<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR385771_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Gemeenschappelijke Regeling WerkSaam Westfriesland</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Hoorn</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hoorn</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Staatscourant 2015, 47663</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Gemeenschappelijke Regeling WerkSaam Westfriesland</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet Gemeenschappelijke Regelingen, art. 1</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-11-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-08-15</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>1210786</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>001 bestuursorganen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving></cvdripm></meta><body><intitule>Gemeenschappelijke Regeling WerkSaam Westfriesland</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Zaaknummer: 1210786</al><al/><al>De gemeenteraden en de colleges van burgemeester en wethouders van de
                        gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer en
                        Stede Broec; </al><al/><lijst><li nr="-"><al>Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders
                                van oktober 2015;</al></li><li nr="-"><al>Gelet op het feit dat op 1 januari 2015 de Wet gemeenschappelijke
                                regelingen is gewijzigd en dat bestaande gemeenschappelijke
                                regelingen uiterlijk 1 januari 2016 aangepast moeten zijn aan deze
                                wet;</al></li><li nr="-"><al>Gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen en de
                                Gemeentewet;</al></li></lijst><al/><al>besluiten:</al><al/><al>De tweede wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling WerkSaam
                        Westfriesland vast te stellen. De tekst na wijziging luidt als volgt:</al><al/><al><vet>Gemeenschappelijke Regeling WerkSaam Westfriesland</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
                                onder:</al><lijst><li nr="a."><al>adviescommissie: een commissie als bedoeld in artikel 84 van
                                        de Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>algemeen bestuur: het algemeen bestuur van WerkSaam
                                        Westfriesland;</al></li><li nr="c."><al>begroting: een overzicht van de inkomsten en uitgaven van
                                        een boekjaar van WerkSaam Westfriesland; </al></li><li nr="d."><al>colleges: burgemeester en wethouders van de gemeenten;</al></li><li nr="e."><al>dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van WerkSaam
                                        Westfriesland;</al></li><li nr="f."><al>derde: een andere partij dan de gemeenten of WerkSaam
                                        Westfriesland;</al></li><li nr="g."><al>directeur: de directeur, tevens secretaris, van WerkSaam
                                        Westfriesland als bedoeld in artikel 22 van deze
                                        regeling;</al></li><li nr="h."><al>gedeputeerde staten: het college van gedeputeerde staten van
                                        de provincie Noord-Holland;</al></li><li nr="i."><al>gemeente: een van de deelnemende gemeenten Drechterland,
                                        Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer en Stede
                                        Broec, waaronder zowel de rechtspersoon als de daartoe
                                        behorende bestuursorganen kunnen zijn begrepen;</al></li><li nr="j."><al>gemeenten: de deelnemende gemeenten in de regio
                                        Westfriesland, te weten Drechterland, Enkhuizen, Hoorn,
                                        Koggenland, Medemblik, Opmeer en Stede Broec, waaronder
                                        zowel de rechtspersonen en/of de daartoe behorende
                                        bestuursorganen kunnen zijn begrepen;</al></li><li nr="k."><al>medewerker: hij die door of vanwege WerkSaam Westfriesland
                                        is aangesteld om in openbare dienst werkzaam te zijn of een
                                        WSW-status heeft;</al></li><li nr="l."><al>raden: de gemeenteraden van de gemeenten;</al></li><li nr="m."><al>verdeelsleutel: de maatstaf die aanduidt op welke wijze
                                        WerkSaam Westfriesland gefinancierd wordt;</al></li><li nr="n."><al>voorzitter: degene die het algemeen bestuur en het dagelijks
                                        bestuur leidt;</al></li><li nr="o."><al>WerkSaam: WerkSaam Westfriesland als bedoeld in deze
                                        regeling;</al></li><li nr="p."><al>wet: Wet gemeenschappelijke regelingen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Waar in deze regeling artikelen van de Gemeentewet of van andere
                                wet- en regelgeving van overeenkomstige toepassing worden verklaard,
                                treden het openbaar lichaam, het algemeen bestuur, het dagelijks
                                bestuur en de voorzitter in de plaats van respectievelijk de
                                gemeente, de raad, het college of de burgemeester.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>INSTELLING, BELANG, TAKEN EN BEVOEGDHEDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Openbaar lichaam</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er is een openbaar lichaam als bedoeld in artikel 8 eerste lid van
                                de wet, genaamd WerkSaam Westfriesland.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De gemeente heeft taken op het gebied van sociale zekerheid en
                                sociale zaken. Deze gemeentelijke taken zijn overgedragen aan het
                                openbaar lichaam WerkSaam Westfriesland. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het openbaar lichaam is formeel gevestigd te Dampten 24/26 te
                                Hoorn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belang</titel></kop><al>WerkSaam wil inwoners van Westfriesland naar vermogen laten deelnemen
                            aan de reguliere arbeidsmarkt en het beroep van inwoners op een
                            uitkering zoveel mogelijk beperken. Hiertoe ondersteunt WerkSaam
                            werkzoekenden, uitkeringsgerechtigden en werkgevers in de regio. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Doel</titel></kop><al>Het doel van WerkSaam is om uitvoering te geven aan de taken van de
                            Westfriese gemeenten op het gebied van werk en inkomen en om de daartoe
                            beschikbare middelen optimaal aan te wenden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Taken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De kerntaak van WerkSaam is het zorg dragen voor het zo snel
                                mogelijk aan werk helpen van werkzoekenden en het goed bedienen van
                                werkgevers die op zoek zijn naar (tijdelijke) arbeidskrachten.
                                Hieronder valt de beleidsontwikkeling, -vaststelling en –uitvoering
                                van de volgende regelingen:</al><lijst><li nr="a."><al>Participatiewet, met uitzondering van de bijzondere bijstand
                                        ; </al></li><li nr="b."><al>Wet Sociale Werkvoorziening;</al></li><li nr="c."><al>Wet inkomensvoorziening Oudere en gedeeltelijk
                                        arbeidsongeschikte werknemers (Ioaw);</al></li><li nr="d."><al>Wet inkomensvoorziening Oudere en gedeeltelijk
                                        arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (Ioaz);</al></li><li nr="e."><al>Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz);</al></li><li nr="f."><al>Wet educatie en beroepsonderwijs (alleen
                                        volwasseneneducatie);</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het uitvoeren van deze regelingen gaat het om de volgende
                                werkzaamheden:</al><lijst><li nr="a."><al>het verstrekken of bepalen van een uitkering,
                                        inkomensvoorziening, salaris, tegemoetkoming, voorschot of
                                        bijdrage;</al></li><li nr="b."><al>het terugvorderen of halen van verhaal n.a.v. een reeds
                                        verstrekte uitkering, inkomensvoorziening, tegemoetkoming,
                                        voorschot of bijdrage;</al></li><li nr="c."><al>het opleggen van een boete;</al></li><li nr="d."><al>het uitvoeren van fraudeonderzoeken op het gebied van
                                        bijstandverlening;</al></li><li nr="e."><al>het aanbieden van arbeidsinschakelingen en</al></li><li nr="f."><al>het aanbieden van trajecten in het kader van
                                        volwasseneneducatie</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien ten gevolge van wijziging van wettelijke regelingen, taken
                                als bedoeld in lid 1 gaan strekken ter uitvoering van een andere
                                regeling dan ter uitvoering waarvan zij na de inwerkingtreding van
                                deze gemeenschappelijke regeling strekten, dan wel indien in deze
                                werkzaamheden ten gevolge van een dergelijke wijziging veranderingen
                                optreden, blijven zij, voor zover hun strekking en omvang door die
                                wijziging niet wezenlijk veranderen, behoren tot de taken die lid 1
                                aan WerkSaam opdraagt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Eveneens behoort tot de taken het verrichten van
                                bedrijfsvoeringstaken ter uitvoering van lid 1 en 2 zoals
                                bedrijfsvoeringstaken op het gebied van personeel, informatie,
                                juridische zaken, organisatie, financiën, administratie,
                                communicatie, huisvesting en ICT-dienstverlening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Overige, extra en plustaken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een individuele deelnemende gemeente kan het Algemeen Bestuur
                                verzoeken om een bestaande taak voor die gemeente te intensiveren,
                                mits daarvoor de bijbehorende middelen beschikbaar worden gesteld.
