<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR385691_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Gemeenschappelijke Regeling Centraal Afvalverwijderingsbedrijf West-Friesland (CAW)</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Hoorn</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hoorn</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Staatscourant 2015, 47795</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Gemeenschappelijke Regeling Centraal Afvalverwijderingsbedrijf West-Friesland (CAW)</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet gemeenschappelijke regelingen, art. 1</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-11-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2023-11-10</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>1210786</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>001 bestuursorganen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving></cvdripm></meta><body><intitule>Gemeenschappelijke Regeling Centraal Afvalverwijderingsbedrijf West-Friesland (CAW)</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Zaaknummer: 1210786</al><al/><al>Opmerkingen met betrekking tot de regeling</al><al/><al>Dit is een gemeenschappelijke regeling tussen de gemeenteraden en de
                        colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Drechterland,
                        Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer en Stede Broec.</al><al/><al>Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd</al><lijst><li nr="1."><al>Wet gemeenschappelijke regelingen</al></li><li nr="2."><al>Gemeentewet</al><al/></li></lijst><al>Tekst van de regeling</al><al/><al>De Gemeenteraad en het College van Burgemeester en Wethouders van de
                        gemeente [gemeente], ieder voor zover het zijn bevoegdheid betreft ;</al><al/><al>Gelet op de bepalingen van de Wet gemeenschappelijke regelingen en de Wet
                        Milieubeheer;</al><al/><al>Gelezen het voorstel van Burgemeester en Wethouders van [gemeente] nr.
                        [nummer] </al><al/><al>Overwegende dat:</al><al>• de Wet Milieubeheer de Gemeente verplicht regels te stellen ten aanzien
                        van de inzameling en het verdere beheer van huishoudelijke afvalstoffen; </al><al>• ter uitvoering van de voorgaande taken de Gemeenschappelijke Regeling
                        Centraal Afvalverwijderingsorgaan Westfriesland ("CAW") is opgericht, in
                        welke Gemeenschappelijke Regeling de volgende gemeenten deelnemen:
                        Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Medemblik, Koggenland, Opmeer en Stede
                        Broec; </al><al>• de deelnemende gemeenten beogen CAW te belasten met het vaststellen en
                        (doen) uitvoeren van beleid ten aanzien van huishoudelijke afvalstoffen,
                        waaronder de verordenende bevoegdheid als bedoeld in artikel 10.23 e.v. Wet
                        Milieubeheer;</al><al>• CAW met de hiervoor genoemde verordenende bevoegdheid in ieder geval
                        bevoegd is de entiteit aan te wijzen die belast is met het inzamelen van
                        huishoudelijke afvalstoffen;</al><al>• de aan CAW deelnemende Gemeenten voorts beogen de feitelijke inzameling en
                        het verdere beheer van huishoudelijke en andere afvalstoffen door N.V. HVC
                        ("HVC"), statutair gevestigd te Alkmaar, te laten geschieden en dat zij dat
                        tot uitdrukking hebben gebracht door te besluiten HVC daartoe een
                        alleenrecht te verlenen; </al><al>• dat CAW de verordende bevoegdheid als bedoeld in artikel 10.23 e.v. Wet
                        Milieubeheer derhalve krijgt onder de voorwaarde dat HVC door CAW als
                        inzameldienst in de zin van artikel 10.24 Wet Milieubeheer wordt aangewezen; </al><al>• Gelet op het feit dat op 1 januari 2015 de Wet gemeenschappelijke
                        regelingen is gewijzigd en dat bestaande gemeenschappelijke regelingen
                        uiterlijk 1 januari 2016 aangepast moeten zijn aan deze wet;</al><al>• Gelet op het feit dat voormalige gemeente Wieringermeer, thans gemeente
                        Hollands Kroon, is uitgetreden uit de gemeenschappelijke regeling;</al><al/><al>Besluiten:</al><al>de</al><al/><al><vet>Gemeenschappelijke Regeling "Centraal Afvalverwijderingsbedrijf
                            West-Friesland (CAW)"</vet></al><al>als volgt te wijzigen zodat deze nadien als volgt komt te luiden:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ingesteld wordt een openbaar lichaam genaamd CENTRAAL
                                AFVALVERWIJDERINGSBEDRIJF WESTFRIESLAND.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het openbaar lichaam is gevestigd te Hoorn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><al>Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Afvalstoffen: alle stoffen, preparaten of andere producten die
                                    behoren tot de categorieën die zijn genoemd in bijlage I bij
                                    richtlijn nr. 75/442/EEG van de Raad van de Europese
