<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR385744_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene subsidieverordening gemeente Montfoort 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Montfoort</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-12-16</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Montfoort</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">IJsselbode, 22-12-2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene subsidieverordening gemeente Montfoort 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-14</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2026-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>202683</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene subsidieverordening gemeente Montfoort 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Montfoort;</al><al/><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van
                        Montfoort van 3 november 2015, zaaknummer 202683;</al><al/><al>gelet op het door de raad vastgestelde subsidiebeleid;</al><al/><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en titel 4.2 van de Algemene wet
                        bestuursrecht;</al><al/><al><vet>BESLUIT:</vet></al><al/><al>vast te stellen de volgende verordening:</al><al/><al><vet>ALGEMENE SUBSIDIEVERORDENING GEMEENTE MONTFOORT 2016</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lid><lidnr>-</lidnr><al>Awb: de Algemene wet bestuursrecht.</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>College: het college van burgemeester en wethouders van Montfoort.</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>Europees steunkader: een mededeling, richtsnoer, kaderregeling, besluit
                            of vrijstellingsverordening op het gebied van staatssteun die de
                            Europese Commissie of de Raad van de Europese Unie, gelet op de
                            artikelen 106, derde lid, 107, 108 en 109 van het Verdrag heeft
                            vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>Interne markt: de gemeenschappelijke markt van de Europese Unie waarin
                            het vrije verkeer van goederen, personen, diensten en kapitaal is
                            gewaarborgd , zoals bepaald in het Verdrag.</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>Onderneming: iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van
                            financiering, die een economische activiteit uitoefent.</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>Subsidieplafond: het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten
                            hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies.</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>Subsidieverlening: het toekennen van subsidie voor een bepaalde
                            activiteit (ingevolge afdeling 4.2.3 Awb), waardoor de aanvrager een
                            aanspraak krijgt op financiële middelen, mits hij daadwerkelijk de
                            gesubsidieerde activiteit verricht en zich aan de eventueel aan hem
                            opgelegde verplichtingen houdt.</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>Subsidievaststelling: het definitief besluit dat de aanvrager subsidie
                            ontvangt (ingevolge afdeling 4.2.5 Awb) ter hoogte van een bepaald
                            bedrag, hetgeen het college tot uitbetaling verplicht. </al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>Verdrag: Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Reikwijdte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies door
                            het college voor activiteiten binnen de beleidsterreinen die vallen
                            onder de door de raad in de programmabegroting vastgestelde programma’s,
                            met uitzondering van subsidies waarvoor bij afzonderlijke verordening
                            een uitputtende regeling is getroffen en subsidies waarvoor op grond van
                            artikel 4:23, derde lid, van de Awb geen wettelijke grondslag nodig is.
                        </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ten aanzien van subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is
                            kan het college bepalen dat deze verordening geheel of gedeeltelijk van
                            toepassing is. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Subsidieregelingen</titel></kop><al>Ter uitvoering van het door de raad vastgestelde beleid stelt het college
                        een nadere regeling (hierna te noemen: subsidieregeling) vast. Voor zover
                        van toepassing, wordt hierin bepaald welke kosten voor subsidie in
                        aanmerking komen, hoe de subsidie wordt berekend en hoe de subsidiebedragen
                        worden uitbetaald. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Europees steunkader</titel></kop><al>Voor zover dat ten behoeve van het voldoen aan een Europees steunkader
                        noodzakelijk is, kan het college bij subsidieregelingen afwijken van deze
                        verordening en deze aanvullen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad stelt jaarlijks, met de vaststelling van de begroting, per
                            programma een subsidieplafond voor het volgende kalenderjaar vast. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college bepaalt jaarlijks, met de vaststelling van het in artikel 6
                            omschreven subsidieoverzicht, de wijze van verdeling van de betrokken
                            subsidies. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad kan een subsidieplafond verlagen:</al><lijst><li nr="a."><al>als het wordt vastgesteld voordat de begroting voor het
                                    betrokken jaar is goedgekeurd; of</al></li><li nr="b."><al>als de subsidieaanvragen waarop het subsidieplafond betrekking
                                    heeft, moeten worden ingediend voordat de begroting voor het
                                    betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de bekendmaking van een subsidieplafond dat kan worden verlaagd
                            overeenkomstig het vorige lid, wordt gewezen op de mogelijkheid van
                            verlaging.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of
                            goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen
                            op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld. Bij de
                            verleningsbeschikking wordt daarop gewezen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Subsidieoverzicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college besluit eenmaal per jaar tot de vaststelling van een
