<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR385331_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en reinigigngsrechten 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Beuningen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-07-25</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Beuningen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://www.overheid.nl">Gemeenteblad, 7 januari 2016</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening reinigingsheffingen 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=229">Gemeentewet artikel 229 onderdelen a en b</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0003245&amp;artikel=15.33">Wet milieubeheer, artikel 15.33</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>milieu</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-15</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2016-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>BW15.00759</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>open voor de tarieven de link bij artikel 5 en artikel 13</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-32716</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-32717</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en reinigigngsrechten 2016
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>De raad van de gemeente Beuningen in openbare vergadering bijeen;</al>
          <al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 17
                        november 2015;</al>
          <al>gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de
                        Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;</al>
          <al>B E S L U I T :</al>
          <al>vast te stellen de volgende </al>
          <al>
            <vet>Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en
                            reiniging</vet>
            <vet>s</vet>
            <vet>rechten </vet>
            <vet>2016</vet>
          </al>
          <al>(Verordening reinigingsheffingen 2016)</al>
          <al/>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>I</nr>
            <titel>Algemene bepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>Inleidende bepaling</titel>
            </kop>
            <al>Krachtens deze verordening worden geheven:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>een afvalstoffenheffing;</al></li>
              <li nr="b."><al>reinigingsrechten.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
            </kop>
            <al>Voor de toepassing van deze Verordening wordt verstaan onder:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>“gebruik maken” in hoofdstuk II Afvalstoffenheffing: gebruik
                                    maken in de zin van artikel 15.33 van de Wet Milieubeheer;</al></li>
              <li nr="b."><al>grof bedrijfsafval: afvalstoffen, met uitzondering van
                                    autowrakken, afkomstig van bedrijven en instellingen, welke door
                                    aard, omvang of hoeveelheid niet periodiek worden
                                    ingezameld.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>II</nr>
            <titel>Afvalstoffenheffing</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>Aard van de belasting en belastbaar feit</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Onder de naam ‘afvalstoffenheffing’ wordt een directe belasting
                                geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening en de daarbij
                                behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven
                                ter zake van het gebruik van een perceel ten aanzien waarvan
                                krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een
                                verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen
                                geldt.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4</nr>
              <titel>Belastingplicht</titel>
            </kop>
            <al>De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de
                            omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt
                            recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel, ten aanzien
                            waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer
                            een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen
                            geldt.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5</nr>
              <titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel>
            </kop>
            <al>De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen
                            in hoofdstuk 1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel.<extref doc="/cvdr/images/Beuningen/i265218.pdf">Tarieventabel Reiniging 2016</extref></al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6</nr>
              <titel>Belastingjaar</titel>
            </kop>
            <al>Met betrekking tot de belasting, die per jaar wordt geheven, is het
                            belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>7</nr>
              <titel>Wijze van heffing</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De belasting als bedoeld in hoofdstuk 1 onderdeel 1.1 t/m 1.4 van de
                                tarieventabel wordt geheven bij wege van aanslag.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De belasting, als bedoeld in hoofdstuk 1 onderdeel 1.7 tot en met
                                1.12, van de tarieventabel wordt geheven bij wege van een mondelinge
                                dan wel schriftelijke gedagtekende kennisgeving.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>8</nr>
              <titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar
                                tijdsgelang</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De belasting, bedoeld in hoofdstuk 1 onderdeel 1.1 en 1.2 van de
                                    tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het
                                    belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de
                                    belastingplicht.</al></li>
              <li nr="2."><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar
                                    aanvangt, is de belasting, bedoeld in hoofdstuk 1 onderdeel 1.1
                                    en 1.2 van de tarieventabel, verschuldigd voor zoveel twaalfde
                                    gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in
                                    dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle
                                    kalendermaanden overblijven.</al></li>
              <li nr="3."><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar
                                    eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde
                                    gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting bedoeld
                                    in hoofdstuk 1 onderdeel 1.1 en 1.2 van de tarieventabel, als er
                                    in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle
                                    kalendermaanden overblijven.</al></li>
              <li nr="4."><al>Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de
                                    belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een
                                    ander perceel in feitelijk gebruik neemt.</al></li>
              <li nr="5."><al>De belasting als bedoeld in hoofdstuk 1 onderdelen 1.7 tot en
                                    met 1.12 is verschuldigd bij de aanvang van de
                                    dienstverlening.</al></li>
              <li nr="6."><al>Belastingbedragen van minder dan € 5,-- worden niet
