<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR386143_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Handboek Kabels en Leidingen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Korendijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hoeksche Waard</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2015, 123513</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Handboek Kabels en Leidingen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Leidingenverordening Korendijk 2016</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Telecommunicatieverordening gemeente Korendijk 2016</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-11-03</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>KDK/6800</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Schaderegeling ingravingen kabels en leidingen (bijlage 7 bij Handboek)</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-1530</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Handboek Kabels en Leidingen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label/></kop><al><vet><onderstreept>Handboek</onderstreept></vet><vet><onderstreept>Kabels
                                &amp;
                                </onderstreept></vet><vet><onderstreept>L</onderstreept></vet><vet><onderstreept>eidingen</onderstreept></vet></al><al><vet>Inhoudsopgave</vet></al><al><vet>ALGEMENE INFORMATIE</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>INLEIDING</vet> 1.1 Aanleiding 04 1.2 Doel en doelgroep 04 1.3
                                Leeswijzer 05 1.4 Good Practices en NEN normen 06 1.5 Ingangsdatum
                                versie 2016 06 </al></li><li nr="2."><al><vet>BEGRIPPEN</vet> 2.1 Rolverdeling 07 2.2 Begrippen- en
                                afkortingenlijst 07 </al></li><li nr="3."><al><vet>VERGUNNINGPROCEDURE</vet> 3.1 Aanleveringsvoorwaarde 11 3.1.1
                                Machtigingen 11 3.1.2 Technische specificatie werktekeningen 12 3.2
                                Grote projecten 12 3.3 Relatie tot derden 12 3.4
                                Procesbeschrijvingen 13 3.4.1 Vergunningprocedure: Voorbereiding en
                                aanvraag 13 3.4.2 Vergunningprocedure: Aanleg en afronding 14 3.4.3
                                Verkorte procedure (werkzaamheden van niet-ingrijpende aard) en/of
                                &lt;25m 15 3.4.4 Administratieve wijziging 17 3.4.5 Overdracht van
                                een leiding 17</al></li><li nr="3."><al>5 Toezicht en handhaving bij het verrichten van werkzaamheden
                                zonder</al><al> instemming/vergunning 17</al></li></lijst><al><vet>TECHNISCHE BEPALINGEN</vet></al><lijst><li nr="4."><al><vet>TRACÉBEPALING</vet> 4.1 Algemene uitgangspunten 19 4.2
                                Bepalingen ten aanzien van de engineering / werkvoorbereiding 19 4.3
                                Standaardindeling 20 4.3.1 Horizontale ligging 21 4.3.2 Verticale
                                ligging 21 4.4 Bovengrondse infrastructuur 22 4.4.1 Open watergangen
                                en waterkeringen 22 4.4.2 Bomen 22 4.5 Bijzondere situaties 23 4.5.1
                                Archeologie 23 4.5.2 Kunstwerken 23 4.5.3 Over- en onderbouwing van
                                de openbare ruimte (stedelijk gebied) 23 4.5.4 Huisaansluitingen
                                riolering (rioolaansluitingen) 24 4.5.5 Bestemmingsplanprocedure 24
                            </al></li><li nr="5."><al><vet>AANLEG - EN UITVOERINGSVOORSCHRIFTEN</vet> 5.1 Algemene
                                uitgangspunten 25 5.2 Werkplan 25 5.3 Communicatie 25 5.3.1
                                Verantwoordelijkheden van betrokken partijen 25 5.3.2 Bewoners en
                                bedrijven 26 5.3.3 Melding ingraving (start werkzaamheden) 26 5.3.4
                                KLIC-melding (procedure WION) 26 5.3.5 Kick-off meeting /
                                startvergadering 26 5.4 Algemene uitvoeringsvoorschriften 27 5.4.1
                                Aanwezige documenten 27 5.4.2 Proefsleuven ter voorbereiding 27
                                5.4.3 Uitzetten tracé 27 5.4.4 Toepassen en verwijderen
                                hulpconstructies 27 5.4.5 Werken in nabijheid van leidingen 27 5.4.6
                                Grote zettingen 28 5.4.7 Bodemverontreiniging 28 5.4.8 Ecologie 28
                                5.4.9 Werkterrein 29 5.4.10 As-built tekening 29 5.4.11
                                Leidingenstroken 29 5.4.12 Hoogspanningsverbindingen 29 5.4.13 Bomen
                                en groen 29 5.4.14 Kruisingen asfaltverharding, sierbestrating en
                                gefundeerde wegen 30 5.4.15 Tijdelijke verkeersmaatregelen 30 5.5
                                Uitvoeringsvoorschriften, per aanlegmethode 31 5.5.1
                                Weersomstandigheden (werkbaar weer) 31 5.5.2 Open ontgraving 32
                                5.5.3 Graven sleuf 32 5.5.4 Lengte van de sleuf 32 5.5.5 Uitgraven
                                materiaal 33 5.5.6 Opslag uitgegraven grond 33 5.5.7 Aanvullen sleuf
                                33 5.5.8 verdichten sleuf 33 5.5.9 Overgebleven grond 34 5.5.10
                                Boringen en persingen (sleufloze technieken) 34 5.5.11 Bemaling 34
                                5.6 Overige bepalingen 34 5.6.1 Algemene uitgangspunten 34 5.6.2
                                Herstel van de sleuf, elementenverharding 35 5.6.3 Herstel van de
                                sleuf, asfalt 35 5.6.4 Herstel van de sleuf, beplanting 35 5.6.5
                                Schade aan huisaansluiting 36 5.6.6 Archeologische vondsten 36 </al></li><li nr="6."><al><vet>BEDRIJFSVOERING EN BEDRIJFSBEËINDIGING</vet> 6.1 Algemene
                                uitgangspunten 37 6.1.1 Risicomanagement 37 6.2 Bedrijfsbeëindiging
                                37 6.2.1 Uitgangspunten 37 6.2.2 Uitzonderingen 37 </al></li><li nr="7."><al><vet>AANSPRAKELIJKHEID, SCHADE EN VERZEKERINGEN</vet></al></li><li nr="7."><al>1 Aansprakelijkheid 39 7.2 Schade 39 7.3 Verzekeringen 40</al></li><li nr="7."><al>4 Veiligheid 41</al></li><li nr="8."><al><vet>BIJLAGEN</vet> 8.1 BIJLAGE 1, Verdichten sleuf 8.2 BIJLAGE 2,
                                Bomen en Groen 8.3 BIJLAGE 3, Standaard Profiel Hoeksche Waard 8.4
                                BIJLAGE 4, Proces I (Aanvraag vergunning) 8.5 BIJLAGE 5, Proces II
                                (Aanleg en afronding) 8.6 BIJLAGE 6, Formulier aanvraag
                                vergunning/instemming</al></li><li nr="8."><al>7 BIJLAGE 7, Schaderegeling ingravingen Kabels &amp; Leidingen</al></li><li nr="8."><al>8 BIJLAGE 8, Schema wet- en regelgeving</al><al>Inleiding</al><al>1.1<vet>Aanleiding</vet></al><al>Voor u ligt het opgestelde Handboek Kabels &amp; Leidingen voor de
                                Hoeksche Waardse gemeenten. Dit ‘Handboek’ geeft invulling aan de
                                collegebevoegdheid om op grond van de Leidingenverordening (LV) en
                                Telecomverordening (TV) nadere regels omtrent deze ondergrondse
                                infrastructuur vast te stellen. Men moet hierbij denken aan de
                                voorbereiding en uitvoering bij het ontwerp, aanleg, onderhoud,
                                verlegging en verwijdering van kabels en leidingen.</al><al>Dit Handboek wordt door de Hoeksche Waardse gemeenten: Binnenmaas,
                                Cromstrijen, Korendijk, </al><al>Oud-Beijerland en Strijen van toepassing verklaard in alle gevallen
                                waarin de gemeente, op grond van een vergunning, instemmingsbesluit
                                of melding, toestemming verleent voor werkzaamheden aan of ten
                                behoeve van kabels en/of leidingen.</al><al>Gemeenten Binnenmaas, Cromstrijen, Korendijk, Oud-Beijerland en
                                Strijen hebben gezamenlijk een uniforme Leidingenverordening en
                                Telecommunicatieverordening tot stand gebracht, met enkele
                                gemeente-eigen bepalingen. Dit Handboek Kabels &amp; Leidingen
                                (verder Handboek genoemd) is van toepassing voor de genoemde
                                gemeenten van de Hoeksche Waard. In dit Handboek dient voor gemeente
                                gelezen te worden de genoemde gemeente waar de geplande
                                werkzaamheden plaatsvinden.</al><al>Volgens de Leidingenverordening is een
                                    <onderstreept>vergunning</onderstreept>nodig voor het
                                aanleggen, exploiteren, onderhouden of verwijderen van kabels en
                                leidingen (voortaan: ‘leidingen’) in, op of boven openbare plaatsen
                                en in of op civiele kunstwerken alsmede in of boven openbaar water. </al><al>Volgens de Telecommunicatiewet, Artikel 5.4, lid 1, sub b en de
                                Telecommunicatieverordening (TV) is een
                                    <onderstreept>instemmingsbesluit</onderstreept> nodig voor het
                                aanleggen, onderhouden en verwijderen van een telecomkabel.</al><al>Als basis voor dit Handboek is met toestemming van gemeente
                                Dordrecht het Handboek Leidingen van de gemeente Dordrecht
                                gebruikt.</al><al>1.2<vet>Doel en doelgroep</vet></al><al><vet>Doel van dit </vet><vet>H</vet><vet>andboek is:</vet></al><lijst><li nr="·"><al>Het bevorderen van een veilige ligging en ordening van de
                                        ondergrondse infrastructuur;</al></li><li nr="·"><al>Het beperken van de overlast en het bevorderen van een
                                        veilige omgeving voor de burgers tijdens de werkzaamheden
                                        aan ondergrondse infrastructuur;</al></li><li nr="·"><al>Het voorkomen van schade aan private- en gemeentelijke
                                        eigendommen;</al></li><li nr="·"><al>Het waarborgen van de kwaliteit van de openbare ruimte.</al></li></lijst><al>Het bereiken en handhaven van deze doelstellingen wordt ondersteund
                                door gedetaillleerd uitgewerkte, uniforme voorbereiding- en
                                uitvoeringsvoorschriften ten behoeve van alle werken in het openbare
                                gebied van de gemeenten. Hiertoe worden nadere eisen gesteld aan de
                                gegevens die moeten worden verstrekt bij aanvragen van een
                                vergunning c.q. instemmingsbesluit bij het voorbereiden en uitvoeren
                                van werken in het beheergebied van de Hoeksche Waardse
                                gemeenten.</al><al>In het Handboek worden nadere regels betreffende ontwerp, aanleg,
                                herstel, exploitatie, onderhoud en verwijdering van kabels en
                                leidingen omschreven. Aan de voorwaarden en eisen die hierin zijn
                                gesteld moet worden voldaan om een vergunning c.q. instemming te
                                verkrijgen. Dit zijn behalve specifieke eisen ten aanzien van aanleg
                                en ontwerp, ook eisen omtrent het beheer tijdens de exploitatiefase,
                                de bedrijfsvoering en bedrijfsbeëindiging. </al><al>Het verband tussen de wetten, verordeningen en Handboek kan als
                                rangbepaling als volgt worden weergegeven:</al><lijst><li nr="1."><al>Wettelijke bepalingen zoals oa. de Telecommunicatiewet en de
                                        Wet Informatie uitwisseling Ondergrondse Netten (WION).</al></li><li nr="2."><al>Privaatrechtelijke overeenkomsten met o.a. de
                                        Nutsbedrijven.</al></li><li nr="3."><al>Lokale regelgeving zoals o.a. de Algemeen Plaatselijke
                                        Verordeningen, de Leidingenverordening en de
                                        Telecomverordening. (Gemeenten Hoeksche Waard).</al></li><li nr="4."><al>Handboek Kabels en Leidingen (van de gemeenten in de
                                        Hoeksche Waard).</al></li></lijst><al><vet>Doelgroep</vet></al><al>Het Handboek is geschreven voor een ieder die een kabel(s) en/of
                                leiding(en) exploiteert, of wil aanleggen, onderhouden en/of
                                verwijderen binnen de gemeentegrenzen van Binnenmaas, Cromstrijen,
                                Korendijk, Oud-Beijerland en Strijen, voorzover deze onder de
                                gemeentelijke verantwoordelijkheid vallen. </al><al>1.3<vet>Leeswijzer</vet></al><al>Het Handboek bestaat uit drie gedeelten:</al><al><vet>1.</vet><vet> Algemene, procedurele informatie</vet> die voor
                                alle aanvragen algemeen geldend zijn. </al><al>Hoofdstukken 1 t/m 3.</al><al><vet>2.</vet><vet> Technische bepalingen </vet>die algemeen geldig
                                zijn, maar waarvan de nadere invulling verschilt per aanvraag (zoals
                                tracébepaling; ontwerp-, uitvoerings- en beheervoorschriften).