                            overzicht waarin onder andere de activiteiten en instellingen zijn
                            opgenomen die de gemeente in het jaar waarop het subsidieoverzicht
                            betrekking heeft op enigerlei wijze voornemens is te subsidiëren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het concept subsidieoverzicht ligt gedurende 14 dagen ter inzage in het
                            stadhuis, teneinde de in het subsidieoverzicht genoemde instellingen de
                            gelegenheid te geven schriftelijk hun zienswijze kenbaar te maken. Het
                            concept wordt tevens door het college ter kennisneming aan het
                            raadsforum Samenleving aangeboden. De instellingen kunnen hun zienswijze
                            mondeling toelichten in het Forum Samenleving.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Nadat de raad de begroting heeft vastgesteld en na afloop van de periode
                            van inzage, echter voor 31 december, stelt het college het
                            subsidieoverzicht voor het daaropvolgende kalenderjaar vast.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In het subsidieoverzicht wordt tenminste opgenomen:</al><lijst><li nr="a."><al>een overzicht van het gemeentelijk beleid met betrekking tot de
                                    in het subsidieoverzicht genoemde beleidsterreinen;</al></li><li nr="b."><al>een overzicht van de hoogte van de subsidieplafonds voor het
                                    jaar waarop de in het overzicht opgenomen subsidieaanvragen
                                    betrekking hebben;</al></li><li nr="c."><al>een opgaaf van alle structurele subsidieaanvragen, welke
                                    betrekking hebben op de desbetreffende beleidsterreinen;</al></li><li nr="d."><al>besluitvorming, zowel positieve als negatieve, over de
                                    structurele en incidentele subsidieverlening per de in het
                                    subsidieoverzicht opgenomen subsidieaanvraag.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan een rechtspersoon. </al></li><li nr="2."><al>Een aanvraag om subsidie wordt schriftelijk of digitaal ingediend
                                bij het college. Het college kan hiervoor een aanvraagformulier
                                vaststellen. </al></li><li nr="3."><al>Bij de aanvraag legt de aanvrager de volgende gegevens over: </al><lijst><li nr="a."><al>een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie
                                        wordt aangevraagd;</al></li><li nr="b."><al>de doelen en resultaten welke met die activiteiten worden
                                        nagestreefd, en hoe de activiteiten daaraan bijdragen;</al></li><li nr="c."><al>een begroting van de inkomsten en uitgaven van de
                                        activiteiten en een balans over het voorgaande jaar.</al></li><li nr="d."><al>als de aanvrager een onderneming is:</al><lijst><li nr="1°"><al>een opgave van subsidies, vergoedingen of
                                                tegemoetkomingen in welke vorm ook met
                                                staatsmiddelen bekostigd, die al zijn of zullen
                                                worden ontvangen voor de activiteiten waarvoor de
                                                subsidie wordt aangevraagd </al></li><li nr="2°"><al>een verklaring als bedoeld in de
                                                de-minimisverordening (de-minimisverklaring); </al></li></lijst></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="4."><al>Een rechtspersoon die voor de eerste maal subsidie aanvraagt, voegt
                                een exemplaar van de oprichtingsakte, de statuten, alsmede van het
                                jaarverslag, de jaarrekening en de balans van het voorgaande jaar
                                toe aan de aanvraag.</al></li><li nr="5."><al>Bij subsidieregeling en bij afzonderlijk besluit van het college kan
                                van de voorgaande leden worden afgeweken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Aanvraagtermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag om een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, wordt
                            ingediend uiterlijk 1 april voorafgaand aan het jaar of de jaren waarop
                            de aanvraag betrekking heeft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Andere aanvragen om subsidie worden ingediend uiterlijk 8 weken voordat
                            de aanvrager begint met de activiteiten waarvoor de subsidie wordt
                            aangevraagd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college beslist op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in
                            artikel 8, eerste lid, uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de
                            aanvraag is ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college beslist op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in
                            artikel 8, tweede lid, binnen 8 weken nadat de volledige aanvraag is
                            ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Naast de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de Algemene wet
                            bestuursrecht weigert het college de subsidie in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>als de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde lid,
                                    van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar
                                    is met de interne markt.</al></li><li nr="b."><al>als het betreft een aanvrager tegen wie een bevel tot
                                    terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de
                                    Europese Commissie waarin de steun onrechtmatig en onverenigbaar
                                    met de interne markt is verklaard.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het vorige lid kan het college de subsidie verder in ieder
                            geval weigeren:</al><lijst><li nr="a."><al>als de te subsidiëren activiteiten niet gericht zijn op de
                                    gemeente of niet aanwijsbaar ten goede komen aan haar
                                    inwoners;</al></li><li nr="b."><al>als niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het
                                    verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt
