<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR385328_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van reclamebelasting 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Beuningen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-07-25</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Beuningen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.overheid.nl">Gemeenteblad, 7 januari 2016</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Reclamebelasting 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=227">Gemeentewet, artikel 227</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-15</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2016-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>BW15.00759</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>open voor de kaart reclamebelasting 2016 centrumgebied de link bij artikel 2.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-32715</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Verordening op de heffing en invordering van reclamebelasting 2016
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>De raad van de gemeente Beuningen</al>
          <al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Beuningen 17
                        november 2015</al>
          <al>gelet op artikel 227 van de Gemeentewet; </al>
          <al>besluit:</al>
          <al>vast te stellen de volgende verordening: </al>
          <al>
            <vet>Verordening op de heffing en invordering van reclamebelasting
                            201</vet>
            <vet>6</vet>
          </al>
          <al>(Verordening Reclamebelasting 2016)</al>
          <al/>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
          </kop>
          <al>Deze verordening verstaat onder:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>Reclameobject: een openbare aankondiging in letters, cijfers,
                                tekens, symbolen, kleuren of een reclamevoorwerp, of een combinatie
                                daarvan, zichtbaar vanaf de openbare weg.</al></li>
            <li nr="b."><al>Wet WOZ: de Wet waardering onroerende zaken.</al></li>
            <li nr="c."><al>waarde: de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet WOZ voor het
                                kalenderjaar, als bedoeld in artikel 8, voor de onroerende zaak
                                vastgestelde waarde. Indien met betrekking tot een onroerende zaak
                                geen waarde op de voet van hoofdstuk IV van de Wet WOZ is
                                vastgesteld, is de waarde de met overeenkomstige toepassing van het
                                bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van
                                de Wet WOZ vastgestelde waarde.</al></li>
            <li nr="d."><al>vestiging: 1. de onroerende zaak als bedoeld in artikel 16 van de
                                Wet WOZ die, of een deel daarvan dat door één organisatie of bedrijf
                                wordt gebruikt<cursief>; </cursief> 2. twee of meer onroerende
                                zaken, als bedoeld in artikel 16 van de Wet WOZ, of delen daarvan,
                                die direct naast of boven elkaar gelegen zijn en die tezamen door
                                één organisatie of bedrijf voor één doel worden gebruikt.</al></li>
            <li nr="e."><al>voorziening: specifiek hulpmiddel bestemd voor het aanbrengen van
                                één of meer (al dan niet wisselende) openbare aankondigingen.</al></li>
            <li nr="f."><al>jaar: een kalenderjaar.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Gebiedsomschrijving</titel>
          </kop>
          <al>Deze verordening is van toepassing binnen het gebied zoals aangegeven in de
                        bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende kaart (bijlage 1). <extref doc="/cvdr/images/Beuningen/i265224.pdf">Bijlage 1: kaart reclamebelasting 2016 centrumgebied</extref></al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Belastbaar feit</titel>
          </kop>
          <al>Onder de naam ‘reclamebelasting’ wordt binnen het gebied als bedoeld in
                        artikel 2, een directe belasting geheven op openbare aankondigingen die
                        zichtbaar zijn vanaf de openbare weg.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>Belastingplicht</titel>
          </kop>
          <al>De reclamebelasting wordt geheven van de gebruiker van de vestiging waarop,
                        waaraan, waarin of waarbij één of meer reclameobjecten zijn aangebracht dan
                        wel zijn geplaatst.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>Belastingobject</titel>
          </kop>
          <al>De reclamebelasting wordt geheven per vestiging. waarop, waaraan, waarin of
                        waarbij één of meer reclameobjecten zijn aangebracht dan wel zijn
                        geplaatst</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>Maatstaf van heffing</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De heffingsmaatstaf is een vast bedrag per vestiging en een bedrag dat
                            afhankelijk is van de waarde van de vestiging. </al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Indien de vestiging gelijk is aan de onroerende zaak als bedoeld in
                            artikel 16 van de Wet WOZ, is de heffingsmaatstaf een vast bedrag en een
                            bedrag dat afhankelijk is van de waarde van de vestiging.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Indien de vestiging deel uitmaakt van een onroerende zaak als bedoeld in
                            artikel 16 van de Wet WOZ, is de heffingsmaatstaf een vast bedrag en een
                            bedrag dat afhankelijk is van het deel van de waarde dat aan de
                            vestiging kan worden toegerekend. </al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>Voor een vestiging als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, sub 2, is de
                            heffingsmaatstaf een vast bedrag en een bedrag dat afhankelijk is van de
                            waarden of de delen van de waarden die aan de vestiging kunnen worden
                            toegerekend. </al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>5.</lidnr>
            <al>Bij de bepaling van de heffingsmaatstaf wordt de waarde van delen van de
                            vestiging die in hoofdzaak voor woondoeleinden gebruikt worden buiten
                            beschouwing gelaten . </al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>7</nr>
            <titel>Belastingtarief</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Het vaste bedrag voor de reclamebelasting bedraagt € 290,-- per
                            vestiging.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Voor zover de waarde van de vestiging meer bedraagt dan € 144.000,--,
                            wordt het in het vorige lid genoemde bedrag vermeerderd met € 1,85 per €
                            1.000,- waarde.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>De reclamebelasting bedraagt maximaal € 950,-- per vestiging. </al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>Indien de vastgestelde waarde naar beneden wordt bijgesteld, wordt de
                            aanslag ambtshalve verminderd indien de lagere waarde leidt tot een
                            lager belastingbedrag voor de reclamebelasting.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>8</nr>
            <titel>Belastingtijdvak</titel>
          </kop>
          <al>Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>9</nr>
            <titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Reclamebelasting is verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak
                            of, zo dit later is, bij aanvang van de belastingplicht. </al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt,
