<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR38619_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Toeslagen en Verlagingen Wet investeren in jongeren</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Terneuzen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-12-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Terneuzen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Zeeuws Vlaams Advertentieblad, 23 december 2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Toeslagen en Verlagingen Wet investeren in jongeren</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 147</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet investeren in jongeren, artt. 12 en 35</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-12-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Toelsagen en Verlagingen Wet investeren in jongeren</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al>De raad van de gemeente Terneuzen;</al><al>gelezen het voorstel van Burgemeester en Wethouders d.d. 10 november
                        2009;</al><al>gelet op artikel 147, eerste lid, Gemeentewet, en de artikelen 12, eerste
                        lid, onderdeel e, en 35, eerste lid, van de Wet investeren in jongeren;</al><al>overwegende dat het noodzakelijk is het verstrekken van toeslagen en het
                        verlagen van uitkeringen van jongeren van 18 jaar of ouder doch jonger dan
                        27 jaar bij verordening te regelen.</al><al>Besluit vast te stellen de navolgende verordening</al><al>Verordening Toeslagen en Verlagingen Wet investeren in jongeren</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de wet: de Wet investeren in jongeren;</al></li><li nr="b."><al>gehuwdennorm: de norm bedoeld in artikel 28, eerste lid
                                    onderdeel d, van de wet;</al></li><li nr="c."><al>college: het college van burgemeester en wethouders van de
                                    gemeente Terneuzen;</al></li><li nr="d."><al>woning: een woning als bedoeld in artikel 1, onderdeel j, Wet op
                                    de huurtoeslag, als mede een woonwagen of woonschip, als bedoeld
                                    in artikel 3, zesde lid, Wet werk en bijstand;</al></li><li nr="e."><al>woonkosten:</al><al> 1°. indien een huurwoning wordt bewoond, de per maand geldende
                                    huurprijs, bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Wet op de
                                    huurtoeslag;</al><al> 2°. indien een eigen woning wordt bewoond, de tot een bedrag
                                    per maand omgerekende som van de verschuldigde hypotheekrente en
                                    de in verband met het in eigendom hebben van de woning te
                                    betalen zakelijke lasten en een naar omstandigheden vast te
                                    stellen bedrag voor onderhoud;</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><al>De bepalingen van deze verordening gelden alleen voor jongeren van 21
                            jaar of ouder doch jonger dan 27 jaar. In geval van gehuwden gelden de
                            bepalingen van deze verordening alleen indien de gehuwden beiden 21 jaar
                            of ouder doch jonger dan 27 jaar zijn.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>Criteria voor het verhogen van de norm</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Toeslagen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De toeslag bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de wet bedraagt 20
                                procent van de gehuwdennorm voor de jongere in wiens woning geen
                                ander zijn hoofdverblijf heeft;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De toeslag bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de wet bedraagt 10
                                procent van de gehuwdennorm voor de jongere die met één of meer
                                anderen zijn hoofdverblijf in dezelfde woning heeft;</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>Criteria voor het verlagen van de norm of toeslag</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Verlagingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De verlaging bedoeld in artikel 31 (norm gehuwden) van de wet
                                bedraagt 10 procent van de gehuwdennorm voor gehuwden die met één of
                                meer anderen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De verlaging bedoeld in artikel 32 (norm alleenstaanden,
                                alleenstaande ouders, gehuwden) van de wet bedraagt 20 procent van
                                de gehuwdennorm indien een woning wordt bewoond waaraan voor de
                                jongere geen woonkosten verbonden zijn of als de jongere gebruik
                                maakt van de dag- en nachtopvang.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verlaging bedoeld in artikel 32 (norm alleenstaanden,
                                alleenstaande ouders, gehuwden) van de wet bedraagt 10 procent van
