<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR386071_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Huisvestingsverordening Rijnwaarden 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Rijnwaarden</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-12-17</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zevenaar</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">GVOP</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Huisvestingsverordening Rijnwaarden 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 4, eerste lid Huisvestingswet 2014</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 5 Huisvestingswet 2014</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 6 Huisvestingswet 2014</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 35 Huisvestingswet 2014</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-11-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Huisvestingsverordening</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>
      Huisvestingsverordening Rijnwaarden 2016
    </intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Rijnwaarden;</al><al>Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Rijnwaarden;</al><al>Gelet op de artikelen 4, eerste lid, 5, 6 en 35 van de Huisvestingswet
                        2014;</al><al/><al>Besluit vast te stellen de Huisvestingsverordening Rijnwaarden 2016</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al/><al>Aanbodmodel: Toewijzingssystematiek voor woonruimten die aan
                            woningzoekenden worden aangeboden op basis van het
                            meettijdcriterium.</al><al/><al>CIZ-indicatie: CIZ staat voor Centrum Indicatiestelling Zorg. Het CIZ
                            verleent indicaties voor zorg die vanuit de WLZ (Wet Langdurige Zorg)
                            wordt geleverd.</al><al/><al>Corporatie: Toegelaten instelling als bedoeld in artikel 70 van
                            Woningwet die feitelijk werkzaam is in een of meer gemeenten in de
                            woningmarktregio.</al><al/><al>Doorstromer: Woningzoekende die bij verhuizing binnen of naar de regio
                            een zelfstandige woonruimte (huur of koop) in Nederland leeg
                            achterlaat.</al><al/><al>Herstarter: Woningzoekende die een zelfstandige woonruimte verlaat
                            zonder dat deze woonruimte beschikbaar komt; dit vanwege echtscheiding,
                            beëindiging partnerregistratie of samenwoning (minimaal gedurende twee
                            jaar, zoals bedoeld in art. 267 lid 3 van Boek 7 van het Burgerlijk
                            Wetboek).</al><al/><al>Huishouden: Een alleenstaande, of twee of meer personen die een
                            gemeenschappelijke huishouding voeren of willen gaan voeren.</al><al/><al>Huishoudinkomen: Het gezamenlijke verzamelinkomen als bedoeld in artikel
                            2.3 van de Wet Inkomstenbelasting 2001 van de bewoners van een
                            woonruimte met uitzondering van de kinderen in de zin van artikel 4 van
                            de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, met dien verstande dat
                            in het eerste lid van dat artikel voor ‘belanghebbende’ telkens wordt
                            gelezen ‘huurder’. </al><al/><al>Huurtoeslaggrens: De huurprijs als bedoeld in artikel 13 lid 1 sub a van
                            de Wet op de huurtoeslag. De huurtoeslaggrens geeft de maximale huur van
                            sociale huurwoningen aan en tevens de maximale huur waarbij een huurder
                            nog in aanmerking kan komen voor huurtoeslag. Per 1 januari 2015
                            bedraagt deze grens € 710,68. Het bedrag wordt door het Rijk
                            vastgesteld.</al><al/><al>Inkomensverklaring: Een officiële verklaring van de Belastingdienst
                            betreffende de inkomensgegevens over een bepaald belastingjaar (ook wel
                            een IBRI-verklaring genoemd).</al><al/><al>Inschrijfduur: De periode dat een starter geregistreerd staat als
                            woningzoekende in een register van woningcorporaties in de regio.</al><al/><al>Levensloopgeschikte woonruimte: Woonruimte die geschikt is voor een
                            bewoner met een fysieke woningbeperking, als bedoeld in bijlage 2.</al><al/><al>Lotingmodel: Toewijzingssystematiek voor woonruimten die aan reguliere
                            woningzoekenden worden aangeboden op basis van loting zonder dat de
                            meettijd hierbij van invloed is.</al><al/><al>Maatwerk: Toewijzing van woonruimte die in afwijking van de regels van
                            het aanbod- of lotingmodel door de woningcorporaties op basis van
                            bemiddeling of in de vorm van experimenten.</al><al/><al>Mantelzorg: Hulp als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet
                            maatschappelijke ondersteuning 2015.</al><al/><al>Meettijd: Tijd tussen de datum waarop een woningzoekende geregistreerd
                            staat (de registratiedatum) in een register van woningcorporaties in de
                            woningmarktregio en het moment waarmee deze woningzoekende reageert op
                            een woonruimte. </al><al/><al>Registratiedatum: Voor een starter het eerste moment van inschrijving
                            (inschrijfdatum) in het register van een in de woningmarktregio werkzame
                            corporatie. Voor een doorstromer en herstarter de datum waarop deze
                            persoon in de Basisregistratie personen (BRP) staat geregistreerd op het
                            zelfstandig woonadres op het moment van inschrijven.</al><al/><al>Rolstoelgeschikte woonruimte: Woonruimte die geschikt is voor een
                            bewoner die is aangewezen op een rolstoel, als bedoeld in bijlage
                            2.</al><al/><al>Starter: Woningzoekende die bij verhuizing geen zelfstandige woonruimte
                            achterlaat.</al><al/><al>Student: Degene die staat ingeschreven aan een universiteit, hogeschool
                            of MBO instelling (niveau 4).</al><al/><al>Vergunninghouder: Vergunninghouder als bedoeld in artikel 1, eerste lid
                            onder g van de wet. </al><al/><al>Verhuurdersverklaring: Verklaring van de (laatste) verhuurder omtrent
                            het woon- en betalingsgedrag van een woningzoekende.</al><al/><al>Wmo-indicatie: Indicatie afgegeven door burgemeester en wethouders aan
                            woningzoekenden, die vanwege de aard van hun fysieke beperking zijn
                            aangewezen zijn op een levensloopgeschikte of rolstoelgeschikte
                            woonruimte, zoals aangegeven in bijlage 2.</al><al/><al>Wet: De Huisvestingswet 2014.</al><al/><al>Woningmarktregio: De regio waarin de volgende gemeenten zijn gelegen:
                            Arnhem, Beuningen, Duiven, Doesburg, Druten, Groesbeek, Heumen,
                            Lingewaard, Montferland, Mook en Middelaar, Nijmegen, Overbetuwe,
                            Renkum, Rheden, Rijnwaarden, Rozendaal, Westervoort, Wijchen,
                            Zevenaar.</al><al/><al>Woningzoekende: Een meerderjarig persoon die in het bezit is van de
                            Nederlandse nationaliteit of van een geldige verblijfstitel en is
                            ingeschreven in het registratiesysteem als bedoeld in artikel 3, en het
                            huishouden, waarvan hij deel uitmaakt.</al><al/><al>Woonduur: De periode dat een huishouden aaneengesloten de huidige
                            zelfstandige woonruimte in Nederland bewoont, conform de gegevens van de
                            BRP.</al><al/><al>Zelfstandige woonruimte: Woonruimte die door een huishouden kan worden
                            bewoond zonder dat het huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke
                            voorzieningen buiten die woonruimte, dan wel een standplaats voor een
                            woonwagen.</al><al/><al>Zorgwoning: Woonruimte die deel uitmaakt van een cluster woonruimten die
                            door een corporatie is aangewezen voor woningzoekenden met een
                            CIZ-indicatie, die minder goed in staat zijn om geheel zelfstandig te
                            opereren op de woningmarkt en allerlei vorm van ondersteuning nodig
                            hebben die alleen in en rond de woonruimte op een passende manier