                                Het Algemeen Bestuur beslist of het verzoek geen verstorend effect
                                heeft op de bedrijfsvoering van WerkSaam.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen bestuur beslist bij unanimiteit over de vraag of, onder
                                welke condities en in welke omvang WerkSaam de in artikel 5 lid 1
                                van deze regeling genoemde taken voor derden gaat uitvoeren op basis
                                van een privaatrechtelijke overeenkomst.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het algemeen bestuur beslist bij unanimiteit over de vraag of, onder
                                welke condities en in welke omvang WerkSaam extra taken gaat
                                uitvoeren voor de gemeente(n) mits deze taken passen bij het doel
                                als omschreven in artikel 4 van deze regeling.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het algemeen bestuur beslist over de vraag of, onder welke condities
                                en in welke omvang WerkSaam plustaken gaat uitvoeren voor de
                                gemeente(n) mits deze taken passen bij het doel als omschreven in
                                artikel 4 van deze regeling. Plustaken worden alleen uitgevoerd op
                                basis van een verzoek van de desbetreffende gemeente(n).</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Uitsluitend recht en ondersteunende diensten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>WerkSaam verleent aan de gemeenschappelijke regeling SSC DeSom een
                                uitsluitend recht als bedoeld in artikel 2.24 van de
                                Aanbestedingswet voor de diensten ten behoeve van de in artikel 5
                                van deze regeling genoemde taken op het gebied van
                                ICT-dienstverlening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>WerkSaam Westfriesland ziet er op toe dat het SSC DeSom zich daarbij
                                houdt aan de uitgangspunten van het EG-verdrag met betrekking tot
                                het beginsel van non-discriminatie op grond van nationaliteit en het
                                transparantiebeginsel.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>INRICHTING EN SAMENSTELLING VAN HET BESTUUR</titel></kop><paragraaf><kop><titel>Het algemeen bestuur</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Samenstelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur van WerkSaam bestaat uit twee leden per
                                    gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad van iedere gemeente wijst twee leden en een
                                    plaatsvervangend lid uit het midden van de raad of uit de leden
                                    van het college aan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het algemeen bestuur wijst uit zijn midden een voorzitter aan
                                    alsmede een vice voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De leden van het algemeen bestuur hebben, onverminderd het
                                    bepaalde in de overige leden van dit artikel, zitting gedurende
                                    de zittingsduur van de gemeenteraad.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De leden van het algemeen bestuur treden af op de dag waarop de
                                    leden van de raden van de gemeenten aftreden. Zij blijven hun
                                    functie waarnemen tot het moment dat in hun vervanging is
                                    voorzien.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het lid dat tussentijds ophoudt lid van de raad of het college
                                    van burgemeester en wethouders te zijn, houdt daarmee tevens op
                                    lid te zijn van het algemeen bestuur. Dit geldt ook voor de
                                    voorzitter. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het lid dat ter vervulling van een tussentijdse vacature als lid
                                    van het algemeen bestuur wordt benoemd, treedt af op het
                                    tijdstip waarop degene in wiens of wier plaats dit lid is
                                    benoemd, zou hebben moeten aftreden.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De leden van het algemeen bestuur die tussentijds ontslag nemen,
                                    stellen de voorzitter van het algemeen bestuur alsmede de raad
                                    die hen heeft aangewezen hiervan op de hoogte. Het ontslag is
                                    onherroepelijk.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Leden van het algemeen bestuur die tussentijds ontslag hebben
                                    genomen behouden hun lidmaatschap totdat in hun opvolging is
                                    voorzien.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>De aanwijzing voor de vervulling van plaatsen die zijn
                                    opengevallen, vindt binnen twee maanden na het vacant worden
                                    ervan plaats door de raad die het aangaat. </al></lid><lid><lidnr>11.</lidnr><al>Naast de gevallen die in de wet staan genoemd, is het
                                    lidmaatschap van het bestuur onverenigbaar met een betrekking
                                    als personeelslid of werknemer in dienst van WerkSaam. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Werkwijze</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Vergaderingen van het algemeen bestuur zijn in beginsel
                                    openbaar. De deuren worden gesloten, wanneer meer 1/5 deel van
                                    het aantal leden dat de presentielijst heeft getekend daarom
                                    verzoekt of de voorzitter het nodig oordeelt. Het algemeen
                                    bestuur beslist vervolgens of met gesloten deuren zal worden
                                    vergaderd. Van een vergadering met gesloten deuren wordt een
                                    afzonderlijk verslag opgemaakt, dat niet openbaar wordt gemaakt
                                    tenzij het algemeen bestuur anders beslist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt een reglement van orde voor zijn
                                    vergaderingen vast. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de vergaderingen van het algemeen bestuur zijn de artikelen
                                    22 en 23 van de wet van toepassing, zodat er tijdens
                                    vergaderingen van het algemeen bestuur slechts rechtsgeldig
                                    besloten kan worden indien in ieder geval meer dan de helft van
                                    het aantal leden aanwezig is.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De stemverhouding in het algemeen bestuur is als volgt:</al><lijst><li nr="a."><al>Besluiten worden genomen bij meerderheid van het aantal
                                            gemeenten, dat ook een meerderheid van het aantal
                                            inwoners van de deelnemende gemeenten vertegenwoordigt
                                            (peildatum is 1 januari voorafgaand aan het
                                            begrotingsjaar)</al></li><li nr="b."><al>Als de stemmen staken wordt het voorstel geacht te zijn
                                            verworpen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het algemeen bestuur vergadert zo vaak als hij daartoe heeft
                                    besloten, maar minimaal twee keer per jaar en verder zo dikwijls
                                    als de voorzitter dit nodig acht of ten minste twee leden van
                                    het algemeen bestuur dit verzoeken (onder schriftelijke opgave
                                    van de te behandelen onderwerpen). In dit geval vindt de
                                    vergadering binnen twee weken plaats als bedoeld in artikel 17
                                    van de Gemeentewet en artikel 22 van de wet.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De voorzitter roept de leden schriftelijk tot de vergadering
                                    op.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Tegelijkertijd met de oproep brengt de voorzitter dag, tijdstip
                                    en plaats van de vergadering ter openbare kennis. De agenda en
                                    de daarbij behorende voorstellen, met uitzondering van de in
                                    artikel 23 van de wet genoemde stukken waaromtrent geheimhouding
                                    is opgelegd, worden tegelijkertijd met de oproep en op een bij
                                    de openbare kennisgeving aan te geven wijze ter inzage gelegd
                                    als bedoeld in artikel 19 Gemeentewet en artikel 22 van de
                                    wet.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Van overeenkomstige toepassing is het bepaalde in de artikelen
                                    20, 22, 26, 28 tot en met 33 van de Gemeentewet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Besloten vergadering</titel></kop><al>Op grond van de belangen genoemd in artikel 10 van de Wet
                                openbaarheid van bestuur over de geheimhouding van de inhoud van
                                stukken is het bepaalde in artikel 23, leden 1 tot en met 4 van de
                                wet van toepassing. In een besloten vergadering van het algemeen
                                bestuur worden geen besluiten genomen over het beleidsplan, de
                                begroting, de rekening en het liquidatieplan.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Het dagelijks bestuur</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Samenstelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In het dagelijks bestuur is elk van de gemeenten
                                    vertegenwoordigd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De leden van het dagelijks bestuur en de plaatsvervangend leden
                                    worden aangewezen door en uit het algemeen bestuur. Zij worden
                                    aangewezen in de eerste vergadering van het algemeen bestuur
                                    nadat overeenkomstig artikel 8 van deze regeling de leden van
                                    het algemeen bestuur zijn aangewezen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De aanwijzing van leden van het dagelijks bestuur ter vervulling
                                    van plaatsen die openvallen, vindt plaats binnen twee maanden na
                                    de melding van de opengevallen plaats.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het lidmaatschap van het dagelijks bestuur eindigt indien het
                                    lid ophoudt lid te zijn van het algemeen bestuur.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De leden van het dagelijks bestuur treden af op de dag waarop de
                                    zittingsperiode van de gemeenteraad afloopt. Zij blijven in
                                    functie tot het moment dat het algemeen bestuur in de nieuwe
                                    samenstelling nieuwe leden voor het dagelijks bestuur heeft
                                    aangewezen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Een lid van het dagelijks bestuur kan door het algemeen bestuur
                                    worden ontslagen, als dit lid niet meer het vertrouwen van het
                                    algemeen bestuur bezit. In dit geval is het bepaalde in
                                    artikelen 49 en 50 van de Gemeentewet van overeenkomstige
                                    toepassing. Op het ontslagbesluit is artikel 8:1 van de Algemene
                                    wet bestuursrecht niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Werkwijze</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Vergaderingen van het dagelijks bestuur zijn besloten. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter of
                                    een ander lid van het dagelijks bestuur dit nodig acht, zulks
                                    onder opgave van de te behandelen onderwerpen. De vergadering
                                    vindt plaats binnen twee weken nadat het verzoek is
                                    ingekomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het dagelijks bestuur kan alleen worden besloten, indien meer
                                    dan de helft van het aantal zittende leden aanwezig is.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor zover deze regeling niet anders bepaalt, kan het dagelijks
                                    bestuur zijn werkzaamheden verdelen over zijn leden. Het
                                    dagelijks bestuur deelt zijn besluiten daarover mee aan het
                                    algemeen bestuur.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Elk lid heeft een stem. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Besluiten worden bij meerderheid van stemmen genomen. Als de
                                    stemmen staken, wordt het voorstel geacht te zijn
                                    verworpen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur kan een reglement van orde voor zijn
                                    vergaderingen vaststellen, dat aan het algemeen bestuur ter
                                    kennisneming wordt overlegd.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Voor de besluitvorming in het dagelijks bestuur en de
                                    verplichting tot geheimhouding zijn de bepa-lingen in de
                                    Gemeentewet voor het college van overeenkomstige
                                    toepassing.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>De voorzitter</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Taak en ontheffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter van het algemeen bestuur is tevens voorzitter van
                                    het dagelijks bestuur. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van
                                    het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan de voorzitter, al dan niet tijdelijk,
                                    uit zijn functie ontheffen indien deze het vertrouwen van het
                                    algemeen bestuur niet meer bezit.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij verhindering of ontstentenis van de voorzitter wordt deze
                                    vervangen door de vice voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien de voorzitter behoort tot het bestuur van een gemeente,
                                    die partij is in een geding waarbij WerkSaam is betrokken, wordt
                                    WerkSaam door de vice voorzitter vertegenwoordigd. </al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Commissies van advies</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Instelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan commissies van advies instellen. Het
                                    algemeen bestuur regelt de bevoegdheden en de samenstelling.
                                </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De instelling van vaste commissies van advies aan het dagelijks
                                    bestuur of aan de voorzitter en de regeling van haar
                                    bevoegdheden en samenstelling gebeurt door het algemeen bestuur
                                    op voorstel van het dagelijks bestuur onderscheidenlijk de
                                    voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Andere commissies van advies aan het dagelijks bestuur of aan de
                                    voorzitter worden door het dagelijks bestuur respectievelijk de
                                    voorzitter ingesteld. </al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>BEVOEGDHEDEN VAN HET BESTUUR</titel></kop><paragraaf><kop><titel>Bevoegdheden algemeen bestuur </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Bevoegdheden algemeen bestuur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Alle bevoegdheden berusten bij het algemeen bestuur voor zover
                                    deze niet bij of krachtens enige wettelijke regeling of deze
                                    regeling aan het dagelijks bestuur, de voorzitter of directeur
                                    zijn toegekend. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 33 van de wet is het
                                    algemeen bestuur in ieder geval bevoegd tot: </al><lijst><li nr="a."><al>het vaststellen van de begroting en jaarrekening; </al></li><li nr="b."><al>het vaststellen van het beleidsplan;</al></li><li nr="c."><al>het vaststellen van verordeningen door strafbepaling of
                                            bestuursdwang te handhaven; </al></li><li nr="d."><al>het voeren van rechtsgedingen; </al></li><li nr="e."><al>het besluiten tot het oprichten van en deelnemen aan
                                            gemeenschappelijke regelingen, maar niet voordat de
                                            colleges en de raden unaniem toestemming hebben
                                            verleend;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het beleidsplan en/of wijzigingen van het beleidsplan wordt voor
                                    de vaststelling eerst voor een zienswijze voorgelegd aan de
                                    raden. Het dagelijks bestuur reageert schriftelijk op de
                                    zienswijze, alvorens het algemeen bestuur het beleidsplan en/of
                                    wijzigingen van het beleidsplan vaststelt. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het algemeen bestuur besluit tot het oprichten van en deelnemen
                                    in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen en
                                    coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen als dat
                                    bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van
                                    het daarmee te dienen openbaar belang. Het besluit wordt niet
                                    genomen dan nadat de raden een ontwerpbesluit is toegezonden en
                                    in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter
                                    kennis van het algemeen bestuur te brengen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Overdracht van bevoegdheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan zijn bevoegdheden aan het dagelijks
                                    bestuur overdragen, met uitzondering van: </al><lijst><li nr="a."><al>de vaststelling of wijziging van de begroting; </al></li><li nr="b."><al>de vaststelling van de jaarrekening; </al></li><li nr="c."><al>de vaststelling van het beleidsplan;</al></li><li nr="d."><al>de aanwijzing van een of meer accountants, bedoeld in
                                            artikel 213, tweede lid, van de Gemeentewet; </al></li><li nr="e."><al>de vaststelling van de financiële verordeningen, de
                                            bijdrageverordening, de organisatieverordening en het
                                            directiestatuut; </al></li><li nr="f."><al>besluiten waarbij overeenkomstig deze regeling een
                                            zwaardere meerderheid is vereist; </al></li><li nr="g."><al>aanwijzen en al dan niet tijdelijk uit de functie
                                            ontheffen van de voorzitter en/of diens
                                            plaatsvervanger(s);</al></li><li nr="h."><al>benoemen, schorsen of ontslaan van de directeur en
                                            benoemen, schorsen of ontheffen van diens
                                            plaatsvervanger;</al></li><li nr="i."><al>de vaststelling van verordeningen door strafbepaling of
                                            bestuursdwang te handhaven.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een bevoegdheid kan niet worden overgedragen als de aard van de
                                    bevoegdheid zich hiertegen verzet. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Verantwoordings- en informatieplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur verschaft de raden en colleges binnen een
                                    redelijke termijn alle inlichtingen die door deze organen of een
                                    of meer van hun leden worden gevraagd. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een lid van het algemeen bestuur verschaft aan de raad die hem
                                    heeft aangewezen of het college van die betreffende gemeente
                                    alle inlichtingen die door een of meer leden daarvan worden
                                    verlangd. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een lid van het algemeen bestuur is aan de raad die hem heeft
                                    aangewezen verantwoording verschuldigd voor het door hem in het
                                    algemeen bestuur gevoerde beleid. </al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Bevoegdheden dagelijks bestuur </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Bevoegdheden dagelijks bestuur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur is in ieder geval bevoegd:</al><lijst><li nr="a."><al>het dagelijks bestuur van WerkSaam te voeren, voor zover
                                            niet bij of krachtens de wet of de regeling het algemeen
                                            bestuur hiermee is belast;</al></li><li nr="b."><al>beslissingen van het algemeen bestuur voor te bereiden
                                            en uit te voeren;</al></li><li nr="c."><al>regels vast te stellen over de ambtelijke organisatie
                                            van het openbaar lichaam;</al></li><li nr="d."><al>medewerkers te benoemen, te schorsen of te
                                            ontslaan;</al></li><li nr="e."><al>tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van WerkSaam te
                                            besluiten, met uitzondering van privaatrechtelijke
                                            rechtshandelingen als bedoeld in artikel 31 a van de
                                            Wet;</al></li><li nr="f."><al>te besluiten namens WerkSaam, het dagelijks bestuur of
                                            het algemeen bestuur rechtsgedingen, bezwaarprocedures
                                            of administratief beroepsprocedures te voeren of
                                            handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten,
                                            tenzij het algemeen bestuur, voor zover het algemeen
                                            bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders
                                            beslist.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur neemt, ook alvorens is besloten tot het
                                    voeren van een rechtsgeding, alle conservatoire maatregelen en
                                    doet wat nodig is ter voorkoming van verjaring of verlies van
                                    recht of bezit. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Verantwoordings- en informatieplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder
                                    afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording
                                    verschuldigd voor het door hen gevoerde bestuur. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Zij geven het algemeen bestuur mondeling of schriftelijk de door
                                    een of meer leden gevraagde inlichtingen waarvan het verstrekken
                                    niet in strijd is met het openbaar belang. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur verschaft de gemeenteraden en colleges
                                    alle inlichtingen over het door hem gevoerde bestuur die door
                                    deze organen of een of meer van hun leden worden gevraagd. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur geeft lokale rekenkamers de mogelijkheid
                                    onderzoek te doen.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Bevoegdheden voorzitter </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Bevoegdheden voorzitter</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter bevordert een goede behartiging van de zaken van
                                    WerkSaam. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter vertegenwoordigt WerkSaam in en buiten rechte.
