<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR385198_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Waterbeheerplan 2016-2021 Grenzeloos verbindend</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Brabantse Delta</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-12-14</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Brabantse Delta</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/wsb-2015-9740.html">Waterschapsblad, 2015, 9740</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Waterbeheerplan 2016-2021</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0025458&amp;artikel=4.6">Waterwet, art. 4.6</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanWaterschap">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-10-14</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-12-22</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-12-21</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>15IT021588</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Waterbeheerplan 2016-2021 Grenzeloos verbindend</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Voorwoord</label></kop><structuurtekst><al>Voor u ligt het nieuwe Waterbeheerplan van Waterschap Brabantse Delta.
                            Het beschrijft de hoofdlijnen van het beheer van het water- en
                            zuiveringssysteem voor de periode 2016-2021. Het is inhoudelijk een
                            vernieuwend plan dat in dialoog met partners is opgesteld. De 34
                            ingediende zienswijzen op het ontwerp plan zijn benut om de tekst en
                            bijlagen op onderdelen te verbeteren.</al></structuurtekst><artikel><kop><label>Naar een participatiesamenleving</label></kop><al>Met diverse partners is niet alleen gesproken over wat er van het
                            waterschap verwacht wordt, maar ook wat iedereen zelf kan doen aan een
                            beter waterbeheer. Deze nieuwe toon en houding van het waterschap zal de
                            komende periode worden voortgezet. Zo groeien we naar een
                            participatiesamenleving waarin burgers en ondernemers meer eigen
                            verantwoordelijkheid nemen en zelfredzamer zijn. Het waterschap zal
                            maatschappelijke initiatieven die bijdragen aan duurzaam waterbeheer
                            stimuleren.</al></artikel><artikel><kop><label>Nieuwe uitdagingen</label></kop><al>Verschillende maatschappelijke ontwikkelingen zorgen voor nieuwe
                            uitdagingen in het waterbeheer. De vergrijzing, informatietechnologie,
                            de toegenomen welvaart in combinatie met klimaatveranderingen zorgen
                            voor nieuwe opgaven op het gebied van waterveiligheid,
                            zoetwatervoorziening en waterkwaliteit. Grenzeloze, verbindende
                            samenwerking staat hierbij centraal. Het waterschap zoekt voortdurend
                            naar een optimale balans tussen de te realiseren opgave en de
                            maatschappelijke lasten die hiermee gemoeid zijn. </al></artikel><artikel><kop><label>Duurzaam en vernieuwend</label></kop><al>Gelet op de diverse uitdagingen is het nodig om vernieuwend aan de slag
                            te gaan. Met als belangrijke inzet om de lasten voor de toekomst niet te
                            sterk te laten stijgen. Het waterschap heeft aandacht voor zowel
                            technische vernieuwingen als sociale en procesgerichte vernieuwingen.
                            Voorbeelden hiervan zijn de procesautomatisering van
                            rioolwaterzuiveringen, het deelnemen aan regionale netwerken zoals de
                            ‘Biobased Delta’ en het meer risico-gestuurd beheren en onderhouden van
                            alle bezittingen. </al><al>Het waterschap is een organisatie die duurzaam wonen en werken wil
                            ondersteunen door een duurzaam waterbeheer. Inzet is een gezonde
                            leefomgeving voor mens, plant en dier. Het waterschap werkt met u en
                            voor u aan droge voeten, voldoende water, schoon water, gezonde natuur
                            en bevaarbare rivieren. Met andere woorden: doelmatig waterbeheer als
                            motor voor een economische en ecologische krachtige regio. </al><al>Er is meer dan alleen duurzaam waterbeheer. Ook als het gaat om energie,
                            vervoer en inkoop van materialen wil het waterschap verantwoord handelen
                            en daarmee een inspirerend voorbeeld zijn voor anderen. Dit leest u
                            allemaal in dit nieuwe waterbeheerplan. <cursief>Een plan om trots op te
                                zijn en om samen voortvarend mee aan de slag te gaan!</cursief></al><al/><al>Carla Moonen</al><al>Dijkgraaf</al><al/><al><plaatje><illustratie id="if8865879-3a5d-4b24-98e7-042346feb970" naam="i263190if8865879-3a5d-4b24-98e7-042346feb970.png" type="foto" breedte="14.6cm" hoogte="8.08cm"/></plaatje></al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>1. Inleiding</label></kop><structuurtekst><al>Water is van levensbelang voor mens, plant en dier. Het verbindt mensen
                            en bedrijven, doordat iedereen er op de een of andere manier gebruik van
                            maakt. Voldoende water van een goede kwaliteit is belangrijk voor de
                            volksgezondheid, landbouw, natuur, recreatie, logistiek, industrie en de
                            drinkwatervoorziening. Investeren in meebewegen met natuurlijke
                            processen (‘bouwen met de natuur’) loont. Het stimuleert duurzame
                            economische ontwikkeling en brengt mensen samen, bijvoorbeeld in de
                            ‘strijd’ tegen de gevaren van het water</al><al/><al>Waterschap Brabantse Delta verzorgt het waterbeheer in Midden- en
                            West-Brabant. Dit gebied is een onderdeel van de Rijn-Schelde-Maas-Delta
                            met de mainports Rotterdam, Moerdijk en Antwerpen. Aan deze strategische
                            ligging ontleent het gebied enorme kracht en potentie. De regio is goed
                            ontsloten via weg, water, buis en spoor. Door de diversiteit van steden,
                            de pracht van dorpen en buitengebieden, en de afwisselende natuur- en
                            waterlandschappen kent het gebied een hoogwaardige kwaliteit van leven. </al><al/><al>Het waterschap richt zich op een goede uitvoering van de wettelijke
                            taken rondom waterveiligheid, waterkwaliteit en watersysteembeheer.
                            Daarbij houden we rekening met de toekomstbestendigheid van het
                            watersysteem (met oog voor klimaatadaptatie, innovaties, ruimtelijke
                            ontwikkelingen, toekomstig medegebruik en het tegengaan van verdroging).
                            Dit doen we voor de burgers, bedrijven en organisaties in ons
                            werkgebied. Vanuit een open bestuurscultuur betrekken we hen volop bij
                            het waterbeleid, de planontwikkeling en de uitvoering. Eigenaren en
                            gebruikers van (landbouw- en natuur)gronden spelen hierbij een
                            belangrijke rol. </al><al>Bij de uitvoering van de wettelijke kerntaken geven we ruimte aan
                            (samenwerkingsverbanden van) individuele burgers, bedrijven en
                            organisaties. Ook faciliteren we burgerinitiatieven die passen bij onze
                            plannen. </al><al/><al>We zoeken samen naar mogelijkheden om de uitvoering van onze wettelijke
                            taken te combineren met taken en wensen van anderen; de zogenoemde
                            meekoppelkansen. We zien veel mogelijkheden om functies slim te
                            combineren. Een randvoorwaarde is dat dit niet leidt tot hogere
                            waterschapsbelastingen dan het geval zou zijn zonder combinatie met
                            andere functies. </al><al/><al>Waterschap Brabantse Delta zorgt er samen met burgers, ondernemers en
                            overheden in Nederland en Vlaanderen voor dat water voor iedereen een
                            toegevoegde waarde blijft hebben. Het waterschap voert daarbij het
                            beheer over het watersysteem en de afvalwaterketen. Het gaat dan over
                            verschillende onderdelen:</al><lijst><li nr="•"><al>het watersysteem, bestaande uit het samenhangende geheel van
                                    oppervlaktewater en ondiep grondwater, inclusief kunstwerken
                                    zoals pompen en stuwen; het beheer gaat dan over de
                                    waterkwaliteit en de waterkwantiteit: over de stoffen in het
                                    water, de planten en dieren in en langs het water en over aan-
                                    en afvoer van water en het regelen van de waterstanden.</al></li><li nr="•"><al>de dijken (waterkeringen) langs de grote en kleine rivieren;
                                </al></li><li nr="•"><al>de rioolwaterzuiveringsinstallaties, inclusief de bijbehorende
                                    pompen en transportleidingen (samen met de gemeentelijke
                                    riolering onderdeel van de afvalwaterketen);</al></li><li nr="•"><al>de regionale vaarwegen voor beroeps- en recreatievaart. </al></li></lijst><al/><al>Vanuit de Europese Kaderrichtlijn Water heeft het waterschap de
                            verplichting om het watersysteem kwalitatief op orde te brengen. De
                            maatregelen zijn opgenomen in de Stroomgebiedbeheerplannen voor de Maas
                            en de Schelde. De maatregelen worden aangemerkt en beschouwd als deel
                            uitmakend van onze wettelijke kerntaken. We behalen de
                            water(systeem)doelen met beheer- en inrichtingsmaatregelen als de aanleg
                            van ecologische verbindingszones, beek- en kreekherstel, de inrichting
                            van natte natuurparels en vispassages. </al><al/><al>Het waterschap zal bij de programmering van deze maatregelen in de
                            planperiode 2016 – 2021 waar mogelijk prioriteit geven aan deelgebieden
                            waar ook een opgave ligt op het gebied van veiligheid en/of
                            wateroverlast. We zetten in om deze inrichtingsmaatregelen gelijkmatig
                            te realiseren over de twee Kaderrichtlijnwaterperiodes tot en met 2027. </al><al/><al>Het waterschap stelt beleidskaders vast, bedient en onderhoudt de
                            infrastructuur, voert verbeteringswerkzaamheden uit, reguleert
                            activiteiten van anderen en controleert op de naleving van landelijke en
                            provinciale regels. </al></structuurtekst><artikel><kop><label>Transparantie voor iedereen</label></kop><al>Dit plan geeft helderheid over het waterbeheer in de toekomst en is
                            geschreven voor ondernemers, burgers, overheden, en andere
                            samenwerkingspartners. Het is afgestemd op de gemeentelijke en
                            provinciale plannen op het gebied van waterbeheer. Dit waterbeheerplan
                            is bovendien het resultaat van een dialoog tussen alle verschillende
                            partners die belang hebben bij goed waterbeheer. Het plan geeft inzicht
                            in de doelen die het waterschap de komende zes jaar wil bereiken Het
                            bevat een overzicht van de voorgenomen maatregelen voor het voldoen aan
                            de doelstellingen van de Europese Kaderrichtlijn Water. Bestuurders en
                            ambtenaren van het waterschap gebruiken het waterbeheerplan als leidraad
                            voor de uitvoering van hun werk.</al><al/><al>De transparantie over het werk van het waterschap is belangrijk. Juist
                            omdat voor een optimaal en betaalbaar waterbeheer, inspanning nodig is
                            van iedereen. Dit plan geeft op hoofdlijnen aan wat het waterschap doet
                            en waar het iets van anderen vraagt. </al></artikel><artikel><kop><label>Ambitie: een bestendige koers met nieuwe accenten</label></kop><al>De langetermijnstrategie uit het voorgaande beheerplan wordt voortgezet
                            voor de verschillende thema’s, zoals waterkwaliteitsverbetering,
                            vermindering van de kans op wateroverlast en verdrogingsbestrijding. Zo
                            vaart het waterschap een toekomstbestendige koers. Daarnaast geven
                            diverse ontwikkelingen aanleiding tot nieuwe accenten, waaronder het
                            Deltaprogramma. </al><al/><al><vet>Nieuwe accenten in dit plan zijn:</vet></al><lijst><li nr="•"><al>de versterking van de primaire en regionale keringen (de dijken
                                    langs de Rijkswateren en langs de regionale rivieren);</al></li><li nr="•"><al>inzet op waterbewustwording van watergebruikers: het waterschap
                                    wil investeren in het vergroten van inzicht in eigen
                                    handelingsperspectief;</al></li><li nr="•"><al>helder zijn over de beperkingen en mogelijkheden die er vanuit
                                    het watersysteem zijn voor de gebruiksfuncties;</al></li><li nr="•"><al>een meer integrale, gebiedsgerichte uitvoeringsstrategie
                                    (combineren van optimaliseren peilbeheer en
                                    inrichtingsmaatregelen);</al></li><li nr="•"><al>dynamisch waterbeheer: flexibel beheer op basis van actuele
                                    informatie over de situatie in het gebied en de regionale
                                    verschillen daarin.</al></li></lijst><al/><al>Anders dan het vorige waterbeheerplan beschrijft dit plan niet alleen
                            het beheer van het watersysteem, maar ook het beheer van de zuiveringen
                            en de bijbehorende transportstelsels. De algemene term ‘waterbeheer’ kan
                            daarbij dus breed worden opgevat. </al></artikel><artikel><kop><label>Dialoog met waterpartners</label></kop><al>Voorafgaand aan het opstellen van dit plan is het waterschap in dialoog
                            gegaan met samenwerkingspartners in het gebied (deelnemers, zie bijlage
                            2). Hierbij heeft het waterschap partners uitgedaagd om aan te geven wat
                            zij zelf willen doen op het gebied van waterbeheer. Per slot van
                            rekening is niet alleen het waterschap actief op dit gebied: samen
                            houden we het duurzame waterbeheer betaalbaar. De dialoog heeft tot
                            ideeën geleid die in de uitvoeringsstrategie zijn verwerkt. Nieuwe
                            accenten die de partners van het waterschap vragen kunnen worden
                            samengevat in twee hoofdlijnen.</al><al/><al>De eerste hoofdlijn is: <vet>meer integrale aanpak en aandacht voor het
                                grotere geheel</vet>. Dit geldt zowel voor het watersysteem als voor
                            de afvalwaterketen. Voor het watersysteem is er de behoefte om de
                            maatregelen voor natuurontwikkeling veel meer in samenhang te beschouwen
                            met de optimalisatie van het peilbeheer in het landelijk gebied. Dit
                            komt terug in de integrale uitvoeringsstrategie van dit plan, waarbij
                            samenwerking wordt gezocht met onder andere bedrijven,
                            landbouworganisaties, terreinbeheerders en gemeenten. In de
                            afvalwaterketen is er behoefte aan meer samenwerking met en tussen
                            bedrijven en drinkwaterbedrijven, aanvullend op de samenwerking met
                            gemeenten: een verbreding van de afvalwaterketen naar de gehele
                            waterketen (dus inclusief het productieproces). </al><al>Het waterschap wordt als een belangrijke verbinder (initiator) gezien
                            tussen de verschillende actoren in de afvalwater- en productieketen. Er
                            is draagvlak om samen de meest maatschappelijk verantwoorde oplossingen
                            te realiseren. Er moet geen sprake meer zijn van “wij” en “zij”, of
                            moeten kosten zomaar worden doorgeschoven naar anderen in de keten
                            (afwenteling). Soms kunnen maatregelen vooraan in de keten effecten
                            hebben op het eind van de keten en andersom. Alleen door samenwerking
                            kunnen winsten in geld en in duurzaamheid worden gevonden. </al><al/><al>De tweede hoofdlijn is: <vet>het versterken van de maatschappelijke
                                betrokkenheid</vet>. Het waterschap heeft veel meer expertise in
                            huis dan partners zich realiseren. De wens is: maak het makkelijker voor
                            partners om hier gebruik van te maken. Omgekeerd kan het waterschap meer
                            gebruik maken van de gebiedskennis en expertise van partners. Zorg voor
                            transparante en brede communicatie en werk ook regionaal samen op het
                            gebied van opleiding en educatie. Neem een meer open houding aan in
                            samenwerking: geef anderen de kans om meerwaarde te leveren (ook
                            vrijwilligers) en durf je programmering van maatregelen ook aan te
                            passen aan initiatieven van anderen.</al><al/><al>Deze twee hoofdlijnen heeft het waterschap verwerkt in dit plan. </al></artikel><artikel><kop><label>Opbouw: van visie op 2030 naar doelen voor 2021 </label></kop><al>Vanuit een visie op de toekomstige uitdagingen geeft dit plan de doelen
                            aan voor het waterbeheer voor de periode 2016-2021. Niet alle dromen
                            zijn te realiseren. Het waterschap zoekt daarom een goede balans tussen
                            de te realiseren opgave en de maatschappelijke lasten die hiermee
                            gemoeid zijn. </al><al/><al>Het plan is opgezet vanuit de maatschappelijke toegevoegde waarde van
                            het waterbeheer. De beschrijving van de doelen van het waterbeheer vormt
                            het centrale deel van dit plan (hoofdstuk 3: doelenwijzer). Hierbij
                            komen de volgende invalshoeken aan bod:</al><al/><al><vet>Risico’s beheersen</vet>: Het werk van het waterschap is gericht op
                            het beheersen van risico’s voor de mensen, de bedrijven en het
                            (water)milieu en zo de kwaliteit van leven te behouden en waar nodig te
                            verbeteren voor de huidige en toekomstige generaties. Deze invalshoek
                            gaat uit van de huidige gebruiksfuncties en van de gemaakte afspraken
                            over acceptabele risico’s (vastgelegd in wet- en regelgeving of in
                            convenanten).</al><al/><al><vet>Duurzame ontwikkeling</vet>: Het waterbeheer is ook gericht op het
                            ondersteunen van een duurzame ontwikkeling van de leefomgeving. Het gaat
                            dan om het gebruik van de openbare ruimte en economische en
                            natuurontwikkelingen. Werken aan een robuust beheer van het watersysteem
                            en de afvalwaterketen is van toegevoegde waarde voor al deze
                            ontwikkelingen. </al><al/><al><vet>Maatschappelijk verantwoord en vernieuwend</vet>: Er zijn diverse
                            maatschappelijke ontwikkelingen die om verantwoorde keuzes vragen. Dit
                            plan geeft aan welke rol het waterschap kiest in verschillende
                            maatschappelijke thema’s, zoals energie en de ontwikkelingen in de
                            gezondheidszorg. Ook wil het waterschap de maatschappelijke
                            betrokkenheid vergroten.</al><al/><al><vet>Effectief en efficiënt</vet>: Het waterschap streeft naar een goede
                            kwaliteit van het werk tegen zo laag mogelijke kosten en een minimale
                            kwetsbaarheid. Samenwerking met diverse partnerorganisaties en het
                            stimuleren van initiatieven van burgers en ondernemers zijn daarbij van
                            groot belang. </al><al/><al>Hoofdstuk 4 (uitvoeringsstrategie) geeft een meer concrete invulling van
                            de integrale doelen voor de verschillende beheertaken.</al></artikel><artikel><kop><label>Het waterbeheer blijft in beweging</label></kop><al>Het waterbeheerplan neemt de huidige situatie als uitgangspunt en kijkt
                            vooruit naar de lange termijn. Daarbij houden we rekening met de
                            mogelijke ontwikkelingen in de toekomst. Het plan geeft de beleidskaders
                            voor het beheer in de periode 2016-2021. Het is een plan op hoofdlijnen.
                            Net als water zelf blijft ook de samenleving, het klimaat en ons eigen
                            waterbeheer steeds in beweging. In zes jaar tijd kan er veel veranderen.
                            Het kan daarom nodig blijken om de uitvoeringsstrategie tussentijds bij
                            te stellen, om zo toch de gestelde doelen te kunnen realiseren. Dat
                            gebeurt in de jaarlijkse Kadernota. In dat document stelt het bestuur
                            elk jaar de uitvoeringsstrategie bij en actualiseert deze. Een goede
                            monitoring van resultaten is nodig om te kunnen beoordelen of het beleid
                            bijgesteld moet worden. In hoofdstuk 5 wordt hierop ingegaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Procedure</label></kop><al>Het ontwerp van dit waterbeheerplan heeft ter inzage gelegen van 12
                            januari tot en met 23 februari 2015. Het waterschap heeft 34 zienswijzen
                            ontvangen. Naast steun voor de gevoerde partnerdialoog en de
                            voortzetting ervan in de planperiode zijn er verschillende verzoeken
                            gedaan om het waterbeheerplan op onderdelen te verduidelijken en/of een
                            aantal correcties aan te brengen. Een twaalftal zienswijzen betreft een
                            ervaren wateroverlastprobleem in het buitengebied van Standdaarbuiten.
                            Een aantal insprekers heeft suggesties gedaan voor samenwerking.</al><al/><al>De zienswijzen en de wijze waarop het waterschap deze heeft verwerkt
                            zijn te raadplegen in de Nota van antwoord. Op basis van de verzoeken
                            zijn de tekst en de bijlagen op onderdelen verduidelijkt en zijn
                            geconstateerde onjuistheden gecorrigeerd. De Nota van antwoord bevat een
                            overzicht van alle doorgevoerde wijzigingen (technisch-inhoudelijke
                            correcties en aanpassingen als gevolg van de zienswijzen) ten opzichte
                            van het ontwerp plan.</al><al/><al>Met dit waterbeheerplan 2016 – 2021 wordt het eerder vastgestelde beleid
                            geactualiseerd. Het gaat dan om het ‘Waterbeheerplan 2010-2015’ en het
                            ‘Ontwikkelprogramma naar een robuust beheer en verantwoorde
                            bedrijfsvoering in 2020’.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>2. Waterbeheer als motor voor een krachtige regio</label></kop><structuurtekst><al>De regio Midden- en West Brabant heeft zich de afgelopen jaren sterk
                            ontwikkeld tot de vierde economische regio van Nederland. Het is een
                            regio geworden waarin internationale bedrijven zich graag vestigen. Niet
                            alleen vanwege de strategische positie tussen wereldhavens als Rotterdam
                            en Antwerpen, maar ook omdat het gebied een goede woon- en leefomgeving
                            is voor hun werknemers. Het water heeft een belangrijke rol gespeeld in
                            deze ontwikkeling en zal dit blijven doen. Denk bijvoorbeeld aan de
                            West-Brabantse waterlinie, de diverse turfvaarten en de ligging van de
                            grote steden aan de grotere wateren. Ook de lange afvalwaterpersleiding
                            naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie Bath is nog steeds van belang
                            voor de Moerdijkse Haven. De algemene kenmerken van het watersysteem met
                            de dijken en de afvalwaterketen zijn beschreven in bijlage 1 en
                            weergegeven op de kaarten 3 tot en met 8. </al><al><plaatje><illustratie id="id897d0fb-1241-4908-bcf9-9f0f65458fdc" naam="i263191id897d0fb-1241-4908-bcf9-9f0f65458fdc.png" type="foto" breedte="14.4cm" hoogte="9.44cm"/></plaatje></al><al>Door trends en ontwikkelingen veranderen wensen, behoeften en
                            mogelijkheden van mensen en organisaties. De omgeving van het waterschap
                            verandert en dat betekent dat het waterschap mee moet veranderen. De
                            eerste paragraaf van dit hoofdstuk schetst het belang van verschillende
                            ontwikkelingen voor het regionale waterbeheer. In de tweede paragraaf
                            wordt een visie gegeven over hoe het robuuste beheer van het
                            watersysteem en de afvalwaterketen er in 2030 uit zou kunnen zien.
