<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR386119_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Telecommunicatieverordening Korendijk2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Korendijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-12-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hoeksche Waard</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2015, 123517</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Telecommunicatieverordening Korendijk 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=149">Gemeentewet, artikel 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0009950&amp;artikel=5.4">Telecommunicatiewet, artikel 5.4</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-08</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-12-26</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>KDK/6800</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Telecommunicatieverordening Korendijk2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al>Verordening gemeente Korendijk inzake werkzaamheden in verband met de
                        aanleg, instandhouding en opruiming van kabels ten dienste van een openbaar
                        elektronisch communicatienetwerk in of op openbare gronden
                        (Telecommunicatieverordening)</al><al/><al>De raad van de gemeente Korendijk;</al><al/><al>gelezen het voorstel van het college van 3-11-2015, nr. KDK/6800, inzake
                        Vaststelling Leidingenverordening, Telecommunicatieverordening en
                        Precarioverordening kabels en leidingen; </al><al/><al>gelet op artikel 5.4, vierde lid, van de Telecommunicatiewet en artikel 149,
                        van de Gemeentewet;</al><al/><al>besluit vast te stellen de volgende verordening: </al><al/><al><vet>Telecommunicatieverordening</vet><vet>Korendijk</vet><vet>
                        201</vet><vet>6</vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>wet: Telecommunicatiewet;</al></li><li nr="b."><al>openbaar elektronisch telecommunicatienetwerk als bedoeld in</al><al> communicatienetwerk: artikel 1.1, onder h, van de wet;</al></li><li nr="c."><al>kabels: kabels als bedoeld in artikel 1.1, onder z, van de wet;</al></li><li nr="d."><al>voorzieningen: ondergrondse ondersteuningswerken en
                                beschermingswerken als bedoeld in artikel 5.15, van de wet, en
                                kabels;</al></li><li nr="e."><al>openbare gronden: openbare wegen en wateren als bedoeld in artikel
                                1.1, onder aa, van de wet;</al></li><li nr="f."><al>aanbieder: degene die een openbaar elektronisch communicatienetwerk aanbiedt als bedoeld in artikel 1.1, onder i van de wet
                        en degene als bedoeld in artikel 5.1 van de wet;</al></li><li nr="g."><al>werkzaamheden: werkzaamheden in verband met de aanleg,
                                instandhouding en opruiming van kabels ten dienste van een openbaar
                                elektronisch communicatienetwerk in of op openbare gronden;</al></li><li nr="h."><al>gedoogplichtige: degene op wie een gedoogplicht rust als bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, van de wet;</al></li><li nr="i."><al>college: college van burgemeester en wethouders;</al></li><li nr="j."><al>melding: melding als bedoeld in artikel 5.4, eerste lid,</al><al> onder a, van de wet;</al></li><li nr="k."><al>instemmingsbesluit: besluit van het college als bedoeld in artikel
                                5.4 eerste lid, onder b, van de wet;</al></li><li nr="l."><al>huisaansluiting: het gedeelte van een kabel van minder dan vijfentwintig meter in openbare gronden dat een openbaar elektronisch
                        communicatienetwerk verbindt met een netwerkaansluitpunt als bedoeld onder
                        artikel 1.1, onder k, van de wet;</al></li><li nr="m."><al>werkzaamheden van niet ingrijpende aard:</al><lijst><li nr="-"><al>het aanbrengen of verwijderen van kabels, niet-gelegen in,
                                        op of boven een wegkruising of rotonde, in reeds
                                        aangebrachte voorzieningen;</al></li><li nr="-"><al>reparaties aan het openbare elektronische
                                        communicatienetwerk met een lengte van minder dan
                                        vijfentwintig meter en niet gelegen in, op of boven een
                                        wegkruising of rotonde, en niet vallend onder artikel 3
                                        eerste lid van deze verordening ;</al></li><li nr="-"><al>het maken van huisaansluitingen met een lengte van minder
                                        dan vijfentwintig meter en niet-gelegen in, op of boven een
                                        wegkruising of rotonde:</al></li><li nr="-"><al>Het maken van boringen, proefsleuven en het openen van
                                        handholes.</al></li></lijst></li><li nr="n."><al>handboek Kabels en Leidingen: door het college nader vast te stellen
                                regels betreffende ontwerp, aanleg, exploitatie, onderhoud en
                                verwijdering van kabels en leidingen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:</nr><titel>Wijze van melding van voorgenomen werkzaamheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanbieder die werkzaamheden wil verrichten, meldt dit voornemen ten
                            minste acht weken voor de aanvang aan het college met een door het
