<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR38612_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade gemeente IJsselstein</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">IJsselstein</dcterms:creator><dcterms:modified>2008-10-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">IJsselstein</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Zenderstreeknieuws, 22-10-2008</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming planschade</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet ruimtelijke ordening, art. 6.1</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-10-02</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-10-30</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>raadsstuk 2008-13781</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>planschade</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade gemeente IJsselstein</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>a.aanvrager: degene die een aanvraag om tegemoetkoming in de schade als bedoeld in</al><al>artikel 6.1 Wet ruimtelijke ordening indient;</al><al>b.adviseur: de door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen persoon als</al><al>bedoeld in artikel 6.1.1.1, onder c, Besluit ruimtelijke ordening;</al><al>c.adviescommissie: schadebeoordelingscommissie als bedoeld in artikel 3, vijfde lid, van deze verordening;</al><lijst><li nr="d."><al>besluit: Besluit ruimtelijke ordening;</al></li><li nr="e."><al>college: het college van burgemeester en wethouders;</al></li><li nr="f."><al>gemeente: gemeente IJsselstein;</al></li><li nr="g."><al>planologische maatregel: oorzaak als bedoeld in artikel 6.1, tweede lid, Wet ruimtelijke ordening;</al></li></lijst><lijst><li nr="h."><al>planschade: schade als bedoeld in artikel 6.1, eerste lid, Wet ruimtelijke ordening;</al></li><li nr="i."><al>wet: Wet ruimtelijke ordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Opdrachtverstrekking</titel></kop><al>Binnen twaalf weken na het verstrijken van de termijnen als bedoeld in artikel 6.1.3.1 van het</al><al>besluit verstrekt het college aan één of meerdere adviseurs gezamenlijk, opdracht om ter zake van</al><al>een aanvraag advies uit te brengen, tenzij toepassing wordt gegeven aan artikel 6.1.3.1 van het</al><al>besluit of aan artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Adviseur of adviescommissie</titel></kop><al>1.Voor de advisering over de op de aanvraag te nemen beschikking wordt door het college</al><al>een adviseur aangewezen die beschikt over voldoende deskundigheid inzake advisering</al><al>op het gebied van planschade.</al><al>2.Indien het college, na advies te hebben ingewonnen van de in het eerste lid bedoelde</al><al>adviseur, van oordeel is dat de aanvraag betrekking heeft op planschade vanwege</al><al>inkomensderving en er, gezien de complexiteit, aard en omvang van de aanvraag,</al><al>behoefte bestaat aan extra deskundigheid wordt door het college een tweede adviseur</al><al>aangewezen die deskundig is op het gebied van accountancy of van financieel</al><al>economische bedrijfsvoering.</al><al>3.Indien het college, na advies te hebben ingewonnen van de in het eerste lid bedoelde</al><al>adviseur, van oordeel is dat de aanvraag betrekking heeft op planschade vanwege</al><al>waardevermindering van een onroerende zaak en er, gezien de complexiteit, aard en</al><al>omvang van de aanvraag, behoefte bestaat aan extra deskundigheid wordt door het</al><al>college een tweede adviseur aangewezen die deskundig is ter zake van de waardering</al><al>van onroerende zaken en van waardevermindering daarvan als gevolg van een</al><al>planologische verslechtering.</al><al>4.Indien naar het oordeel van het college het tweede en het derde lid van toepassing zijn,</al><al>worden zowel de in het tweede als het derde lid bedoelde adviseurs aangewezen.</al><al>5.Bij aanwijzing van meerdere adviseurs vormen deze een adviescommissie, waarvan de in</al><al>het eerste lid bedoelde adviseur voorzitter is.</al><al>6.De adviescommissie wijst uit haar midden een rapporteur aan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Deskundigheid en onafhankelijkheid</titel></kop><al>1.Voordat een persoon als adviseur wordt aangewezen, kan het college verlangen dat deze</al><al>aantoont op grond van opleiding en ervaring deskundig te zijn met betrekking tot de in</al><al>artikel 3, eerste, tweede of derde lid, bedoelde aspecten waarop deze persoon de</al><al>aanvraag moet beoordelen.</al><al>2.Een adviseur mag niet werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan van de</al><al>gemeente. Eveneens mag een adviseur niet betrokken zijn bij de planologische maatregel waarop</al><al>de aanvraag betrekking heeft.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Betrokkenheid aanvrager en andere belanghebbenden bij aanwijzing adviseur of</titel></kop><al><vet>adviescommissie</vet></al><al>1.Voordat het college de opdracht tot advisering zoals bedoeld in artikel 2 verstrekt, stelt het</al><al>college de aanvrager, eventuele andere betrokken bestuursorganen, alsmede de</al><al>belanghebbenden als bedoeld in artikel 6.4a, tweede en derde lid, van de wet schriftelijk</al><al>op de hoogte van de aanwijzing van:</al><lijst><li nr="a."