                            gegeven kan worden. Voor het leveren van deze benodigde zorg- en/of
                            dienstverlening is sprake van een samenwerkingscontract tussen
                            corporatie en zorgleverancier. De zorgaanbieder beheert bij voorkeur
                            zelf de wachtlijst van klanten en bepaalt de voorrangsregels van
                            toewijzing.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>De huisvestingsvergunning</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Zelfstandige woonruimten in eigendom van een corporatie
                                meteen huurprijs beneden de huurtoeslaggrens als bedoeld
                                in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag
                                mogen niet voor bewoning in gebruik worden genomen of gegeven als
                                daarvoor geen huisvestingsvergunning is verleend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde in lid 1 geldt niet voor zorgwoningen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Registratie van woningzoekenden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Corporaties dragen in het kader van deze verordening zorg voor het
                                aanleggen en bijhouden van een uniform registratiesysteem van
                                woningzoekenden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Registratie als woningzoekende in dit systeem kan vooraf
                                plaatsvinden of tegelijkertijd met de eerste reactie op een
                                aangeboden woonruimte.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Uitschrijving als woningzoekende vindt plaats: </al><lijst><li nr="a."><al>Op schriftelijk verzoek van de woningzoekende of diens
                                        nabestaanden; </al></li><li nr="b."><al>Na constatering van verwijtbare nalatigheid, zoals het niet
                                        tijdig doorgeven van gewijzigde relevante gegevens of het
                                        verstrekken van onjuiste informatie over de betreffende
                                        inschrijving. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Aanvraag en inhoud huisvestingsvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag om een huisvestingsvergunning wordt ingediend op het
                                moment dat zekerheid bestaat over de te betrekken woonruimte door
                                gebruikmaking van een door burgemeester en wethouders vastgesteld
                                formulier. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de aanvraag worden de volgende gegevens verstrekt:</al><lijst><li nr="a."><al>omvang van het huishouden dat de woonruimte gaat
                                        betrekken;</al></li><li nr="b."><al>huishoudinkomen;</al></li><li nr="c."><al>naam en adres van de huurder; </al></li><li nr="d."><al>adres, naam van de verhuurder en huurprijs van de te
                                        betrekken woonruimte; </al></li><li nr="e."><al>beoogde datum van het betrekken van de woonruimte; </al></li><li nr="f."><al>indien van toepassing, een afschrift van de indicatie voor
                                        een woonruimte met een speciale voorziening rond
                                        toegankelijkheid en gebruik; </al></li><li nr="g."><al>indien van toepassing, de urgentie van de
                                        woningzoekende;</al></li><li nr="h."><al>indien van toepassing, een positieve verhuurdersverklaring.
                                    </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De huisvestingsvergunning vermeldt in ieder geval: </al><lijst><li nr="a."><al>adres van de woonruimte waarop de vergunning betrekking
                                        heeft; </al></li><li nr="b."><al>aan wie de vergunning is verleend; </al></li><li nr="c."><al>het aantal personen dat de woonruimte in gebruik neemt.
                                    </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Aanbod van woonruimte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het aanbod van de in artikel 2 aangewezen woonruimte wordt door de
                                corporaties bekendgemaakt door publicatie op een toegankelijk, bij
                                voorkeur gemeenschappelijk, digitaal platform. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bekendmaking bevat in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>het adres en de huurprijs van de woonruimte;</al></li><li nr="b."><al>de mededeling dat de woonruimte niet voor bewoning in
                                        gebruik genomen mag worden als daarvoor geen
                                        huisvestingsvergunning is verleend, </al></li><li nr="c."><al>en indien van toepassing, de criteria en voorrangsregels
                                        voor het verlenen van de benodigde
                                        huisvestingsvergunning.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Elke woonruimte die op deze wijze wordt verhuurd wordt binnen twee
                                weken na ondertekening van het huurcontact op hetzelfde digitale
                                platform verantwoord.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Hoofdregel woningtoewijzing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>1.Corporaties bieden vrijkomende zelfstandige woonruimten aan
                                volgens het aanbodmodel dan wel het lotingmodel, tenzij het om
                                maatwerk gaat, als bedoeld in artikel 9. De corporaties geven bij de
                                publicatie van het aanbod duidelijk aan welke zelfstandige
                                woonruimten volgens het aanbodmodel worden toegewezen, welke volgens
                                het lotingmodel en voor welke woonruimten aanvullende criteria
                                gelden in het kader van het maatwerk.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een woningzoekende kan op elk moment voor maximaal twee zelfstandige
                                woonruimten in het aanbod- of lotingmodel waarvoor de reactietermijn
                                nog open is, zijn of haar belangstelling kenbaar maken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Iedere op basis van het aanbodmodel gepubliceerde zelfstandige
                                woonruimte wordt na sluiting van de reactieperiode aangeboden aan de
                                woningzoekende met de hoogste urgentie en vervolgens aan de
                                woningzoekende met de langste meettijd, met inachtneming van het
                                gestelde in de artikelen 8 en 10a en 10b. Wanneer twee
                                woningzoekenden met een urgentieverklaring reageren op dezelfde
                                woning, dan gaat de houder van de urgentieverklaring met de oudste
                                ingangsdatum voor. Wanneer twee woningzoekenden met een
                                urgentieverklaring die op dezelfde datum is toegekend reageren op
                                dezelfde woning, dan heeft degene met de langste meettijd
                                voorrang.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De op basis van het lotingmodel toe te wijzen zelfstandige
                                woonruimte wordt toegewezen volgens een geautomatiseerde
                                lotingprocedure.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Van het totale vrijkomende woningaanbod dient jaarlijks circa 15%
                                volgens het lotingmodel te worden aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Een corporatie mag per jaar maximaal 30% van het vrijkomend aanbod
                                van de zelfstandige woonruimten die bij deze corporatie in eigendom
                                zijn uitsluiten voor urgent woningzoekenden als bedoeld in artikel
                                10a.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Weigering en acceptatie van woonruimten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De woningzoekende die volgens het lotingsmodel een uitnodiging voor
                                het bezichtigen van een zelfstandige woonruimte krijgt en hierop
                                niet reageert binnen de reactietermijn die door de corporaties wordt
                                gesteld, dan wel de woonruimte accepteert en er alsnog vanaf ziet,
                                wordt gedurende drie maanden uitgesloten van het lotingsmodel.