                            college vast te stellen formulier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een aanbieder die werkzaamheden wil verrichten, kan hierover vooroverleg
                            voeren met het college teneinde de melding, bedoeld in het eerste lid
                            van dit artikel voor te bereiden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de werkzaamheden mede betrekking hebben op gronden van een andere
                            gedoogplichtige dan de gemeente, wordt het college uiterlijk vier weken
                            na ontvangst van de melding als bedoeld in het eerste lid schriftelijk
                            in kennis gesteld van de resultaten van het overleg tussen de aanbieder
                            en de andere gedoogplichtige.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor het verrichten van werkzaamheden van niet ingrijpende aard kan de
                            aanbieder volstaan met een melding aan het college minimaal drie
                            werkdagen voorafgaande aan de werkzaamheden met een daarvoor door het
                            college vast te stellen formulier.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:</nr><titel>Ernstige belemmeringen en storingen</titel></kop><al>1.Ingeval van spoedeisende werkzaamheden ten gevolge van ernstige
                        belemmering of storing van de communicatie in de zin van artikel 5.6, tweede
                        lid, van de wet volstaat de aanbieder met een melding voorafgaand aan de
                        start van de werkzaamheden. De aanbieder maakt achteraf zo spoedig mogelijk
                        melding van de werkzaamheden via een door de burgemeester vast te stellen
                        formulier aan de burgemeester of een daartoe gemachtigde ambtenaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:</nr><titel>Gegevensverstrekking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de melding als bedoeld in artikel 2, eerste lid van deze verordening
                            verstrekt de aanbieder in ieder geval de volgende gegevens:</al><lijst><li nr="a."><al>naam, (e-mail)adres en telefoon- en faxnummer van degene die de
                                    kabel of het netwerk in eigendom heeft, beheert of
                                    exploiteert.</al></li><li nr="b."><al>een opgave van het aantal kabels en/of buizen dat direct met
                                    kabels wordt gevuld of ingeblazen en een opgave van het aantal
                                    buizen dat leeg wordt aangebracht;</al></li><li nr="c."><al>een opgave van belanghebbenden en instanties die vooraf in
                                    kennis worden gesteld van de voorgenomen datum van aanvang,
                                    beëindiging en de aard van de werkzaamheden;</al></li><li nr="d."><al>een uitvoeringsplan met daarin opgenomen:</al><al> 1<sup>e</sup> een opgave van het gewenste tracé met daarbij
                                    duidelijke (digitale) tekeningen en daarop aangegeven wat de te
                                    verbinden locaties zijn;</al><al> 2<sup>e</sup> een opgave van de objecten die ten tijde van de
                                    werkzaamheden worden geplaatst, alsmede van de gewenste
                                    situering daarvan;</al><al> 3<sup>e</sup> een omschrijving van de opbrekingen van de
                                    verharding;</al><al> 4<sup>e</sup>de doorsnede en kleur van de kabel en indien van
                                    toepassing de kabelgoot;</al><al> 5<sup>e</sup> de opgave van ondergrondse (handholes en
                                    dergelijke) of bovengrondse kasten waarvoor geen
                                    omgevingsvergunning noodzakelijk is, alsmede de situering en
                                    afmetingen daarvan;</al><al> 6<sup>e</sup> naam, (e-mail)adres, telefoon- en faxnummer van
                                    de contactpersoon, aannemers of onderaannemers die belast zijn
                                    met de werkzaamheden en van een door hen aangewezen
                                    contactpersoon die ten tijde van de uitvoering van de
                                    werkzaamheden vierentwintig uur per dag bereikbaar is in verband
                                    met mogelijke calamiteiten;</al><al> 7<sup>e</sup> de maatregelen die de bereikbaarheid van de in de
                                    openbare grond aanwezige kabels en leidingen waarborgen;</al><al> 8<sup>e</sup> de bereikbaarheid van percelen en opstallen in de
                                    nabijheid van de uit te voeren werkzaamheden;</al><al> 9<sup>e</sup> alle overige van belang zijnde feiten en
                                    omstandigheden gelet op de in artikel 5.4 leden 2 en 3 van de
                                    wet genoemde belangen;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan in het handboek Kabels en Leidingen nadere regels
                            stellen aan de gegevens die bij de melding worden verstrekt alsook over
                            de wijze waarop deze gegevens worden verstrekt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:</nr><titel>Beslistermijn en aanhouding</titel></kop><al>Een beslissing op een melding als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van deze
                        verordening wordt genomen uiterlijk acht weken na ontvangst van de melding.
