<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR385322_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Best</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-08-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Best</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 2015-12-24</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening precariobelasting 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">gemeentewet, artikel 228</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-11-09</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>IN15-04209</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>belastingen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-34127</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Verordening precariobelasting 2016
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>
            <vet>Raadsbesluit</vet>
          </al>
          <al>De raad van de gemeente Best;</al>
          <al/>
          <al>gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 6
                        oktober 2015;</al>
          <al/>
          <al>gelet op artikel 228 van de Gemeentewet;</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>besluit</vet>
          </al>
          <al/>
          <al>vast te stellen de verordening op de heffing en de invordering van
                        precariobelasting 2016 (Verordening precariobelasting 2016).</al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>– Begripsomschrijving</titel>
          </kop>
          <al>Deze verordening verstaat:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>dag: een periode van 24 uren, aanvangende om 00.00 uur of een
                                gedeelte daarvan;</al></li>
            <li nr="b."><al>week: een periode van zeven achtereenvolgende dagen;</al></li>
            <li nr="c."><al>maand: een kalendermaand;</al></li>
            <li nr="d."><al>seizoen: de periode april t/m oktober;</al></li>
            <li nr="e."><al>jaar: een kalenderjaar;</al></li>
            <li nr="f."><al>vergunning: een door het gemeentebestuur verleende en in een
                                gemeentelijke registratie opgenomen toestemming op grond waarvan een
                                persoon een of meerdere voorwerpen onder, op of boven voor de
                                openbare dienst bestemde gemeentegrond mag hebben.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>– Belastbaar feit</titel>
          </kop>
          <al>Onder de naam precariobelasting wordt een directe belasting geheven ter zake
                        van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst
                        bestemde gemeentegrond, bedoeld of genoemd in deze verordening en de daarbij
                        behorende tarieventabel.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>– Belastingplicht</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De precariobelasting wordt geheven van degene die het voorwerp of de
                            voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde
                            gemeentegrond heeft, dan wel van degene ten behoeve van wie dat voorwerp
                            of die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde
                            gemeentegrond aanwezig zijn.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt, indien de gemeente een
                            vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de
                            voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde
                            gemeentegrond, degene aan wie de vergunning is verleend of diens
                            opvolger aangemerkt als degene bedoeld in het eerste lid, tenzij blijkt
                            dat hij niet het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de
                            openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>– Vrijstellingen</titel>
          </kop>
          <al>De precariobelasting wordt niet geheven ter zake van het hebben van:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>voorwerpen, indien de gemeente ter zake van het gebruik van de voor
                                de openbare dienst bestemde gemeentegrond waarop het voorwerp of de
                                voorwerpen zich bevinden een recht heft op grond van artikel 229,
                                eerste lid, onderdeel a van de Gemeentewet, dan wel een
                                privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen;</al></li>
            <li nr="b."><al>voorwerpen waarvan de gemeente genothebbende krachtens eigendom,
                                bezit of beperkt recht is, met uitzondering van voorwerpen die in
                                gebruik zijn bij een derde;</al></li>
            <li nr="c."><al>borden, masten palen en dergelijke aangebracht in verband met de
                                verkiezing van publiekrechtelijke lichamen;</al></li>
            <li nr="d."><al>voorwerpen ten dienste van de gemeente of haar instellingen, alsmede
                                het hebben van buizen en kabels ten dienste van huisaansluitingen
                                voor riolering, gas, water en elektriciteit;</al></li>
            <li nr="e."><al>glas- en papiercontainers, welke zijn geplaatst ten behoeve van
                                recyclingdoeleinden en welke gratis voor publiek gebruik zijn
                                bestemd;</al></li>
            <li nr="f."><al>voorwerpen, gebruikt voor activiteiten met een politiek,
                                godsdienstig, sociaal, weldadig doel en voor zover geen sprake is
                                van een direct of indirect commerciële (neven)activiteit met een
                                sportief, cultureel of recreatief doel;</al></li>
            <li nr="g."><al>plat tegen de gevel van een perceel aangebrachte naamborden of
                                naamplaten, uitsluitend vermeldende de naam van de bewoner en het
                                beroep of bedrijf;</al></li>
            <li nr="h."><al>voor het hebben van wegwijzers en verkeersaanwijzingen van de
                                Koninklijke Nederlandse Toeristenbond A.N.W.B. en van andere,
                                hetzelfde doel nastrevende, instellingen;</al></li>
            <li nr="i."><al>openbare brievenbussen en telefooncellen;</al></li>
            <li nr="j."><al>afvoerbuizen van hemelwater, welke aan een gebouw zijn aangebracht
                                en niet meer dan 0,2 meter buiten de gevel uitsteken;</al></li>
            <li nr="k."><al>voorwerpen op de openbare weg bij kleinschalige niet-commerciële
                                buurtactiviteiten;</al></li>
            <li nr="l."><al>balkons en andere gelijksoortige open uitbouwen met balustrade aan
                                een bovenverdieping van een onroerende zaak of aan een flat, welke
                                slechts voor woondoeleinden door de gebruiker van die onroerende
                                zaak kan worden gebruikt;</al></li>
            <li nr="m."><al>de onder- en bovengrondse infrastructuur van nutsbedrijven en
                                netbeheerders.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>– Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel>
          </kop>
          <al>De precariobelasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven
                        opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel, met
                        inachtneming van het overigens in deze verordening bepaalde.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>– Berekening van de precariobelasting</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>Voor de berekening van de precariobelasting wordt met betrekking tot
                                een in de tarieventabel genoemde lengte- of oppervlakte maat een
                                gedeelte daarvan als een volle eenheid aangemerkt.</al></li>
            <li nr="2."><al>Indien een tarief per oppervlakte is vastgesteld, wordt de
                                precariobelasting berekend naar de oppervlakte van de horizontale
                                projectie van de voorwerpen, tenzij anders is bepaald.</al></li>
            <li nr="3."><al>De oppervlakte van andere dan rechthoekige voorwerpen wordt gesteld
                                op het product van de twee aangrenzende zijden van een om het
                                voorwerp geplaatste denkbeeldige rechthoek.</al></li>
