<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR385860_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Woensdrecht</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-22</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Woensdrecht</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.woensdrecht.nl/internet/gemeenteblad_42497/item/gemeenteblad-2015-nr-56-17-12-2015-verordening-toeristenbelasting-woensdrecht-2016_112951.html">Gemeenteblad 2015 - nr. 56</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening toeristenbelasting Woensdrecht 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/TitelIV/HoofdstukXV/3/Artikel224/">Gemeentewet, art. 224</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-03</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-12-18</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe verordening</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Z15.04460</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>2015-088-3</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling is vervangen door de <extref doc="1.1:CVDR425803_1">Verordening toeristenbelasting Woensdrecht 2017</extref>.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Woensdrecht;</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 27
                        oktober 2015;</al><al>gelet op artikel 224 van de Gemeentewet;</al><al><vet>BESLUIT:</vet></al><al>vast te stellen de:</al><al><vet>VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN
                        TOERISTENBELASTING</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam 'toeristenbelasting' wordt een directe belasting geheven voor
                        het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een
                        vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met
                        een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn
                        ingeschreven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><al>a. volgtijdige standplaats: een terrein of terreingedeelte dat deel uitmaakt
                        van een kampeerterrein en dat ter beschikking wordt gesteld voor de
                        volgtijdige plaatsing van verschillende kampeermiddelen;</al><al>b. belastingjaar: kalenderjaar;</al><al>c. kampeermiddel: tent, tentwagen, kampeerauto, caravan dan wel enig ander
                        onderkomen of ander voertuig of gewezen voertuig of een gedeelte daarvan,
                        voor zover geen bouwwerk zijnde waarvoor een omgevingsvergunning voor een
                        bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a, Wet
                        algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist; een en ander voor zover deze
                        onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of
                        opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief
                        nachtverblijf;</al><al>d. kampeerterrein: terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht, en
                        volgens die inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het
                        plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen merendeels ten behoeve van
                        recreatief nachtverblijf;</al><al>e. vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat deel uitmaakt van
                        een kampeerterrein en dat ter beschikking wordt gesteld voor de plaatsing
                        van eenzelfde kampeermiddel gedurende een seizoen of een jaar;</al><al>f. woning: een huis, een naar aard en inrichting vergelijkbaar ander
                        onderkomen of een deel van een huis of een vergelijkbaar onderkomen;</al><al>g. particulier: een natuurlijk persoon die buiten de uitoefening van een
                        bedrijf of beroep gelegenheid biedt tot verblijf;</al><al>h. particulier verhuurde woning: een woning die door een particulier ter
                        beschikking wordt gesteld voor het houden van verblijf met overnachting
                        tegen een vergoeding in welke vorm dan ook;</al><al>i. bedrijfsmatige exploitatie: het via een bedrijf, stichting of andere
                        rechtspersoon voeren van een zodanig beheer/exploitatie, dat in de woningen
                        daadwerkelijk verblijf plaatsvindt;</al><al>j. bedrijfsmatig geëxploiteerde woning: een woning die door een bedrijf,
                        stichting of andere rechtspersoon ter beschikking wordt gesteld voor het
                        houden van verblijf met overnachting tegen een vergoeding in welke vorm dan
                        ook;</al><al>k. vaste jaarplaats: een terrein of terreingedeelte dat bestemd is voor het
                        gedurende een jaar plaatsen van eenzelfde mobiel kampeeronderkomen of
                        stacaravan, met de bedoeling meerdere jaren ter plaatse te blijven;</al><al>I. vaste seizoenplaats: een terrein of terreingedeelte dat bestemd is voor
                        het gedurende een periode van tenminste drie maanden en ten hoogste negen
                        maanden plaatsen van eenzelfde mobiel kampeeronderkomen of stacaravan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als
                            bedoeld in artikel 1.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op
                            degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel 1.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf,
                            is degene belastingplichtig die verblijf houdt als bedoeld in artikel
                            1.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al>De belasting wordt niet geheven voor het verblijf:</al><al>a. van degene die verblijft in een toegelaten instelling als bedoeld in
                        artikel 5, eerste lid, van de Wet Toelating Zorginstellingen;</al><al>b. van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de
                        Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van
                        artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voor zover deze
                        persoon verblijf houdt als bedoeld in artikel 1 van de Verordening, onder
                        verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers;</al><al>c. van degenen die educatieve bijeenkomsten bijwoont van een
                        vertegenwoordigend openbaar lichaam waarvan hij/zij of het lidmaatschap
                        bekleedt, dan wel de bijeenkomsten bijwoont ingevolge last of bevel van de
                        overheid;</al><al>d. van een gehandicapte of persoon met een beperking dan wel als verzorger
                        of ondersteuner van de gehandicapte of de persoon met een beperking verblijf
                        houdt in accommodaties van verenigingen of stichtingen, zonder winstoogmerk,
                        die blijkens hun statuten als doel hebben een vakantiefunctie te realiseren