                                </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter ondertekent de stukken die van het algemeen
                                    bestuur en dagelijks bestuur uitgaan. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Verantwoordings- en informatieplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter is aan het algemeen bestuur en het dagelijks
                                    bestuur verantwoording verschuldigd voor het door hem gevoerde
                                    bestuur. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Hij geeft het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur
                                    mondeling of schriftelijk de door een of meer leden gevraagde
                                    inlichtingen waarvan het verstrekken niet in strijd is met het
                                    openbaar belang. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter verschaft de gemeenteraden en colleges alle
                                    inlichtingen over het door hem gevoerde bestuur die door deze
                                    organen of een of meer van hun leden worden gevraagd. </al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5</nr><titel>AMBTELIJKE ORGANISATIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Directeur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De directeur wordt door het algemeen bestuur benoemd, geschorst en
                                ontslagen. Na het ontslag wordt zo spoedig mogelijk voorzien in de
                                opvulling van de vacature.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur kan in spoedeisende gevallen tot schorsing van
                                de directeur overgaan. Het doet daarvan terstond mededeling aan het
                                algemeen bestuur. De schorsing vervalt, wanneer het algemeen bestuur
                                haar niet in zijn eerstvolgende vergadering bekrachtigt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De directeur is tevens secretaris en staat het algemeen bestuur, het
                                dagelijks bestuur en de voorzitter alsmede door hen ingestelde
                                commissie(s) bij de uitoefening van hun taak terzijde.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt in een instructie nadere regels vast
                                betreffende de taak en de bevoegdheid van de directeur.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De directeur is bij de vergaderingen van het algemeen bestuur en het
                                dagelijks bestuur aanwezig.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De stukken die van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur
                                uitgaan, worden door de directeur meeondertekend.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De directeur is bestuurder in de zin van de Wet op de
                                Ondernemingsraden</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het algemeen bestuur regelt de vervanging van de directeur.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Medewerkers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur is belast met het aanstellen, schorsen en
                                ontslaan van de medewerkers, de directeur uitgezonderd. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur stelt vast de arbeidsvoorwaardenregeling van
                                de medewerkers, de directeur uitgezonderd, en neemt daartoe de
                                benodigde besluiten. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur kan de in het eerste en tweede lid bedoelde
                                bevoegdheden overdragen aan de directeur.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De collectieve arbeidsvoorwaarden regelingen van de sector gemeenten
                                (CAR/UWO) bepaalt de arbeidsvoorwaarden voor medewerkers met een
                                ambtelijke status.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De CAO Wsw bepaalt de arbeidsvoorwaarden voor medewerkers met een
                                Wsw status.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6</nr><titel>FINANCIËN EN BEHEER</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Kaderbrief</titel></kop><al>In het jaar voorafgaande aan het begrotingsjaar wordt door de
                            deelnemende raden uiterlijk 15 maart de hoogte van het over te dragen
                            participatiebudget uit de integratieuitkering sociaal domein vanuit de
                            gemeenten aan WerkSaam aangegeven. Binnen dit kader dient het beleid te
                            worden uitgevoerd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24a</nr><titel>Algemene financiële en beleidsmatige kaders</titel></kop><al>Het dagelijks bestuur zendt vóór 15 april van het jaar voorafgaande aan
                            dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige
                            kaders en de voorlopige jaarrekening aan de raden van de deelnemende
                            gemeenten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Voorbereiding begroting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur stelt een ontwerpbegroting op. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voordat de ontwerpbegroting aan het algemeen bestuur wordt
                                aangeboden, zendt het dagelijks bestuur uiterlijk 15 april deze toe
                                aan de raden. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de colleges voor een
                                ieder ter inzage gelegd en tegen betaling van de kosten algemeen
                                verkrijgbaar gesteld. Van de terinzagelegging en de
                                verkrijgbaarstelling geschiedt openbare kennisgeving. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raden beraadslagen over de ontwerpbegroting niet eerder dan twee
                                weken na de openbare kennisgeving. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De raden kunnen bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de
                                ontwerpbegroting naar voren brengen. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is
                                vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur
                                wordt aangeboden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Vaststelling begroting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt de begroting vast in het jaar
                                voorafgaande aan dat waarvoor zij dient.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Na vaststelling zendt het algemeen bestuur de begroting aan de
                                raden. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de
                                vaststelling, doch in ieder geval voor 1 augustus van het jaar
                                voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde
                                staten. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor een wijziging van de begroting, voor zover deze wijziging van
                                invloed is op de hoogte van de bijdrage van de gemeenten, geldt de
                                stemverhouding zoals is opgenomen in artikel 9 lid 4 van deze
                                regeling. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Bijdrage en vergoeding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>WerkSaam functioneert volgens het solidariteitsprincipe voor zover
                                dit betreft de apparaatskosten en de uitvoeringskosten WSW. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De taakuitvoering gebeurt binnen de door gemeenten gezamenlijk
                                beschikbaar gestelde financiële middelen. De bijdrage van de
                                gemeenten bestaat uit:</al><lijst><li nr="a."><al>Het gedeelte van de integratieuitkering sociaal domein dat
                                        de raden beschikbaar stellen voor participatie,
                                        inkomensdeel/buig en de wet sociale werkvoorziening voor
                                        zover het gaat om de budgetten die samenhangen met de taken
                                        die overgaan naar WerkSaam.</al></li><li nr="b."><al>structurele bijdrage voor dekking van het apparaatsdeel en
                                        is gebaseerd op een vaste verdeelsleutel zoals bedoeld in
                                        lid 3 van dit artikel. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De apparaatskosten bestaan uit de uitgaven voor personeel en
                                materiële overhead verminderd met de toegevoegde waarde van de
                                commerciële activiteiten. De gemeenten dragen bij aan de
                                apparaatskosten op basis van een verdeelsleutel. De aard van de
                                verdeelsleutel voor de structurele bijdrage ligt langjarig vast (de
                                verdeelmaatstaf), de berekening (percentages) wordt jaarlijks
                                gemaakt op de volgende wijze:</al><lijst><li nr="a."><al>WerkSaam maakt de jaarlijkse berekening en verwerkt dit in
                                        haar (concept)begroting. De berekening wordt gebaseerd op
                                        gegevens die op 1 januari beschikbaar zijn van het jaar
                                        waarin de begroting wordt gemaakt.</al></li><li nr="b."><al>De berekeningswijze voor de verdeelsleutel is op de
                                        onderdelen: </al><lijst><li nr="-"><al>Aantal bijstandsgerechtigden (50%): Gemiddelde van
                                                het aantal bijstandsgerechtigden per gemeente uit de
                                                landelijke CBS databank met als peiling drie
                                                voorgaande jaren. </al></li><li nr="-"><al>Aantal inwoners op 1 januari van het jaar waarin de
                                                begroting wordt gemaakt (25%).</al></li><li nr="-"><al>Uitvoeringkosten (25%): Door gemeenten opgegeven
                                                omvang van formatie en inhuur/uitbesteding per
                                                begrotingsjaar 2013 voor de taken die worden
                                                opgedragen aan WerkSaam. Dit onderdeel wordt niet
                                                aangepast.</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Resultaten op het programmadeel worden per individuele gemeente
                                afgerekend. De toegevoegde waarde van de commerciële activiteiten
                                maakt geen onderdeel uit van het programmadeel. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Gemeenten dragen bij aan de commerciële activiteiten van WerkSaam op
                                basis van afspraken die worden vastgelegd in de Regeling Bijdrage
                                gemeenten aan commerciële activiteiten. Deze regeling wordt
                                vastgesteld door het algemeen bestuur. In deze Regeling worden
                                afspraken vastgelegd t.a.v.: </al><lijst><li nr="a."><al>Totale opdrachtvolume</al></li><li nr="b."><al>Normbedrag per gemeente o.b.v. verdeelsleutel </al></li><li nr="c."><al>Bonus /malus regeling</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Voorbereiding jaarrekening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur stelt een ontwerpjaarrekening op. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voordat de ontwerpjaarrekening aan het algemeen bestuur wordt
                                aangeboden, zendt het dagelijks bestuur voor 15 april deze toe aan
                                de raden. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De ontwerpjaarrekening wordt door de zorg van de colleges voor een
                                ieder ter inzage gelegd en tegen betaling van de kosten algemeen
                                verkrijgbaar gesteld. Van de terinzagelegging en de
                                verkrijgbaarstelling geschiedt openbare kennisgeving. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raden beraadslagen over de ontwerpjaarrekening niet eerder dan
                                twee weken na de openbare kennisgeving. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De raden kunnen bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de
                                ontwerpjaarrekening naar voren brengen. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is
                                vervat bij de ontwerpjaarrekening zoals deze aan het algemeen
                                bestuur wordt aangeboden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Vaststelling jaarrekening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening vast in het jaar volgende
                                op het jaar waarop deze betrekking heeft. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening aan gedeputeerde staten
                                binnen twee weken na vaststelling hiervan, maar in ieder geval voor
                                15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking
                                heeft. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de
                                vaststelling aan de raden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Resultaatbestemming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als de jaarrekening sluit met een batig saldo, besluit het algemeen
                                bestuur dit saldo geheel of ten dele: </al><lijst><li nr="a."><al>te bestemmen voor de algemene reserve voor zover deze
                                        reserve niet meer bedraagt dan 2,5% van de totale begroting,
                                        tenzij op basis van een risicoanalyse blijkt dat een hogere
                                        of een lagere algemene reserve noodzakelijk is. </al></li><li nr="b."><al>uit te keren aan de gemeenten naar rato van ieders bijdrage,
                                        zoals deze op basis van artikel 27 van deze regeling is
                                        vastgesteld voor het jaar waarop de jaarrekening betrekking
                                        heeft. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als de rekening sluit met een nadelig saldo besluit het algemeen
                                bestuur hoe dit saldo wordt gedekt. Als het nadelig saldo
                                structureel blijkt te zijn, wordt een plan opgesteld dat is gericht
                                op het afbouwen en/of dekken van het nadelig exploitatiesaldo. Mocht
                                een aanvullende bijdrage van de gemeenten noodzakelijk zijn, geldt
                                de verdeelsleutel zoals benoemd in artikel 27 van deze regeling.
