<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR385983_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten Zundert 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zundert</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-14</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zundert</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.officielebekendmakingen.nl">www.officielebekendmakingen.nl, 16-12-2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten Zundert 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://www.overheid.nl">Gemeentewet, art. 229, lid 1, sub a en b en art. 15.33 van de Wet Milieubeheer</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-08</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2015/13999</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>financiën en economie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-53069</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten Zundert 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Zundert;</al><al/><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d.
                        3-11-2015;</al><al/><al>gehoord het advies van de Ronde d.d. 18-11-2015);</al><al/><al>gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b van de
                        Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;</al><al/><al><vet>b e s l u i t :</vet></al><al>vast te stellen de:</al><al/><al>"Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en
                        reinigingsrechten 2016"</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Inleidende bepaling</titel></kop><al>Krachtens deze verordening worden geheven:</al><lijst><li nr="1."><al>een afvalstoffenheffing;</al></li><li nr="2."><al>reinigingsrechten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>"gebruik maken" in hoofdstuk II Afvalstoffenheffing: gebruik maken
                                in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>grof bedrijfsafval: afvalstoffen, niet zijnde huishoudelijke
                                afvalstoffen, met uitzondering van autowrakken, afkomstig van
                                bedrijven en instellingen, welke door aard, omvang of hoeveelheid
                                niet periodiek worden ingezameld.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Afvalstoffenheffing</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aard van de belasting en belastbaar feit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder de naam 'afvalstoffenheffing' wordt een directe belasting
                                geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening en de daarbij
                                behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven
                                ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan
                                krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een
                                verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen
                                geldt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de
                            omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt
                            recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien
                            waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer
                            een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen
                            geldt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting wordt geheven naar de grondslagen genoemd in lid 2 van
                                dit artikel en de tarieven in de bij deze verordening behorende
                                tarieventabel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De grondslagen van de belasting zijn:</al><lijst><li nr="a."><al>Een vast bedrag per perceel als bedoeld in hoofdstuk 1 van
                                        de bij deze verordening behorende tarieventabel;</al></li><li nr="b."><al>De incidentele dienstverlening als bedoeld in hoofdstuk 2
                                        van de bij deze verordening behorende tarieventabel.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Met betrekking tot de belasting die per jaar wordt geheven is het
                            belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting bedoeld in artikel 5, lid 2, letter a, hoofdstuk 1 van
                                de bij deze verordening behorende tarieventabel wordt geheven bij
                                wege van aanslag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De belasting bedoeld in artikel 5, lid 2, letter b, hoofdstuk 2 van
                                de bij deze verordening behorende tarieventabel wordt geheven door
                                middel van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke
                                kennisgeving. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door
                                toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de
                                belastingschuldige bekendgemaakt. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar
                                tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting bedoeld in artikel 5, lid 2, letter a is verschuldigd
                                bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de
                                aanvang van de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt,
                                is de belasting als bedoeld in het eerste lid van dit artikel
                                verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar
                                verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de
                                belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht, als bedoeld in het eerste lid van dit
                                artikel, in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak
                                op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar
                                verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de
                                belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de
                                belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een
                                ander perceel gebruikt maakt. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De belasting bedoeld in artikel 5, lid 2, letter b, is verschuldigd
                                bij de aanvang van de dienstverlening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990,
                                moeten de aanslagen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, worden
                                betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de
                                laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening
                                van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn twee maanden
                                na de eerste vervaldatum.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt, in geval het
                                totaalbedrag van alle op één aanslagbiljet verenigde aanslagen meer
                                bedraagt dan € 10.000, dat dit bedrag en een bestuurlijke boete op
                                dit aanslagbiljet moeten worden betaald op de laatste dag van de
                                maand volgend op die in de dagtekening van het aanslagbiljet is
                                vermeld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid van dit
                                artikel geldt, ingeval machtiging is verleend tot automatische
                                incasso en het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde
                                aanslagen € 100,00 of meer, doch niet meer dan € 10.000,00 bedraagt,
                                dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke
                                termijnbedragen, waarvan de eerste vervalt op de 28e dag van elke
                                maand volgende op de maand die in de dagtekening van het
