken, industrieterreinen. De kwaliteit van de fysieke </al><al>leefomgeving wordt deels bepaald door de milieukwaliteit. </al><al>Gedoogstrategie Een bestuurlijk vastgesteld document, waarin is vastgelegd in welke </al><al>situaties en onder welke condities inzet van sancties tegenover overtreders </al><al>tijdelijk achterwege kan blijven. </al><al>Handhaving Het door toezicht bewerkstelligen en zo nodig met toepassing van </al><al>bestuursrechtelijke of strafrechtelijke middelen bereiken dat de regelgeving </al><al>wordt nageleefd. </al><al>Handhavingprogramma Op onderkende risico’s en vastgestelde prioriteiten gericht handhavingactiviteitenprogramma,</al><al>inclusief financiering en capaciteit. </al><al>Interventie Actieve handeling om een geconstateerd probleem op te lossen. </al><al>Legalisatietoets Toets om na te gaan of legalisatie van een overtreding mogelijk is. </al><al>Motiveringsbeginsel In de Algemene wet bestuursrecht vastgelegd beginsel dat de overheid </al><al>haar besluiten goed moet motiveren: de feiten moeten kloppen en de </al><al>motivering moet logisch en begrijpelijk zijn.</al><al>Nalevingstrategie Bestuurlijk vastgesteld document, waarin is vastgelegd met welke </al><al>instrumenten naleving wordt gerealiseerd en welke rol handhaving </al><al>daarbinnen speelt. Een nalevingstrategie bevat in ieder geval een </al><al>toezichtstrategie, een sanctiestrategie en een gedoogstrategie. </al><al>Normadressaat Natuurlijke of rechtspersoon voor wie een bepaalde norm of voorschrift </al><al>geldt. </al><al>OM Openbaar Ministerie. </al><al>Omgevingsdiensten Diensten van provincies en gemeenten voor de uitvoering van de VTHtaken.</al><al>De Omgevingsdiensten werden eerder ook wel aangeduid als </al><al>Regionale Uitvoeringsdiensten (RUD’s). </al><al>Rechtsgelijkheid Rechtsbeginsel dat bepaalt dat gelijke gevallen gelijk dienen te worden </al><al>behandeld en ongelijke verschillend naar de mate van het verschil. </al><al>Rechtvaardigingsgrond Omstandigheid die de wederrechtelijkheid van een handeling bij nader </al><al>inzien wegneemt. Mogelijke reden om uiteindelijk geen sanctie op te </al><al>leggen. </al><al>Sanctie Straf of maatregel die wordt toegepast als rechtsregels worden </al><al>overschreden. </al><al>Sanctiestrategie Bestuurlijk vastgesteld document, waarin de basisaanpak voor het </al><al>bestuursrechtelijk en strafrechtelijk optreden bij overtredingen is </al><al>vastgelegd. De sanctiestrategie omvat ten minste: </al><al>a.een op elkaar afgestemd bestuursrechtelijk – strafrechtelijk</al><al>optreden tegen overtreding van de gestelde milieunormen; </al><lijst><li nr="b."><al>een passende reactie op geconstateerde overtredingen;</al></li><li nr="c."><al>een stringentere reactie bij voortduring van de overtreding;</al></li><li nr="d."><al>een regeling voor optreden tegen overtredingen door de eigen</al></li></lijst><al>organisatie en andere overheden; </al><al>e.transparantie over te stellen termijnen voor het opheffen van</al><al>(standaard)overtredingen en over de zwaarte van sancties </al><al>daarvoor. </al><al>Schulduitsluitingsgrond Omstandigheid die de verwijtbaarheid van een handeling bij nader inzien </al><al>wegneemt. Mogelijke reden om uiteindelijk geen sanctie op te leggen. </al><al>Strafuitsluitingsgronden Er zijn twee categorieën strafuitsluitingsgronden: rechtvaardigheidsgronden</al><al>en schulduitsluitingsgronden. Zie aldaar. </al><al>Strategische milieukamer Overleg tussen het Functioneel Parket van het OM, de