                                    gevraagd;</al></li><li nr="c."><al>in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van
                                    de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar
                                    bestuur (Wet Bibob);</al></li><li nr="d."><al>als de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor
                                    subsidie in aanmerking te komen;</al></li><li nr="e."><al>als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een wettelijk
                                    voorschrift;</al></li><li nr="f."><al>als de subsidieverstrekking niet is toegestaan totdat de
                                    Europese Commissie met toepassing van artikel 108, derde lid,
                                    van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie verenigbaar is
                                    met de interne markt;</al></li><li nr="g."><al>in de bij de betrokken subsidieregeling bepaalde gevallen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan een subsidie in ieder geval intrekken in het geval en
                            onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering
                            integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob). </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college vordert een subsidie met rente terug als dit nodig is ter
                            uitvoering van een terugvorderingsbesluit van de Europese Commissie of
                            een onherroepelijke rechterlijke uitspraak. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Verantwoording</titel></kop><al>Voor zover dit niet is bepaald bij subsidieregeling, wordt bij de
                        verleningsbeschikking vermeld op welke wijze de subsidieontvanger de
                        besteding van de subsidie dient te verantwoorden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Algemene verplichtingen van subsidieontvanger</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als aannemelijk is dat een of meer van de activiteiten waarvoor de
                            subsidie is verleend niet of niet geheel zullen worden verricht of dat
                            niet of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal
                            worden voldaan, meldt de subsidieontvanger dat direct aan het
                            college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een subsidieontvanger informeert het college direct schriftelijk over: </al><lijst><li nr="a."><al>beslissingen of procedures die zijn gericht op de beëindiging
                                    van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, of tot
                                    ontbinding van de gesubsidieerde rechtspersoon;</al></li><li nr="b."><al>relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische
                                    verhouding met derden;</al></li><li nr="c."><al>ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat aan de aan de
                                    subsidie verbonden verplichtingen niet of niet geheel zullen
                                    kunnen worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de
                                    gesubsidieerde rechtspersoon, de persoon van de bestuurder of
                                    bestuurders en het doel van de rechtspersoon.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Aan een subsidie te verbinden bijzondere verplichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan een beschikking tot subsidieverlening kunnen verplichtingen worden
                            verbonden met betrekking tot het beheer en gebruik van hetgeen met de
                            subsidie tot stand is gebracht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij subsidies vanaf € 50.000 verleend voor activiteiten die meer dan een
                            jaar in beslag nemen, kan de verplichting worden opgelegd tot het
                            tussentijds afleggen van rekening en verantwoording over de tot dan
                            verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten. De
                            verantwoording wordt minimaal één keer per jaar verlangd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Eindverantwoording subsidies tot en met € 7.500</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Subsidies tot en met € 7.500 worden door het college: </al><lijst><li nr="a."><al>direct verleend en/of vastgesteld;</al></li><li nr="b."><al>ambtshalve vastgesteld binnen 13 weken nadat de activiteiten
                                    uiterlijk moeten zijn verricht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij een ambtshalve vaststelling als bedoeld in het vorige lid kan de
                            aanvrager worden verplicht om op de daarbij aangegeven wijze aan te
                            tonen dat de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt, zijn
                            verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden
                            verplichtingen. In dat geval vindt de vaststelling plaats binnen 13
                            weken nadat de gevraagde inlichtingen zijn verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In geval van verlening van een subsidie van ten hoogste € 7.500,- wordt
                            een voorschot verstrekt ter hoogte van de verleende subsidie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Eindverantwoording subsidies vanaf € 7.500</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij subsidies vanaf € 7.500 dient de subsidieontvanger bij het college
                            een aanvraag tot vaststelling in: </al><lijst><li nr="a."><al>in geval van een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt,
                                    uiterlijk op 1 april van het jaar dat volgt op het betrokken
                                    kalenderjaar;</al></li><li nr="b."><al>in andere gevallen uiterlijk 13 weken nadat de gesubsidieerde
                                    activiteiten zijn verricht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag tot vaststelling bevat: </al><lijst><li nr="a."><al>een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de
                                    gesubsidieerde activiteiten zijn verricht;</al></li><li nr="b."><al>een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan
                                    verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of
                                    jaarrekening);</al></li><li nr="c."><al>een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting
                                    daarop; en</al></li><li nr="d."><al>een accountantsverklaring, opgesteld door een onafhankelijk