                                Hoofdstukken 4 t/m 6.</al><al><vet>3.</vet><vet>Aansp</vet><vet>rakelijkheid </vet>inclusief
                                schade en verzekering die betrekking hebben op het leggen,</al><al>onderhouden en verwijderen van de kabels en leidingen. Hoofdstuk 7 </al><al>Bij de volgende aanvragen zijn (mogelijk) additionele
                                veiligheidseisen van toepassing: </al><lijst><li nr="·"><al>in bestemmingsplan opgenomen leidingen.</al></li><li nr="·"><al>nabij in bestemmingsplan opgenomen leidingen. </al></li><li nr="·"><al>wanneer er sprake is van een groot project, ter beoordeling
                                        van de vergunningverlener, kan de gemeente afwijken van de
                                        bepalingen in het Handboek en op maat afspraken maken.</al><al>1.4<vet>Good </vet><vet>P</vet><vet>ractices en NEN
                                            normen</vet></al></li></lijst><al>De koepelorganisaties van de netbeheerders (leidingexploitanten)
                                hebben met de VNG en Gemeentelijke Platform Kabels en Leidingen
                                (GPKL) afspraken gemaakt over hoe om te gaan met kabels en leidingen
                                in specifieke situaties. Ook zijn de nieuwe Nederlandse norm NEN
                                7171-1 en Nederlandse praktijkrichtlijn NPR 7171-2 tot stand gekomen
                                in samenspraak met de genoemde organisaties. De gemeente gebruikt
                                deze richtlijnen zo veel mogelijk. De Good Practices zijn te
                                downloaden op de website www.gpkl.nl/verordening. </al><al>Good Practices die tot stand zijn gekomen met de kabels en leidingen
                                sector:</al><al>Richtlijn zorgvuldig graafproces publicatie 250, Instructiekaart
                                zorgvuldig graven van de CROW en CROW-publicatie 307 Kabels en
                                Leidingen in verontreinigde bodem. </al><al>Verder is van toepassing CROW-richtlijn Werk in uitvoering 96b en
                                Standaard RAW 2015 hoofdstuk 27 Kabels en Leidingen.</al><al>1.5<vet>Ingangsdatum versie 2016</vet></al><al>Dit Handboek wordt per gemeente door de colleges van Binnenmaas,
                                Cromstrijen, Korendijk, </al><al>Oud-Beijerland en Strijen vastgesteld. Dit Handboek is op
                                vergunningen van toepassing die na de inwerkingtreding van het
                                Handboek zijn verleend.</al><al> vastgesteld op: treedt in werking op:</al><al>Binnenmaas: 27-10-2015 1-1-2016</al><al>Cromstrijen: 03-11-2015 1-1-2016</al><al>Korendijk: 03-11-2015 1-1-2016</al><al>Oud Beijerland: 03-11-2015 1-1-2016 </al><al>Strijen: 13-10-2015 1-1-2016</al><al>Wanneer dit Handboek per gemeente is vastgesteld vervangt dit alle
                                eerdere versies van bepalingen over kabels en leidingen van de
                                genoemde gemeente.</al><al>2<vet>Begrippen</vet></al><al>2.1<vet>Rolverdeling</vet></al><al>In de praktijk kan er een rolverdeling bestaan tussen
                                leidingexploitant – vergunninghouder – opdrachtgever en
                                grondroerder. Ook kan het zijn dat deze rollen door één en dezelfde
                                partij worden vervuld. Voor de gemeente is in beginsel de
                                vergunninghouder zowel financieel, operationeel als juridisch altijd
                                aansprakelijk en verantwoordelijk voor het (doen) opvolgen van de
                                bepalingen in het Handboek. Dit ongeacht hoe de relatie is tussen de
                                vergunninghouder enerzijds en een eventuele leidingexploitant en
                                grondroerder anderzijds. De gemeente behoudt zich echter het recht
                                voor om in spoedeisende gevallen, in de zin van de artikel 5:31 van
                                de Algemene wet bestuursrecht, handhavingmaatregelen rechtstreeks
                                met grondroerder af te handelen en de vergunninghouder pas later
                                daarvan in kennis te stellen.</al><al>In dit document kan voor vergunninghouder c.q. leidingexploitant ook
                                de gemachtigde hoofdaannemer gelezen worden.</al><al><vet>Samenwerken in de graafcyclus</vet>.</al><al>Het doel van proactieve regie is het terugdringen van
                                maatschappelijke overlast en het besparen van maatschappelijke
                                kosten door :</al><al>Het voeren van periodiek overleg met nutsbedrijven.</al><lijst><li nr="·"><al>Minimaal een keer per jaar lange termijn overleg
                                            (<vet>strategisch</vet>) over Ruimtelijke Ontwikkelingen
                                        en Infrastructuur (tot 5 jaar vooruit). Daarmee kunnen er al
                                        in een vroegtijdig stadium mogelijke matches gevonden worden
                                        tussen de projecten van de gemeente en die van de
                                        netbeheerders, zodat gezamenlijke afstemming van de
                                        werkzaamheden kan plaatsvinden. Ook kunnen de netbeheerders
                                        bijvoorbeeld de impact van projecten van de gemeente toetsen
                                        aan hun netstructuur. Hieruit voortvloeiend geldt uiteraard
                                        ook dat de netbeheerders de gemeente tijdig dienen in te
                                        lichten over hun plannen. Gemeenten initieert dit
                                        overleg.</al></li><li nr="·"><al>Korte termijn overleg: coördinatie vergaderingen
                                            (<vet>tactisch</vet>). Dit overleg vindt projectmatig
                                        plaats (detailuitwerking, definitieve tracékeuze,
                                        offertetraject, opdrachtverstrekking, engineering en
                                        planning). Gemeenten initieert dit overleg. </al></li><li nr="·"><al>Uitvoeringsoverleg (<vet>operationeel</vet>): operationele
                                        planning, uitvoering en beheer. Voorafgaand aan de
                                        uitvoering zal door de leidingexploitant een kick-off
                                        meeting geïnitieerd worden.</al><al>2.2<vet>Begrippen- en afkortingslijst</vet></al></li></lijst><al>In deze paragraaf zijn alle gebruikte begrippen en afkortingen
                                opgenomen, indien deze niet als zodanig zijn gedefinieerd in de
                                Leidingenverordening en Telecomverordening. Waar een begrip slechts
                                eenmalig in het Handboek wordt genoemd, is deze in het betreffende
                                hoofdstuk beschreven.</al><table><tgroup cols="2"><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Begrip</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Toelichting</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>As-built-tekening</al></entry><entry colname="col2"><al>Een gewaarmerkte tekening die aangeeft waar
                                                  welke leidingen gelegd zijn in X- Y en
                                                  Z-coördinaten volgens het RD-stelsel, en hoeveel
                                                  leidingen gelegd zijn in een sleuf(deel).</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Awb</al></entry><entry colname="col2"><al>Algemene wet bestuursrecht.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Beschikking</al></entry><entry colname="col2"><al>In dit Handboek wordt met beschikking het
                                                  besluit bedoeld waarmee een aanvraag goedgekeurd
                                                  of afgewezen wordt. Een besluit waarmee de
                                                  aanvraag goedgekeurd wordt, is een vergunning op
                                                  basis van de Leidingenverordening of een
                                                  instemming op basis van de
                                                  Telecomverordening.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Boring</al></entry><entry colname="col2"><al>Het maken van een holle ruimte in de grond
                                                  zonder daarbij de omringende grondslag te
                                                  verwijderen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Beheerkosten</al></entry><entry colname="col2"><al>De vergoeding van de kosten die door de gemeente
                                                  zijn gemaakt aangaande het toezicht op- en de
                                                  controle van de uitvoering van het werk, de
                                                  hiermee verband houdende verkeersmaatregelen en de
                                                  naleving op de van gemeentewege gestelde
                                                  voorwaarden.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bouwaansluiting</al></entry><entry colname="col2"><al>Tijdelijke leiding bedoeld om bouwplaatsen aan
                                                  te sluiten gedurende de werkzaamheden. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>CROW</al></entry><entry colname="col2"><al>Nationaal kennisplatform voor infrastructuur,
                                                  verkeer, vervoer en openbare ruimte. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Dagmaat</al></entry><entry colname="col2"><al>De vrije ruimte tussen leidingen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Degeneratiekosten</al></entry><entry colname="col2"><al>De vergoeding van de schade door verkorting van
                                                  de kwaliteit en/of duurzaamheid van de verharding,
                                                  veroorzaakt door de uitvoering van
                                                  graafwerkzaamheden onder verhardingsconstructies
                                                  en/of andere voorzieningen zoals gazon, beplanting
                                                  en bermen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Distributieleiding</al></entry><entry colname="col2"><al>Leiding waarmee de te vervoeren stof wordt
                                                  vervoerd naar meerdere afnamepunten.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Ecologische (waardevolle) berm</al></entry><entry colname="col2"><al>Een ecologisch waardevolle berm wordt (vaak vele
                                                  jaren) op een dusdanige manier beheerd dat er
                                                  gunstige omstandigheden worden gecreëerd voor een
                                                  diversiteit aan natuurwaarde (biodiversiteit),
                                                  waarbij er ook een rol is weggelegd als verbindend
                                                  element naar andere natuurgebieden om de
                                                  verplaatsing en uitwisseling tussen
                                                  soortenpopulaties (flora en fauna) mogelijk te
                                                  maken.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Formulier</al></entry><entry colname="col2"><al>Vastgesteld formulier voor de aanvraag voor een
                                                  vergunning / instemming of melding kabels en
                                                  leidingen in de openbare ruimte.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Handholes</al></entry><entry colname="col2"><al>Afsluitbare ondergrondse holle behuizing voor
                                                  het onderbrengen van voornamelijk telecommunicatie
                                                  appendages of apparatuur met toegangsluik onder de
                                                  verharding of op maaiveldniveau. Een handhole moet
                                                  altijd toegankelijk blijven.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Huisaansluiting</al></entry><entry colname="col2"><al>Aansluitleiding die een huis/perceel aansluit
                                                  middels de kortste verbinding tussen het
                                                  distributienetwerk en het huis/perceel en minder
                                                  dan 25 meter lang is.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Infrastructurele voorziening</al></entry><entry colname="col2"><al>Een constructie, zoals een tunnel of brug,
                                                  specifiek bestemd voor leidingen of waarvan
                                                  gebruik kan worden gemaakt voor het leggen van
                                                  leidingen of mantelbuis. </al><al>NB: In de LV en TV worden deze omschreven als
                                                  civiele kunstwerken. </al><al>NB: Infrastructurele voorziening wordt ook wel
                                                  ‘kunstwerk’ genoemd, zie artikel 4.5.2.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Leiding</al></entry><entry colname="col2"><al>Een kabel als bedoeld in artikel 1.1, onder z,
                                                  van de Tw.</al><al>Een buis bestemd voor het transport van vaste
                                                  stoffen, vloeistoffen en gassen, of een kabel
                                                  gelegen </al><al>-in, op of boven de grond of;</al><al>-in civiele kunstwerken, met alle daarbij
                                                  behorende voorzieningen, zoals mantelbuizen,
                                                  kabelgoten, afsluiters, brandkranen, kasten,
                                                  handholes etc.</al><al>met uitzondering van bovengrondse
                                                  hoogspanningskabels en van gemeentelijke
                                                  rioleringsbuizen en trafohuisjes.</al><al>Deze kunnen verdeeld worden in: </al><al>1.Transportleiding (ook buisleidingen);</al><al>2.Distributieleiding;</al><al>3.Aansluitleiding.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Leidingexploitant</al></entry><entry colname="col2"><al>Degene onder wiens verantwoordelijkheid een
                                                  leiding wordt aangelegd, beheerd of geëxploiteerd,
                                                  waaronder tevens wordt begrepen degene die een
                                                  vergunning voor het aanleggen van een leiding
                                                  heeft aangevraagd. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Leidingenstrook</al></entry><entry colname="col2"><al>Een in het bestemmingsplan opgenomen strook
                                                  grond die primair bestemd is voor het leggen van
                                                  leidingen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Liggingsgegevens</al></entry><entry colname="col2"><al>Gegevens over de plaats van een leiding.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Mantelbuis</al></entry><entry colname="col2"><al>Beschermbuis om een leiding.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LV</al></entry><entry colname="col2"><al>Leidingverordening vastgesteld door de
                                                  desbetreffende gemeente.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>NEN - Normen</al></entry><entry colname="col2"><al>Normen die zijn opgesteld door het Nederlands
                                                  Normalisatie Instituut.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>NPR</al></entry><entry colname="col2"><al>Nederlandse Praktijk Richtlijnen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>NTA 8000</al></entry><entry colname="col2"><al>Nederlands Technische Afspraak, die specifiek
                                                  invulling geeft aan de zorgplicht van de
                                                  leidingexploitant wanneer het gaat om het beheer
                                                  van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke
                                                  stoffen. De NTA 8000 bevat eisen voor een
                                                  risicomanagementsysteem (RMS).</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>NTA 8120</al></entry><entry colname="col2"><al>Nederlands Technische Afspraak op het gebied van
                                                  assetmanagement – Eisen aan een veiligheids-,
                                                  kwaliteits- en capaciteitsmanagementsysteem voor
                                                  het elektriciteits- en gasnetbeheer.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>OZHZ</al></entry><entry colname="col2"><al>Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Onderhoudskosten</al></entry><entry colname="col2"><al>De kosten welke zijn verbonden aan het
                                                  onderhouden van de definitief herstelde
                                                  verharding.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>spoedeisende </al><al>werkzaamheden</al></entry><entry colname="col2"><al>-Werkzaamheden vanwege storingen, waarbij
                                                  uitstel van de reparatie redelijkerwijs niet
                                                  mogelijk is;</al><al>-Werkzaamheden vanwege calamiteiten:(natuur)ramp
                                                  of een onverwachte gebeurtenis die ernstige schade
                                                  kan veroorzaken.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>RAW</al></entry><entry colname="col2"><al>De RAW-systematiek, beheerd en onderhouden door
                                                  CROW, is een standaard voor bestekken in de
                                                  grond-, water- en wegenbouw (GWW). </al><al>Bij de meeste werken in de GWW wordt deze
                                                  systematiek gevolgd.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>TV</al></entry><entry colname="col2"><al>Telecommunicatieverordening vastgesteld door de
                                                  desbetreffende gemeente.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Tw</al></entry><entry colname="col2"><al>Telecommunicatiewet.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Toezichthouder</al></entry><entry colname="col2"><al>De bij besluit van het college van B&amp;W
                                                  aangewezen personen die zijn belast met het houden
                                                  van toezicht.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Uitgiftepeil</al></entry><entry colname="col2"><al>Het peil waarop op de uitgiftegrens aangesloten
                                                  moet worden op het openbaar gebied. Ook: de hoogte
                                                  waarop toegang tot de kavel wordt gekregen vanaf
                                                  het openbare gebied.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Vergunning </al></entry><entry colname="col2"><al>Schriftelijke vergunning c.q. instemming voor de
                                                  aanleg, het houden, het onderhoud, de exploitatie
                                                  en het verwijderen van één of meer leidingen. </al><al>In dit Handboek wordt met vergunning ook bedoeld
                                                  ‘instemming’ conform TV.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Vergunningverlener</al></entry><entry colname="col2"><al>Het bevoegd gezag van de desbetreffende Hoeksche
                                                  Waardse gemeente. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Waterstaatswerk</al></entry><entry colname="col2"><al>In dit Handboek wordt onder een waterstaatswerk
                                                  het volgende verstaan:</al><al>-Rijkswegen, en de daarin gelegen kunstwerken en
                                                  hetgeen verder naar zijn aard daartoe behoort,
                                                  voor zover in beheer bij het Rijk;</al><al>-Provinciale wegen;</al><al>-Oppervlaktewaterlichaam en
                                                  bergingsgebieden;</al><al>-Waterkering of ondersteunend kunstwerk. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Werkzaamheden van niet-ingrijpende aard</al></entry><entry colname="col2"><al>-Het aanbrengen of verwijderen van leidingen,
                                                  niet-gelegen in, op of boven een wegkruising of
                                                  rotonde, in reeds aangebrachte voorzieningen;</al><al>-Reparaties en/of onderhoudswerkzaamheden aan de
                                                  leidingen met een lengte van minder dan 25 meter
                                                  en niet-gelegen in, op of boven een wegkruising of
                                                  rotonde, en niet vallend onder
                                                  Leidingenverordening en Telecomverordening; </al><al>-Het maken van huisaansluitingen met een lengte
                                                  van minder dan 25 meter en niet-gelegen in, op of
                                                  boven een wegkruising of rotonde;</al><al>-Het maken van boringen voor grondonderzoek in
                                                  het belang van leidingen en het maken van de
                                                  proefsleuven;</al><al>-Het maken van proefsleuven;</al><al>-Het openen van handholes.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>WION</al></entry><entry colname="col2"><al>Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten.