                                Gedurende deze periode kan de woningzoekende wel blijven reageren op
                                woonruimten die volgens het aanbodmodel worden aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De woningzoekende die een zelfstandige woonruimte accepteert,
                                behoudt de opgebouwde meettijd die vervolgens wordt vermeerderd met
                                de woonduur in de nieuwe woonruimte.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Voorrang bij woonruimte van bepaalde aard, grootte of prijs
                                (passendheidscriteria)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De corporaties wijzen woonruimten passend toe conform het bij of
                                krachtens het bepaalde in de Woningwet. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Levensloopgeschikte woonruimten kunnen door de corporaties als
                                zodanig worden gelabeld en worden bij voorrang verhuurd aan
                                woningzoekenden die hiervoor een door burgemeester en wethouders
                                afgegeven Wmo-indicatie hebben.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Rolstoelgeschikte woonruimten worden door de corporaties als zodanig
                                gelabeld en in eerste instantie verhuurd aan woningzoekenden die
                                hiervoor een door burgemeester en wethouders afgegeven indicatie
                                hebben. De woonruimten kunnen zowel op basis van bemiddeling worden
                                verhuurd als op basis van het aanbodmodel.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Zelfstandige studentenwoningen kunnen als zodanig door een
                                corporatie worden gelabeld. Gelabelde zelfstandige studentenwoningen
                                worden toegewezen aan studenten.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In het geval zelfstandige woonruimten vallen onder de woonvorm
                                woongroep krijgen woningzoekenden die lid zijn van de organisatie
                                die de woongroep beheert, voorrang.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Maatwerk</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Corporaties mogen jaarlijks maximaal 20% van het totale vrijkomende
                                woningaanbod afwijkend van hetgeen in artikel 6 is bepaald
                                toewijzen. Dit is in de eerste plaats ten behoeve van de huisvesting
                                van bijzondere doelgroepen. Maar daarnaast kan het gaan om
                                specifieke beleids- en toewijzingsexperimenten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het geval van beleids- en toewijzingsexperimenten gaat het per
                                definitie om maatregelen van tijdelijke aard. De betreffende
                                corporatie stelt burgemeester en wethouders hiervan in kennis en
                                maakt zo nodig nadere afspraken met betreffende burgemeester en
                                wethouders. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor zover woonruimten waarop het maatwerk van toepassing is worden
                                aangeboden via het aanbod- of lotingmodel, dient expliciet in de
                                aanbiedingsadvertentie te worden vermeld dat sprake is van
                                maatwerk.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10a</nr><titel>Voorrang bij urgentie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor de in artikel 2 aangegeven woonruimten wordt bij het
                                    verlenen van huisvestingsvergunningen voorrang gegeven aan
                                    urgent woningzoekenden.</al></li><li nr="2."><al>De woningzoekenden worden ingedeeld in de volgende
                                    urgentiecategorieën:</al><lijst><li nr="a."><al>woningzoekende vergunninghouders als bedoeld in artikel
                                            28 van de wet;</al><al>Deze woningzoekenden worden door een corporatie
                                            bemiddeld naar een woonruimte.</al></li><li nr="b."><al>woningzoekenden die verblijven in een voorziening voor
                                            tijdelijke opvang van personen die in verband met
                                            problemen van relationele aard of geweld hun woonruimte
                                            hebben verlaten;</al><al>Deze woningzoekenden worden door een corporatie
                                            bemiddeld naar een woonruimte.</al></li><li nr="c."><al>woningzoekenden aan wie een mantelzorgurgentieverklaring
                                            is verstrekt;</al><al>Deze woningzoekenden zoeken zelf een woonruimte.</al></li><li nr="d."><al>woningzoekenden aan wie een
                                            herstructureringsurgentieverklaring is verstrekt.</al><al>Deze woningzoekenden hebben de keuze om zelf te zoeken
                                            naar een woonruimte of door een corporatie te worden
                                            bemiddeld naar een woonruimte.</al></li><li nr="e."><al>woningzoekenden aan wie een noodurgentieverklaring is
                                            verstrekt.Deze woningzoekenden zoeken zelf naar een
                                            woonruimte.</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="3."><al>Als meerdere urgent woningzoekenden in aanmerking komen voor een
                                    huisvestingsvergunning wordt de rangorde als volgt bepaald:</al><lijst><li nr="1."><al>als eerste komen in aanmerking woningzoekenden aan wie
                                            een herstructureringsurgentieverklaring is
                                            verstrekt;</al></li><li nr="2."><al>als tweede komen in aanmerking woningzoekende
                                            vergunninghouders;</al></li><li nr="3."><al>als derde komen in aanmerking woningzoekenden die
                                            verblijven in een voorziening voor tijdelijke opvang van
                                            personen die in verband met problemen van relationele
                                            aard of geweld hun woonruimte hebben verlaten;</al></li><li nr="4."><al>als vierde komen in aanmerking woningzoekenden aan wie
                                            een mantelzorgurgentieverklaring is verstrekt;</al></li><li nr="5."><al>als vijfde komen in aanmerking woningzoekenden aan wie
                                            een noodurgentieverklaring is verstrekt.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10b</nr><titel>Urgentieverklaringen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een corporatie kan een herstructureringsurgentieverklaring
                                verstrekken aan een woningzoekende die vanwege sloop of ingrijpende
                                renovatie de woonruimte moet verlaten en daar niet terugkeert.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen een mantelzorgurgentieverklaring
                                verstrekken aan een woningzoekende die in de gemeente mantelzorg
                                verleent of ontvangt, </al><lijst><li nr="a."><al>waarbij sprake is van een ondersteuningsvraag,</al></li><li nr="b."><al>waarbij sprake is van een mantelzorgrelatie waarin de
                                        mantelzorger minimaal 10 uur per week besteedt aan het
                                        bieden van mantelzorg, en</al></li><li nr="c."><al>waarbij de verwachting is dat de mantelzorgrelatie minimaal
                                        een jaar in stand blijft.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen een noodurgentieverklaring
                                verstrekken aan een woningzoekende die zich in een persoonlijke
                                noodsituatie bevindt, indien deze noodsituatie: </al><lijst><li nr="a."><al>niet door betrokkene zelf is veroorzaakt of kon worden
                                        voorkomen, en</al></li><li nr="b."><al>niet door betrokkene zelf kan worden opgelost.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een urgentieverklaring kan worden ingetrokken, indien de
                                woningzoekende weigert een door een corporatie aan hem aangeboden
                                woonruimte te aanvaarden. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De urgentieverklaringen als bedoeld in de leden 1 en 3 zijn geldig
                                voor het verkrijgen van woonruimten in de woningmarktregio.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De urgentieverklaringen als bedoeld in de leden 2 en 3 hebben een
                                geldigheidsduur van vier maanden. Deze geldigheidsduur kan worden