                                    accountant, in geval van een subsidie vanaf € 50.000.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden vastgesteld en kan
                            worden bepaald dat andere gegevens worden verlangd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Subsidievaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt de subsidie vast binnen 13 weken na de ontvangst van
                            een aanvraag tot subsidievaststelling, tenzij bij subsidieregeling
                            anders is bepaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze termijn kan eenmaal voor ten hoogste 8 weken worden verdaagd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij subsidieregeling kunnen categorieën subsidieontvangers worden
                            aangewezen waarvoor de subsidie direct wordt vastgesteld zonder dat een
                            aanvraag tot subsidievaststelling hoeft te worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als een aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het tijdstip,
                            bedoeld in artikel 15, eerste lid, aanhef en onder a of b, is ingediend,
                            kan het college de subsidieontvanger schriftelijk een nieuwe termijn
                            stellen. Wordt de aanvraag niet binnen deze termijn ingediend of
                            gecompleteerd dan kan het college overgaan tot ambtshalve
                            vaststelling.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Berekening van uurtarieven, uniforme kostenbegrippen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij het hanteren van kostenbegrippen bij de berekening van uurtarieven
                            wordt uitgegaan van bij de subsidieregeling of bij de subsidieverlening
                            voorgeschreven definities. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij subsidie waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen
                            alleen die tarieven en kostenbegrippen in aanmerking die voldoen aan de
                            eisen van het toepasselijke steunkader. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Algemene reserve</titel></kop><al>De instelling die subsidie aanvraagt beschikt niet over een dusdanig eigen
                        vermogen, dat subsidiëring redelijkerwijs achterwege kan blijven. Om te
                        bepalen of dit zo is kan het college een vermogenstoets toepassen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Bestemmingsreserves en voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvrager die subsidie ontvangt en een bestemmingsreserve of
                            voorziening heeft of wil vormen, dient hiervoor schriftelijk toestemming
                            te vragen aan het college. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een verzoek tot het vormen van een bestemmingsreserve of voorziening
                            dient vergezeld te gaan van:</al><lijst><li nr="a."><al>Het doel van de bestemmingsreserve of voorziening;</al></li><li nr="b."><al>Een meerjarig investeringsplan of onderhoudsplan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien toestemming door het college tot het vormen van een
                            bestemmingsreserve of voorziening is verkregen, mag een aanvrager die
                            subsidie ontvangt niet afwijken van vastgestelde dotaties, ook al is er
                            sprake van een negatief exploitatietekort. .</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De aanvrager meldt een voornemen om uitgaven ten laste te brengen van
                            een toegestane bestemmingsreserve of voorziening zo spoedig mogelijk aan
                            het college, tenzij dat voornemen reeds uit de begroting bij de aanvraag
                            blijkt. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan deze verordening, met uitzondering van de artikelen 2, 3
                            en 4, in individuele gevallen buiten toepassing laten of daarvan
                            afwijken voor zover de toepassing van die bepalingen voor de
                            subsidieaanvrager of -ontvanger gevolgen zou hebben die onevenredig zijn
                            in verhouding tot de met de betrokken bepalingen te dienen doelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Toepassing van het vorige lid wordt gemotiveerd in het besluit en
                            hiervan wordt periodiek verslag gedaan aan de raad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De Algemene subsidieverordening gemeente Montfoort 2013 wordt
                                ingetrokken.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2016. </al></li><li nr="3."><al>Deze verordening is van toepassing op alle aanvragen waarop ten
                                tijde van de inwerkingtreding van deze verordening nog niet is
                                beslist. </al></li><li nr="4."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene subsidieverordening
                                gemeente Montfoort 2016.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Montfoort, gehouden op 14 december 2015.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>drs . E.C.M. van der Klauw</ondertekening><ondertekening>de griffier</ondertekening><ondertekening/><ondertekening> Th. Van Eijk </ondertekening><ondertekening>de voorzitter</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><tussenkop>Beslistermijnen</tussenkop><al>In de artikelen 9, 14 en 16 worden termijnen genoemd waarbinnen het college een
                    besluit dient te nemen. Bij het bepalen van de duur van die termijnen hebben de
                    volgende argumenten een rol gespeeld:</al><lijst><li nr="·"><al>In de Algemene wet bestuursrecht staan geen strikte termijnen waarbinnen
                            een aanvraag om subsidie moet worden ingediend of waarbinnen op een
                            dergelijke aanvraag moet worden beschikt;</al></li><li nr="·"><al>De gemeente is dus vrij om hier eigen keuzes te maken, waarbij de
                            termijnen uiteraard ’redelijk’ dienen te zijn. In de regel wordt een
                            termijn van acht tot dertien weken redelijk geacht;</al></li><li nr="·"><al>De termijnen zijn maximale termijnen en het streven zal er steeds op
                            zijn gericht om zo spoedig als mogelijk subsidies te verlenen en vast te
                            stellen;</al></li><li nr="·"><al> Sinds de inwerkingtreding van de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig
