<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR385320_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Best</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-08-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Best</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 2015-12-24</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rioolheffing 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 228a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-11-09</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>In15-04134</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>belastingen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Verordening rioolheffing 2016
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>De raad van de gemeente Best;</al>
          <al/>
          <al>gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 6
                        oktober 2015;</al>
          <al/>
          <al>gelet op artikel 228a van de Gemeentewet;</al>
          <al>
            <vet>besluit</vet>
          </al>
          <al/>
          <al>vast te stellen de Verordening op de heffing en de invordering van
                        rioolheffing 2016 (Verordening rioolheffing 2016).</al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
          </kop>
          <al>Deze verordening verstaat onder:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte
                                daarvan;</al></li>
            <li nr="b."><al>gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van
                                voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport
                                van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of
                                in onderhoud bij de gemeente;</al></li>
            <li nr="c."><al>verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het
                                waterbedrijf betrekking heeft;</al></li>
            <li nr="d."><al>water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater of
                                grondwater.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Aard van de belasting</titel>
          </kop>
          <al>Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter
                        bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en
                                bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk
                                afvalwater; en</al></li>
            <li nr="b."><al>de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het
                                ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde
                                structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de
                                grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te
                                beperken.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De belasting wordt geheven van de gebruiker van een perceel van waaruit
                            water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd,
                            verder te noemen: gebruikersdeel.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Met betrekking tot het gebruikersdeel, wordt als gebruiker
                            aangemerkt:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al dan
                                    niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk
                                    recht gebruikt;</al></li>
              <li nr="b."><al>ingeval een gedeelte van een perceel – niet een gedeelte als
                                    bedoeld in artikel 4 –voor gebruik is afgestaan: degene die dat
                                    gedeelte voor gebruik heeft afgestaan.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>Zelfstandige gedeelten</titel>
          </kop>
          <al>Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling
                        bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de
                        belasting geheven ter zake van elk als </al>
          <al>zodanig bestemd gedeelte, met dien verstande dat indien twee of meer van die
                        gedeelten tezamen als één geheel worden gebruikt, deze als één perceel
                        worden aangemerkt.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>Maatstaf van heffing</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Het gebruikersdeel wordt geheven naar het aantal kubieke meters water
                            dat vanuit het perceel wordt afgevoerd.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke
                            meters leidingwater en grondwater dat in de laatste aan het begin van
                            het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel is
                            toegevoerd of opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan
                            een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door
                            herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een
                            gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand gerekend.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die
                            pompinstallatie zijn voorzien van een:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden
                                    afgelezen, of</al></li>
              <li nr="b."><al>bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een
                                    pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan
                                    worden afgelezen.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de
                            hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere
                            wettelijke bepaling.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>5.</lidnr>
            <al>De op de voet van het derde lid berekende hoeveelheid toegevoerd of
                            opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet is
                            afgevoerd.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>Belastingtarieven</titel>
          </kop>
          <al>Het gebruikersdeel bedraagt:</al>
          <lijst>
            <li nr="1."><lijst>
                <li nr="a."><al>€ 161,28 per jaar voor elke hoeveelheid water van 0 tot en met
                                    500 m<sup>3</sup>;</al><al> Bij een hoeveelheid water boven 500 m<sup>3</sup><sup/>wordt het
                                        tarief onder a. verhoogd met:</al></li>
                <li nr="b."><al>€ 145,08 per jaar voor elke hoeveelheid water van
                                        500m<sup>3</sup> of gedeelte daarvan in de categorie boven
                                        500 m<sup>3</sup> tot en met 5.000 m<sup>3</sup>;</al></li>
                <li nr="c."><al>€ 130,56 per jaar voor elke hoeveelheid water van
                                        500m<sup>3</sup> of gedeelte daarvan in de categorie boven
                                        5.000 m<sup>3</sup> tot en met 10.000 m<sup>3</sup>;</al></li>
                <li nr="d."><al>€ 117,48 per jaar voor elke hoeveelheid water van
                                        500m<sup>3</sup> of gedeelte daarvan in de categorie boven
                                        10.000 m<sup>3</sup> tot en met 20.000 m<sup>3</sup>;</al></li>
                <li nr="e."><al>€ 105,72 per jaar voor elke hoeveelheid water van
                                        500m<sup>3</sup> of gedeelte daarvan in de categorie boven
                                        20.000 m<sup>3</sup> tot en met 30.000 m<sup>3</sup>;</al></li>
                <li nr="f."><al>€ 95,04 per jaar voor elke hoeveelheid water van
                                        500m<sup>3</sup> of gedeelte daarvan in de categorie boven
                                        30.000 m<sup>3</sup> tot en met 40.000 m<sup>3</sup>;</al></li>
                <li nr="g."><al>€ 85,44per jaar voor elke hoeveelheid water van
                                        500m<sup>3</sup> of gedeelte daarvan in de categorie boven
                                        40.000 m<sup>3</sup> tot en met 50.000 m<sup>3</sup>;</al></li>
                <li nr="h."><al>€ 76,80per jaar voor elke hoeveelheid water van
                                        500m<sup>3</sup> of gedeelte daarvan in de categorie boven
                                        50.000 m<sup>3</sup>.</al></li>
              </lijst></li>
            <li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid bedraagt het tarief, voor zover het
                                perceel niet dient tot bewoning en indien de totale oppervlakte van
                                het perceel niet meer dan 40 m2 bedraagt € 34,20.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>7</nr>
            <titel>Belastingjaar</titel>
          </kop>
          <al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>8</nr>
            <titel>Wijze van heffing</titel>
          </kop>
          <al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>9</nr>
            <titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of zo
                            dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het
                            gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de
                            belasting verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat
                            jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar, na de aanvang van
                            de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het
                            gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat
                            aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat
                            jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar, na het einde van
                            de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de
                            belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander
                            perceel in gebruik neemt.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>10</nr>
            <titel>Termijnen van betaling</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                            moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de
                            eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in
                            de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee
                            maanden later.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, in geval het
                            totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het
                            aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dan €
                            65,00 doch minder is dan € 2.000,00 en zolang de verschuldigde bedragen
                            door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden
                            afgeschreven, dat de aanslagen moet worden betaald in zoveel gelijke
                            termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog
                            maanden in het kalenderjaar waarin de aanslagen worden opgelegd
                            overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste drie
                            en ten hoogste tien bedraagt. De eerste termijn vervalt één maand na de
                            dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen
                            telkens een maand later.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid
                            gestelde termijnen.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>11</nr>
            <titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel>
          </kop>
          <al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van de rioolheffing.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>12</nr>
            <titel>Overgangsbepaling, inwerkingtreding en citeertitel</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>De 'Verordening rioolrecht 2015' van 15 december 2014 wordt
                                ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van
                                ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing
                                blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben
                                voorgedaan. </al></li>
            <li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na
                                die van de bekendmaking. </al></li>
            <li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2016.</al></li>
            <li nr="4."><al>Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening rioolheffing
                                2016'.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting>
        <slotformulering>
          <al>Aldus besloten door de raad van Best</al>
          <al>in zijn vergadering van 9 november 2015</al>
        </slotformulering>
        <ondertekening>griffier</ondertekening>
        <ondertekening>M.J.H.J. Baijens</ondertekening>
        <ondertekening>voorzitter</ondertekening>
        <ondertekening>Drs. A.G.T. van Aert</ondertekening>
      </regeling-sluiting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>