                                                  Wet houdende de regels over de
                                                  informatie-uitwisseling betreffende ondergrondse
                                                  netten. </al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>3<vet>Vergunningprocedure</vet></al><al>3.1<vet>Aanleveringsvoorwaarde</vet></al><al>De gemeente neemt alleen volledig ingevulde en ondertekende
                                aanvragen (met eventuele bijbehorende bijlagen zoals in dit Handboek
                                in specifieke situaties is vereist) in behandeling.</al><al><vet><cursief><onderstreept>Het formulier is van
                                        </onderstreept></cursief></vet><vet><cursief><onderstreept>de
                                        </onderstreept></cursief></vet><vet><cursief><onderstreept>web</onderstreept></cursief></vet><vet><cursief><onderstreept>site
                                            van de
                                            gemeente</onderstreept></cursief></vet><vet><cursief><onderstreept>n</onderstreept></cursief></vet><vet><cursief><onderstreept>
                                            te
                                            downloaden</onderstreept></cursief></vet><vet><cursief><onderstreept>
                                            en tevens ook direct digitaal te
                                            gebruiken</onderstreept></cursief></vet><vet><cursief><onderstreept>.</onderstreept></cursief></vet><cursief>(</cursief><cursief>Website
                                    gemeenten</cursief><cursief>:</cursief><cursief>Digitale
                                    balie</cursief><cursief>Digitale
                                    producten</cursief><cursief>Formulieren)</cursief></al><al>De postadressen en de e-mailadressen voor vergunningaanvragen en
                                meldingen en het toesturen van (digitale) tekeningen per gemeente
                                zijn:</al><al><vet><cursief>Binnenmaas</cursief></vet></al><table><tgroup cols="2"><tbody><row><entry colname="col1"><al><cursief>Internet</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al><cursief><onderstreept>www.binnenmaas.nl</onderstreept></cursief></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>E-mail </cursief></al></entry><entry colname="col2"><al><cursief><onderstreept>info@binnenmaas.nl</onderstreept></cursief></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Adres</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al><cursief>Postbus 5455, 3299 ZH
                                                  Maasdam</cursief></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Telefoon</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al><cursief>078-6764433</cursief></al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet><cursief>Cromstrijen</cursief></vet></al><table><tgroup cols="2"><tbody><row><entry colname="col1"><al><cursief>Internet</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al><cursief><onderstreept>www.cromstrijen.nl</onderstreept></cursief></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>E-mail</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al><cursief><onderstreept>info@cromstrijen.nl</onderstreept></cursief></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Adres</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al><cursief>Postbus 7400, 3280 AE
                                                  Numansdorp</cursief></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Telefoon</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al><cursief>0186-656100</cursief></al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet><cursief>Korendijk</cursief></vet></al><table><tgroup cols="2"><tbody><row><entry colname="col1"><al><cursief>Internet</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al><cursief><onderstreept>www.korendijk.nl</onderstreept></cursief></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>E-mail</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al><cursief><onderstreept>gemeente@korendijk.nl</onderstreept></cursief></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Adres</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al><cursief>Postbus 3708, 3265 ZG
                                                  Piershil</cursief></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Telefoon</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al><cursief>0186</cursief><cursief>-</cursief><cursief>697777</cursief></al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet><cursief>Oud Beijerland</cursief></vet></al><table><tgroup cols="2"><tbody><row><entry colname="col1"><al><cursief>Internet</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al><cursief><onderstreept>www.oud-beijerland.nl</onderstreept></cursief></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>E-mail</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al><cursief>info@oud-beijerland.nl</cursief></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Adres</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al><cursief>Postbus
                                                  2003</cursief><cursief>,</cursief><cursief> 3260EA
                                                  Oud-Beijerland</cursief></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Telefoon</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al><cursief>0186-646566</cursief></al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet><cursief>Strijen</cursief></vet></al><table><tgroup cols="2"><tbody><row><entry colname="col1"><al><cursief>Internet</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al><cursief>www.strijen.nl</cursief></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>E-mail</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al><cursief>info@strijen.nl</cursief></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Adres</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al><cursief>Postbus 5881, 3290 EA
                                                  Strijen</cursief></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Telefoon</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al><cursief>078-6748200</cursief></al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>3.1.1<vet>Machtigingen</vet></al><al>Een leidingexploitant kan een derde machtigen om namens hem een
                                aanvraag in te dienen. Hiervoor is een door de leidingexploitant
                                ondertekende machtiging benodigd. </al><al>NB: De vergunning wordt alleen op naam van de leidingexploitant
                                afgegeven.</al><al>3.1.2<vet>Technische
                                    specificatie</vet><vet>werktekeningen</vet></al><al>Elke tracéwijziging (dus nieuw, wijziging én verwijderen) moet
                                worden ondersteund door een werktekening. Hiervan moeten twee
                                papieren exemplaren (analoog) worden aangeleverd met daarbij een
                                digitale versie in DWG-/DGN- en of PDF-formaat. </al><al>De ingediende werktekeningen moeten voldoen aan de volgende
                                eisen:</al><table><tgroup cols="2"><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Eis</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Toelichting</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Schaalvoering</al></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>&lt;</onderstreept>1:500, met
                                                  eventuele details in een grotere schaal (bij
                                                  voorkeur 1:250).</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Noordpijl</al></entry><entry colname="col2"><al>De tekeningen moeten zijn voorzien van een
                                                  noordpijl.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Straatnaam</al></entry><entry colname="col2"><al>De tekeningen moeten zijn voorzien van
                                                  duidelijke oriëntatiepunten, inclusief voldoende
                                                  straatnamen. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Tekeningnummer</al></entry><entry colname="col2"><al>Voorzien van tekeninghoofd met uniek
                                                  tekeningnummer en een datum waarbij de datum van
                                                  de laatste wijziging geldt.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Maatvoering</al></entry><entry colname="col2"><al>De maatvoering van het voorstel tracé moet
                                                  eenduidig en volledig zijn en ten opzichte van
                                                  vaste punten in de omgeving. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Tracé voorstel</al></entry><entry colname="col2"><al>Het geplande tracé zoals de leidingexploitant
                                                  verwacht dit uit te kunnen voeren. Waar de
                                                  leidingexploitant al een tracé heeft liggen moet
                                                  dit op de tekening te zien zijn.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Ruimtebeslag</al></entry><entry colname="col2"><al>Het aantal leidingen moet op de tekening(en)
                                                  zijn aangegeven inclusief de materiaalsoort en de
                                                  diameter van de leiding(en) en/of het ruimtebeslag
                                                  voor de kabel(s). Als er twijfel is over de
                                                  beschikbare ruimte, moet tevens de maatvoering ten
                                                  opzichte van de naastliggende leiding(en) worden
                                                  weergegeven.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Detaildoorsnede</al></entry><entry colname="col2"><al>Wanneer bij een bestaand tracé wordt gelegd,
                                                  moet worden aangegeven hoe dit gebeurt zowel in
                                                  horizontale als verticale zin. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Digitaal format</al></entry><entry colname="col2"><al>De digitale tekening(en) dient (dienen) in
                                                  Microstation of AutoCAD in RD-coördinaten te
                                                  worden aangeleverd met een verwijzing in de
                                                  bestandsnaam naar de straatnaam. </al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>3.2<vet>Grote projecten</vet></al><al>Wanneer een tracé langer is dan 150 meter, of langer is dan 100
                                meter met een onderkant sleufbreedte van minimaal 0,80 meter, is dit
                                een bijzonder tracé. Ter beoordeling van de vergunningverlener kan
                                een ander uitzonderlijk tracé als een bijzonder tracé worden
                                beschouwd. Bij een bijzonder tracé moeten afspraken op maat worden
                                gemaakt m.b.t. communicatie, wijze van dichtstraten, tijd van
                                uitvoering enz. na beoordeling van de vergunningverlener.</al><al><vet>3.3</vet><vet>Relatie tot derden</vet></al><al>De vergunningverlener vergunt een tracé binnen de bebouwde
                                komgrenzen van de gemeente van A tot B. Naast de vergunningverlener
                                van de gemeente zijn er soms nog andere partijen waarvan vergunning
                                of toestemming benodigd is. Het hebben van een vergunning van de
                                gemeente voor het leggen en hebben van leidingen laat dan onverlet
                                dat er een omgevingsvergunning moet worden aangevraagd of vergunning
                                of toestemming gevraagd moet worden bij andere bevoegde gezagen,
                                zoals Rijkswaterstaat, Prorail, Waterschappen, Provincie, en private
                                partijen.</al><al><vet>3.</vet><vet>4</vet><vet> Procesbeschrijvingen</vet></al><al><vet>3.</vet><vet>4</vet><vet>.1</vet><vet> Vergunningprocedure:
                                    Voorbereiding en aanvraag</vet></al><al>Voor aanvragen die als een melding afgehandeld kunnen worden zie
                                3.4.3. Verkorte procedure voor een melding.</al><table><tgroup cols="2"><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Leidingexploitant</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Gemeente </vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Start: initiatief van leidingexploitant om
                                                  leiding van A naar B (binnen de bebouwde kom) te
                                                  leggen, te wijzigen of te verwijderen. </al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bij complexe tracés is het noodzakelijk een
                                                  concepttracé op te stellen en dit voor te
                                                  bespreken met de vergunningverlener.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De vergunningverlener beoordeelt globaal het
                                                  concepttracé. Wanneer dit noodzakelijk is, zal de
                                                  leidingexploitant worden uitgenodigd om het
                                                  concepttracé mondeling toe te lichten. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>De leidingexploitant stemt zijn intentie /
                                                  voorlopig ontwerp af met derde partijen (onder
                                                  andere private grond, naastliggende
                                                  leidingeigenaren, andere publieke
                                                  instellingen).</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>De leidingexploitant verwerkt de eventueel
                                                  ontvangen opmerkingen en stelt een aanvraag tracé
                                                  op, volgens de eisen uit dit Handboek. Zie ook
                                                  hoofdstuk 4. </al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>De leidingexploitant vraagt een vergunning aan
                                                  d.m.v. het indienen van een complete en volledige
                                                  set aanvraagdocumenten, inclusief volledig
                                                  ingevulde formulieren, indien van toepassing, alle
                                                  bijlagen en afschriften van overige partijen
                                                  (zoals bijvoorbeeld het waterschap of
                                                  grondeigenaren).</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Indien de leidingexploitant de aanvraag door een
                                                  derde persoon wil laten uitvoeren, moet de
                                                  aanvrager een door de leidingexploitant
                                                  ondertekende machtiging toevoegen. </al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Bij ontvangst van de aanvraag stuurt de gemeente
                                                  een ontvangstbevestiging naar de leidingexploitant
                                                  waarin het zaaknummer van de gemeente is
                                                  vermeld.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De vergunningverlener controleert op juistheid
                                                  en volledigheid. Als de aanvraag niet compleet
                                                  wordt ontvangen, stuurt de vergunningverlener een
                                                  verzoek om aanvullende gegevens naar de
                                                  leidingexploitant. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Indien de aanvraag niet compleet is: De
                                                  leidingexploitant stuurt binnen de daarvoor
                                                  gestelde termijn de aanvullende gegevens naar de
                                                  vergunningverlener.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De vergunningverlener neemt de aanvraag in
                                                  behandeling en beoordeelt de aanvraag.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Als blijkt dat de aanvraag meer tijd vergt dan 8
                                                  weken, stuurt de vergunningverlener een
                                                  verlengingsbericht naar de leidingexploitant. De
                                                  behandelingstermijn wordt dan verlengd met de
                                                  hierin aangegeven redelijke termijn.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De vergunningverlener stemt de aanvraag af met
                                                  de beheerders. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Als de aanvraag tekening moet worden aangepast
                                                  geeft de vergunningverlener de aanpassingen door
                                                  aan de leidingexploitant.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>De leidingexploitant past de tekening aan en
                                                  stuurt deze opnieuw naar de
                                                  vergunningverlener.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Indien de aanvraag wordt goedgekeurd stuurt de
                                                  vergunningverlener de leidingexploitant een
                                                  beschikking. De vergunningverlener stuurt in geval
                                                  van een beschikking met een goedgekeurd tracé een
                                                  kopie hiervan en een kopie van het ingevulde
                                                  formulier naar de toezichthouder. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Einde: Beschikking is afgegeven.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>3.4.2</vet><vet> Vergunningprocedure: Aanleg en
                                afronding</vet></al><table><tgroup cols="2"><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Leidingexploitant</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Gemeente</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Start: de leidingexploitant heeft een
                                                  beschikking met een goedgekeurd tracé en wil
                                                  starten met de werkzaamheden.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>De leidingexploitant meldt, onder vermelding van
                                                  het zaaknummer van de gemeente, zijn voornemen om
                                                  te starten met uitvoering uiterlijk </al><al><onderstreept>5</onderstreept><onderstreept>
                                                  werkdagen</onderstreept> voor start uitvoering.
                                                  Meldingen via email aan de gemeenten inclusief
                                                  vermelding van contactgegevens grondroerder:</al><al><vet><cursief>ingravingen@binnenmaas.nl</cursief></vet></al><al><vet><cursief>ingravingen@cromstrijen.nl</cursief></vet></al><al><vet><cursief><onderstreept>ingravingen@korendijk.nl</onderstreept></cursief></vet></al><al><vet><cursief>ingravingen@oud-Beijerland.nl</cursief></vet></al><al><vet><cursief>ingravingen@strijen.nl</cursief></vet></al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De toezichthouder/vergunningverlener toetst de
                                                  geplande startdatum op conflicten met andere
                                                  belangen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De toezichthouder/vergunningverlener stuurt een
                                                  e-mail retour met akkoord uitvoerdatum, of
                                                  alternatieve startdatum. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>De leidingexploitant stelt (minimaal 3 werkdagen
                                                  voor de start) in overleg met de toezichthouder
                                                  een voorschouw (0-situatie) document op met
                                                  gebruik van foto’s.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>De leidingexploitant verricht de werkzaamheden
                                                  volgens de beschikking en neemt na afloop van de
                                                  werkzaamheden aan de leiding contact op met de
                                                  toezichthouder ten behoeve van de oplevering en
                                                  stuurt de straatwerkbon naar het e-mailadres van
                                                  de gemeente.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De toezichthouder houdt toezicht op de
                                                  voorwaarden uit de beschikking en verzorgt de
                                                  oplevering.</al><al>-Indien niet akkoord: de toezichthouder laat het
                                                  werk door de leidingexploitant aanpassen, binnen
                                                  in door de toezichthouder te bepalen termijn.</al><al>-Indien akkoord: de toezichthouder accepteert
                                                  het werk en stuurt binnen 2 weken per mail een
                                                  proces-verbaal van oplevering.</al><al>Eventuele meer- minderwerkkosten voor
                                                  degeneratie van het straatwerk en/of herstel van
                                                  het asfalt worden verrekend.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>De leidingexploitant voert de wijzigingen (zoals
                                                  in het proces verbaal is aangegeven) uit en neemt
                                                  daarna weer contact op met de toezichthouder voor
                                                  een nieuwe oplevering. </al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Het tracé wordt door de gemeente geschouwd. Als
                                                  er nazakking is opgetreden of oneffenheden n.a.v.
                                                  de graafwerkzaamheden dienen deze door de aannemer
                                                  zo spoedig mogelijk te worden hersteld.
                                                  Onderhoudstermijn van 6 maanden gaat in na
                                                  oplevering.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Einde: werkzaamheden afgerond.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>3.4.3</vet><vet> Verkorte procedure (werkzaamheden van
                                    niet-ingrijpende </vet><vet>aard</vet><vet> en/of
                                    &lt;25m1.</vet><vet>)</vet></al><lijst><li nr=""><al>Voor aanvragen voor werkzaamheden van niet-ingrijpende aard,
                                        inclusief het maken van proefsleuven, geldt de verkorte
                                        procedure, waarbij de vergunningverlener/toezichthouder de
                                        melding beoordeelt en indien akkoord per mail toestemming
                                        verleent. </al></li><li nr=""><al>Uitgesloten zijn werkzaamheden aan: hoogspanningsleidingen,
                                        hoge druk gasleidingen, stadsverwarmingleidingen, het
                                        plaatsen van handholes, kasten en bouwaansluitingen,
                                        wegkruisingen en bij bijzondere bestratingen (asfalt /
                                        sierbestrating). Hiervoor is altijd een vergunning nodig.
                                        Zie ook artikel 5.6.1.</al></li></lijst><al>In geval de vergunningverlener/toezichthouder van mening is dat de
                                werkzaamheden van ingrijpende aard zijn, geeft hij aan dat de
                                verkorte procedure niet van toepassing is. Voor een aanvraag die
                                voldoet aan de voorwaarde voor een melding wordt het volledig
                                ingevulde formulier naar het daarvoor bestemde e-mailadres uiterlijk
                                    <onderstreept>3</onderstreept><onderstreept>
                                    werkdagen</onderstreept> voor aanvang van de werkzaamheden
                                gestuurd.</al><al>Tevens kan de vergunningverlener/toezichthouder altijd beslissen dat
                                er voor de werkzaamheden aanvullende voorwaarden of beperkingen van
                                toepassing zijn. Dan moet alsnog een vergunningaanvraag ingediend
                                worden bij de vergunningverlener. De aanvraag wordt dan middels de
                                reguliere vergunningsprocedure behandeld.</al><table><tgroup cols="2"><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Leidingexploitant</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Gemeente </vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Start: initiatief om werkzaamheden uit te voeren
                                                  die onder de verkorte procedure vallen. </al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Optioneel: De leidingexploitant stemt zijn
                                                  intentie af met derde partijen (onder andere
                                                  private grondeigenaren, naastliggende
                                                  leidingeigenaren, andere publieke
                                                  instellingen).</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>De leidingexploitant meldt de voorgenomen
                                                  werkzaamheden aan de toezichthouder/
                                                  vergunningverlener met behulp van het formulier
                                                  “Aanvraag vergunning / instemming of melding
                                                  kabels en leidingen in de openbare ruimte”. Door
                                                  een e-mail, met bijbehorende tekening, te sturen
                                                  naar: </al><al><vet><cursief>ingravingen@binnenmaas.nl</cursief></vet></al><al><vet><cursief>ingravingen@cromstrijen.nl</cursief></vet></al><al><vet><cursief><onderstreept>ingravingen</onderstreept></cursief></vet><vet><cursief><onderstreept>@korendijk.nl</onderstreept></cursief></vet></al><al><vet><cursief>ingravingen@oud-Beijerland.nl</cursief></vet></al><al><vet><cursief>ingravingen@strijen.nl</cursief></vet></al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De toezichthouder/vergunningverlener controleert
                                                  de melding op juistheid en volledigheid. Als de
                                                  aanvraag niet compleet is ontvangen, neemt hij
                                                  contact op met de leidingexploitant. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>De leidingexploitant stuurt de ontbrekende
                                                  informatie.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De toezichthouder/vergunningverlener beoordeelt
                                                  de aanvraag. </al><al>-Indien niet akkoord: de toezichthouder/ </al><al>- vergunningverlener stelt de leidingexploitant
                                                  binnen 3 werkdagen op de hoogte. De
                                                  leidingexploitant dient een aanvraag in bij de
                                                  gemeente.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>De leidingexploitant stelt in overleg met de
                                                  toezichthouder een voorschouw (0-situatie)
                                                  document op met gebruik van foto’s.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>De leidingexploitant verricht de werkzaamheden
                                                  na de goedgekeuring van de toezichthouder/
                                                  vergunningverlener en neemt na afloop van de
                                                  werkzaamheden aan de leiding contact op met de
                                                  toezichthouder van de gemeente ten behoeve van de
                                                  oplevering en stuurt de straatwerkbon naar het
                                                  e-mailadres van de gemeente.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De toezichthouder houdt toezicht op de
                                                  voorwaarden welke zijn overeengekomen na de
                                                  melding cq. goedkeuring.</al><al>-Indien niet akkoord: de toezichthouder laat het
                                                  werk door de leidingexploitant aanpassen, binnen
                                                  in door de toezichthouder te bepalen termijn.</al><al>-Indien akkoord: de toezichthouder accepteert
                                                  het werk en stuurt binnen 2 weken per mail een
                                                  proces-verbaal van oplevering en stuurt de
                                                  rekening voor degeneratie van het straatwerk en/of
                                                  herstel van het asfalt.</al><al>Eventuele meer- minderwerkkosten voor
                                                  degeneratie van het straatwerk en/of herstel van
                                                  het asfalt worden verrekend.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>De leidingexploitant voert de wijzigingen uit en
                                                  neemt daarna weer contact op met de toezichthouder
                                                  voor de hernieuwde oplevering. </al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De locatie wordt vervolgens door de gemeente
                                                  geschouwd. Als er nazakking is opgetreden of
                                                  onevenheden n.a.v. de graafwerkzaamheden dienen
                                                  deze door de aannemer zo spoedig mogelijk te
                                                  worden hersteld. Onderhoudstermijn van 6 maanden
                                                  gaat in na oplevering.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Einde: werkzaamheden afgerond.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>3.4.4</vet><vet> Administratieve wijziging</vet></al><al>Een administratieve wijziging komt voor als een leidingexploitant
                                van naam of rechtspersoon verandert. Deze wijziging moet worden
                                doorgegeven aan de vergunningverlener.</al><al><vet>3.4.5</vet><vet> Overdracht van een leiding</vet></al><al>Als leidingexploitanten leidingen van elkaar overnemen, moet dit ook
                                aan de vergunningverlener worden gemeld. </al><al><vet>3.5</vet><vet>Toezicht en
                                    </vet><vet>handhaving</vet><vet> bij het verrichten van
                                    werkzaamheden zonder instemming /
                                    vergunning</vet><vet>gemeenten </vet></al><lijst><li nr="·"><al>Namens het college zal een gemeentelijke toezichthouder
                                        kabels en leidingen toezien op het naleven van de
                                        voorschriften. De toezichthouder zal controleren op onder
                                        andere:</al></li><li nr="-"><al>De aanwezigheid van de vereiste toestemmingen, instemmingen
                                        en vergunningen;</al></li><li nr="-"><al>De naleving van de gestelde voorwaarden;</al></li><li nr="-"><al>De naleving van de afspraken met bewoners, politie ed.
