<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR385553_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van onroerendezaakbelastingen 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Delft</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-03</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Delft</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 20 januari 2016</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening onroerendezaakbelastingen Delft 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">art. 220 t/m 220 h Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-21</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe tarieven</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van onroerendezaakbelastingen 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Delft;</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 29
                        september 2015;</al><al>gelet op de artikelen 220 tot en met 220h van de Gemeentewet;</al><al>gezien het advies van de commissie Economie, Financiën en Bestuur;</al><al>b e s l u i t </al><al>vast te stellen de </al><al><vet>Verordening op de heffing en de invordering van
                            onroerendezaakbelastingen 2016</vet>(Verordening
                        onroerendezaakbelastingen Delft 2016). </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder de naam 'onroerendezaakbelastingen' worden ter zake van binnen de
                            gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen geheven: </al><lijst><li nr="a."><al>een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het
                                    kalenderjaar een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot
                                    woning dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt
                                    recht of persoonlijk recht gebruikt, verder te noemen:
                                    gebruikersbelasting; </al></li><li nr="b."><al>een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het
                                    kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens
                                    eigendom, bezit of beperkt recht, verder te noemen:
                                    eigenarenbelasting. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de gebruikersbelasting wordt: </al><lijst><li nr="a."><al>gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in
                                    gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat
                                    deel in gebruik heeft gegeven; degene die het deel in gebruik
                                    heeft gegeven, is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen
                                    op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven; </al></li><li nr="b."><al>het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor
                                    volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die
                                    onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de
                                    onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de
                                    belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die zaak ter
                                    beschikking is gesteld. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met betrekking tot de eigenarenbelasting wordt als genothebbende
                            krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het
                            begin van het kalenderjaar als zodanig in de kadastrale registratie is
                            vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende
                            krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastingobject</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in
                            hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een onroerende zaak dient in hoofdzaak tot woning indien de waarde die
                            op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is
                            vastgesteld voor die onroerende zaak in hoofdzaak kan worden toegerekend
                            aan delen van die onroerende zaak die dienen tot woning dan wel volledig
                            dienstbaar zijn aan woondoeleinden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De heffingsmaatstaf is de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet
                            waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde
                            voor het kalenderjaar bedoeld in artikel 1. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde is vastgesteld
                            op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt
                            de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met overeenkomstige
                            toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20,
                            tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de
                            heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet reeds is
                            geschied bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, de
                            waarde van: </al><lijst><li nr="a."><al>ten behoeve van de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde
                                    cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de
                                    ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt
                                    voor de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de
                                    ondergrond als voedingsbodem te gebruiken; </al></li><li nr="b."><al>glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek
                                    of teelt van gewassen, voorzover de ondergrond daarvan bestaat
                                    uit de in onderdeel a bedoelde grond; </al></li><li nr="c."><al>onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare
                                    eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten
                                    van levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van
                                    delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; </al></li><li nr="d."><al>één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de
                                    voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet
                                    aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen
                                    voorwaarden, met uitzondering van de daarop voorkomende gebouwde
                                    eigendommen; </al></li><li nr="e."><al>natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen,
                                    heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door
                                    rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid welke zich
                                    uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van natuurschoon
                                    ten doel stellen, beheerd worden; </al></li><li nr="f."><al>openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per
                                    rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken; </al></li><li nr="g."><al>waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd
                                    door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke
                                    rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige
                                    werken die dienen als woning; </al></li><li nr="h."><al>werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander
                                    afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of
                                    diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering
                                    van de delen van zodanige werken die dienen als woning; </al></li><li nr="i."><al>werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden
                                    afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis aan die
                                    werktuigen wordt toegebracht en die niet op zichzelf als
                                    gebouwde eigendommen zijn aan te merken. </al></li><li nr="j."><al>straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde
                                    eigendommen - niet zijnde gebouwen - welke zijn geplaatst ten
                                    gerieve of in het belang van het publiek, ten dienste van het
                                    verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten,
                                    verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen,
                                    banken, abri's, hekken en palen; </al></li><li nr="k."><al>plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in
                                    beheer zijn of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens
                                    eigendom, bezit of beperkt recht, met uitzondering van delen van
                                    zodanige onroerende zaken die dienen als woning; </al></li><li nr="l."><al>begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, met uitzondering van
                                    delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning. </al></li><li nr="m."><al>het ongebouwde eigendom van onroerende zaken die bestemd zijn
                                    voor recreatieve doeleinden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de
                            heffingsmaatstaf voor de gebruikersbelasting buiten aanmerking gelaten
                            de waarde van gedeelten van de onroerende zaak die in hoofdzaak tot
                            woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden.