                                    Gemeenschappen van 15 juli 1975 betreffende afvalstoffen,
                                    waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen,
                                    of zich moet ontdoen, met inachtneming van nadere regelgeving op
                                    grond van de Wetmilieubeheer;</al></li><li nr="b."><al>Algemeen Bestuur: het bestuur als bedoeld in artikel 5; </al></li><li nr="c."><al>Alleenrecht: het exclusieve recht om huishoudelijke afvalstoffen
                                    in te zamelen met inbegrip van het verdere beheer daarvan dat
                                    door de deelnemende Gemeenten aan HVC is verleend; </al></li><li nr="d."><al>Dagelijks Bestuur: het bestuur als bedoeld in artikel 13;</al></li><li nr="e."><al>Gemeenten: de aan deze regeling deelnemende gemeenten;</al></li><li nr="f."><al>HVC: de naamloze vennootschap N.V. HVC, statutair gevestigd te
                                    Alkmaar;</al></li><li nr="g."><al>Lichaam: het openbaar lichaam, bedoeld in artikel 1;</al></li><li nr="h."><al>Samenwerkingsgebied: het grondgebied van de Gemeenten;</al></li><li nr="i."><al>Uitvoeringsovereenkomst: Overeenkomsten ter uitvoering van het
                                    Alleenrecht; </al></li><li nr="j."><al>Verwerkingsinrichting: een inrichting, bestemd voor het
                                    overslaan, het be- en/of verwerken dan wel het nuttig toepassen
                                    van afvalstoffen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>TAAK EN BEVOEGDHEDEN VAN HET LICHAAM</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Lichaam wordt ingesteld ten behoeve van het vaststellen en
                                (doen) uitvoeren van het beleid ten aanzien van huishoudelijke en
                                andere afvalstoffen, zoals bedoeld in de Wet milieubeheer.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het Lichaam wordt daarbij opgedragen: </al><lijst><li nr="a."><al>verordeningen vast te stellen als bedoeld in artikel 10.23
                                        e.v. van de Wet Milieubeheer;</al></li><li nr="b."><al>ter uitvoering van het Alleenrecht Uitvoeringsovereenkomsten
                                        aan te gaan;</al></li><li nr="c."><al>zorg te dragen voor het (doen) beheren van huishoudelijke en
                                        andere afvalstoffen op de wijze zoals aangegeven in de Wet
                                        milieubeheer en de Regionale Afvalstoffenverordening
                                        Westfriesland;</al></li><li nr="d."><al>het doen stichten, doen beheren en doen exploiteren van
                                        verwerkingsinrichtingen, al dan niet in samenwerking met
                                        derden, voor zover de stichting, het beheer dan wel de
                                        exploitatie ingevolge de Wet milieubeheer dan wel overige
                                        publiekrechtelijke regelingen door het Lichaam dient te
                                        worden verzorgd; </al></li><li nr="e."><al>het doen verzorgen van transport van die categorieën
                                        afvalstoffen die op grond van de Wet milieubeheer vanuit het
                                        samenwerkingsverband moeten worden afgevoerd;</al></li><li nr="f."><al>het doen verzorgen van de inzameling, opslag en verwerking
                                        van klein gevaarlijk afval conform de daarvoor geldende
                                        regelgeving;</al></li><li nr="g."><al>het namens de deelnemende gemeenten verlenen van
                                        vergunningen voor de inzameling van oud papier, karton en
                                        textiel;</al></li><li nr="h."><al>het doen zorgdragen voor de bestrijding van
                                        plaagdieren;</al></li><li nr="i."><al>het adviseren van de deelnemende gemeenten aangaande de
                                        uitvoering van het gestelde in de Wet milieubeheer en op
                                        verzoek van een of meer gemeenten aangaande milieutechnische
                                        vraagstukken, verband houdende met de taakstelling, zoals in
                                        dit artikel omschreven;</al></li><li nr="j."><al>de uitvoering van andere milieutaken die door de deelnemende
                                        gemeenten aan het lichaam worden opgedragen.</al></li><li nr="k."><al>het ten behoeve van de deelnemende gemeenten participeren in
                                        HVC en aan haar gelieerde ondernemingen.</al></li><li nr="l."><al>het heffen van belastingen als bedoeld in artikel 15.33 Wet
                                        milieubeheer met uitzondering van de bevoegdheid tot het
                                        opleggen van aanslagen afvalstoffenheffing.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in het tweede lid onder sub a bedoelde bevoegdheid wordt
                                opgedragen onder de voorwaarde dat HVC wordt aangewezen als