                        Indien een beschikking niet binnen acht weken kan worden gegeven, deelt het
                        college dit aan de aanvrager mede en noemt het daarbij een redelijke termijn
                        waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:</nr><titel>Voorschriften en beperkingen bij instemming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan in het handboek Kabels en Leidingen nadere regels
                            stellen omtrent het tijdstip, de plaats en de wijze van uitvoering bij
                            aanleg, onderhoud, verplaatsing en opruiming van kabels, het bevorderen
                            van medegebruik van voorzieningen en het afstemmen van de voorgenomen
                            werkzaamheden met beheerders van overige in de grond aanwezige werken,
                            alsook over de afmetingen van kasten, handholes en andere toebehoren,
                            behorende bij een openbaar elektronisch communicatienetwerk.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Indien binnen vijf jaar na groot onderhoud of herinrichting van de
                            openbare gronden de aanbieder werkzaamheden moet uitvoeren, verlangt het
                            college specifiek schadeherstel. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de aanbieder werkzaamheden moet uitvoeren in bijzondere
                            bestrating, verlangt het college specifiek schadeherstel </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De wijze van uitvoering bij aanleg, onderhoud, verplaatsing en opruiming
                            van kabels en medegebruik van voorzieningen geschiedt conform het door
                            het college vastgestelde handboek Kabels en Leidingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7:</nr><titel>(Mede)gebruik van voorzieningen en vooroverleg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanbieder is verplicht om bij de aanleg van kabels in openbare
                            gronden zoveel mogelijk (mede)gebruik te maken van bestaande, hetzij
                            door andere aanbieders dan wel door of in opdracht van het college
                            aangelegde voorzieningen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het vooroverleg als bedoeld in artikel 2, tweede lid, dan wel een door
                            het college geëntameerd overleg naar aanleiding van een melding als
                            bedoeld in artikel 2, eerste lid, is er mede op gericht te bepalen of en
                            zo ja langs welke delen van het tracé gebruik kan worden gemaakt van
                            bestaande voorzieningen als bedoeld in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de aanbieder een redelijk aanbod wordt gedaan om gebruik te maken
                            van de vooraangelegde voorzieningen, zoals mantelbuizen, kabelgoten, of
                            kabel- en leidingentunnels, is de aanbieder verplicht om voor de aanleg
                            of uitbreiding van zijn netwerk van deze voorzieningen gebruik te
                            maken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de openbare gronden geen ruimte bieden voor de aanleg van nieuwe
                            kabels, dient de aanbieder een alternatief tracé te kiezen, of aan
                            andere aanbieders een billijk verzoek tot medegebruik van kabels te
                            doen, op grond van artikel 5.12, van de wet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8:</nr><titel>Melding wijziging voorzieningen</titel></kop><al>De aanbieder stelt het college onverwijld schriftelijk in kennis van het
                        feit dat de eigendom, de exploitatie of het beheer van de kabel verandert of
                        dat de kabel niet langer ten dienste staat van een openbaar elektronisch
                        telecommunicatienetwerk in of op openbare gronden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9:</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                        verordening zijn belast de bij besluit van het college of de burgemeester
                        aan te wijzen personen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10:</nr><titel>Intrekking oude verordening</titel></kop><al>De verordening Telecommunicatieverordening KORENDIJK 2012 wordt ingetrokken
                        met ingang van het moment van inwerkingtreding van deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11:</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De verordening Telecommunicatieverordening KORENDIJK 2012 blijft van
                            kracht op meldingen waarop reeds krachtens diezelfde Verordening is
                            beslist, maar waarvan de uitvoering op het moment van inwerkingtreding
                            van deze verordening nog niet is gerealiseerd. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een
                            melding is gedaan op grond van de verordening
                            Telecommunicatieverordening KORENDIJK 2012 maar waarop nog niet is
                            beslist, wordt daarop deze verordening toegepast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van
                        de bekendmaking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13:</nr><titel>Citeerartikel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Telecommunicatieverordening Korendijk
                        2016. </al><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 8 december 2015, </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>drs. A. Goslings drs. S. Stoop </ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet><onderstreept>Toelichting
                            Telecommunicatieverordening</onderstreept></vet><vet><onderstreept>Korendijk</onderstreept></vet></al><al><vet>Inleiding</vet></al><al><vet>Door het beëindigen van verschillende overeenkomsten inzake kabels en
                            leidingen is door de de gemeente</vet><vet>n</vet><vet> Binnenmaas,
                            Cromstrijen, Korendijk, Oud-Beijerland en Strijen gezamenlijk gewerkt
                            aan regelgeving op dit gebied. Daarbij is het wenselijk gebleken om ook
                            de gemeentelijke verordening op grond van de Telecommunicatiewet te
                            actualiseren en te laten aansluiten op deze nieuwe regels.</vet></al><al><vet>Gedoogplicht openbare gronden </vet></al><al>Artikel 5.2, eerste lid, bepaalt dat de gedoogplicht geldt voor openbare
                        gronden in de gemeente. Als door een bestemmingswijziging de grond zijn
                        openbaarheid verliest vervalt de gedoogplicht, ook al blijft de grond
                        daarbij in eigendom van de gedoogplichtige. Een voorbeeld: een woonwijk
                        wordt helemaal opnieuw ingericht, waardoor de telecomkabels in tuinen van
                        nieuw te bouwen woningen komen te liggen. Geldt dan nog de gedoogplicht?