                                        ;</al></li><li nr="-"><al>De bereikbaarheid van de woonomgeving;</al></li><li nr="-"><al>Dat het beheer van andere netten niet in gevaar wordt
                                        gebracht of zonder noodzaak wordt bemoeilijkt;</al></li><li nr="-"><al>De verdichting van de sleuf;</al></li><li nr="-"><al>De kwaliteit van het herstel van de sleuf inclusief de
                                        verharding;</al></li><li nr="-"><al>De schade aan verharding/groen binnen de invloedssfeer van
                                        het werk;</al></li><li nr="-"><al>De veiligheid, wegafzetting, etc.</al></li><li nr="·"><al>In het geval door de gemeente ter plaatse geconstateerd
                                        wordt dat een werk in uitvoering is zonder dat de vereiste
                                        instemming of vergunning is verleend en het werk niet onder
                                        spoedeisend werk/ calamiteit valt, geldt de volgende
                                        procedure:</al></li><li nr="a."><al>Het uitreiken van een beschikking aan grondroerder, waarbij
                                        de grondroerder direct het opbreek- graaf- en legwerk moet
                                        staken;</al></li><li nr="b."><al>Het opleggen van de verplichting aan betreffende
                                        grondroerder om de ondergrond, verharding en openbare ruimte
                                        weer in de oorspronkelijke staat terug te brengen. Dit kan
                                        inhouden dat reeds gelegde voorzieningen weer moeten worden
                                        verwijderd.</al></li><li nr="·"><al>In het geval door de gemeente achteraf geconstateerd wordt
                                        dat een werk in uitvoering is zonder dat de vereiste
                                        instemming of vergunning verleend is en het werk niet bij de
                                        gemeente gemeld is als spoedeisend werk/calamiteit, zal de
                                        gemeente de verplichting vorderen aan de netbeheerder
                                        waarvoor het uitgevoerde voor bedoeld is om de ondergrond,
                                        verharding en openbare ruimte weer in de oorspronkelijke
                                        staat terug te brengen. Dit kan inhouden dat reeds gelegde
                                        voorzieningen weer moeten worden verwijderd.</al></li><li nr="·"><al>Indien de netbeheerder bij de hierboven genoemde vorderingen
                                        op eerste aanzegging in gebreke blijft zal de gemeente de
                                        benodigde werkzaamheden (laten) uitvoeren. Alle kosten en
                                        gevolgen terzake, alsmede de kosten voortvloeiend uit de
                                        opschorting en eventuele verdere herstelverplichtingen
                                        zullen worden verhaald op de netbeheerder van de
                                        infrastructuur waar het werk voor bedoeld is.</al></li><li nr="·"><al>De gemeente is eveneens bevoegd de werkzaamheden direct stil
                                        te leggen, zonder vergoeding van kosten, indien:</al></li><li nr="-"><al>Er wordt gewerkt in strijd met de in de graafvergunning
                                        en/of de akkoordverklaring graafwerkzaamheden opgenomen
                                        tijdstip van aanvang of voltooiing, de wijze van uitvoering
                                        of andere van toepassing verklaarde voorschriften;</al></li><li nr="-"><al>Er wordt gewerkt buiten de in het Handboek aangegeven
                                        dagelijkse tijdstippen van aanvang of einde werk;</al></li><li nr="-"><al>Er wordt gewerkt tijdens een periode waarin een breekverbod
                                        zoals aangegeven in dit Handboek van kracht is;</al></li><li nr="-"><al>Aanwijzingen en geboden die door vertegenwoordigers van de
                                        gemeente worden gegeven niet onmiddellijk worden
                                        opgevolgd;</al></li><li nr="-"><al>Uitvoerend personeel van grondroerder zich onbehoorlijk,
                                        kwetsend en/of overlast gevend gedraagt;</al></li><li nr="-"><al>Er onacceptabele verkeershinder en/of gevaarzetting voor het
                                        publiek ontstaat.</al></li></lijst><al>De werkzaamheden mogen pas worden hervat na toestemming van de
                                gemeente. Deze wordt in de regel pas verleend als de situaties die
                                tot stilleggen hebben geleid naar genoegen van de gemeente afdoende
                                en duurzaam zijn opgelost.</al><al>4<vet>Tracébepaling</vet></al><al><vet>4.1</vet><vet> Algemene uitgangspunten</vet></al><al>Met nadruk wordt erop gewezen dat de basisprincipes uit dit
                                hoofdstuk moeten worden nagestreefd. Als de genoemde eisen niet
                                gehaald (kunnen) worden, dan dient er (vooraf)
                                    <onderstreept>overleg</onderstreept> gepleegd te worden met de
                                vergunningverlener. In uitzonderingen kan de vergunningverlener een
                                    <onderstreept>andere indeling of een oplossing</onderstreept>
                                met aanvullende voorwaarden toestaan of opleggen.</al><al>Om inzicht te verkrijgen van de mogelijkheden voor een leidingtracé,
                                dient de leidingexploitant, na overleg met de toezichthouder,
                                    <onderstreept>proefsleuven</onderstreept> te graven, zie
                                4.2.</al><al>Alle tot een leiding behorende
                                    <onderstreept>appendages</onderstreept> dienen in het toegewezen
                                tracé te worden geplaatst. Indien geen plaats in het tracé kan
                                worden gevonden dan wordt door de vergunningverlener een andere
                                locatie vastgesteld met zo min mogelijk verstoring van aanwezige
                                andere leidingen. </al><al>Voor het plaatsen van een <onderstreept>handhole</onderstreept> e.d.
                                is een vergunning verplicht. De locatie van handholes en andere
                                onderdelen van netten die meer ruimte in beslag nemen, worden in
                                overleg met de vergunningverlener vastgesteld. Deze mogen de ligging
                                van andere leidingen niet verstoren en moeten minstens 0,3 m dekking
                                hebben.</al><al>Het kan ook voorkomen dat tijdens de uitvoering blijkt dat de
                                actuele <onderstreept>situatie afwijkt</onderstreept> van de
                                verwachte situatie. Deze wijziging dient meteen te worden gemeld aan
                                de toezichthouder. In overleg met de vergunningverlener kan het
                                tracé worden aangepast.</al><al>In een tracé kunnen secties voorkomen waarvoor door derden
                                toestemming en/of vergunning moet worden verleend. Deze secties
                                kunnen onder meer zijn: kruisingen van spoor- rijks- en provinciale
                                wegen, kruisingen van waterwegen of kruisingen van particuliere
                                eigendommen. </al><al>De gemeente zal pas overgaan tot behandeling van de vergunning/-
                                instemmingaanvraag als deze compleet is, waaronder ook te verstaan
                                dat door alle betreffende derde belanghebbenden schriftelijk
                                toestemming en/of vergunning is verleend. </al><al><vet>4.2</vet><vet> Bepalingen ten aanzien van de engineering /
                                    werkvoorbereiding</vet></al><lijst><li nr="·"><al>De vergunningaanvrager is verplicht om in zijn
                                        werkvoorbereiding te inventariseren welke
                                        leidingexploitanten belangen hebben in het beoogde tracé,
                                        deze te informeren over de voorgenomen werkzaamheden en
                                        gegevens over de aard en ligging van die belangen op te
                                        vragen. In ieder geval zal er vooraf een melding moeten
                                        worden gedaan bij het Kadaster-sectie KLIC. </al></li><li nr="·"><al>De vergunningaanvrager dient zich te overtuigen van de
                                        plaats van alle reeds in het werk gelegen leidingen. Hiertoe
                                        dient in het beoogde tracé proefsleuven te worden gegraven
                                        om zich van de aangegeven ligging van kabels en leidingen te
                                        overtuigen. De proefsleuven dienen zodanig te worden
                                        gesitueerd en uitgevoerd dat alle kabels en leidingen op
                                        0,75 meter aan weerszijden van het hart van het beoogde
                                        tracé goed zichtbaar gemaakt worden. Hiertoe met name de
                                        diepte van hoofd- en dienstleidingen telecommunicatie,
                                        elektra-, gas-, warmte- en water in acht nemen. </al></li><li nr="·"><al>Van de gemaakte proefsleuven en de maatvoeringen van de
                                        daarin aangetroffen kabels en leidingen houdt
                                        vergunningaanvrager een actuele registratie bij die op
                                        eerste aanzeggen aan de toezichthouder van de gemeente
                                        worden overhandigd. Indien afwijkingen van het vigerende
                                        standaard profiel dan wel het door gemeente aangewezen
                                        standaard tracé worden geconstateerd zal de toezichthouder
                                        van de gemeenten in overleg met vergunninghouder een nieuw
                                        beoogd tracé uitzetten. </al></li><li nr="·"><al>De leidingexploitatant is bij het maken van proefsleuven
                                        gehouden het Handboek en W.I.O.N. bepalingen stipt na te
                                        leven. </al></li><li nr="·"><al>Kabels en leidingen van de leidingexploitant die (door het
                                        onder de vergunning/instemming uitgevoerde werk) blijvend
                                        buiten gebruik zijn gesteld dan wel kabels en leidingen die
                                        de afgelopen 10 jaar geen dienst hebben gedaan/niet in
                                        gebruik zijn genomen, dienen te worden verwijderd. De
                                        overgangsregeling, zoals opgenomen in de WION is hierbij van
                                        toepassing. De gemeente zal besluiten hoe de
                                        leidingexploitant dient te handelen, waarbij als
                                        uitgangspunt geldt dat de leidingexploitant op zijn kosten
                                        deze verlaten kabels en leidingen moet verwijderen op een
                                        door de gemeente aan te geven tijdstip. </al></li><li nr="·"><al>Indien blijkt dat de zetting aan een direct aan de openbare
                                        ruimte grenzende gevel zodanig is dat verwacht kan worden
                                        dat de huisaansluiting dreigt te beschadigen of af te breken
                                        dan is de vergunningaanvrager verplicht hiernaar onderzoek
                                        te doen, zonodig maatregelen te nemen en deze in de
                                        vergunningaanvraag te specificeren. </al></li><li nr="·"><al>Tijdelijk aan te brengen voorzieningen in de openbare ruimte
                                        dienen de goedkeuring te hebben van de toezichthouder van de
                                        gemeente. Deze tijdelijke voorzieningen, zoals damwanden,
                                        heipalen, etc. dienen na voltooiing van de werkzaamheden te
                                        worden verwijderd. Mocht dit om welke reden dan ook niet
                                        mogelijk zijn, dan kan alleen door de beheerder van de
                                        openbare ruimte besloten worden deze voorzieningen tot een
                                        nader te bepalen maat onder het maaiveld te verwijderen. In
                                        de regel is deze maat minimaal 2,50 m. </al></li><li nr="·"><al>Bij het plannen van routes van kabels, leidingen en
                                        voorzieningen nabij bomen en in- of nabij groenvoorzieningen
                                        moeten de bepalingen van dit Handboek strikt in acht worden
                                        genomen. </al></li><li nr="·"><al>In het kader van bodemverontreiniging zie bepaling van
                                        artikel 5.4.7 in dit Handboek.</al></li><li nr="·"><al>Huisaansluitingen worden zo veel mogelijk haaks op het
                                        distributienet aangelegd om geen beslag te leggen op de
                                        ruimte voor distributieleidingen. </al></li><li nr="·"><al>Er kan sprake zijn van voorbereide huisaansluitingen,
                                        waarbij de voor de huisaansluiting bedoelde buis, kabel of
                                        leiding al op de volledig benodigde lengte vanaf de
                                        hoofdleiding tot aan de klantaansluiting in de openbare
                                        grond tijdelijk moet worden opgeborgen (voornamelijk bij
                                        CAI-, FTTH- en Datanetten). In die gevallen moet deze
                                        voorbereiding zo strak mogelijk opgerold en gebundeld,
                                        verticaal op de juiste diepte te worden weggezet evenwijdig
                                        tegen de erfgrens van het perceel waar de voorziening voor
                                        bedoeld is. Het hiervoor eventueel benodigde tracé of
                                        straatoversteken dienen tegelijk met de aanleg van de
                                        hoofdsleuf te worden aangebracht. </al></li></lijst><al><vet>4.</vet><vet>3</vet><vet> Standaardindeling</vet></al><al>Bij de tracébepaling van leidingen zijn de volgende aspecten van
                                belang: </al><lijst><li nr="·"><al>De horizontale ligging;</al></li><li nr="·"><al>De verticale ligging; </al></li><li nr="·"><al>De onderlinge afstand tussen de kabels en leidingen in de
                                        ondergrond. </al></li></lijst><al>Het doel van deze liggingen is: </al><lijst><li nr="·"><al>Een optimaal gebruik van de openbare ruimte; </al></li><li nr="·"><al>Dat het beheer van andere netten niet in gevaar wordt
                                        gebracht of zonder noodzaak wordt bemoeilijkt; </al></li><li nr="·"><al>Optimaliseren van de veiligheid. </al></li></lijst><al>De volgende standaardindeling geldt voor de gemeente, met
                                uitzondering van bestemde leidingen.</al><al><vet>4.</vet><vet>3</vet><vet>.1</vet><vet> Horizontale
                                    ligging</vet></al><al>In het trottoir, bij een standaard trottoirbreedte zonder bomen en
                                gerekend vanaf erfgrens/gevel, worden de distributieleidingen
                                volgens een vaste volgorde (Standaard profiel Hoeksche Waard)
                                ingedeeld. Wanneer het niet mogelijk is het standaard profiel te
                                hanteren wordt een tracé toegewezen.</al><al>In het overige deel van de straat liggen de transportleidingen. Het
                                standaard profiel Hoeksche Waard is te vinden in bijlage 3.</al><al>Aansluitleidingen worden zo veel mogelijk haaks op het
                                distributienet aangelegd om geen beslag te leggen op de ruimte voor
                                distributieleidingen.</al><al>Met nadruk wordt erop gewezen dat bovengenoemd basisprincipe moet
                                worden nagestreefd. Omstandigheden, zoals aanvullende eisen van
                                vergunningverleners, ligging in landbouwgrond, een uitzonderlijk
                                hoge grondwaterstand en dergelijke, kunnen leiden tot een ontwerp
                                met een afwijkende dekking.</al><al><vet>4.</vet><vet>3</vet><vet>.2</vet><vet> Verticale ligging
                                </vet></al><al>De standaard verticale indeling is verwerkt in het standaard profiel
                                van de desbetreffende gemeente. </al><al>De onderstaande uitgangspunten geven aan op welke wijze bestaande
                                leidingen moeten worden gekruist.</al><al>De verticale indeling gaat uit van de volgende uitgangspunten: </al><lijst><li nr="·"><al>Vrijvervalleidingen hebben voorrang boven overige leidingen.
                                    </al></li><li nr="·"><al>Leidingen worden in principe horizontaal gelegd, behoudens
                                        vrijvervalleidingen.</al></li><li nr="·"><al>Bij kruisingen van leidingen met andere leidingen in open
                                        ontgraving bedraagt de tussenruimte (verticale dagmaat) ten
                                        minste 0,20 m bij nieuwe situaties. </al></li><li nr="·"><al>Bij boringen/persingen, in welke vorm ook, is de
                                        diepteligging afhankelijk van de situatie ter plaatse. De
                                        minimale verticale dagmaat ten opzichte van de te kruisen
                                        leidingen bedraagt ten minste 0,50 m, waarbij de te
                                        boren/persen leiding onder de bestaande leiding(en) dient te
                                        worden gevoerd. Genoemde minimale verticale dagmaat dient
                                        aantoonbaar te worden gegarandeerd om schade aan de te
                                        kruisen leidingen te voorkomen.</al></li><li nr="·"><al>In verzakte straten worden nieuwe leidingen volgens het
                                        standaard profiel ten opzichte van het bestaande straatpeil
                                        gelegd, tenzij door de vergunningverlener anders is
                                        aangegeven.</al></li><li nr="·"><al>Bij de aanleg van verwarmingsleidingen worden zo nodig
                                        bestaande kruisende leidingen in diepte aangepast op kosten
                                        van de exploitant van de verwarmingsleidingen.</al></li><li nr="·"><al>Het opbreken van gesloten verhardingen is zonder voorafgaand
                                        overleg met- en verkregen toestemming van de gemeentelijke
                                        toezichthouder niet toegestaan waarbij door aanvrager
                                        aangetoond moet worden dat zulks niet te vermijden is.</al></li></lijst><al>Het rijzen van leidingen wordt zo veel mogelijk in combinatie met
                                straatophoging uitgevoerd. Leidingen, niet zijnde
                                transportleidingen, moeten bij straatophogingen worden gerezen
                                wanneer deze &gt;0,40 m verzakt zijn ten opzichte van het
                                uitgiftepeil op kosten van de leidingexploitant. Als leidingen
                                gerezen worden moeten huisaansluitingen eveneens rijzen.</al><al><vet>4.</vet><vet>4</vet><vet> Bovengrondse
                                infrastructuur</vet></al><al>Bij het bepalen van een tracé dient te allen tijde rekening te
                                worden gehouden met de bovengrondse infrastructuur en objecten.
                                Objecten kunnen onder andere zijn: langsliggende dan wel kruisende
                                wegen, spoorwegen, waterlopen, kademuren, viaducten, tunnels,
                                naastliggende leidingen, bomen, ondergrondse containers, gebouwen en
                                stalen objecten waaronder damwanden. </al><al>Verder geldt dat getracht wordt dat boven bestaande leidingen geen
                                obstakels geplaatst worden. Indien geen andere oplossing mogelijk
                                is, dan kan in overleg met de betreffende leidingexploitant(en)
                                onder voorwaarden en/of het treffen van maatregelen alsnog tot
                                plaatsing boven leidingen worden overgegaan.</al><al>Straatmeublair zoals prullenbakken, bankjes, lichtmasten,
                                verkeersbordpalen, paaltjes e.d. worden niet gezien als obstakels.