                        voor personen met een handicap of beperking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het
                        belastingjaar. Het aantal overnachtingen wordt gesteld op het aantal
                        overnachtende personen vermenigvuldigd met het aantal nachten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Voor bedrijfsmatig geëxploiteerde woningen, particulier verhuurde
                            woningen en voor kampeermiddelen op vaste standplaatsen kan het aantal
                            overnachtingen op een bij de aangifte gedaan verzoek van de
                            belastingplichtige forfaitair worden vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het aantal personen dat heeft overnacht, wordt met betrekking tot:</al><al>a. een woning die niet volgtijdig aan wisselende gebruikers wordt
                            verhuurd, bepaald op het aantal slaapplaatsen;</al><al>b. een kampeermiddel op een vaste standplaatsen bepaald op:</al><al>.2,0 personen, indien het aantal slaapplaatsen drie of minder
                            bedraagt;</al><al>.2,4 personen, indien het aantal slaapplaatsen meer dan drie
                            bedraagt.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het aantal malen dat door de in lid 2 bedoelde personen is overnacht,
                            wordt:</al><al>a. ingeval verblijf wordt gehouden in bedrijfsmatig geëxploiteerde
                            woningen bepaald op 300;</al><al>b. ingeval verblijf wordt gehouden in particulier verhuurde woningen
                            bepaald op 300;</al><al>c. ingeval verblijf wordt gehouden in kampeermiddelen, als bedoeld in
                            het tweede lid onder b, op een vaste jaarplaats bepaald op 82;</al><al>d. ingeval verblijf wordt gehouden in kampeermiddelen, als bedoeld in
                            het tweede lid onder b, op een vaste seizoenplaats bepaald op 72.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Voor de toepassing van dit artikel wordt een woning op een bedrijfsmatig
                            geëxploiteerd terrein voor verblijfsrecreatie gelijkgesteld met een
                            kampeermiddel op een vaste standplaats.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Belastingtarief</titel></kop><al>Per overnachting bedraagt het tarief € 1,00.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel/></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Voorlopige aanslag</titel></kop><al>Na aanvang van het belastingjaar kan aan de belastingplichtige een
                        voorlopige aanslag worden opgelegd tot ten hoogste het bedrag waarop de
                        aanslag over dat jaar vermoedelijk zal worden vastgesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Aanslaggrens</titel></kop><al>Belastingaanslagen van minder dan € 10,00 worden niet opgelegd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990
                            moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnbedragen
                            waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de
                            maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de
                            tweede twee maanden na de eerste vervaldatum.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het bedrag inzake een bestuurlijke boete is invorderbaar in twee gelijke
                            termijnbedragen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand
                            volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is
                            vermeld en de tweede twee maanden na de eerste vervaldatum.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid geldt, in
                            geval het totaalbedrag van alle op één aanslagbiljet verenigde aanslagen
                            meer bedraagt dan € 10.000,00 dat dit bedrag en een bestuurlijke boete
                            op dit aanslagbiljet moeten worden betaald op de laatste dag van de
                            maand volgend op die in de dagtekening van het aanslagbiljet is
                            vermeld.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>In afwijking van de voorgaande leden moet een voorlopige aanslag worden
                            betaald in zoveel gelijke termijnen en termijnbedragen als er na de
                            maand van de dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het jaar
                            van de dagtekening overblijven, met dien verstande dat het aantal
                            betalingstermijnen steeds minimaal twee telt. De eerste termijn vervalt
                            een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende
                            termijnen telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande
                            leden gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Registratieplicht</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden een
                            registratie te houden waaruit het aantal overnachtingen als bedoeld in
                            artikel 5 blijkt.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De verplichting als bedoeld in het voorgaande lid geldt niet voor zover
                            de belastingplichtige gebruik maakt van de forfaitaire berekeningswijze
                            van de heffingsmaatstaf als bedoeld in artikel 6 .</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Nadere regels door het Dagelijks Bestuur</titel></kop><al>Het Dagelijks Bestuur van de Belastingsamenwerking West-Brabant kan nadere
                        regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de
                        toeristenbelasting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van de toeristenbelasting wordt geen kwijtschelding
                        verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Overgangsrecht en inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De 'Verordening toeristenbelasting Woensdrecht 2015', vastgesteld bij
                            raadsbesluit van 6 november 2014, wordt ingetrokken met ingang van de in
                            het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien
                            verstande, dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die
                            zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Deze verordening treedt inwerking met ingang van de eerste dag na die
                            van de bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2016.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: 'Verordening toeristenbelasting
                        Woensdrecht 2016'.</al><al/><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 3 december 2015,</ondertekening><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>