                            Daarbij is gebruik gemaakt van diverse documenten die al eerder samen
                            met partners zijn vastgesteld, zoals de ruimtelijke visie voor 2030, de
                            krekenvisie en de strategische agenda voor 2020. Ook zijn de meest
                            actuele structuurvisies benut om een beeld te krijgen van de regionale
                            ruimtelijke ontwikkelingen. </al><al/><al>In paragraaf 2.3 wordt specifiek ingegaan op de Deltabeslissingen die
                            het Rijk in 2014 heeft genomen, omdat ze doorwerken in het nieuwe beleid
                            voor het regionale waterbeheer.</al></structuurtekst><paragraaf><kop><label>2.1 Uitdagingen voor de toekomst</label></kop><structuurtekst><al>De Nederlandse regering heeft de ambitie om van een klassieke
                                verzorgingsstaat te veranderen naar een participatiesamenleving
                                waarin burgers meer eigen verantwoordelijkheid nemen en zelfredzamer
                                zijn (zie ook de Troonrede van 2013). De wens van de overheid om
                                terug te treden komt enerzijds voort uit zorgen over de vrijheid van
                                burgers (die op dit vlak beperkt is geweest) en de verhouding tussen
                                overheid en samenleving. Anderzijds is de wens geboren uit de
                                noodzaak om op nationaal niveau te bezuinigen. Tegelijkertijd zien
                                we als waterschap nieuwe uitdagingen, bijvoorbeeld als gevolg van
                                klimaatverandering. Deze uitdagingen leiden ertoe dat de opgaven
                                voor het waterbeheer toenemen. In het licht van deze ontwikkelingen
                                en de nieuwe opgaven blijft het waterschap steeds zoeken naar de
                                juiste rol en houding: enerzijds loslaten en ruimte bieden en
                                anderzijds het robuust en duurzaam beheer van het watersysteem en de
                                afvalwaterketen waarborgen.</al></structuurtekst><artikel><kop><label>Vergrijzing</label></kop><al>Een andere belangrijke ontwikkeling is de ontgroening en
                                vergrijzing. De komende dertig jaar neemt volgens de prognose van
                                het CBS/PBL het aantal 65-plussers met 1,7 miljoen personen toe (een
                                groei van 60%), terwijl het aantal 80-plussers zelfs verdubbelt (van
                                700.000 naar 1,4 miljoen personen). De ontgroening, de afname van de
                                bevolking in de actieve levensfase en de toename van het aantal
                                ouderen (die bovendien een hogere levensverwachting hebben), brengt
                                veranderingen met zich mee. Denk aan de wijziging van de
                                samenstelling van huishoudens (meer eenpersoonshuishoudens),
                                uittreding van de arbeidsmarkt en daarmee verlies van specifieke
                                kennis en een groter beroep op de zorg. Het waterschap verwacht dat
                                dit ook zal leiden tot een toename van medicijnresten in het
                                afvalwater. Ook de participatie van kansarme groepen in het
                                arbeidsproces wordt belangrijker.</al></artikel><artikel><kop><label>Informatietechnologie</label></kop><al>Ook op het gebied van informatie- en communicatietechnologie blijven
                                de ontwikkelingen elkaar in snel tempo opvolgen. Het waterschap wil
                                nieuwe mogelijkheden zo goed mogelijk benutten. Zo versterken we het
                                contact met burgers en andere belanghebbenden en vergroten we de
                                zichtbaarheid van het waterschapswerk. Daarnaast bieden deze
                                ontwikkelingen mogelijkheden om het werk makkelijker te maken. Zo
                                worden steeds meer mobiele applicaties gebruikt bij het werk in het
                                veld. Ook de komende jaren zullen de ontwikkelingen op dit vlak
                                elkaar in snel tempo blijven opvolgen. Het waterschap is hier alert
                                op en probeert deze in te zetten ten gunste van het waterschapswerk
                                (onder andere met het programma dienstverlening). </al><al>Technologische ontwikkelingen hebben echter ook sociale
                                consequenties. Informatie wordt steeds makkelijker en sneller
                                beschikbaar. Met de opkomst van de sociale media wordt de publieke
                                opinie sterker beïnvloed. Dit vraagt van het waterschap meer
                                openheid en transparantie en om meer interactie met de omgeving.
                                Tegelijkertijd worden risico’s steeds minder gemakkelijk
                                geaccepteerd en kan er een ‘claimcultuur’ gaan ontstaan. Het
                                waterschap wil daarom transparant zijn over het eigen
                                voorzieningenniveau: tot hoe ver gaat onze zorg? Aan de andere kant
                                bieden technologische ontwikkelingen ook mogelijkheden om via social
                                media en andere moderne communicatiemiddelen burgers in beweging te
                                krijgen bij het delen van kennis en expertise, bijvoorbeeld met
                                crowd sourcing. </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>2.2 Ruimtelijke ontwikkelingen in de regio</label></kop><structuurtekst><al>Wat zijn de belangrijkste ruimtelijke ontwikkelingen in de regio en
                                wat is hun relevantie voor de waterthema’s in dit waterbeheerplan?
                                Om die vraag te beantwoorden heeft het waterschap een analyse
                                uitgevoerd over de bestuurlijk vastgestelde ruimtelijke prognoses
                                (2020 – 2030) en de ruimtelijke ontwikkelingen uit structuurvisies.
                                Dit beeld is in afstemming met het regionale ruimtelijk overleg
                                (RRO) tussen gemeenten, waterschap en provincie tot stand
                                gekomen.</al><al/><al>Deze ruimtelijke trends leiden voor het waterbeheer tot zes
                                focusgebieden, ieder met een eigen accent. In deze gebieden raakt
                                het waterbeheer nadrukkelijk ruimtelijke en ruimtelijk-economische
                                ontwikkelingen (zie kaart 9). Door de invulling van de
                                watermaatregelen daarop af te stemmen, draagt het waterschap bij aan
                                de regionale ontwikkeling van Midden- en West-Brabant. Hier volgt
                                een toelichting op de verschillende ontwikkelingen. Deze is mede
                                gebaseerd op de strategische agenda die met het samenwerkingsverband
                                ‘Regio West-Brabant’ is opgesteld (<extref doc="www.west-brabant.eu" struct="INTERNET">www.west-brabant.eu</extref>).</al></structuurtekst><artikel><kop><label>Agrarische sector</label></kop><al>De grondgebonden landbouw neemt een belangrijke positie in. Verreweg
                                het grootste deel van het landelijk gebied wordt in feite beheerd
                                door agrariërs. Mede daarom is het van groot belang dat het
                                voortbestaan van de landbouw in de regio gewaarborgd blijft. In de
                                agrarische sector is al een tijd een trend waarneembaar van
                                schaalvergroting van agrarische bedrijven en van intensivering van
                                teelten. Deze trend zal zich nog enige tijd voortzetten en speelt
                                vooral in bepaalde streken van de regio, bijvoorbeeld in Zundert en
                                de gemeenten rondom Zundert (aarbeienteelt, boomteelt) en rondom
                                Dinteloord (glastuinbouw). De intensivering van melkveehouderij
                                speelt vooral in het gebied van de Donge (regio rond Alphen). </al><al/><al>Deze ontwikkelingen betekenen enerzijds een toenemende druk op het
                                watersysteem (wateroverlast, droogte, watervraag, waterkwaliteit),
                                anderzijds brengen (technologische) ontwikkelingen in de land- en
                                tuinbouw ook weer mogelijkheden met zich mee om hier beter mee om te
                                gaan. Denk bijvoorbeeld aan gedeeltelijk grond-ongebonden teelt van
                                aardbeien. Het waterschap ziet de ruimtelijke ontwikkelingen als
                                kans voor een robuustere inrichting: minder kapitaalintensieve
                                teelten op plekken met risico’s op wateroverlast en meer ruimte voor
                                het langer vasthouden of tijdelijk bergen van water in de
                                peilbeheerste gebieden.</al></artikel><artikel><kop><label>Stedelijke ontwikkeling (demografische transitie)</label></kop><al>In Midden- en West-Brabant zal de samenstelling van de bevolking de
                                komende jaren veranderen door de vergrijzing. De beschikbaarheid van
                                personeel komt hierdoor dus onder druk te staan. Een ander gevolg
                                van de vergrijzing is een groeiende behoefte aan goede en passende
                                voorzieningen op het gebied van zorg en welzijn. Deze demografische
                                transitie brengt verder met zich mee dat de vraag naar woningen zal
                                veranderen: van kwantitatief naar kwalitatief, naast een toenemende
                                vraag naar tijdelijke huisvesting.</al><al/><al>Er zullen hooguit nog enkele uitbreidingslocaties worden gebouwd.
                                Wat nu in de planning zit wordt nog afgemaakt. De woningbouwopgave
                                voor de komende jaren zal bestaan uit inbreiding (herontwikkeling en
                                verdichting van bestaande wijken) en de vernieuwing van bestaande
                                woningvoorraad binnen de bebouwde kom. De herontwikkeling van
                                bestaand stedelijk gebied biedt nieuwe kansen om bestaande
                                knelpunten in de stad op te lossen én te anticiperen op
                                klimaatontwikkelingen via ruimtelijke adaptatie. </al></artikel><artikel><kop><label>Bedrijvigheid (economische transitie)</label></kop><al>De regio heeft een sterke positie in de economische clustervorming
                                op het gebied van onderhoud (Maintenance Valley),
                                logistiek/transport en Biobased Economy (economie die niet langer
                                afhankelijk is van fossiele brandstoffen) en agro-food. De
                                vergrijzing maakt de zorgsector tot een groeisector en ook de
                                vrijetijdssector en de agrosector kunnen de regio enorme impulsen
                                geven. </al></artikel><artikel><kop><label>Onderhoud (maintenance)</label></kop><al>Maintenance is een multidisciplinaire en crosssectorale activiteit,
                                die alleen op wereldniveau is te brengen door een goede en duurzame
                                samenwerking tussen alle spelers. Daarbij gaat het om eigenaren,
                                leveranciers, onderhouders, onderwijs- en onderzoekinstellingen en
                                overheden (nationaal, regionaal en lokaal). Alleen gezamenlijk
                                kunnen zij kennis ontwikkelen en benutten om efficiënt, effectief en
                                slimmer onderhoud uit te voeren tegen minimale kosten. Daarmee maakt
                                de regio maintenance tot een internationaal exportproduct. Het
                                waterschap deelt deze visie (paragraaf 3.4 effectief en efficiënt
                                samenwerken).</al></artikel><artikel><kop><label>Logistiek</label></kop><al>Moerdijk wordt, als vierde zeehaven van Nederland, in de Havenvisie
                                van Rotterdam gezien als de locatie die zich verder kan ontwikkelen
                                tot een sterk logistiek knooppunt. Daarnaast spreekt men de
                                verwachting uit dat in West-Brabant meer droge bedrijventerreinen
                                komen waar logistieke bedrijven en toeleveranciers zich vestigen.
                            </al></artikel><artikel><kop><label>Biobased Economy</label></kop><al>In 2015 is West-Brabant met de Green Chemistry Campus goed op weg om
                                tot de top-3 regio’s in Europa te gaan behoren binnen de Biobased
                                Economy. De focus is vooral gericht op ‘Agro meets Chemistry’,
                                waarbij agroreststromen geschikt worden gemaakt voor
                                chemietoepassingen, zoals bioplastics of andere eindproducten. Maar
                                ook door de opwekking van duurzame energie (wind, zon, biomassa,
                                restwarmte en vergisting) kunnen land- en tuinbouw en de verwerkende
                                industrie een bijdrage leveren. Het verwerken van landbouwproducten
                                voor een Biobased Economy in de directe omgeving van de agrarische
                                bedrijven kan bijdragen aan het vitaal houden van het landelijk
                                gebied in onze regio. </al><al/><al>Het waterschap participeert in dit regionale ‘Biobased Delta’
                                netwerk. Een eerste resultaat is een proefproject voor de productie
                                van bioplastics uit afvalwater op de zuiveringsinstallatie in Bath.
                                Dit project stimuleert het denken in kringlopen. De optimalisatie
                                van dergelijke kringlopen noemen we ook wel de circulaire economie.
                                De inzet is om kringlopen op basis van fossiele brandstoffen waar
                                mogelijk te vervangen door duurzamere, gesloten kringlopen. De
                                ambities van het waterschap voor de circulaire economie staan
                                beschreven in paragraaf 3.3.1.</al></artikel><artikel><kop><label>Vrijetijdssector</label></kop><al>De kwaliteit van de leefomgeving wordt steeds belangrijker als
                                criterium voor het wel of niet vestigen van een nieuw bedrijf.
                                Werkgevers willen dat werknemers in een prettige omgeving, vlakbij
                                het werk, kunnen wonen. Dat stimuleert een goede gezondheid en
                                betere werkprestaties. Recreatieve mogelijkheden voor voldoende
                                ontspanning vlak naast de woonomgeving is daarmee indirect een
                                belangrijke vestigingsplaatsfactor voor grote bedrijven. Midden- en
                                West-Brabant onderscheiden zich op dat vlak dankzij de combinatie
                                van waardevolle natuurgebieden, grotere wateren als het
                                Volkerak-Zoommeer, de deltarandmeren Binnenschelde en
                                Markiezaatsmeer en cultuurhistorische elementen (de West-Brabantse
                                Waterlinie). De toenemende behoefte aan ontspanning buiten werktijd
                                betekent ook dat recreatie steeds belangrijker wordt. Niet alleen
                                als een vestigingsplaatsfactor, maar zeker ook als zelfstandige
                                bedrijfstak in Midden- en West-Brabant. </al></artikel><artikel><kop><label>Transport en logistiek</label></kop><al>Door het toenemende goederenvervoer over de weg vanuit de
                                Rotterdamse haven zullen bepaalde wegvakken op de A58, A17, A27 en
                                A59 verder dichtslibben. Om de druk op wegvervoer te verminderen is
                                een stelsel van inlandse terminals nodig, waar activiteiten naar
                                verplaatst worden die niet noodzakelijkerwijs in de zeehaven moeten
                                plaatsvinden, zoals inklaren van goederen en opslag van containers.
                                Er zijn al dergelijke terminals in Oosterhout en Bergen op Zoom.
                                Deze ontwikkelingen leiden niet direct tot veel nieuwe
                                bedrijventerreinen, maar vooral tot herstructurering van bestaande
                                bedrijventerreinen, zoals onder andere in Tilburg en Breda te zien
                                is (zie kaart 9). </al><al/><al>In de planperiode van dit waterbeheerplan zal de tracé-wetprocedure
                                voor de verbreding van de A27 vanaf knooppunt Hooipolder starten. De
                                verbreding van de A27 brengt ook lokale ingrepen aan het
                                watersysteem met zich mee. Bij de uitvoering van dit waterbeheerplan
                                wordt daarmee zo veel mogelijk rekening gehouden. </al><al/><al>In de Logistieke Agenda Brabant en de regionale ambities voor
                                duurzaam multimodaal transport krijgt goederenvervoer over de
                                West-Brabantse vaarwegen steeds meer aandacht.</al></artikel><artikel><kop><label>Natuur</label></kop><al>De afgelopen periode is de nodige natuur gerealiseerd. Een
                                belangrijke trend is de verschuiving van “de aanpak van verwerving
                                en inrichting van natuurgebieden” naar “meer verweven natuur door
                                andere vormen van natuurbeheer, zoals particulier (agrarisch)
                                natuurbeheer”. Hiermee neemt de verwevenheid van functies toe,
                                waarmee we in het operationeel waterbeheer rekening moeten houden.
                                Daarnaast neemt op sommige plaatsen de verwevenheid van hoogwaardige
                                natuur (natte natuurparels) met hoogwaardige land- en tuinbouw
                                (bijvoorbeeld boomteelt) steeds verder toe, bijvoorbeeld in omgeving
                                Zundert. Dat vergroot de opgave voor het waterbeheer. </al><al/><al>Ook komt er steeds meer oog voor het dynamische karakter van
                                natuurwaarden. Het nieuwe natuurbeleid van de provincie geeft daar
                                al invulling aan door flexibeler met natuurdoelen en de begrenzingen
                                van nieuwe natuur om te gaan. Ook besteden we steeds meer aandacht
                                aan het meebewegen van natuur met de klimaatontwikkelingen. Rondom
                                de steden zien we een toenemende behoefte aan beleefbare natuur
                                waarin gerecreëerd kan worden, zoals in de zone Etten-Leur, Breda,
                                Oosterhout en rondom Roosendaal en Bergen op Zoom.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>2.3 Deltaprogramma</label></kop><structuurtekst><al>Het klimaat en de sociaaleconomische situatie veranderen. Nederland
                                is de best beveiligde delta in de wereld. Toch is ook onze delta
                                kwetsbaar. Door de bevolkingstoename én de toegenomen welvaart is de
                                behoefte aan waterveiligheid sterk toegenomen ten opzichte van het
                                midden van de vorige eeuw. Dat heeft zich vertaald in een grotere
                                waterveiligheidsopgave. In het kader van het Deltaprogramma zijn
                                daarom voor de primaire keringen nieuwe normen afgeleid, ter
                                vervanging van de vastgestelde normen naar aanleiding van de
                                stormvloedramp in 1953. Deze nieuwe normen zullen in de periode
                                2025-2050 tot grote inspanningen leiden, aanvullend op de huidige
                                opgave voor de primaire en regionale keringen.</al><al/><al>Daarnaast kan zoet water in droge perioden vaker en langduriger een
                                schaars goed worden. Dit is niet alleen het gevolg van langere en
                                meer droge perioden in de regio, ook de aanvoer van de rivieren Rijn
                                en Maas kan vaker en langduriger onder een bepaald niveau komen.