inspecteursgeneraal</al><al>van de ILT, NVWA en de Inspectie SZW, de Nationale Politie, </al><al>een vertegenwoordiging van de Omgevingsdiensten en het bestuurlijk </al><al>bevoegd gezag. De SMK stelt de landelijke prioriteiten vast voor de </al><al>strafrechtelijke handhaving en de afstemming van de strafrechtelijke </al><al>handhaving op de bestuurlijke handhaving. </al><al>Toezicht Het controleren of en in hoeverre wettelijke bepalingen worden nageleefd. </al><al>Toezichtstrategie Bestuurlijk vastgesteld document, waarin is vastgelegd welke vormen van </al><al>toezicht worden onderscheiden en wat de basiswerkwijze daarbij is. </al><al>VTH kwaliteitscriteria Kwaliteitscriteria die inzichtelijk maken welke kwaliteit burgers, bedrijven </al><al>en instellingen, maar ook overheden onderling en opdrachtgevers mogen </al><al>verwachten bij de uitvoering of de invulling van taken op het gebied van </al><al>vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH taken). </al><al>Zorgvuldigheidsbeginsel In de Algemene wet bestuursrecht vastgelegd rechtsbeginsel, dat de </al><al>overheid een besluit zorgvuldig moet voorbereiden en nemen: correcte </al><al>handeling van de burger, zorgvuldig onderzoek naar de feiten en </al><al>belangen, procedure goed volgen en deugdelijke besluitvorming. </al><al>Bijlage 2 – Toelichting interventies van licht naar zwaar </al><al>Bestuursrecht herstellend </al><al>Aanspreken/informeren </al><al>Aanspreken/informeren is een informele interventie (geen wettelijke basis) naar aanleiding van een </al><al>inspectie die ertoe moet leiden dat de normadressaat naleeft of in staat is na te leven. </al><al>Aanspreken/informeren gebeurt mondeling, door het verstrekken van schriftelijke informatie of door </al><al>verwijzing naar websites. Aanspreken/informeren is vooral aan de orde bij goedwillende </al><al>normadressaten die onbedoeld niet naleven en die gemotiveerd zijn de niet naleving zo snel mogelijk </al><al>zelf op te lossen. </al><al>Waarschuwen – brief met hersteltermijn </al><al>Waarschuwen betekent dat de normadressaat naar aanleiding van een inspectie een </al><al>waarschuwingsbrief ontvangt. Daarin is opgenomen welke maatregelen of voorzieningen getroffen </al><al>moeten worden om na te leven en binnen welke (redelijke) termijn. In de brief staat ook dat de </al><al>handhavinginstantie verdergaande bestuursrechtelijke interventies zal nemen (LOB, LOD), als blijkt </al><al>dat de in de waarschuwingsbrief opgenomen maatregelen of voorzieningen niet zijn getroffen na het </al><al>verstrijken van de termijn. </al><al>Bestuurlijk gesprek </al><al>Een bestuurlijk gesprek met (de leiding van) de normadressaat in kwestie is een aanvullende </al><al>escalerende interventie op waarschuwen. </al><al>Verscherpt toezicht </al><al>Verscherpt toezicht als interventie betreft het naar aanleiding van een inspectie meer of intensiever </al><al>toezicht houden op de normadressaat. Een bestuurlijk gesprek zal hier vaak aan vooraf gaan. </al><al>Verscherpt toezicht moet worden aangekondigd, als ook onder welke voorwaarden het verscherpt </al><al>toezicht weer zal worden opgeheven. </al><al>Last onder dwangsom – LOD </al><al>Een last onder dwangsom is een op herstel gerichte interventie voor het ongedaan maken van </al><al>overtredingen en/of het voorkomen van verdere/herhaalde overtreding. De normadressaat krijgt een </al><al>verplichting (een last) opgelegd om binnen een gegeven termijn de overtreding te beëindigen door iets </al><al>te doen of na