                        Nee, de gedoogplicht vervalt puur op basis van het feit dat de grond niet
                        meer openbaar is. Op basis van lid 1 van artikel 5.2 doet het er niet toe of
                        er sprake is van uitvoering van werken of de oprichting van gebouwen op die
                        locatie. Hoe dit in de praktijk gaat werken is nog onduidelijk. Zo is het de
                        vraag of de kabel echt verwijderd moet worden als deze geen hinder oplevert. </al><al><vet>Aanbieder netwerk </vet></al><al>Artikel 5.1 breidt het begrip 'aanbieder netwerk' uit tot een aanlegger van
                        een netwerk die dit niet zelf gaat exploiteren. Dat is bijvoorbeeld een
                        aannemer die voor eigen rekening en risico een telecommunicatienetwerk
                        (hierna: telecomnetwerk) aanlegt om het te verkopen of te verhuren. Het
                        netwerk dient wel binnen 10 jaar in gebruik te zijn genomen als ‘openbaar
                        elektronisch communicatienetwerk’. </al><al><vet>Medegebruik </vet></al><al>Volgens artikel 5.2, zevende lid, dient het telecombedrijf op verzoek van de
                        gedoogplichtige gebruik te maken van reeds aanwezige mantelbuizen indien
                        deze tegen een marktconforme prijs ter beschikking worden gesteld. Die
                        mantelbuizen kunnen zijn aangelegd door de gemeente zelf of door een ander
                        telecombedrijf. Doel hiervan is te voorkomen dat er overbodig wordt gegraven
                        in gemeentegrond. De minister kan in verband met het medegebruik aanvullende
                        voorwaarden stellen bij de aanleg van netwerken. De verplichting
                        totmede gebruik wordt opgelegd in het instemmingsbesluit.</al><al><vet>Gedoogplicht lege buizen 10 jaar </vet></al><al>Op grond van artikel 5.2, lid 8, dienen lege buizen binnen 10 jaar in
                        gebruik te zijn genomen voor openbare telecommunicatiediensten. Het
                        telecombedrijf moet het in gebruik nemen in gevolge van artikel 5.2 negende
                        lid schriftelijk melden aan de gemeente. Heeft deze dit binnen genoemde
                        periode niet gedaan, dan is de gedoogplicht vervallen en kan de gemeente de
                        verwijdering van de lege buizen op kosten van het telecombedrijf vorderen of
                        precario heffen. </al><al>Voor reeds liggende lege buizen geldt op basis van het tweede lid van
                        artikel 20.5 van de wet, een overgangsmaatregel. Tot 1 januari 2018 moeten
                        deze worden gedoogd, tenzij deze gevaar of ernstige hinder opleveren. De
                        telecombedrijven zijn verplicht na inwerkingtreding van het wetsontwerp de
                        lege buizen schriftelijk aan de gemeente te melden. </al><al><vet>Publiekrechtelijke instemming versus privaatrechtelijk toestemming
                        </vet></al><al>Voor het aanleggen van een netwerk heeft het telecombedrijf in principe
                        zowel een publiekrechtelijke instemming van de gemeente nodig op grond van
                        de Telecommunicatiewet, als een privaatrechtelijke toestemming van de
                        gemeente als eigenaar/beheerder van de openbare grond. Om "dubbel werk" te
                        voorkomen is in de wet bepaald dat het instemmingsbesluit van de gemeente
                        tevens de privaatrechtelijke toestemming inhoudt. Dit is geregeld in artikel
                        5.4, lid 7 van de Telecommunicatiewet.</al><al><vet>Instemmingsbesluit telecommunicatieverordening </vet></al><al>Artikel 5.4 van de wet gaat gedetailleerd in op de instemmingsprocedure.