                                Hierdoor zal de inlaat van water in het gebied tijdelijk moeten
                                worden gestaakt, omdat andere watergebruikers van het
                                hoofdwatersysteem voor gaan. </al><al>Het Deltaprogramma is gericht op het voorkomen van toekomstige
                                rampen door middel van het zodanig robuust (her)inrichten van
                                Nederland dat we de extremen van het klimaat zo goed mogelijk kunnen
                                opvangen. Het Deltaprogramma werkt daarmee aan een leefbaar,
                                bewoonbaar en economisch sterk Nederland. De deltabeslissingen zijn
                                opgenomen in het Deltaprogramma 2015 (<extref doc="www.deltacommissaris.nl/deltaprogramma" struct="INTERNET">www.deltacommissaris.nl/deltaprogramma</extref>).</al><al/><al>Er zijn vijf deltabeslissingen, waarvan er vier relevant zijn voor
                                het waterschap: 1.) waterveiligheid, 2.) zoetwater, 3.) ruimtelijke
                                adaptatie, 4.) Rijn-Maasdelta.</al><al><plaatje><illustratie id="i0819ada1-ed0d-4157-bad2-3efe5eca6775" naam="i263192i0819ada1-ed0d-4157-bad2-3efe5eca6775.png" type="foto" breedte="14.8cm" hoogte="10.94cm"/></plaatje></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Deltabeslissing waterveiligheid (1)</label></kop><al>Het Rijk heeft besloten om de nieuwe normen voor dijken voortaan te
                                baseren op risico’s. Hierbij heeft elk beschermingsniveau een eigen
                                norm per dijktraject, die in verhouding staat tot de mogelijke
                                gevolgen bij een overstroming.</al><al/><al>Tabel 1 bevat de normvoorstellen voor de dijktrajecten in de
                                Brabantse Delta. Voor de dijktrajecten langs het Volkerak-Zoommeer
                                zijn de normvoorstellen mede gebaseerd op de mogelijke inzet van het
                                Volkerak-Zoommeer voor waterberging vanuit de grote rivieren (vanaf
                                2016). Het waterschap is voornemens het beheer van de dijk langs de
                                westelijke oever van het Drongelens kanaal over te nemen van
                                Rijkswaterstaat. Deze had voorheen een primaire (c-) status. In het
                                kader van de wijziging van de Deltawet is vastgesteld dat een
                                regionale status ook voldoet vanuit veiligheidsoverwegingen. Conform
                                de in het Deltaprogramma gemaakte afspraken over de status van
                                dijken zal deze dijk daarom een regionale status krijgen (met een
                                norm van 1:150).</al><al><plaatje><illustratie id="i6ddb2c43-b880-46e6-b285-2f34665edd2e" naam="i263193i6ddb2c43-b880-46e6-b285-2f34665edd2e.png" type="foto" breedte="14.6cm" hoogte="6.62cm"/></plaatje></al><al>1) Bij de bepaling van deze norm is geanticipeerd op de verwachte
                                klimaatverandering en de toename van de inzetfrequentie van het
                                Volkerak-Zoommeer voor waterberging, van 1:1430 in 2016 naar 1:500
                                in 2050.</al></artikel><artikel><kop><label>Deltabeslissing zoetwater (2)</label></kop><al>Het Deltaprogramma 2015 stelt dat klimaatverandering, verzilting en
                                sociaaleconomische ontwikkelingen kunnen gaan leiden tot grotere
                                zoetwatertekorten. Daarom is het belangrijk dat overheden en
                                watergebruikers afspraken maken over ieders verantwoordelijkheid
                                voor de waterkwantiteit en –kwaliteit. De Deltabeslissing zoetwater
                                introduceert hiervoor het begrip voorzieningenniveau. Het
                                voorzieningenniveau is de beschikbaarheid van zoetwater in een
                                bepaald gebied onder normale en droge situaties. In 2021 moeten
                                voorzieningenniveaus zijn afgesproken en vastgelegd voor het
                                hoofdwatersysteem en de regionale watersystemen. Daarmee wordt
                                helder waar de verantwoordelijkheid van de overheid eindigt en wat
                                watergebruikers zelf kunnen doen. Zo ontstaat transparantie,
                                voorspelbaarheid en handelingsperspectief voor de watergebruiker. </al><al/><al>Individuele of groepen gebruikers hebben een eigen
                                verantwoordelijkheid om zich voor te bereiden op watertekort door
                                bijvoorbeeld minder kwetsbare teelten te verbouwen of te accepteren
                                dat het soms extreem droog is. Voorzieningenniveaus kunnen een
                                belangrijke rol gaan spelen bij de keuze voor een vestigingsplaats
                                van nieuwe landgebruiksactiviteiten. Het zijn nadrukkelijk geen
                                normen en betreffen een wederzijdse inspanningsverplichting. Met de
                                term ‘voorzieningenniveau’ wordt overigens niet alleen
                                zoetwateraanvoer bedoeld. Het kan bijvoorbeeld ook gaan over het
                                peilbeheer in de zandgronden of over zoutgehalten in het
                                oppervlaktewater. Het voorzieningenniveau wordt bepaald voor een
                                periode van 18 jaar. Indien nodig kan elke 6 jaar een herijking
                                plaatsvinden. </al><al/><al>Voor de zoetwatervoorziening in West- en Zuidwest-Nederland is de
                                Biesbosch/Hollandsch Diep/Haringvliet een belangrijke strategische
                                zoetwateraanvoerroute. Voor de periode tot 2050 kiezen Rijk en regio
                                voor optimalisatie van de huidige zoetwatersystemen en van de aanleg
                                van alternatieve aanvoerroutes (waaronder de ‘altijd-goed’ maatregel
                                Roode Vaart). Het Rijk zal een systeemstudie uitvoeren naar de
                                zoetwatervoorziening in de Rijn-Maasmonding. Hierbij wordt in beeld
                                gebracht wat het effect is van de voorgenomen zoetwatermaatregelen
                                en het ontwikkelperspectief voor een zout Volkerak-Zoommeer op het
                                hoofdwatersysteem en de regionale zoetwaterinnamepunten. Voor de
                                hoge zandgronden zetten Rijk en regio in op de voorkeursvolgorde:
                                water conserveren (besparen en vasthouden) – beperkte extra aanvoer
                                vanuit het hoofdwatersysteem – watertekorten accepteren en het
                                landgebruik hierop aanpassen (adapteren). Op de hoge zandgronden in
                                West-Brabant gaat het vooral om (meer) waterconservering en
                                maatregelen die moeten leiden tot een robuuster watersysteem. </al><al>Het waterschap draagt in de planperiode substantieel bij aan de
                                zoetwaterstrategie van het Deltaprogramma met maatregelen in het
                                kader van de krekenvisie, het Deltaplan Hoge Zandgronden en de
                                aanleg van een alternatieve zoetwateraanvoerroute via de Roode Vaart
                                door het centrum van Zevenbergen met een verbinding naar het
                                Mark-Vliet stelsel. Daarmee krijgen de poldersystemen, die nu nog
                                afhankelijk zijn van zoet water uit het Volkerak-Zoommeer, een
                                alternatieve aanvaarroute. Ook neemt het waterschap maatregelen om
                                het zout buiten de deur te houden, zoals extra doorspoeling bij de
                                sluizen.</al></artikel><artikel><kop><label>Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie (3)</label></kop><al>Met het oog op klimaatverandering is het belangrijk het bebouwde
                                gebied minder kwetsbaar te maken voor extreme weersituaties en om de
                                mogelijke schade bij overstromingen te beperken. Daarom moet een
                                klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting in Nederland een
                                vanzelfsprekend onderdeel van de ruimtelijke (her)ontwikkelingen
                                worden. In de periode tot 2021 leggen overheden en marktpartijen hun
                                ambities en werkwijzen vast. De watertoets blijft hierbij een
                                belangrijk wettelijk instrument op basis waarvan het waterschap
                                wateradviezen geeft. Met gemeenten ontwikkelt het waterschap een
                                plan van aanpak voor de uitwerking van de Deltabeslissing
                                Ruimtelijke Adaptatie in de stedelijke gebieden waar er een
                                klimaatadaptatieopgave ligt. Hierbij worden meekoppelkansen met de
                                verschillende wateropgaven verkend.</al></artikel><artikel><kop><label>Deltabeslissing Rijn-Maasdelta (4)</label></kop><al>Voor de lange termijn (tot 2100) is een afvoer van maximaal 18.000
                                m3/s (Rijn) en 4.600 m3/s (Maas) het uitgangspunt voor de
                                waterveiligheid. Tot 2050 handhaaft het Rijk de beleidsmatig
                                vastgestelde afvoerverdeling over de Rijntakken tot 2050. In 2017
                                beslist het Rijk of de wijziging van de afvoerverdeling na 2050 als
                                mogelijkheid open blijft of vervalt. Dat gebeurt in overleg met
                                provincies en waterschappen en op basis van aanvullend onderzoek. De
                                Rijn-Maasdelta wordt ook op lange termijn beschermd met een
                                afsluitbare open stormvloedkering in de Nieuwe Waterweg. Er zal
                                onderzocht worden hoe de effectiviteit van de bestaande
                                Maeslantkering verbeterd kan worden. In de
                                Ontwerp-rijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerak-Zoommeer
                                concludeert het Rijk dat aanvullende waterberging op de Grevelingen
                                geen aantrekkelijke oplossing is om de waterveiligheid rond
                                Hollandsch Diep, Haringvliet en de Merwedes in de toekomst op orde
                                te houden. Alternatieven zoals dijkversterking blijken daarvoor
                                kosten-effectiever te zijn (<extref doc="www.rijksoverheid.nl/documenten" struct="INTERNET">www.rijksoverheid.nl/documenten</extref>). </al></artikel><artikel><kop><label>Ontwerp-rijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerak-Zoommeer</label></kop><al>Met de Ontwerp-rijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerak-Zoommeer
                                schetst het kabinet het ontwikkelperspectief voor de
                                waterhuishoudkundige toekomst van beide wateren. Het beschrijft de
                                wenselijke maatregelen in de periode tot eind 2028. De
                                ontwerp-Rijksstructuurvisie stelt beperkte getijdewerking op de
                                Grevelingen via een doorlaatmiddel naar de Noordzee (Brouwersdam)
                                voor. Het zout maken van het Volkerak-Zoommeer met een beperkte
                                getijdenwerking via een doorlaatmiddel naar de Oosterschelde
                                (Philipsdam) wordt beschouwd als de meest structurele, duurzame
                                oplossing voor bestrijding van blauwalgenbloei. Het zal tevens
                                positief bijdragen aan het herstel van zeldzame estuariene
                                natuurwaarden en de realisatie van kwaliteitsdoelstellingen uit de
                                Kaderrichtlijn Water. Daarnaast ontstaan er kansen voor
                                schelpdierteelt en regionale gebiedsontwikkeling. </al><al/><al>De financiering van de voorgestelde maatregelen is nog niet voor
                                100% geregeld. Daarom heeft het Kabinet met het vaststellen van de
                                ontwerp visie in oktober 2014 besloten om samen met regionale
                                overheden en marktpartijen een innovatieve pilot uit te voeren voor
                                publiek-private financiering Mede op basis van de resultaten van
                                deze pilot zal het Kabinet in het voorjaar van 2016 een definitief
                                besluit nemen over de voorgestelde maatregelen. </al><al/><al>Volgens het waterschap kan en moet een zout Volkerak-Zoommeer goed
                                samengaan met een robuuste zoetwatervoorziening in het gebied vanuit
                                het Haringvliet/Hollands Diep. Hierbij geldt de randvoorwaarde
                                ‘eerst het zoet, dan het zout’: het Volkerak-Zoommeer wordt pas zout
                                gemaakt nádat de maatregelen voor de alternatieve
                                zoetwatervoorziening en de compenserende maatregelen voor
                                zoutlekbestrijding en –indringing zijn gerealiseerd. In West-Brabant
                                hebben deze maatregelen betrekking op het Mark-Dintel-Vliet stelsel
                                en de gebieden die in de huidige situatie hun zoetwater halen uit
                                het Volkerak-Zoommeer: Prins-Hendrik Polder, Auvergnepolder en de
                                Polders van Nieuw-Vosmeer. De compenserende maatregelen voor de
                                zoutlekbestrijding in regionale wateren en polderwateren zouden
                                voldoende effectief moeten zijn. Het zout maken van het
                                Volkerak-Zoommeer is voorzien voor uiterlijk 2028. Tot die tijd
                                dient het Rijk te voldoen aan de bestaande afspraken uit het
                                Waterakkoord Volkerak-Zoommeer. Het waterschap gaat er daarom vanuit
                                dat het Rijk in de tussenliggende periode passende maatregelen neemt
                                om het zoutlek bij de Krammersluizen, of de gevolgen ervan, tegen te
                                gaan. </al><al/><al>Op basis van de ‘joint fact finding zoetwater’ concluderen Rijk en
                                regio dat de leveringszekerheid van regionale innamepunten rondom
                                het Volkerak-Zoommeer onder gemiddelde condities toeneemt ingeval
                                van een alternatieve zoetwateraanvoerroute vanuit het
                                Haringvliet/Hollandsch Diep. Innamestops door te hoog oplopende
                                chloridegehaltes in het Volkerak-Zoommeer zijn dan verleden tijd,
                                evenals Bovendien verdwijnt de dreiging van tijdelijke
                                innamebeperkingen als gevolg van blauwalgbloei. </al><al/><al>Bij extreme droogte en lage Rijn en Maasafvoeren kan de
                                leveringszekerheid voor een aantal zoetwaterinnamepunten afnemen
                                (waaronder de Roode Vaart). In het Deltaprogramma Zoetwater is
                                daarom aanvullend onderzoek opgenomen naar eventueel verlies aan
                                leveringszekerheid voor de inname van zoetwater vanuit het
                                hoofdwatersysteem. Het Rijk zal dit onderzoek in overleg met de
                                provincies en waterschappen uitvoeren. Op basis van de uitkomsten
                                wordt bepaald in hoeverre er mitigerende en/of compenserende
                                maatregelen moeten worden genomen om de leveringszekerheid niet te
                                laten afnemen. </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>2.4 Visie op robuust beheer </label></kop><structuurtekst><al>Hoe zou het watersysteem in 2030 functioneren? Hoe is tegen die tijd
                                het robuust beheer tot uiting gekomen? In deze paragraaf wordt een
                                korte schets gegeven van het toekomstbeeld, dat is samengesteld uit
                                verschillende vastgestelde beleidsdocumenten en visies. Het is een
                                schets van een gewenste situatie op de middellange termijn. De mate
                                waarin en de termijn waarop dit daadwerkelijk wordt gerealiseerd is
                                afhankelijk van diverse factoren (financiële positie van het
                                waterschap, economische ontwikkeling, actieve bijdragen van derden).
                                De doelen van het waterschap voor de komende planperiode (hoofdstuk
                                3) zijn van deze visie afgeleid. </al></structuurtekst><artikel><kop><label>Dynamisch en robuust</label></kop><al>Het beheer en de inrichting van het land en water is en blijft
                                dynamisch. Het watersysteem en de afvalwaterketen kunnen tegen een
                                stootje. Het systeem is in staat om verstoringen op te vangen,
                                waardoor nieuwe ontwikkelingen geen bedreiging vormen. Dit geldt
                                niet alleen voor klimaatontwikkelingen, maar ook op het gebied van
                                bevolkingsgroei en bedrijvigheid. De zoetwatervoorziening is
                                robuust, kwelstromen zijn hersteld, trekvissen zijn weer terug en
                                afval wordt als grondstof benut. De natuurlijke variatie aan
                                leefgebieden voor planten en waterinsecten is waar mogelijk
                                hersteld. Mede doordat goed wordt omgegaan met de ondergrond (bodem
                                en water), is het gelukt om de risico’s op schade aan mens, milieu
                                en economie beperkt te houden: Doelen voor natuur en veiligheid zijn
                                waar nodig aangepast op nieuwe klimatologische en maatschappelijke
                                omstandigheden. </al></artikel><artikel><kop><label>De onderlegger is leidend, men handelt waterbewust</label></kop><al>Bij gebiedsontwikkelingen is men zich bewust van de mogelijkheden en
                                risico’s van de ondergrond (bodem en water). Het water heeft als
                                ordenend principe tot een robuuster ruimtegebruik geleid. De
                                oppervlakte cultuurgrond is een belangrijke drager voor bodemwater.
                                De grote variatie aan teelten levert een bijdrage aan
                                biodiversiteit, met bijzondere aandacht voor weidevogels en
                                bescherming van bijenkolonies. Dat geldt ook voor het agrarisch
                                natuurbeheer langs waterlopen, wat door het Europese
                                gemeenschappelijk landbouwbeleid wordt ondersteund. </al><al>In de regulerende en controlerende rol van het waterschap is er veel
                                aandacht voor voorlichting en preventie. Watergebruikers weten wat
                                ze van het waterschap kunnen verwachten. Het waterbeheer is een
                                succes doordat de watergebruikers vaak waterbewust handelen.
                                Gebruikers van dijken, zoals pachters, bewoners of wegbeheerders,
                                weten dat ze ook zelf verantwoordelijk zijn voor het veilig houden
                                van de dijken.</al></artikel><artikel><kop><label>Een robuuste zoetwatervoorziening</label></kop><al>In de peilgestuurde gebieden is er voldoende open water om goed om
                                te kunnen gaan met lange perioden van droogte of neerslag. Het
                                flexibele peilbeheer is afgestemd op de landbouw- én natuurwensen.
                                In de zandgebieden is de opslagcapaciteit in de bodem optimaal benut
                                door lokale en regionale waterconserverende maatregelen. De brede
                                toepassing van peilgestuurde drainages maken het mogelijk om ook in
                                deze gebieden in te spelen op de lange termijn weersverwachtingen.
                                Extreme weersituaties worden niet langer als een calamiteit gezien.
                            </al></artikel><artikel><kop><label>Optimale kringlopen</label></kop><al>Door de goede bodemkwaliteit spoelen er weinig stoffen uit naar het
                                watersysteem en is de opbrengst in landbouwgebieden optimaal.
                                Groenafval wordt structureel benut als een waardevolle stof voor een
                                goed bodemleven. Een groot deel van het water van de
                                rioolwaterzuiveringsinstallaties (rwzi’s), zoals van rwzi Nieuwveer,
                                wordt in de regio benut. In de regio rond Moerdijk is decentrale
                                behandeling van afvalwater van de grond gekomen. De rwzi’s leveren
                                een belangrijke bijdrage als producent van grondstoffen. De grote
                                rwzi’s (Bath, Nieuwveer, Dongemond) spelen bovendien een rol in de
                                regionale energievoorziening.</al></artikel><artikel><kop><label>Trekvissen zijn weer terug</label></kop><al>De trekvissen kunnen het regionale watersysteem weer goed vinden,
                                mede dankzij de kier bij de Haringvliet sluizen. Zowel in het
                                Mark-Vlietsysteem als de Donge zijn de watervoerende hoofdwaterlopen
                                tot aan de brongebieden in Vlaanderen vrij optrekbaar voor
                                trekvissen zoals de winde. Een aantal kreken hebben ook een
                                migratieverbinding met de grote rivieren en vormen kleine
                                kraamkamers voor riviervissen zoals de paling en de driedoornige
                                stekelbaars. </al><al/><al>Het grondwater is ook in 2030 een voorraad van voldoende en
                                kwalitatief goed grondwater, voor menselijke consumptie (drinkwater
                                en industrie), maar ook voor andere gebruiksfuncties, zoals de land-
                                en tuinbouw. Daarnaast zijn ook op regionale schaal kwelstromen
                                verbeterd, zodat er kwalitatief goed kwelwater in de natuurgebieden
                                aan de oppervlakte komt. Dit is essentieel voor de gewenste
                                biodiversiteit. </al></artikel><artikel><kop><label>Verscheidenheid in kwaliteit</label></kop><al>Het werkgebied van waterschap Brabantse Delta bestaat uit
                                verschillende watersystemen. Elk gebied heeft een eigen kwaliteit en
                                specifieke accenten op het waterbeheer. </al><al><vet>We onderscheiden</vet>:</al><lijst><li nr="  •"><al>Gebieden met een belangrijke uitloopfunctie voor de
                                        nabijgelegen stedelijke gebieden. In die gebieden gaat een
                                        natuurlijke inrichting van het beekdal en polders hand in
                                        hand met (ongemotoriseerde) recreatieve mogelijkheden. Het
                                        gaat dan om deelstroomgebieden zoals de Ligne tussen
                                        Halsteren en Steenbergen, de Bovenmark ten zuiden van Breda,
                                        Rooskensdonk en Hoge Vugt tussen Breda en Oosterhout, en de
                                        Oude Leij bij Tilburg.</al></li><li nr="  •"><al>Gebieden met waardevolle natuurlijke kwaliteiten, zoals de
                                        zandgronden de Brabantse Wal, het Markiezaatsmeer, de
                                        Bijloop, de Chaamse beken en het Merkske. De verscheidenheid
                                        van de kreken, zoals benoemd in de krekenvisie, is ook tot
                                        uiting gekomen:</al></li></lijst><lijst><li nr="-"><al>Een gebied met een brak watersysteem: het Molenkreekcomplex.
                                        Dit kenmerkt zich door een brakke kwel uit de ondergrond. De
                                        kreek is daarom ook geïsoleerd van het landbouwwater. </al></li><li nr="-"><al>Een gebied met zoetwatergetijden: de Zwaluwse Haven,
                                        Vloedspui en het Gat van den Ham staan weer in open
                                        verbinding met de Amer. De getijdewerking dringt daarmee
                                        weer door in de oude kreekrestanten. Het gebied is daarmee
                                        een kraamkamer geworden voor riviervissen. </al></li><li nr="-"><al>Een gebied met bijzondere gradiënten: Het Lange Water. Door
                                        een open verbinding met het zoute Volkerak-Zoommeer en de
                                        aanvoer van zoet kwelwater uit de Brabantse Wal is een uniek
                                        gebied ontstaan met vier gradiënten: van zoet naar zout, van
                                        droog naar nat, van zand naar klei en van hoog naar laag.
                                    </al></li></lijst><lijst><li nr="  •"><al>Gebieden met cultuurhistorische waarden, zoals de Zoom en de
                                        Eldersche Turfvaart. In deze oude turfvaarten is de
                                        inrichting bepaald door de cultuurhistorische waarden.
                                        Binnen die randvoorwaarden wordt een ecologisch verantwoord
                                        beheer gevoerd. De elementen uit de West-Brabantse
                                        Waterlinie en de Zuiderwaterlinie worden benut in de
                                        robuuste waterhuishouding en vormen plekken waar men meer
                                        over het waterbeheer van toen en nu kan leren. Ook
                                        aardkundige waarden - zoals in de Cruijslandse kreken - zijn
                                        duidelijk in het landschap aanwezig. De combinatie van
                                        wielen en kreken geeft een fraai beeld van de geschiedenis
                                        van het polderlandschap.</al></li></lijst><lijst><li nr="  •"><al>Gebieden met intensieve landbouw zoals het stroomgebied van
                                        de Aa of Weerijs (boomteelt en aardbeienteelt), de bovenloop
                                        van de Donge (veehouderij) en de kleipolders (glastuinbouw
                                        en akkerbouw). In deze gebieden is het grondgebruik optimaal
                                        afgestemd op de draagkracht van het systeem. Het robuuste
                                        beheer van het watersysteem draagt bij een duurzame
                                        landbouwontwikkeling.</al></li></lijst><lijst><li nr="  •"><al>Gebieden met grensoverschrijdende laaglandbeken zoals de
                                        Kleine Aa/Molenbeek, de Mark, de Strijbeekse Beek, het
                                        Merkske en de Weerijsbeek/Aa of Weerijs. Deze beken worden
                                        samen met Vlaamse partners hersteld, beheerd en onderhouden.