                            beslissen bestaat het risico dat het college bij overschrijding van (ook
                            door het college zelf gestelde) termijnen met een dwangsom wordt
                            geconfronteerd. Het stellen van een termijn die gelet op de interne
                            bedrijfsvoering te kort is verhoogt het risico op het verbeuren van een
                            dwangsom wegens termijnoverschrijding.</al><al/></li></lijst><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 2. Reikwijdte</tussenkop><tussenkop>Eerste lid </tussenkop><al>Met het eerste lid krijgt het college de bevoegdheid toegewezen om te besluiten
                    over het verstrekken van subsidies waarop de Algemene subsidieverordening
                    (hierna: ASV) van toepassing is. </al><al>Dit betreft in beginsel alle subsidies, met uitzondering van subsidies waarvoor
                    bij afzonderlijke verordening een uitputtende regeling is getroffen en de
                    zogenaamde incidentele subsidies, de spoedeisende subsidieverstrekkingen en
                    begrotingssubsidies waarvoor overeenkomstig artikel 4:23, derde lid, van de
                    Algemene wet bestuursrecht geen wettelijke grondslag nodig is.</al><al>Aangezien het gaat om de bevoegdheid te besluiten over het ‘verstrekken’ van
                    subsidies, in plaats van ‘verlenen’ van subsidies, omvat de bevoegdheid om te
                    besluiten over het gehele subsidieproces, dus ook het voorschot geven, lager
                    vaststellen, terugvorderen en dergelijke. Het college neemt daarbij de
                    gemeentebegroting en subsidieplafonds (artikel 4:25, tweede lid, van de Awb) in
                    acht. Ook de bevoegdheid om subsidies te verlenen onder voorwaarden zoals
                    bedoeld in de artikelen 4:33 en 4:34 van de Awb valt hier onder.</al><al/><tussenkop>Tweede lid</tussenkop><al>Voor de zogenaamde incidentele subsidies en begrotingssubsidies is op grond van
                    artikel 4:23, derde lid, van de Awb geen wettelijke grondslag nodig. Op die
                    subsidies is de ASV in beginsel niet van toepassing. Dit lid geeft het college
                    de bevoegdheid om die verordening (deels) van toepassing te verklaren als
                    daartoe aanleiding bestaat. </al><al/><tussenkop>Artikel 3. Subsidieregelingen</tussenkop><al>Met dit artikel verplicht de raad het college om in nadere regels, hier en
                    verder subsidieregeling genoemd, de te subsidiëren activiteiten te bepalen. Voor
                    zover het college iets wenst te regelen met betrekking tot de berekening van de
                    subsidie en de wijze van uitbetalen, dient dit eveneens in de subsidieregeling
                    te gebeuren. </al><al/><al>In andere artikelen van ASV worden andere bevoegdheden gedelegeerd die
                    betrekking hebben op de inhoud van de subsidieregeling: het afwijken van
                    termijnen, het verbinden van bepaalde verplichtingen aan de subsidie.</al><al/><tussenkop><onderstreept>Relatie tussen subsidiebeleid, subsidieverordening en
                        subsidieregelingen.</onderstreept></tussenkop><al>In het subsidiebeleid wordt de visie op en het algemene doel van het
                    subsidiebeleid beschreven. Tevens worden daarin de beleidsdoelstellingen
                    beschreven die met het subsidie instrument worden beoogd. Subsidiebeleidsregels
                    vullen in hoe er toepassing wordt gegeven aan een bestaande bevoegdheid van het
                    bestuursorgaan en hoe belangen worden afgewogen (artikel 4:81, eerste lid, van
                    de Awb). Beleidsregels binden alleen het bestuursorgaan zelf en werken niet
                    extern. Met beleidsregels kunnen dan ook niet rechtstreeks verplichtingen aan
                    burgers worden opgelegd. In ieder geval kunnen zaken als termijnen en
                    subsidieverplichtingen niet worden geregeld via een beleidsregel. Dat dient te
                    geschieden in een verordening (ASV).</al><al/><al>In de ASV wordt de hoofdstructuur van het subsidieproces neergelegd, zoals de
                    reikwijdte van de verordening, de vaststelling van subsidieplafonds door de
                    raad, aanvraagvereisten, algemene en bijzondere verplichtingen, verantwoording,
                    beslistermijnen en weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden. Alle
                    subsidieaanvragen worden getoetst aan het bepaalde in de ASV.</al><al/><al>De beleidsuitvoerende elementen worden vervolgens in subsidieregelingen
                    vastgelegd. De bevoegdheid tot het vaststellen hiervan wordt in artikel 3 van de
                    ASV gedelegeerd aan het college. Zoals vermeld kan op punten worden afgeweken
                    van de hoofdregels zoals neergelegd in de ASV. </al><al/><tussenkop>Artikel 4. Europees steunkader</tussenkop><al>Om subsidies onder een Europees steunkader te brengen moet de subsidie op het
                    toepasselijke steunkader worden toegesneden. Daarbij kan het nodig zijn dat er
                    afgeweken wordt van de ASV, of dat deze aangevuld wordt. Dit artikel maakt het
                    college daartoe bevoegd.</al><al/><tussenkop>Artikel 5. Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud</tussenkop><al>De raad stelt de subsidieplafonds vast (eerste lid). In het tweede lid, in
                    combinatie met artikel 6 is de wijze en procedure van verdeling van de
                    beschikbare bedragen vastgelegd Bij de bekendmaking van de subsidieplafonds door
                    de raad wordt er, indien van toepassing, gewezen om de mogelijkheid het
                    subsidieplafond te verlagen (derde en vierde lid). </al><al/><al>Het college, dat via artikel 2 de bevoegdheid gedelegeerd heeft gekregen om te
                    besluiten over het verstrekken van subsidies, is verder verplicht – in lijn met
                    de mogelijkheid van artikel 4:34, eerste lid, van de Awb – (in bepaalde
                    gevallen) om bij het gebruik maken van deze gedelegeerde bevoegdheid een
                    begrotingsvoorbehoud te maken (vijfde lid).</al><al/><tussenkop>Artikel 6. Subsidieoverzicht</tussenkop><al>De inhoud van dit artikel spreekt voor zich . Een zelfde handelwijze werd ook al
                    gehanteerd ter uitvoering van de Algemene subsidieverordening gemeente Montfoort
                    2013.</al><al/><tussenkop>Artikel 7. Aanvraag </tussenkop><al>In het tweede lid is bepaald dat een aanvraag voor subsidie schriftelijk dient
                    te worden gedaan. Met ‘schriftelijk’ is meer bedoeld dan ‘op papier geschreven’.