                        Hierbij is meer rekening gehouden met de belangen van de gedoogplichtige
                        gemeente. Zo moet het tijdstip van start van de werkzaamheden aan de
                        kabel(s) liggen binnen 12 maanden na datum van het instemmingsbesluit,
                        tenzij er zwaarwichtige redenen zijn van publiek belang om de werkzaamheden
                        later te starten.</al><al><vet>Afstemming i</vet><vet>nstemmingsbesluit en andere beno</vet><vet>digde
                            vergunningen</vet></al><al>Artikel 5.5 van de Telecommunicatiewet legt de gemeente de verplichting op
                        zorg te dragen van de inhoudelijke afstemming tussen het gemeentelijk
                        instemmingsbesluit en andere voor het tracé benodigde vergunningen van een
                        ander bestuursorgaan, bijvoorbeeld indien de kabel moet worden gelegd in een
                        dijk in beheer van een waterschap.</al><al><vet>Herstraten </vet></al><al>Artikel 5.7 geeft antwoord op de vraag wie herstraat na beëindiging van de
                        werkzaamheden. Dit is de aanlegger, tenzij de gemeente heeft aangegeven dit
                        zelf te willen doen. De gemeente dient hiervoor marktconforme tarieven in
                        rekening te brengen. </al><al><vet>Verplaatsen van kabels </vet></al><al>Artikel 5.8 van de wet geeft een uitbreiding van de plicht tot het nemen van
                        maatregelen dan wel het verplaatsen op kosten van het telecombedrijf bij de
                        uitvoering van werken of de oprichting van gebouwen. Deze verplichting geldt
                        ook als de gemeente (op basis van bijvoorbeeld een overeenkomst met een
                        projectontwikkelaar) de plicht heeft de grond te leveren zonder concrete
                        problemen vanwege telecomkabels in verband met de oprichting van gebouwen
                        door deze projectontwikkelaar. Indien echter de gebouwen niet worden
                        gerealiseerd dient de gemeente de verplaatsingskosten te vergoeden. </al><al>Indien een verzoek tot het nemen van maatregelen of het verplaatsing van
                        kabels door de gemeente wordt gedaan binnen vijf jaar nadat deze op basis
                        van artikel 5.8 leden 1 of 2 zijn verlegd, dan komen de kosten daarvan voor
                        rekening van de verzoekende gemeente.</al><al>Het telecombedrijf dient binnen 16 weken na ontvangst van het verzoek tot
                        het nemen van maatregelen over te gaan. Betreft het een verzoek tot
                        verplaatsen van de kabels dan dient het telecombedrijf binnen 12 weken na
                        het beschikbaar komen van een plaats waarheen de kabels verlegd kunnen
                        worden, te starten met de werkzaamheden. </al><al>Indien de gemeente en een telecombedrijf het niets eens zijn over de vraag
                        wie de verplaatsingskosten moet betalen, kan dit geschil zowel door de
                        gemeente als het telecombedrijf worden voorgelegd aan de OPTA, die binnen
                        acht weken uitspraak doet. </al><al><vet>Exploitatie van openbare elektronische communicatienetwerken
                        </vet></al><al>Het is gemeenten verboden openbare elektronische communicatienetwerken te
                        exploiteren. Echter, wanneer een gemeente kan aantonen dat een breedbandig
                        openbaar elektronisch telecommunicatienetwerk niet tot stand komt door de
                        markt, dan mag zij onder strikte voorwaarden genoemd in artikel 5.14 van de
                        Telecommunicatiewet, een belang hebben in een dergelijke onderneming.</al><al><vet>Eigendom netwerken </vet></al><al>De Telecommunicatiewet bepaalt dat het telecombedrijf eigenaar is van zijn
                        netwerk. Voor andere netwerken van nutsleidingen als water, elektriciteit,
                        etc. bestond de vraag of de grondeigenaar door zogenaamde verticale
                        natrekking eigenaar is, of het nutsbedrijf door horizontale natrekking. In
                        het wetsontwerp is een wijziging van het Burgerlijk Wetboek opgenomen
                        waardoor het nu vaststaat dat netwerken eigendom zijn van de bevoegde
                        aanlegger. Dit geldt ook voor reeds aangelegde netwerken. </al><al>Voor een uitgebreide toelichting kan worden verwezen naar de website van de
                        VNG, www.vng.nl en die van het Gemeentelijke Platform Kabels en Leidingen
                        (GPKL), www.gpkl.nl.</al><al>Evenals de oude wet heeft het telecombedrijf op basis van artikel 5.4, lid
                        1, voorafgaand aan de start van de werkzaamheden voor het leggen,
                        instandhouding of verwijderen van kabels in de openbare grond een
                        instemmingsbesluit van het college. </al><al>De leden 2 en 3 bepalen welke voorschriften het college aan het
                        instemmingsbesluit kunnen verbinden. De leden 4 en 5 leggen de verplichting
                        op aan de gemeenteraad tot het bij verordening regels vast te stellen
                        omtrent:</al><lijst><li nr="a."><al>het tijdstip, voorafgaand aan het verrichten van de werkzaamheden,
                                waarop de melding uiterlijk moet zijn gedaan;</al></li><li nr="b."><al>de gegevens die bij de melding moeten worden verstrekt, waaronder
                                het uitvoeringsplan;</al></li><li nr="c."><al>de wijze van uitvoering van de werkzaamheden bij aanleg,