><al>een adviseur als bedoeld in artikel 3, eerste lid, of</al></li><li nr="b."><al>meerdere adviseurs als bedoeld in artikel 3, vijfde lid.</al><lijst><li nr="2."><al>De aanvrager, eventuele andere betrokken bestuursorganen, alsmede de</al></li></lijst></li></lijst><al>belanghebbenden als bedoeld in artikel 6.4a, tweede en derde lid, van de wet kunnen</al><al>binnen twee weken na de mededeling als bedoeld in het eerste lid schriftelijk en</al><al>voldoende gemotiveerd een verzoek tot wraking van één of meerdere adviseurs bij het</al><al>college indienen.</al><al>3.Het college beslist binnen twee weken na het verstrijken van de in het tweede lid</al><al>bedoelde termijn over een ingediend verzoek tot wraking van één of meerdere adviseurs.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Werkwijze adviseur of adviescommissie</titel></kop><al>1.Het college stelt aan de adviseur of de adviescommissie alle op de aanvraag betrekking</al><al>hebbende informatie, alsmede de voor de beoordeling daarvan naar het oordeel van de</al><al>adviseur of van de adviescommissie noodzakelijke bescheiden ter beschikking.</al><al>2.Het college wijst uit de ambtelijke organisatie één of meer personen aan die de adviseur</al><al>of de adviescommissie bij de uitvoering van de adviesopdracht bijstaat.</al><al>3.De adviseur of de voorzitter van de adviescommissie organiseert één of meerdere</al><al>hoorzittingen, waar de aanvrager en de in het tweede lid bedoelde ambtelijke</al><al>vertegenwoordiger(s) in de gelegenheid worden gesteld de aanvraag toe te lichten,</al><al>onderscheidenlijk de voor de advisering over de aanvraag relevante informatie te</al><al>verschaffen, dan wel een standpunt van de gemeente over de aanvraag aan de adviseur</al><al>of de adviescommissie kenbaar te maken. Eventuele andere betrokken bestuursorganen,</al><al>alsmede de belanghebbenden als bedoeld in artikel 6.4a, tweede en derde lid, van de wet</al><al>worden eveneens in de gelegenheid gesteld hun standpunt kenbaar te maken.</al><al>4.De adviseur of de voorzitter van de adviescommissie bepaalt het tijdstip waarop de</al><al>adviseur of de adviescommissie de situatie ter plaatse zal bezichtigen en nodigt de</al><al>aanvrager voor de plaatsopneming uit.</al><al>5.Ten behoeve van een taxatie van een bij de aanvraag betrokken onroerende zaak, wordt</al><al>door de adviseur of de voorzitter van de adviescommissie met de aanvrager een afspraak</al><al>gemaakt.</al><al>6.Van de in het derde lid bedoelde hoorzitting en van de in het vierde lid bedoelde</al><al>bezichtiging wordt door, dan wel onder verantwoordelijkheid van, de adviseur of de</al><al>voorzitter van de adviescommissie een verslag gemaakt, dat onderdeel vormt van het uit</al><al>te brengen advies.</al><al>7.Alvorens een advies uit te brengen zendt de adviseur of de adviescommissie binnen</al><al>zestien weken na de dagtekening van de opdracht tot advisering een concept daarvan</al><al>aan het college, aan de aanvrager, aan eventuele andere betrokken bestuursorganen</al><al>en aan de belanghebbenden als bedoeld in artikel 6.4a, tweede en derde lid, van de wet.</al><al>De adviseur of de voorzitter van de adviescommissie kan deze termijn onder opgaaf van</al><al>redenen met een daarbij aan te geven termijn met ten hoogste vier weken verlengen.</al><al>8.De aanvrager, eventuele andere betrokken bestuursorganen alsmede de</al><al>belanghebbenden als bedoeld in artikel 6.4a, tweede en derde lid, van de wet worden in</al><al>de gelegenheid gesteld om binnen vier weken na de toezending van het concept advies</al><al>schriftelijk hierop te reageren.</al><al>9.In het geval tijdig reacties zijn ingediend, brengt de adviseur of de adviescommissie</al><al>binnen vier weken na het verstrijken van de in het achtste lid bedoelde termijn een advies</al><al>uit aan het college, waarbij de betreffende reacties zijn betrokken.</al><al>10.In het geval geen of niet tijdig reacties zijn ingediend, brengt de adviseur of de</al><al>adviescommissie binnen twee weken na het verstrijken van de in het achtste lid bedoelde</al><al>termijn een advies uit aan het college.</al><al>11.De adviseur of de adviescommissie zendt een afschrift van het definitieve advies aan de</al><al>aanvrager en de belanghebbende als bedoeld in artikel 6.4a tweede en derde lid van de wet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op de 8e dag waarop zij is bekengemaakt.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening wordt aangehaald als Procedureverordening voor advisering</al></li></lijst><al>tegemoetkoming in planschade.</al><al/><al>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering gehouden op 2 oktober 2008</al></artikel></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>