                        </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Tarieven</titel></kop><al>De onroerendezaakbelastingen worden geheven naar de tarieven, opgenomen in
                        de bij deze verordening behorende tarieventabel. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belastingen worden bij wege van aanslag geheven. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Tijdstip van betaling en betaling in termijnen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet
                                moeten de onroerendezaakbelastingen worden betaald binnen twee
                                maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid geldt, ingeval het totaalbedrag van
                                de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het
                                aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, minder is
                                dan € 5.000,-, en zolang de verschuldigde bedragen door middel van
                                automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen
                                moeten worden betaald in maximaal 10 termijnen. De eerste termijn
                                vervalt een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van
                                de volgende termijn telkens een maand later. </al></li><li nr="3."><al>Het minimum termijnbedrag bij automatische incasso bedraagt €
                                15,00.</al></li><li nr="4."><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                                voorgaande leden gestelde termijnen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Niet opleggen van aanslagen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Belastingaanslagen van minder dan € 5,00 worden niet opgelegd.</al></li></lijst><lijst><li nr="2."><al>Voor de toepassing van het eerste lid van dit artikel wordt het
                                totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen als één
                                aanslag aangemerkt. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Nadere regels door het college van B&amp;W</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van de
                        onroerendezaakbelastingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>1.Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening
                        onroerendezaakbelastingen Delft 2016'. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De Verordening onroerendezaakbelastingen Delft 2015, wordt
                                ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van
                                ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing
                                blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben
                                voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na
                                die van de bekendmaking. </al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2016. </al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 5 november 2015.</ondertekening><ondertekening>mr. drs. G.A.A. Verkerk,burgemeester.</ondertekening><ondertekening>drs. R.G.R. Jeene,griffier.</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><al><vet>Tarieventabel
                            Onroerendezaakbelastingen
                            Delft 2016</vet></al><al>Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de heffingsmaatstaf. </al><al>Het percentage bedraagt </al><lijst><li nr="a."><al>voor de gebruikersbelasting niet-woningen 0,23580;</al></li><li nr="b."><al>bij de eigenarenbelasting</al></li></lijst><al>1° voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen 0,15500%;</al><al>2° voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen
                        0,29442%.</al><al>Behoort bij en maakt deel uit van het raadsbesluit van 5 november 2015 tot
                        vaststelling van de verordening onroerendezaakbelastingen Delft 2016. </al></bijlage><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting </titel></kop><al>op de Verordening onroerendezaakbelastingen Delft 2016.</al><tussenkop>Tarieven</tussenkop><al>In de Programmabegroting 2016 is als totale opbrengst ozb een bedrag van €
                    26.131.000 geraamd.</al><al>In deze voorstellen is de ophoging van de opbrengst uit de Programmabegroting
                    2015 overgenomen, in samenhang met de overige woonlastencomponenten en de