                                        De afspraken uit de samenwerkingsovereenkomst voor het
                                        onderhoud van grensvormende en grensoverschrijdende
                                        waterlopen en het samenwerkingscharter voor operationeel
                                        waterbeheer zijn hiervoor leidend. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Basisprincipes</label></kop><al>Het geschetste beeld van een robuust waterbeheer is bereikt dankzij
                                het consequent werken volgens een aantal basisprincipes. De
                                belangrijkste principes daarbij zijn: </al><lijst><li nr="1.)"><al>niet afwentelen en </al></li><li nr="2.)"><al>duurzaam ontwikkelen. </al></li></lijst><al>Het lokale handelen mag in principe niet tot problemen elders
                                leiden, in ruimte of tijd of andere werkvelden. Het waterschap
                                beschermt het watermilieu, maar heeft ook oog voor effecten op
                                bodem, lucht, cultuur en economie. In het watermilieu gaat het vaak
                                om de effecten benedenstrooms van het watersysteem, maar het kan ook
                                andersom, wanneer er bijvoorbeeld geen trekvissen meer
                                stroomopwaarts kunnen zwemmen. De duurzame ontwikkeling wordt
                                vormgegeven door kringlopen te sluiten en te stoppen met verspillen
                                en vervuilen. </al><al/><al><vet>Diverse voorkeursstrategieën zijn afgeleid van het principe van
                                    ‘niet afwentelen en duurzaam ontwikkelen’</vet>:</al><lijst><li nr="•"><al>Algemeen: preventie van problemen, negatieve effecten bij de
                                        bron beperken, negatieve effecten op het systeem
                                        beperken.</al></li><li nr="•"><al>Voor wateroverlast: vasthouden, bergen en afvoeren</al></li><li nr="•"><al>Voor droogte: sparen, aanvoeren en aanpassen of
                                        accepteren</al></li><li nr="•"><al>Voor waterkwaliteit: schoon houden, scheiden, schoonmaken
                                        (en afval is grondstof: kringloopsluiting)</al></li><li nr="•"><al>Voor ruimtelijke ontwikkelingen: de draagkracht van het
                                        watersysteem volgen of versterken.</al></li></lijst><al/><al><vet>In de uitvoeringsstrategie van het waterschap hebben de
                                    volgende basiselementen tot een robuust beheer
                                geleid</vet>:</al><lijst><li nr="•"><al>Het waterschap werkt maatschappelijk verantwoord. Ook bij de
                                        eigen werkzaamheden wordt de afwenteling op water, bodem en
                                        lucht beperkt. Bij inrichtingswerken wordt zoveel mogelijk
                                        gebruik gemaakt van natuurlijke materialen en processen
                                        (bouwen met de natuur).</al></li><li nr="•"><al>Waterbewust handelen van watergebruikers is vergroot door de
                                        strategie: informeren, stimuleren, acteren (en/of
                                        participeren). Het waterschap is uitnodigend voor partijen
                                        die verantwoordelijkheid nemen en streng voor
                                        achterblijvers.</al></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>3. Doelenwijzer: sturen op effect in plaats van maatregelen</label></kop><structuurtekst><al>Als uitvoeringsgerichte organisatie zijn we goed in vertellen wat we
                            doen. Om een goede verbinding te maken met de maatschappij is het nodig
                            om te beseffen waarom we de dingen doen die we doen en dat duidelijk uit
                            te dragen. Zo groeit contact, herkenning en verbinding. Door in een
                            ontwikkelingsgerichte partnerdialoog te vertrekken vanuit de
                            maatschappelijke opgave kunnen we samen bepalen hoe we die gaan
                            bereiken. En hoe daarbij kansen voor een slimme, doelmatige realisatie
                            van waterdoelen kunnen worden gecombineerd. Wanneer we spreken over
                            doelen in plaats van maatregelen ontstaat er meer flexibiliteit in de
                            wijze waarop we dit willen en kunnen bereiken: er zijn meerdere wegen
                            naar Rome. De intrinsieke motivatie van het werk van waterschap
                            Brabantse Delta is schematisch weergegeven in ‘De gouden cirkel’ (naar
                            het concept van de ‘golden circle’ van Simon Sinek). </al><al><plaatje><illustratie id="i61473eb6-c771-46d1-b908-60c8621a5376" naam="i263194i61473eb6-c771-46d1-b908-60c8621a5376.png" type="foto" breedte="11.8cm" hoogte="9.81cm"/></plaatje></al></structuurtekst><paragraaf><kop><label>Waarom?</label></kop><structuurtekst><al>‘Het waterschap wil de waterautoriteit zijn die integraal zorgt voor
                                voldoende oppervlaktewater van een goede kwaliteit en veiligheid
                                tegen overstromingen. Daarbij staan mensen centraal.’ Dat is de
                                missie van het waterschap. Maatschappelijk verantwoord ondernemen is
                                hierbij de inzet waarmee tevens wordt bijgedragen aan de
                                ontwikkelrichtingen uit het klimaatakkoord. </al><al/><al>Water maakt het wonen, werken en genieten in Midden- en West-Brabant
                                mogelijk. In één woord samengevat: leefbaarheid. Een gezonde
                                leefomgeving, met daarbij een goede balans tussen mens, milieu en
                                economie (people, planet en profit).</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Hoe? Als wateroverheid!</label></kop><structuurtekst><al>Waterschap Brabantse Delta wil een betrouwbare overheid zijn die nu
                                en in de toekomst staat voor de slagvaardige en efficiënte
                                uitvoering van zijn missie. Een waterschap dat weet wat er in de
                                omgeving speelt en zich open naar klanten en toekomst opstelt. Een
                                waterschap dat gekend, erkend en gewaardeerd wordt door de boeren,
                                burgers, buitenlui, bedrijven en bestuurders van West- en
                                Midden-Brabant. Maar ook een waterschap waar mensen graag willen
                                werken en zich kunnen ontwikkelen.</al><al/><al>Het waterschap treedt als overheid op in verschillende rollen:
                                regelgever, uitvoerder van taken, handhaver, samenwerkingspartner en
                                kennisleverancier. In de uitvoering van die taken zoekt het
                                waterschap naar de juiste balans tussen de opgaven, de hiermee
                                gemoeide kosten, tarieven en de toekomstbestendigheid van de
                                organisatie.</al><al/><al>Het waterschap heeft met de Kadernota 2015-2025 bedrijfswaarden
                                vastgesteld. Deze waarden gebruiken we bij de inventarisatie en
                                beoordeling van risico's, het kiezen van voorkeurvarianten in
                                projecten en bij de prioritering van investeringen.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Hoe? Samen met partners!</label></kop><structuurtekst><al>De tweede zin van de waterschapsmissie benadrukt dat mensen centraal
                                staan. In de realisatie van de waterdoelen is het absoluut
                                noodzakelijk dat we samenwerken met partners. Iedereen kan partner
                                zijn. De samenwerking is niet beperkt tot overheden, ondernemers en
                                onderwijsinstellingen. Samenwerking met terreinbeheerders en
                                grondeigenaren (particulier grondbezit) is ook van belang. Het
                                waterschap is daarbij niet altijd degene die de kar trekt. Ook van
                                burgers en bedrijven wordt verwacht dat ze vanuit eigen
                                mogelijkheden maatschappelijk verantwoord handelen. Het waterschap
                                gaat graag het gesprek aan over samenwerkingsvoorstellen en wil
                                initiatieven van burgers en ondernemers stimuleren wanneer deze
                                bijdragen aan de waterdoelen.</al><al><plaatje><illustratie id="i70f43959-031e-4a5c-ad13-84b3719d2240" naam="i263196i70f43959-031e-4a5c-ad13-84b3719d2240.png" type="foto" breedte="14.8cm" hoogte="10.37cm"/></plaatje></al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Hoe? Met een robuust beheer!</label></kop><structuurtekst><al>Om duurzaam werken en wonen mogelijk te maken, is een robuuste
                                inrichting en beheer van watersysteem en –keten nodig. Het
                                waterschap kiest waar mogelijk voor oplossingen die gebruikmaken van
                                de natuurlijke omstandigheden en mogelijkheden. Indien dit niet kan
                                of kostentechnisch niet verantwoord is, neemt het waterschap
                                technische ingrepen.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Hoe? Basiskennis op orde!</label></kop><structuurtekst><al>Een doelmatige inrichting, beheer en onderhoud van een watersysteem
                                begint bij basisinformatie over de kwaliteit en het functioneren.
                                Het waterschap verricht daarom diverse metingen op get gebied van
                                hydrologie, morfologie, waterkwaliteit en ecologie. Daarnaast neemt
                                het waterschap deel aan diverse (inter-)nationale projecten voor
                                kennisontwikkeling. Het waterschap en gebiedspartners kunnen elkaar
                                versterken door de uitwisseling van kennis en ervaringen. </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Wat?</label></kop><structuurtekst><al>Om antwoord te geven op de vraag ‘wat doen we’, zijn de wettelijke
                                kerntaken van het waterschap als doel geformuleerd. Met kerntaken
                                doelen we op de beheerstaken die het waterschap van het Rijk of
                                provincie heeft toebedeeld gekregen: het zuiveringsbeheer,
                                watersysteembeheer, beheer van dijken en beheer van vaarwegen. Het
                                watersysteembeheer heeft daarbij twee doelen: zowel de zorg voor
                                gezond, schoon water als de zorg voor voldoende water. Samen met en
                                voor partners werkt het waterschap aan droge voeten, voldoende
                                water, schoon water en bevaarbare rivieren en kanalen.</al><al/><al>Vanuit de gouden cirkel zijn vier integrale beleidsthema’s
                                geformuleerd (de gekleurde elementen), die in de volgende paragrafen
                                zijn uitgewerkt:</al><lijst><li nr="•"><al><vet>Risico’s beheersen. </vet>Het waterschap streeft ernaar
                                        om de kansen op schade aan mens, milieu en economie op een
                                        maatschappelijk acceptabel niveau te houden. Dit thema richt
                                        zich op het hier en nu: het huidige grondgebruik en de
                                        huidige ecologische kwaliteit. Het maatschappelijke
                                        acceptabele niveau is veelal vastgelegd in wetten, regels
                                        en/of overeenkomsten. Bij het beheersen van risico’s gaat
                                        het niet alleen voorspelbare risico’s (de kans dat
                                        bijvoorbeeld een calamiteit zich voordoet), maar juist ook
                                        om voorstelbare risico’s (wat doe je als een calamiteit
                                        daadwerkelijk plaatsvindt).</al></li><li nr="•"><al><vet>Duurzame ontwikkeling van de leefomgeving</vet> in
                                        Midden- en West-Brabant ondersteunen. Dit thema richt zich
                                        op de gebiedsontwikkeling in de regio in de planperiode. Dit
                                        doet het waterschap binnen de kaders die vanuit de algemene
                                        democratie worden gesteld door gemeente, provincie en het
                                        Rijk. </al></li><li nr="•"><al><vet>Maatschappelijk verantwoord en vernieuwend</vet>. Dit
                                        thema gaat in op maatschappelijke thema’s en de relevante
                                        ontwikkelingen voor de lange termijn die om vernieuwingen
                                        bij het waterschap vragen. Ook gaat het thema in op de
                                        interactie met burgers en bedrijven. Kansen om
                                        kostenbesparend te vernieuwen worden zoveel mogelijk benut.
                                    </al></li><li nr="•"><al><vet>Effectief en efficiënt</vet>. Samenwerking met partners
                                        is noodzakelijk om als waterschap effectief en efficiënt de
                                        taken uit te voeren. Met de implementatie van
                                        assetmanagement wordt de bedrijfsvoering meer
                                        risicogestuurd. </al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>3.1 Risico’s beheersen</label></kop><structuurtekst><al>Met het beheer wil het waterschap de risico’s voor mens, milieu en
                                economie op een maatschappelijk acceptabel niveau houden. Het risico
                                wordt geformuleerd als een kans van optreden maal de gevolgschade
                                (risico = kans x gevolg). Het maatschappelijke acceptabele niveau is
                                veelal vastgelegd in wetten, regels en/of overeenkomsten. In
                                hoeverre het waterschap voldoet aan de afspraken voor verschillende
                                onderwerpen is grafisch weergegeven. Het niet voldoen aan een
                                afspraak zegt nog niets over de mogelijke risico’s. Per taak wordt
                                in de volgende paragrafen een verdere toelichting gegeven op de
                                doelen, afspraken en risico’s.</al><al><plaatje><illustratie id="i7ad9d43f-0d15-4347-bf78-b6d617c92892" naam="i263197i7ad9d43f-0d15-4347-bf78-b6d617c92892.png" type="foto" breedte="14.7cm" hoogte="8.67cm"/></plaatje></al><al>Of er een risico is op schade is veelal een theoretische berekening.
                                Of er in de praktijk onacceptabele risico’s optreden, blijkt uit de
                                evaluatie over het gevoerde beheer. Het waterschap wil dat er in de
                                planperiode vrijwel geen sprake is van verwijtbare klachten
                                (situaties die het waterschap had kunnen voorkomen als het volgens
                                de afspraken had gewerkt).</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Het gebied kent zijn beperkingen</label></kop><structuurtekst><al>De bodem en het watersysteem zijn voor een belangrijk deel bepalend
                                voor wat er wel en niet mogelijk is qua grondgebruik (zie kaart 1
                                risicogebieden) maakt transparant hoe het watersysteem functioneert.
                                Zo kunnen ondernemers en burgers zelf bepalen welke risico’s ze
                                aanvaardbaar vinden en welke voorzorgsmaatregelen ze zelf kunnen
                                nemen om hiermee om te gaan. Ze hebben daarin een eigen
                                verantwoordelijkheid.</al><al/><al>Op de kaart 1 'Risicogebieden'staan de volgende risico’s
                                weergegeven: </al><lijst><li nr="•"><al>Wateroverlast: gebieden die gevoelig zijn voor overstroming
                                        vanuit het oppervlaktewater. </al></li><li nr="•"><al>Droogte: het vrij afwaterende gebied is in potentie
                                        droogtegevoelig, omdat er geen water kan worden aangevoerd.
                                        Op de kaart zijn de gebieden weergegeven die in de praktijk
                                        gevoelig zijn gebleken. In droge situaties kan het
                                        waterschap onttrekkingsverboden instellen. Op de kaart is
                                        weergegeven in welke gebieden dit in de afgelopen 10 jaar
                                        soms, regelmatig of langdurig is voorgekomen. </al></li><li nr="•"><al>Hoge zoutgehalten: sommige peilgebieden staan onder invloed
                                        van zoute kwel. Ondanks het watersysteembeheer is het
                                        zoutgehalte niet altijd onder de 200 mg/l te houden. Voor
                                        diverse teelten is dit belangrijk om te weten.</al></li><li nr="•"><al>Kans op extra regels ter bescherming van de
                                        waterkwaliteit:</al></li></lijst><lijst><li nr="-"><al>Bij lozing van afvalwater op kleine wateren met een beperkte
                                        doorstroming, worden vaak scherpere eisen gesteld in
                                        algemene regels en vergunningsvoorschriften om milieuschade
                                        en/of gezondheidsrisico’s te voorkomen. De wateren met een
                                        grotere doorstroming of een groot watervolume zijn op kaart
                                        weergegeven. Daarbij gelden minder strenge regels.</al></li><li nr="-"><al>Gebieden waar het ondiepe grondwater wordt gebruikt voor
                                        drinkwaterwinning zijn kwetsbaar voor verontreiniging.
                                        Daarom zijn die gebieden door de provincie als
                                        grondwaterbeschermingszone aangewezen. Dat kan beperkingen
                                        opleveren voor activiteiten die de grondwaterkwaliteit
                                        negatief beïnvloeden.</al></li></lijst><al/><al>Indien nodig kan het waterschap meer specifieke informatie
                                leveren.</al><al/><al>Voor de overstromingsrisico’s vanuit de regionale rivieren is een
                                aparte kaart opgenomen (kaart 2). In een situatie met een kans die
                                kleiner is dan eens per 100 jaar, kunnen de keringen mogelijk
                                bezwijken (de norm is eens per 100 jaar). Op de kaart is te zien
                                welke gebieden dan onder water kunnen lopen. Meer informatie is te
                                vinden op de landelijke website www.risicokaart.nl (in de groep
                                natuurrampen). In het kader van de Europese Richtlijn
                                Overstromingsrisico’s (ROR) zijn landelijk de overstromingsrisico’s
                                in beeld gebracht die zich met een verschillende regelmaat kunnen
                                voordoen:</al><lijst><li nr="•"><al>frequent (ordegrootte 1/10 jaar), </al></li><li nr="•"><al>met een middelgrote kans (ordegrootte 1/100 jaar) </al></li><li nr="•"><al>en in uitzonderlijke omstandigheden (ordegrootte 1/2000
                                        jaar).</al></li></lijst><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Goed voorbereid op calamiteiten</label></kop><structuurtekst><al>Het waterschap werkt in het calamiteitenbeheer samen in de
                                veiligheidsregio, houdt regelmatig veiligheidsoefeningen en
                                actualiseert de calamiteitenplannen regelmatig. Het voorkomen van
                                calamiteiten heeft uiteraard de voorkeur boven bestrijding. Daarom
                                is preventie de basis van het beleid. De veiligheidsregio, waarin
                                het waterschap deelneemt, heeft als taak burgers en bedrijven bewust
                                te maken over hun eigen handelen in geval van calamiteiten. Een
                                goede samenwerking met partners in zowel Vlaanderen als Nederland is
                                belangrijk voor een goede crisisbeheersing. De specifieke doelen op
                                dit gebied staan beschreven in paragraaf 3.4.2. </al><al><plaatje><illustratie id="ib50dd841-7393-4f29-be1c-251d2947c8ab" naam="i263201ib50dd841-7393-4f29-be1c-251d2947c8ab.png" type="foto" breedte="14.6cm" hoogte="10.07cm"/></plaatje></al></structuurtekst><sub-paragraaf><kop><label>3.1.1 Overstromingsrisico’s vanuit rivieren</label></kop><structuurtekst><al>Deze paragraaf gaat over het voldoen aan de normen die in 2014
                                    van kracht waren. Van de 134 kilometer aan primaire keringen in
                                    het beheer van het waterschap is 10 kilometer afgekeurd in de
                                    derde nationale toetsingsronde (2010-2013). In 2013 zijn de
                                    regionale keringen getoetst aan de nieuwe norm voor deze
                                    keringen: een beschermingsniveau van 1/100 jaar (voorheen was
                                    deze norm eens per 50 jaar). Van de 197 kilometer die is
                                    getoetst, is 106 kilometer als onvoldoende beoordeeld. De
                                    compartimenteringskeringen zijn niet getoetst. Hierbij is
                                    handhaving van het huidige profiel namelijk de norm. Deze
                                    keringen voldoen dus per definitie aan de norm. Een deel van de
                                    afgekeurde regionale keringen voldoet ook niet aan de technische
                                    normen voor de situatie waarin de waterberging Volkerak-Zoommeer
                                    wordt ingezet. </al><al><plaatje><illustratie id="if8425de7-663f-49ba-9023-bb3acb9beb3a" naam="i263203if8425de7-663f-49ba-9023-bb3acb9beb3a.png" type="foto" breedte="14.6cm" hoogte="4.57cm"/></plaatje></al><al>Doelen voor 2021:</al><lijst><li nr="•"><al>Vermindering urgente overstromingsrisico’s primaire
                                            keringen</al></li><li nr="•"><al>Vermindering urgente overstromingsrisico’s regionale
                                            keringen</al></li><li nr="•"><al>De keringen zijn getoetst aan 4e nationale
                                            toetsingsronde (zie paragraaf 2.3)</al></li><li nr="•"><al>Overige keringen zijn getoetst</al></li></lijst><al><plaatje><illustratie id="if332e997-2e17-45dc-96a6-8b2ea94214c5" naam="i263205if332e997-2e17-45dc-96a6-8b2ea94214c5.png" type="foto" breedte="14.6cm" hoogte="9.62cm"/></plaatje></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Aanpak risico’s bij primaire keringen</label></kop><al>De urgentie voor aanpak van primaire keringen wordt landelijk
                                    bepaald. Voor wat betreft de primaire keringen is het project
                                    Geertruidenberg en Amertak het meest urgent. De verkenningsfase
                                    is hiervan in 2014 gestart en loopt door tot 2017. De andere
                                    drie projecten (Damwand Buitenpand Wilhelminakanaal; kunstwerken
                                    Tonnekreek, Moerdijk en Schutsluis Waalwijk; dijkvakken
                                    Noordschans) hebben een lagere prioriteit en worden naar
                                    verwachting pas na 2021 uitgevoerd.</al></artikel><artikel><kop><label>Aanpak risico’s bij regionale keringen</label></kop><al>De opgave voor de verbetering van de regionale keringen is
                                    groot. Het waterschap wil deze opgave zo snel mogelijk
                                    realiseren, mede omdat het Volkerak-Zoommeer vanaf 2016 ingezet
                                    moet kunnen worden als waterberging voor de grote rivieren. De
                                    provincie heeft ingestemd met de planning, waarbij de
                                    verbeteringswerken uiterlijk in 2023 zullen zijn afgerond. Voor
                                    de tussenliggende periode 2016-2025 zullen het Rijk en het
                                    waterschap de effecten in beeld brengen van de mogelijke inzet
                                    van waterberging op het Volkerak-Zoommeer. Dit is noodzakelijk
                                    voor een goede risico-inschatting en beheersing van deze
                                    risico’s.</al><al><plaatje><illustratie id="idbccd3bd-383b-4cc5-9afd-e7a0bdb7633a" naam="i263206idbccd3bd-383b-4cc5-9afd-e7a0bdb7633a.png" type="foto" breedte="14.7cm" hoogte="10.97cm"/></plaatje></al></artikel></sub-paragraaf><sub-paragraaf><kop><label>3.1.2 Voldoende water van voldoende kwaliteit </label></kop><structuurtekst><al>Het waterschap zorgt voor voldoende water van voldoende
                                    kwaliteit en gaat daarbij uit van de geldende gebruiksfuncties.