                                Gemeente probeert rekening te houden met de ondergrondse
                                infrastructuur.</al><al><vet>4.4.1</vet><vet>Open watergangen</vet><vet> en
                                    waterkeringen</vet></al><al>Open watergangen zijn beheersmatig in twee groepen te
                                onderscheiden:</al><lijst><li nr="1."><al>Watergangen beheerd door de gemeente: bij het kruisen
                                        hiervan dient allereerst de feitelijke diepte van de
                                        watergang te worden opgevraagd. Dit is noodzakelijk vanwege
                                        de minimale gronddekking. Deze dient tenminste 1,00 m. ten
                                        opzichte van de ontwerpdiepte (van de watergang) te
                                        bedragen, of als de aanwezige bodem lager ligt dan de
                                        ontwerpdiepte- tenminste 1,00 m. t.o.v. de aanwezige
                                        bodem;</al></li><li nr="2."><al>Watergangen en waterkeringen beheerd door derde zoals het
                                        waterschap of watergangen beheerd door Rijkswaterstaat: deze
                                        worden aangemerkt als een waterstaatswerk. Hierop zijn de
                                        vigerende NEN 3651en NEN 3650 van toepassing;</al></li></lijst><al><vet>4.4.2</vet><vet> Bomen</vet></al><al>Werkzaamheden aan- of bij groenvoorzieningen en bomen worden zoveel
                                mogelijk vermeden. Is dit toch onvermijdelijk dan wordt eerst
                                overleg gevoerd met de toezichthouder en groenbeheerder van de
                                gemeente, ongeacht of er sprake is van een verlegging in een nieuw-
                                of een bestaand tracé. Zie ook bijlage 2 van dit Handboek.</al><al>Bij het indelen van leidingen in de nabijheid van bomen is het
                                uitgangpunt dat er <onderstreept>geen bomen worden
                                    gekapt</onderstreept>, maar gepasseerd worden door middel van
                                een boring of persing. Wanneer het echt noodzakelijk is een boom te
                                kappen moeten afspraken hierover worden gemaakt met de
                                vergunningverlener. Voor de minimale afstand tussen boom en leiding,
                                is de uiteindelijk te bereiken boomgrootte bepalend. Er mogen geen
                                    <onderstreept>graafwerkzaamheden
                                    </onderstreept><onderstreept>plaatsvinden
                                    </onderstreept><onderstreept>binnen kwetsbare
                                    boomzone</onderstreept><onderstreept>s</onderstreept>, tenzij er
                                afspraken hierover zijn gemaakt met de toezichthouder en/of
                                groenbeheerder van de gemeente.</al><al>Minimale afstand <onderstreept>kant sleuf</onderstreept> in relatie
                                tot stamdiameter van de boom en stabiliteitskluit:</al><table><tgroup cols="3"><tbody><row><entry colname="col1"><al>Stamdiameter</al></entry><entry colname="col2"><al>(1) min. graafafstand</al></entry><entry colname="col3"><al>(2) min. graafafstand</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>op 1,3m + m.v.</al></entry><entry colname="col2"><al>hart stamvoet (standaard)</al></entry><entry colname="col3"><al>hart stamvoet (*trekzijde)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10cm</al></entry><entry colname="col2"><al>1,25 m</al></entry><entry colname="col3"><al>2,0 m </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>40cm</al></entry><entry colname="col2"><al>1,50 m</al></entry><entry colname="col3"><al>2,5 m</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>60cm</al></entry><entry colname="col2"><al>1,75 m</al></entry><entry colname="col3"><al>3,0 m</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>80cm</al></entry><entry colname="col2"><al>2,25 m</al></entry><entry colname="col3"><al>3,5 m</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>100cm</al></entry><entry colname="col2"><al>2,50 m</al></entry><entry colname="col3"><al>4,0 m</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>150cm</al></entry><entry colname="col2"><al>3,50 m </al></entry><entry colname="col3"><al>5,0 m</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>*trekzijde: kant stabiliteitswortels</al><al><vet>4.5</vet><vet> Bijzondere
                                situ</vet><vet>a</vet><vet>ties</vet></al><al>Er zijn situaties waar het standaard profiel niet past. De
                                leidingexploitant komt met een alternatief voorstel welke de
                                gemeente zal beoordelen. In bijzondere gevallen kan de gemeente een
                                andere indeling toestaan.</al><al><vet>4.5.1</vet><vet> Archeologie</vet></al><al>Conform de Monumentwet 1988 en de daarin sinds 2007 opgenomen Wet
                                archeologische monumentenzorg dient rekening te worden gehouden met
                                archeologische waarden in de ondergrond. De wet is gericht op het
                                behoud van archeologische waarden op de plek zelf. Indien dit niet
                                mogelijk is, kan onderzoek verplicht gesteld worden. </al><al>Elke gemeente heeft een vastgestelde beleidsnota en/of
                                beleids(advies)kaart archeologie en/of bestemmingsplannen waarin
                                gemeente specifieke vrijstellingen en onderzoeksplichten zijn
                                opgenomen. Bij een vergunningaanvraag baseert de vergunningverlener
                                zich hierop om een vrijstelling te verstrekken of een
                                onderzoeksplicht op te leggen.</al><al>De vergunningverlener kan archeologisch onderzoek verplicht stellen
                                bij een aanvraag voor een nieuw tracé of een nieuwe aansluiting voor
                                kabels en leidingen of bij een verbreding of verdieping van een
                                bestaand tracé. Een archeologisch vooronderzoek bestaat uit een
                                bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek. </al><al>De kosten voor archeologische onderzoek - vooronderzoek, eventueel
                                vervolgonderzoek en mogelijk definitief onderzoek - liggen conform
                                het in de Monumentenwet vastgestelde veroorzakersprincipe bij de
                                vergunningaanvrager/leidingexploitant. De vergunningverlener
                                ontvangt het onderzoeksrapport ter </al><al>goedkeuring en ter (gemandateerde) besluitvorming door B&amp;W. </al><al>Bij de vervanging of de verwijdering van kabels en leidingen binnen
                                een bestaand tracé, met inachtneming van de bestaande aanlegdiepte
                                en –breedte, is geen archeologisch onderzoek nodig en geldt op
                                voorhand een vrijstelling.</al><al>Meer informatie is te vinden op de website van de gemeente met
                                gebruik van de zoekopdracht “Archeologische verwachtingen en
                                beleidsadvieskaart”.</al><al><vet>4.5.2</vet><vet> Kunstwerken</vet></al><al>Bij gebruik van voorzieningen in/om/aan kunstwerken, inclusief
                                bruggen, die in beheer en/of eigendom zijn van de gemeente dient de
                                leidingexploitant op eigen kosten voorzorgsmaatregelen te nemen
                                wanneer door of namens de gemeente onderhoud eraan wordt uitgevoerd,
                                of het kunstwerk wordt vervangen of verwijderd door of in opdracht
                                van de gemeente.</al><al>Geconstateerde gebreken aan leidingen bij bestaande kunstwerken
                                worden door de leidingexploitant hersteld.</al><al><vet>4.5.3</vet><vet> Over- en onderbouwing van de openbare ruimte
                                    (stedelijk gebied)</vet></al><lijst><li nr="·"><al>Indien leidingen onder een overbouwing worden gesitueerd,
                                        dan dient de hoogte van de overbouwing ten opzichte van het
                                        ter plaatse vastgestelde uitgiftepeil minimaal 2,50 m. te
                                        bedragen, in verband met de benodigde werkruimte voor
                                        mechanisch en ander materieel.</al></li><li nr="·"><al>Bij toepassing van koppelbalken dient de bovenkant van de
                                        koppelbalken ten minste 2 m. onder het ter plaatse
                                        vastgestelde uitgiftepeil te worden aangebracht. De ruimte
                                        tussen de koppelbalken moet worden voorzien van een
                                        gewapendbetonplaat waarboven de leidingen een veilige
                                        ligging verkrijgen.</al></li><li nr="·"><al>Indien leidingen boven een onderbouwing worden gesitueerd,
                                        dan dient de diepte van de onderbouwing ten opzichte van het
                                        ter plaatse vastgestelde uitgiftepeil ten minste 2,00 m. te
                                        bedragen, in verband met benodigde gronddekking voor
                                        leidingen.</al></li></lijst><al><vet>4.5.4</vet><vet>Huisaansluitingen riolering
                                    (rioolaansluitingen)</vet></al><al>Rioolaansluitingen voor gemengde afvoer, vuilwaterafvoer of
                                regenwaterafvoer dienen te worden uitgevoerd overeenkomstig het
                                vigerende beleid van de desbetreffende gemeente. Informatie hierover
                                is te vinden op de website van de gemeente met gebruik van de
                                zoekopdracht “rioolaansluiting”.</al><al>Aanvullende informatie is op te vragen bij de rioolbeheerders van
                                desbetreffende gemeenten.</al><al><vet>4.5.5</vet><vet> Bestemmingsplanprocedure</vet></al><al>De Wet ruimtelijke ordening (Wro) stelt het verplicht om leidingen
                                met gevaarlijke stoffen op te nemen in het bestemmingsplan.
                                Bovendien is door het ministerie van Infrastructuur en Milieu
                                aangegeven dat leidingen met een bovenregionale transportfunctie of
                                leidingen die op een andere manier risico’s met zich meebrengen voor
                                mens of leefomgeving wanneer deze leidingen beschadigd raken, kunnen
                                worden opgenomen in het bestemmingsplan. </al><al>Dit houdt in dat bij nieuwe aanleg en wijzigingen in het tracé van
                                bovengenoemde leidingen een bestemmingsplanprocedure dient te worden
                                gevolgd.</al><al>5<vet>Aanleg- en uitvoeringsvoorschriften</vet></al><al>5.1<vet>Algemene uitgangspunten</vet></al><al>Leidingwerken moeten worden uitgevoerd conform de verleende
                                vergunning.</al><al>Voor een vlotte en correcte uitvoering van leidingwerken is
                                    <onderstreept>informatievoorziening</onderstreept> aan alle
                                relevante betrokken partijen essentieel. Hiertoe zijn aparte
                                voorschiften opgenomen in paragraaf 5.3 Communicatie.</al><al>Voor zover niet strijdig met de hieronder beschreven
                                uitvoeringsvoorschriften is de <onderstreept>CROW- Richtlijn
                                    zorgvuldig graafproces</onderstreept> (Publicatie 250) en
                                Standaard RAW 2015 van toepassing.</al><al><onderstreept>Schade</onderstreept> aan naastliggende leidingen en
                                aan goederen of gewassen en hinder voor eigenaren en/of gebruikers
                                van de betrokken percelen moet zo veel mogelijk worden voorkomen. </al><al>De <onderstreept>bereikbaarheid</onderstreept> van woningen,
                                openbare gebouwen en dergelijke voor (mindervalide) voetgangers moet
                                worden gewaarborgd. Er moet ook <onderstreept>vooraf
                                    overleg</onderstreept> plaats vinden met belanghebbenden en
                                toezichthouder, indien de beperking van de bereikbaarheid
                                bijvoorbeeld tot gevolg heeft dat de hulpdiensten objecten niet
                                voldoende kunnen naderen of dat de bevoorrading van winkels of
                                bedrijven anders dan normaal moet worden geregeld. </al><al>Bij onder andere <onderstreept>vorst</onderstreept> in de grond
                                wordt er een algemeen graaf- en breekverbod door de
                                vergunningverlener/toezichthouder ingesteld, zie ook 5.5.1.</al><al>5.2<vet>Werkplan</vet></al><al>De vergunningverlener kan eisen dat de uitvoering moet worden
                                uitgewerkt in een werkplan ter aanvulling van de vergunning.</al><al>5.3<vet>Communicatie</vet></al><al>5.3.1<vet>Verantwoordelijkheden van betrokken partijen</vet></al><table><tgroup cols="2"><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Betrokkene</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Is verantwoordelijk voor</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Toezichthouder</al></entry><entry colname="col2"><al>De rol van de gemeentelijke toezichthouder
                                                  beperkt zich tot het controleren van het naleven
                                                  van de bepalingen uit de beschikking en/of de
                                                  instemming, de APV en het Handboek Kabels &amp;
                                                  Leidingen.</al><al>De vergunninghouder dient zelf het dagelijks
                                                  toezicht te houden op de uitvoering van de
                                                  werkzaamheden</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Leidingexploitant</al></entry><entry colname="col2"><al>De leidingexploitant zorgt continu voor een aan
                                                  te spreken verantwoordelijke contactpersoon, wiens
                                                  naam bij alle partijen bekend is. Deze persoon
                                                  heeft tot taak erop toe te zien dat het werk
                                                  conform de vergunning en gemaakte afspraken wordt
                                                  uitgevoerd. Hij dient medewerking te verlenen aan
                                                  gemeentelijke en andere toezichthouders.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Uitvoerders</al></entry><entry colname="col2"><al>De uitvoerders van het werk moeten over alle
                                                  vereiste kwalificaties beschikken. De uitvoering
                                                  van het werk wordt begeleid door competent
                                                  toezichthoudend personeel van de
                                                  leidingexploitant, dat de Nederlandse taal
                                                  beheerst.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>5.3.2<vet>Bewoners en bedrijven</vet></al><al>De leidingexploitant informeert ten minste <onderstreept>10
                                    </onderstreept><onderstreept>werk</onderstreept><onderstreept>dagen</onderstreept>
                                voor aanvang van de werkzaamheden
                                    <onderstreept>schriftelijk</onderstreept> bewoners en bedrijven
                                langs het tracé c.q. nabij het werk over de start en inhoud van de
                                werkzaamheden, voor zover voor hen van belang. De zogenaamde
                                ‘bewonersbrief’ dient vooraf per email toegezonden te worden aan de
                                toezichthouder ter goedkeuring.</al><al>In het geval van integrale werkzaamheden met andere
                                leidingexploitanten en/of gemeentelijke werkzaamheden in de openbare
                                ruimte geeft de directie van het werk aan hoe de integrale
                                communicatie van het totaal aan werkzaamheden dient plaats te
                                vinden.</al><al>Ten behoeve van het verkrijgen van een
                                ingravingsvergunning/instemming- of toestemmingsbesluit kan het
                                noodzakelijk zijn om vooraf verkeersplannen in te dienen waarvoor
                                door vergunningaanvrager zelf overleg en afstemming met onder andere
                                politie, verzorging- en hulpdiensten, particuliere- en openbare
                                vervoerders alsmede de gemeente moet worden gevoerd. </al><al>5.3.3<vet>Melding ingraving (start werkzaamheden)</vet></al><al>Minimaal <onderstreept>drie werkdagen</onderstreept> voor de start
                                van de uitvoering meldt de leidingexploitant en/of zijn
                                vertegenwoordiger het werk waarvoor vergunning is verleend, via
                                email en/of bij het digitale loket van de betreffende gemeente en
                                met gebruikmaking van het daartoe bestemde formulier, zie bijlage
                                7.</al><al>5.3.4<vet>KLIC-melding (procedure WION)</vet></al><al>Ten hoogste twintig werkdagen voor aanvang van mechanische
                                graafwerkzaamheden moet de uitvoerder (grondroerder) een
                                KLIC-melding doen. Alvorens uw plan wordt ingediend dient kennis
                                genomen te worden van alle aanwezige kabels en leidingen.</al><al>5.3.5<vet>Kick-off meeting / startvergadering</vet></al><al>Indien de gemeente het wenst dient er een Kick-off meeting /
                                startvergadering geinitieerd te worden door de betreffende
                                leidingexploitant. In de volgende gevallen kan dit plaatsvinden: </al><lijst><li nr="·"><al>Alle (leiding)werken in de bestemde leidingenstroken of
                                    </al></li><li nr="·"><al>Binnen een afstand van 5 m. vanaf bestemde leidingen.</al></li><li nr="·"><al>Alle gevallen waar het gaat om (leiding)werken met een grote
                                        impact op de omgeving.</al></li></lijst><al>Het overleg dient minimaal <onderstreept>twee weken</onderstreept>
                                voor de start van de uitvoering plaats te vinden. De
                                leidingexploitant en zijn aannemer presenteren in dit overleg alle
                                noodzakelijke plannen, waarna de belanghebbenden opmerkingen kunnen
                                maken. Wanneer deze voorwaarden redelijkerwijs ertoe bijdragen dat
                                schade aan de eigendommen van de belanghebbenden wordt voorkomen,
                                moeten ze door de leidingexploitant alsnog worden verwerkt in het
                                werkplan.</al><al>De hierboven bedoelde, benodigde voorbereidingsinformatie dient ten
                                minste <onderstreept>twee weken</onderstreept> voor het
                                overleg bij de belanghebbenden in bezit te zijn. </al><al>Van het overleg maakt de leidingexploitant of diens
                                vertegenwoordiger een verslag, en zorgt ervoor dat dit minimaal
                                    <onderstreept>twee werkdagen</onderstreept> voor de start van de
                                uitvoering bij alle betrokkenen is bezorgd. Verslag ter goedkeuring
                                van de vergunningverlener. </al><al>5.4<vet>Algemene uitvoeringsvoorschriften</vet></al><al>5.4.1<vet>Aanwezige documenten</vet></al><lijst><li nr=""><al>Bij aanvang en tijdens de uitvoering van de werkzaamheden
                                        moeten op het werk aanwezig zijn: </al></li><li nr="·"><al>De vergunning, of kopie ervan;</al></li><li nr="·"><al>Gewaarmerkte werktekeningen;</al></li><li nr="·"><al>Een geldige KLIC-melding;</al></li><li nr="·"><al>Een kopie van de melding ingraving aan de
                                        toezichthouder;</al></li><li nr="·"><al>(Afschriften van) de overige benodigde vergunningen.</al><al>5.4.2<vet>Proefsleuven ter voorbereiding</vet></al></li></lijst><al>De leidingexploitant dient vooraf te verifiëren of de ligging van de