                    Zo kan een aanvraag ook digitaal worden gedaan, mits het college het eventueel
                    door hem vastgestelde formulier ook in digitale vorm beschikbaar heeft gesteld.
                    In het tweede en derde lid is bepaald welke stukken en gegevens bij de aanvraag
                    overlegd dienen te worden.</al><al/><al>Bij een subsidie aan een onderneming moet voorkomen worden dat subsidie wordt
                    verleend die niet in overeenstemming is met de artikelen 107 en 108 van het
                    Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (hierna VWEU). Daarom zijn
                    een tweetal aanvraagvereisten opgenomen die specifiek voor ondernemingen gelden.
                    Ten eerste, om ontoelaatbare cumulatie te voorkomen wordt een overzicht gevraagd
                    van subsidies, vergoedingen of tegemoetkomingen in welke vorm ook met
                    staatsmiddelen bekostigd die al zijn of zullen worden ontvangen voor de
                    activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd (derde lid, onderdeel d, onder
                    1). Het gaat naast subsidie bijvoorbeeld om garanties, leningen, korting op de
                    grondprijs, etc. Ten tweede, om subsidie onder de de-minimisverordening te
                    kunnen verlenen moet de onderneming een de-minimisverklaring gevraagd worden
                    (derde lid, onderdeel d, onder 2). Op basis van een ingeleverde
                    de-minimisverklaring dient het college te controleren of verlenen van de
                    subsidie in overeenstemming is met de de-minimisverordening. Deze verordening
                    houdt in dat wanneer de gemeente ondernemingen steunt (bijvoorbeeld: subsidie,
                    lening tegen niet-marktconforme rente, garantie) en de totale steun per
                    onderneming niet hoger is dan € 200.000 over een periode van drie
                    belastingjaren, een aanmelding bij de Europese Commissie niet nodig is. In de
                    praktijk biedt deze verordening vaak goede mogelijkheden om ondernemingen te
                    steunen zonder aanmelding;</al><al/><al>Bij subsidieregeling kan het college besluiten hiervan af te wijken (vijfde
                    lid).</al><al/><tussenkop>Artikel 8. Aanvraagtermijn</tussenkop><al>De aanvraagtermijnen zijn afhankelijk van het soort subsidie. Er wordt
                    onderscheid gemaakt tussen subsidies die per kalenderjaar worden verstrekt, en
                    andersoortige subsidies. Bij subsidieregeling kan het college besluiten af te
                    wijken van de aanvraagtermijnen die vastgesteld zijn in het eerste en tweede lid
                    (derde lid).</al><al/><tussenkop>Artikel 9. Beslistermijn</tussenkop><al>Hier worden de termijnen gegeven waarbinnen het college gehouden is te beslissen
                    op een aanvraag voor subsidie. In de Awb staan geen strikte beslistermijnen op
                    een aanvraag om subsidie. Ook hierbij is onderscheid gemaakt tussen subsidies
                    per kalenderjaar, en andere. Bij subsidieregeling kan het college besluiten af
                    te wijken van de beslistermijnen die vastgesteld zijn in het eerste en tweede
                    lid (derde lid).</al><al/><tussenkop>Artikel 10. Weigerings- en intrekkingsgronden</tussenkop><al>In het eerste lid worden de algemeen geldende weigeringsgronden van artikelen
                    4:25, tweede lid, en 4:35 van de Awb, met nadere verplichte gronden
                    aangevuld.</al><al/><al>Ondanks dat er sprake is van staatssteun is het soms mogelijk om steun te
                    verstrekken op basis van een vrijstelling. Als dat niet mogelijk is, kan
                    goedkeuring van de Europese Commissie gevraagd worden via een formele melding.
                    Als de Europese Commissie de steun echter niet goedkeurt, dan moet het college
                    overgaan tot weigering (vandaar de verplichte weigeringsgrond onder a). In
                    aanvulling daarop wordt met onderdeel b bepaald dat ondernemingen waartegen een
                    terugvorderingsactie loopt niet in aanmerking komen voor subsidie.</al><al/><al>In het tweede lid zijn nog enkele facultatieve weigeringsgronden opgenomen. Het
                    college kan in deze gevallen weigeren, maar is daartoe niet verplicht.</al><al/><al>Onderdelen a, d en e spreken voor zichzelf. Onderdeel b geeft de mogelijkheid de
                    subsidie te weigeren als de aanvrager over voldoende eigen middelen
                    beschikt.</al><al/><al>Onderdeel c betreft het geval dat de aanvrager van een subsidie de toets van de
                    Wet bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur (hierna: Wet
                    Bibob) niet kan doorstaan. Bij deze weigeringsgrond is niet van belang of de
                    activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd op zichzelf beoordeeld subsidiabel
                    zijn. Het gaat hierbij louter om de integriteit van de persoon dan wel
                    rechtspersoon van de aanvrager aan wie het college op grond van de Wet Bibob
                    geen subsidie wenst te verlenen. Naast subsidie weigeren, kan het college in
                    dergelijke gevallen ook een reeds verleende en vastgestelde subsidies intrekken
                    (derde lid).</al><al/><al>Onder f is een weigeringsgrond opgenomen waarmee het college een aanvraag kan
                    weigeren als subsidieverstrekking niet is toegestaan dan nadat deze
                    overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het VWEU (de meldingsprocedure) is
                    goedgekeurd door de Europese Commissie. Het gaat hier om subsidieverstrekking
                    die in beginsel niet ongeoorloofd is vanwege strijdigheid met de toepasselijke
                    cumulatieregels of overschrijding van het toegestane bedrag aan de-minimissteun.