                            is de reclamebelasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van
                            de voor dat jaar verschuldigde reclamebelasting als er in dat jaar, na
                            het tijdstip van de aanvang van de belastingplicht, nog volle
                            kalendermaanden overblijven. </al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt,
                            wordt de aanslag op verzoek van de belastingplichtige verminderd voor
                            zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde
                            reclamebelasting als er in dat jaar, na het tijdstip van de beëindiging
                            van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>10</nr>
            <titel>Wijze van heffing</titel>
          </kop>
          <al>De reclamebelasting wordt geheven door middel van een aanslag. </al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>11</nr>
            <titel>Vrijstellingen</titel>
          </kop>
          <al>De reclamebelasting wordt niet geheven voor openbare aankondigingen: </al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>die korter dan 13 weken aanwezig zijn, tenzij deze openbare
                                aankondigingen zijn aangebracht in een voorziening waarin, waaraan
                                of waarop wisselende openbare aankondigingen worden aangebracht, die
                                individueel korter dan 13 weken aanwezig zijn, maar waarbij de
                                verschillende openbare aankondigingen gezamenlijk 13 weken of meer
                                aanwezig zijn;</al></li>
            <li nr="b."><al>die als algemene bewegwijzering waarmee een algemeen belang wordt
                                gediend, kunnen worden aangemerkt die door of namens de gemeente
                                zijn aangebracht; </al></li>
            <li nr="c."><al>in de vorm van voorwerpen die geplaatst worden bij evenementen die
                                overwegend door vrijwilligers worden georganiseerd en die geen
                                direct of indirect oogmerk hebben om hieruit voor eigen gewin
                                inkomsten te verwerven;</al></li>
            <li nr="d."><al>aangebracht door of namens winkeliersverenigingen of
                                centrummanagement, waarbij het reclameobject uitsluitend bestaat uit
                                een vlag, banier of zuil met de naam van de winkeliersvereniging of
                                het centrummanagement;</al></li>
            <li nr="e."><al>aangebracht op bouwterreinen, voor zover deze opschriften
                                rechtstreeks betrekking hebben op de op dat terrein in uitvoering
                                zijnde bouwwerkzaamheden;</al></li>
            <li nr="f."><al>die door politieke partijen zijn aangebracht en die een ideëel
                                belang dienen;</al></li>
            <li nr="g."><al>bestemd voor de verkoop of verhuur van onroerende zaken, indien deze
                                aanwezig zijn in de onmiddellijke nabijheid van de te verkopen of te
                                verhuren zaak. </al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>12</nr>
            <titel>Termijnen van betaling</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al> In afwijking van artikel 9 eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk twee maanden na de
                                dagtekening van het aanslagbiljet.</al></li>
            <li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid geldt - ingeval het totaalbedrag van
                                de op één aanslag biljet verenigde aanslagen meer bedraagt dan €
                                45,-- met een maximum van € 3.000,-- én een machtiging is afgegeven
                                voor het automatisch incasseren van het verschuldigde bedrag -,
                                dat:</al><lijst>
                <li nr="a."><al>aanslagen, waarvan de dagtekening ligt tussen 1 januari en 1
                                        oktober van het belastingjaar waarop ze betrekking hebben,
                                        worden geïncasseerd in zoveel gelijke termijnen als er na de
                                        maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in
                                        het belastingjaar overblijven met een maximum van acht;</al></li>
                <li nr="b."><al>aanslagen, waarvan de dagtekening ligt na 30 september van
                                        het belastingjaar waarop ze betrekking hebben, worden
                                        geïncasseerd in drie gelijke termijnen.</al></li>
              </lijst></li>
          </lijst>
          <al> Bij het van toepassing zijn van het vorenstaande vervalt de eerste
                        incassotermijn een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende
                        termijnen telkens een maand later.</al>
          <lijst>
            <li nr="3."><al>In afwijking van het eerste lid geldt, voor aanslagen waarvan het
                                totaal bedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen € 45,-
                                of minder bedraagt en een machtiging is afgegeven voor het
                                automatisch incasseren van het verschuldigde bedrag, dat het
                                totaalbedrag van de aanslag in één keer wordt geïncasseerd twee
                                maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet.</al></li>
            <li nr="4."><al>Voor aanslagen, waarvan het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet
                                verenigde aanslagen meer bedraagt dan € 3.000,--, is geen
                                automatische incasso mogelijk en is de betalingstermijn als onder
                                lid 1 van toepassing.</al></li>
            <li nr="5."><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                                voorgaande leden gestelde termijnen.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>13</nr>
            <titel>Kwijtschelding</titel>
          </kop>
          <al>Van de invordering van reclamebelasting wordt geen kwijtschelding
                        verleend.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>14</nr>
            <titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel>
          </kop>
          <al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels stellen met
                        betrekking tot de heffing en invordering van de reclamebelasting.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>15</nr>
            <titel>Overgangsrecht</titel>
          </kop>
          <al>De “Verordening reclamebelasting 2015”, vastgesteld bij raadsbesluit van 16
                        december 2014, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 16, tweede lid, genoemde datum van
                        ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op
                        belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>16</nr>
            <titel>Inwerkingtreding</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die
                            van bekendmaking.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2016</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>17</nr>
            <titel>Citeertitel</titel>
          </kop>
          <al>1.Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening reclamebelasting
                        2016". </al>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 15 december 2015</ondertekening>
        <ondertekening>griffier voorzitter</ondertekening>
      </regeling-sluiting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>