                                verlengd met drie maanden.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De urgentieverklaringen vervallen door het aanvaarden van een
                                aangeboden woonruimte.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Voorwaarden bij noodurgentieverklaring</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan het verstrekken van een noodurgentieverklaring kunnen
                                voorwaarden verbonden worden. Een urgentieverklaring onder
                                voorwaarden kan worden verstrekt aan personen in bijzondere
                                omstandigheden of aan personen met zodanig ernstige psychische en/of
                                psychosociale problemen dat woonbegeleiding geïndiceerd is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voorwaarden die opgelegd kunnen worden zijn:</al><lijst><li nr="a."><al>acceptatie van begeleiding;</al></li><li nr="b."><al>toewijzing van een specifiek geschikte woonruimte.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbinden van voorwaarden aan de urgentieverlening wordt in de
                                urgentieverklaring gemotiveerd.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Wijzigingen in de woonruimtevoorraad</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Deel</vet><vet>1</vet><vet>Onttrekking</vet><vet>,</vet><vet>samenvoeging</vet><vet>en</vet><vet>omzetting</vet><vet>van</vet><vet>woonruimte</vet><vet>(Arnhem</vet><vet>en</vet><vet>Nijmegen)</vet></al><al> Dit deel is uitsluitend van toepassing in de gemeenten Arnhem en
                            Nijmegen.</al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Niet van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Aanvraag vergunning</titel></kop><al>Niet van toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Voorwaarden en voorschriften</titel></kop><al>Niet van toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Niet van toepassing.</al></li><li nr="2."><al>Niet van toepassing.</al><al/><al/></li></lijst><al><vet>Deel</vet><vet>2</vet><vet>Splitsing</vet><vet>van</vet><vet>woonruimte</vet><vet>(alleen</vet><vet>Arnhem)</vet></al><al> Dit deel is uitsluitend van toepassing in de gemeente Arnhem.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Aanwijzing vergunningplichtige gebouwen</titel></kop><al>Niet van toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Aanvraag vergunning</titel></kop><al>Niet van toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Voorwaarden en voorschriften</titel></kop><al>Niet van toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>Niet van toepassing.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Overige bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Monitoring en verantwoording</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De woonruimteverdeling vormt onderwerp van een systeem van
                                monitoring en verantwoording. De informatie wordt geleverd door de
                                corporaties die belast zijn met de uitvoering van de
                                woonruimteverdeling. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rapportage bevat in ieder geval de gegevens zoals weergegeven in
                                bijlage 3. Burgemeester en wethouders kunnen aanvullende gegevens
                                verlangen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De rapportage van de monitoring en verantwoording wordt eenmaal per
                                jaar voorgelegd aan burgemeester en wethouders. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De werking van de verordening zal uiterlijk 3 jaar na
                                inwerkingtreding integraal worden geëvalueerd. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Bestuurlijke boete</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen een bestuurlijke boete opleggen
                                voor overtreding van de verboden, bedoeld in de artikelen 8, eerste
                                en tweede lid, en 21 van de wet en voor het handelen in strijd met
                                de voorwaarden of voorschriften, bedoeld in artikel 24 van de wet.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De op te leggen bestuurlijke boete voor een overtreding van het
                                verbod, bedoeld in artikel 8, eerste van de wet bedraagt ten hoogste
                                het bedrag dat is vastgesteld voor de eerste categorie, bedoeld in
                                artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De op te leggen bestuurlijke boete voor overtreding van de verboden,
                                bedoeld in de artikelen 8, tweede lid, of 21 van de wet, of voor het
                                handelen in strijd met de voorwaarden of voorschriften, bedoeld in
                                artikel 24 bedraagt ten hoogste € 5.000. Deze boete bedraagt ten
                                hoogste € 10.000 als de woonruimte waarop de overtreding betrekking
                                heeft bedrijfsmatig wordt geëxploiteerd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien een bestuurlijke boete is opgelegd voor een overtreding van
                                de in het derde lid genoemde verboden, en binnen vijf jaar herhaling
                                van deze overtreding plaatsvindt, bedraagt de op te leggen
                                bestuurlijke boete ten hoogste 150% van de bedragen genoemd in het
                                derde lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Onvoorziene gevallen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet beslissen
                                burgemeester en wethouders, waarbij zij zich uitsluitend zullen
                                laten leiden door overwegingen betrekking hebbend op de evenwichtige
                                en rechtvaardige verdeling van schaarse woonruimte.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen van het bepaalde in deze
                                verordening afwijken of afwijking daarvan toestaan ten behoeve van
                                experimenten die in het belang zijn van de volkshuisvesting.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>Aanvragen om woningtoewijzing die zijn ingediend en woningtoewijzingen
                            die zijn verleend op grond van de Regionale huisvestingsverordening
                            Stadsregio Arnhem Nijmegen 2013 worden geacht te zijn ingediend
                            onderscheidenlijk te zijn verleend op grond van deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Inwerkingtreding verordening en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2016
                                    en vervalt op 31 december 2019.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening wordt aangehaald als Huisvestingsverordening
                                    Rijnwaarden 2016. </al></li></lijst><al/><al/><al>De verordening heeft de volgende bijlagen:</al><lijst><li nr="1."><al>Toelichting bij de Huisvestingsverordening Rijnwaarden
                                    2016;</al></li><li nr="2."><al>Bijlage voorschriften voor levensloopgeschikte woonruimten en
                                    rolstoelgeschikte woonruimten (artikel 8, lid 4
                                    Huisvestingsverordening Rijnwaarden 2016);</al></li><li nr="3."><al>Bijlage monitorgegevens (artikel 20 Huisvestingsverordening
                                    Rijnwaarden 2016).</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 24 november 2015</al></slotformulering><ondertekening>
          De voorzitter,
        </ondertekening><ondertekening>
          De griffier,
        </ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>Bijlage 1 Toelichting bij de Huisvestingsverordening Rijnwaarden
                        2016</titel></kop><tussenkop>1. Inleiding</tussenkop><al>Deze toelichting maakt deel uit van de Huisvestingsverordening Rijnwaarden 2016
                    waarin de uitvoering van de woonruimteverdeling wordt geregeld. De verordening
                    is gebaseerd op de Huisvestingswet 2014. </al><al/><tussenkop>2. Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte (artikel 1)</tussenkop><al>De Huisvestingswet 2014 bepaalt in artikel 7, eerste lid, dat de
                    huisvestingsverordening categorieën goedkope woonruimte kan aanwijzen die niet
                    voor bewoning in gebruik mogen worden genomen of gegeven indien daarvoor geen
                    huisvestingsvergunning is verleend.</al><al/><al>In de Huisvestingsverordening wordt nu bepaald dat deze vergunningsplicht geldt
                    voor zelfstandige woonruimten in eigendom van een corporatie meteen
                    huurprijs beneden de huurtoeslaggrens als bedoeld in artikel 13, eerste lid,
                    onder a, van de Wet op de huurtoeslag. In artikel 13, eerste lid onder a van de