                                K&amp;L volgens de KLIC-melding, nog overeenkomen met de werkelijke
                                ligging. Dit dient te geschieden door proefsleuven te maken, zie
                                4.2. </al><al>Voorafgaand aan verplicht gesteld archeologische onderzoek mogen
                                geen proefsleuven of ontgravingen uitgevoerd worden, tenzij deze
                                onder archeologische begeleiding worden uitgevoerd.</al><al>5.4.3<vet>Uitzetten tracé</vet></al><al>Uitgangspunt is dat de leidingexploitant het toegewezen tracé uitzet
                                (uit laat zetten) middels piketten en controleert of dit vrij is van
                                belangen van derden. </al><al>5.4.4<vet>Toepassen en verwijderen hulpconstructies</vet></al><al>Voor het aanbrengen van leidingen kan het nodig zijn tijdelijke
                                hulpconstructies toe te passen zoals pers- en ontvangstkuipen,
                                sleufbekistingen door middel van onder andere damwanden, tijdelijke
                                ondersteuningen en dergelijke. Deze hulpconstructies dienen conform
                                het werkplan te worden aangebracht en verwijderd. </al><al>Mocht het om welke reden dan ook niet mogelijk zijn deze
                                hulpconstructies geheel of gedeeltelijk te verwijderen dan dient dit
                                onverwijld te worden gemeld aan de toezichthouder. De regel is dat
                                deze tot minimaal 2,50 m. onder maaiveld worden verwijderd. De
                                achterblijvende constructies of delen daarvan dienen te worden
                                ingemeten en worden geregistreerd door de leidingexploitant als
                                ondergrondse objecten. Deze gegevens moeten naar de
                                vergunningverlener worden verstuurd.</al><al>5.4.5<vet>Werken in nabijheid van leidingen</vet></al><al>Sonderingen, grondboringen, bronneringen en graafwerkzaamheden
                                dienen conform de regels van de WION en gerelateerde regelgeving en
                                voorschriften zo te worden uitgevoerd dat geen schade optreedt aan
                                nabij gelegen leidingen. </al><al>5.4.6<vet>Grote zettingen</vet></al><al>Bij (grote) te verwachten zettingen dienen belendingen, die door de
                                aanleg zouden kunnen worden beïnvloed, aan een ‘0-waarde-onderzoek’
                                (vastleggen van de situatie op de contractdatum) te worden
                                onderworpen en gemonitoord. Per geval dienen alarmgrenzen en
                                criteria te worden afgesproken en vastgelegd tussen de betrokken
                                partijen.</al><al>5.4.7<vet>Bodemverontreiniging</vet></al><al>Voor werkzaamheden in de bodem is de Wet bodembescherming (Wbb)
                                onverkort van toepassing. Dit betekent onder andere dat de
                                leidingexploitant verplicht is uit te zoeken of de bodem ter plekke
                                van het leidingtracé verontreinigd is. Daarvoor kan hij:</al><al>·Bij de Omgevingsdienst Zuid Holland zuid (OZHZ) navragen of er
                                informatie beschikbaar is over de bodemkwaliteit. </al><al>Dit kan via www.ozhz.nl of
                                <onderstreept>telefonisch</onderstreept>078 - 770 85
                                    85<onderstreept>. Aan het nazoeken in het archief van OZHZ zijn
                                    voor derden kosten verbonden</onderstreept>. </al><lijst><li nr="·"><al>Bij geen of onvoldoende informatie kan in het kader van
                                        arbowetgeving de leidingexploitant een bodemonderzoek laten
                                        uitvoeren door een gecertificeerd onderzoeksbureau.</al></li><li nr="·"><al>Eventuele onderzoekskosten komen voor rekening van de
                                        leidingexploitant.</al></li></lijst><al>In geval van ernstige bodemverontreiniging, en er geen alternatief
                                tracé in overleg met de vergunningverlener is overeengekomen, moeten
                                graafwerkzaamheden volgens de daarvoor geldende procedures worden
                                gemeld bij het bevoegd gezag (OZHZ). Uitvoering van de werkzaamheden
                                mag dan alleen plaatsvinden op basis van een goedgekeurd
                                saneringsplan. Bodemverontreinigingen die onverwacht tijdens het
                                graafwerk aan het licht komen, dienen direct aan het bevoegd gezag
                                (OZHZ) en aan de toezichthouder te worden gemeld, waarna
                                voortzetting van de werkzaamheden moet worden afgestemd met het
                                bevoegd gezag. </al><al>Kosten die voortvloeien ten gevolge van eventuele sanering komen in
                                principe ten laste van de leidingexploitant. Mocht nu blijken dat
                                dit alle redelijkheid overschrijdt (&gt;10m3 uitkomende grond),
                                zullen gemeente en leidingexploitant hierover in gesprek gaan en
                                kunnen er andere afspraken gemaakt worden.Hierbij wordt aansluiting
                                gezocht bij de bepalingen in de nadeelcompensatieregeling.</al><al>5.4.8<vet>Ecologie</vet></al><al>Allereerst moet op grond van de Flora- en Faunawetgeving onderzocht
                                worden of er beschermde planten en/of dieren binnen het tracé
                                aanwezig zijn. In het kader van de flora en fauna kan een ontheffing
                                nodig zijn. In ecologisch waardevolle bermen moeten de negatieve
                                invloeden van het werk zoveel mogelijk beperkt worden. Buiten de
                                sleuf zijn aanvullende voorwaarden van toepassing. Grond uit de
                                sleuf wordt niet direct op de berm geplaatst, maar op een
                                tussenliggend materiaal. Het gebruikte materiaal moet stevig zijn,
                                opdat er tijdens en na het proces geen kans is op vermenging van
                                grond uit de sleuf in overige delen van de berm. Ook moet
                                verdrukking van de berm buiten de sleuf voorkomen worden. Het
                                tussenliggende materiaal moet na afloop met zorg worden weggehaald,
                                zodat de berm niet alsnog beschadigd wordt. </al><al>Wanneer de graafmachines over bermgedeelten buiten de sleuf moeten
                                rijden, dient verdrukking voorkomen te worden. Materieel dat deze
                                verdrukking voorkomt (zoals rijplaten) moet dan toegepast worden.
                                Het herstel van eventuele schade is geheel voor rekening van de
                                leidingexploitant.</al><al>5.4.9<vet>Werkterrein</vet></al><al>Voor het aanvragen van een werkterrein/depot en/of het plaatsen van
                                keten en materiaalcontainers moet een APV-vergunning aangevraagd
                                worden. Na het voltooien van de werkzaamheden moet het werkterrein
                                worden ontruimd, een en ander overeenkomstig het gestelde in de
                                werkmaterialenvergunning, respectievelijk moet het werkterrein in de
                                oorspronkelijke staat worden opgeleverd.</al><al><vet>Parkeren betaald en vergunninggebied</vet></al><al>Indien betaald- en/of vergunningparkeren van toepassing is, geldt
                                dat er bij werkzaamheden in dit gebied de aannemer voor het parkeren
                                een parkeervergunning dient aan te vragen via de betreffende
                                gemeente. De parkeerkosten zijn voor de aannemer.</al><al>5.4.10<vet>As-built tekening</vet></al><al>De leidingexploitant dient zonder nadere verrekening, op verzoek
                                As-built tekeningen van het leidingwerk op verzoek te verstrekken
                                aan de vergunningverlener. Op deze tekeningen moet het tracé van de
                                leiding zoals deze is gelegd, zijn aangegeven in x-, y- en
                                z-coördinaten. Ook dient hij ieder jaar, op verzoek een totaal
                                bestand van zijn netten digitaal te versturen naar de
                                vergunninghouder ter onderbouwing van alle werkzaamheden die hij
                                heeft uitgevoerd.</al><al>5.4.11<vet>Leidingstroken</vet></al><al>Het is verboden zich met materialen en materieel die niet voor de
                                uitvoering van het werk nodig zijn, in de leidingstroken te
                                bevinden. Bij transport van materiaal en materieel over de
                                leidingstroken, en ook bij het tijdelijk opslaan van uitkomende
                                grond kan door de leidingexploitanten van de reeds aanwezige
                                leidingen en/of toezichthouder van de gemeente worden geëist dat de
                                nodige (tijdelijke) voorzieningen worden getroffen. De hoogte van de
                                opslag van de uitkomende grond mag nooit &gt; 1 m. boven het
                                maaiveld bedragen.</al><al>5.4.12<vet>Hoogspaningsverbindingen</vet></al><al>Bij werkzaamheden in de nabijheid van één of meer bovengrondse en/of
                                ondergrondse hoogspanningsleidingen, zijnde transport en/of
                                distributie van 10 kV en hogere spanningen en zendmasten moet over
                                de te treffen veiligheidsmaatregelen vooraf worden overlegd met het
                                bedrijf onder wiens beheer de leiding (of installatie) valt. Bij het
                                vrijgraven van een leiding dient deze in overleg met de
                                leidingexploitant te worden beschermd.</al><al>5.4.13<vet>Bomen en groen</vet></al><al>Werkzaamheden aan of bij bomen moet zo veel mogelijk worden vermeden
                                (zie 4.4.2 Bomen), maar als het toch onvermijdelijk is, dan wordt
                                hierover altijd eerst voorafoverleg gevoerd met de
                                toezichthouder en groenbeheerder. De uitvoeringseisen ten aanzien
                                van werken aan en rond bomen worden gegeven in de RAW standaard,
                                paragraaf 01.18. waarbij de volgende uitgangspunten worden
                                gehanteerd:</al><al>Directie = vergunningverlener/toezichthouder</al><al>Opdrachtgever = vergunningverlener/toezichthouder</al><al>Aannemer = leidingexploitant</al><al>Bestek = vergunning</al><al>Zie bijlage 2</al><al>In alle gevallen geldt dat graafwerk onder de boomkroonprojectie
                                uitsluitend handmatig wordt uitgevoerd en de boomwortels die dikker
                                zijn dan 5 cm gespaard moeten blijven. Het kappen van boomwortels
                                mag uitsluitend met toestemming van de toezichthouder. Voorkom
                                graafwerkzaamheden binnen de wortelpakket van de boom en voorkom
                                wortelschade aan stabiliteitswortels van de boom. Bovendien moet
                                worden gehandeld overeenstemming met “Tien geboden bouwen rond
                                bomen” beschreven in het Handboek Bomen KBB van 2013 (of recenter),
                                uitgegeven door Norm Instituut Bomen. Zie bijlage 2.</al><al>De leidingexploitant is gedurende <onderstreept>een
                                    jaar</onderstreept> verantwoordelijk voor het voortbestaan van
                                bomen waar hij met toestemming, binnen de kroonprojectie heeft
                                gegraven. De boom dient na <onderstreept>een
                                jaar</onderstreept>in vergelijkbare conditie te zijn
                                als voordat de werkzaamheden uitgevoerd zijn. Als dit niet het geval
                                is kan de leidingexploitant worden verplicht tot herplant van een
                                qua soort en omvang vergelijkbare boom. </al><al>5.4.14<vet>Kruisingen asfaltverharding, sierbestrating en
                                    gefundeerde wegen</vet></al><al>Leidingen dienen asfaltverharding, sierbestrating en gefundeerde
                                wegen te kruisen door middel van een persing of boring.</al><al>Bij gebruik van een persing, boring of mantelbuis moeten deze ca.
                                0,50 m. buiten de buitenkant van de kantopsluiting uitsteken, een en
                                ander afhankelijk van de diameter en de dekking van de leiding en
                                het zich buiten het wegdek bevindende ondergrondse
                                infrastructuur.</al><al>Alleen indien bovenstaande niet mogelijk is mag een open ontgraven
                                toegepast worden. Voor deze uitzonderlijke gevallen kan ontheffing
                                worden gegeven. Voor uitvoering en herstel asfalt zie punt 5.6.3 en
                                ter aanvulling geldt bij gefundeerde wegen dat de fundering min.
                                100% wordt verdicht. Voor sierbestrating gelden aparte
                                afspraken.</al><al>5.4.15<vet>Tijdelijke verkeersmaatregelen</vet></al><al>Indien er tijdelijke verkeersmaatregelen nodig zijn, gelden de
                                volgende eisen: </al><lijst><li nr="·"><al>De leidingexploitant moet ten minste <onderstreept>vier
                                            weken</onderstreept> voor de aanvang van het werk
                                        overleggen met de toezichthouder over de te treffen
                                        verkeersmaatregelen. </al></li><li nr="·"><al>Bij wegafsluitingen dient er minimaal 4 weken voor aanvang
                                        van de werkzaamheden een omleidingsplan ter goedkeuring aan
                                        de gemeentelijke wegbeheerder worden voorgelegd. Hierbij
                                        gelden de volgende eisen:</al></li><li nr="·"><al>Het verkeer dient omgeleid te worden met behulp van
                                        bebording. Deze omleidingsroute dient u vooraf ter
                                        goedkeuring voor te leggen aan de gemeente. Plaatsen,
                                        instandhouden en opruimen van de omleidingsborden dient door
                                        een gespecialiseerd bedijf uitgevoerd te worden.</al></li><li nr="·"><al>De hulpdiensten dienen geïnformeerd te worden. </al></li><li nr="·"><al>Een week voorafgaand aan de werkzaamheden dient er een
                                        bericht geplaatst te worden in de gemeenterubriek van Het
                                        Kompas (plaatselijke krant) en op de gemeentewebsite. Voor
                                        publicatie op de vrijdag dient het bericht uiterlijk op
                                        maandag te worden aangeleverd. Dit moet afgestemd worden met
                                        de afdeling communicatie van de diverse gemeenten HW.</al></li><li nr="·"><al>De aanwijzingen van de toezichthouder / wegbeheerder aan de
                                        leidingexploitant zijn bindend voor het tijdstip waarop de
                                        werkzaamheden op de openbare weg moeten worden uitgevoerd.
                                    </al></li><li nr="·"><al>De toe te passen verkeersmaatregel(en) moet(en) voldoen aan
                                        de richtlijnen CROW-richtlijn Werk in uitvoering 96b. </al></li><li nr="·"><al>Onmiddellijk na het gereedkomen van de werkzaamheden
                                        (inclusief het dichtstraten van de sleuf) moet(en) de
                                        toegepaste verkeersmaatregel(en) worden verwijderd. </al></li><li nr="·"><al>Bij gladheid veroorzaakt door ijs, ijzel of sneeuw en/of in
                                        geval van mist, sneeuwval of andere omstandigheden, in het
                                        bijzonder van atmosferische aard, die het zicht beperken tot
                                        een afstand van minder dan 200 meter, mogen geen
                                        werkzaamheden uitgevoerd worden op of langs een voor het
                                    </al></li></lijst><al>openbaar verkeer opengestelde rijbaan, als ten behoeve van deze
                                werkzaamheden een tijdelijke afzetting is voorgeschreven. Wanneer
                                bovenstaande omstandigheden zich voordoen, dienen de werkzaamheden
                                zo spoedig mogelijk te worden beëindigd.</al><al>·Per gemeente zijn er afspraken gericht op het beperken van overlast
                                voor het verkeer tijdens werkzaamheden. De spelregels zijn
                                aanvullend op de algemeen geldende eisen. Voor nadere informatie
                                omtrent verkeersmaatregelen kan contact opgenomen worden met de
                                desbetreffende gemeente.</al><al><vet>5.</vet><vet>5</vet><vet> Uitvoeringvoorschriften</vet><vet>,
                                    per aanlegmethode</vet></al><al><vet>5.</vet><vet>5</vet><vet>.1</vet><vet>
                                    Weersomstandigheden</vet><vet> (</vet><vet>werkbaar
                                    weer</vet><vet>)</vet></al><al>1In geval van weersomstandigheden (bijvoorbeeld wateroverlast,
                                (zware) sneeuwval of ijzel en vorst), waarbij de uitvoering van de
                                werkzaamheden tot overlast voor de bewoners en/ of schade voor de
                                gemeente leidt door bijvoorbeeld breuk van vastgevroren
                                bestratingsmateriaal en/of niet goed te verdichten ondergrond, zal
                                de gemeente overgaan tot het tijdelijk opschorten van een verleende
                                graafvergunning (“Breekverbod”). De vergunninghouder en grondroerder
                                zijn gehouden zich aan onderstaande richtlijnen te houden, ook al
                                heeft de gemeente (nog) geen expliciete melding van een breekverbod
                                gemaakt: </al><al>Op het weerstation KNMI in De Bilt gelden de volgende condities: </al><lijst><li nr="·"><al>Om 07.00 uur een geregistreerde temperatuur van -4 ºC of
                                        lager; </al></li><li nr="·"><al>Om 10.00 uur een geregistreerde temperatuur van -2 ºC of
                                        lager; </al></li><li nr="·"><al>Om 07.00 uur een geregistreerde temperatuur tussen 1 ºC en
                                        -3 ºC en om 10.00 uur daaropvolgend een geregistreerde
                                        temperatuur van -1 ºC of lager;</al></li><li nr="·"><al>Algemeen geldt; als er ijs in de watergang ligt mag er niet
                                        gestart worden.</al></li><li nr="2"><al>Alle kosten en gevolgen, voortvloeiend uit de opschorting,
                                        zijn voor de vergunninghouder. Indien grondroerder het
                                        gestelde in lid 1 negeert zal de gemeente op kosten van de
                                        betreffende leidingexploitant alle benodigde herstel
                                        werkzaamheden en materiaalleveringen (laten) uitvoeren die
                                        nodig zijn om de door leidingexploitant veroorzaakte schade
                                        aan gemeentelijke eigendommen te herstellen. </al></li><li nr="3"><al>Indien leidingexploitant en gemeente vooraf overeen komen
                                        dat, tijdens een opschortingperiode zoals bedoeld in lid 1,
                                        reguliere werkzaamheden aan netwerken voor levering van gas,
                                        water en/of elektriciteit niet langer kunnen worden
                                        uitgesteld kan de gemeente onder strikte voorwaarden een
                                        ontheffing voor het betreffende werk verlenen.