                                instandhouding en opruiming;</al></li><li nr="d."><al>het bevorderen van medegebruik van voorzieningen;</al></li><li nr="e."><al>het afstemmen van de voorgenomen werkzaamheden met beheerders van
                                overige in de grond aanwezige werken;</al></li><li nr="f."><al>de wijze van melding en uitvoering van spoedeisende werkzaamheden in
                                verband met ernstige belemmeringen of storing van de
                                communicatie;</al></li></lijst><al>In de verordening wordt onderscheid gemaakt tussen werkzaamheden van al dan
                        niet ingrijpende aard.</al><al><vet>Artikelsgewijze toelichting:</vet></al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1:</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>De begripsomschrijvingen zijn voor zover nodig aan de nieuwe nummering van
                        de Telecommunicatiewet aangepast.</al><al><onderstreept>Kanttekeningen:</onderstreept></al><al>·Openbaar telecommunicatie elektronisch communicatienetwerk</al><al>De gedoogplicht van de gemeente geldt slechts voor
                            <cursief>openbare</cursief> elektronische communicatienetwerken, in
                        artikel 1.1 h van de Telecommunicatiewet gedefinieerd als een ‘elektronisch
                        communicatienetwerk dat geheel of hoofdzakelijk wordt gebruikt om openbare
                        elektronische communicatiediensten aan te bieden, waaronder mede begrepen
                        een netwerk, bestemd voor het verspreiden van programma’s voor zover dit aan
                        het publiek geschiedt.</al><al>·Kabels en ondersteuningswerken</al><al>Onder kabels verstaat de Telecommunicatiewet het geheel van voorzieningen
                        ten behoeve van een openbaar elektronisch communicatienetwerk, dus de
                        ondersteuningswerken en beschermingswerken (buizen), maar ook de benodigde
                        kasten en dergelijke.</al><al>In de begripsomschrijving zijn de voorzieningen apart genoemd.</al><al>Voorzieningen, niet in gebruik voor een openbaar elektronisch
                        communicatienetwerk, vallen volgens artikel 5.15 van de wet ook onder de
                        gedoogplicht met dien verstande dat de gedoogplicht eindigt, indien niet na
                        10 jaar de ondersteuningswerken deel zijn gaan uitmaken van een openbaar
                        elektronisch communicatienetwerk (artikel 5.2, lid 8 van de wet).</al><al>·Werkzaamheden van niet-ingrijpende aard</al><al>Met het apart definiëren van dergelijke werkzaamheden wordt gevolg gegeven
                        aan artikel 5.4, lid 5, van de Telecommunicatiewet. Binnen de
                        begripsbepaling zijn enige voorbeelden opgenomen van niet ingrijpende
                        werkzaamheden. Het staat de gemeente vrij de omschrijving van werkzaamheden
                        van niet ingrijpende aard zelf anders in te vullen. Het is immers een
                        uitzondering op de standaard meldplicht van artikel 4 van de verordening en
                        daarom een limitatieve opsomming.</al><al>·Handboek Kabels en Leidingen</al><al>In overeenstemming met de aanbeveling van de Vereniging van Nederlandse
                        Gemeenten stelt het college nadere (beleids)regels op die met name zien op
                        de uitvoering van de werkzaamheden in de openbare ruimte, door deze op te
                        nemen in een handboek Kabels en Leidingen. In dit handboek komen de algemene
                        uitvoeringsregels, zoals de wegafzettingen tijdens de uitvoering, het
                        informeren van omwonenden, technische voorschriften over het herstel van de
                        straat etc. Het voordeel is dat deze voorschriften dan niet in ieder af te
                        geven instemmingsbesluit hoeven te worden opgenomen. Verder heeft het
                        handboek betrekking hebben op alle kabels en leidingen in gemeentegrond, dus
                        niet alleen telecommunicatiekabels. Het college zal dergelijke voorschriften
                        vaststellen. </al><al>Op deze wijze kan flexibel op de ontwikkelingen worden ingespeeld.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2:</nr><titel>Wijze van melding van voorgenomen werkzaamheden</titel></kop><al>De algemene melding voor de uitvoering van werkzaamheden dient, in samenhang
                        met artikel 5, lid 1, van de verordening, te geschieden acht weken voor de
                        aanvang van de werkzaamheden.</al><al>In het tweede lid is uitdrukkelijk de mogelijkheid opgenomen om voor de
                        melding overleg te voeren. In dit overleg kan onder meer aan de orde komen
                        het mogelijk medegebruik van voorzieningen en het splitsen van de
                        werkzaamheden bij omvangrijke projecten. Op deze wijze wordt bevorderd dat
                        de termijn van acht weken ook werkelijk kan worden gehaald.</al><al>Het vierde lid geeft de mogelijkheid van een eenvoudige melding van drie
                        werkdagen voor de aanvang van de werkzaamheden aan de hand van een nader
                        vast te stellen formulier.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3:</nr><titel>Ernstige belemmeringen en storingen</titel></kop><al>In dit artikel wordt aan artikel 5.4, lid 4, sub f en artikel 5.6 van de
                        Telecommunicatiewet voldaan. In dit geval kan worden volstaan aan een
                        melding aan de burgemeester of een door hem of haar aan te stellen
                        ambtenaar. Ernstige belemmeringen of storingen in de communicatie zijn niet
