<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR385616_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening parkeerregulering en parkeerbelasting Delft 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Delft</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-03</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Delft</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 16 november 2015, nr 107380</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Parkeerverordening Delft 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">art.149, 225 Gemeentewet; art. 2a Wegenverkeerswet 1994</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-11-05</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe tarieven</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Mogelijk op grond van art. 19</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-44506</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening parkeerregulering en parkeerbelasting Delft 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Delft;</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 29
                        september 2015;</al><al>gelet op de artikelen 149 en 225 van de Gemeentewet en artikel 2a van de
                        Wegenverkeerswet 1994;</al><al>gezien het advies van de commissie Economie, Financiën en Bestuur;</al><al>b e s l u i t </al><al>vast te stellen:</al><al><vet>Verordening parkeerregulering en parkeerbelasting Delft
                            2016</vet></al><al>(Parkeerverordening Delft 2016).</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>I</nr><titel>Definities en begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel/></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;</al></li><li nr="b."><al>motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990
                                met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 van het
                                RVV 1990;</al></li><li nr="c."><al>parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten
                                staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig
                                is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van
                                personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen, op
                                binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande
                                terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet
                                ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden;</al></li><li nr="d."><al>houder: degene op wiens naam het voor het motorrijtuig opgegeven
                                kenteken ten tijde van het parkeren was ingeschreven in het
                                krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aangehouden register van
                                opgegeven kentekens;</al></li><li nr="e."><al>parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten met inbegrip van
                                verzamelparkeermeters, centrale computer voor het verlenen van
                                diensten op het gebied van telefonische en/of elektronische betaling
                                bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen, en hetgeen naar
                                maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt
                                verstaan;</al></li><li nr="f."><al>parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats waarvoor parkeerbelasting
                                wordt geheven door middel van parkeerapparatuur;</al></li><li nr="g."><al>belanghebbendenplaats (vergunninghoudersplaats): een
                                parkeerapparatuurplaats die</al></li><li nr="a."><al>is aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990, of</al></li><li nr="b."><al>gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van
                                het RVV 1990 met het opschrift zone, voor zover deze plaats niet is
                                uitgezonderd;</al></li><li nr="h."><al>vergunning: een door het college verleende vergunning, krachtens
                                welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe
                                aangewezen parkeerapparatuur- en/of belanghebbendenplaatsen;</al></li><li nr="i."><al>abonnement: een vergunning voor een of meerdere aangewezen
                                parkeerterreinen.</al></li><li nr="j."><al>vergunninghouder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie
                                een vergunning is verleend;</al></li><li nr="k."><al>autodelen: het herhaald en opeenvolgend gezamenlijk gebruik van
                                motorvoertuigen op grond van een overeenkomst tussen natuurlijke
                                personen en een aanbieder of tussen natuurlijke personen uit meer
                                dan één huishouden;</al></li><li nr="l."><al>autodeelplaats: een parkeerplaats aangewezen voor een motorvoertuig
                                bestemd voor autodelen.</al></li><li nr="m."><al>centrale computer: computer van het bedrijf waarmee de gemeente
                                Delft een overeenkomst heeft gesloten, bestemd voor de registratie
                                van parkeerbewegingen in het kader van het verlenen van diensten op
                                het gebied van betaald parkeren met gebruik van een telefoon, ander
                                communicatiemiddel of pas.</al></li><li nr="n."><al>dagvergunning: een schriftelijk bewijs waarmee het is toegestaan te
                                parkeren op een belanghebbendenplaats en/of parkeerapparatuurplaats
                                gedurende een aaneengesloten periode van maximaal 24 uur.</al></li><li nr="o."><al>gehandicaptenparkeerkaart: parkeerkaart als bedoeld in artikel 49
                                Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer, een
                                ingevolge de Regeling Gehandicaptenparkeerkaart daarmee
                                gelijkgestelde parkeerkaart of de Stadsgewestelijke
                                Gehandicaptenkaart.</al></li><li nr="p."><al><cursief>vervallen</cursief></al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>II</nr><titel>Vergunninghouders en vergunningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>De raad kan, bij openbaar te maken besluit, weggedeelten aanwijzen
                                die bestemd zijn voor het parkeren door vergunninghouders. De raad
                                kan hierbij onderscheid maken in de categorieën als bedoeld in