te laten op straffe van het verbeuren van een dwangsom wanneer de last niet tijdig </al><al>wordt uitgevoerd. De op te leggen dwangsom moet voldoende hoog zijn om de overtreding te </al><al>beëindigen. Een last onder dwangsom kan alleen worden opgelegd als hiervoor een wettelijke </al><al>bevoegdheid bestaat. </al><al>Het opleggen van een last onder dwangsom gebeurt volgens zorgvuldig te volgen stappen. In het </al><al>algemeen worden de volgende stappen doorlopen: </al><al>1.Bestuurlijke waarschuwing, dat wil zeggen: het bekend maken van het voornemen om een last</al><al>onder dwangsom op te leggen met een hersteltermijn plus de termijn om zienswijzen bekend te </al><al>maken.  Indien niet tijdig hersteld: </al><al>2.Sanctiebeschikking, dat wil zeggen: het opleggen van een last onder dwangsom met een</al><al>hersteltermijn.  Indien niet tijdig hersteld: </al><al>3.Verbeuren en innen dwangsom.</al><al>Last onder bestuursdwang – LOB </al><al>Een last onder bestuursdwang is een op herstel gerichte interventie voor het ongedaan maken van </al><al>een overtreding waarbij de handhavinginstantie, wanneer de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd, op </al><al>kosten van de overtreder, een overtreding beëindigt door zelf daadwerkelijk in te (laten) grijpen. Een </al><al>last onder bestuursdwang kan alleen worden toegepast als hiervoor een wettelijke bevoegdheid </al><al>bestaat. </al><al>Voor de last onder bestuursdwang gelden dezelfde zorgvuldig te doorlopen stappen als voor de last </al><al>onder dwangsom. Ook hier kan, bijvoorbeeld in spoedeisende situaties, van deze stappen worden </al><al>afgeweken:</al><al>1.Bestuurlijke waarschuwing, dat wil zeggen: het bekend maken van het voornemen om een last</al><al>onder bestuursdwang op te leggen met een hersteltermijn plus de termijn om zienswijzen bekend </al><al>te maken.  Indien niet tijdig hersteld: </al><al>2.Sanctiebeschikking, dat wil zeggen: het opleggen van een last onder bestuursdwang met een</al><al>hersteltermijn.  Indien niet tijdig hersteld: </al><al>3.Uitvoeren bestuursdwang.</al><al>In spoedeisende situaties en bij ernstige overtredingen is de last onder bestuursdwang de meest </al><al>geschikte bestuursrechtelijke interventie. De handhavinginstantie kan verzoeken om onmiddellijke </al><al>beëindiging van de overtreding. Als blijkt dat de normadressaat niet bereid is aan dit verzoek te </al><al>voldoen, kan de handhavinginstantie zelf en in spoedeisende gevallen zonder voorafgaande last </al><al>feitelijk optreden. Wel moet de handhavinginstantie zo spoedig mogelijk nadien alsnog een formele </al><al>sanctiebeschikking uitvaardigen. </al><al>Tijdelijk stilleggen </al><al>Tijdelijk stilleggen betekent dat activiteiten of voertuigen als gevolg van de overtreding tijdelijk worden </al><al>stilgelegd, tot de overtreding is hersteld en van naleving sprake is. Er kan aanleiding zijn om bij tijdelijk </al><al>stilleggen beleid en/of politiek te informeren. Tijdelijk stilleggen kan onder de LOB vallen. </al><al>Bestuursrecht bestraffend </al><al>Bestuurlijke boete </al><al>Een bestuurlijke boete is een bestuurlijke bestraffende sanctie die door een daartoe bevoegde </al><al>overheidsdienst zonder tussenkomst van het OM of een rechter kan worden opgelegd. Het CJIB </al><al>verzorgt de inning en incasso van bestuurlijke boetes van diverse overheidsdiensten, waaronder de </al><al>NVWA, de Inspectie SZW en de Inspectie Leefomgeving en Transport. </al><al>Een bestuurlijke boete houdt de onvoorwaardelijke