                                inzameldienst als bedoeld in artikel 10.24 Wet milieubeheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><al>Aan het Algemeen Bestuur van het Lichaam worden toegekend de
                            bevoegdheden, zowel van regeling als van bestuur, die de wet aan de
                            bestuursorganen van de deelnemende gemeente toekent met betrekking tot
                            de in artikel 3 genoemde taken, met inbegrip van: </al><lijst><li nr="a."><al>de bevoegdheid om in overleg met de deelnemende gemeenten
                                    verordeningen vast te stellen, door strafbepalingen en/of
                                    bestuursdwang te handhaven; </al></li><li nr="b."><al>de bevoegdheid deel te nemen aan een gemeenschappelijke regeling
                                    zoals bedoeld in artikel 93 van de Wet gemeenschappelijke
                                    regelingen, nadat de raden van de deelnemende gemeenten zijn
                                    gehoord.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>ALGEMEEN BESTUUR</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Lichaam heeft een Algemeen Bestuur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Alle bevoegdheden berusten bij het Algemeen Bestuur voor zover deze
                                niet bij of krachtens enige wettelijke regeling of deze regeling aan
                                het Dagelijks Bestuur of de voorzitter zijn toegekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur bestaat per deelnemende gemeente uit één lid,
                                dat door de gemeenteraad uit de Wethouders wordt aangewezen. De
                                gemeenteraad wijst tevens uit de Wethouders een of meer personen aan
                                die als plaatsvervangend lid kunnen optreden. Aan een
                                plaatsvervangend lid komt dezelfde rechten toe als aan het lid dat
                                hij vervangt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de stemverhouding wordt uitgegaan van gewogen en
                                gekwalificeerde meerderheid. Dit houdt in dat om een besluit te
                                kunnen nemen een meerderheid van het aantal gemeenten die een
                                meerderheid van het aantal inwoners in West-Friesland
                                vertegenwoordigen, benodigd is. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de vaststelling van de aantallen inwoners van de deelnemende
                                gemeenten, als bedoeld in het voorgaande lid, worden aangehouden de
                                per 1 januari van elk jaar door het Centraal Bureau voor de
                                Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Behalve in de gevallen als waarin de Wet gemeenschappelijke
                                regelingen dit al heeft bepaald en onverminderd het bepaalde in
                                artikel 12 eindigt het lidmaatschap van het Algemeen Bestuur:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de gemeenteraad, welke het lid heeft aangewezen,
                                        besluit de deelneming aan deze regeling te beëindigen;</al></li><li nr="b."><al>tussentijds op eigen verzoek.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien tussentijds een plaats van een lid van het Algemeen Bestuur
                                vacant of beschikbaar komt, wordt ten spoedigste, doch in elk geval
                                binnen twee maanden een nieuw lid aangewezen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De leden van het Algemeen Bestuur, aftredend ingevolge het bepaalde
                                in het eerste lid sub b, blijven als zodanig fungeren tot dat de in
                                het tweede lid bepaalde aanwijzingen hebben plaatsgevonden. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Hij, die ter vervulling van een tussentijdse vacature als lid van
                                het Algemeen Bestuur wordt benoemd, treedt af op het tijdstip,
                                waarop degene in wiens plaats hij is aangewezen, zou hebben moeten
                                aftreden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><al>Op het houden en de orde van de vergaderingen van het Algemeen Bestuur
                            is het gestelde in artikel 22 van Wet gemeenschappelijke regelingen
                            onverkort van toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><al>Het Algemeen Bestuur kan aan de leden van het Algemeen Bestuur een
                            vergoeding toekennen voor de werkzaamheden en een tegemoetkoming in de
                            kosten toekennen. Het gestelde in artikel 21 van de Wet
                            gemeenschappelijke regelingen wordt in acht genomen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een of meer leden van de gemeenteraad inlichtingen verlangen
                                van een lid van het Algemeen Bestuur dat is aangewezen door deze