                                        Uitgangspunten hierbij zijn in ieder geval: </al></li><li nr="·"><al>De uitvoering van het werk mag niet leiden tot overmatige
                                        overlast voor omwonenden en het </al></li></lijst><al>doorgaande verkeer; </al><al>·De uitvoering van het werk mag geen verdere afname van de
                                (verkeers)veiligheid en </al><al>bereikbaarheid veroorzaken; </al><al>·De uitvoering van het werk mag geen schade aan- of verminderde
                                kwaliteit van naastliggende of </al><al>kruisende belangen van de andere leidingexploitanten veroorzaken; </al><al>·Direct na het opheffen van het algemene breekverbod moet de
                                ontheffinghouder op zijn kosten </al><al>zorgdragen voor het, naar genoegen van de gemeente, weer in
                                oorspronkelijke staat (wegprofiel, verharding, verhardingselementen
                                alsmede laagopbouw en verdichting van de ondergrond) brengen van de
                                doorgraven openbare ruimte. </al><al><vet>5.5.2</vet><vet> Open ontgraving</vet></al><al>Bij een open ontgraving worden de werkzaamheden in een droge
                                gegraven sleuf uitgevoerd. </al><al>Afwijkingen of veranderingen in de opgegeven grondwaterstanden geven
                                geen recht op schadevergoeding of enigerlei andere financiële
                                tegemoetkoming. </al><al><vet>5.5.3</vet><vet> Graven sleuf</vet></al><al>De graafwerkzaamheden moeten zo worden uitgevoerd dat
                                    <onderstreept>beschadiging</onderstreept> van in de grond </al><al>aanwezige leidingen en overige objecten wordt voorkomen. Schade aan
                                aanwezige (diep)drainagesystemen of irrigatiesystemen moet worden
                                voorkomen of adequaat worden hersteld na de uitvoering.</al><al>Als op basis van het <onderstreept>archeologisch
                                    vooronderzoek</onderstreept> een vervolgonderzoek in de vorm van
                                een archeologische begeleiding verplicht is gesteld, dient hiermee
                                rekening te worden gehouden.</al><al>Bij het graven van de sleuf gelden de volgende eisen: </al><lijst><li nr="·"><al>Er mag niet dieper wordt ontgraven dan het niveau dat is
                                        aangegeven voor de onderkant van de leiding in verband met
                                        optredende klink van geroerde grond, tenzij er met de
                                        vergunningverlener anders overeen gekomen is.</al></li><li nr="·"><al>Bij machinaal ontgraven is het niet toegestaan een tandenbak
                                        te gebruiken.</al></li><li nr="·"><al>Het is niet toegestaan leidingen aan te prikken met een
                                        scherp/puntig voorwerp.</al></li><li nr="·"><al>De wijze van ontgraven die wordt toegepast, dient
                                        beschadigingen van naastliggende leidingen uit te
                                        sluiten.</al></li><li nr="·"><al>Het is verboden machinaal te graven binnen een straal van
                                        0,50 m. vanaf de uitwendige diameter van de leiding(en) of
                                        mantelbuis(-buizen). </al></li><li nr="·"><al>Het talud moet zijn aangepast aan de sleufdiepte, de
                                        eventuele bemaling en de grondsoort, opdat de sleufwanden
                                        niet kunnen instorten en/of uitzakken. Zo nodig moet de
                                        sleufwand met aan te brengen schotten worden gestut.</al></li><li nr="·"><al>De sleufbodem dient zo uitgevoerd te worden dat de leiding
                                        wordt aangelegd zoals in de berekening is voorzien. Het kan
                                        nodig zijn een zandlaag, grondverbetering, onder de leiding
                                        aan te brengen.</al></li><li nr="·"><al>De sleuf moet worden vrijgehouden van voorwerpen die de
                                        leiding zouden kunnen beschadigen. Grind, stenen en/of
                                        andere harde materialen nabij de definitieve plaats van de
                                        leiding moeten worden verwijderd en afgevoerd.</al></li><li nr="·"><al>Bij bomen moet rekening gehouden worden met artikels 4.4.2
                                        en 5.4.13 van het Handboek.</al></li></lijst><al>Voor graafwerk in en rond dijklichamen gelden mogelijk aanvullende
                                eisen van waterschap Hollandse Delta. Hier dient rekening mee
                                gehouden te worden.</al><al><vet>5.5.4</vet><vet> Lengte van de sleuf</vet></al><al>Na aanvang van het ontgraven van de sleuf dient binnen een werkdag
                                de sleuf opnieuw aangevuld te worden en de eventuele bovenliggende
                                wegverharding in goede staat te zijn hersteld. Er mogen geen grotere
                                lengtes van sleuven worden graven dan in een werkdag kan worden
                                aangevuld en de bovenliggende verharding kan worden hersteld tenzij
                                anders met de toezichthouder is overeengekomen.</al><al><vet>5.5.5</vet><vet> Uitgraven materiaal</vet></al><al>Indien er in een te graven sleuf meerdere lagen grondsoorten zijn
                                moeten deze apart worden ontgraven en op dezelfde diepte weer terug
                                worden gebracht. De lagen moeten afzonderlijk worden verdicht. Zie
                                ook artikel 5.5.8. </al><al><vet>5.5.6</vet><vet> Opslag uitgegraven grond</vet></al><al>De uitkomende grond moet zo worden opgeslagen dat bij het later
                                aanvullen van de sleuf de oorspronkelijke opbouw van het
                                bodemprofiel zo veel mogelijk wordt herkregen. De hoogte van de
                                opslag van de uitkomende grond mag nooit &gt; 1 m. boven het
                                maaiveld bedragen. </al><al>Aanwezige teelaarde moet separaat worden opgeslagen van de
                                onderliggende lagen in overleg met de beheerder van de grond. In
                                bepaalde gevallen kan het nodig zijn de ondergrond gescheiden te
                                ontgraven en op te slaan. De opslag moet zijn afgestemd op de
                                plaatselijke grondslag.</al><al>Gronddepots mogen niet boven een bestaande ondergrondse leiding,
                                onder de boomkroon of op ecologisch waardevolle bermen worden
                                geprojecteerd. Indien dit toch nodig is, moet in overleg met de
                                toezichthouder worden nagegaan of het mogelijk is en welke
                                bijzondere voorzieningen moeten worden getroffen.</al><al><vet>5.5.7</vet><vet> Aanvullen sleuf</vet></al><al>Indien onder <onderstreept>verharding</onderstreept> de leiding
                                onder het zandcunet wordt aangelegd, dient de leidingexploitant de
                                sleuf tot onderkant zandcunet op zijn kosten aan te vullen met zand
                                om zetting te voorkomen. </al><al><vet>5.5.8</vet><vet> Verdichten sleuf</vet></al><al>Na beëindiging van de leidingwerkzaamheden moeten de gescheiden
                                lagen grond, vrij van stenen en dergelijke, weer worden
                                teruggebracht in dezelfde volgorde zoals ze werden aangetroffen. De
                                sleuf hoeft echter niet verder verdicht te worden dan de
                                naastliggende grond.</al><al>De sleuf moet, ter bescherming van de leiding en bekleding, tot een
                                hoogte van 0,30 m boven de bovenkant leiding met grond vrij van
                                grove en harde bestanddelen worden opgevuld. Deze eerste aanvullaag
                                moet van een zodanige kwaliteit zijn en zo worden aangebracht, dat
                                de leiding aan alle zijden over de gehele lengte een gelijkmatige en
                                stevige ondersteuning krijgt. </al><al>De aanvulling dient te worden uitgevoerd in lagen van maximaal 0,30
                                m, waarbij elke laag moet worden verdicht. De sleuf dient na
                                verdichting te voldoen aan de
                                    <onderstreept>RAW-</onderstreept><onderstreept>standaard</onderstreept><onderstreept>
                                    201</onderstreept><onderstreept>5</onderstreept><onderstreept>
                                    art</onderstreept><onderstreept>ikel
                                    </onderstreept><onderstreept>24.0</onderstreept><onderstreept>2</onderstreept><onderstreept>.03
                                    tot en met 24.02.06, 24.05.01 en 24.05.04 </onderstreept>waarbij
                                de volgende uitgangspunten worden gehanteerd:</al><al>Directie = vergunningverlener/toezichthouder</al><al>Aannemer = leidingexploitant</al><al>Bestek = vergunning / instemming</al><al>Zie bijlage 1.</al><al>De leidingexploitant dient de verdichtingswaarden op verzoek aan de
                                toezichthouder te overleggen. De toezichthouder mag controle aan de
                                sleuf eisen.</al><al>Notabene: deze verdichtingseis geldt onverkort, ook indien er
                                tijdens de werkzaamheden puin in de grond wordt aangetroffen en/of
                                de grondsamenstelling een goede verdichting onmogelijk maakt. Het is
                                dan aan de leidingexploitant om op zijn kosten maatregelen te
                                treffen om een juiste verdichting te bereiken.</al><al><vet>5.5.9</vet><vet> Overgebleven grond</vet></al><al>Grond en puinhoudend materiaal dat overblijft, dient conform de
                                regels van het Besluit Bodemkwaliteit of conform het
                                gebiedsspecifieke beleid van de gemeente door de leidingexploitant
                                te worden onderzocht, afgevoerd en verwerkt. Kosten die voortvloeien
                                uit het laden, vervoeren, storten en verwerken van overtollige grond
                                komen ten laste van de leidingexploitant.</al><al><vet>5.5.10</vet><vet> Boringen en persingen (sleufloze
                                    techniek)</vet></al><al>Voor elke boring of persing dient een tekening, bij voorkeur
                                digitaal, te worden geleverd met daarop het lengteprofiel, de in- en
                                uittredepunten in ruimtebeslag aangegeven, de opstelplaatsen van
                                materieel en opslagplaats materiaal.</al><al><vet>5.5.11</vet><vet> Bemaling</vet></al><al>Het leggen van leidingen dient in droge sleuven plaats te vinden.
                                Wanneer er bemaling nodig is moet dit in overleg met de
                                vergunningverlener plaats vinden.</al><al>Voor het onttrekken en lozen van grondwater is het waterschap het
                                bevoegd gezag. Voor het lozen op het vuilwaterriool is toestemming
                                van de gemeente nodig.</al><al>De leidingexploitant blijft verantwoordelijk voor eventuele schade
                                aan bijvoorbeeld gebouwen, beplanting e.d. als gevolg van de
                                bemaling. Voor bronbemaling binnen de kwestbare boomzone moeten de
                                voorschriften van Handboek Bomen KBB worden aangehouden.</al><al>5.6<vet>Overige bepalingen</vet></al><al><vet>5.6.1</vet><vet> Algemene uitgangspunten</vet></al><lijst><li nr="·"><al>Indien <onderstreept>binnen
                                            </onderstreept><onderstreept>5</onderstreept><onderstreept>
                                            jaar</onderstreept> na groot onderhoud of herinrichting
                                        van de openbare gronden, door of namens de gemeente, de
                                        leidingexploitant werkzaamheden moet uitvoeren kan de
                                        vergunningverlener/toezichthouder nadere eisen stellen aan
                                        de leidingexploitant om de kwaliteit van het pas uitgevoerde
                                        werk te herstellen. De kosten worden verrekend tegen
                                        werkelijke kosten en maken geen deel uit van de
                                        herstraattarieven. Richtlijn voor het herstel van nieuw
                                        straatwerk;</al></li><li nr="a."><al>Trottoir/tegel fietspad: van band tot band opnieuw
                                        verdichten en bestraten;</al></li><li nr="b."><al>Asfalt fietspad: gehele breedte opnieuw asfalteren;</al></li><li nr="c."><al>Elementen rijbaan: bredere herbestrating afhankelijk van de
                                        ligging en diepte van de sleuf met een minimum van een halve
                                        rijbaan. Sleuf breedte kleiner dan 2,50 m. is halve rijbaan
                                        herstraten. Sleuf breedte groter dan 2,50 m. (bovenkant
                                        sleuf) is hele rijbaan herstraten.</al></li><li nr="d."><al>Asfalt rijbaan: altijd de gehele deklaag van de rijbaan
                                        vervangen.</al></li><li nr="·"><al><onderstreept>Schade</onderstreept> aan gemeentelijke of
                                        andere eigendommen dient zoveel mogelijk te worden
                                        vermeden/beperkt. Mochten er toch beschadigingen optreden
                                        dan dient de leidingexploitant deze direct te melden aan de
                                        eigenaar van het beschadigde object en aan de
                                        toezichthouder.</al></li><li nr="·"><al>Uitgangspunt bij het herstel van de schade als gevolg van de
                                        werkzaamheden is dat de leidingexploitant de situatie in
                                            <onderstreept>oorspronkelijke
                                            staat</onderstreept><onderstreept>
                                            (0-meting)</onderstreept> herstelt. Uitgangspunt is dat
                                        de oorspronkelijke staat gelijk is aan de staat van de rest
                                        van de omgeving.</al></li><li nr="·"><al>Het <onderstreept>herstel</onderstreept> van de schade vindt
                                        plaats in overleg met en is voor rekening van de veroorzaker
                                        volgens het beleid van de gemeente.</al></li><li nr="·"><al>De leidingexploitant hoeft geen betere kwaliteit te leveren
                                        dan aanwezig was voor de werkzaamheden werden uitgevoerd.
                                        Behoudens de normale degeneratie als gevolg van werken,
                                        hoeft de gemeente daarentegen <onderstreept>geen
                                            verslechtering</onderstreept> te accepteren. </al></li><li nr="·"><al>Al het te gebruiken materiaal dient van
                                            <onderstreept>hetzelfde formaat, soort, kleur en
                                            textuur</onderstreept> te zijn als de door de gemeente
                                        gebruikelijk toe te passen materialen.</al></li><li nr="·"><al>Uitgezonderd op bovenstaande zijn nieuwbouwprojecten,
                                        herbestratingsprojecten en reconstructies welke nog niet aan
                                        gemeente zijn overgedragen. Hier mag de controle en
                                        goedkeuring op de verdichting en de herbestrating
                                        uitsluitend worden uitgevoerd door de firma’s die op de
                                        betreffende locatie verantwoordelijk zijn voor het
                                        aanbrengen van de bestrating. De vergunninghouder is
                                        verplicht om deze bedrijven voor eigen rekening en risico in
                                        te schakelen voor de herbestratings- en daaraan gerelateerde
                                        werkzaamheden en dit ruim voorafgaand aan de start van de
                                        werkzaamheden met de Kabel- en Leidingcoördinator en de
                                        betreffende projectleider van de gemeente af te stemmen en
                                        overeen te komen. </al></li><li nr="·"><al>Tijdens de uitvoering van het werk moet de vergunninghouder
                                        zorg dragen voor het schoon houden van het omliggende
                                        openbaar gebied. Indien deze hierin gebreke blijft, zal de
                                        gemeente hiervoor opdracht geven waarna de kosten bij de
                                        vergunninghouder in rekening wordt gebracht.</al></li></lijst><al><vet>5.6.2</vet><vet> Herstel van de sleuf,
                                    elementenverharding</vet></al><al>De leidingexploitant straat zelf dicht en is verplicht om
                                degeneratie kosten, conform de richtlijn herstraattarieven van de
                                VNG, te betalen. Onderhoudstermijn na oplevering bedraagt 6 maanden.
                                Binnen deze termijn dient de leidingexploitant verzakkingen op eigen
                                kosten te herstellen. Te kortkomend bestratingsmateriaal dient door
                                en op kosten van de leidingexploitant bijgeleverd te worden.
                                Bestratingsmateriaal dient van hetzelfde formaat en kleur en textuur
                                te zijn als bestaand materiaal.</al><al>Voor herstel van sierbestrating worden aparte afspraken gemaakt. </al><al>Het dichtstraten van de aangevulde en verdichte gaten en sleuven
                                moet worden uitgevoerd door een erkend straatmakersbedrijf of door
                                een persoon die volgens de toezichthouder voldoende kundig is.</al><al><vet>Opnemen en herstel natuursteenbestrating </vet></al><al>Het opnemen en herstellen van natuursteenbestrating is
                                specialistisch van aard en moet worden uitgevoerd door een door de
                                gemeente aan te wijzen aannemer. De kosten hiervoor komen voor
                                rekening van de leidingexploitant. Offerte aanvraag en
                                opdrachtverstrekking wordt door de aanvrager gecoordineerd met de
                                aannemer, de gemeente speelt hierin geen rol.</al><al><vet>5.6.3</vet><vet> Herstel van de sleuf,
                                asfaltverharding</vet></al><al>Wanneer er toestemming is verleend om sleuven te zagen in
                                asfaltverharding, moet de leidingexploitant de sleufbreedte
                                afstemmen op het dichtblokken met betonstraatstenen (steenmaat).