                    voorstellen uit de nieuwe bezuinigingsopgave 2016. De stijging van de totale
                    opbrengst ten opzichte van de opbrengst 2015 bedraagt 9,8%. </al><al>De geraamde opbrengst komt tot stand door de ophoging van de geraamde opbrengst
                    uit de PB 2015 met het consumentenprijsindexcijfer (CPI), mutaties uit de PB
                    2015 en volgend en de meeropbrengst van het nieuwe areaal voor de ozb. Door deze
                    opbrengstraming af te zetten tegen de door de RBG geprognosticeerde WOZ waarden
                    worden de tarieven berekend.</al><al>Als gevolg van reeds afgesproken taakstellingen en voorstellen voor nieuwe
                    bezuinigingen moet voor 2016 e.v. rekening worden gehouden met de volgende
                    mutaties in de ozb opbrengst:</al><al>• Bij de PB 2015 was vanwege mutaties bij Riolering en Reiniging voorzien in een
                    stijging van de ozb opbrengst van € 700.000, bestaande uit:</al><al>• als gevolg van taakstellingen in het bestaande bezuinigingsprogramma dalen in
                    2016 de kosten en opbrengsten uit tarieven in het gesloten circuit van Riolering
                    (€ 400.000). Hier staat een stijging van de OZB met dezelfde bedragen tegenover
                    (+1,7%);</al><al>• echter vanwege het vervallen van een geplande bezuiniging van 300.000 euro op
                    het gesloten circuit van Reiniging is een stijging van de opbrengst ozb met
                    eenzelfde bedrag vervallen</al><al>• om tijdelijk ruimte te maken voor flankerend beleid wordt vanaf 2016 de
                    opbrengst uit het tarief van de OZB met € 250.000 extra opgehoogd (+ 1%). Dit
                    budget is benodigd om de uitstroom van personeel als gevolg van nieuwe
                    bezuinigingen mogelijk te maken.</al><al>• De opbrengst van het collegevoorstel ten bedrage van € 1.400.000 voor de
                    nieuwe bezuinigingsopgave 2016 in de Programmabegroting. De opbrengst van het
                    nieuw areaal is in deze variant bestemd voor de bezuinigingsopgave 2016.</al><al>De OZB verhoging vanwege de nieuwe bezuinigingsopgave is een tijdelijke
                    maatregel. Als Delft financieel weer gezond is wordt teruggegaan naar het
                    lastenniveau van 2014. Naar verwachting is dit binnen 10 jaar.</al><al>Om de geraamde opbrengst te kunnen realiseren is het gebruikelijk bij de
                    tariefstelling rekening te houden met een extra opslag voor de, op
                    ervaringscijfers gebaseerde non-realisatie door oninbaarheid, leegstand en
                    vermindering na bezwaar. Deze bedraagt bijna 7 ton. Voor 2016 is de voorziening
                    voor leegstand bij niet-woningen bijgesteld van 3% naar 7,5%.</al><al>De geraamde opbrengst heeft betrekking op het bestaande areaal aan WOZ objecten.
                    Met de RBG is afgesproken dat voor 2016 naast de prognose op de
                    waardeontwikkeling bij het bestaand areaal ook een opgave wordt gedaan van de
                    waarde van het nieuw areaal. Hieruit ontstaat een meeropbrengst die is begroot
                    als ozb opbrengst en waarvan een deel wordt betrokken bij de bezuinigingsopgave.
                    Vooruitlopend hierop is v.w.b. de ontwikkeling Spoorzone vanaf 2017 al rekening
                    gehouden met een areaaluitbreiding in het meerjarenbeeld.</al><al>Op het ozb tarief voor niet-woningen (gebruik en eigenaar) geldt een toeslag ten
                    gunste van het Ondernemersfonds. Het beheer van dit fonds ligt bij de
                    ondernemers. Een evaluatie van het Ondernemersfonds heeft plaatsgevonden in het
                    najaar van 2013. Naar aanleiding hiervan is de looptijd van het Ondernemersfonds
                    met zes jaar verlengd.</al><al>Over de waardeontwikkeling van alle onroerende zaken geeft de RBG jaarlijks
                    tweemaal een prognose, in juli en in november. Daarbij geeft de RBG tevens een
                    opgave van de waarde van het over het afgelopen jaar ontwikkelde nieuw areaal.
                    De tarieven worden bepaald als uitkomst van de geschatte totale waarden op de
                    wettelijke peildatum en de gewenste opbrengst.</al><al>De tarieven voor 2016 worden in een later stadium nog gecorrigeerd voor de
                    waardeontwikkeling van onroerende zaken tussen 1-1-2014 en 1-1-2015. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>