                                artikel 3, derde lid.</al></li><li nr="2."><al>De raad kan, bij openbaar te maken besluit, de tijdstippen
                                vaststellen waarop het parkeren alleen aan vergunninghouders is
                                toegestaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan op een daartoe strekkende aanvraag een vergunning
                                verlenen voor het parkeren op belanghebbendenplaatsen en/of
                                parkeerapparatuurplaatsen.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan regels stellen voor het aanvragen en verlenen van
                                een vergunning.</al></li><li nr="3."><al>Een vergunning kan worden verleend aan:</al></li></lijst><lijst><li nr="a."><al>een eigenaar of houder van een motorvoertuig die ingeschreven staat
                                in de Basisregistratie Personen op een adres in een gebied waar
                                belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te gebruiken
                                parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn, te noemen
                                    <vet>bewonersvergunning</vet>;</al></li><li nr="b."><al>een eigenaar of houder van een motorvoertuig die een beroep of
                                bedrijf uitoefent in een gebied waar belanghebbendenplaatsen of mede
                                door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen
                                aanwezig zijn, te noemen <vet>bedrijfsvergunning</vet>;</al></li><li nr="c."><al>degene, die ingeschreven staat in de Basisregistratie Personen op
                                een adres binnen een gebied waar belanghebbendenplaatsen of mede
                                door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen
                                aanwezig zijn, ten behoeve van het parkeren van een motorvoertuig
                                van bezoekers van bewoners, te noemen <vet>bezoekersvergunning
                                    bewoners</vet>;</al></li><li nr="d."><al>degene, die een beroep of bedrijf uitoefent in een gebied waar
                                belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te gebruiken
                                parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn, ten behoeve van het
                                parkeren van een motorvoertuig van bezoekers van bedrijven, te
                                noemen <vet>bezoekersvergunning bedrijven</vet>;</al></li><li nr="e."><al>de dierenambulance, medewerkers van de GGZ en professionele
                                zorginstellingen die eerstelijns hulpverlening bieden in één van de
                                vergunninggebieden, waarmee geparkeerd kan worden op
                                belanghebbenden- en parkeerapparatuurplaatsen in alle gebieden,
                                onder het door het college nader te bepalen voorwaarden, te noemen
                                    <vet>zorgverlenersvergunning</vet>;</al></li><li nr="f."><al>een eigenaar of houder van een motorvoertuig, voor zover het
                                voertuig noodzakelijk is voor het uitvoeren van werkzaamheden in de
                                onmiddellijke omgeving van de betreffende locatie, op plaatsen als
                                bedoeld in het eerste lid, moet worden geparkeerd, te noemen
                                    <vet>aannemersdagvergunning;</vet></al></li><li nr="g."><al><cursief>vervallen</cursief>;</al></li><li nr="h."><al>een eigenaar of houder van een motorvoertuig, waarmee geparkeerd kan
                                worden op belanghebbenden- en parkeerapparatuurplaatsen in alle
                                gebieden, te noemen <vet>overallparkeervergunning</vet>.</al></li><li nr="i."><al>hulpdiensten politie en brandweer, waarmee ten behoeve van het
                                uitvoer geven aan spoedeisende hulpverlening zonder herkenbare auto,
                                dienen te parkeren op belanghebbenden- en parkeerapparatuurplaatsen
                                in alle gebieden, te noemen <vet>functionele vergunning</vet>;</al></li><li nr="j."><al>een voertuig van een autodeelbedrijf, waarmee geparkeerd kan worden
                                op belanghebbenden- en parkeerapparatuurplaatsen in alle gebieden,
                                te noemen <vet>autodeelvergunning</vet>.</al></li><li nr="k."><al>een houder van een gehandicaptenparkeerkaart, niet uitgegeven door
                                de gemeente Delft, waarmee geparkeerd kan worden op belanghebbenden-
                                en parkeerapparatuurplaatsen in alle gebieden, te noemen
                                    <vet>gehandicaptenvergunning.</vet></al></li><li nr="4."><al>Het college kan in bijzondere gevallen een vergunning ook verlenen
                                aan een eigenaar of houder van een motorvoertuig die niet voldoet
                                aan één van de in het derde lid genoemde vereisten.</al></li><li nr="5."><al>Het college kan, bij openbaar te maken besluit, een maximum aantal
                                uit te geven vergunningen per aaneengesloten gebied, per categorie
                                en per houder vaststellen.</al></li><li nr="6."><al>Het college kan aan een vergunning voorschriften en beperkingen
                                verbinden die strekken tot bescherming van het belang van een goede
                                verdeling van de beschikbare parkeerruimte.</al></li><li nr="7."><al>Het college van burgemeester en wethouders kan besluiten, bij een
                                functiewijziging van een pand of object, het aantal toe te kennen
                                parkeerproducten te beperken tot het maximale aantal
                                parkeerproducten dat voor de functiewijziging ten behoeve van het
                                betreffende pand of object kon worden uitgegeven.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college beslist binnen vier weken na ontvangst van een aanvraag
                                voor een vergunning.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan de in het eerste lid genoemde termijn met ten
                                hoogste vier wekenverlengen. Van een verlenging van deze
                                termijn wordt de aanvrager schriftelijk in kennis gesteld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Een vergunning wordt voor ten hoogste een jaar verleend.</al></li><li nr="2."><al>De vergunning bevat in ieder geval de volgende gegevens:</al></li><li nr="a."><al>de periode waarvoor de vergunning geldt;</al></li><li nr="b."><al>het gebied waarvoor de vergunning geldt;</al></li><li nr="c."><al>het kenteken van het motorvoertuig waarvoor de vergunning is