                    Wet op de huurtoeslag wordt de rekenhuur genoemd. Volgens artikel 5, eerste lid
                    van deze wet is de rekenhuur de huurprijs, vermeerderd met de
                    servicekosten.</al><al/><al>De vergunningsplicht geldt niet voor zorgwoningen. Zorgwoningen zijn woonruimten
                    die deel uitmaken van een cluster woonruimten die door een corporatie is
                    aangewezen voor woningzoekenden met een CIZ-indicatie, die minder goed in staat
                    zijn om geheel zelfstandig te opereren op de woningmarkt en allerlei vorm van
                    ondersteuning nodig hebben die alleen in en rond de woonruimte op een passende
                    manier gegeven kan worden. Voor het leveren van deze benodigde zorg- en/of
                    dienstverlening is sprake van een samenwerkingscontract tussen corporatie en
                    zorgleverancier. De zorgaanbieder beheert bij voorkeur zelf de wachtlijst van
                    klanten en bepaalt de voorrangsregels van toewijzing</al><al/><tussenkop>3. Registratie (artikel 2)</tussenkop><al>Voor iedere ingeschreven woningzoekende is de registratiedatum de basis voor de
                    meettijd. Bij de eerste inschrijving wordt bepaald of een woningzoekende
                    starter, doorstromer of herstarter is. Voor een starter wordt de
                    registratiedatum gevormd door het moment dat deze zich inschrijft als
                    woningzoekende. Voor een doorstromer of herstarter wordt de registratiedatum
                    bepaald door de datum waarop de woningzoekende woont in de huidige woning
                    volgens de gegevens van het BRP van de betreffende gemeente. Wanneer sprake is
                    van twee herstarters uit eenzelfde huishouden (bijvoorbeeld echtscheiding
                    waarbij beide ex partners een koopwoning achterlaten en willen verhuizen naar
                    een sociale huurwoning) krijgen zij beide de woonduurdatum die op hen van
                    toepassing zijn.</al><al/><al>Voor doorstromers die willen gaan samenwonen en daarbij beiden een afzonderlijke
                    zelfstandige sociale huurwoonruimte in Nederland leeg achterlaten, geldt als
                    meettijd de som van de meettijd </al><al>van deze twee afzonderlijke doorstromers. Deze optelling geldt eenmalig, in die
                    zin dat bij eventuele volgende verhuizingen qua meettijd wordt gehandeld als
                    ware toepassing van deze regel/deze optelling nooit heeft plaatsgevonden.</al><al/><tussenkop>4. Controle van gegevens (artikel 2)</tussenkop><al>De gegevens waarmee een woningzoekende geregistreerd staat worden door de
                    betreffende corporatie gecontroleerd op het moment van toewijzing van een
                    woning. De woningzoekende is verantwoordelijk voor het actueel houden van zijn
                    inschrijfgegevens.</al><al/><al>In het geval van een duurzaam gemeenschappelijke huishouding moet deze
                    aangetoond worden door middel van:</al><lijst><li nr="·"><al>de huwelijksakte</al></li><li nr="·"><al>of het samenlevingscontract</al></li><li nr="·"><al>of akte van partnerregistratie</al></li><li nr="·"><al>of een uittreksel van het BRP waarin aangetoond wordt dat men minimaal
                            de voorgaande twee jaar met maximaal 2 meerderjarigen heeft
                            samengewoond.</al><al/></li></lijst><al>Het verbreken van de duurzaam gemeenschappelijke huishouding moet aangetoond
                    worden door middel van:</al><lijst><li nr="·"><al>een schriftelijke verklaring, ondertekend door beide partijen, waaruit
                            blijkt dat de duurzaam gemeenschappelijke huishouding verbroken is</al></li><li nr="·"><al>of een echtscheidingsconvenant</al></li><li nr="·"><al>of een akte van ontbinding geregistreerd partnerschap</al></li><li nr="·"><al>of een officieel document van ontbinding van het
                            samenlevingscontract.</al><al/></li></lijst><tussenkop>5. Procedure huisvestingsvergunning (artikelen 3 en 4)</tussenkop><al>De corporaties zorgen voor het aanleggen en bijhouden van een uniform
                    registratiesysteem van woningzoekenden. (artikel 3). </al><al>Zodra een woning door een corporatie wordt aangeboden aan een woningzoekende,
                    kan deze bij de betrokken corporatie een aanvraag om een huisvestingsvergunning
                    indienen, volgens een door burgemeester en wethouders vastgesteld formulier. De
                    corporaties zijn gemandateerd om een huisvestingsvergunning te verlenen.</al><al/><tussenkop>6. Verantwoording verhuurde woonruimte (artikel 5)</tussenkop><al>Elke woonruimte die verhuurd wordt, zal door de corporatie verantwoord worden
                    via voor het publiek toegankelijk media. Dit gebeurt binnen twee weken na
                    afgifte van de huisvestingsvergunning en het tekenen van het huurcontract. Er
                    wordt minimaal verantwoord:</al><lijst><li nr="·"><al>het adres;</al></li><li nr="·"><al>het aantal reacties;</al></li><li nr="·"><al>de meettijd c.q. code voor wijze van rangordebepaling c.q. manier van
                            toewijzing.</al><al/></li></lijst><tussenkop>7. Onderscheid tussen aanbodmodel en lotingmodel (artikel 6)</tussenkop><al>Volgens artikel 6, vijfde lid van de verordening dient van het totale
                    vrijkomende woningaanbod jaarlijks circa 15% volgens het lotingmodel te worden
                    aangeboden. De corporatie kan binnen deze verdeling zelf kiezen welke woningen
                    volgens aanbodmodel worden aangeboden en welke volgens het lotingmodel. In de
                    laatste categorie zal het met name gaan om woningen voor woningzoekenden die
                    snel een woning nodig hebben en niet in aanmerking komen voor een urgentie. Het
                    gaat in het lotingmodel dus niet om het aanbieden van de minst courante
                    woningen, maar om woningen die de beste match hebben met de beoogde categorie
                    woningzoekenden. Uiteraard kunnen de woningcorporaties via monitoring het aanbod
                    via het lotingmodel optimaliseren.</al><al/><al>Van het totale woningaanbod dient 15% via loting te worden aangeboden. Omdat de
                    situatie van zowel vraag als aanbod per gemeente en woningcorporatie kan
                    verschillen hanteert de gemeente een bandbreedte van minimaal 13% en maximaal
                    17%. Dit percentage geldt per woningcorporatie. Jaarlijks wordt per gemeente en
                    per woningcorporatie gemonitord hoeveel woningen via het lotingmodel worden
                    aangeboden, wat voor woningen het zijn en aan welke doel groepen ze worden
                    verhuurd.</al><al/><al>Mocht verhuring binnen het gekozen systeem niet tot verhuur leiden, dan is de
                    corporatie vrij in het kiezen van de methode om tot verhuring van de woning te
                    komen.</al><al/><tussenkop>8. Woningtoewijzing (artikel 7)</tussenkop><al>De woning wordt aangeboden op volgorde van de kandidatenlijst, zoals die
                    ontstaat na toepassing van de gekozen rangordebepaler (aanbodmodel, lotingmodel
                    dan wel maatwerk).</al><al/><al>Binnen het aanbodmodel wordt zowel voor starters als doorstromers en herstarters
                    de meettijd bepaald door de registratiedatum. Op dit begrip is al onder punt 3
                    ingegaan.</al><al/><al>Als het gaat om de meettijd van starters, kan de registratiedatum nauwkeurig
                    worden bepaald (niet alleen door de dag, maar ook door het tijdstip). In het
                    geval van doorstromers is het denkbaar dat twee kandidaten voor dezelfde woning
                    een gelijke registratie datum hebben. In dat geval wordt de rangorde bepaald
                    door de leeftijd, oud voor jong.</al><al/><al>Als een woningzoekende in aanmerking komt voor meer dan één woning, start in
                    principe voor alle betreffende woonruimten een aanbiedingsproces. Dit is
                    ongeacht het model dat gekozen is.</al><al/><al>Voorwaarde voor toewijzing is een positieve verhuurdersverklaring en een
                    inkomensverklaring (voor zover van toepassing) en correcte inschrijfgegevens.
                    Een inkomensverklaring kan bij de Belastingdienst worden aangevraagd via een
                    zogeheten IBRI-formulier.</al><al/><al>De corporatie verstrekt na acceptatie van de woningtoewijzing namens het
                    burgemeester en wethouders de huisvestingvergunning aan de nieuwe huurder.
                    Burgemeester en wethouders verstrekken daartoe een formulier aan de corporatie. </al><al/><tussenkop>9. Weigering huurcontract (artikel 8)</tussenkop><al>De woningcorporatie kan besluiten een kandidaat geen huurcontract aan te bieden.