                                    geheven.</al></li>
            </lijst>
            <al>Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op een
                            aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen afvalstoffenheffing of
                            andere heffingen aangemerkt als één belastingbedrag. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>9</nr>
              <titel>Termijnen van betaling</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al> In afwijking van artikel 9 eerste lid, van de Invorderingswet
                                    1990 moeten de aanslagen als bedoeld in artikel 7, eerste lid
                                    worden betaald uiterlijk twee maanden na de dagtekening van het
                                    aanslagbiljet.</al></li>
              <li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid geldt - ingeval het totaalbedrag
                                    van de op één aanslag biljet verenigde aanslagen meer bedraagt
                                    dan € 45,-- met een maximum van € 3.000,-- en een machtiging is
                                    afgegeven voor het automatisch incasseren van het verschuldigde
                                    bedrag -, dat:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>aanslagen, waarvan de dagtekening ligt tussen 1 januari
                                            en 1 oktober van het belastingjaar waarop ze betrekking
                                            hebben, worden geïncasseerd in zoveel gelijke termijnen
                                            als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet
                                            nog maanden in het belastingjaar overblijven met een
                                            maximum van acht;</al></li>
                  <li nr="b."><al>aanslagen, waarvan de dagtekening ligt na 30 september
                                            van het belastingjaar waarop ze betrekking hebben,
                                            worden geïncasseerd in drie gelijke termijnen.</al><al> Bij het van toepassing zijn van het vorenstaande
                                            vervalt de eerste incassotermijn een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk
                                            van de volgende termijnen telkens een maand later.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="3."><al>In afwijking van het eerste lid geldt, voor aanslagen waarvan
                                    het totaal bedrag van de op één aanslagbiljet verenigde
                                    aanslagen € 45,- of minder bedraagt en een machtiging is
                                    afgegeven voor het automatisch incasseren van het verschuldigde
                                    bedrag, dat het totaalbedrag van de aanslag in één keer wordt
                                    geïncasseerd twee maanden na de dagtekening van het
                                    aanslagbiljet.</al></li>
              <li nr="4."><al>Voor aanslagen, waarvan het totaalbedrag van de op één
                                    aanslagbiljet verenigde aanslagen meer bedraagt dan € 3.000,--,
                                    is geen automatische incasso mogelijk en is de betalingstermijn
                                    als onder lid 1 van toepassing.</al></li>
              <li nr="5."><al>De belasting moet worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld
                                    in artikel 7, tweede lid: a. mondeling wordt gedaan, op het
                                    moment van het doen van de kennisgeving; b. schriftelijk wordt
                                    gedaan, op het moment van het uitreiken van de
                                    kennisgeving,</al></li>
            </lijst>
            <al>dan wel ingeval van de toezending daarvan, binnen 30 dagen na de
                            dagtekening van de kennisgeving.</al>
            <lijst>
              <li nr="6."><al>Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid,
                                    onderdeel c, van de Invorderingswet 1990, met een
                                    belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een
                                    bestuurlijke boete is het eerste lid van overeenkomstige
                                    toepassing, voorzover deze gelijktijdig wordt opgelegd met de
                                    vaststelling van de aanslag.</al></li>
              <li nr="7."><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                                    voorgaande leden gestelde termijnen.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>10</nr>
              <titel>Kwijtschelding</titel>
            </kop>
            <al>Bij de invordering van de afvalstoffenheffing wordt kwijtschelding
                            verleend op grond van de uitvoeringsregeling invorderingswet 1990. De
                            kwijtschelding is alleen van toepassing op de belasting bedoeld in de
                            artikelen 1.1 en 1.2 van hoofdstuk 1 in de bij deze verordening
                            behorende tarieventabel.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>III</nr>
            <titel>Reinigingsrechten</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>11</nr>
              <titel>Belastbaar feit</titel>
            </kop>
            <al>Onder de naam ‘reinigingsrechten’ worden rechten geheven zowel voor het
                            genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het
                            gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken
                            of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>12</nr>
              <titel>Belastingplicht</titel>
            </kop>
            <al>De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten
                            behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de
                            bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>13</nr>
              <titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel>
            </kop>
            <al>De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen
                            in de hoofdstuk 2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel.<extref doc="/cvdr/images/Beuningen/i265219.pdf">Tarieventabel reiniging 2016</extref></al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>14</nr>
              <titel>Belastingjaar</titel>
            </kop>
            <al>Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het
                            belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>15</nr>
              <titel>Wijze van heffing</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De rechten als bedoeld in hoofdstuk 2 onderdeel 2.1 t/m 2.4 van de
                                tarieventabel worden geheven bij wege van aanslag, met dien
                                verstande dat per belastbaar feit een afzonderlijke aanslag kan
                                worden opgelegd.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De rechten, als bedoeld in hoofdstuk 2 onderdeel 2.6 en 2.7 van de
                                tarieventabel worden geheven bij wege van een mondelinge dan wel
                                schriftelijke gedagtekende kennisgeving. Het gevorderde bedrag wordt
                                mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de
                                schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige
                                bekendgemaakt.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>16</nr>
              <titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar
                                tijdsgelang</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De rechten bedoeld in hoofdstuk 2 onderdeel 2.1 van de