                                aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens
                                een maand later.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De in het derde lid bedoelde machtiging tot automatische incasso
                                wordt geacht niet te zijn verleend indien twee van de tien termijnen
                                niet zijn betaald doordat automatische incasso van de betaalrekening
                                van de belastingschuldige niet mogelijk blijkt dan wel binnen 56
                                dagen na afschrijving zijn gestorneerd. Alsdan gelden de
                                betaaltermijnen als bedoeld in het eerste lid. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In afwijking van de voorgaande leden moet de kennisgeving als
                                bedoeld in artikel 7, lid 2 worden betaald:</al><lijst><li nr="a."><al>Ingeval de kennisgeving schriftelijk wordt gedaan, op het
                                        moment van het uitreiken van de kennisgeving, dan wel
                                        ingeval van toezending daarvan, binnen 30 dagen na
                                        dagtekening van de kennisgeving; </al></li><li nr="b."><al>Ingeval de kennisgeving mondeling wordt gedaan, op het
                                        moment van het doen van de kennisgeving. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                                voorgaande leden gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van de belasting wordt kwijtschelding verleend van de
                            belasting als bedoeld in hoofdstuk 1 van de bij deze verordening
                            behorende tarieventabel. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Reinigingsrechten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam "reinigingsrechten" worden rechten geheven zowel voor het
                            genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten als
                            voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde
                            gemeentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in
                            beheer of in onderhoud zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten
                            behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de
                            bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><al>De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen
                            in hoofdstuk 3 van de bij deze verordening behorende tarieventabel. De
                            tarieven die in deze tabel worden genoemd zijn excl. BTW.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De rechten bedoeld in hoofdstuk 3 van de bij deze verordening behorende
                            tarieventabel worden geheven bij wege van aanslag.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdsgelang
                                voor de jaarlijks verschuldigde rechten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechten bedoeld in artikel 13 zijn verschuldigd bij het begin van
                                het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de
                                belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt
                                zijn de rechten verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de
                                voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na de
                                aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
                                overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt,
                                bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van
                                de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na het
                                einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
                                overblijven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de
                                belastingplichtige binnen de gemeente verhuist.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnbedragen
                                waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op
                                de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en
                                de tweede twee maanden na de eerste vervaldatum.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt, in geval het
                                totaalbedrag van alle op één aanslagbiljet verenigde aanslagen meer
                                bedraagt dan € 10.000,00 dat dit bedrag en een bestuurlijke boete op
                                dit aanslagbiljet moeten worden betaald op de laatste dag van de
                                maand volgend op die in de dagtekening van het aanslagbiljet is
                                vermeld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid van dit
                                artikel geldt, ingeval machtiging is verleend tot automatische
                                incasso en het totaal bedrag van de op één aanslagbiljet verenigde
                                aanslagen € 100,00 of meer, doch niet meer dan € 10.000,00 bedraagt,
                                dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke
                                termijnbedragen, waarvan de eerste vervalt op de 28e dag van elke
                                maand volgende op de maand die in de dagtekening van het
                                aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens
                                een maand later.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De in het derde lid bedoelde machtiging tot automatische incasso
                                wordt geacht niet te zijn verleend indien twee van de tien termijnen
                                niet zijn betaald doordat automatische incasso van de betaalrekening
                                van de belastingschuldige niet mogelijk blijkt dan wel binnen 56
                                dagen na afschrijving zijn gestorneerd. Alsdan geldt de
                                betaaltermijnen als bedoeld in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                                voorgaande leden gestelde termijnen. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>Aanvullende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Nadere regels door het Dagelijks Bestuur</titel></kop><al>Het Dagelijks Bestuur van de Belastingsamenwerking West-Brabant kan
                            nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van
                            de afvalstoffenheffing en reinigingsrechten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Inwerkingtreding, overgangsbepaling en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De "Verordening reinigingsheffing Zundert 2015" van 9 december
                                    2014 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid
                                    genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat
                                    zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor
                                    die datum hebben voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag
                                    na die van de bekendmaking. </al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2016.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening
                                    afvalstoffenheffing en reinigingsrechten Zundert 2016".</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in zijn openbare vergadering van 8 december 2015.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier, </ondertekening><ondertekening>drs. J.J. Rochat </ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>De voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>L.C. Poppe-de Looff</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/Zundert/i263547.pdf">Tarieventabel behorende bij de Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten Zundert 2016</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>