                                    In het peilbeheer hangen de risico’s op droogte en wateroverlast
                                    met elkaar samen. Deze thema’s worden niet langer los van elkaar
                                    beschouwd. Voor het dagelijkse peilbeheer staan de afspraken in
                                    het Gewenst Grond en Oppervlaktewater Regime (GGOR). Voor
                                    extreem natte situaties zijn afspraken gemaakt in het Nationaal
                                    Bestuursakkoord Water van 2011. Die zijn vervolgens weer
                                    vertaald in de Provinciale Verordening Water. Voor het
                                    voorzieningenniveau bij droogte moeten nog concrete afspraken
                                    worden gemaakt, als aanvulling op de afspraken voor de
                                    alternatieve zoetwatervoorziening bij een zout
                                    Volkerak-Zoommeer.</al></structuurtekst><artikel><kop><label>Doelen voor 2021:</label></kop><lijst><li nr="•"><al>Vrijwel geen verwijtbare klachten over het gevoerde
                                            peilbeheer (behouden huidige situatie)</al></li><li nr="•"><al>100% van het gebied voldoet aan de afspraken voor het
                                            peilbeheer</al></li><li nr="•"><al>De afspraken die gemaakt zijn met de maatschappelijke
                                            partners in de ‘Intentieovereenkomst beregenen uit
                                            grondwater’ (31 januari 2014) zijn uitgevoerd.</al></li><li nr="•"><al>Afspraken die het waterschap met provincies, andere
                                            waterschappen en het Rijk maakt over de
                                            zoetwatervoorziening van de vrij-waterende en de
                                            peilgestuurde gebieden (‘beken en kreken’) voor de
                                            periode tot en met 2021 zijn nagekomen. Het gaat dan om
                                            de bestuursovereenkomsten over zoetwatermaatregelen voor
                                            de hoge zandgronden (najaar 2015) en de Zuidwestelijke
                                            Delta ( 1 april 2015) en de bestuursovereenkomst
                                            ‘ontwikkelingen Grevelingen en Volkerak-Zoommeer’ (1
                                            april 2015).</al></li><li nr="•"><al>In 2021 zijn afspraken gemaakt tussen overheden en
                                            gebruikers over voorzieningenniveaus voor zoetwater,
                                            conform de afspraken en spelregels uit de
                                            Deltabeslissing zoetwater.</al></li></lijst><al>Wateroverlast wordt door iedereen verschillend ervaren. Het kan
                                    ook verschillende oorzaken hebben. Gelet op de huidige
                                    klimaatontwikkelingen wordt ‘af en toe water op straat’ niet als
                                    overlast beschouwd. We spreken over verwijtbare klachten bij
                                    schade door te hoge of te lage waterstanden van het
                                    oppervlaktewater indien deze niet overeenkomen met de gemaakte
                                    afspraken. Of indien deze waterstanden niet passen bij wat van
                                    het waterschap mag worden verwacht, als het gaat om inrichting,
                                    beheer en onderhoud van het watersysteem.</al></artikel><artikel><kop><label>Afspraken over peilbeheer</label></kop><al>Het waterschap heeft voor het dagelijks peilbeheer in
                                    peilbeheerste gebieden afspraken vastgelegd in peilbesluiten. In
                                    2009 en 2010 zijn alle peilbesluiten herzien en opnieuw
                                    vastgesteld. Indien nodig worden peilbesluiten in de planperiode
                                    opnieuw geactualiseerd door veranderde wensen in het peilbeheer. </al><al><plaatje><illustratie id="i9200e9b1-3c06-4ba7-aa66-3319d163286c" naam="i263207i9200e9b1-3c06-4ba7-aa66-3319d163286c.png" type="foto" breedte="14.6cm" hoogte="3.58cm"/></plaatje></al><al><plaatje><illustratie id="i65f9c11f-6c2c-4b8f-af83-694efdc4ae75" naam="i263208i65f9c11f-6c2c-4b8f-af83-694efdc4ae75.png" type="foto" breedte="14.6cm" hoogte="4.44cm"/></plaatje></al><al><cursief>Deze normen zijn uitgedrukt in de kans dat het peil van
                                        het oppervlaktewater het niveau van het maaiveld
                                        overschrijdt (´kans op inundatie vanuit oppervlaktewater´).
                                        Daarbij worden voor verschillende bestemmingen van de grond
                                        uiteenlopende normen gehanteerd (variërend van eens per
                                        honderd jaar voor bebouwd gebied tot eens per tien jaar voor
                                        weidegebied).</cursief></al><al/><al>Voor wat betreft de risico’s op wateroverlast is het
                                    watersysteem al goed op orde (94%), gelet op het huidige
                                    klimaat. Voor graslanden voldoet de inrichting van het
                                    watersysteem al aan de afspraken uit het Nationaal
                                    Bestuursakkoord Water (NBW) van 2011 (zie de tabel met
                                    werknormen uit bijlage 4 van het NBW). Voor een aantal gebieden
                                    is het niet kosteneffectief om de kans op schade door
                                    wateroverlast te beperken conform de landelijke afspraken.
                                    Daarvoor worden in de planperiode specifieke afspraken gemaakt
                                    met belanghebbenden. Ook blijkt de norm niet overal haalbaar te
                                    zijn. Het waterschap heeft de provincie gevraagd om deze
                                    gebieden, van oudsher vaak natte plekken, in de Verordening
                                    Water aan te merken als gebied waarvoor geen norm geldt, net als
                                    de beekdalen. </al><al/><al>In een beperkt deel van het gebied, zoals de beekdalen en
                                    historische natte plekken, geldt er geen provinciale norm. In
                                    die gebieden mag de wateroverlast niet verslechteren. Deze
                                    gebieden zullen in de toekomst niet aan de reguliere normering
                                    gaan voldoen, maar dat betekent niet dat de inundatiefrequentie
                                    door klimaatverandering mag toenemen (met uitzondering van de
                                    waterbergingsgebieden). Hier blijft het uitgangspunt uit het
                                    vorige waterbeheerplan van kracht: het grondgebruik van 2008
                                    wordt gerespecteerd. In het beekdal van de Aa of Weerijs
                                    bijvoorbeeld, bestaat bij kapitaalintensieve teelten de kans op
                                    grote schade. In overleg met de bedrijven zal het waterschap
                                    zich daarom blijven inzetten voor de optimalisatie van het
                                    systeem. Denk daarbij aan kosteneffectieve maatregelen en een
                                    langetermijnvisie voor verschuivingen in grondgebruik. De
                                    betreffende ondernemer of burger is zelf verantwoordelijk voor
                                    schade door wateroverlast, als deze ontstaat bij het overgaan op
                                    gevoeliger of kapitaalintensiever grondgebruik (na 2008).</al><al><plaatje><illustratie id="i4606f8a3-5ffb-47eb-8393-42521f03ee28" naam="i263209i4606f8a3-5ffb-47eb-8393-42521f03ee28.png" type="foto" breedte="14.7cm" hoogte="10.80cm"/></plaatje></al><al><plaatje><illustratie id="i090fe9fc-832b-4804-b2ea-1ee21a7c2435" naam="i263210i090fe9fc-832b-4804-b2ea-1ee21a7c2435.png" type="foto" breedte="14.5cm" hoogte="10.70cm"/></plaatje></al><al>Voor de stedelijke wateropgave zijn de grootste risico’s
                                    verminderd dankzij de uitvoering diverse maatregelen. In de
                                    komende planperiode worden de overige knelpunten aangepakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Zoetwatervoorziening</label></kop><al>Het voorzieningenniveau is een nieuw instrument dat voortkomt
                                    uit het Deltaprogramma (zie paragraaf 2.3). Het betreft de
                                    beschikbaarheid van zoetwater in normale en droge situaties in
                                    een gebied. Het gaat hierbij om oppervlakte- en grondwater (diep
                                    en ondiep), kwantiteit en kwaliteit (indien van toepassing). Het
                                    voorzieningenniveau geeft de grens aan van de
                                    overheidsverantwoordelijkheid (en waar die van de burger begint)
                                    en biedt transparantie en handelingsperspectief aan
                                    watergebruikers. De uitwerking loopt via een gezamenlijk proces
                                    van overheden en gebruikers. </al><al/><al>De doelen van het voorzieningenniveau zijn: </al><lijst><li nr="•"><al>handelingsperspectief bieden: aangeven wat het Rijk, de
                                            regio en gebruikers van elkaar kunnen verwachten in
                                            normale en droge situaties</al></li><li nr="•"><al>Afstemming tussen zoetwatervoorziening en ruimtelijke
                                            ordening versterken.</al></li><li nr="•"><al>Vergroten van het waterbewustzijn en het stimuleren van
                                            zuinig watergebruik.</al></li><li nr="•"><al>Vergroten van de doelmatigheid en duurzaamheid van de
                                            watervoorziening door de inspanningen van Rijk, regio en
                                            gebruikers op elkaar af te stemmen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Eigen verantwoordelijkheid watergebruikers</label></kop><al>Het waterschap zal niet alle risico’s beperken. Bepaalde
                                    gebieden zijn nu eenmaal gevoeliger dan andere. Het waterschap
                                    wil duidelijk en transparant zijn over voorzieningenniveau van
                                    het waterschap, zodat watergebruikers weten welke
                                    verantwoordelijkheid ze zelf moeten nemen. </al></artikel></sub-paragraaf><sub-paragraaf><kop><label>3.1.3 Schoon water voor een gezonde leefomgeving </label></kop><structuurtekst><al>Het waterschap wil een gezonde leefomgeving behouden en
                                    achteruitgang voorkomen (ontwikkeldoelen staan in paragraaf
                                    3.2). Het waterschap werkt daarvoor aan schoon water volgens
                                    Europese en landelijke regels. Het behoud is gericht op de
                                    volgende onderdelen:</al><lijst><li nr="•"><al>De rioolwaterzuiveringsinstallaties (rwzi’s) blijven
                                            voldoen aan de vergunningsvereisten (of algemene regels)
                                            en aan de afspraken in afvalwaterakkoorden. </al></li><li nr="•"><al>Nieuwe lozingen en activiteiten van derden brengen de
                                            verwachte chemische en ecologische waterkwaliteit in
                                            2021 niet in gevaar.</al></li><li nr="•"><al>Aanwezige flora- en faunawaarden blijven behouden (het
                                            waterschap werkt volgens de Flora- en
                                            Faunawetgeving)</al></li><li nr="•"><al>Er ontstaan geen nieuwe risico’s voor volksgezondheid en
                                            diergezondheid in relatie tot emissies uit de
                                            afvalwaterketen en individuele lozingen van afvalwater
                                            (IBA’s). </al></li><li nr="•"><al>Kwetsbare drinkwaterwinningen blijven beschermd tegen
                                            verontreinigingen.</al></li><li nr="•"><al>De goede zwemwaterkwaliteit behouden, met een minimale
                                            blauwalgoverlast.</al></li></lijst><al><plaatje><illustratie id="i43458848-2b88-40cc-bf9a-19a839f2a9e1" naam="i263211i43458848-2b88-40cc-bf9a-19a839f2a9e1.png" type="foto" breedte="14.7cm" hoogte="7.95cm"/></plaatje></al><al>Het waterschap heeft in afvalwaterakkoorden afspraken met
                                    gemeenten vastgelegd over de hoeveelheid afvalwater die het
                                    waterschap verpompt naar de rioolwaterzuiveringsinstallaties. In
                                    2021 wil het waterschap aan al deze afspraken kunnen voldoen. Op
                                    dit moment zijn er nog twee knelpunten: bij het
                                    afvalwaterpersstation te Roosendaal en bij de effluentleiding
                                    van Nieuwveer. Daardoor voldoet het waterschap in 2015 voor 93%
                                    aan de afnameverplichting, zoals die is vastgelegd in
                                    afvalwaterakkoorden (% tekort aan capaciteit). Voor wat betreft
                                    de eisen vanuit nationale regels en vergunningen voldoen alle
                                    rwzi’s aan de vereisten (100%). Het gaat dan om het naleven van
                                    lozingseisen en het naleven van milieuwetgeving (stank,
                                    geluid)</al><al/><al>Het waterschap wil dat de emissies uit de afvalwaterketen niet
                                    beperkend zijn voor het halen van de ecologische
                                    waterkwaliteitsdoelen. Als er vanuit de gewenste ontwikkeling
                                    voor het behalen van de ecologische doelen (zie paragraaf 3.2.3)
                                    een beter zuiveringsrendement wordt vereist, zullen hierover in
                                    aanvullende voorschriften nadere eisen worden vastgelegd (zie
                                    ook paragraaf 4.5). </al><al><plaatje><illustratie id="if1511306-c373-4440-a3c2-dd5a4a7713c4" naam="i263315if1511306-c373-4440-a3c2-dd5a4a7713c4.png" type="foto" breedte="14.6cm" hoogte="4.50cm"/></plaatje></al><al>Daarnaast is het belangrijk dat de voorzieningen in de
                                    afvalwaterketen ook gedurende het grootste deel van de tijd
                                    technisch beschikbaar zijn (niet in onderhoud of in storing).
                                    Het gaat dan om de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de
                                    zorgplicht die het waterschap heeft om lozing van ongezuiverd
                                    afvalwater te voorkomen. Hierbij worden verschillende fasen
                                    onderkend:</al><lijst><li nr="1."><al>Systeem op orde (conform afspraken uit
                                            afvalwaterakkoorden en vergunningen of algemene
                                            regels)</al></li><li nr="2."><al>Niet voldoen als gevolg van gepland onderhoud</al></li><li nr="3."><al>Niet voldoen als gevolg van storing</al></li><li nr="4."><al>Calamiteit (overmacht)</al></li></lijst><al/><al>Het waterschap beoordeelt de eigen
                                    rioolwaterzuiveringsinstallaties op dezelfde manier als dat
                                    bedrijven beoordeeld worden. In de afgelopen periode waren de
                                    rioolgemalen, zuiveringen en de slibverwerking voor meer dan
                                    98%van de tijd beschikbaar. </al><al/><al>Het waterschap zorgt sinds 2006, in opdracht van een aantal
                                    gemeenten voor het beheer en onderhoud van circa 700 systemen
                                    voor individuele behandeling van afvalwater (IBA). Het
                                    waterschap heeft hiervoor met de betreffende gemeenten een
                                    samenwerkingsovereenkomst (30 jaar) afgesloten. Voor het
                                    onderhoud is een meerjarig onderhoudscontract (10 jaar) met
                                    derden afgesloten. Overige gemeenten en een aantal particulieren
                                    zijn zelf verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van IBA
                                    systemen. In de planperiode kunnen deze afspraken worden herzien
                                    indien landelijke normen en spelregels veranderen en/of nieuwe
                                    technologische ontwikkelingen kansen bieden voor een
                                    maatschappelijk doelmatigere invulling van het beheer en
                                    onderhoud. Afschrijvingstermijnen en de impact van de IBA
                                    systemen op de kwaliteit van de ontvangende oppervlaktewateren
                                    vormen hierbij belangrijke afwegingsfactoren.</al></structuurtekst><artikel><kop><label>Riooloverstorten met knelpunten voor de waterkwaliteit</label></kop><al>In totaal is voor circa 650 gemeentelijke riooloverstorten
                                    beoordeeld of zij mogelijk nadelige effecten hebben voor het
                                    ontvangende oppervlaktewaterstelsel
                                    (Waterkwaliteitsspoortoetsing). Uiteindelijk zijn er 23
                                    knelpunten geconstateerd en is voor vijf overstorten nog geen
                                    definitief oordeel gegeven. Het waterschap en de betreffende
                                    gemeenten maken per overstort een plan van aanpak om het
                                    knelpunt op te lossen. Een doelmatigheidstoets kan onderdeel
                                    vormen van de planuitwerking. De vijf overstorten die nog geen
                                    definitief oordeel hebben gekregen, zullen in 2015/2016 alsnog
                                    beoordeeld worden. Een gezamenlijk onderzoek van het waterschap
                                    en de gemeente(n) kan hiervoor in deze periode noodzakelijk
                                    zijn. Het waterschap streeft ernaar om samen met de gemeenten de
                                    knelpunten uiterlijk in 2021 te hebben opgelost.</al></artikel><artikel><kop><label>Zwemwateren</label></kop><al>De bacteriologische kwaliteit van de meeste zwemplassen is in
                                    orde. In meerdere zwemplassen is de toestand de afgelopen jaren
                                    verbeterd. Alle plassen voldoen aan de Europese
                                    Zwemwaterrichtlijn. Als er problemen zijn, dan is het meestal
                                    met betrekking tot blauwalgbloei: bij vier plassen zijn actuele
                                    problemen en bij drie plassen is sprake van potentiële
                                    problemen. Het waterschap zoekt voor zeven plassen kansrijke
                                    maatregelen om overmatige blauwalgenbloei te bestrijden. In één
                                    zwemplas vormt de aanwezigheid van zwemmersjeuk een probleem.
                                    Het waterschap streeft samen met de provincie en de beheerders
                                    van de zwemwateren naar een maximale beschikbaarheid van de
                                    zwemplassen voor het publiek tijdens zomerse dagen. Het aantal
                                    dagen en aantal zwemplassen met een zwemverbod wegens blauwalgen
                                    of andere waterkwaliteitsproblemen willen we beperkt houden (en
                                    tenminste niet toenemen in de planperiode). </al><al><plaatje><illustratie id="i0456841b-439e-4a74-8f9c-2011c2b3a7d2" naam="i263316i0456841b-439e-4a74-8f9c-2011c2b3a7d2.png" type="foto" breedte="14.6cm" hoogte="3.14cm"/></plaatje></al><al>De Europese Zwemwaterrichtlijn onderscheidt vier klassen in de
                                    kwaliteit van het zwemwater: uitstekend, goed, aanvaardbaar en
                                    slecht. Hierin wordt het risico op blauwalgenbloei niet
                                    meegenomen. In 2015 moeten alle zwemplassen ten minste de
                                    kwaliteit ‘aanvaardbaar’ hebben. Dat doel is in de periode
                                    2010-2015 al bereikt: de meeste plassen hebben een uitstekende
                                    of goede kwaliteit. De Asterdplas in Breda heeft de minimale
                                    kwaliteitsklasse ‘aanvaardbaar’. De richtlijn streeft naar een
                                    toename van het aantal locaties met een goede en uitstekende
                                    kwaliteit. Daarbij zijn geen concrete jaartallen vastgelegd.
                                    Actuele informatie over de zwemwateren is te vinden op <extref doc="www.zwemwater.nl" struct="INTERNET">www.zwemwater.nl</extref>.</al></artikel></sub-paragraaf><sub-paragraaf><kop><label>3.1.4 Bevaarbare rivieren en kanalen</label></kop><structuurtekst><al>In opdracht van de provincie voert het waterschap het
                                    vaarwegbeheer uit van de provinciale vaarwegen. In de keur op de
                                    vaarwegen ligt vast wat de maximale maten van de schepen zijn
                                    die over de vaarwegen moeten kunnen varen. In de afgelopen
                                    periode is een achterstand ontstaan in het baggerwerk van de
                                    vaarwegen. In de winters van 2014/2015 en 2015/2016 worden al
                                    enkele trajecten gebaggerd. In 2016 zal daarom naar verwachting
                                    in 65% van de vaarwegen geen knelpunten zijn voor de
                                    scheepvaart. De bagger is dan beperkt tot hooguit 20 à 30
                                    centimeter boven het leggerprofiel. De bagger kan echter de
                                    waterkwaliteit nog wel negatief beïnvloeden door opwerveling bij
                                    veel scheepvaartbewegingen. Of een andere baggerstrategie nodig
                                    is, vanuit het oogpunt van waterkwaliteit, wordt in de
                                    planperiode nader onderzocht. </al><al><plaatje><illustratie id="i2bbae937-4b69-47da-bc16-ad6c5b6f3dda" naam="i263318i2bbae937-4b69-47da-bc16-ad6c5b6f3dda.png" type="foto" breedte="14.7cm" hoogte="3.18cm"/></plaatje></al><al>In 2021 wil het waterschap:</al><lijst><li nr="•"><al>Voldoen aan de benodigde diepte voor de toelaatbare
                                            schepen. </al></li><li nr="•"><al>Zorg dragen voor een vlot, veilig en betrouwbaar
                                            scheepvaartbeheer:</al><lijst><li nr="o"><al>risico’s op ongevallen zijn klein</al></li><li nr="o"><al>het oponthoud bij sluizen is beperkt</al></li><li nr="o"><al>in meeste tijd van het jaar zijn de vaarwegen
                                                  bevaarbaar voor de scheepvaart waarvoor de vaarweg
                                                  is aangewezen. </al></li></lijst></li></lijst><al>In de planperiode zal het waterschap met de provincie concretere
                                    afspraken maken over waar het scheepvaartbeheer aan moet
                                    voldoen. Daarbij zal er meer duidelijkheid komen op vragen als:
                                    ‘Wat is een klein risico op ongevallen?’, ‘Wat is een beperkt
                                    oponthoud bij sluizen?’, en ‘Welk percentage van beschikbaarheid
                                    van de voorzieningen moet worden nagestreefd? ‘. Omdat het
                                    waterschap deze taak uitvoert namens de provincie, zullen
                                    eventuele extra kosten in de uitvoering van deze taak ook door
                                    de provincie worden gefinancierd. </al><al><plaatje><illustratie id="i2aaa94c6-15fb-4dac-8836-b8550af6fcd6" naam="i263319i2aaa94c6-15fb-4dac-8836-b8550af6fcd6.png" type="foto" breedte="14.6cm" hoogte="12.29cm"/></plaatje></al></structuurtekst></sub-paragraaf></paragraaf><paragraaf><kop><label>3.2 Duurzame ontwikkeling van de leefomgeving</label></kop><structuurtekst><al>Het waterschap wil de eigen taken dusdanig uitvoeren dat ze
                                bijdragen aan een duurzame ontwikkeling van de leefomgeving in
                                Midden- en West-Brabant. Een robuuste inrichting en beheer van het
                                watersysteem en de afvalwaterketen vormt daarbij de belangrijkste
                                basis. Aanvullend daarop faciliteert het waterschap de duurzame
                                ontwikkelingen die vanuit de algemene democratie (gemeenten,
                                provincie en het Rijk) worden gewenst. Het gaat dan om ondersteuning
                                van de kwaliteit van de openbare ruimte, de ontwikkelingen voor
                                bedrijven (industrie en landbouw) en om natuurontwikkeling. Deze
                                paragraaf gaat in op wat het waterschap in de komende planperiode
                                wil bereiken voor al deze verschillende thema’s. De grootste opgave
                                ligt er voor de natuurontwikkeling, zoals die door de provincie
                                Noord-Brabant is ingevuld op basis van Europese en nationale
                                kaders.</al><al><plaatje><illustratie id="i07870e00-5fa7-46aa-bbdf-458fe9fe1ccc" naam="i263320i07870e00-5fa7-46aa-bbdf-458fe9fe1ccc.png" type="foto" breedte="14.7cm" hoogte="3.09cm"/></plaatje></al><al>Het basisprincipe van ’niet afwentelen’ past goed in een duurzame
                                ontwikkeling. De maatschappij is sterk gericht op economische groei.