                            </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Financiële administratie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt een verordening vast met betrekking tot
                                de organisatie van de financiële administratie en het financieel
                                beheer van WerkSaam. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Artikel 212, 213 en 213a van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige
                                toepassing. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De gemeenten betalen voor de bijdrage voor de programmakosten
                                uiterlijk de eerste week van de maand een voorschot in de kosten van
                                het lopende boekjaar gelijk de betaalsystematiek van het Rijk.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De gemeenten betalen voor de bijdrage voor de apparaatskosten
                                uiterlijk de eerste week van de maand een voorschot in de kosten van
                                het lopende boekjaar conform het uitbetalingsritme van de
                                salarissen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In uitzonderlijke gevallen kan het algemeen bestuur bij unanimiteit
                                bepalen dat een afwijkend voorschot wordt betaald. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De definitieve afrekening vindt plaats binnen twee maanden na
                                vaststelling van de jaarrekening. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Garantstelling</titel></kop><al>De gemeenten dragen er zorg voor dat WerkSaam te allen tijde over
                            voldoende middelen beschikt om aan al haar financiële verplichtingen te
                            voldoen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>7</nr><titel>WIJZIGING, TOETREDING, UITTREDING EN OPHEFFING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Wijziging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raden, de colleges, het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur
                                kunnen voorstellen doen voor wijziging van de regeling. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een voorstel tot wijziging van een of meerdere raden of colleges van
                                de gemeenten wordt gezonden aan het algemeen bestuur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het algemeen bestuur behandelt het verzoek tot wijziging binnen drie
                                maanden na ontvangst. Met de beschouwingen en opmerkingen van het
                                algemeen bestuur wordt het voorstel aan de raden en de colleges van
                                de gemeenten gezonden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De regeling wordt gewijzigd bij unaniem besluit van de raden en de
                                colleges van de gemeenten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Toetreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tot de regeling kunnen uitsluitend raden en colleges van andere
                                gemeenten en bestuursorganen van andere openbare lichamen
                                toetreden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Toetreding is slechts mogelijk na unanieme instemming van de raden
                                en de colleges.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Aan toetreding kan het algemeen bestuur voorwaarden verbinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Uittreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een gemeente kan na besluit van zijn raad en zijn college uit de
                                regeling treden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Uittreding vindt niet eerder plaats dan na 1 januari 2018. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Uittreding kan alleen plaatsvinden op de eerste dag van een nieuw
                                kalenderjaar. Een verzoek hiertoe moet uiterlijk 1 juli voorafgaand
                                aan het jaar van uittreden bij het algemeen bestuur zijn ingediend.
                            </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De uittredende gemeente is een schadeloosstelling verschuldigd. Deze
                                wordt vastgesteld door het algemeen bestuur op voorstel van een
                                commissie van een drietal onafhankelijke deskundigen waarvan er één
                                wordt aangewezen door de uittredende gemeente, één door het algemeen
                                bestuur en één gezamenlijk. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De schadeloosstelling bedraagt in ieder geval het aandeel in de
                                personeelskosten, gezamenlijk aangegane verplichtingen,
                                frictiekosten en investeringen van de uittredende partij. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De uittredende partij betaalt tevens alle kosten die uittreding met
                                zich mee brengt. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr><titel>Opheffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op voorstel van het algemeen bestuur kunnen de raden en de colleges
                                besluiten tot opheffing van de regeling. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Opheffing vindt slechts plaats na unaniem besluit van de raden en de
                                colleges. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt een liquidatieplan op om tot opheffing
                                van de regeling te komen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het liquidatieplan voorziet in de verplichting van de gemeenten tot
                                deelneming in de financiële gevolgen van de opheffing. Het
                                liquidatieplan voorziet ook in de gevolgen die de opheffing heeft
                                voor de medewerker. Indien de regeling alle op haar rustende
                                verplichtingen is nagekomen en een batig saldo resteert, dan wordt
                                dit batig saldo aan de hand van de gehanteerde verdeelsleutel aan de
                                gemeenten uitgekeerd. Resteert een negatief saldo, dan zijn de
                                gemeenten naar rato van de gehanteerde verdeelsleutel gehouden deze
                                verplichtingen op zich te nemen. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij ontbinding van WerkSaam blijft de regeling voortbestaan voor
                                zover dat voor de vereffening van het vermogen noodzakelijk is.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>8</nr><titel>OVERIGE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr><titel>Archief</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bestuur van deze regeling is verplicht de onder haar berustende
                                archiefbescheiden in goede, geordende en toegankelijke staat te
                                brengen en te bewaren, alsmede zorg te dragen voor de vernietiging
                                van daarvoor in aanmerking komende archiefbescheiden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Overeenkomstig een door het algemeen bestuur vast te stellen
                                verordening draagt het dagelijks bestuur zorg voor de
                                archiefbescheiden van het bestuur van deze regeling.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de bewaring van de op grond van artikel 12, eerste lid, en
                                artikel 13, eerste lid, van de Archiefwet 1995, over te brengen
                                archiefbescheiden van het algemeen en dagelijks bestuur van deze
                                regeling wijst het dagelijks bestuur een archiefbewaarplaats
                                aan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Ten aanzien van het beheer van de archiefbescheiden van het bestuur
                                van deze regeling, voor zover deze archiefbescheiden niet zijn
                                overgebracht naar een archiefbewaarplaats, is, onder de bevelen van
                                het dagelijks bestuur, met het toezicht op de naleving van het
                                bepaalde bij of krachtens de Archiefwet 1995 de archivaris belast.
                                Met betrekking tot dit toezicht bevat de verordening bedoeld in het
                                tweede lid de nodige bepalingen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voor het beheer van de in lid 3 en 4 bedoelde archiefbescheiden is
                                de archivaris van de archiefbewaarplaats belast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39</nr><titel>Klachtenregeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt, met inachtneming van titel 9.1 van de
                                Algemene wet bestuursrecht, een interne klachtenregeling vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Nationale ombudsman is, onverminderd het bepaalde in artikel 1a,
                                eerste lid, van de Wet Nationale ombudsman, bevoegd tot behandeling
                                van klaagschriften als bedoeld in titel 9.2 van de Algemene wet
                                bestuursrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40</nr><titel>Geschillen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als er tussen het algemeen en/of dagelijks bestuur van deze regeling
                                en een gemeente(n) onderling een geschil ontstaat over de uitvoering
                                van deze regeling treden het dagelijks bestuur en de gemeente(n)
                                terstond met elkaar in overleg om het geschil verder te verkennen en
                                op te lossen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als onderling het geschil niet opgelost kan worden, wijst iedere
                                partij een deskundige aan. Deze deskundigen brengen gezamenlijk een
                                advies uit.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op geschillen tussen de gemeenten onderling of tussen de gemeenten
                                en WerkSaam is artikel 28 van de wet van toepassing.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>9</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>41</nr><titel>Onvoorzienbaarheden</titel></kop><al>In alle gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist het
                            algemeen bestuur gehoord het dagelijks bestuur en de raden en de
                            colleges.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>42</nr><titel>Toezending regeling</titel></kop><al>Het college van Hoorn zendt de regeling aan gedeputeerde staten. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>43</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze gewijzigde regeling wordt aangehaald als: Gemeenschappelijke
                            Regeling WerkSaam Westfriesland.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>44</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Het genoemde besluit treedt op 1 januari 2016 in werking.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>De raad en het college van burgemeesteren wethouders van de gemeente Hoorn </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad d.d. 24 november 2015</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter, de griffier,</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Nota van toelichting Gemeenschappelijke Regeling WerkSaam
                        Westfriesland</titel></kop><divisie><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Dit artikel bevat enkele begripsbepalingen die voor de gemeenschappelijke
                        regeling gehanteerd worden. Daarbij is nauw aangesloten bij de Wet op de
                        Gemeenschappelijke regelingen (Wgr) en de Gemeentewet.</al></divisie><divisie><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>INSTELLING, BELANG, TAKEN EN BEVOEGDHEDEN</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Openbaar lichaam</titel></kop><al>Er is gekozen voor de vorm van een openbaar lichaam als bedoeld in artikel
                        8, eerste lid van de Wgr. Deze keuze brengt als voordeel met zich mee dat de
                        rechtspersoon zelfstandig kan functioneren in het rechtsverkeer
                        (maatschappelijk en bestuurlijk). </al><al>Het samenwerkingsverband kan zelfstandig medewerkers in dienst nemen en
                        overeenkomsten aangaan.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belang</titel></kop><al>Artikel 3 noemt conform artikel 10, eerste lid, van de Wgr het belang van de
                        instelling van WerkSaam.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Doel</titel></kop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Taken</titel></kop><al>Het takenpakket van WerkSaam staat vermeld in artikel 5. Conform bijlage 5
                        van het bedrijfsplan bestaat het basistakenpakket van WerkSaam uit
                        onderstaande taken<sup>1</sup> .</al><al><onderstreept>Re-integratie:</onderstreept></al><lijst><li nr="·"><al>Begeleiden en ondersteunen van de doelgroep bij het vinden van
                                betaald werk voor klanten en niet uitkeringsgerechtigden</al></li><li nr="·"><al>Verantwoordelijk voor zorgklanten<sup>2</sup></al></li><li nr="·"><al>Begeleiden en ondersteunen (nazorg) van de doelgroep van WerkSaam
                                bij het behouden van werk</al></li><li nr="·"><al>Wijzen op eventuele ontheffing van arbeidsverplichtingen</al></li><li nr="·"><al>Uitvoeren medische keuringen</al></li><li nr="·"><al>Loonwaardebepaling, vaststellen verdiencapaciteit</al></li><li nr="·"><al>Beroepskeuzetesten</al></li><li nr="·"><al>Training en scholing (gericht op arbeidsmarkttoeleiding)</al></li><li nr="·"><al>Volwasseneneducatie</al></li><li nr="·"><al>Stages (snuffelstages, werkstages)</al></li><li nr="·"><al>Uitvoering geven aan het begrip tegenprestatie</al></li><li nr="·"><al>Realiseren beschutte werkplekken</al></li><li nr="·"><al>Diagnosestelling/indelen van klanten op grond van de
                                participatieladder</al></li><li nr="·"><al>Tussentijds (jaarlijks bijvoorbeeld) of de klant juist is ingedeeld
                                in één van de 4 groepen</al></li><li nr="·"><al>Voorzieningen bieden t.b.v. re-integratie (eigen bijdrage
                                kinderopvang, vervoersmiddelen etc. vanuit het ‘eigen’ budget)</al></li></lijst><al>___</al><al><sup>1</sup>Geen limitatieve opsomming</al><al><sup>2</sup>WerkSaam is verantwoordelijk voor de uitkeringsverstrekking,
                        fraudebestijding en periodiek beoordelen of de indeling als zorgklant nog
                        juist is. WerkSaam biedt zelf geen zorg of hulpverlening maar verwijst door
                        als dat wenselijk is. Bij mulitproblematiek zorgt WerkSaam dat er een
                        regisseur is. Dit is, in het kader van één gezin één plan, bij voorkeur
                        iemand van een hulpverlenende organisatie, maar indien nodig kan dit ook een
                        contactpersoon van Werksaam zijn.</al><al/><al><onderstreept>Inkomensverstrekking:</onderstreept></al><lijst><li nr="·"><al>Levensonderhoud WWB (gaat op in de Participatiewet)</al></li><li nr="·"><al>Uitkeringen verstrekken op grond van de IOAW/IOAZ/BBZ</al></li><li nr="·"><al>Handhaving, boeten, maatregelen, sociale recherche</al></li><li nr="·"><al>Terugvordering</al></li><li nr="·"><al>Verhaal</al></li><li nr="·"><al>Debiteuren</al></li><li nr="·"><al>Bijstand aan dak- en thuislozen</al></li><li nr="·"><al>Uitvoering WSW (gaat op in de Participatiewet)</al></li><li nr="·"><al>Beslaglegging/CVZ (CJIB)</al></li><li nr="·"><al>Salarisbetalingen aan WSW-ers en gedetacheerden (bijv.