                    Redenen zijn onder andere huurschuld bij de huidige of een vorige verhuurder of
                    het veroorzaken van ernstige overlast. Tevens zal de aanbieding ingetrokken
                    worden indien blijkt dat de relevante gegevens van de woningzoekende in het
                    woningzoekendenregister niet juist zijn of als de woningzoekende weigert
                    medewerking te verlenen aan het controleren van die gegevens. De weigering
                    gebeurt schriftelijk aan de betreffende kandidaat met opgaaf van reden(en) en
                    met verwijzing naar de mogelijkheid daartegen een klacht in te dienen.</al><al/><tussenkop>10. Toewijzing van levensloopgeschikte en rolstoelwoningen (artikel 8) </tussenkop><al>De Wmo-indicatie voor een levensloopgeschikte woning of een rolstoelwoning vindt
                    op lokaal niveau plaats en wordt in de hele woningmarktregio geaccepteerd. Het
                    maakt daarbij niet uit of de indicatie binnen of buiten de woningmarktregio is
                    afgegeven. </al><al/><al>Het verlenen van een Wmo-indicatie is een besluit waartegen op grond van de
                    Algemene wet bestuursrecht bezwaar en beroep kan worden aangetekend. Het college
                    van burgemeester en wethouders dat de Wmo-indicatie afgeeft neemt zelf de
                    bezwaar- en beroepschriften in behandeling. </al><al/><al>Voor de richtlijnen waaraan de betreffende woningen moeten voldoen, wordt
                    verwezen naar bijlage 2.</al><al/><al>Levensloopgeschikte woningen zijn bedoeld voor mensen met een (lichte) fysieke
                    beperking. Op lokaal niveau kunnen burgemeester en wethouders en de in de
                    gemeente werkzame corporaties afspraken maken over de toewijzing van deze
                    woningen.</al><al/><al>Rolstoelwoningen die via het aanbodmodel worden geadverteerd, worden in eerste
                    instantie uitsluitend aangeboden aan woningzoekenden met een indicatie voor een
                    levensloopgeschikte c.q. rolstoelwoning. Indien deze woningen de eerste keer
                    vruchteloos worden aangeboden, wordt de tweede keer bij voorrang geadverteerd
                    voor woningzoekenden met de betreffende indicatiestelling. Indien er dan weer
                    geen kandidaten zijn dan worden deze woningen de derde en opeenvolgende keren
                    aangeboden op basis van de normale volgordebepaling.</al><al/><tussenkop>11. Maatwerk (artikel 9)</tussenkop><al>Per corporatie mag maximaal 20% van het vrijkomende aanbod onder de
                    huurtoeslaggrens aangewend worden voor maatwerk. De 20% is berekend over het
                    totaal aantal voor verhuur beschikbare woningen. Voor landelijk werkzame
                    corporaties geldt deze in relatie tot het totaal aantal mutaties dat zij binnen
                    de woningmarktregio hebben. Voor corporaties met minder dan 20 mutaties per jaar
                    kan met het burgemeester en wethouders een afwijkend, hoger percentage maatwerk
                    worden afgesproken.</al><al/><al>Het maatwerk heeft in de eerste plaats betrekking op het via bemiddeling
                    huisvesten van specifieke doelgroepen, zoals:</al><lijst><li nr="·"><al>De huisvesting van woningzoekenden met een Wmo-indicatie voor een
                            rolstoelgeschikte woning. Een woningzoekende met een dergelijke
                            indicatie maakt de keus tussen zelfstandig op zoek gaan naar een
                            aangepaste woning of gebruik maken van bemiddeling. De Wmo-indicatie
                            vindt op lokaal niveau plaats en wordt in de hele woningmarktregio
                            geaccepteerd. Het maakt daarbij niet uit of de indicatie binnen of
                            buiten de woningmarktregio is afgegeven.</al></li><li nr="·"><al>De huisvesting van cliënten via of op voordracht van maatschappelijke
                            instellingen of bij uitstroom van cliënten uit instellingen.</al></li><li nr="·"><al>‘Tweede kans’ huisvesting na huisuitzetting.</al></li></lijst><al>De corporatie(s) verantwoorden achteraf de verhuringen die onder meer zijn
                    gedaan in het kader van bemiddeling via voor het publiek toegankelijke media
                    (bijv. verantwoordingstabel) en in hun jaarlijkse verslaglegging.</al><al/><tussenkop>12. Urgentie (artikel 10a en 10b) </tussenkop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>De deelnemende gemeenten en corporaties in de woningmarktregio hanteren
                    hetzelfde urgentiebeleid. Er wordt overal met dezelfde urgentiecriteria
                    gewerkt.</al><al/><al>Daartoe is er in de woningmarktregio één regionale urgentiecommissie werkzaam.
                    De urgentiecommissie woonruimteverdeling is namens burgemeester en wethouders
                    van de contactgemeente belast met het behandelen van alle aanvragen om
                    noodurgentie. De benoeming van de leden van deze commissie valt onder
                    verantwoordelijkheid van dit college. De werkzaamheden van de commissie zijn
                    vastgelegd in het Reglement urgentieaanvragen woonruimteverdeling, dat deel
                    uitmaakt van de bestuursovereenkomst die gemeenten in de woningmarktregio hebben
                    gesloten.</al><al/><tussenkop>Rangordebepaling</tussenkop><al>Een urgent woningzoekende gaat voor een regulier woningzoekende, tenzij voor de
                    betreffende woning de voorrang voor urgent woningzoekenden is uitgesloten. Dit
                    laatste is in de presentatie van de woning (bijvoorbeeld in de advertentie)
                    duidelijk kenbaar gemaakt. Als er twee of meer urgent woningzoekenden reageren
                    op dezelfde woning, wordt de rangorde van de urgent woningzoekenden bepaald op
                    de wijze zoals bepaald in artikel 10a.</al><al/><tussenkop>Mantelzorg</tussenkop><al>Ontvangers en verleners van mantelzorg moeten voldoen aan de volgende
                    voorwaarden om voor urgentie via een mantelzorgurgentieverklaring als bedoeld in
                    artikel 10b in aanmerking te komen:</al><lijst><li nr="·"><al>Er is sprake van een ondersteuningsvraag </al></li><li nr="·"><al>Er is sprake van een mantelzorgrelatie</al></li><li nr="·"><al>De mantelzorger besteedt minimaal 10 uur per week aan mantelzorg</al></li><li nr="·"><al>Er is sprake van langdurige ondersteuning waarbij de verwachting bestaat
                            dat de mantelzorgrelatie minimaal 1 jaar na de verklaring in stand
                            blijft.</al><al/></li></lijst><al>Daarnaast kan de afstand of reistijd tussen de ontvanger en verlener van
                    mantelzorg bij de beoordeling van een aanvraag om een
                    mantelzorgurgentieverklaring worden betrokken.</al><al>De mantelzorgurgentieverklaring is alleen geldig in de gemeente die deze
                    verklaring heeft afgegeven. Dit is de gemeente waar de mantelzorg wordt verleend
                    of ontvangen.</al><al/><al>Het verstrekken van een mantelzorgurgentieverklaring is een besluit waartegen op
                    grond van de Algemene wet bestuursrecht bezwaar en beroep kan worden
                    aangetekend. Het college van burgemeester en wethouders dat de
                    mantelzorgurgentieverklaring afgeeft neemt zelf de bezwaar- en beroepschriften
                    in behandeling.</al><al/><al>Woningzoekenden die mantelzorg verlenen of ontvangen worden niet bemiddeld naar
                    een woning. </al><al/><tussenkop>Noodsituatie</tussenkop><lijst><li nr="·"><al>Er is sprake van een persoonlijke noodsituatie.</al></li><li nr="·"><al>Een (andere) woning in de regio moet een oplossing zijn voor de huidige
                            noodsituatie.</al></li><li nr="·"><al>De huidige woning is niet geschikt (te maken) om het probleem, waarin
                            het huishouden verkeert, te verhelpen.</al></li><li nr="·"><al>De noodsituatie moet zodanig ernstig zijn dat het onverantwoord is deze