                                gemeenteraad, wordt een daartoe strekkend verzoek schriftelijk
                                ingediend bij de voorzitter van die gemeenteraad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verzoek moet kort en duidelijk geformuleerd zijn.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verzoek om inlichtingen mag alleen betrekking hebben op de
                                belangen ter behartiging waarvan deze gemeenschappelijke regeling is
                                getroffen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter als bedoeld in het eerste lid brengt het verzoek
                                onmiddellijk ter kennis van het lid van het Algemeen Bestuur waarvan
                                inlichtingen worden verlangd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Binnen 30 dagen na de ontvangst dient het lid van het Algemeen
                                Bestuur dit verzoek om inlichtingen schriftelijk te beantwoorden en
                                deze beantwoording in te dienen bij de desbetreffende gemeenteraad.
                                Indien beantwoording niet binnen deze termijn kan plaatsvinden geeft
                                het betrokken lid van het Algemeen Bestuur de voorzitter voornoemd
                                daarvan gemotiveerd bericht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><al>De gemeenteraad kan besluiten dat het door hem aangewezen lid van het
                            Algemeen Bestuur zich mondeling dan wel schriftelijk dient te
                            verantwoorden voor het door hem in het Algemeen Bestuur gevoerde beleid.
                            De gemeenteraad stelt daarbij tevens de termijn vast waarbinnen deze
                            verantwoording moet plaatsvinden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><al>De gemeenteraad is bevoegd het door hem aangewezen lid in het Algemeen
                            Bestuur tussentijds ontslag te verlenen wanneer het lid verzuimt te
                            voldoen aan het gestelde in de artikelen 10 en 11 van deze regeling dan
                            wel anderszins het vertrouwen van de gemeenteraad heeft verloren. In dit
                            geval zijn de artikelen 49 en 50 Gemeentewet van toepassing.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>DAGELIJKS BESTUUR</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter en twee andere
                                leden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De leden van het Dagelijks Bestuur en de plaatsvervangend leden
                                worden aangewezen door en uit het Algemeen Bestuur. Zij worden
                                aangewezen in de eerste vergadering van het Algemeen Bestuur nadat
                                overeenkomstig artikel 6 de leden van het Algemeen Bestuur zijn
                                aangewezen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Elk lid van het dagelijks bestuur is als portefeuillehouder belast
                                met een aantal aandachtspunten. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur regelt in een reglement van orde de verdeling
                                van de portefeuilles, de verantwoordelijkheden van de
                                portefeuillehouders, de wijze waarop, indien nodig, wordt vergaderd,
                                de oproeping voor de vergadering en al het nodige om goed te kunnen
                                functioneren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien er tussentijds een plaats in het Dagelijks Bestuur
                                beschikbaar komt, kan het Algemeen Bestuur met inachtneming van het
                                in het vorige lid bepaalde een nieuw lid van het Dagelijks Bestuur
                                kiezen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De leden van het Dagelijks Bestuur, aftredend als lid van het
                                Algemeen Bestuur ingevolge het bepaalde in artikel 7, eerste lid,
                                sub b, blijven als zodanig fungeren totdat de in het eerste lid van
                                dit artikel bedoelde benoemingen hebben plaatsgehad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr></kop><al>Ten aanzien van de leden van het Dagelijks Bestuur is het gestelde in
                            artikel 9 van deze regeling van overeenkomstige toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur is in ieder geval bevoegd:</al><lijst><li nr="a."><al>het dagelijks bestuur van het Lichaam te voeren, voor zover
                                        niet bij of krachtens de wet of de regeling het Algemeen
                                        Bestuur hiermee is belast;</al></li><li nr="b."><al>beslissingen van het Algemeen Bestuur voor te bereiden en
                                        uit te voeren;</al></li><li nr="c."><al>regels vast te stellen over de ambtelijke organisatie van
                                        het Lichaam;</al></li><li nr="d."><al>ambtenaren te benoemen, te schorsen en te ontslaan;</al></li><li nr="e."><al>tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van het openbaar