                                payrol-constructie)</al></li><li nr="·"><al>Informatie en advies over minimaregelingen door gemeenten
                                uitgevoerd</al><al/></li></lijst><al><onderstreept>Werkgeversdienstverlening:</onderstreept></al><lijst><li nr="·"><al>Het bieden van nieuwe, flexibele contractvormen waarbij WerkSaam als
                                werkgever optreedt</al></li><li nr="·"><al>Ondersteunen van werkgevers in bijvoorbeeld afhandeling van
                                subsidies</al></li><li nr="·"><al>Verzamelen en analyseren van arbeidsmarktinformatie</al></li><li nr="·"><al>Ontwikkelen van nieuwe, innovatieve producten en diensten</al></li><li nr="·"><al>Matching van vraag en aanbod</al></li><li nr="·"><al>Relatiebeheer en acquisitie</al></li><li nr="·"><al>Organiseren werkstages, leer/werkarrangementen,
                                tegenprestatieplekken en no-riskpolis</al></li><li nr="·"><al>Nazorg rondom plaatsingen</al></li><li nr="·"><al>Advisering arbeidsmarktbeleid</al></li><li nr="·"><al>Uitvoeren arbeidsmarktbeleid</al></li><li nr="·"><al>Partnerships, strategische allianties aangaan met bedrijven</al></li><li nr="·"><al>Realiseren één aanspreekpunt voor werkgevers</al></li><li nr="·"><al>Beleid maken en adviseren op het gebied van social return on
                                investment (SROI)</al><al/></li></lijst><al><onderstreept>Beleid en Ondersteuning:</onderstreept></al><lijst><li nr="·"><al>Klachten</al></li><li nr="·"><al>Informatie en advies (ook over regelingen die bij gemeente
                                blijven)</al></li><li nr="·"><al>Administratieve ondersteuning</al></li><li nr="·"><al>Bezwaar en beroep</al></li><li nr="·"><al>Juridisch advies</al></li><li nr="·"><al>Kwaliteitszorg </al></li><li nr="·"><al>Beleid ontwikkelen en adviseren</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Overige, extra en plustaken</titel></kop><al>In artikel 5 is aangegeven welke taken onderdeel zijn van het
                        basistakenpakket en dus onderdeel van de gemeenschappelijke regeling. In dit
                        artikel wordt geregeld welke taken er extra mogelijk zijn, onder welke
                        voorwaarden. Het gaat om taken die voor derden uitgevoerd kunnen worden,
                        taken die geïntensiveerd kunnen worden op verzoek van gemeente(n) en
                        plustaken. Bij plustaken gaat het om taken die niet onder de
                        gemeenschappelijke regeling vallen, maar wel door de gemeenschappelijke
                        regeling uitgevoerd kunnen worden in opdracht van een individuele
                        gemeente(n).</al><al/><al>Het eerste lid van dit artikel richt zich op het intensiveren van
                        basistaken, bijvoorbeeld omdat een gemeente extra budget wil inzetten op de
                        re-integratie van bepaalde doelgroepen. Het gaat om taken die onderdeel zijn
                        van de gemeenschappelijke regeling, maar waarvoor wel separate afspraken
                        tussen WerkSaam en die specifieke gemeente vastgelegd moeten worden. De
                        afspraken mogen geen verstorend effect hebben op de bedrijfsvoering.</al><al>Veel gemeenschappelijke regelingen geven organisaties de mogelijkheid om
                        taken voor derden uit te voeren. Deze mogelijkheid moet worden vastgelegd in
                        de gemeenschappelijke regeling, net als de mogelijkheid om extra taken door
                        WerkSaam uit te laten voeren. Tot extra taken wordt bijvoorbeeld gerekend
                        (onderdelen van) bijzondere bijstand, schuldhulpverlening, Wmo. WerkSaam kan
                        pas voor alle gemeenten collectief extra taken uitvoeren nadat het algemeen
                        bestuur hiermee unaniem heeft ingestemd. Daarnaast is het mogelijk dat
                        WerkSaam in opdracht van een individuele gemeente plustaken gaat uitvoeren
                        (lid 4). Tot plustaken wordt bijvoorbeeld gerekend (onderdelen van)
                        bijzondere bijstand, schuldhulpverlening en de Wmo. Deze taken worden alleen
                        op verzoek van de desbetreffende gemeente(n) uitgevoerd.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Uitsluitend recht en ondersteunende diensten</titel></kop><al>Bij een alleenrecht gaat het om een exclusief recht dat de ene aanbestedende
                        dienst voor een andere aanbestedende dienst verricht. Een alleenrecht kan
                        worden gegeven als:</al><lijst><li nr="·"><al>Het gaat om een overheidsopdracht voor diensten;</al></li><li nr="·"><al>Het recht aan een andere aanbestedende dienst of
                                samenwerkingsverband van aanbestedende diensten wordt gegeven;</al></li><li nr="·"><al>Het gaat om een beperkt geografisch gebied;</al></li><li nr="·"><al>De basis van het alleenrecht een wettelijke of bestuursrechtelijke
                                bepaling is en</al></li><li nr="·"><al>Dit recht verenigbaar is met het EG-verdrag.</al></li></lijst><al/><al>Het alleenrecht kan worden gegeven voor een dienst die behoort tot het
                        wettelijk takenpakket van de aanbestedende dienst. ICT-dienstverlening is
                        dit strikt genomen niet, het behoort echter wel tot de eigen
                        bedrijfsvoering. ICT-dienstverlening is als zodanig dan ook opgenomen als
                        afzonderlijke taak in de gemeenschappelijke regeling voor WerkSaam, Het
                        maakt immers onlosmakelijk deel uit van de medebewindstaken die wij opgelegd
                        hebben gekregen.</al><al/><al>Het alleenrecht van WerkSaam aan SSC DeSom moet verenigbaar zijn met het
                        EG-verdrag en de daaraan ten grondslag liggende beginselen, in het bijzonder
                        het beginsel van non-discriminatie op grond van nationaliteit en het
                        transparantiebeginsel</al></divisie><divisie><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>INRICHTING EN SAMENSTELLING VAN HET BESTUUR (artikelen 8 tot en met
                            14)</titel></kop><al>De gemeenschappelijke regeling kent een drietal bestuursorganen, te weten
                        het Algemeen, het Dagelijks Bestuur en de Voorzitter. Daarnaast kent de
                        regeling de instelling van Commissies van Advies.</al><al>In de herziene wet is bepaald dat leden van het dagelijks bestuur nooit meer
                        de meerderheid van het algemeen bestuur vertegenwoordigen. Hiermee wordt
                        beoogd het algemeen bestuur meer te positioneren als hoofdorgaan van de
                        gemeenschappelijke regeling, waarbij het algemeen bestuur gemakkelijker
                        controlerend/kaderstellend kan optreden: het dagelijks bestuur is uitvoeren. </al><al>Wettelijk is bepaald dat iedere gemeente die deelneemt aan een
                        gemeenschappelijke regeling in die regeling minimaal één lid heeft in het
                        algemeen bestuur. </al><al/><al>Gezien het hoge politieke gehalte, een hoog budget en met de zware
                        maatschappelijke taak van WerkSaam is ervoor gekozen dat alle deelnemende
                        gemeenten zitting hebben in het dagelijks bestuur en voor een versterkt
                        algemeen bestuur, door elke gemeente dubbel te laten vertegenwoordigen.