                                Het gaat bij een duurzame ontwikkeling van de leefomgeving niet
                                alleen om economische vooruitgang. Naast welvaart vindt het
                                waterschap ook het welzijn belangrijk. Daarom moeten nieuwe
                                ontwikkelingen naast hun economische waarde ook iets toevoegen aan
                                de kwaliteit van leven. </al><al/><al><vet>In algemene zin streeft het waterschap naar</vet>:</al><lijst><li nr="•"><al>het creëren van gunstige condities in het watersysteem en de
                                        afvalwaterketen, die aansluiten bij de behoeften van de
                                        huidige en toekomstige gebruikers (mensen, bedrijven,
                                        natuur); </al></li><li nr="•"><al>een leefomgeving die de effecten van de klimaatveranderingen
                                        kan opvangen met acceptabele risico’s voor mens, milieu en
                                        economie;</al></li><li nr="•"><al>tevredenheid van samenwerkingspartners over de open houding
                                        van het waterschap om kansen te bieden en te verzilveren
                                        voor koppeling van andere initiatieven. </al></li></lijst></structuurtekst><sub-paragraaf><kop><label>3.2.1 Robuust beheer van keten en systeem</label></kop><structuurtekst><al>Het watersysteem en de afvalwaterketen moeten kleine
                                    verstoringen kunnen opvangen én kunnen meeveren met nieuwe
                                    ontwikkelingen op het gebied van klimaat, bevolkingsgroei en
                                    bedrijvigheid. Anderzijds dienen ontwikkelingen in het gebied
                                    wel te passen bij de draagkracht van de ondergrond. Waar nodig
                                    verduidelijkt het waterschap wat het van de maatschappij aan
                                    inspanningen verwacht (ook als het gaat om het voorkomen van een
                                    toename aan vetten of doekjes in de riolering).</al><al/><al>In de uitvoering van maatregelen houdt het waterschap altijd
                                    rekening met de dan bekende ontwikkelingen, zoals de
                                    klimaatscenario’s van het KNMI voor 2050). De verwachte
                                    klimaatveranderingen hebben een forse impact op het waterbeheer:
                                    meer extremen in droge en natte perioden, maar ook toename van
                                    plaagsoorten en meer kwaliteitsproblemen door warmer
                                    oppervlaktewater. </al><al/><al>Voor de afvalwaterketen is het van belang om het regenwater
                                    zoveel mogelijk (vertraagd) naar het watersysteem af te voeren.
                                    Op dit punt hebben burgers en bedrijven een belangrijke eigen
                                    verantwoordelijkheid om zo min mogelijk water van verharde
                                    oppervlakken via de riolering af te voeren. Opvangen en afvoeren
                                    van extreme neerslag via de riolering is niet kosteneffectief.
                                    Bij een robuuste afvalwaterketenbeheer wordt de bestaande
                                    infrastructuur in de eerste plaats ingezet voor het verwerken
                                    van afvalwater, in tweede instantie voor de verwerking van
                                    relatief vuile regenwaterstromen en in de derde plaats voor de
                                    afvoer van relatief schone hemelwaterstromen indien dit toch de
                                    enige oplossing is voor een lokale situatie. </al><al><plaatje><illustratie id="ica7c1661-8653-4ab5-bb20-8f952766cc8e" naam="i263321ica7c1661-8653-4ab5-bb20-8f952766cc8e.png" type="foto" breedte="14.6cm" hoogte="10.25cm"/></plaatje></al><al>Het gezuiverde water wordt geloosd op het watersysteem. Het
                                    beïnvloedt de kwaliteit van het oppervlaktewater, maar
                                    veroorzaakt bij normale bedrijfsvoering geen
                                    waterkwaliteitsknelpunten. In geval van storingen komt de
                                    waterkwaliteit in gevaar, omdat rioolwater kan gaan overstorten
                                    in het oppervlaktewater of omdat slechtere kwaliteit effluent
                                    geloosd wordt dan normaal. Een robuuste bedrijfsvoering betekent
                                    dat dit niet vaak en niet in ernstige mate voor kan komen (de
                                    begrippen vaak en ernstig worden gekwantificeerd met behulp van
                                    de risicomatrix en het bedrijfswaardenmodel). </al><al/><al>De grondwatervoorraad wordt beschermd door enerzijds het gebruik
                                    van grondwater en het verstoren van diepere lagen daarbij
                                    adequaat te reguleren, de vraag naar grondwater te beperken door
                                    waterbesparing, -conservering en –aanvoer, maar tegelijkertijd
                                    ook te zorgen voor adequate aanvulling van het grondwater door
                                    infiltratie van water naar het grondwater te stimuleren,
                                    bijvoorbeeld door peilopzet. Dit draagt ook bij aan het herstel
                                    van de regionale kwelstromen. Een van de doelen van de
                                    Kaderrichtlijn Water is de beschikbaarheid van voldoende
                                    oppervlakte- en grondwater van goede kwaliteit, dat duurzaam,
                                    evenwichtig en acceptabel gebruikt wordt. Samen met partners zet
                                    het waterschap in op een samenhangend, integraal beheer van
                                    oppervlakte- en grondwater.</al></structuurtekst><artikel><kop><label>Ambities voor de Kaderrichtlijn Water</label></kop><al>Het waterschap streeft naar gezonde watersystemen met een goede
                                    ecologische kwaliteit. De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW)
                                    bevat hiervoor belangrijke randvoorwaarden en spelregels. Het
                                    biedt een eenduidige werkwijze voor alle lidstaten. De nationaal
                                    en regionaal overeengekomen ambities voor het voldoen aan de
                                    vereisten uit de KRW zijn verdeeld over maximaal drie
                                    planperiodes van zes jaar. De maatregelen uit de voorgaande
                                    periode hebben al geleid tot een duidelijke
                                    waterkwaliteitsverbetering, al is er op de meeste plaatsen in
                                    het beheergebied nog geen sprake van een goede ecologische
                                    toestand. Om die te bereiken moeten alle parameters goed scoren.
                                    Als er één parameter niet goed scoort, is het oordeel van deze
                                    paramater leidend voor het eindoordeel (‘one out, all out’
                                    beginsel). Als je alleen kijkt naar de eindoordelen is hierdoor
                                    de voortgang in waterkwaliteitsverbetering niet goed zichtbaar.
                                    Het waterschap kijkt in de komende periode daarom naar de
                                    afzonderlijke ecologische parameters. In de komende periode
                                    streeft het waterschap naar een toename van het aantal
                                    ecologische beoordelingen met minimaal een goede toestand. Een
                                    toename van 10% naar 35% lijkt haalbaar wanneer de maatregelen
                                    tot en met 2021 zijn uitgevoerd, gelet op het grote percentage
                                    dat nu al een matige waterkwaliteit heeft bereikt. Het
                                    waterschap is hierin wel afhankelijk van de medewerking van
                                    anderen, zoals gemeenten, grondeigenaren en Vlaamse partners
                                    zoals de Vlaamse Milieumaatschappij en de provincie Antwerpen
                                    (zie ook paragraaf 4.4). In de planperiode zullen
                                    watersysteemanalyses worden uitgevoerd voor het maken van een
                                    inschatting van haalbaar geachte ecologische doelen op 22
                                    december 2027 (de einddatum van de KRW). Mede op basis van deze
                                    analyses zal een besluit worden genomen over het treffen van
                                    aanvullende maatregelen en/of het aanpassen van de doelen. In
                                    Nederland is afgesproken hierover uiterlijk in 2021 een besluit
                                    te nemen.</al><al><plaatje><illustratie id="i32660f96-9fee-42bd-af40-33deb508999d" naam="i263322i32660f96-9fee-42bd-af40-33deb508999d.png" type="foto" breedte="14.6cm" hoogte="3.52cm"/></plaatje></al><al>Het waterschap zet in op de verbetering van geschikte
                                    vestigingscondities voor de kritische ongewervelde waterdieren
                                    (de macrofauna). Uit de watersysteemrapportage over 2009-2012
                                    blijkt dat hiervoor herstel van de dynamiek in stroming en
                                    peilen belangrijk is. Voor de peilbeheerste gebieden is tevens
                                    een reductie van de nutriëntenbelasting urgent. </al><al/><al>Van de gemeten normoverschrijdingen voor specifiek
                                    verontreinigende stoffen en de prioritaire stoffen is niet voor
                                    alle parameters een verbetering te verwachten. Van sommige
                                    stoffen zijn de emissies al wel tot vrijwel 0 gereduceerd, al
                                    zijn de stoffen persistent in het milieu aanwezig. Het gaat dan
                                    om bijvoorbeeld kwik en tributyltin. Op het gebied van
                                    gewasbeschermingsmiddelen en biociden sluit het waterschap zich
                                    aan bij de doelen van de nationale Nota Duurzame
                                    Gewasbescherming: een reductie van normoverschrijdingen van 50%
                                    in 2018 en 90% in 2023, ten opzichte van 2012. Het waterschap
                                    zal hierin vooral een beroep doen op de verantwoordelijkheid die
                                    burgers en bedrijven hebben in het naleven van de regels (zie
                                    paragraaf 4.7).</al></artikel><artikel><kop><label>Voor een robuust watersysteem is het volgende van belang:</label></kop><lijst><li nr="•"><al>Er moet voldoende dynamiek zijn in peilen en
                                            afvoerkarakteristieken. Enerzijds om in te kunnen spelen
                                            op weersverwachtingen om meer water vast te houden in
                                            droge perioden en om voldoende bergingscapaciteit te
                                            hebben bij aanhoudende natte perioden. Anderzijds om een
                                            betere ecologische waterkwaliteit te bereiken met een
                                            groter zelf herstellend vermogen.</al></li><li nr="•"><al>De bodem wordt optimaal benut om water te kunnen
                                            vasthouden en uitspoeling van stoffen te voorkomen. Door
                                            het intensievere landgebruik is de bodem namelijk
                                            uitgeput geraakt (De Bodem onder ons bestaan, 2009,
                                            Altera rapport 1908). Het organische stofgehalte en het
                                            bodemleven is achteruit gegaan. Door intensieve drainage
                                            en verstedelijking is bovendien de grondwateraanvulling
                                            beperkt. Het watersysteem kan deze versnelde afvoer
                                            samen met de klimaatveranderingen niet zomaar opvangen.
                                            Een verandering naar zo traag mogelijk afvoeren van
                                            water en het reserveren van meer ruimte voor water en
                                            natte zones is daarom noodzakelijk.</al></li><li nr="•"><al>Plaagsoorten mogen geen bedreiging vormen voor
                                            waterhuishoudkundige functies (geen toename aan risico’s
                                            voor mens, milieu of economie). Het gaat dan om
                                            bijvoorbeeld muskusratten, parelvederkruid, grote
                                            waternavel en blauwalgen. </al></li></lijst><al/><al>In de planperiode werkt het waterschap, samen met partners, de
                                    klimaatadaptatiestrategieën van het nationale deltaprogramma
                                    verder uit in maatregelen die passen bij het gebied.</al><al><plaatje><illustratie id="i1d76bc0e-ed26-411c-b26f-bf91873c9a7e" naam="i263323i1d76bc0e-ed26-411c-b26f-bf91873c9a7e.png" type="foto" breedte="14.6cm" hoogte="15.32cm"/></plaatje></al></artikel></sub-paragraaf><sub-paragraaf><kop><label>3.2.2 Kwaliteit van de openbare ruimte</label></kop><structuurtekst><al>Met diverse ontwikkelingen staat de leefbaarheid in de bebouwde
                                    omgeving onder druk. Denk daarbij aan de verdere verdichting van
                                    de stedelijke kernen, aan het afnemend voorzieningenniveau in
                                    het landelijke gebied en aan de effecten van een veranderend
                                    klimaat. </al><al>Wat is nodig voor het waterbeheer om bij te dragen aan de
                                    verbetering van het stedelijk leefklimaat? Om die vraag te
                                    beantwoorden zal het waterschap zich meer moeten richten op de
                                    behoeften van de gebruikers van deze openbare ruimte. De
                                    samenwerking met gemeenten en andere watergebruikers zal voor
                                    dit thema verder worden versterkt. De gemeenten voeren de regie
                                    als het gaat om kwaliteitsverbetering van de openbare ruimte.
                                    Het waterschap treedt veelal op als adviseur en zal soms
                                    initiatiefnemer zijn (bijvoorbeeld bij het uitproberen van
                                    innovatieve maatregelen). Het waterschap geeft als adviseur aan
                                    welke ontwikkelingen op het gebied van het watersysteem te
                                    verwachten zijn. Denk daarbij aan de toenemende intensieve
                                    regenval, meer verhard oppervlak, hogere watertemperaturen met
                                    meer kansen op vissterfte en blauwalgenbloei.</al><al><plaatje><illustratie id="i435ee7da-bf39-4322-abe1-6c96c00e2ac3" naam="i263905i435ee7da-bf39-4322-abe1-6c96c00e2ac3.png" type="foto" breedte="14.6cm" hoogte="2.89cm"/></plaatje><plaatje><illustratie id="i74c20dfc-5804-4e62-8034-9292e2999234" naam="i263324i74c20dfc-5804-4e62-8034-9292e2999234.png" type="foto" breedte="14.6cm" hoogte="2.89cm"/></plaatje></al><al>Wat wil het waterschap samen met gemeenten en andere partners
                                    bereiken? </al><lijst><li nr="•"><al>Een afname van structurele overlast van de
                                            waterkwaliteit (blauwalgen, vissterfte, botulisme).</al></li><li nr="•"><al>Een afname van de schaderisico’s op wateroverlast.</al></li><li nr="•"><al>Het afstromend hemelwater zoveel mogelijk lokaal in het
                                            gebied vasthouden en benutten.</al></li><li nr="•"><al>Open staan voor initiatieven voor recreatief medegebruik
                                            van het water.</al></li><li nr="•"><al>De waterhuishoudkundige objecten met een unieke
                                            cultuurhistorische waarde in stand houden.</al></li></lijst></structuurtekst><artikel><kop><label>Structurele overlast van waterkwaliteit verminderen </label></kop><al>In de planperiode 2010-2015 heeft het waterschap een
                                    ontwikkelrichting naar 2020 geformuleerd ter voorkoming van de
                                    structurele blauwalgenoverlast. Deze ambitie wordt met dit
                                    beheerplan verbreed naar overlast door een slechte
                                    waterkwaliteit, zoals onnatuurlijke vissterfte. Tegelijkertijd
                                    wordt het gewenste eindresultaat van overlastvermindering iets
                                    minder stellig geformuleerd: het waterschap belooft in dit plan
                                    niet langer dat structurele overlast in 2021 niet meer voorkomt.
                                    Dat is iets te ambitieus gesteld. Het gaat hier om een
                                    inspanningsverplichting: het waterschap werkt aan de
                                    vermindering van structurele overlast, maar heeft daarbij wel de
                                    hulp van anderen nodig. </al><al/><al>In de praktijk zijn relatief veel meldingen over een slechte
                                    waterkwaliteit afkomstig van waterschapsmedewerkers. Een beter
                                    beeld van de beleving van watergebruikers is van belang voor het
                                    stimuleren van ‘waterbewust’ handelen. Het waterschap zal samen
                                    met gemeenten bekijken hoe dit inzicht, mede op basis van
                                    ervaringen van watergebruikers, kan worden vergroot.</al><al><plaatje><illustratie id="iad367c7e-1263-4f30-8284-1da14ada7786" naam="i263325iad367c7e-1263-4f30-8284-1da14ada7786.png" type="foto" breedte="14.5cm" hoogte="10.70cm"/></plaatje></al><al>Hoe bepalen we of ergens sprake is van structurele overlast?
                                    Juist door klimaatschommelingen kan er het ene jaar wel overlast
                                    zijn en het andere jaar niet. Het waterschap beschouwt overlast
                                    structureel als het probleem zich in meerdere jaren heeft
                                    voorgedaan en minimaal één keer in de afgelopen drie jaar.</al><al/><al>Als we niet ingrijpen, zal het warme klimaat leiden tot een
                                    toename van structurele overlast. Medewerking van alle betrokken
                                    partijen is cruciaal om de structurele overlast te verminderen.
                                    Het waterschap wil de betrokkenheid van gebruikers van de
                                    betreffende wateren vergroten. Enerzijds wordt hen gevraagdom
                                    informatie over de toestand van het water aan het waterschap
                                    door te geven. Anderzijds kunnen gebruikers zelf actief helpen,
                                    bijvoorbeeld door niet langer eenden te voeren, visvoer in
                                    stilstaande wateren te gebruiken of hondenpoep langs de
                                    waterkant te laten liggen. </al></artikel><artikel><kop><label>Samenwerking vergroten: alle initiatieven zijn welkom</label></kop><al>Elk initiatief om met waterbeheer aan de slag te gaan is welkom.
                                    Hoe meer mensen beseffen hoe belangrijk water is en daar
                                    concreet mee bezig zijn, hoe beter. Het moet dus ook voor
                                    iedereen eenvoudig worden om water mooier, beter en
                                    toegankelijker te maken. In 2013/2014 is een derde van de
                                    lopende projecten gekoppeld aan initiatieven voor recreatief
                                    medegebruik. Toch vinden diverse partners dat het waterschap nog
                                    meer kan open staan voor nieuwe kansen. Daarom is dit als
                                    specifiek doel opgenomen in dit waterbeheerplan.</al><al><plaatje><illustratie id="id771d00e-c1ef-4d87-85f8-f2fb2c8c999e" naam="i263326id771d00e-c1ef-4d87-85f8-f2fb2c8c999e.png" type="foto" breedte="14.7cm" hoogte="9.21cm"/></plaatje></al></artikel><artikel><kop><label>Klimaatadaptatie in de bebouwde omgeving</label></kop><al>Het omgaan met hittestress is een onderdeel van de nationale
                                    lange termijn strategie voor het anticiperen op
                                    klimaatverandering binnen de bebouwde kom, de Deltabeslissing
                                    Ruimtelijke Adaptatie. Naast hittestress gaat het ook om het
                                    voorbereid zijn op toekomstige klimaateffecten bij de
                                    ontwikkeling en herontwikkeling van bebouwd gebied. Dat gaat
                                    verder dan de huidige aanpak van voldoende waterretentie
                                    organiseren. Het waterschap zal via regionale samenwerking de
                                    gemeenten adviseren bij het opstellen van een klimaatstrategie
                                    conform de Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie.</al><al><plaatje><illustratie id="i2c6bc283-0e9e-4b05-b754-31892643b350" naam="i263327i2c6bc283-0e9e-4b05-b754-31892643b350.png" type="foto" breedte="14.6cm" hoogte="8.49cm"/></plaatje></al><al><plaatje><illustratie id="i396705e6-6f45-4533-b1b7-cc14810e1601" naam="i263328i396705e6-6f45-4533-b1b7-cc14810e1601.png" type="foto" breedte="14.6cm" hoogte="11.75cm"/></plaatje></al></artikel><artikel><kop><label>Hengelsport</label></kop><al>Het waterschap werkt samen met de hengelsportverenigingen in de
                                    visstandbeheercommissie (VBC). Ook in de wateren voor de
                                    hengelsport wordt een gezonde waterkwaliteit nagestreefd. Dat
                                    hoeft niet te betekenen dat elk water helder is en veel
                                    waterplanten heeft. Ook troebel water kan geschikt zijn voor de
                                    hengelsport, zolang andere gebruikers geen overlast ervaren en
                                    dit past in de lokale waterkwaliteitsdoelen. In visplannen staan
                                    afspraken over de uitvoering van de visserij, zoals het
                                    uitzetten of wegvangen van vissen om zo de gewenste visstand te
                                    bereiken die past bij de lokale waterkwaliteitsdoelen. Dit
                                    gebeurt in goed overleg tussen het waterschap en de
                                    hengelsportverenigingen. Het waterschap heeft hierbij een
                                    toetsende rol. De kaders hiervoor zijn vastgelegd in het
                                    Brabantbrede visserijbeleid voor de binnenwateren (vastgesteld
                                    in algemeen bestuur, juni 2013). </al><al><plaatje><illustratie id="i38c44903-b051-4c23-be47-7204f58b2927" naam="i263329i38c44903-b051-4c23-be47-7204f58b2927.png" type="foto" breedte="14.6cm" hoogte="5.02cm"/></plaatje></al><al>Verder zal het waterschap in de planperiode open staan voor
                                    initiatieven van derden om tot een optimaal gebruik te komen. Zo
                                    kunnen er afspraken gemaakt worden welke plekken gemaaid mogen
                                    worden om over visstekken aan het water te kunnen beschikken.
                                    Samen met de hengelsportverengingen zal worden verkend hoe
                                    milieubewust gedrag van sportvissers verder kan worden
                                    gestimuleerd, bijvoorbeeld voor het terugdringen van diffuse
                                    verontreiniging met vislood. </al></artikel></sub-paragraaf><sub-paragraaf><kop><label>3.2.3 Natuurontwikkeling</label></kop><structuurtekst><al>De steden en dorpen in de regio worden omarmd door hoogwaardige
                                    natte en droge natuur, en door prachtige (agrarische)
                                    landschappen en vergezichten. Kwaliteiten die we moeten benutten
                                    en koesteren. De achteruitgang in de ontwikkeling van de
                                    biodiversiteit wordt omgebogen in een positieve ontwikkeling. De
                                    natuur- en watersystemen in de gebieden zijn daarom beschermd en
                                    worden verbeterd door deze goed met elkaar te verbinden.</al><al/><al>Er zijn veel verschillende kaders voor natuurdoelen: Europese
                                    richtlijnen als de vogel- en habitatrichtlijn Natura 2000 en de
                                    Kaderrichtlijn Water. Daarnaast is er nog de nationale
                                    ecologische hoofdstructuur en de aanvullende provinciale
                                    hoofdstructuur en natte natuurparels. Al dit natuurbeleid richt
                                    zich op het creëren van goede vestigingscondities in de
                                    kerngebieden en corridors voor migratie van soorten tussen de
                                    kerngebieden, zoals vastgelegd in het natuurbeheerplan van de
                                    provincie. Het maatregelenprogramma dat hiervoor door het
                                    waterschap is opgesteld wordt in deze planperiode voortgezet.