                                verleend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel/></kop><al>Het college kan een vergunning intrekken of wijzigen:</al><lijst><li nr="a."><al>op verzoek van de vergunninghouder;</al></li><li nr="b."><al>wanneer de vergunninghouder niet meer woonachtig is of geen beroep
                                of bedrijf meer uitoefent in het gebied, waarvoor de vergunning is
                                verleend;</al></li><li nr="c."><al>wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de omstandigheden
                                die relevant waren voor het verlenen van de vergunning;</al></li><li nr="d."><al>wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van vergunningen
                                komt te vervallen;</al></li><li nr="e."><al>wanneer de vergunninghouder niet of niet tijdig aan zijn
                                betalingsverplichting voor zijn vergunning heeft voldaan;</al></li><li nr="f."><al>wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de
                                vergunning verbonden voorschriften;</al></li><li nr="g."><al>wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning onjuiste
                                gegevens zijn verstrekt;</al></li><li nr="h."><al>om redenen van openbaar belang.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling </label><nr>III</nr><titel>Verbodsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden om enig voorwerp, niet zijnde een motorvoertuig, te
                                plaatsen of te laten staan:</al></li><li nr="a."><al>op een parkeerapparatuurplaats;</al></li><li nr="b."><al>op een belanghebbendenplaats;</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden een fiets, een bromfiets of enig ander voorwerp op
                                zodanige wijze tegen of bij parkeerapparatuur te plaatsen of te
                                laten staan, dat daardoor een normaal gebruik daarvan wordt
                                belemmerd of verhinderd.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste
                                lid van dit artikel.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel/></kop><al>Het is verboden parkeerapparatuur op andere wijze of met andere middelen,
                        dan die welke in de kennisgeving op de parkeerapparatuur staan aangegeven,
                        in werking te stellen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>IV</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel/></kop><al>Overtreding van het bepaalde in afdeling III van deze verordening wordt
                        gestraft met een hechtenis van ten hoogste ee maand of geldboete van de
                        eerste categorie.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Parkeerbelasting</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam 'parkeerbelastingen' worden de volgende belastingen
                        geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>een belasting ter zake van het parkeren van een motorvoertuig op een
                                bij deze verordening te bepalen plaats, tijdstip en wijze;</al></li><li nr="b."><al>een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende vergunning
                                voor het parkeren van een motorvoertuig op de in die vergunning
                                aangegeven plaats en wijze.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting bedoeld in artikel 10, onderdeel a, wordt geheven van
                                de degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd.</al></li><li nr="2."><al>Als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt mede
                                aangemerkt:</al></li><li nr="a."><al>degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of heeft
                                gegeven de belasting te willen voldoen;</al></li><li nr="4."><al>zolang geen voldoening van de belasting genoemd in artikel 10,
                                onderdeel a, heeft plaatsgevonden: de houder van het motorvoertuig,
                                met dien verstande dat</al></li><li nr="b."><al>1<sup>e</sup> als een voor ten hoogste drie maanden aangegane
                                huurovereenkomst wordt overgelegd waaruit blijkt wie ten tijde van
                                het parkeren ingevolge deze overeenkomst de huurder van het
                                motorvoertuig was, niet de houder maar de huurder wordt aangemerkt
                                als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd;</al></li><li nr=""><al>2<sup>e</sup><sup/>als blijkt dat een ander in het kentekenregister
                                had moeten staan ingeschreven, die ander wordt aangemerkt als degene
                                die het motorvoertuig heeft geparkeerd.</al></li><li nr="3."><al>De belasting bedoeld in artikel 10, onderdeel a, wordt niet geheven
                                van degene die op de voet van het tweede lid, onderdeel b, als
                                degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, als
                                deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander
                                tegen zijn wil van het motorvoertuig heeft gebruik gemaakt en dat
                                hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen.</al></li><li nr="4."><al>De belasting bedoeld in artikel 10, onderdeel b, wordt geheven van
                                degene die de vergunning heeft aangevraagd.</al></li><li nr="5."><al>De belastingen genoemd in artikel 10, onderdeel a, zijn niet
                                verschuldigd indien het voertuig is voorzien van een geldige
                                gehandicaptenparkeerkaart, mits het voertuig geparkeerd is op een
                                algemene gehandicaptenparkeerplaats en mits de
                                gehandicaptenparkeerkaart zodanig in of aan het motorvoertuig is
                                geplaatst, dat deze met het oog op toezicht en controle van buitenaf
                                goed zicht- en leesbaar is</al></li><li nr="6."><al>De belastingen genoemd in artikel 10, onderdeel a, zijn niet
                                verschuldigd indien het kenteken van het voertuig door een houder
                                van een geldige gehandicaptenparkeerkaart, uitgegeven door de
                                gemeente Delft, van tevoren op voorgeschreven wijze is aangemeld bij