                    </al></divisie><divisie><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>BEVOEGDHEDEN VAN HET BESTUUR</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Bevoegdheden algemeen bestuur</titel></kop><al>In dit artikel is omschreven dat alle bevoegdheden bij het algemeen bestuur
                        liggen, tenzij deze in de regeling aan het dagelijks bestuur of de
                        voorzitter zijn toegekend. Zie hiervoor bijvoorbeeld artikel 18. In het
                        tweede lid is aangegeven welke bevoegdheden in ieder geval bij het algemeen
                        bestuur liggen. De bevoegdheden onder a en b kunnen ook niet worden over- of
                        opgedragen aan het dagelijks bestuur, de voorzitter of medewerkers. De
                        bevoegdheden onder c end kunnen wel worden over- of opgedragen. </al><al>Bij e is het niet wenselijk om deze over- of op te dragen aan andere
                        organen. </al><al/><al>Deze bevoegdheden kunnen een (financieel) risico voor de regeling en daarmee
                        ook voor de gemeenten met zich mee brengen. Dit zijn typische bevoegdheden
                        van het algemeen bestuur. Overigens is deze bepaling – vanwege de risico’s -
                        zwaarder geformuleerd dan in de regeling van Op/maat. </al><al>Lid 3: dit lid is in overeenstemming met de twee amendementen van de
                        gemeenten Hoorn, Medemblik en Opmeer over het beleidsplan. Het beleidsplan
                        is nog in 2014 besproken waarbij de raden zijn betrokken bij de
                        totstandkoming en waarbij de raden de mogelijkheid hebben gehad om een
                        zienswijze in te dienen. Het is een bevoegdheid van het algemeen bestuur om
                        het beleidsplan vast te stellen (lid 2 onder b). Om de raden voldoende
                        invloed te geven, is er in dit artikel voor gekozen om het beleidsplan eerst
                        voor een zienswijze voor te leggen aan de raden en het dagelijks bestuur
                        hier schriftelijk op te laten reageren, voordat het algemeen bestuur het
                        beleidsplan vaststelt. Dit is een soortgelijke procedure als bij de
                        begroting en de jaarrekening. De wijze waarop het beleidsplan tot stand komt
                        en de rol van de raden daarin, wordt overgelaten aan het algemeen bestuur. </al><al>Lid 4: deze bevoegdheden kunnen een (financieel) risico voor de regeling en
                        daarmee ook voor de gemeenten met zich mee brengen. Dit zijn typische
                        bevoegdheden van het algemeen bestuur.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Overdracht van bevoegdheden</titel></kop><al>In dit artikel zijn de bevoegdheden beschreven die het algemeen bestuur niet
                        kan overdragen. Dit zijn dus bij uitstek bevoegdheden van het algemeen
                        bestuur. Daarnaast kunnen er ook andere bevoegdheden zijn die niet
                        overgedragen kunnen worden omdat de aard van die bevoegdheid dat niet
                        toestaat. Dit kan bijvoorbeeld een wettelijke bepaling zijn. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Verantwoordings- en informatieplicht</titel></kop><al>Het algemeen bestuur of een lid van het algemeen bestuur geeft de raad alle
                        informatie die gevraagd wordt. In het derde lid is aangegeven dat een lid
                        van het algemeen bestuur aan zijn raad verantwoording verschuldigd is. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Bevoegdheden dagelijks bestuur</titel></kop><al>In dit artikel worden de bevoegdheden van het dagelijks bestuur aangegeven.
                    </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Verantwoordings- en informatieplicht</titel></kop><al>Dit artikel geeft aan dat het dagelijks bestuur verantwoording aan het
                        algemeen bestuur moet afleggen. Daarnaast moet zij alle gevraagde informatie
                        geven. Het derde lid geeft aan dat het dagelijks bestuur ook de raden en
                        colleges informeert over het gevoerde beleid van het dagelijks bestuur.
                    </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Bevoegdheden voorzitter</titel></kop><al>De in dit artikel genoemde bevoegdheden komen overeen met bevoegdheden van
                        een burgemeester. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Verantwoordings- en informatieplicht</titel></kop><al>Dit artikel komt overeen met artikel 19. </al></divisie><divisie><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5.</nr><titel>AMBTELIJKE ORGANISATIE</titel></kop></divisie><divisie><kop><titel>Artikelen 22 en 23</titel></kop><al>Het dagelijks bestuur is belast met het aanstellen, schorsen en ontslaan van
                        medewerkers. Het dagelijks bestuur mag dit opdragen aan de directeur. Het
                        algemeen bestuur is belast met het aanstellen, schorsen en ontslaan van de
                        directeur. De directeur vervult tevens de functie van secretaris.</al><al>De gemeenschappelijke regeling kent personeel met een ambtelijke status en
                        personeel met een WSW-status. Beiden hebben een eigen CAO die van toepassing
                        is. Het personeel van de deelnemende gemeenten dat naar WerkSaam overgaat,
                        treedt met behoud van zijn ambtelijke status in dienst bij WerkSaam. Al het
                        huidige personeel werkzaam bij Op/maat behoudt de ambtelijke respectievelijk
                        de WSW-status. Hiermee is de rechtspositie geborgd. In een nog op te stellen
                        sociaal plan worden de (secundaire) arbeidsvoorwaarden verder uitgewerkt. </al><al/><al>De gemeenschappelijke regeling is 100% eigenaar van Werkpartner BV.
                        Medewerkers binnen Werkpartner BV hebben een privaatrechtelijke status en
                        worden gedetacheerd bij WerkSaam. Het huidige personeel dat in dienst is bij
                        Werkpartner BV en gedetacheerd is bij Op/maat behoudt de privaatrechtelijke
                        status. Hiermee is de rechtspositie geborgd. In een nog op te stellen
                        sociaal plan worden de (secundaire) arbeidsvoorwaarden verder uitgewerkt.
                        Het is de bedoeling dat nieuw aan te nemen personeel in WerkSaam in dienst
                        komt bij Werkpartner BV, welke voor 100% in eigendom is bij WerkSaam.</al></divisie><divisie><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6</nr><titel>FINANCIEN EN BEHEER</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Kaderbrief</titel></kop><al>Budgetten op het gebied van de participatie ontvangen de gemeenten in de
                        integratieuitkering sociaal domein. Dit is een integratie-uitkering in het
                        gemeentefonds, dat wil zeggen dat dit met een specifiek bestedingsdoel wordt
                        uitgekeerd maar wel met bestedingsvrijheid. Binnen deze uitkering komt
                        verder geen toewijzing van geld naar de aparte onderdelen jeugd, werk of
                        zorg. De gemeente kan schuiven tussen de budgetten. Het is een keuze van de
                        gemeenteraad welk deel van de integratieuitkering sociaal domein wordt
                        besteed aan participatie. Bij de kaderbrief (15 maart T-1) wordt door de
                        gemeente aangegeven wat de hoogte is van het budget dat zij beschikbaar
                        stelt voor participatie. Wanneer voor de integratieuitkering sociaal domein
                        bijstellingen worden aangekondigd in de circulaires moet in de afzonderlijke
                        raden worden besloten over deze bijstelling en een eventuele bijstelling van
                        het budget voor participatie. Verwerking van bevindingen zal plaatsvinden
                        via de reguliere P&amp;C-cyclus.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>24a</nr><titel>Algemene financiële en beleidsmatige kaders</titel></kop><al>Dit artikel vloeit direct voort uit de toevoeging van artikel 34b aan de Wet
                        gemeenschappelijke regelingen. De bedoeling van dit artikel is dat de
                        deelnemende gemeente zo voldoende tijd hebben om de consequenties van deze
                        kaders in hun eigen begroting mee te nemen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Voorbereiding begroting</titel></kop><al>Voor 15 april zendt het dagelijks bestuur de ontwerpbegroting naar de raden.
                        Deze termijn is voor alle gemeenschappelijke regelingen hetzelfde en stelt
                        de gemeenten in staat om op tijd een zienswijze op te stellen. De werkgroep
                        financiën bereidt een regionaal advies voor. WerkSaam spant zich in om de
                        termijn van 15 april te halen. Aan de andere kant moeten de gemeenten zich
                        inspannen om op tijd een zienswijze bij het dagelijks bestuur in te dienen.
                        Het dagelijks bestuur wordt dan op tijd in de gelegenheid gesteld om de
                        zienswijze met hun commentaar aan het algemeen bestuur voor te leggen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Vaststelling begroting</titel></kop><al>De begroting moet voor 15 juli door het algemeen bestuur zijn vastgesteld en
                        voor 1 augustus naar gedeputeerde staten worden gestuurd. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Bijdrage en vergoeding</titel></kop><al>Eerste lid: Met het solidariteitsprincipe wordt bedoeld: de taakuitvoering
                        gebeurt binnen de door de gemeenten gezamenlijk beschikbaar gestelde
                        financiële middelen voor zover dit binnen de wetgeving mogelijk is
                        (bedrijfsplan). </al><al/><al>Tweede lid onder a: Het instellen van een integratieuitkering sociaal domein
                        door het rijk betekent een ontschotting van de huidige regelingen voor het
                        Participatiebudget en de Wsw. Als gevolg hiervan kunnen de gemeenten in het
                        door hen ontvangen budget (rijksbijdrage) individuele afwegingen maken. </al><al/><al>Tweede lid onder b: de structurele financiële bijdrage die aan gemeenten
                        wordt gevraagd voor dekking van het apparaatsdeel is gebaseerd op de zero
                        based benadering en daarbij vermelde uitgangspunten. Deze benadering gaat
                        uit van wat WerkSaam nodig heeft qua formatie en personele en materiële
                        overhead om de overgedragen taken uit te voeren. </al><al/><al>Derde lid: WerkSaam raamt lasten in de exploitatiebegroting voor het laten
                        functioneren van de organisatie. Deze lasten bestaan uit personeel, overhead
                        (zoals huisvesting en ICT) en kosten voor de bedrijfsvoering. Deze lasten
                        worden geduid als apparaatskosten. De gemeentelijke bijdrage voor dekking
                        van de apparaatskosten is gebaseerd op een verdeelsleutel. De verdeelsleutel
                        wordt tevens gehanteerd bij het verrekenen van een financieel saldo op de
                        apparaatskosten (zie artikel 30). </al><al/><al>De verdeelsleutel is de procentuele bijdrageverhouding tussen gemeenten. De
                        aard van de verdeelsleutel ligt langjarig vast (de verdeelmaatstaf), de
                        berekening (percentages) wordt jaarlijks gemaakt op de volgende wijze: </al><lijst><li nr="·"><al>Aantal bijstandsgerechtigden: gemiddelde van het aantal
                                bijstandsgerechtigden per gemeente uit de landelijke CBS databank
                                met als peiling de drie voorgaande jaren (50%);</al></li><li nr="·"><al>Aantal inwoners: situatie op 1 januari (25%);</al></li><li nr="·"><al>Uitvoeringkosten (25%): Door gemeenten opgegeven omvang van formatie
                                en inhuur/uitbesteding per begrotingsjaar 2013 voor de taken die
                                worden opgedragen aan WerkSaam. Dit onderdeel wordt niet
                                aangepast.</al></li></lijst><al/><al>Vierde en vijfde lid: het realiseren van commerciële activiteiten is in het
                        belang van WerkSaam. De toegevoegde waarde bestaat uit de netto opbrengst
                        uit commerciële activiteiten voor gemeenten en bedrijven. Een deel van de
                        omzet is gerelateerd aan de gemeentelijke opdrachten (45%). Dit kan
                        fluctueren. Vermindering van het opdrachtvolume door een gemeente betekent
                        dat er een kleinere dekking is voor de apparaatskosten. Dat betekent dat
                        mogelijk alle gemeenten via de verdeelsleutel een hogere bijdrage moeten
                        betalen. Om dit te voorkomen spreken de gemeenten onderling een verdeling
                        af. Op het moment dat een gemeente in een jaar onder het minimum zit dan
                        wordt dit met die gemeente verrekend. Dit noemen we de bonus/malus-regeling.