                    In deze gevallen kan het college óf weigeren de subsidie te verstrekken óf de
                    subsidie melden bij de Europese Commissie om langs deze weg goedkeuring te
                    verkrijgen. Een subsidie die is of kan worden goedgekeurd kan uiteraard ook op
                    een andere grond worden geweigerd.</al><al/><al>Onderdeel g ten slotte geeft het college de bevoegdheid in een subsidieregeling
                    nog andere weigeringsgronden op te nemen, bijvoorbeeld weigeringsgronden die
                    specifiek met de te subsidiëren activiteiten samenhangen. </al><al/><al>Als de Europese Commissie tot het oordeel is gekomen dat een subsidie niet in
                    overeenstemming is met de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de
                    Werking van de Europese Unie, dan moet de verleende subsidie ingetrokken en
                    teruggevorderd worden (inclusief rente). Het vierde lid geeft het college de
                    bevoegdheid om hier uitvoering aan te geven.</al><al/><tussenkop>Artikel 11. Verantwoording</tussenkop><al>In dit artikel is vastgelegd welke omstandigheden de subsidieontvanger direct
                    aan het college moet melden of waarover de subsidieontvanger het college direct
                    moet informeren. Gekozen is voor het woord ‘direct’, omdat dit duidelijk en
                    objectief de urgentie weergeeft om te melden en te informeren. Woorden als ‘zo
                    spoedig mogelijk’ of ‘op een zo kort mogelijke termijn’ zijn subjectief en om
                    die reden minder passend. </al><al>De inhoud van dit artikel behoeft verder geen nadere toelichting.</al><al/><tussenkop>Artikel 12. Algemene verplichtingen van subsidieontvanger</tussenkop><al>Dit artikel bevat een meldingsplicht (eerste lid) en informatieplicht (tweede
                    lid) die voor alle subsidieontvangers geldt.</al><al/><tussenkop>Artikel 13. Aan een subsidie te verbinden bijzondere
                    verplichtingen</tussenkop><al>Dit artikel bevat een aanvullende bevoegdheidsgrondslag voor het college om aan
                    de subsidie bepaalde ’bijzondere‘ verplichtingen te verbinden, in aanvulling op
                    wat reeds mogelijk is direct op grond van de Awb (zie artikel 4:37 van de Awb). </al><al/><al>De artikelen 4:38 en 4:39 van de Awb maken het verder mogelijk om nog andere
                    verplichtingen aan een subsidie te verbinden, als de verordening daarvoor een
                    grondslag biedt. Die grondslag is in artikel 13 gegeven met betrekking tot
                    verplichtingen in het kader van het beheer en gebruik van datgene wat met de
                    subsidie tot stand is gebracht.</al><al/><tussenkop>Artikel 14. Eindverantwoording subsidies tot en met € 7.500</tussenkop><al>Het in dit artikel vastgelegd maximumbedrag geldt per individuele aanvraag van
                    een instelling. Kenmerkend voor subsidies tot en met € 7.500 is dat deze op
                    basis van vertrouwen worden verleend; er wordt niet meer standaard om
                    verantwoording gevraagd. In plaats daarvan geldt een actieve meldingsplicht voor
                    de subsidieontvanger bij niet nakoming van de voorwaarden (zie artikel 12).