                            langer dan vier maanden te laten voortbestaan, geteld vanaf het moment
                            van behandeling van de aanvraag door de urgentiecommissie.</al></li><li nr="·"><al>De noodsituatie moet buiten de schuld (of nalatigheid) van betrokkene
                            zijn ontstaan. Betrokkene is niet verwijtbaar verantwoordelijk te
                            stellen voor het ontstaan of voortbestaan van de problemen. Voor zover
                            er sprake is van verwijtbare verantwoordelijkheid voor ontstaan of voort
                            bestaan van het probleem geldt dit tot een maximum van 3 jaar na het
                            ontstaan van de woonnoodsituatie.</al></li><li nr="·"><al>De noodsituatie was voor betrokkene niet te voorzien, ofwel betrokkene
                            was niet in staat tijdig maatregelen te nemen om de (huidige of
                            aanstaande) woonnoodsituatie te voorkomen. </al></li><li nr="·"><al>Verder was betrokkene niet in staat daarop te anticiperen door middel
                            van tijdig reageren c.q. inschrijven als woningzoekende in de
                            woningmarktregio.</al></li><li nr="·"><al>Van betrokkene wordt verwacht eerst zelf aantoonbaar naar een oplossing
                            van het probleem gezocht te hebben, voordat een noodurgentieverklaring
                            wordt aangevraagd.</al></li></lijst><al>Het verstrekken van een noodurgentieverklaring is een besluit waartegen op grond
                    van de Algemene wet bestuursrecht bezwaar en beroep kan worden aangetekend.</al><al/><tussenkop>Begeleiding en bemiddeling</tussenkop><al>Aan het verstrekken van een noodurgentieverklaring kunnen voorwaarden worden
                    verbonden (artikel 11 verordening). De voorwaarden kunnen gelden voor personen
                    in bijzondere omstandigheden of voor personen met zodanig ernstige psychische
                    en/of psychosociale problemen dat woonbegeleiding geïndiceerd is. De voorwaarden
                    die opgelegd kunnen worden, zijn:</al><lijst><li nr="·"><al>acceptatie van begeleiding;</al></li><li nr="·"><al>toewijzing van een specifiek geschikte woning.</al><al/></li></lijst><al>Aan woningzoekenden waarbij begeleiding als voorwaarde is gesteld, kan de
                    woningcorporatie bij woningtoewijzing de eis stellen dat zij deze begeleiding
                    daadwerkelijk accepteren. Weigering van begeleiding kan er toe leiden dat de
                    woningzoekende niet in aanmerking komt voor de woning.</al><al/><al>Bij de toewijzing van een specifiek geschikte woning wordt de urgente bemiddeld
                    en gaat dus niet zelf op zoek naar een woning.</al><al/><tussenkop>13. Kosten aanvraag noodurgentieverklaring</tussenkop><al>Voor de woningzoekende bedragen de kosten voor het aanvragen van een
                    noodurgentieverklaring € 55,00 (peildatum 1 januari 2015). Dit zal worden
                    geregeld in de Belastingverordening van de contactgemeente.</al><al/><tussenkop>14. Overige zaken</tussenkop><tussenkop>Bestuurlijke boete (artikel 21)</tussenkop><al>In artikel 2 is bepaald dat zelfstandige woonruimten in eigendom van een
                    corporatie meteen huurprijs beneden de huurtoeslaggrens als bedoeld in
                    artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag niet voor bewoning
                    in gebruik mogen worden genomen of gegeven als daarvoor geen
                    huisvestingsvergunning is verleend. Het handelen zonder huisvestingsvergunning
                    is een overtreding waartegen een bestuurlijke boete kan worden opgelegd. De
                    bestuurlijke boete bedraagt ten hoogte € 405.</al><al>Ook tegen het onttrekken, samenvoegen, omzetten of splitsen van een woonruimte
                    (artikel 15 van de huisvestingsverordening) zonder vergunning kan een
                    bestuurlijke boete worden opgelegd. De bestuurlijke boete bedraagt dan ten
                    hoogte € 5.000. De boete bedraagt ten hoogste € 10.000 ingeval de woonruimte
                    bedrijfsmatig wordt geëxploiteerd. Bij herhaling van de overtreding kunnen deze
                    boetes worden verhoogd met ten hoogste 50%.</al><al/><tussenkop>Calamiteiten</tussenkop><al>Corporaties hebben de mogelijkheid om in geval van calamiteiten, zoals brand en
                    bij levensbedreigende situaties, huurwoningen direct toe te wijzen.</al><al/><tussenkop>Woningruil</tussenkop><al>Woningruil valt buiten de regels van de Huisvestingsverordening en telt dan ook
                    niet mee als vrijkomend huuraanbod. Het betreft wel een mutatie en moet daarom
                    meegenomen worden in de verantwoording.</al><al/><tussenkop>Woonwagen en/of -standplaatsen</tussenkop><al>Woonwagen en/of -standplaatsen worden bij voorkeur via het aanbodmodel
                    verdeeld.In enkele gemeenten in deze regio worden deze standplaatsen via
                    bemiddeling verdeeld. Indien dit het geval is telt dit mee als maatwerk.</al><al/><tussenkop>Overgangsrecht</tussenkop><al>Op grond van artikel 23 worden procedures rond woningtoewijzing die hun
                    grondslag vinden in de Regionale huisvestingsverordening Stadsregio Arnhem
                    Nijmegen 2013 afgewikkeld volgens de nieuw vastgestelde verordening. Omdat
                    urgentieverklaringen zijn gericht op woningtoewijzing is het overgangsrecht mede
                    van toepassing op aanvragen om een urgentieverklaring die zijn ingediend en
                    urgentieverklaringen die zijn verleend op grond van de Regionale
                    huisvestingsverordening Stadsregio Arnhem Nijmegen 2013.</al><al/></bijlage><bijlage><kop><titel>Bijlage 2 Richtlijnen voor levensloopgeschikte woonruimten en
                        rolstoelgeschikte woonruimten (artikel 8, lid 2 en 3 Huisvestingsverordening
                        Rijnwaarden 2016)</titel></kop><tussenkop>Levensloopgeschikte woonruimten</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Bezoekbaarheid </al><lijst><li nr="a."><al>De bezoekbaarheid van de woonruimte dient goed te zijn, dat wil
                                    zeggen dat een bewoner/ bezoeker die gebruik maakt van
                                    loophulpmiddelen de woning goed moet kunnen gebruiken.</al></li><li nr="b."><al>Toegangen tot grondgebonden woonruimten hebben een
                                    hoogteverschil van maximaal 25 cm, dat wordt overbrugd door een
                                    helling; bij appartementen de aanwezigheid van een lift voor
                                    woonruimten die niet op de begane grond liggen.</al></li><li nr="c."><al>Aan de buitenzijde van de voordeur dient een vrije ruimte van
                                    minimaal 1,20 x 1,20 m te zijn, aan de binnenzijde minimaal 1,20
                                    m breed en 1,50 m diep met ruimte voor een garderobe.</al><al/></li></lijst></li><li nr="2."><al>Indeling</al><al>Alle primaire ruimten (woonkamer, keuken, toilet, hoofdslaapkamer en
                            badkamer) dienen op één bouwlaag te liggen. Als er verblijfsruimten op
                            meer dan één bouwlaag liggen, zijn ze onderling verbonden door een
                            veilige trap. Als de primaire ruimten (woonkamer, keuken, toilet,
                            hoofdslaapkamer en badkamer) op meer dan één bouwlaag liggen, moet
                            tevens de mogelijkheid aanwezig zijn om een traplift aan te
                            brengen.</al><al/></li></lijst><lijst><li nr="3."><al>Drempels en draaicirkels </al><lijst><li nr="a."><al>In de woonruimte zijn lage (max. 2 cm) of geen drempels. Dat
                                    geldt ook voor de toegangsdeuren tot de woonruimte of het
                                    woongebouw (in het geval van appartementen e.d.). </al></li><li nr="b."><al>Als dat laatste niet mogelijk is, dienen hogere drempels door
                                    een hellingbaan te worden overbrugd.</al></li><li nr="c."><al>De afmetingen van de keuken, hoofdslaapkamer en badkamer dienen