                        nader omschreven, wel wordt in de toelichting op de wet als voorbeeld
                        gegeven de situatie van een kabelbreuk. Het gemeentebestuur zal moeten
                        beoordelen of een ernstige belemmering of storing in de communicatie voor
                        één individuele aansluiting voldoende reden is om als spoedeisend te worden
                        aangemerkt. Om onduidelijkheid te voorkomen is het raadzaam om deze
                        overweging kenbaar te maken aan de in de gemeente opererende
                        telecombedrijven.</al><al>Artikel 5.6, lid 5 van de Telecommunicatiewet geeft de mogelijkheid in de
                        verordening gebieden aan te wijzen waar om redenen van veiligheid dit
                        artikel niet van toepassing is. Hierbij is gedacht aan bijvoorbeeld
                        industriegebieden met daarin liggende buisleiding voor transport van
                        gevaarlijke stoffen. In dergelijke gebieden is het niet aanvaardbaar dat
                        daar zonder toezicht van de gemeente wordt gegraven.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4:</nr><titel>Gegevensverstrekking</titel></kop><al>Dit artikel is een invulling van artikel 5.4, vierde lid van de
                        Telecommunicatiewet.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5:</nr><titel>Beslistermijn en aanhouding</titel></kop><al>Aansluitend op artikel 4:13 van de Algemene Wet Bestuursrecht dient het
                        college uiterlijk acht weken na ontvangst van de melding de beslissing te
                        nemen en indien dit niet mogelijk is een redelijke termijn te noemen waar
                        binnen de beslissing tegemoet kan worden voorzien.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6:</nr><titel>Voorschriften en beperkingen bij instemming</titel></kop><al>De wetgever heeft in de Telecommunicatiewet de voorschriften op genomen, die
                        het college in het instemmingsbesluit kan opnemen. Het gaat om artikel 5.4
                        leden 2 en 3 van de Telecommunicatiewet: . Burgemeester en wethouders kunnen
                        om redenen van openbare orde, veiligheid, het voorkomen of beperken van
                        overlast, de bereikbaarheid van gronden of gebouwen, dan wel ondergrondse
                        ordening in het instemmingsbesluit voorschriften opnemen.</al><lijst><li nr="3."><al>De voorschriften kunnen slecht betrekking hebben op</al><lijst><li nr="a."><al>De plaats van de werkzaamheden;</al></li><li nr="b."><al>het tijdstip van de werkzaamheden, met dien verstande dat
                                        het toegestane tijdstip van aanvang, behoudens zeer
                                        zwaarwichtige redenen van publiek belang als genoemd in het
                                        tweede lid, niet later mag plaatsvinden dan 12 maanden na de
                                        datum van afgifte van het instemmingsbesluit;</al></li><li nr="c."><al>de wijze van uitvoering van de werkzaamheden;</al></li><li nr="d."><al>het bevorderen van medegebruik van de voorzieningen;</al></li><li nr="e."><al>het afstemmen van overige in de grond aanwezige werken.</al></li></lijst></li></lijst><al>Deze bepalingen dient het college in acht te nemen bij het geven van
                        voorschriften bij het instemmingbesluit. Hierbij moet worden bedacht dat het
                        instemmingsbesluit een beschikking is in het kader van de Algemene wet
                        bestuursrecht en de aanbieder, indien deze het niet eens is met de gegeven
                        voorschriften bij het instemmingsbesluit, in bezwaar en beroep kan gaan
                        resp. bij de rechtbank Rotterdam en het College van Beroep voor het
                        bedrijfsleven (Artikel 17.1 Telecommunicatiewet) Het derde lid van artikel 6
                        van de verordening geeft invulling aan artikel 5.4, tweede en derde lid van
                        de wet.</al><al>Het college kan dus de werkingsduur van het instemmingsbesluit beperken om
                        te voorkomen dat een aanbieder nog gebruik maakt van een dergelijk besluit
                        geruime tijd na afgifte. Immers het intussen gewijzigde gebruik van de
                        openbare gronden kan het aanleggen van een telecomkabel onwenselijk maken. </al><al>Het eerste lid geeft als aanvulling dat het college naast voorschriften over
                        tijdstip plaats en dergelijke met betrekking tot de uitvoering ook
                        voorschriften opstellen over de uitstraling, vormgeving, kleur, situering en
                        afmetingen van voorzieningen als kasten handholes en dergelijke behorende
                        bij het netwerk.</al><al>Het tweede en derde lid heeft betrekking op de situatie dat er een
                        instemmingsbesluit wordt gevraagd voor een tracé door een straat waarvan de
                        verharding langer dan een door de gemeente nader vast te stellen jaren is
                        vernieuwd of aangelegd of voor een tracé door de kantonrechter. In het
                        vooroverleg tussen gemeente en aanbieder zal dan worden onderzocht of een
                        alternatief tracé mogelijk is, waarover partijen het eens kunnen worden. </al><al>Indien geen alternatief tracé kan worden gevonden of indien de aanbieder het
                        alternatieve tracé afwijst, zal de gemeente herstel over de gehele straat-
                        of trottoirbreedte eisen. Zo’n eis tot schadevergoeding maakt geen deel uit
                        van het instemmingsbesluit, maar vormt een nadere concretisering van art.