                    Achteraf kan een risicogeoriënteerde controle plaatsvinden bij de
                    subsidieontvanger.</al><al/><al>Verder wordt het voorschot in één termijn (lump sum) verstrekt en hoeft de
                    subsidieontvanger geen aanvraag voor subsidievaststelling (verantwoording) in te
                    dienen. Hierdoor kunnen de lasten voor zowel de subsidieaanvrager als de
                    subsidieverstrekker worden bespaard.</al><al/><al>In het geval van verlening, gevolgd door ambtshalve vaststelling (eerste lid),
                    wordt in de subsidiebeschikking vermeld wanneer de gesubsidieerde activiteiten
                    moeten zijn verricht. De subsidie wordt vervolgens, binnen een nader bepaalde
                    termijn ambtshalve vastgesteld door de subsidieverstrekker. In het tweede lid is
                    een afwijkende termijn opgenomen voor situaties waarin speciale
                    rapportageverplichtingen worden opgelegd. </al><al/><tussenkop>Artikel 15. Eindverantwoording subsidies vanaf € 7.500</tussenkop><al>Bij subsidies vanaf € 7.500 wordt uitgegaan van de traditionele afrekening van
                    subsidies; op basis van gerealiseerde kosten en baten. De vaststelling van de
                    subsidie vindt plaats op basis van uitgevoerde activiteiten en gerealiseerde
                    kosten. Het derde lid biedt de basis om in een subsidieregeling te bepalen dat
                    er ook andere, waaronder minder, gegevens gevraagd worden.</al><al/><tussenkop>Artikel 16. Subsidievaststelling</tussenkop><al>Het eerste lid bevat – overeenkomstig artikel 4:13 van de Awb – de termijn
                    waarbinnen de beschikking gegeven dient te worden. Het merendeel van de
                    aanvragen zal binnen deze beslistermijn kunnen worden afgehandeld. Meer
                    ingewikkelde aanvragen vergen soms meer tijd. De verdaging van de beslistermijn
                    – voor de duur van ten hoogste de in het tweede lid nader bepaalde termijn –
                    biedt dan uitkomst. Een besluit tot verdaging is appellabel.</al><al/><tussenkop>Artikel 17. Berekening van uurtarieven, uniforme
                    kostenbegrippen</tussenkop><al>Dit artikel schrijft voor dat als het college bij de bepaling van de
                    subsidiabele kosten gebruik maakt van uurtarieven, de berekeningswijze hiervan
                    en de voorgeschreven definities in een subsidieregeling of bij de
                    subsidieverlening vastgelegd dienen te worden. Bij subsidies waarop een Europees
                    steunkader van toepassing is, is het college hierin beperkt tot tarieven en
                    kostenbegrippen die voldoen aan de eisen van het toepasselijke steunkader.</al><al/><tussenkop>Artikel 18. Algemene reserve</tussenkop><al>Uitgangspunt is dat subsidieverlening los staat van de vraag hoeveel eigen
                    vermogen een organisatie heeft. In principe heeft de gemeente uit haar
                    hoedanigheid van subsidieverstrekker niets over het eigen vermogen van een
                    organisatie te vertellen. Dit gaat haar bevoegdheden te buiten. Het gaat erom of
                    de gemeente bepaalde activiteiten wil financieren en of de organisatie deze
                    kostenbewust en doelmatig uitvoert. Wel kan in een subsidieregeling worden
                    neergelegd dat de subsidie altijd alleen aanvullend is. Om die reden is in
                    artikel 10, tweede lid onder b. vastgelegd, dat de subsidie kan worden geweigerd
                    als niet is aangetoond dat dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten
                    van activiteiten waarvoor deze is gevraagd, omdat aanvrager over voldoende eigen
                    middelen beschikt. Daarnaast kan in een subsidieregeling bijvoorbeeld worden
                    bepaald dat de subsidieontvanger een bepaald percentage van de kosten zelf
                    draagt.</al><al>Het al dan niet toestaan van eigen vermogen bij subsidieverlening is verder
                    alleen aan de orde bij</al><al>meerjarig gefinancierde instellingen waarmee in de subsidiebeschikking een
                    egalisatiereserve is</al><al>overeengekomen. Het betreft dan grote instellingen die voor hun voortbestaan
                    geheel of grotendeels afhankelijk zijn van subsidie(s). Zij hebben een verzwaard
                    verantwoordingsregime.</al><al/><tussenkop>Artikel 19. Bestemmingsreserves en voorzieningen</tussenkop><al>Dit artikel biedt de mogelijkheid aan een aanvrager om naast een algemene
                    reserve een of meerdere bestemmingsreserves en/of voorzieningen te vormen. Onder
                    bestemmingsreserve wordt verstaan een op de balans van de aanvrager opgenomen
                    bedrag voor de te verwachten activiteiten, die echter niet uitsluitend in het
                    jaar van uitvoering ten laste van de middelen kan worden gebracht. Onder een
                    voorziening wordt verstaan een op de balans opgenomen bedrag voor de betaling
                    van reeds aangegane, maar nog niet opeisbare verplichtingen. Om gebruik van de
                    financiële middelen te waarborgen, dient hiervoor toestemming aan het college te
                    worden gevraagd. Het verlenen van toestemming betekent ook dat de aanvrager
                    verplicht is die reserve en/of voorziening te vullen op de voorgenomen wijze.
                    Tenslotte is het van belang dat zicht bestaat op de wijze van besteding van een
                    voorziening of reserve, met name als die besteding al niet in de begroting is
                    voorzien. Daarmee kan oneigenlijk gebruik van de reserve zo nodig worden
                    bestreden. </al><al/><tussenkop>Artikel 20. Hardheidsclausule</tussenkop><al>In de hardheidsclausule is aangegeven op welke onderdelen van de regeling deze
                    clausule van toepassing is. De te treffen voorziening, die niet in de
                    verordening is voorzien, dient altijd binnen de doelstellingen van de subsidie
                    te passen.</al><al/><tussenkop>Artikel 21. Slotbepalingen</tussenkop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>