                                    tarieventabel zijn verschuldigd bij het begin van het
                                    belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de
                                    belastingplicht.</al></li>
              <li nr="2."><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar
                                    aanvangt zijn de rechten bedoeld in hoofdstuk 2 onderdeel 2.1
                                    van de tarieventabel, verschuldigd voor zoveel twaalfde
                                    gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in
                                    dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle
                                    kalendermaanden overblijven.</al></li>
              <li nr="3."><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar
                                    eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde
                                    gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten bedoeld in
                                    hoofdstuk 2 onderdeel 2.1 van de tarieventabel, als er in dat
                                    jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle
                                    kalendermaanden overblijven.</al></li>
              <li nr="4."><al>Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de
                                    belastingplichtige binnen de gemeente verhuist.</al></li>
              <li nr="5."><al>De rechten als bedoeld in hoofdstuk 2.6 en 2.7 is verschuldigd
                                    bij de aanvang van de dienstverlening.</al></li>
              <li nr="6."><al>Belastingbedragen van minder dan € 5,-- worden niet
                                    geheven.</al></li>
            </lijst>
            <al>Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op een
                            aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen reinigingsrechten of
                            andere heffingen aangemerkt als één belastingbedrag. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>17</nr>
              <titel>Termijnen van betaling</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>In afwijking van artikel 9 eerste lid, van de Invorderingswet
                                    1990 moeten de aanslagen als bedoeld in artikel 14 eerste lid
                                    worden betaald uiterlijk twee maanden na de dagtekening van het
                                    aanslagbiljet.</al></li>
              <li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid geldt - ingeval het totaalbedrag
                                    van de op één aanslag biljet verenigde aanslagen meer bedraagt
                                    dan € 45,-- met een maximum van € 3.000,-- en een machtiging is
                                    afgegeven voor het automatisch incasseren van het verschuldigde
                                    bedrag -, dat:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>aanslagen, waarvan de dagtekening ligt tussen 1 januari
                                            en 1 oktober van het belastingjaar waarop ze betrekking
                                            hebben, worden geïncasseerd in zoveel gelijke termijnen
                                            als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet
                                            nog maanden in het belastingjaar overblijven met een
                                            maximum van acht;</al></li>
                  <li nr="b."><al>aanslagen, waarvan de dagtekening ligt na 30 september
                                            van het belastingjaar waarop ze betrekking hebben,
                                            worden geïncasseerd in drie gelijke termijnen.</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al> Bij het van toepassing zijn van het vorenstaande vervalt de eerste
                            incassotermijn een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende
                            termijnen telkens een maand later.</al>
            <lijst>
              <li nr="3."><al>In afwijking van het eerste lid geldt, voor aanslagen waarvan
                                    het totaal bedrag van de op één aanslagbiljet verenigde
                                    aanslagen € 45,- of minder bedraagt en een machtiging is
                                    afgegeven voor het automatisch incasseren van het verschuldigde
                                    bedrag, dat het totaalbedrag van de aanslag in één keer wordt
                                    geïncasseerd twee maanden na de dagtekening van het
                                    aanslagbiljet.</al></li>
              <li nr="4."><al>Voor aanslagen, waarvan het totaalbedrag van de op één
                                    aanslagbiljet verenigde aanslagen meer bedraagt dan € 3.000,--,
                                    is geen automatische incasso mogelijk en is de betalingstermijn
                                    als onder lid 1 van toepassing.</al></li>
              <li nr="5."><al>De rechten moet worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld
                                    in artikel 14, tweede lid: a. mondeling wordt gedaan, op het
                                    moment van het doen van de kennisgeving; b. schriftelijk wordt
                                    gedaan, op het moment van het uitreiken van de
                                    kennisgeving, dan wel ingeval van de toezending daarvan, binnen 30 dagen na de
                            dagtekening van de kennisgeving.</al></li>
              <li nr="6."><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande
                            leden gestelde termijnen.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>18</nr>
              <titel>Kwijtschelding</titel>
            </kop>
            <al>Bij de invordering van reinigingsrechten wordt geen kwijtschelding
                            verleend.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>IV</nr>
            <titel>Aanvullende bepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>19</nr>
              <titel>Nadere regels door het college van burgemeester en
                                wethouders</titel>
            </kop>
            <al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en de invordering van de
                            reinigingsheffingen.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>20</nr>
              <titel>Overgangsrecht</titel>
            </kop>
            <al>De ‘Verordening Reinigingsheffingen 2015’ vastgesteld bij besluit van 16
                            december 2014, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 21, tweede
                            lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij
                            van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum
                            hebben voorgedaan.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>21</nr>
              <titel>Inwerkingtreding</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Deze Verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na
                                die van bekendmaking.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2016.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>22</nr>
              <titel>Citeertitel</titel>
            </kop>
            <al>Deze Verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening
                            reinigingsheffingen 2016’.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening>Beuningen, 15 december 2015</ondertekening>
        <ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening>
        <ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening>
      </regeling-sluiting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>