                                de gehuwdennorm indien de woonkosten gedeeld kunnen worden met een
                                derde die elders zijn hoofdverblijf heeft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Verlaging toeslag alleenstaanden van 21 en 22 jaar</titel></kop><al>De verlaging van de toeslag bedoeld in artikel 34 van de wet bedraagt in
                            afwijking van artikel 3:</al><lijst><li nr="a."><al>18 procent van de gehuwdennorm indien het een jongere van 21
                                    jaar betreft;</al></li><li nr="b."><al>11 procent van de gehuwdennorm indien het een jongere van 22
                                    jaar betreft.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>Bijzondere bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Toeslag begeleide woonvormen</titel></kop><al>In afwijking van artikel 4 en 5 wordt voor jongeren die wonen in door de
                            gemeente aangewezen vormen van begeleid wonen de toeslag voor
                            alleenstaanden vastgesteld op 20 procent van de gehuwdennorm.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Anti-cumulatiebepaling</titel></kop><al>De toepassing van artikel 4 en 5 geschiedt zodanig, dat de verlaging
                            nooit meer kan bedragen dan de voor de jongeren geldende norm. Voor
                            gehuwden kan de verlaging nooit meer bedragen dan 20 procent van de
                            gehuwdennorm.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in
                                deze verordening, indien onverkorte toepassing zou leiden tot
                                onredelijkheid of onbillijkheid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het
                                college.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt met ingang van 1 januari 2010 in werking. De
                            “Verordening tijdelijke regels Wet investeren in jongeren”, zoals deze
                            is vastgesteld door de raad op 1 oktober 2009, wordt ingetrokken op de
                            dag waarop deze verordening in werking treedt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Toeslagen en
                            Verlagingen WIJ.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Besloten in de openbare vergadering van de gemeenteraad d.d. 17 december
                      2009.</ondertekening><ondertekening>griffier, drs. T.A.M. Leeraert</ondertekening><ondertekening>voorzitter, J.A.H. Lonink</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><tussenkop>Toelichting</tussenkop><tussenkop>Artikelsgewijze Toelichting</tussenkop><tussenkop>Artikel 1</tussenkop><tussenkop>Om verschil in interpretatie te voorkomen, wordt voor het begrippenkader
                    verwezen naar de Wet investeren in jongeren. Het gaat hierbij om de begrippen
                    zoals alleenstaande, alleenstaande ouder, echtpaar, de bijstandsnorm etc. </tussenkop><tussenkop>Artikel 2 </tussenkop><al>Dit artikel geeft aan op welke jongeren met een inkomensvoorziening de
                    verordening betrekking heeft. De indeling is gebaseerd op de wet. Alleen in de
                    leeftijdscategorie vanaf 21 jaar kunnen verhogingen en verlagingen op grond van
                    de verordening vastgelegd worden.</al><tussenkop>Artikel 3 Toeslagen</tussenkop><al>Lid 1</al><al>Indien vaststaat dat kosten in het geheel niet gedeeld kunnen worden met een
                    ander, wordt op grond van artikel 30 van de wet de toeslag vastgesteld op het
                    maximale bedrag, zijnde 20 % van de gehuwdennorm. </al><tussenkop>Lid 2</tussenkop><al>Als belanghebbende een onderhuurder, kostganger of kamerhuurder is, kunnen
                    kosten worden gedeeld. Er zijn schaalvoordelen: duurzame gebruiksgoederen worden
                    gezamenlijk gebruikt, kosten van verwarming en verlichting komen niet op de
                    schouder van één persoon enzovoort. Bij de beoordeling van de vraag of een
                    belanghebbende schaalvoordelen heeft uit gedeelde algemeen noodzakelijke
                    bestaanskosten, is niet bepalend of deze ook feitelijk worden genoten door de
                    bijdrage van de ander, maar gaat het erom of redelijkerwijs, gegeven de
                    omstandigheden aangenomen kan worden, dat deze kosten
                        <onderstreept>kunnen</onderstreept> worden gedeeld. </al><al>Omdat het feitelijk onmogelijk is om schaalvoordelen exact en in elke situatie
                    te berekenen, is als uitgangspunt gekozen voor een forfaitaire toeslag van 10
                    procent van de gezinsnorm voor situaties waar belanghebbende de woonlasten kan
                    delen. Bij de vaststelling van de hoogte van de woonkostencomponent in een
                    uitkering wordt in de wetssystematiek sinds jaar en dag aangesloten bij het
                    laagste bedrag aan woonlasten, dat na verlening van huurtoeslag voor eigen
                    rekening kan blijven. </al><tussenkop>Artikel 4 Verlagingen</tussenkop><al>Gehuwden hebben recht op een wettelijk vastgesteld normbedrag zonder