                        Doel hiervan is om een hogere of lagere omzet per gemeente te verrekenen.
                        Als je minder realiseert dan het normbedrag betaal je 50% van het verschil.
                        Als je meer dan het normbedrag realiseert dan ontvang je naar onderlinge
                        evenredigheid het verschil terug. Bij het bepalen van de
                        bonus/malus-regeling wordt rekening gehouden met de social return
                        inspanningen van de gemeenten ten behoeve van de doelgroep. </al><al/><al>Belangrijk is dat wordt afgesproken wat het totale opdrachtvolume is.
                        Historisch gezien is dit 3,5 miljoen euro. Op basis hiervan wordt een
                        normbedrag per gemeente vastgesteld. Hierin zitten gemeentelijke opdrachten
                        die een feitelijke toegevoegde waarde voor WerkSaam hebben. De bepaling voor
                        het normbedrag is gebaseerd op het begrote omzetvolume (3,5 miljoen euro) en
                        een verdeling over gemeenten op basis van de WSW-taakstelling (aantal
                        WSW-ers per gemeente). Deze normbedragen worden voor drie jaar vastgesteld
                        en daarna herijkt. </al><al>Over dit artikel worden afspraken gemaakt in de regeling “Bijdrage gemeenten
                        aan commerciële activiteiten”. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Voorbereiding jaarrekening</titel></kop><al>De procedure voor de jaarrekening sluit aan op de procedure van de begroting
                        (artikel 25). De Wgr schrijft niet voor dat raden een zienswijze kunnen
                        indienen op de jaarrekening. In deze gemeenschappelijke regeling wordt dat
                        wel mogelijk gemaakt. Dit geeft de raden een extra controle mogelijkheid op
                        de prestaties van WerkSaam. Naast de jaarrekening zorgt WerkSaam voor
                        tussenrapportages conform de P&amp;C-cyclus.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Vaststelling jaarrekening</titel></kop><al>Sluit aan op artikel 26. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Resultaatbestemming</titel></kop><al>Dit artikel geeft aan wat er gebeurt met een eventueel batig of nadelig
                        saldo. Belangrijk hierin is de norm van 2,5% van de algemene reserve ten
                        opzichte van de totale begroting. Het algemeen bestuur kan hiervan afwijken
                        als uit een risicoanalyse blijkt dat een hogere algemene reserve
                        noodzakelijk is. Als er sprake is van een nadelig saldo dan besluit het
                        algemeen bestuur hoe hiermee om wordt gegaan. Bij een structureel nadelig
                        saldo met gevolgen voor de gemeentelijke bijdrage, geldt de verdeelsleutel
                        van artikel 27. </al><al/><al>De norm van 2,5% is gebaseerd op de door alle raden in Noord-Holland Noord
                        vastgestelde financiële uitgangspunten voor gemeenschappelijke regelingen.
                    </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Financiële administratie</titel></kop><al>WerkSaam moet beschikken over een verordening voor de organisatie van de
                        financiële administratie en het financieel beheer. Het algemeen bestuur is
                        bevoegd om deze vast te stellen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Betaling</titel></kop><al>Gemeenten ontvangen het budget van de BUIG en WSW in maandelijkse delen.
                        Vastgelegd in het bedrijfsplan is dat de Westfriese gemeenten deze bedragen
                        ook maandelijks aan WerkSaam overmaken, conform het betaalritme van het Rijk
                        (dus met een hogere bijdrage in de maand mei ter betaling van het
                        vakantiegeld). Naar aanleiding van het definitieve budget wordt in de maand
                        november / december door het rijk een nabetaling gedaan (in geval van een
                        hoger definitief budget). Deze dient na bekendmaking in de
                        betaalspecificatie van het rijk aan WerkSaam te worden overgemaakt. Ter
                        voorkoming van liquiditeitsproblemen bij WerkSaam moeten gemeenten de
                        maandelijkse bijdragen in de eerste week van de maand aan WerkSaam
                        overmaken. </al><al/><al>Voor de integratieuitkering sociaal domein (voorheen participatiebudget) is
                        vastgelegd in het bedrijfsplan dat de WF-gemeenten deze bedragen maandelijks
                        aan WerkSaam overmaken, conform het betaalritme van het Rijk. De
                        integratieuitkering sociaal domein is een integratie-uitkering in het
                        gemeentefonds en wordt in 12 maandelijkse gelijke bedragen uitbetaald. Voor
                        de apparaatskosten is in het bedrijfsplan vastgelegd dat de Westfriese
                        gemeenten deze bedragen maandelijks aan WerkSaam overmaken. Dit dient te
                        geschieden met een hogere bijdrage in de maand mei ter betaling van het
                        vakantiegeld en een hogere bijdrage in de maand december ter betaling van de
                        eindejaarsuitkering.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Garantstelling</titel></kop><al>Hoewel de uitgaven voor WerkSaam op het niveau van de gemeenten een
                        verplichte uitgave vormen, is dit artikel als garantstelling opgenomen in de
                        richting van zowel WerkSaam als de gemeenten. De gemeenten zijn gezamenlijk
                        eigenaar van WerkSaam en dienen er dan ook te allen tijde voor te zorgen dat
                        WerkSaam aan al haar financiële verplichtingen kan voldoen en dus over
                        voldoende middelen beschikt.</al></divisie><divisie><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>7</nr><titel>WIJZIGING, TOETREDING, UITTREDING EN OPHEFFING</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Wijziging</titel></kop><al>Een zo volledig mogelijke regeling is beoogd. Volledig sluitend is een
                        regeling echter nimmer. Na het verstrijken van de tijd kan blijken dat de
                        regeling ergens niet in voorziet of dat gewijzigde omstandigheden aanleiding
                        geven de regeling te wijzigen. </al><al>Uit dit artikel volgt hoe de regeling kan worden gewijzigd. Zowel de raden,
                        de colleges en het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur als organen van
                        het openbaar lichaam kunnen hiervoor een voorstel doen. </al><al/><al>Hoewel het algemeen en dagelijks bestuur aldus een voorstel kunnen doen,
                        kunnen zij niet eigenhandig de regeling wijzigen. Net als dit geldt voor
                        vaststelling van de regeling kunnen slechts de raden en de colleges van de
                        aangesloten gemeenten hiertoe besluiten. </al><al>Wijziging geschiedt bij unanimiteit. Dit betekent dat iedere raad en ieder
                        college dat bij deze regeling is aangesloten moet instemmen met de
                        voorgestelde wijziging. Instemming met wijziging kan op grond van artikel 1,
                        tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen worden onthouden wegens
                        strijd met het recht of het algemeen belang. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Toetreding</titel></kop><al>De raden en de colleges van de deelnemende gemeenten zijn op moment van
                        sluiting van deze regeling de enige bestuursorganen die deelnemen. In de
                        loop van de tijd kan blijken dat behoefte is aan aanvulling. Hoewel op het
                        moment van inwerkingtreding van wijziging van de regeling hierop nog geen
                        zicht is, is de optie van toetreding van andere bestuursorganen tot deze
                        gemeenschappelijke regeling open gehouden. Uit dit artikel volgt hoe
                        bestuursorganen anders dan de hierboven genoemde raden en colleges kunnen
                        toetreden.</al><al/><al>Het doel van de regeling is een organisatie waarin werkzaamheden worden
                        uitgevoerd voor de deelnemende gemeenten. Hoewel is beoogd de mogelijkheden
                        tot toetreding ruim te houden, zijn er grenzen. Het is niet de bedoeling dat
                        dit openbaar lichaam tevens werk uitvoert op een ander (de)centraal niveau.
                        Waterschappen, provincies en het rijk zijn in de huidige vorm van de
                        regeling daarom uitgesloten van deelname. </al><al>Raden en colleges van andere gemeenten en bestuursorganen van andere
                        openbare lichamen kunnen wel toetreden. Wie raden en colleges van andere
                        gemeenten zijn, is voldoende helder en verdient geen nadere toelichting. Met
                        bestuursorganen van andere openbare lichamen worden het algemeen en/of het
                        dagelijks bestuur van andere gemeenschappelijke regelingen bedoeld. Ook zij
                        kunnen toetreden. </al><al/><al>Toetreding tot deze regeling is slechts mogelijk nadat de raden en de
                        colleges van de – tot dan toe deelnemende gemeenten - hiermee hebben
                        ingestemd. Hetzelfde regime als bij wijziging (artikel 34) geldt. Het
                        geschiedt bij unanimiteit. </al><al>Aan toetreding kan het algemeen bestuur voorwaarden verbinden. Hiervoor kan
                        bijvoorbeeld worden gedacht aan een aanvullende financiële eis zodat de
                        nieuwe deelnemer een gelijke bijdrage levert aan de financiële reserve, maar
                        ook andere voorwaarden zijn denkbaar. Welke voorwaarden in het concrete
                        geval worden gesteld, is ter beoordeling van het algemeen bestuur. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Uittreding</titel></kop><al>Net als er mogelijkheden zijn tot vaststelling en wijziging van de regeling
                        zijn er ook mogelijkheden tot uittreding en opheffing. Hieraan zijn
                        uiteraard wel voorwaarden verbonden. </al><al>Voor uittreding geldt dat een gemeente pas uit de regeling kan treden als
                        zijn raad en college hiermee hebben ingestemd (lid 1). </al><al>Uittreding is niet eerder mogelijk dan na 1 januari 2018 (lid 2). Tezamen
                        met allerlei inrichtingsvraagstukken is dit proces ingrijpend en kost dit
                        veel tijd, geld en mankracht. Het zou onverstandig zijn als gemeenten die
                        kort na de wijziging alweer besluiten uit te treden. Dit komt de
                        continuïteit van WerkSaam niet ten goede. Zeker in het beginstadium is dit
                        ingrijpend. Om die reden is een ‘cooling off period’ van 4 jaar na
                        inwerkingtreding van deze gewijzigde regeling opgenomen. Een dergelijke
                        termijn is gebruikelijk. Veel gemeenschappelijke regelingen kennen een
                        soortgelijke constructie. </al><al/><al>Na 1 januari 2018 kan ieder jaar worden uitgetreden. Hiervoor zijn vaste
                        momenten, namelijk de eerste dag (1 januari) van elk jaar. Wenst een
                        deelnemer uit te treden, dan moeten haar bestuursorganen uiterlijk op 1 juli
                        voorafgaand aan het gewenste uittredingsjaar hiertoe een verzoek indienen
                        bij het algemeen bestuur van de regeling (lid 3).</al><al>De uittredende gemeente is een schadeloosstelling verschuldigd (lid 4). Deze
                        schadeloosstelling wordt vastgesteld door het algemeen bestuur. Het algemeen
                        bestuur wordt hierover geadviseerd door een commissie van drie
                        onafhankelijke deskundigen.</al><al>De schadeloosstelling bedraagt in ieder geval het aandeel in de
                        oprichtingskosten, personeelskosten, gezamenlijk aangegane verplichtingen,
                        frictiekosten en investeringen van de uittredende partij (lid 5). Ook
                        betaalt de uittredende partij alle kosten die uittreding met zich meebrengt
                        (lid 6). Dit laatste is een aanvullende bepaling. Het kan goed zijn dat de
                        in het vijfde lid opgenoemde kosten niet alles dekken. Door op te nemen dat
                        de uittredende partij tevens alle (andere) kosten betaalt die uittreding met
                        zich meebrengt, wordt ervoor gezorgd dat de uittredende partij alle op haar
                        rustende verplichtingen nakomt, zodat de organisatie goed functionerend de
                        toekomst tegemoet kan treden. </al><al/><al>Uittreding is dus mogelijk, maar het is niet gemakkelijk. De achterliggende
                        reden hiervan is dat met het instellen van deze regeling door de deelnemende
                        gemeenten het commitment is uitgesproken om gezamenlijk WerkSaam aan te
                        gaan. Deze beslissing is weloverwogen genomen. Een bestendige relatie is
                        beoogd. Treedt een deelnemende partij lichtvaardig uit de regeling zonder
                        dat een opzegtermijn in acht is genomen of dat niet of onvoldoende is
                        voorzien in een schadeloosstelling, dan komt de continuïteit van WerkSaam in
                        gevaar. Het mag niet zo zijn dat de resterende deelnemende gemeenten met een
                        (financieel) ongezonde organisatie achterblijven.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr><titel>Opheffing</titel></kop><al>Naast uittreding door een deelnemende gemeente is ook opheffing van de
                        regeling mogelijk. Van opheffing is altijd sprake als alle deelnemers
                        behalve één uittreedt. Een afzonderlijke organisatie is dan niet wenselijk.