verplichting in tot betaling van een geldsom en kan </al><al>naast een last onder dwangsom of een last onder bestuursdwang worden opgelegd. Het opstellen van </al><al>het boeterapport gebeurt door de toezichthouder/handhaver, maar de kennisgeving, beschikking en </al><al>inning gebeuren door het boetebureau (o.a. CJIB). De maxima en bandbreedtes van boetebedragen </al><al>zijn veelal vastgelegd in de wetgeving. Een belangrijk verschil met de BSBm is dat bezwaar en beroep </al><al>bij het bestuursorgaan dienen te worden aangetekend, terwijl de normadressaat tegen de BSBm in </al><al>verzet kan komen bij het OM. </al><al>Schorsen of intrekken vergunning, certificaat of erkenning </al><al>Als de normadressaat houder is van een begunstigend besluit (vergunning of ontheffing), dan kan het </al><al>geheel of gedeeltelijk intrekken van dat besluit een passende interventie zijn. Deze interventie is met </al><al>name passend als de normadressaat niet in actie komt naar aanleiding van eerdere correctieve </al><al>interventies, zoals een last onder dwangsom. Het geheel of gedeeltelijk intrekken van een </al><al>begunstigend besluit is een vergaande interventie die zorgvuldig moet worden voorbereid. </al><al>Exploitatieverbod, sluiting </al><al>Voor niet vergunningplichtige normadressaten bestaat de mogelijkheid op basis van de Fraudewet om </al><al>het bedrijf te sluiten of de exploitatie ervan te verbieden. Ook dit zijn vergaande interventies die </al><al>zorgvuldig moeten worden voorbereid en waarbij het informeren van beleid en politiek noodzakelijk is. </al><al>Strafrecht </al><al>Bestuurlijke strafbeschikking milieu – BSBm </al><al>De bestuurlijke strafbeschikking milieu is een op het strafrecht (artikel 257ba Wetboek van </al><al>Strafvordering) gebaseerde interventie die daartoe bevoegde handhavinginstanties zonder </al><al>tussenkomst van het OM kunnen opleggen. Voor feiten uit het zogenoemde ‘Feitenboekje Bestuurlijke </al><al>Strafbeschikking Milieu- en Keurfeiten’ wordt een combibon uitgeschreven (geldboete) die ter </al><al>afdoening wordt gezonden aan het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB). De BSBm kan los van (óf </al><al>óf), parallel met (én én) of volgtijdelijk aan (eerst…dan…) op herstel gerichte interventies worden </al><al>ingezet. </al><al>De BSBm is bedoeld voor relatief eenvoudige overtredingen, waarbij er over de schuldvraag geen </al><al>twijfel bestaat. De ‘Richtlijn bestuurlijke strafbeschikkingbevoegdheid milieu- en keurfeiten’ geeft in </al><al>paragraaf 2.7 de beleidsvrijheid binnen gestelde grenzen aan en in paragraaf 2.8 de contra-indicaties</al><al>voor het uitvaardigen van een BSBm. Als geen BSBm kan worden uitgevaardigd is in veel gevallen </al><al>overleg met het OM noodzakelijk. </al><al>Proces-verbaal (PV) </al><al>BOA’s die een strafbaar feit vermoeden of constateren, kunnen een PV opmaken. Dit optreden valt </al><al>onder het strafrechtelijk optreden dat in deze landelijke handhavingstrategie is geregeld. Een PV is de </al><al>basis voor het verdere optreden van het OM dat kan leiden tot sancties als: een geldboete, een </al><al>werkstraf, een gevangenisstraf, ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, publicatie van het </al><al>vonnis, stillegging van de onderneming en verbeurdverklaring.</al><al/><al/><al/><al>Zie ook: </al><al><extref doc="/cvdr/images/Haaren/i263726.pdf">Landelijke handhavingstrategie</extref></al></artikel></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>