                                        lichaam te besluiten, met uitzondering van
                                        privaatrechtelijke rechtshandelingen als bedoeld in artikel
                                        31a Wet gemeenschappelijke regelingen;</al></li><li nr="f."><al>te besluiten namens het Lichaam, het Dagelijks Bestuur of
                                        het Algemeen Bestuur rechtsgedingen, bezwaarprocedures of
                                        administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen
                                        ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij het Algemeen
                                        Bestuur, voor zover het het Algemeen Bestuur aangaat, in
                                        voorkomende gevallen anders beslist. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De artikelen 56, 57 en 58 Gemeentewet zijn van overeenkomstige
                                toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een of meer leden van het Algemeen Bestuur inlichtingen
                                verlangt/verlangen van het Dagelijks Bestuur, dient/dienen hij/zij
                                daartoe een schriftelijk verzoek bij de voorzitter in.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De gevraagde inlichtingen worden verstrekt binnen 30 dagen nadat het
                                daartoe strekkende verzoek is ontvangen. Indien dit niet binnen deze
                                termijn kan plaatsvinden dan krijgt het Algemeen Bestuur daarvan
                                gemotiveerd bericht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verzoek alsmede de daarop verstrekte inlichtingen worden door de
                                voorzitter onverwijld aan de leden van het Algemeen Bestuur
                                meegedeeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In de eerstvolgende vergadering van het Algemeen Bestuur na de
                                mededeling als bedoeld in het voorgaande lid geeft het Dagelijks
                                Bestuur aan het Algemeen Bestuur de gelegenheid ter zake nadere
                                mondelinge inlichtingen aan het Dagelijks Bestuur of aan een of meer
                                leden van het Dagelijks Bestuur te vragen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Tijdens de vergadering als bedoeld in het voorgaande lid kunnen het
                                Dagelijks Bestuur of een of meer leden van het Dagelijks Bestuur
                                door het Algemeen Bestuur worden verzocht zich te verantwoorden
                                aangaande het beleid dat is of wordt gevoerd ten aanzien van het
                                onderwerp waarover inlichtingen zijn gevraagd. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Een lid van het Dagelijks Bestuur kan door het Algemeen Bestuur
                                worden ontslagen indien dit lid het vertrouwen van het Algemeen
                                Bestuur niet meer bezit. In dit geval zijn de artikelen 49 en 50 van
                                de Gemeentewet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Door een of meer leden van de raden van de aan de regeling
                                deelnemende gemeenten kan/kunnen aan het Dagelijks Bestuur of de
                                voorzitter schriftelijk inlichtingen worden gevraagd aangaande de
                                belangen waarvan de behartiging bij of krachtens deze
                                gemeenschappelijke regeling aan het Lichaam is opgedragen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De gevraagde informatie wordt binnen een termijn van 30 dagen
                                verstrekt. Indien beantwoording niet binnen deze termijn kan
                                plaatsvinden geeft het betrokken bestuursorgaan de vragensteller
                                daarvan gemotiveerd bericht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vragen met de antwoorden worden door het betrokken bestuursorgaan
                                onverwijld aan de raden van de aan deze regeling deelnemende
                                gemeenten en aan de vragensteller meegedeeld.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>V</nr><titel>VOORZITTER</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de eerste vergadering bijeen kiest het Algemeen Bestuur uit zijn
                                midden de voorzitter. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanwijzing van de voorzitter geschiedt voor de duur van de
                                zittingsperiode van het Algemeen Bestuur. Hij blijft in functie tot
                                het moment waarop overeenkomstig het in het eerste dan wel vierde
                                lid bepaalde in zijn opvolging is voorzien.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Twee leden van het Dagelijks Bestuur, door dit Bestuur in een
                                bepaalde volgorde aan te wijzen, vervangen de voorzitter bij diens