                        5.7 Telecommunicatiewet inzake schadevergoeding. Wel kan het
                        instemmingsbesluit verwijzen naar gemaakte of te maken afspraken inzake
                        vierkant herstraten. Een eventueel geschil inzake schadevergoeding zal,
                        ongeacht de hoogte van de vordering, ingevolge art. 5.13 Telecommunicatiewet
                        worden beslist door de kantonrechter. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7:</nr><titel>(Mede)gebruik van voorzieningen en vooroverleg</titel></kop><al>Zoals aangeven kunnen de voorschriften bij het instemmingsbesluit het
                        medegebruik van voorzieningen bevorderen. Het medegebruik beperkt het graven
                        in de openbare gronden en strekt daarmee tot voordeel van de gemeente. Het
                        medegebruik kan aan de orde komen in het vooroverleg over het af te geven
                        instemmingsbesluit. In lid 3 is de verplichting voor de aanbieder opgenomen
                        van vooraangelegde voorzieningen, indien daartoe een redelijk aanbod wordt
                        gedaan. De vraag wat een redelijk aanbod is kan worden beantwoord als volgt:
                        de aanwezige voorziening is zowel in kwaliteit als in kosten een volwaardig
                        alternatief voor het eigen graafrecht van de aanbieder. </al><al>Het vierde lid behandelt de situatie indien de gemeentelijke
                        leidingprofielen geen ruimte bieden voor de aanleg van kabels.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8:</nr><titel>Melding wijziging voorzieningen</titel></kop><al>Artikel 5.2, lid 8 van de Telecommunicatiewet bepaalt dat aan de
                        gedoogplicht een einde komt als gedurende tien jaar een kabel geen onderdeel
                        uitmaakt van een openbaar elektronisch communicatienetwerk. Om die reden is
                        het van belang dat de gedoogplichtige gemeente in kennis wordt gesteld van
                        het in- of uit gebruik stellen van kabels ten einde bij overschrijding van
                        die termijn over te kunnen gaan tot het verzoeken van verwijdering van de
                        kabel.</al><al>Artikel 5 lid 2b van de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten
                        (WION) verstrekt de dienst (het Kadaster) op verzoek aan bestuursorganen
                        gebiedsinformatie voorzover deze noodzakelijk is voor de uitvoering van hun
                        taak. Op deze wijze voorziet deze wet in de informatiebehoefte van de
                        gemeente over de in het openbaar gebied liggende telecomkabels. De WION
                        registreert echter niet of de kabels al dan niet in gebruik zijn. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9:</nr><titel>Intrekking oude verordening</titel></kop><al>De oude verordening moet worden ingetrokken zodat de nieuwe verordening in
                        werking kan treden. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><al>Met dit artikel wordt beoogd om een of meerdere ambtenaren door het college
                        aan te wijzen als toezichthouders. Zij zullen toezicht houden op de naleving
                        van de voorschriften bij of krachtens deze verordening. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10:</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>Het moment van afgeven van het instemmingsbesluit bepaalt of de oude of
                        nieuwe verordening van kracht is op de (voorgenomen) graafwerkzaamheden.
                    </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11:</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>De verordening treedt met ingang van de achtste dag na publicatie in
                        werking. De nog lopende instemmingbesluiten voor kabel(s) die nog niet of
                        niet volledig zijn gelegd blijven van kracht met dien verstande dat deze
                        vallen onder de oude verordening.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>12:</nr><titel>Citeerartikel</titel></kop><al>Door toevoeging van de naam van de gemeente aan de citeertitel is het voor
                        eenieder die de verordening opvraagt duidelijk dat dit de verordening
                        betreft van die met name genoemde gemeente.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>