                                    Binnen de komende planperiode wil het waterschap de focus leggen
                                    op de realisatie van gehele trajecten, zodat er daadwerkelijk
                                    vooruitgang op de ecologische waarden kan worden bereikt. </al><al/><al>In 2021 wil het waterschap samen met partners het volgende
                                    bereikt hebben:</al><lijst><li nr="•"><al>Verbetering van de doelrealisatie voor de Kaderrichtlijn
                                            Water:</al><lijst><li nr="-"><al>Een toename van het aantal ecologische
                                                  beoordelingen met minimaal een goede
                                                  toestand.</al></li><li nr="-"><al>Verdere afname van normoverschrijdingen van
                                                  gewasbeschermingsmiddelen en biociden</al></li></lijst></li><li nr="•"><al>Realisatie van 25 verbindingen in de ecologische
                                            hoofdstructuur.</al></li><li nr="•"><al>Realisatie van geschikte omstandigheden (hydrologie en
                                            waterkwaliteit) voor de natuurdoelen voor de landnatuur
                                            met prioriteit voor de natte natuurparels. </al></li><li nr="•"><al>Het realiseren van geschikte hydrologische
                                            omstandigheden voor de natuurdoelen in de Groenblauwe
                                            mantel, dus ook voor natuurwaarden buiten de
                                            natuurgebieden. Een voorbeeld hiervan zijn de
                                            weidevogelgebieden. Deze waarden zijn onlosmakelijk
                                            verbonden met een agrarisch cultuurlandschap, waardoor
                                            het waterbeheer zowel op de agrarische, als op de
                                            natuurwaarden moet zijn afgestemd (waarbij de agrarische
                                            functie het primaire doel blijft).</al></li></lijst></structuurtekst><artikel><kop><label>Verbindingen in de ecologische hoofdstructuur</label></kop><al>In de afgelopen jaren is er veel gewerkt aan lokale kansen om
                                    delen van geplande ecologische verbindingszones te realiseren.
                                    In de komende planperiode wil het waterschap zich richten op het
                                    afronden van gehele trajecten, zodat er een effectieve migratie
                                    van soorten tussen verschillende natuurgebieden kan ontstaan.
                                    Niet langer wordt het aantal kilometer te realiseren ecologische
                                    verbindingszone als uitgangspunt genomen, maar het aantal te
                                    realiseren trajecten die kleine of grote kerngebieden met elkaar
                                    verbinden. In totaal zijn er 82 deeltrajecten vastgesteld in het
                                    natuurbeleid van de provincie. Deze trajecten zijn weergegeven
                                    op kaart 13 ‘Ecologische verbindingszones’. In 2014 was ongeveer
                                    15% van het totaal aantal deeltrajecten volledig ingericht. In
                                    de komende planperiode streeft het waterschap naar ongeveer 45%
                                    deeltrajecten die volledig zijn ingericht. Die realisatie is
                                    onderdeel van het maatregelprogramma voor de Kaderrichtlijn
                                    Water (zie paragraaf 4.4) en gebeurt samen met de
                                    gebiedspartners. </al><al><plaatje><illustratie id="i9e329f40-4a6f-4369-8517-6924d17cd130" naam="i263330i9e329f40-4a6f-4369-8517-6924d17cd130.png" type="foto" breedte="14.6cm" hoogte="3.00cm"/></plaatje></al><al><plaatje><illustratie id="i2818aeb0-7c7c-44fb-b569-1206b2d128ca" naam="i263331i2818aeb0-7c7c-44fb-b569-1206b2d128ca.png" type="foto" breedte="14.7cm" hoogte="10.71cm"/></plaatje></al><al>We zullen niet dogmatisch alleen de geselecteerde deeltrajecten
                                    realiseren. In overleg met partners kan geschoven worden in de
                                    prioriteit van trajecten. Ook initiatieven van derden om
                                    onderdelen van andere trajecten te realiseren, worden zoveel
                                    mogelijk ondersteund. </al></artikel><artikel><kop><label>Verbetering waterkwaliteit in stagnante, geïsoleerde wateren</label></kop><al>De doelen voor de overige wateren die niet als KRW waterlichaam
                                    zijn aangemerkt zijn onderdeel van het Provinciaal Milieu-en
                                    Waterplan 2016-2021. Deze doelen zijn afgeleid conform de
                                    KRW-systematiek. In de uitvoering van de KRW staat de
                                    stroomgebiedbenadering centraal waarbij doelmatige maatregelen
                                    kunnen worden getroffen in het hele stroomgebied van een
                                    waterlichaam, met inbegrip van kleinere bovenlopen. </al><al>Onderdeel van de overige wateren zijn veel vennen en wielen
                                    waaraan de provincie Noord-Brabant de functie ‘waternatuur’
                                    heeft gegeven. </al><al/><al>Ongeveer 40% van de gemeten parameters (periode 2009-2012) heeft
                                    minimaal een goede toestand. De provincie streeft naar een
                                    toename hiervan. Dat gebeurt in samenwerking met de
                                    terreinbeheerders, die veelal het onderhoud uitvoeren in die
                                    gebieden. Het waterschap treedt op in verschillende rollen,
                                    zoals omschreven in de bijlage ‘verantwoordelijkheden in
                                    semi-geïsoleerde wateren’. Om op dit vlak resultaten te halen,
                                    is samenwerking belangrijk. Het initiatief zal veelal moeten
                                    liggen bij de terreinbeheerders; het waterschap heeft vooral een
                                    adviserende rol. Het waterschap zal de samenwerking met de
                                    terreinbeheerders verder intensiveren. In de vorige planperiode
                                    (waterbeheerplan 2010-2015) had het waterschap besloten zelf het
                                    initiatief te nemen voor de verbetering van vennen en wielen in
                                    natte natuurparels, gericht op hydrologisch herstel. Daarbij was
                                    er een hoge ambitie gesteld in het aantal projecten per jaar. In
                                    de praktijk is dit niet haalbaar gebleken. </al><al/><al>In dit waterbeheerplan wordt de strategie van het waterschap
                                    gewijzigd volgens het onderstaande schema. Het tempo (aantal
                                    projecten per jaar) zal lager zijn. Partners zullen eerder
                                    worden verzocht om initiatief te nemen op de gebieden waar ze
                                    een eigen verantwoordelijkheid hebben. De samenwerking met de
                                    partners wordt daarmee wel versterkt. Deze houding van het
                                    waterschap geldt ook voor de optimalisatie van de waterkwaliteit
                                    van stads- en zwemwateren (zie kwaliteit van de openbare
                                    ruimte). </al><al><plaatje><illustratie id="i57b5d00b-984a-4670-843d-d68a6f5b701b" naam="i263332i57b5d00b-984a-4670-843d-d68a6f5b701b.png" type="foto" breedte="14.6cm" hoogte="3.88cm"/></plaatje></al></artikel></sub-paragraaf><sub-paragraaf><kop><label>3.2.4 Economische ontwikkeling </label></kop><structuurtekst><al>Het waterbeheer heeft in belangrijke mate bijgedragen aan de
                                    huidige economische situatie van Midden- en West-Brabant. Er is
                                    dus al heel wat bereikt. Het waterschap streeft in de
                                    planperiode naar een verdere verbetering van vestigingscondities
                                    voor bedrijven door:</al><lijst><li nr="•"><al>Het robuuster maken van het watersysteem. In samenhang
                                            met gebiedsontwikkelingen wordt de capaciteit van het
                                            watersysteem in peilbeheerste gebieden vergroot (betere
                                            aanvoercapaciteit en bergingscapaciteit in
                                            hoofdwaterlopen) zoals gesteld in de krekenvisie (Regio
                                            West Brabant, 2010). </al></li><li nr="•"><al>Het creëren van hydraulische ruimte in de
                                            afvalwaterpersleiding van Moerdijk naar Bath voor de
                                            afvoer van zoute en geconcentreerde afvalwaterstromen,
                                            zoals gesteld in de visie voor de afvalwaterpersleiding
                                            (besluit algemeen bestuur, juni 2014).</al></li><li nr="•"><al>Het optimaliseren van regels, zodat deze een duurzame
                                            ontwikkeling niet in de weg staan. </al></li><li nr="•"><al>De uitbreiding van het aantal samenwerkingsprojecten met
                                            bedrijven en kenniscentra (cocreatie).</al></li><li nr="•"><al>Met de provincie een toekomstvisie voor de vaarwegen
                                            opstellen.</al></li></lijst><al><plaatje><illustratie id="i4da03274-81bc-406f-9a04-78ebdabcf8d1" naam="i263333i4da03274-81bc-406f-9a04-78ebdabcf8d1.png" type="foto" breedte="14.7cm" hoogte="9.72cm"/></plaatje></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Meer buffercapaciteit voor een duurzame landbouw</label></kop><al>Het vergroten van de buffercapaciteit van het watersysteem voor
                                    het bergen van te veel water of het sparen van water voorafgaand
                                    aan droge perioden is van belang voor de landbouwontwikkeling in
                                    het gebied. Vooral als meer boom- of fruittelers zich in het
                                    peilbeheerst gebied willen vestigen is versterking van de
                                    aanvoercapaciteiten gewenst. Juist daarom worden in de
                                    planperiode ook afspraken gemaakt over de wensen en
                                    mogelijkheden voor een goede zoetwatervoorziening in droge
                                    tijden voor de huidige en toekomstige gebruikers (gelet op de
                                    gewenste ontwikkelingen van gemeenten en provincie). Daarbij
                                    gaat het ook over het beter benutten van de buffercapaciteit van
                                    de ondergrond, met name op de hoge zandgronden.</al></artikel><artikel><kop><label>Optimale regels</label></kop><al>In 2015 is de nieuwe keur met bijbehorende regels vastgesteld.
                                    Daarmee is het doel uit het vorige beheerplan gerealiseerd:
                                    vermindering van het aantal regels. Ook in de komende
                                    planperiode blijft het waterschap scherp letten op de
                                    toegevoegde waarde van de eigen regelgeving, of die van andere
                                    overheden. De nieuwe maatschappelijke en technologische
                                    ontwikkelingen leiden telkens tot nieuwe inzichten.</al><al/><al>Het waterschap is blij met initiatieven van bedrijven om zelf
                                    water te zuiveren. Dit geeft aan dat ze een eigen
                                    verantwoordelijkheid nemen voor de zuivering van afvalwater en
                                    mogelijk ook reststromen kunnen benutten. Het waterschap gaat
                                    daarom graag in gesprek om te kijken welke opties het meest
                                    maatschappelijk rendement opleveren, nu en in de toekomst. Als
                                    bedrijven zelf willen zuiveren, moeten we voorkomen dat er een
                                    reststroom van afvalwater overblijft die enerzijds te vuil is
                                    voor lozing in het watersysteem en anderzijds te schoon is in
                                    vergelijking met normaal huishoudelijk afvalwater. Het
                                    waterschap vindt dat eventuele reststromen schoon genoeg moeten
                                    zijn om op het oppervlaktewater te kunnen lozen, zonder dat
                                    hierbij de oppervlaktewaterkwaliteit meetbaar verslechterd.</al></artikel><artikel><kop><label>Cocreatie</label></kop><al>Het waterschap kan de taakuitvoering zo organiseren dat het een
                                    verbinder is tussen bedrijven, andere overheden en
                                    kennisinstellingen. Het waterschap is een kennispartner in
                                    watertechnologie, en ook een partner in de keten van productie
                                    tot afval (zie paragraaf 3.3.1 Circulaire economie). Bovendien
                                    is het waterschap partner in het regionale netwerk ‘Biobased
                                    Delta’ voor het benutten van kansen voor de biobased economy.
                                    Innovaties zijn van enorme waarde om internationale allure te
                                    behouden. Het waterschap kan een toegevoegde waarde leveren door
                                    de markt juist op te zoeken om de innovatiebehoefte te
                                    bespreken. </al></artikel><artikel><kop><label>Toekomstvisie voor de vaarwegen</label></kop><al>De provincie en het waterschap zullen samen met gemeenten een
                                    toekomstvisie op het vaarwegbeheer formuleren. De vraag is dan:
                                    hoe kan het vaarwegbeheer een duurzame ontwikkeling
                                    ondersteunen? Op het traject van de Mark richting Breda blijkt
                                    de vaarweg geschikt voor een grotere scheepvaartklasse dan nu is
                                    toegestaan. De spoorbrug bij Zevenbergen vormt daarbij nog een
                                    knelpunt. Een integrale analyse zal uitwijzen of het wenselijk
                                    is om dit watersysteem geschikt te maken voor grotere schepen.
                                </al></artikel></sub-paragraaf></paragraaf><paragraaf><kop><label>3.3 Maatschappelijk verantwoord en vernieuwend</label></kop><structuurtekst><al>We leven in een tijd met veel nieuwe technische mogelijkheden. Die
                                mogelijkheden zorgen weer voor maatschappelijke verschuivingen. Ook
                                het waterschap moet zich op tijd aanpassen aan de snel veranderende
                                omgeving. We kijken vooruit naar 2030 en 2050 en bedenken van
                                daaruit wat we nu al in gang moeten zetten. Voor dit waterbeheerplan
                                zijn vier thema’s benoemd: circulaire economie, duurzame energie,
                                verbonden met de maatschappij en gezondheid.</al><al><plaatje><illustratie id="i09a99dc3-dbdc-4e0a-babc-07370b05caa8" naam="i263467i09a99dc3-dbdc-4e0a-babc-07370b05caa8.png" type="foto" breedte="14.5cm" hoogte="2.43cm"/></plaatje></al><al>Het waterschap geeft in deze paragraaf aan waarop het in de
                                planperiode zal investeren om op de langere termijn tot winsten te
                                komen op het gebied van mens, milieu en economie. </al></structuurtekst><sub-paragraaf><kop><label>3.3.1 Circulaire economie</label></kop><structuurtekst><al>Afval bestaat op termijn niet meer. Alles is grondstof. We zien
                                    nu al dat steeds meer afval opnieuw wordt gebruikt. Soms in
                                    laagwaardige toepassingen, soms in hoogwaardige toepassingen.
                                    Met het afvalwater heeft het waterschap het beheer over
                                    belangrijke grondstoffen, die geld kunnen opleveren. De
                                    ontwikkelingen in de circulaire economie volgen elkaar in hoog
                                    tempo op. Onderlinge afstemming tussen partners is dan
                                    belangrijk. Het waterschap participeert daarom in diverse
                                    netwerken en zoekt daarin de samenwerking met relevante
                                    partners.</al><al/><al><vet>Wat wil het waterschap in 2021 bereikt hebben?</vet></al><lijst><li nr="•"><al>Een substantiële toename van terugwinning van
                                            grondstoffen (meer stoffen dan alleen de
                                            fosfaatterugwinning uit slib).</al></li><li nr="•"><al>Een bedrijfsvoering gericht op optimale kringlopen van
                                            stoffen, gelet op de technische en financiële
                                            mogelijkheden.</al></li><li nr="•"><al>Geconcentreerder afvalwater op de
                                            rioolwaterzuiveringsinstallaties tijdens droge perioden
                                            en tijdens natte perioden.</al></li></lijst></structuurtekst><artikel><kop><label>Terugwinning schaarse grondstoffen</label></kop><al>Het waterschap heeft in 2012 de ambitie geformuleerd om in 2020
                                    het fosfaat uit rioolslib maximaal terug te winnen (bij de
                                    Slibverbranding Noord-Brabant). Ook de mogelijkheden op
                                    terugwinning van andere stoffen zijn verkend en er komen steeds
                                    meer kansrijke stoffen in beeld die in hoogwaardige toepassingen
                                    gebruikt kunnen worden. Het gaat dan bijvoorbeeld om de
                                    productie van bioplastics uit slib, en de productie van eiwitten
                                    door eendenkroos op het afvalwater te laten groeien. Op termijn
                                    kunnen mogelijk ook metalen uit het slib kosteneffectief worden
                                    teruggewonnen. Daarom heeft het waterschap de ambitie verbreed
                                    naar een toename van terugwinning van diverse grondstoffen. Dit
                                    doel zal met de actualisatie van de innovatieagenda nader worden
                                    geconcretiseerd. </al><al><plaatje><illustratie id="i89875785-b4c2-4e70-a421-004638da9559" naam="i263334i89875785-b4c2-4e70-a421-004638da9559.png" type="foto" breedte="14.6cm" hoogte="6.03cm"/></plaatje></al></artikel><artikel><kop><label>Kringlopen</label></kop><al>Aanvullend op de terugwinning van schaarse grondstoffen wil het
                                    waterschap ook voor andere stoffen een kringloopsluiting
                                    nastreven. De optimale, haalbare kringlopen zijn afhankelijk van
                                    de technische mogelijkheden en het maatschappelijk draagvlak. In
                                    2013 is het waterschap bijvoorbeeld gestart met proeven om het
                                    maaisel van slootonderhoud van de grote waterlopen aan te bieden
                                    aan boeren om in het land te verwerken. Dit maaisel werd
                                    voorheen naar de compostering gebracht. De kringloop van het
                                    maaisel wordt met deze proef dus korter. Met de toename van het
                                    aantal vergistingsinstallaties van (landbouw)bedrijven liggen er
                                    ook kansen om het maaisel te vergisten. Dan kan er lokaal
                                    energie mee worden opgewekt. </al><al/><al>Ook in de landbouwsector heeft het beperken van verspilling de
                                    aandacht. Hierbij snijdt het mes aan twee kanten: door
                                    terugwinning van stoffen uit reststromen is er minder inkoop
                                    nodig en wordt de belasting naar het milieu verder verkleind.
                                    Nieuwe technologieën zullen ook op dit gebied vooruitgang
                                    bieden. </al><al/><al>Nu richt het waterschap zich vooral op de centrale zuiveringen
                                    met veel afvalwater. Dit is voor verwerking van diverse stoffen
                                    een goede strategie. Op termijn kunnen ook decentrale
                                    behandelingstechnieken van specifieke afvalwaterstromen
                                    interessant blijken. Decentrale behandeling van huishoudelijk
                                    afvalwater in de kernen van bijvoorbeeld Moerdijk, Klundert of
                                    Zevenbergen kan interessant zijn. Daardoor wordt de
                                    afvalwaterstroom met specifieke stoffen van industriële
                                    toepassingen op de afvalwaterpersleiding van Moerdijk naar de
                                    zuivering in Bath meer geconcentreerd. Zo kunnen decentrale en
                                    centrale behandeling van afvalwater elkaar versterken. </al></artikel><artikel><kop><label>Geconcentreerder afvalwater</label></kop><al>Geconcentreerd afvalwater is effectiever te zuiveren en biedt
                                    betere kansen om stoffen terug te winnen. Het waterschap voert
                                    al langer het beleid om lozing van minder geconcentreerde
                                    afvalwaterstromen te beperken (doelmatigheidseisen). Voor de
                                    circulaire economie is dit basisprincipe nog belangrijker. Dit
                                    geldt zowel in droge perioden als in natte perioden. </al><al/><al>Tot nu toe is de beleidsontwikkeling gebaseerd op schattingen
                                    van aangesloten verharde oppervlakken en pompcapaciteiten.
                                    Belangrijk is om meer naar het gewenst effect te gaan kijken. De
                                    trend kan worden gemeten met twee indicatoren:</al><lijst><li nr="1.)"><al>de droogweerafvoer per inwoner equivalent en </al></li><li nr="2.)"><al>de totale hoeveelheid aangevoerd water gemiddeld over de
                                            laatste drie jaren.</al></li></lijst><al>Op beide vlakken streeft het waterschap in de planperiode naar
                                    een dalende trend. In de planperiode zal het waterschap samen
                                    met gemeenten een concretere doelstelling formuleren, op basis
                                    van een nadere analyse van de gegevens.</al><al/><al>De gewenste dalende trend kan het waterschap niet alleen
                                    bereiken. Er is actie nodig van gemeenten, bewoners en
                                    bedrijven. De ambitie voor het scheiden van waterstromen wordt
                                    al gedeeld met de gemeenten in het verbreed
                                    afvalwaterketenbeleid, dat samen met de gemeenten in het
                                    werkgebied is vormgegeven.</al><al><plaatje><illustratie id="i977dcce9-c2e9-42c6-994e-8ddc1f7f58c4" naam="i263336i977dcce9-c2e9-42c6-994e-8ddc1f7f58c4.png" type="foto" breedte="14.7cm" hoogte="5.86cm"/></plaatje></al><al><plaatje><illustratie id="ia0ea2edd-319d-4a17-a7e1-f9c96c65fa71" naam="i263335ia0ea2edd-319d-4a17-a7e1-f9c96c65fa71.png" type="foto" breedte="14.6cm" hoogte="7.26cm"/></plaatje></al></artikel></sub-paragraaf><sub-paragraaf><kop><label>3.3.2 Duurzame energie</label></kop><structuurtekst><al>Om onze ambities waar te maken op het vlak van duurzame
                                    energievoorziening en reductie van broeikasgassen blijft het
                                    waterschap doorgaan op de ingeslagen weg. Het gaat dan om de
                                    afspraken die de Unie van Waterschappen met het Rijk heeft
                                    gemaakt (‘klimaatakkoord’) om in 2020:</al><lijst><li nr="•"><al>de CO2-uitstoot met 30% te verminderen (ten opzichte van
                                            1990), door: </al><lijst><li nr="-"><al>30% efficiënter om te gaan met energie </al></li><li nr="-"><al>en door maatregelen te nemen voor reductie van
                                                  CO2-uitstoot door vervoer (streven is 10% ten
                                                  opzichte van 2012).</al></li></lijst></li><li nr="•"><al>40% van onze energiebehoefte zelf te voorzien via
                                            duurzame, hernieuwbare energiebronnen (eigen productie).
                                        </al></li></lijst><al/><al>Met de geplande investeringen en de innovatieagenda voor
                                    zuiveringsbeheer wil het waterschap de huidige doelstelling van
                                    40% energiewinning in 2020 behalen (zie ook de grafiek over
                                    eigen energiewinning). </al><al/><al>Om innovaties op dit gebied te blijven stimuleren, zoekt het
                                    waterschap een nieuwe horizon. In 2014 en 2015 worden er
                                    internationale onderhandelingen gevoerd om nieuwe doelstellingen
                                    te formuleren voor 2030. Het waterschap streeft daarbij
                                    naar:</al><lijst><li nr="•"><al>50% eigen energiewinning</al></li><li nr="•"><al>40% CO2-reductie ten opzichte van 2005 (conform het
                                            streven van de Europese Unie).</al></li></lijst><al/><al>Deze doelstellingen voor 2020 en 2030 maken ook onderdeel uit
                                    van de ambities van het Brabants Energieakkoord. Via de
                                    Noord-Brabantse Waterschapsbond participeert het waterschap in
                                    de uitvoering van dit akkoord.</al><al/><al>In hoofdstuk 5 staat beschreven hoe het waterschap aan deze
                                    doelen werkt. De grootste inspanningen liggen daarbij op het
                                    gebied van zuiveringsbeheer (paragraaf 4.5). </al><al><plaatje><illustratie id="iae7cc647-6bbb-4a9e-a899-06d9ae42e0a1" naam="i263337iae7cc647-6bbb-4a9e-a899-06d9ae42e0a1.png" type="foto" breedte="14.7cm" hoogte="4.54cm"/></plaatje></al><al>Het thema energie raakt diverse maatschappelijke ontwikkelingen.