                                ongesteldheid, afwezigheid of ontstentenis.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien het voorzitterschap van het Algemeen Bestuur tussentijds
                                beschikbaar komt, kiest het Algemeen Bestuur in de eerstvolgende
                                vergadering bijeen met inachtneming van het in het eerste lid
                                bepaalde een nieuwe voorzitter.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het
                                Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Hij tekent de stukken die van het Algemeen Bestuur en van het
                                Dagelijks Bestuur uitgaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Hij vertegenwoordigt het Lichaam in- en buiten rechte. Indien hij
                                behoort tot het bestuur van een deelnemende gemeente, die partij is
                                in een geding waarbij het Lichaam betrokken is, oefent een ander lid
                                van het Dagelijks Bestuur, door dit bestuur aan te wijzen, deze
                                bevoegdheid uit.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Diegene, die bevoegd is het Lichaam in – en buiten rechte te
                                vertegenwoordigen als bedoeld in het derde lid, kan deze
                                vertegenwoordiging aan een door hem aan te wijzen gemachtigde
                                toevertrouwen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr></kop><al>Ten aanzien van de vergoeding voor zijn werkzaamheden en het toekennen
                            van een tegemoetkoming in de kosten vindt ten aanzien van de voorzitter
                            het gestelde in artikel 9 van deze regeling overeenkomstige
                            toepassing.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VI</nr><titel>FINANCIËLE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur zendt vóór 15 april van het jaar voorafgaande
                                aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en
                                beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening aan de raden van
                                de deelnemende gemeenten. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur stelt jaarlijks vóór 1 augustus de begroting
                                vast voor het eerstvolgende begrotingsjaar. Alvorens hiertoe over te
                                gaan wordt de procedure als omschreven in artikel 35 van de Wet
                                gemeenschappelijke Regelingen in acht genomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In de begroting wordt aangegeven de naar raming voor elke
                                deelnemende gemeente voor het jaar, waarop de begroting betrekking
                                heeft, verschuldigde bijdrage per inwoner.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor de berekening van de in het voorgaand lid bedoelde bijdrage
                                wordt uitgegaan van het inwonertal op 1 januari van het jaar,
                                voorafgaand aan dat, waarvoor de bijdrage verschuldigd is, volgens
                                de door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte
                                bevolkingsgegevens.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De begroting wordt voor 1 augustus toegezonden aan Gedeputeerde
                                Staten.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur stelt jaarlijks vóór 15 juli de jaarrekening
                                vast in het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft.
                                De jaarrekening wordt vóór 15 juli toegezonden aan Gedeputeerde
                                Staten. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur stelt bij verordening regels vast met
                                betrekking tot de administratie en het beheer van vermogenswaarden.
                                Deze regels dienen te waarborgen dat aan de eisen van doelmatigheid
                                en controle wordt voldaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De administratie en het beheer, bedoeld in het eerste lid, worden
                                verricht door de bij de in dat lid bedoelde verordening aan te
                                wijzen derden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het algemeen Bestuur kan derden inschakelen ter ondersteuning van de
                                uitvoering van vorenbedoelde administratie en beheer. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur stelt bij verordening regels vast met
                                betrekking tot de controle op de administratie en op het beheer van
                                vermogenswaarden van de algemene dienst en van takken van dienst.
                                Deze regels dienen onder meer te waarborgen dat de rechtmatigheid en
                                doelmatigheid van de administratie en het beheer worden getoetst.