                                    zodanig te zijn dat een draaicirkel van 1,20 m mogelijk is.</al></li><li nr="d."><al>In het geval van een afzonderlijk toilet dient de toegangsdeur
                                    bij voorkeur haaks op de lengterichting van de toiletpot te
                                    staan.</al><al/></li></lijst></li><li nr="4."><al>De vertrekken</al><lijst><li nr="a."><al>Voor alle vertrekken geldt dat alle deurposten minimaal 75 cm
                                    breed zijn.</al></li><li nr="b."><al>Een woonruimte van minimaal 19 m<sup>2</sup> en een breedte van
                                    minimaal 3,30 m, ruimte voor zitten en eten, voldoende vrij
                                    uitzocht.</al></li><li nr="c."><al>Een privé buitenruimte (balkon, terras) van minimaal 2,00 x 1,20
                                    m.</al></li><li nr="d."><al>Een open of gesloten keuken met een aanrechtlengte van bij
                                    voorkeur 2,40 m en een vrije ruimte achter het aanrecht van
                                    minimaal 1,20 m diep.</al></li><li nr="e."><al>Een hoofdslaapruimte van minimaal 10 m<sup>2</sup>, een breedte
                                    van minimaal 2,70 m, een vrije bewegingsruimte aan minimaal één
                                    lange zijde van een tweepersoonsbed en naar een garderobe kast
                                    van minimaal 80 cm.</al></li><li nr="f."><al>Een badruimte met een (bij voorkeur drempelloze) douche,
                                    wastafel en toilet.</al></li><li nr="g."><al>Wanneer sprake is van drie of meer slaapkamers een apart tweede
                                    toilet van minimaal 110 cm x 85 cm.</al><al/></li></lijst></li><li nr="5."><al>Indien sprake is van een woongebouw (zoals bij appartementen) dienen de
                            volgende voorzieningen te worden getroffen:</al><lijst><li nr="a."><al>De aanwezigheid van een intercom/videofoon.</al></li><li nr="b."><al>Een goede verlichting in de hal, trappenhuizen, bergingen,
                                    enz.</al></li><li nr="c."><al>Een goed voor rollatorgebruikers bereikbare entree.</al></li><li nr="d."><al>Een goed voor rolstoelgebruikers bereikbare berging.</al></li><li nr="e."><al>Bij de entree van het woongebouw een vrije ruimte aan de
                                    buitenzijde van minimaal 1,50 m x 1,50 m.</al></li><li nr="f."><al>Ruimte voor zitgelegenheid voor twee personen.</al></li><li nr="g."><al>Een lift met een binnenbreedte van minimaal 90 cm breed en 1,30
                                    m diep.</al></li><li nr="h."><al>Een vrije ruimte voor de lift van minimaal 1,50 m x 1,50 m.</al></li><li nr="i."><al>Verkeersruimten (gangen, galerijen e.d.) van minimaal 1,20 m
                                    breed.</al></li><li nr="j."><al>Licht of elektrisch bedienbare deuren van minimaal 80 cm breed
                                    en drempelloos dan wel met een lage drempel.</al></li><li nr="k."><al>Een stalling en oplaadpunt voor een scootmobiel.</al><al/></li></lijst></li><li nr="6."><al>In de woonruimte dient voldoende comfort (binnenklimaat) te zijn. Indien
                            sprake is van een woongebouw dient dit gebouw voldoende veiligheid
                            (sociale veiligheid, valveiligheid) binnen en buiten de woonruimte te
                            bieden.</al><al/></li></lijst><al>Corporaties kunnen overeenkomstig certificaat A (rollatorgeschikt) van
                    hetHandboek WoonKeur Bestaande Bouw aanvullende eisen
                    stellen<vet>.</vet></al><al/><tussenkop>Rolstoelgeschikte woonruimten</tussenkop><al>Naast de hierboven voorschriften voor levensloopgeschikte woningen gelden voor
                    rolstoelgeschikte woonruimten de volgende voorschriften:</al><lijst><li nr="1."><al>Bezoekbaarheid </al><lijst><li nr="a."><al>Bezoekbaarheid </al></li><li nr="b."><al>De bezoekbaarheid van de woning dient goed te zijn, dat wil
                                    zeggen dat een bewoner/bezoeker die gebruik maakt van een
                                    rolstoel de woning goed moet kunnen gebruiken.</al></li><li nr="c."><al>Aan de buitenzijde van de voordeur dient een vrije ruimte van
                                    minimaal 1,50 m x 1,50 m te zijn, aan de binnenzijde eveneens
                                    minimaal 1,50 m x 1,50 m diep met ruimte voor een
                                    garderobe.</al><al/></li></lijst></li><li nr="2."><al>De vertrekken </al><lijst><li nr="a."><al>Een privé buitenruimte (balkon, terras) van minimaal 2,00 m x
                                    1,50 m.</al></li><li nr="b."><al>Een hoofdslaapruimte van minimaal 12 m<sup>2</sup>, een breedte
                                    van minimaal 3,00 m, een vrije bewegingsruimte aan minimaal één
                                    lange zijde van een tweepersoonsbed en naar een garderobe kast
                                    van minimaal 90 cm;</al></li><li nr="c."><al>De afmetingen van de keuken, hoofdslaapkamer en badkamer dienen
                                    zodanig te zijn dat een draaicirkel van 1,50 m mogelijk is.</al></li><li nr="d."><al>Het aanrecht dient voor iemand in een rolstoel goed bruikbaar te
                                    zijn (hoog-laag aanrecht).</al></li><li nr="e."><al>Een badruimte met een aangepaste, drempelloze douche
                                    (handgrepen/beugels, antigrip-vloer), wastafel en aangepast
                                    toilet (idem).</al><al/></li></lijst></li><li nr="3."><al>In het geval van een woongebouw (zoals bij appartementen) dienen dat
                            alle deuropeningen minimaal 85 cm breed en drempelloos te zijn. Indien
                            dit niet anders kan, dient een drempel max. 2 cm hoog te zijn).</al><al/></li><li nr="4."><al>Indien sprake is van een woongebouw (zoals bij appartementen) dienen de
                            volgende voorzieningen te worden getroffen: </al><lijst><li nr="a."><al>Een goed voor rolstoelgebruikers bereikbare entree.</al></li><li nr="b."><al>Een goed voor rolstoelgebruikers bereikbare berging met een
                                    bergingsgang van minimaal 1,10 m breed.</al></li><li nr="c."><al>Verkeersruimten (gangen, galerijen e.d.) van minimaal 1,50 m
                                    breed.</al></li><li nr="d."><al>Bij voorkeur elektrisch bedienbare deuren van minimaal 85 cm
                                    breed en drempelloos.</al><al/></li></lijst></li></lijst></bijlage><bijlage><kop><titel>Bijlage 3 Monitorgegevens (artikel 20 van de Huisvestingsverordening
                        Rijnwaarden 2016)</titel></kop><al>De inhoud van de monitorrapportage bevat in ieder geval:</al><al/><tussenkop>1. Een overzicht van de actief woningzoekenden.</tussenkop><al>Totalen per jaar </al><al>En naar de volgende onderscheiden doelgroepen: </al><al>Starters</al><al>Doorstromers</al><al>Inkomensgroepen</al><al>Leeftijdsgroepen </al><al>Herkomst </al><al>Urgent woningzoekenden </al><al/><tussenkop>2. Een overzicht van de verhuurde woningen</tussenkop><al>Totalen per jaar </al><al>En naar de volgende onderscheiden doelgroepen: </al><al>Starters</al><al>Doorstromers </al><al>Inkomensgroepen</al><al>Leeftijdsgroepen </al><al>Herkomst </al><al/><tussenkop>3. Slaagkansen </tussenkop><al>Totalen </al><al>En naar de volgende onderscheiden doelgroepen </al><al>Starters</al><al>Doorstromers </al><al>Inkomensgroepen</al><al>Leeftijdsgroepen</al><al/><tussenkop>4. Monitoring aanpassingen 2013 </tussenkop><al>Behoud meettijd bij verhuizing </al><al>Toewijzing naar verdeler (bemiddeling, meettijd, loting, direct te huur) </al><al>Sanctie “geen reactie bij loten </al><al/><tussenkop>5. Verhuisbewegingen </tussenkop><al>Weergave verhuisbewegingen (&gt;10) binnen en tussen gemeenten in de
                    woningmarktregio. </al><al/><tussenkop>6. Weergave kerngegevens voor de woningmarktregio en per gemeente. </tussenkop><al>Een en ander bij voorkeur volgens het in 2014 door Entree gehanteerde model.
                </al></bijlage></regeling></body></cvdr>