                                Vrijgekomen asfalt zowel niet- als teerhoudend dient door en op
                                kosten van de leidingexploitatant afgevoerd te worden naar een
                                erkend verwerkingsbedrijf. De randen moeten recht afgezaagd worden
                                en de oorspronkelijke funderingsopbouw moet worden hersteld. De
                                leidingexploitant levert de betonstraatstenen en blokt de sleuf
                                dicht. Tussentijdse verzakkingen dienen op eerste aangeven te worden
                                hersteld op kosten van de leidingexploitant. Na een inklinkperiode
                                van een half jaar herstelt de gemeente de sleuf in asfalt, inclusief
                                alle nodige markeringen e.d. De kosten worden in rekening gebracht
                                bij de leidingexploitant. </al><al><vet>5.6.4</vet><vet> Herstel van de sleuf, beplanting</vet></al><al>Wanneer er toestemming is verleend voor een tracé door een
                                groenstrook, moet de leidingexploitant de beplanting in overleg met
                                de toezichthouder verwijderen. Grond moet gescheiden worden
                                ontgraven en in dezelfde lagen worden teruggebracht. </al><al>De gemeente verzorgt de herplant van de beplanting. De
                                (degeneratie-)kosten en eventuele vervangingskosten van de
                                beplanting worden in rekening gebracht bij de
                                leidingexploitant.</al><al><vet>5.6.5</vet><vet> Schade aan huisaansluiting</vet></al><al>Indien blijkt dat de zetting aan een gevel zodanig is dat verwacht
                                kan worden dat de huisaansluiting dreigt te beschadigen of af te
                                breken dan is de leidingexploitant verplicht hiernaar onderzoek te
                                doen en zo nodig maatregelen te nemen.</al><al><vet>5.6.6</vet><vet> Archeologische vondsten</vet></al><al>Archeologische waarden dienen zoveel mogelijk behouden te blijven.
                                Bij het onverwacht aantreffen van archeologische waarden of objecten
                                dient dit direct gemeld te worden bij de vergunningverlener.</al><al>Stilstand / stagnatie kan niet doorberekend worden aan de
                                gemeenten.</al><al>6<vet>Bedrijfsvoering en bedrijfsbeïndiging</vet></al><al>6.1<vet>Algemene uitgangspunten</vet></al><al>Krachtens algemene wetgeving en de Leidingenverordening en
                                Telecomverordening is een leidingexploitant verplicht zorg te dragen
                                voor een goede staat van onderhoud van de leiding. De
                                leidingexploitant is verantwoordelijk voor een duurzame economische
                                bedrijfsvoering van de leiding met zorg voor mens en milieu (fysieke
                                omgeving en eigendommen). Voor de uitvoering daarvan moet een
                                preventiebeleid worden gevoerd in de vorm van een Risicomanagement
                                Systeem (RMS) of onderhoudsplan/beheersysteem.</al><al>Bij de uitvoering en het beheer van leidingen met toebehoren moet,
                                naarmate de vereiste veiligheid toeneemt, ook de controle en
                                inspectie toenemen om ervoor te zorgen dat de vereiste veiligheid is
                                verzekerd en blijft gewaarborgd.</al><al>Volgens de Leidingenverordening en Telecomverordening kan een
                                leidingexploitant worden verplicht periodiek de onderhouds- en
                                inspectieplannen van zijn leiding te presenteren.</al><al>6.1.1<vet>Risicomanagment </vet></al><al>Meer specifiek verwijzen we naar de volgende normen:</al><table><tgroup cols="2"><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>Verwijzing naar / vergelijkbaar
                                                  met:</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Gasleidingen</al></entry><entry colname="col2"><al>NEN 7244-1, hoofdstuk 13</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Waterleidingen</al></entry><entry colname="col2"><al>richtlijn Vewin (gebaseerd op NEN-EN 805:2000),
                                                  hoofdstuk 14 en bijlage B</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>warmwatervoorzieningen in Groep II</al></entry><entry colname="col2"><al>analoog aan: warmwatervoorzieningen in Groep I.
                                                </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Rioolleidingen</al></entry><entry colname="col2"><al>Vergelijkbaar met: systeem in NEN 3650 of </al><al>de eerdergenoemde richtlijn van de Vewin.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>6.2<vet>Bedrijfsbeëindiging</vet></al><al>6.2.1<vet>Uitgangspunten</vet></al><al>In principe moet een (permanent) buitengebruik gestelde leiding
                                    <onderstreept>altijd worden verwijderd. </onderstreept></al><al>Voor het verwijderen van leidingen is het gestelde in de
                                Leidingenverordening en Telecomverordening van toepassing, wat
                                betekent dat er tevens een vergunning voor het verwijderen van de
                                leiding moet worden aangevraagd.</al><al>6.2.2<vet>Uitzonderingen</vet></al><al>Er kunnen zich echter situaties voordoen waarbij het verwijderen
                                niet direct wenselijk is, zoals: </al><lijst><li nr="·"><al>Het buiten gebruik stellen van een leiding(deel) terwijl er
                                        geen andere activiteiten in de ondergrond of aan het
                                        oppervlak plaatsvinden.</al></li><li nr="·"><al>Het ontstaan van een risicovolle situatie aan objecten in de
                                        directe omgeving van de leiding.</al></li><li nr="·"><al>Als het dermate hoge kosten met zich meebrengt dat het niet
                                        maatschappelijk verantwoordelijk is ter beoordeling van de
                                        vergunningverlener.</al></li></lijst><al>Na toestemming van de vergunningverlener kan de leiding(deel) dan
                                tijdelijk worden gehandhaafd. Hiervoor gelden dan de volgende extra
                                eisen:</al><lijst><li nr="·"><al>Leidingen die voor langere tijd buiten bedrijf worden
                                        gesteld, moeten worden ontkoppeld, geleegd, afgedicht en vol
                                        gezet op basis van cement, schuim of dämmeren.</al></li><li nr="·"><al>Uit leidingen die permanent buiten dienst worden gesteld,
                                        moeten slurry, schraapsel, afvalstoffen en achtergebleven
                                        stof worden verwijderd en op passende wijze worden
                                        afgevoerd.</al></li><li nr="·"><al>De leiding moet op aanwijzing van de gemeente alsnog worden
                                        verwijderd als de gelegenheid zich voordoet, bijvoorbeeld in
                                        combinatie met wegonderhoud of aanleg van nieuwe leidingen
                                        in of direct naast het tracé en op verzoek van de
                                        vergunningverlener.</al></li><li nr="·"><al>De verlaten leiding moet door de leidingexploitant worden
                                        geregistreerd als zijnde weesleiding.</al></li></lijst><al><vet>7</vet><vet>Aansprakelijkheid, schade en
                                    verzekeringen</vet></al><al><vet>7.1</vet><vet> Aansprakelijkheid</vet></al><lijst><li nr="·"><al>Ongeacht de vergunningverlening door de gemeente en/of
                                        goedkeuring door andere bevoegde instanties, is de
                                        vergunninghouder jegens de gemeente en/of derden
                                        aansprakelijk voor schade als gevolg van de uitvoering van
                                        het werk. </al></li><li nr="·"><al>De gemeente is niet aansprakelijk voor schade die
                                        leidingexploitant en/of grondroerder of derden lijden,
                                        ingeval leidingen van verschillende bedrijven door afwijking
                                        van de door haar gegeven aanwijzingen en richtlijnen in
                                        lengterichting boven elkaar of te dicht bij elkaar zijn of
                                        worden gelegd en dit is te wijten aan het feit dat bij het
                                        leggen is afgeweken van de door of namens gemeente gegeven
                                        aanwijzingen en richtlijnen. </al></li><li nr="·"><al>De leidingexploitant, of zijn gemachtigde grondroerder, is
                                        aansprakelijk conform het aansprakelijkheidsrecht, tegen
                                        aanspraken van derden wegens schade, die het gevolg is van
                                        het (ver)leggen, verwijderen, repareren e.d. van leidingen
                                        in opdracht van de leidingexploitant. </al></li><li nr="·"><al>De leidingexploitant is aansprakelijk voor alle schade aan
                                        gemeente-eigendommen die het gevolg is van het (ver)leggen,
                                        verwijderen repareren e.d. van leidingen mits hij volgens
                                        het aansprakelijkheidsrecht hiervoor aangesproken kan
                                        worden. Bij gecombineerde leidingaanleg zijn de deelhebbende
                                        bedrijven hoofdelijk aansprakelijk jegens de gemeente. </al></li><li nr="·"><al>Het bepaalde in het bovenstaande geldt evenzeer indien het
                                        (ver)leggen c.q. verwijderen van kabels en leidingen wordt
                                        uitgevoerd in opdracht van c.q. op verzoek van de gemeente.
                                    </al></li><li nr="·"><al>Leidingen die zijn gelegd in afwijking van aanwijzingen,
                                        richtlijnen e.d. van de gemeente dienen op eerste aanzegging
                                        door de gemeente door en voor rekening van de betreffende
                                        vergunninghouder te worden verlegd naar de door de gemeente
                                        aan te geven plaats c.q. hoogte. </al></li></lijst><al><vet>7.2</vet><vet> Schade</vet></al><lijst><li nr="·"><al>Vergunninghouder zal de redelijkerwijs mogelijke maatregelen
                                        nemen om te voorkomen dat de gemeente dan wel derden ten
                                        gevolge van het werk schade lijdt/lijden. </al></li><li nr="·"><al>Schade aan gemeentelijke of andere eigendommen dient te
                                        worden vermeden. Mochten toch beschadigingen optreden dan
                                        dient vergunninghouder deze direct te melden aan de
                                        toezichthouder van de gemeente en aan de beheerder van het
                                        beschadigde eigendom. Hierna geeft vergunninghouder zo
                                        spoedig mogelijk, doch in elk geval binnen 24 uur nadat hem
                                        daarvan is gebleken, schriftelijk kennis aan de gemeente.
                                    </al></li><li nr="·"><al>Het herstel van de schade vindt plaats in overleg en voor
                                        rekening van de veroorzaker mits hij hiervoor aansprakelijk
                                        is. Uitgangspunt bij het herstel van de (voorziene) schade
                                        als gevolg van de werkzaamheden is dat de vergunninghouder
                                        de situatie in oorspronkelijke staat herstelt. Daarop zijn
                                        ook de vergunningvoorwaarden en deze
                                        uitvoeringsvoorschriften gericht. </al></li><li nr="·"><al>Omdat bij straatwerk al op voorhand bekend is dat er, ook
                                        bij goed herstel van de verharding, toch sprake is van een
                                        kwaliteitsachteruitgang is de vergunninghouder aan de
                                        gemeente een vergoeding verschuldigd. De gemeente brengt de
                                        (degeneratie-) kosten in rekening bij de leidingexploitant.
                                        Voor de verrekening van deze vergoeding wordt het dan
                                        geldende rekenmodel van de VNG gebruikt.</al></li><li nr="·"><al>Echter, niet alle schades die de gemeente als gevolg van
                                        leidingwerkzaamheden lijdt kunnen door de vastgestelde
                                        schadetarieven worden gedekt. Dit is het geval bij: </al></li><li nr="-"><al>Schade bij groenwerkzaamheden;</al></li><li nr="-"><al>Schade die ontstaat buiten de sleuf;</al></li><li nr="-"><al>"Verborgen gebreken".</al></li><li nr="·"><al>Schade aan groenwerkzaamheden is aan de orde in de volgende
                                        situaties: </al></li><li nr="-"><al>Werkzaamheden waarbij de overlevingskans van de aanwezige
                                        beplanting gering is en dus moet worden vervangen;</al></li><li nr="-"><al>Werkzaamheden waarbij dicht in de buurt van bomen moet
                                        worden gewerkt;</al></li><li nr="-"><al>Aantasting (ecologische) kwaliteit groeiplaats;</al></li><li nr="-"><al>In deze gevallen zullen al vóór het verstrekken van de
                                        vergunning specifieke afspraken worden vastgelegd.
                                        Afhankelijk van de omvang van het werk kan in de
                                        vergunningsvoorwaarden "het 1e jaarsonderhoud groen" en
                                        "inboet beplanting na het 1e groeiseizoen" worden
                                        voorgeschreven. De schade aan bomen wordt vastgesteld op
                                        basis van de Richtlijnen NVTB (Nederlandse Vereniging van
                                        Taxateurs van Bomen), meest recente versie of de methode
                                        Raad.</al></li></lijst><al>In geval van schade of vervanging aan/van groenvoorzieningen zal de
                                gemeente voor herstel cq vervanging zorg dragen. De kosten hiervan
                                worden doorbelast aan de vergunninghouder. </al><al>Voor schaderegeling zie ook bijlage 7 <vet>“Schaderegeling
                                    ingravingen Kabels &amp; Leidingen”</vet></al><al><vet>7.3</vet><vet> Verzekeringen</vet></al><lijst><li nr="·"><al>Vergunninghouder dient een Construction All Risk verzekering
                                        af te sluiten, welke dekking biedt voor een bedrag van
                                        minimaal € 5.000.000,00 tegen: </al></li><li nr="-"><al>Beschadiging, verlies of vernietiging van het werk,
                                        waaronder de voor het werk bestemde materialen;</al></li><li nr="-"><al>Het risico van aansprakelijkheid voor schade aan goederen
                                        van derden, en de daaruit voortvloeiende gevolgschade,
                                        alsmede voor dood en/ of lichamelijk letsel van personen,
                                        veroorzaakt door de uitvoering van het werk.</al></li><li nr="·"><al>De dekking van de bouwverzekering loopt minstens vanaf de
                                        dag dat dit werk op het werkterrein een aanvang neemt tot
                                        het eind van de onderhoudsperiode. </al></li><li nr="·"><al>De gemeente hanteert een standaard onderhoudstermijn voor
                                        bestratingen van 6 maanden en voor groenvoorzieningen van 12
                                        maanden na schriftelijke acceptatie van het werk door de
                                        gemeente. </al></li><li nr="·"><al>Onverminderd het in voorgaande artikelen van deze paragraaf
                                        bepaalde zullen vergunninghouder en haar mede- en
                                        onderaannemers voor eigen rekening zorg moeten dragen voor
                                        de verzekeringen tegen schade als gevolg van Wettelijke
                                        Aansprakelijkheid welke voortvloeit uit het gebruik van
                                        aannemersmateriaal bij de uitvoering van het werk. </al></li><li nr="·"><al>Objecten waarvoor een verzekeringsplicht krachtens de Wet
                                        Aansprakelijkheidsverzekering Motorvoertuigen (WAM) geldt,
                                        dienen overeenkomstig de voorschriften van de WAM, alsmede
                                        tegen het werkrisico verzekerd te zijn. Alleen door de in de
                                        vorige zin bedoelde verzekering gedekte motorrijtuigen mogen
                                        voor het werk worden gebruikt. </al></li></lijst><al><vet>7.4</vet><vet> Veiligheid</vet></al><lijst><li nr="·"><al>Alle werkzaamheden moeten worden uitgevoerd met inachtneming
                                        van de geldende wet- en regelgeving ten aanzien van
                                        veiligheid en arbeidsomstandigheden. De op dit gebied van
                                        kracht zijnde voorschriften moeten op het werk beschikbaar
                                        zijn. </al></li><li nr="·"><al>Het personeel dat bij de werkzaamheden is betrokken moet
                                        zijn geïnstrueerd met betrekking tot de op de bouwplaats
                                        geldende wetten en regels ten aanzien van veiligheid en
                                        arbeidsomstandigheden. Leidinggevend personeel van de
                                        uitvoerende partij en de vergunninghouder moeten erop
                                        toezien dat de van toepassing zijnde voorschriften worden
                                        nageleefd. </al></li><li nr="·"><al>Voor de aanvang van grootschalige en/of risicovolle
                                        werkzaamheden kan de gemeente een Veiligheids- en
                                        Gezondheidsplan (V&amp;G plan) verlangen. Deze dient door de
                                        vergunninghouder te worden opgesteld en aan de
                                        toezichthouder van de gemeente te worden overhandigd en
                                        gemaild. In dit plan moet minimaal het volgende zijn
                                        opgenomen: </al></li><li nr="-"><al>De van kracht zijnde veiligheidsvoorschriften;</al></li><li nr="-"><al>Milieuvoorschriften;</al></li><li nr="-"><al>De wijze waarop de instructie en voorlichting van het
                                        personeel wordt geregeld;</al></li><li nr="-"><al>De wijze waarop het toezicht is geregeld;</al></li><li nr="-"><al>De wijze waarop verontreiniging van het milieu wordt
                                        voorkomen en/of beheerst;</al></li><li nr="-"><al>Een risico-inventarisatie en- evaluatie met betrekking tot
                                        de uit te voeren werkzaamheden;</al></li><li nr="-"><al>De wijze waarop de afhandeling van calamiteiten en
                                        ongevallen wordt geregeld.</al></li><li nr="·"><al>Het personeel dat bij de werkzaamheden is betrokken moet
                                        zijn geïnstrueerd met betrekking tot de op de bouwplaats
                                        geldende V&amp;G plan. Leidinggevend personeel van de
                                        uitvoerende partij en de vergunninghouder moeten erop
                                        toezien dat het gestelde in het plan stipt wordt nageleefd.
                                    </al></li><li nr="·"><al>De toezichthouder van de gemeente controleert vanuit de
                                        publieke taakstelling van de gemeente of het werk veilig
                                        wordt uitgevoerd en is bevoegd om, bij onveilige situaties,
                                        correctieve maatregelen af te dwingen. </al></li></lijst><al><vet>8</vet><vet> Bijlagen</vet></al></li><li nr="9."><al><extref doc="/cvdr/images/Korendijk/i264634.pdf">bijlage Handboek</extref></al></li></lijst></artikel></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>