                            </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De deelnemende gemeenten zijn ieder afzonderlijk verplicht het
                                Lichaam zodanige financiële voorschotten te verstrekken dat het
                                Lichaam te allen tijde aan zijn financiële verplichtingen kan
                                voldoen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De verplichtingen onder lid 1 behelst een derdenbeding in de zin van
                                artikel 253 van Boek 6 Burgerlijk Wetboek ten gunste van de
                                wederpartijen van het Lichaam in de Uitvoeringsovereenkomst, waarop
                                deze derden rechtstreeks jegens de deelnemende gemeenten een beroep
                                kunnen doen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De deelnemende gemeenten maken met het Algemeen Bestuur afspraken
                                over de hoogte en de betaling van de voorschotten. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VII</nr><titel>GARANTSTELLING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De deelnemende gemeenten staan gezamenlijk garant voor de tijdige en
                                volledige betaling van rente, aflossingen, boeten en kosten van door
                                het Dagelijks Bestuur namens het lichaam onder goedkeuring van het
                                Algemeen Bestuur gesloten of af te sluiten overeenkomsten van
                                geldlening en door het Lichaam gegarandeerde overeenkomsten van
                                geldlening gesloten of af te sluiten door derden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De garanties van lid 1 behelst een derdenbeding in de zin van
                                artikel 253 van Boek 6 Burgerlijk Wetboek ten gunste van
                                verstrekkers van geldleningen als bedoeld in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De deelnemende gemeenten zijn uit hoofde van de garantie als bedoeld
                                in dit artikel verbonden naar verhouding van hun respectievelijke
                                inwoneraantallen per 1 januari van het jaar waarin een verbintenis
                                tot betaling onder de garantie verschuldigd en opeisbaar is
                                geworden.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VIII</nr><titel>HET PERSONEEL</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Lichaam kan noch op basis van een publiekrechtelijke
                                arbeidsverhouding, noch op basis van een privaatrechtelijke
                                arbeidsverhouding personen in dienst nemen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur kan ter ondersteuning van zijn werkzaamheden
                                en het Lichaam gebruik maken van de diensten van derden. Deze derden
                                zijn verantwoording verschuldigd aan het Dagelijks Bestuur. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur kan in het kader van de inschakeling van
                                derden als bedoeld in het eerste lid instructies geven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur dienen ten behoeve van
                                de uitvoering van hun taken een secretaris aan te wijzen, die geen
                                deel uitmaakt van het Algemeen Bestuur, noch het Dagelijks Bestuur.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De secretaris is aanwezig bij de vergaderingen van het Algemeen
                                Bestuur en het Dagelijks Bestuur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De secretaris heeft in de vergaderingen van het Algemeen Bestuur en
                                van het Dagelijks Bestuur geen stemrecht. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De secretaris heeft een adviserende rol en is het Algemeen Bestuur,
                                het Dagelijks Bestuur en de Voorzitter in alles, wat hun taak
                                betreft, behulpzaam. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De secretaris als bedoeld in het eerste lid maakt verslagen van de
                                vergaderingen van het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur.
                            </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De secretaris ondertekent mede alle stukken die van het Algemeen
                                Bestuur en het Dagelijks Bestuur uitgaan.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IX</nr><titel>TOETREDING EN UITTREDING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Elke gemeente kan bij het Algemeen Bestuur een verzoek tot
                                toetreding tot de regeling indienen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Over toetreding door een daartoe verzoekende gemeente besluit het
                                Algemeen Bestuur bij ten minste drie kwart meerderheid van het
                                aantal zitting hebbende leden. In dat besluit kan de toetreding
                                afhankelijk worden gesteld van de voldoening aan bepaalde
                                voorwaarden door de gemeente die tot de regeling wenst toe te
                                treden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De toetreding gaat in op de dag volgende op die waarop het besluit
                                tot toetreding is opgenomen in het register, bedoeld in artikel 27,
                                tweede lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een deelnemende gemeente kan uittreden door toezending van de
                                daartoe strekkende besluiten van haar organen aan het Algemeen
                                Bestuur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Uittreding kan, behoudens door het Algemeen Bestuur toe te stane
                                afwijking, slechts plaatsvinden per 1 januari van het jaar volgend