                                de gemeente.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak</titel></kop><al>De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak zijn
                        vermeld in de bij deze verordening behorende tarieventabel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting bedoeld in artikel 10, onderdeel a, wordt geheven door
                                voldoening op aangifte. Als voldoening op aangifte wordt
                                aangemerkt:</al></li><li nr="a."><al>het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de
                                parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming
                                van de door het college gestelde voorschriften.</al></li><li nr="b."><al>het bij aanvang van het parkeren inbellen of aanmelden op een
                                centrale computer op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming
                                van de door het college gestelde voorschriften.</al></li><li nr="2."><al>De belasting bedoeld in artikel 10, onderdeel b, wordt geheven door
                                voldoening op aangifte.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting bedoeld in artikel 10, onderdeel a, is verschuldigd bij
                                de aanvang van het parkeren, tenzij het bij de aanvang van het
                                parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door
                                het aanmelden bij de centrale computer.</al></li><li nr="2."><al>De belasting bedoeld in artikel 10, onderdeel b, is verschuldigd op
                                het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting bedoeld in artikel 10, onderdeel a, moet overeenkomstig
                                de aangifte worden betaald bij de aanvang van het parkeren.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het bepaalde in het vorige lid moet de belasting
                                overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen twee maanden na het
                                einde van het parkeren, als het bij de aanvang van het parkeren in
                                werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het inloggen
                                op de centrale computer.</al></li><li nr="3."><al>De belasting bedoeld in artikel 10, onderdeel b, moet overeenkomstig
                                de aangifte worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning
                                wordt verleend.</al></li><li nr="4."><al>Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen</titel></kop><al>De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen
                        betaling van de belasting bedoeld in artikel 10, onderdeel a, mag worden
                        geparkeerd geschiedt door de raad bij openbaar te maken besluit.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Bevoegdheid tot gebruik wielklem en wegsleepregeling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Tot zekerheid van de betaling van een naheffingsaanslag ter zake van
                                de belasting bedoeld in artikel 10, onderdeel a, kan aan het
                                motorvoertuig een wielklem worden aangebracht.</al></li><li nr="2."><al>De raad wijst bij openbaar te maken besluit in alle gevallen de
                                terreinen en weggedeelten aan waar de wielklem wordt toegepast.</al></li><li nr="3."><al>Als na het aanbrengen van de wielklem 24 uren zijn verstreken kan
                                het motorvoertuig naar een door de in artikel 231, tweede lid,
                                onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar
                                aangewezen plaats worden overgebracht en in bewaring worden
                                gesteld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Kosten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De kosten van de naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld
                                in artikel 10, onderdeel a, bedragen € 60,-.</al></li><li nr="2."><al>De kosten van het aanbrengen en van het verwijderen van de wielklem
                                bedragen € 59,-.</al></li><li nr="3."><al>Het bedrag van de ingevolge het tweede lid in rekening te brengen
                                kosten wordt bij beschikking vastgesteld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college kan nadere regels vaststellen met betrekking tot de heffing en
                        de invordering van de parkeerbelasting.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling </label><nr>VI</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Toelichting op naleving</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens
                                deze verordening zijn belast de personen werkzaam in de functie van
                                Controleur Openbare Ruimte.</al></li><li nr="2."><al>Voorts zijn met het toezicht op de naleving in het bepaalde bij of
                                krachtens deze verordening belast de bij besluit van het college aan
                                te wijzen personen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Inwerkingtreding en overgangsbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De 'Verordening parkeerregulering en parkeerbelastingen Delft 2015'
                                vastgesteld bij raadsbesluit van 26 maart 2015, wordt ingetrokken
                                met ingang van de in het vierde lid genoemde datum van ingang van de
                                heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de
                                belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2016.</al></li><li nr="3."><al>Vergunningen die zijn verleend krachtens de Verordening
                                parkeerregulering en parkeerbelastingen Delft 2015 worden geacht te
                                zijn verleend krachtens deze verordening.</al></li><li nr="4."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2016.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Parkeerverordening Delft 2016.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 5 november 2015.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>mr. drs. G.A.A. Verkerk ,burgemeester. </ondertekening><ondertekening>drs. R.G.R. Jeene ,griffier.</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><al>Tarieventabel Verordening parkeerregulering en parkeerbelasting Delft 2016</al><al/><al><extref doc="/cvdr/images/Delft/i263441.pdf">Tarieventabel</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>