                    toeslag.</al><al>Evenals bij alleenstaanden en alleenstaande ouders moet bij gehuwden rekening
                    gehouden worden met schaalvoordelen. Deze moeten daarom worden vertaald in
                    verlagingen. Bij de vaststelling van de hoogte van de verlagingen gelden
                    dezelfde overwegingen als in de toelichting van artikel 3 voor de daar genoemde
                    verhoging. </al><al>De wet biedt in artikel 32 de mogelijkheid om de norm of de toeslag voor
                    alleenstaanden, alleenstaande ouders en gehuwden (verder) te verlagen als iemand
                    lagere algemene noodzakelijke kosten heeft als gevolg van zijn woonsituatie
                    waaronder begrepen het niet aanhouden van een woning. Het kan daarbij gaan om de
                    bewoning van woonruimte waaraan geen woonkosten zijn verbonden, bij voorbeeld in
                    geval van krakers. De lagere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan wordt
                    in het eerste lid vertaald in de hoogte van de uitkering.</al><al>Ook dak- en thuislozen hebben in de regel geen kosten voor het aanhouden van
                    woonruimte. Ook zij hebben geen aantoonbare woonlasten, waardoor de verlaging in
                    dit lid op hen van toepassing is. Zij kunnen wegens het ontbreken van eigen
                    woonruimte gebruik maken van dak- en thuislozenopvang, waaraan voor hen wel
                    kosten verbonden zijn, dan blijft op die dagen het bepaalde in dit artikel ook
                    van toepassing. De kosten voor de dak- en thuislozen opvang zijn zo laag dat een
                    verlaging reëel wordt geacht.</al><al>Verder is het mogelijk, dat er aan de woning wel woonlasten zijn verbonden, maar
                    vaststaat, dat deze lasten geheel worden voldaan door een derde, die elders zijn
                    hoofdverblijf heeft, zonder dat de belanghebbende bewoner tot enig
                    tegenprestatie is verplicht. Deze situatie kan zich bij voorbeeld voordoen na
                    een verlating, waarbij de uit de woning vertrokken ex-partner de woonlasten van
                    de eigen woning draagt totdat de woning is verkocht. </al><al>Onder het derde lid wordt bedoeld dat het kan zijn, dat de woonlasten worden
                    gedeeld met een derde, die elders zijn hoofdverblijf heeft. In dat geval worden
                    de voor de belanghebbende bewoner optredende schaalvoordelen geacht gelijk te
                    zijn aan de schaalvoordelen, die in het eerste lid van dit artikel van
                    toepassing zijn verklaard op een belanghebbende, in wiens woning één of meerdere
                    anderen hun hoofdverblijf hebben. </al><tussenkop>Artikel 5 Verlaging toeslag alleenstaanden van 21 en 22 jaar</tussenkop><al>De hoogte van de toeslag is aangepast aan de hoogte van de toepasselijke minimum
                    jeugdlonen en aan de daarvan afgeleide uitkeringen. </al><tussenkop>Artikel 6 Toeslag begeleide woonvormen</tussenkop><al>Binnen de gemeente zijn of worden verschillende vormen van begeleid wonen
                    ontwikkeld. Hoewel een jongere in dergelijke woonvormen gebruik maakt van
                    verschillende gemeenschappelijke voorzieningen, kunnen woonkosten veelal niet
                    worden gedeeld. Vaak zijn de woonkosten juist hoger omdat er persoonlijke
                    begeleiding aan een jongere geboden wordt. Vandaar dat een zelfde toeslag geldt
                    als voor woonsituaties genoemd in artikel 3, lid 1.</al><al>Bij jongeren die in aanmerking komen voor deze woonvormen wordt dit individueel
                    in de vorm van een trajectplan vastgelegd. Als voorbeeld van een woonvorm kan
                    een Foyer de Jeunesse genoemd worden.</al><tussenkop>Artikel 7 Anti-cumulatiebepaling</tussenkop><al>Verschillende situaties kunnen op een jongere van toepassing zijn. De bedoeling
                    van dit artikel is te waarborgen dat de inkomensvoorziening van een jongere niet
                    lager kan worden vastgesteld dan de voor hem geldende norm.</al><tussenkop>Artikel 8 Hardheidsclausule</tussenkop><tussenkop>Dit artikel maakt een hardheidsclausule onderdeel van deze verordening. </tussenkop><al>Het kan hierbij slechts gaan om een verhoging van een toeslag, omdat deze
                    verordening voldoende rechtswaarborgen aan de belanghebbende dient te geven. In
                    overeenstemming met de algehele systematiek van uitvoering van de wet, wordt de
                    verantwoordelijkheid van een juiste uitvoering van deze verordening in handen
                    gesteld van het college. Indien zich er een situatie zou voordoen, waarin deze
                    verordening niet voorziet, heeft het college de bevoegdheid om individueel een
                    toeslag of verlaging te beoordelen. </al><tussenkop>Artikel 9 Inwerkingtreding</tussenkop><tussenkop>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</tussenkop><tussenkop>Artikel 10 Citeertitel</tussenkop><tussenkop>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</tussenkop></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>