                                op dat waarin het besluit tot uittreding is opgenomen in het
                                register als bedoeld in artikel 27, tweede lid van de Wet
                                gemeenschappelijke regelingen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Na ontvangst van de besluiten als bedoeld in het eerste lid verleent
                                het Dagelijks Bestuur aan een in overleg met de uittredende gemeente
                                aan te wijzen deskundige opdracht om een liquidatieplan op te
                                stellen als ware tot opheffing van de regeling besloten. Daarbij
                                wordt tevens een afkoopsom berekend als bijdrage in ander relevante
                                kosten, voortvloeiende uit de toerekening van kosten uit de
                                Gemeenschappelijke Regeling Samenwerkingsorgaan Westfriesland. De
                                kosten van dit plan komen voor rekening van de uittredende
                                gemeente.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Nadat het in het voorgaande lid bedoelde plan door het Algemeen
                                Bestuur is vastgesteld, is de uittredende gemeente gehouden om
                                binnen een termijn van zes maanden na de goedkeuring van dit plan de
                                daarin voor de uittredende gemeente omschreven financiële
                                verplichtingen aan het lichaam te voldoen. Eerst na de voldoening
                                hiervan is de uittredende gemeente van haar financiële
                                verplichtingen jegens de overig gemeenten en het lichaam
                                ontslagen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>X</nr><titel>WIJZIGING EN OPHEFFING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Zowel het Dagelijks Bestuur als de leden van het Algemeen Bestuur
                                kunnen voorstellen tot wijziging van de regeling doen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wijziging van de regeling, daaronder mede verstaan aanvulling met of
                                schrapping van woorden of bepalingen, vindt plaats bij eensluidend
                                besluit van twee derde van de gemeenteraden van de deelnemende
                                gemeenten, waarin ten minste de helft van het aantal inwoners van
                                het grondgebied woont. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De regeling wordt opgeheven wanneer de raden, de colleges van
                                burgemeester en wethouders en de burgemeesters, ieder voor zover het
                                hun bevoegdheid betreft, van twee derden van de deelnemende
                                gemeenten waarin ten minste de helft van het aantal inwoners van het
                                grondgebied woonachtig is, daartoe besluiten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Alsdan stelt het Algemeen Bestuur een liquidatieplan vast dat de
                                goedkeuring van Gedeputeerde Staten behoeft. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>XI</nr><titel>OVERGANGS-, SLOT-. EN CITEERARTIKEL</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr></kop><al>Ten aanzien van de archiefbescheiden van het Lichaam zijn de
                            voorschriften omtrent de zorg, de bewaring en het beheer van de
                            archiefbescheiden, alsmede die omtrent het toezicht daarop zoals die
                            voor de gemeente Hoorn zijn of nader zullen worden vastgesteld van
                            overeenkomstige toepassing, tenzij het Lichaam hier zelf in heeft
                            voorzien. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Geschillen omtrent de toepassing van deze regeling tussen besturen
                                van deelnemende gemeenten of tussen besturen van één of meer
                                gemeenten en het bestuur van het openbaar lichaam Centraal
                                Afvalverwijderingsbedrijf Westfriesland worden beslist door een
                                geschillencommissie;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De geschillencommissie bestaat uit drie onafhankelijke personen, die
                                in onderling overleg tussen partijen worden benoemd. Elk der
                                partijen benoemt een lid. Het derde lid, tevens voorzitter van de
                                geschillencommissie, wordt benoemd op voordracht van beide
                                partijen;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien geen overeenstemming wordt bereikt over de benoeming, wordt
                                de bemiddeling ingeroepen van Gedeputeerde Staten van
                                Noord-Holland;</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De wijze van behandeling van het geschil wordt door de
                                geschillencommissie geregeld;</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De geschillencommissie doet haar uitspraak in de vorm van een
                                zwaarwegend advies.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr></kop><al>Het gemeentebestuur van Hoorn draagt zorg voor de toezending van deze
                            regeling en van de besluiten tot wijziging, toe- en uittreding aan
                            Gedeputeerde Staten van Noord-Holland. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De regeling treedt in werking op 1 januari 2016.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr></kop><al>Deze regeling kan worden aangehaald als: Gemeenschappelijke Regeling
                            Centraal Afvalverwijderingsbedrijf Westfriesland.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de vergadering van de raad van de gemeente Hoorn d.d. 24
                        november 2015</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter, de griffier,</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>