<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR386183_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting Zundert 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zundert</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-14</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zundert</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.officielebekendmakingen.nl">www.officielebekendmakingen.nl</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening toeristenbelasting Zundert 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://www.overheid.nl">Gemeentewet, art. 224</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-08</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2015/14007</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>financiën en economie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting Zundert 2016 </intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Zundert;</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d.
                        3-11-2015;</al><al>gehoord het advies van de Ronde d.d. 18-11-2015;</al><al>gelet op artikel 224 van de Gemeentewet;</al><al/><al><vet>b e s l u i t :</vet></al><al/><al>vast te stellen:</al><al>Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting Zundert
                        2016</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam ‘toeristenbelasting’ wordt een directe belasting geheven
                            voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen
                            een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als
                            ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen
                            zijn ingeschreven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als
                                bedoeld in artikel 1.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te
                                verhalen op degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel 1.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot
                                verblijf, is degene belastingplichtig die verblijf houdt als bedoeld
                                in artikel 1.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al>De belasting wordt niet geheven voor het verblijf: </al><lijst><li nr="1."><al>van degene die verblijft in een toegelaten instelling als
                                    bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet Toelating
                                    Zorginstellingen;</al></li><li nr="2."><al>van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van
                                    de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft
                                    in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde
                                    wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt als bedoeld in
                                    artikel 1 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het
                                    Centraal Orgaan opvang Asielzoekers;</al></li><li nr="3."><al>van degene die verblijf houdt in een gemeubileerde woning voor
                                    welk verblijf forensenbelasting is verschuldigd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het
                            belastingjaar. Het aantal overnachtingen wordt gesteld op het aantal
                            overnachtende personen vermenigvuldigd met het aantal nachten dat zij
                            verblijf houden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>kampeermiddelen: tenten, vouwwagens, kampeerauto’s,
                                        toer-/stacaravans dan wel enig ander onderkomen of ander
                                        voertuig of gewezen voertuig of een gedeelte daarvan, voor
                                        zover geen bouwwerk zijnde waarvoor een omgevingsvergunning
                                        voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste
                                        lid, onderdeel a, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is
                                        vereist; een en ander voor zover deze onderkomens of
                                        voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of
                                        opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor
                                        recreatief nachtverblijf;</al></li><li nr="b."><al>kampeerterrein: terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk
                                        ingericht en volgens die inrichting bestemd om daarop
                                        gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden
                                        van kampeermiddelen ten behoeve van recreatief
                                        nachtverblijf;</al></li><li nr="c."><al>vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat deel
                                        uitmaakt van een kampeerterrein en dat ter beschikking wordt
                                        gesteld voor de plaatsing van eenzelfde kampeermiddel
                                        gedurende een seizoen of een jaar.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de forfaitaire berekening voor kampeermiddelen op vaste
                                standplaatsen wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>het aantal overnachtende personen gesteld op: 2 personen
                                        indien het aantal slaapplaatsen drie of minder bedraagt; 3
                                        personen indien het aantal slaapplaatsen meer dan drie
                                        bedraagt.</al></li><li nr="b."><al>het aantal malen dat, door de in lid a bedoelde personen is
                                        overnacht, gesteld op 60. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Opteren voor niet-forfaitaire maatstaf van heffing</titel></kop><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 5 wordt op een door de
                            belastingplichtige bij de aangifte gedane aanvraag de maatstaf van
                            heffing vastgesteld op het werkelijke aantal overnachtingen, indien
                            blijkt dat dit aantal lager is dan het op grond van artikel 5 berekende
                            aantal. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Belastingtarief</titel></kop><al>Het tarief bedraagt per persoon, per overnachting € 1,09</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Na aanvang van het belastingjaar kan aan de belastingplichtige een
                                voorlopige aanslag worden opgelegd tot ten hoogste het bedrag waarop
                                de aanslag over dat jaar vermoedelijk zal worden vastgesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Aanslaggrens</titel></kop><al>Belastingaanslagen van minder dan € 10,-- worden niet opgelegd. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnbedragen.
                                De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op
                                de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en
                                de tweede termijn twee maanden na de eerste vervaldatum.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een bestuurlijke boete is opgelegd is deze boete invorderbaar
                                in twee gelijke termijnbedragen waarvan de eerste vervalt op de
                                laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening
                                van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden na de
                                eerste vervaldatum.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van de voorgaande leden moet een voorlopige aanslag
                                worden betaald in zoveel gelijke termijnbedragen als er na de maand
                                van de dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het jaar van
                                de dagtekening overblijven, met dien verstande dat het aantal
                                belastingtermijnen steeds minimaal twee telt. De eerste termijn
                                vervalt een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van
                                de volgende termijnen telkens een maand later. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                                voorgaande leden gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij invordering van toeristenbelasting wordt geen kwijtschelding
                            verleend. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Nadere regels door het Dagelijks Bestuur</titel></kop><al>Het Dagelijks Bestuur van de Belastingsamenwerking West-Brabant kan
                            nadere regels geven voor de heffing en de invordering van de
                            toeristenbelasting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Registratieplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belastingplichtige bedoeld in artikel 2, eerste lid, is gehouden
                                een registratie te houden waaruit het aantal overnachtingen als
                                bedoeld in artikel 4 blijkt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De verplichting als bedoeld in het voorgaande lid geldt niet voor
                                zover de belastingplichtige gebruik maakt van de forfaitaire
                                berekeningswijze van de heffingsmaatstaf in artikel 5.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Overgangsbepaling en inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De ‘Verordening toeristenbelasting Zundert 2015" van 9 december 2014
                                wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum
                                van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing
                                blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben
                                voorgedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na
                                die van de bekendmaking. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2016.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening toeristenbelasting
                            Zundert 2016”.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in zijn openbare vergadering van 8 december 2015.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier, </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>drs. J.J. Rochat</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>De voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening> L.C. Poppe-de Looff</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>