            <li nr="4."><al>Indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van
                                het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare
                                dienst bestemde gemeentegrond, wordt voor de berekening van de
                                precariobelasting aangesloten bij de geldigheidsduur van die
                                vergunning, tenzij blijkt dat het belastbaar feit zich gedurende een
                                kortere periode heeft voorgedaan. In dat geval bestaat aanspraak op
                                ontheffing, waarbij het vijfde lid van overeenkomstige toepassing
                                is.</al></li>
            <li nr="5."><al>Indien in de tarieventabel voor een voorwerp tarieven voor
                                verschillende tijdseenheden zijn opgenomen, wordt de
                                precariobelasting berekend op de voor de belastingplichtige meest
                                voordelige wijze.</al></li>
            <li nr="6."><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 1 wordt voor de berekening
                                van de precariobelasting:</al><lijst>
                <li nr="a."><al>indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een
                                        weektarief, maar geen dagtarief is opgenomen, een gedeelte
                                        van een week gelijkgesteld met een week;</al></li>
                <li nr="b."><al>indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een
                                        maandtarief, maar geen dag- of weektarief is opgenomen, een
                                        gedeelte van een maand gelijkgesteld met een maand.</al></li>
              </lijst></li>
            <li nr="7."><al>Indien in de tarieventabel voor een voorwerp een dagtarief,
                                weektarief of maandtarief is opgenomen en het belastingtijdvak een
                                langere periode dan een dag, onderscheidenlijk een week of een maand
                                omvat, gelden deze tarieven per dag, onderscheidenlijk week of maand
                                van het belastingtijdvak.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>7</nr>
            <titel>– Belastingtijdvak</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend voor het
                            hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de
                            openbare dienst bestemde gemeentegrond, is het belastingtijdvak de
                            periode waarvoor de vergunning is verleend, met dien verstande dat bij
                            een kalenderjaaroverschrijdende geldigheidsduur van de vergunning het
                            belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>In andere dan de in het eerste lid bedoelde gevallen, is het
                            belastingtijdvak de aaneengesloten periode gedurende welke het
                            belastbaar feit zich voordoet of heeft voorgedaan.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>8</nr>
            <titel>– Wijze van heffing</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De precariobelasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>In afwijking van het eerste lid wordt de voor een dag verschuldigde
                            precariobelasting geheven door middel van een mondelinge kennisgeving,
                            dan wel gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop met gevorderde
                            bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door
                            toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de
                            belastingschuldige bekendgemaakt.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>9</nr>
            <titel>– Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>In de gevallen bedoeld in artikel 7, eerste lid, is de precariobelasting
                            verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later
                            is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>In de gevallen bedoeld in artikel 7, tweede lid, is de precariobelasting
                            verschuldigd bij het einde van het belastingtijdvak.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt
                            is naar de jaartarieven geheven precariobelasting verschuldigd voor
                            zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde
                            belasting als er in dat tijdvak, na de aanvang van de belastingplicht,
                            nog volle kalendermaanden overblijven.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt,
                            bestaat aanspraak op ontheffing voor de naar jaartarieven geheven
                            precariobelasting voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak
                            verschuldigde precariobelasting als er in dat tijdvak, na het einde van
                            de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij blijkt
                            dat het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 10,00.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>5.</lidnr>
            <al>Belastingbedragen van minder dan € 10,00 worden niet geheven.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>10</nr>
            <titel>– Termijnen van betaling</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De aanslag moet worden betaald binnen twee maanden na de dagtekening van
                            het aanslagbiljet.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moet
                            de precariobelasting worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld in
                            artikel 8, tweede lid:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>mondeling wordt gedaan op het moment van het doen van de
                                    kennisgeving;</al></li>
              <li nr="b."><al>schriftelijk wordt gedaan op het moment van het uitreiken van de
                                    kennisgeving, dan wel ingeval van toezending ervan, binnen 14
                                    dagen na de dagtekening van de kennisgeving.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande
                            leden gestelde termijnen.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>11</nr>
            <titel>– Kwijtschelding</titel>
          </kop>
          <al>Bij de invordering van de precariobelasting wordt geen kwijtschelding
                        verleend.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>12</nr>
            <titel>– Nadere regels door het college van burgemeester en
                            wethouders</titel>
          </kop>
          <al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van de precariobelasting.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>13</nr>
            <titel>– Inwerkingtreding en citeertitel</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>De “Verordening precariobelasting 2015” van 15 december 2014, wordt
                                ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van
                                ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing
                                blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben
                                voorgedaan.</al></li>
            <li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na
                                die van bekendmaking.</al></li>
            <li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2016.</al></li>
            <li nr="4."><al>Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening precariobelasting
                                2016".</al></li>
          </lijst>
          <al>
            <extref doc="/cvdr/images/Best/i263249.pdf">tarieventabel precariobelasting 2016</extref>
          </al>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting>
        <slotformulering>
          <al>Aldus besloten door de raad van Best</al>
          <al>in zijn vergadering van 9 november 2015</al>
        </slotformulering>
        <ondertekening>griffier</ondertekening>
        <ondertekening>M.J.H.J. Baijens</ondertekening>
        <ondertekening>voorzitter</ondertekening>
        <ondertekening>Drs. A.G.T van Aert</ondertekening>
      </regeling-sluiting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>