                        Blijven er na uittreding meerdere deelnemers over, dan kan de regeling
                        blijven bestaan en volgt niet automatisch opheffing. </al><al>Naast deze automatische opheffingsmogelijkheid kunnen de deelnemers ook uit
                        eigen beweging besluiten de regeling op te heffen. Dit geschiedt op voorstel
                        van het algemeen bestuur (lid 1). Alle bestuursorganen die aan de regeling
                        deelnemen, moeten unaniem besluiten tot opheffing (lid 2).</al><al/><al>Wordt tot opheffing van WerkSaam overgegaan, dan wordt door het algemeen
                        bestuur een liquidatieplan opgesteld (lid 3). Dit plan voorziet in de
                        verplichting van de verbonden gemeenten om deel te nemen in de financiële
                        gevolgen van opheffing. Ook voorziet dit plan in de gevolgen die de
                        opheffing heeft voor de ambtenaar. Hierbij kan worden gedacht aan het
                        overnemen van de ambtenaar, in die zin dat de ambtenaar uit dienst treedt
                        van WerkSaam en wordt aangesteld door de gemeente (lid 4). </al><al>WerkSaam wordt niet direct opgeheven, maar blijft voortbestaan voor zover
                        dit voor de vereffening van het vermogen van de organisatie noodzakelijk is
                        (lid 5). Dit kan soms vele jaren in beslag nemen. Zijn alle verplichtingen
                        afgewikkeld en resteert een batig saldo, dan wordt dit batig saldo aan de
                        hand van de gehanteerde verdeelsleutel aan gemeenten uitgekeerd. Resteert
                        een negatief saldo, dan zijn gemeenten op basis van dezelfde verdeelsleutel
                        gehouden financieel bij te dragen aan de afwikkeling van dit negatieve saldo
                        (lid 4).</al></divisie><divisie><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>8</nr><titel>OVERIGE BEPALINGEN</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr><titel>Archief</titel></kop><al>WerkSaam is een afzonderlijk openbaar lichaam en kan voor haar
                        archiefvoorzieningen niet terugvallen op de bestaande archiefvoorzieningen
                        van de gemeenten. Een afzonderlijk archief moet worden ingericht (lid 1).
                        Conform de Archiefwet wordt aan dit archief de eisen gesteld dat de
                        archiefbescheiden die onder WerkSaam berusten in goede, geordende en
                        toegankelijke staat worden gebracht en bewaard. Ook wordt zorg gedragen voor
                        vernietiging van de archiefbescheiden die hiervoor conform de op WerkSaam
                        rustende wettelijke verplichtingen in aanmerking komen.</al><al/><al>Net als dit geldt voor de gemeenten stelt het algemeen bestuur van WerkSaam
                        een archiefverordening vast. In deze verordening is vastgelegd hoe het
                        dagelijks bestuur met de archiefbescheiden omgaat (lid 2). Deze verordening
                        is aldus een nadere uitwerking van hetgeen op grond van de Archiefwet wordt
                        voorgeschreven. Op het toezicht op de naleving van de Archiefwet en de
                        bijbehorende archiefverordening is de archivaris belast (lid 4). Deze wordt
                        door het dagelijks bestuur als zodanig benoemd, geschorst en ontslagen (lid
                        5).</al><al>Op een gegeven moment hoeft WerkSaam bepaalde bescheiden niet langer onder
                        zich te hebben. Per document geldt een bewaartermijn. Is een bewaartermijn
                        verstreken, dan kunnen deze archiefbescheiden worden overgedragen aan een
                        archiefbewaarplaats. Voor de aangesloten gemeenten geldt op het moment van
                        vaststelling van de regeling dat het Westfries Archief (die overigens is
                        ingesteld bij gemeenschappelijke regeling) als archiefbewaarplaats is
                        aangewezen. Het Westfries Archief is aldus een voor de hand liggende keuze
                        om hier de archiefbescheiden van WerkSaam onder te brengen. Welke
                        archiefbewaarplaats uiteindelijk wordt gekozen, is echter aan het dagelijks
                        bestuur om te bepalen (lid 3). </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>39</nr><titel>Klachtenregeling</titel></kop><al>Een ieder heeft het recht om over de wijze waarop een bestuursorgaan zich in
                        een bepaalde aangelegenheid jegens hem of een ander heeft gedragen een
                        klacht in te dienen bij dat bestuursorgaan. Dit is bepaald in hoofdstuk 9
                        van de Algemene wet bestuursrecht. Hieruit volgt aldus dat bij ieder
                        bestuursorgaan van de gemeenten (denk hiervoor onder meer aan de
                        burgemeester, het college en de raad) een klacht kan worden ingediend als
                        deze klacht zich richt jegens het bestuursorgaan of jegens een ambtenaar die
                        onder verantwoordelijkheid van dit orgaan heeft gehandeld of juist heeft
                        nagelaten te handelen. </al><al/><al>Op grond van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht hebben
                        bestuursorganen de bevoegdheid een interne klachtenregeling vast te stellen.
                        Omdat WerkSaam bepaalde taken voor de gemeenten uitvoert, zoals het
                        verstrekken van uitkeringen, is het belangrijk dat de burger – net als bij
                        de gemeenten – een klacht kan indienen als de dienstverlening van WerkSaam
                        in zijn ogen niet naar wens verloopt of is verlopen. Om ervoor te zorgen dat
                        een ieder op grond van de Algemene wet bestuursrecht het recht blijft
                        behouden om jegens een bestuursorgaan of een onder zijn verantwoordelijkheid
                        werkzame ambtenaar een klacht in te dienen, is het nodig dat WerkSaam zelf
                        een klachtenregeling instelt (lid 1). Dit wordt in dit artikel
                        gewaarborgd.</al><al>Nadat de interne klachtenprocedure is doorlopen, heeft een ieder op grond
                        van hoofdstuk 9 Algemene wet bestuursrecht het recht om de klacht bij een
                        externe partij onder de aandacht te brengen. Artikel 9:17 Algemene wet
                        bestuursrecht garandeert een dergelijke externe klachtbehandelaar. Gekozen
                        kan worden tussen de Nationale ombudsman (sub a) of een andere partij die
                        hiervoor als zodanig door WerkSaam wordt aangewezen (sub b). Op het moment
                        van het vaststellen van deze gewijzigde regeling, zijn de meeste deelnemers
                        aan WerkSaam hier reeds bij aangesloten. Omdat de Nationale ombudsman de
                        meest breed gedragen externe ombudsinstantie is in Nederland en hiermee de
                        benodigde expertise in huis heeft, schrijft de regeling voor om hier bij aan
                        te sluiten (lid 2). </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>40</nr><titel>Geschillen</titel></kop><al>Net als bij iedere regeling kan er bij de uitvoering van deze regeling
                        onduidelijkheid bestaan. Geschillen liggen dan op de loer. Indien een
                        dergelijk geschil zich tussen WerkSaam en een gemeente voordoet, is de
                        intentie dat dit onderling wordt opgelost. Derhalve is opgenomen dat het
                        algemeen of het dagelijks bestuur en de gemeente terstond met elkaar in
                        overleg treden teneinde het voorliggende geschil gezamenlijk op te lossen
                        (lid 1). Gelet op het duurzame karakter van de relatie die WerkSaam en de
                        gemeenten met elkaar aangaan en derhalve het belang van een goede band met
                        elkaar, is het immers wenselijk dat in eerste instantie wordt geprobeerd het
                        geschil onderling en in goed overleg op te lossen. </al><al/><al>Lukt het niet om onderlinge overeenstemming te bereiken, dan wijst iedere
                        partij een deskundige aan. Deze deskundigen gaan met elkaar in overleg en
                        brengen gezamenlijk een advies uit teneinde het geschil te beslechten (lid
                        2). </al><al>Naast de in lid 2 genoemde mogelijkheid staat het partijen vrij om
                        gedeputeerde staten over het geschil te benaderen. Het is dan aan
                        gedeputeerde staten om hierover een besluit te nemen. Dit volgt uit artikel
                        28 van de Wet gemeenschappelijke regelingen (lid 3). Overigens geldt de
                        regeling voor gedeputeerde staten slechts indien het geschil zich niet
                        uitstrekt tot de rechtsmacht van de rechterlijke macht zoals dit in artikel
                        112 Grondwet is vastgelegd. </al></divisie><divisie><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>9</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>41</nr><titel>Onvoorzienbaarheden</titel></kop><al>Beoogd is een zo volledig mogelijke regeling op te stellen. Toch zal in de
                        praktijk blijken dat de regeling niet in alles voorziet. Slechts in
                        uitzonderlijke omstandigheden waarin de regeling geen oplossing biedt, heeft
                        het algemeen bestuur de bevoegdheid naar goed inzicht te beslissen. Het
                        algemeen bestuur kan hiertoe slechts overgaan nadat het dagelijks bestuur
                        van de regeling alsmede de raden en de colleges van de aangesloten gemeenten
                        hierover zijn geraadpleegd.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>42</nr><titel>Toezending regeling</titel></kop><al>Door het gemeentebestuur van een van de gemeenten moet de regeling aan
                        gedeputeerde staten worden toegezonden. Dit volgt uit artikel 26, eerste
                        lid, van de wet. In de regeling is het college van de gemeente Hoorn
                        aangewezen hiervoor zorg te dragen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>43</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>De gewijzigde regeling krijgt de citeertitel ‘Gemeenschappelijke Regeling
                        WerkSaam Westfriesland’. Het is gebruikelijk dat een gemeenschappelijke
                        regeling dezelfde naam heeft als in de citeertitel wordt omschreven. </al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>