                                    Zo kan er bij bedrijven of bewonersverenigingen behoefte
                                    ontstaan om terreinen van het waterschap te benutten voor
                                    energieopwekking. Het waterschap staat open voor dergelijke
                                    initiatieven. Zo wordt met een bedrijf nagegaan wat de
                                    mogelijkheden zijn om energie te bufferen door wind- of
                                    zonne-energie tijdelijk om te zetten in gas of warmte. </al></structuurtekst></sub-paragraaf><sub-paragraaf><kop><label>3.3.3 Verbonden met de maatschappij</label></kop><structuurtekst><al>De maatschappelijke context is dynamisch. Dit leidt tot nieuwe
                                    inzichten over en wensen voor het waterbeheer. Het waterbeheer
                                    wordt enerzijds afgestemd op de behoeften vanuit de
                                    maatschappij: de watergebruikers. Daarbij gaat het om de
                                    collectieve behoeften en niet om individuele wensen. Het
                                    waterschap geeft anderzijds ook aan wat anderen wel of niet
                                    kunnen doen, gelet op de bescherming van de collectieve
                                    voorzieningen. Het waterschap geeft een stem aan datgene wat van
                                    maatschappelijke waarde is, maar zelf geen eigen stem heeft. Het
                                    waterschap stimuleert ook dat watergebruikers zelf actief
                                    bijdragen aan een duurzaam waterbeheer. </al><al/><al>Het waterbeheer is interactief verbonden met de maatschappij.
                                    Dat blijkt wel uit de diverse samenwerkingsverbanden en
                                    gezamenlijke plannen in de regio. Toch heeft het waterschap van
                                    oudsher de neiging om vooral anderen te vertellen hoe het moet,
                                    vanuit een wat specialistisch blikveld: het waterbeheer. Dat kan
                                    anders, namelijk meer vanuit maatschappelijke
                                    ontwikkelingswensen en meer vanuit een </al><al>gezamenlijke verantwoordelijkheid. Daar werken we aan waarbij
                                    het waterschap initiatieven vanuit de maatschappij wil
                                    stimuleren. Dit noemen we ook wel sociale innovatie. Vanuit het
                                    perspectief van het waterschap klinkt het misschien paradoxaal:
                                    er is meer te bereiken met en voor water door de partnerdialoog
                                    niet primair te starten vanuit de waterdoelen.</al><al/><al><vet>Het waterschap streeft in de planperiode naar</vet>:</al><lijst><li nr="•"><al>Een houding die meer gericht is op interactie,
                                            partnerdialoog en burgerinitiatief.</al></li><li nr="•"><al>Watergebruikers bewust maken van hun eigen
                                            handelingsperspectief.</al></li></lijst><al/><al><plaatje><illustratie id="i17f5df88-e667-4be9-8cd5-86e660da1cde" naam="i263338i17f5df88-e667-4be9-8cd5-86e660da1cde.png" type="foto" breedte="14.6cm" hoogte="9.34cm"/></plaatje></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Interactie met watergebruikers </label></kop><al>De interactie tussen het waterschap en watergebruikers kan op
                                    diverse gebieden worden vergroot:</al><lijst><li nr="•"><al>Nog meer samenwerkingsprojecten met het bedrijfsleven.
                                            Zowel de Nederlandse landbouw- als watersector zijn van
                                            internationale betekenis. Het waterschap kan als
                                            springplank dienen voor bedrijven om contacten in het
                                            buitenland aan te gaan. Door contact te leggen met
                                            buitenlandse overheden kan het waterschap deuren openen
                                            die anders gesloten zouden blijven. Tevens kan het
                                            waterschap in de eigen regio experimenteerruimte bieden,
                                            zodat bedrijven vernieuwende concepten kunnen uitwerken,
                                            die later internationaal kunnen worden toegepast.</al></li><li nr="•"><al>Het aansluiten op de toekomstige informatiebehoefte van
                                            vernieuwende landbouwbedrijven (delen van informatie en
                                            kennis over het watersysteem).</al></li><li nr="•"><al>Watergebruikers, zoals boeren of vissers, stimuleren om
                                            gegevens te delen over het functioneren van het
                                            watersysteem en de riolering (meer dan alleen klachten
                                            doorgeven).</al></li><li nr="•"><al>Beheer van kunstwerken door derden (zelfzorg) waarbij de
                                            bediening in goed overleg met het waterschap wordt
                                            uitgevoerd (blijvend contact).</al></li><li nr="•"><al>Burgerparticipatie in gebiedsgerichte
                                            uitvoeringsprojecten en omgekeerd ook participatie van
                                            het waterschap in bredere gebiedsprocessen.</al></li><li nr="•"><al>Andere maatschappelijke financieringsmodellen:
                                            investeerders zoeken die graag projecten meefinancieren
                                            vanwege de maatschappelijke meerwaarde.</al></li></lijst><al><plaatje><illustratie id="ifae5b9e7-2910-4d03-8259-7eee78ef69ed" naam="i263339ifae5b9e7-2910-4d03-8259-7eee78ef69ed.png" type="foto" breedte="14.6cm" hoogte="11.85cm"/></plaatje></al><al>Tijdens de totstandkoming van dit waterbeheerplan heeft het
                                    waterschap nadrukkelijk de dialoog opgezocht met partners in het
                                    watersysteembeheer en in de afvalwaterketen. De innovatieagenda
                                    voor zuiveringsbeheer die in 2014 is vastgesteld door het
                                    algemeen bestuur is mede ingekleurd door het bedrijfsleven. Die
                                    lijn wil het waterschap in de planperiode doorzetten.</al><al/><al>Vanuit een lange traditie is het waterschap sterk in het
                                    opstellen en uitvoeren van eigen plannen. Hierin is een
                                    verschuiving zichtbaar: het waterschap maakt steeds meer bewuste
                                    afwegingen over verschillende typen samenwerkingsvormen.
                                    Bijgaand ‘kwadrantenschema’ helpt om de verschillen tussen de
                                    aanpak van projecten of processen bespreekbaar te maken. En om
                                    per situatie een bewuste keuze te maken.</al><al><plaatje><illustratie id="id6466c3f-a11d-496e-a429-640518344535" naam="i263340id6466c3f-a11d-496e-a429-640518344535.png" type="foto" breedte="14.6cm" hoogte="8.53cm"/></plaatje></al></artikel><artikel><kop><label>Waterbewuste gebruikers</label></kop><al>Volgens het OESO-rapport ‘Water governance in the Netherlands:
                                    fit for the future?’ is het waterbewustzijn in Nederland laag
                                    (OESO, maart 2014). Weinig mensen weten waar het water van de
                                    straatkolk naartoe gaat. Vaak heeft men geen idee hoe men anders
                                    kan omgaan regenwaterafvoer als bijdrage aan het verminderen van
                                    wateroverlast op straat. Ook de risico’s op wateroverlast of
                                    kansen op overstroming van laaggelegen gebieden zijn veelal
                                    onbekend. Dit ondermijnt op termijn het draagvlak voor
                                    waterbeheer en de unieke rollen die waterschappen hierin spelen.
                                    De waterschappen hebben burgers en bedrijven altijd ontzorgd.
                                    Daardoor heeft men nooit voldoende inzicht kunnen krijgen in de
                                    gevolgen van het eigen handelen op het waterbeheer. In de
                                    komende planperiode wil het waterschap het waterbewustzijn van
                                    burgers en bedrijven stimuleren. Nadruk hierbij zal liggen op de
                                    eigen handelingsperspectieven in de zorg voor een gezonde en
                                    veilige leefomgeving. </al><al><plaatje><illustratie id="iaf6bb73a-bca6-4c52-b89f-8717f9b2182e" naam="i263341iaf6bb73a-bca6-4c52-b89f-8717f9b2182e.png" type="foto" breedte="14.3cm" hoogte="8.53cm"/></plaatje></al></artikel><artikel><kop><label>Wat betekent dat concreet? Hier volgen een paar voorbeelden:</label></kop><lijst><li nr="•"><al>Inwoners en bedrijven hebben zich preventief voorbereid
                                            op overstromingen.</al></li><li nr="•"><al>Ondernemers weten welke risico’s ze lopen met
                                            kapitaalintensieve teelten bij vestiging in natte
                                            gebieden.</al></li><li nr="•"><al>Agrariërs die met conserveringsstuwen en/of
                                            peilgestuurde drainage het water in de haarvaten meer
                                            vasthouden. </al></li><li nr="•"><al>Inwoners weten dat het water van de straatkolk niet meer
                                            naar de riolering gaat, maar rechtstreeks naar de sloot
                                            of het grondwater. Ze sparen ook zelf regenwater voor
                                            gebruik in droge tijden.</al></li><li nr="•"><al>Bedrijven benutten regenwater en voeren bijvoorbeeld
                                            geen industriële schoonmaakdoeken, via het vuilwater
                                            af.</al></li><li nr="•"><al>Artsen en producenten hebben kennis over de
                                            milieu-impact van medicijnresten die via menselijke
                                            urine en ontlasting worden verspreid.</al></li></lijst><al><plaatje><illustratie id="i491054c3-44ef-45c7-9197-0722be4fe274" naam="i263342i491054c3-44ef-45c7-9197-0722be4fe274.png" type="foto" breedte="14.5cm" hoogte="8.32cm"/></plaatje></al></artikel></sub-paragraaf><sub-paragraaf><kop><label>3.3.4 Gezondheid</label></kop><structuurtekst><al>De inzameling en verwerking van rioolwater is ooit begonnen
                                    vanwege problemen met ziektes in de stad en stinkend en
                                    zuurstofloos oppervlaktewater. De zorg voor volksgezondheid ligt
                                    daarmee ook ten grondslag aan onze zuiveringstaak. Met de
                                    opkomende vergrijzing en het toenemende medicijngebruik voor
                                    mensen en dieren is er een nieuw gezondheidsprobleem in
                                    aantocht: medicijnresten en antibiotica-resistentie van
                                    bacteriën.</al><al/><al>Medicijnen zoals Diclofenac, Carbamazepine, Metopropol,
                                    Ibuprofen en Aspirine zijn al aangetroffen in het stroomgebied
                                    van de Maas. Een deel hiervan is afkomstig van het effluent van
                                    rioolwaterzuiveringen. Ook antibiotica komen via de urine van
                                    mensen in het rioolwater terecht. Het rioolwater wordt weliswaar
                                    schoongemaakt met bacteriën, maar deze halen de antibiotica niet
                                    uit het water. Integendeel, ze kunnen er resistent voor worden.
                                    Mogelijk kunnen de waterzuiveringsinstallaties daarmee een rol
                                    spelen in de ontwikkeling van resistente bacteriën in de vrij
                                    natuur die vervolgens ziekten bij mensen en dieren kunnen
                                    veroorzaken. Voor onze volksgezondheid is dit een ongewenste
                                    ontwikkeling. </al><al/><al>Deze nieuwe problematiek van medicijnresten en
                                    antibioticaresistentie moet hoe dan ook aangepakt worden.
                                    Hierbij is het lastig te bepalen wie wat zou moeten doen. Het is
                                    een typisch ketenprobleem. Van medicijnproducent tot aan de
                                    producent van schoon drinkwater; ieder heeft zijn rol in de
                                    keten. En hoewel iedereen het probleem onderkent, durft niemand
                                    de hete aardappel op te pakken. Zeker omdat voor deze stoffen
                                    wettelijke normen ontbreken en er geen studies zijn die
                                    langetermijneffecten en de effecten van
                                    geneesmiddelencombinaties voorspellen. Bovendien is er nog maar
                                    beperkte aandacht voor preventie. </al><al/><al>Het waterschap wil in de planperiode meer duidelijkheid
                                    verkrijgen over zowel de ernst van het probleem, als meer
                                    inzicht in mogelijke oplossingen (inclusief preventie) waarvoor
                                    maatschappelijk draagvlak bestaat. Het waterschap werkt daarbij
                                    via drie sporen:</al><lijst><li nr="•"><al>Meedenken en meewerken aan landelijke
                                            onderzoeksprogramma’s (o.a. Schone Maaswaterketen)</al></li><li nr="•"><al>Op lokaal niveau participeren in ketenoplossingen en
                                            onderzoek (o.a. Pharmafilter Amphiaziekenhuis,
                                            NHTV)</al></li><li nr="•"><al>Op lokaal niveau participeren in ontwikkeling van end of
                                            pipe oplossingen (o.a. toepassing poeder actieve kool op
                                            rwzi’s).</al></li></lijst><al>Tevens wil het waterschap met het Rijk en andere partners de
                                    mogelijkheden onderzoeken of we de kosten voor zuiveren van
                                    ongewenste stoffen in het afvalwater (zoals microplastics en
                                    medicijnresten) kunnen verhalen op veroorzakers zoals de
                                    farmaceutische industrie.</al></structuurtekst></sub-paragraaf></paragraaf><paragraaf><kop><label>3.4 Effectief en efficiënt</label></kop><structuurtekst><al>Het waterschap wil effectief en efficiënt zijn in de uitvoering van
                                zijn kerntaken en streeft daarom naar de laagste lasten voor burgers
                                en bedrijven met daarbij een goede kwaliteit in de taakuitoefening
                                en dienstverlening waarbij de kwetsbaarheid beperkt is. </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Kosteneffectiviteit</label></kop><structuurtekst><al>In de afgelopen periode is het waterschap al sterk vooruit gegaan
                                als het gaat om de kosteneffectiviteit van de taakuitoefening. Op
                                diverse punten is bezuinigd, zonder dat dit ten koste is gegaan van
                                de kwaliteit in de uitvoering van taken. Soms leidt een
                                kosteneffectieve oplossing tot verschuiving van kosten tussen
                                partners. Dan is het nodig om de totale lasten voor burgers en
                                bedrijfsleven in de besluitvorming explicieter in overweging te
                                nemen. </al><al>Bij de uitvoering van de wettelijke kerntaken willen we ruimte geven
                                aan initiatieven en samenwerkingsverbanden van individuele burgers,
                                bedrijven en organisaties. We zoeken samen naar mogelijkheden om de
                                uitvoering van onze wettelijke taken te combineren met taken en
                                wensen van anderen; de zogenoemde meekoppelkansen voor bijvoorbeeld
                                natuur en recreatie. We zien veel mogelijkheden om functies slim te
                                combineren. Randvoorwaarde daarbij is dat initiatieven van partners
                                niet strijdig zijn met de kerntaken van het waterschap en niet
                                leiden tot hogere waterschapsbelastingen dan het geval zou zijn
                                zonder combinaties met plannen van derden. We zoeken daarbij naar
                                kansen voor versnelling door (Europese) subsidieverwerving en door
                                particulier initiatief te stimuleren.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Kwaliteit </label></kop><structuurtekst><al>Een goede kwaliteit van ons werk uit zich in tevreden
                                watergebruikers en partners. Daarbij kan er best met enkele
                                gebruikers discussie zijn over de keuzes die in een lokale situatie
                                gemaakt zijn. Het waterschap dient tenslotte het algemene belang van
                                de meerderheid van watergebruikers. </al><al/><al>Het waterbeheer staat in dienst van de maatschappij. Dienstverlening
                                is dus belangrijk. Het waterschap ondersteunt de visie op
                                dienstverlening, die in 2012 door de Unie van Waterschappen is
                                ontwikkeld. De visie over de verbeterde dienstverlening steunt op
                                vier pijlers:</al><lijst><li nr="•"><al>Open communicatie</al></li><li nr="•"><al>Actieve samenwerking</al></li><li nr="•"><al>Servicegerichte houding</al></li><li nr="•"><al>Efficiënte gegevenshuishouding</al></li></lijst><al/><al>Op basis van deze visie werken Brabantse Delta, Aa en Maas en De
                                Dommel samen aan een model om de dienstverlening van de Brabantse
                                waterschappen naar een hoger niveau te tillen. We werken aan
                                een</al><al>model waarin de klant centraal staat en waar aandacht is voor de
                                servicegerichte houding van medewerkers.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Kwetsbaarheid</label></kop><structuurtekst><al>Het waterschap streeft naar een robuust beheer van de keten en het
                                systeem. Daarmee wordt de kwetsbaarheid tegen verstoringen
                                verminderd (zie paragraaf 3.2.1). Het is ook belangrijk dat de
                                organisatie niet kwetsbaar wordt. Daarom hebben we personeel nodig
                                met de juiste vakkennis en kennis van het functioneren van het
                                watersysteem en de waterketen. Vanwege de aard van het
                                waterschapswerk zijn de competenties duidelijkheid, samenwerken en
                                klantgerichtheid als kerncompetentie van alle medewerkers
                                benoemd.</al></structuurtekst><sub-paragraaf><kop><label>3.4.1 Samenwerking met partners</label></kop><structuurtekst><al>Het waterschap werkt met veel partners samen. In feite doet het
                                    waterschap nooit iets alleen. Onze regio maakt deel uit van de
                                    provincie Noord-Brabant en van BrabantStad. Sociaal-economisch
                                    en maatschappelijk tekent zich echter een nieuwe ordening af,
                                    waardoor West-Brabant steeds meer op de Noordzuid-as is
                                    georiënteerd. Daarom zijn de Stadsregio Rotterdam, Drechtsteden,
                                    Zeeland, Vlaanderen en Antwerpen steeds belangrijkere
                                    samenwerkingspartners. In de komende planperiode zal deze
                                    samenwerking nog verder toenemen. Het bestuur stelt in de
                                    Kadernota 2015-2025 het volgende over samenwerking:</al><al><plaatje><illustratie id="ie44141e4-346f-472b-854f-657db7202e02" naam="i263343ie44141e4-346f-472b-854f-657db7202e02.png" type="foto" breedte="14.6cm" hoogte="3.09cm"/></plaatje></al><al>Onder ‘kwaliteit’ kan worden verstaan: het leveren van een
                                    maatschappelijke toegevoegde waarde. De basis van de
                                    samenwerking blijft voor het waterschap altijd liggen in de
                                    eigen beheertaken. Wat kan het waterschap met het eigen beheer
                                    doen om een maatschappelijke toegevoegde waarde te leveren?
                                    Aanvullend stellen wij de vraag wat partnerorganisaties,
                                    ondernemers en burgers kunnen bijdragen aan de beheertaken van
                                    het waterschap.</al><al/><al><vet>Samenwerking is de basis voor ons werk en daarom ook een
                                        kerncompetentie voor onze medewerkers. We werken samen,
                                        omdat we apart slechts één onderdeel vormen van het
                                        geheel</vet>:</al><lijst><li nr="•"><al>De zuiveringstechnische werken van het waterschap vormen
                                            een onderdeel van de gehele afvalwaterketen.</al></li><li nr="•"><al>De verwerking van afvalstoffen is slechts een onderdeel
                                            van de gehele productieketen.</al></li><li nr="•"><al>Het watersysteem is slechts één van de onderdelen uit
                                            het milieubeheer (bodem, water en lucht).</al></li><li nr="•"><al>Het stroomgebied binnen het werkgebied van waterschap
                                            Brabantse Delta vormt een deel van de internationale
                                            stroomgebieden Maas en Schelde. We kiezen ook de
                                            optimale schaalgrootte om zaken samen met andere
                                            beheerders op te pakken:</al><lijst><li nr="-"><al>Lokaal: samenwerking met gemeenten</al></li><li nr="-"><al>Regionaal: samenwerking met Brabantse
                                                  waterschappen en Rijkswaterstaat</al></li><li nr="-"><al>Nationaal: samenwerking via de Unie van
                                                  Waterschappen en met ministeries.</al></li><li nr="-"><al>Internationaal: de uitvoering van
                                                  grensoverschrijdende projecten met Vlaamse
                                                  partners</al></li></lijst></li><li nr="•"><al>Kennis over goed waterbeheer willen we met elkaar delen:
                                            wat wij hier doen kan elders in de wereld nuttig zijn en
                                            andersom. Door de kracht van de overheid, de ondernemers
                                            en de kennisinstellingen te bundelen kan er meer bereikt
                                            worden: 1+1+1 = 4</al></li></lijst><al><plaatje><illustratie id="iba1259e3-40b3-432f-9adc-b6c711e9e7d7" naam="i263344iba1259e3-40b3-432f-9adc-b6c711e9e7d7.png" type="foto" breedte="14.3cm" hoogte="8.87cm"/></plaatje></al><al>De watersysteemdoelstellingen voor de stroomgebieden van
                                    Mark-Dintel-Vliet, Aa of Weerijs, Merkske, Strijbeekse Beek, de
                                    Molenbeek en het Vennencomplex Groote Meer kunnen niet
                                    (volledig) gerealiseerd worden zonder samenwerking met Vlaamse
                                    partners (waaronder de Vlaamse Milieumaatschappij en de
                                    provincie Antwerpen). In samenwerkingsovereenkomsten worden
                                    afspraken vastgelegd over doelen, maatregelen, monitoring,
                                    (muskus-)rattenbestrijding, onderhoud (inclusief
                                    exotenbestrijding) onderzoek en water-gerelateerde calamiteiten.
                                    Ook verkent het waterschap samen met de Vlaamse partners continu
                                    kansen voor Europese subsidies.</al><al/><al>Als gevolg van de afspraken in het Nationaal Bestuursakkoord
                                    Water (NBW, 2011) is tijdens de afgelopen periode sterk ingezet
                                    op samenwerking in de afvalwaterketen. Ook de samenwerking in
                                    gebieden (regionaal en grensoverschrijdend) is versterkt. </al><al/><al><vet>De ambities zijn schematisch weergegeven</vet>: </al><lijst><li nr="•"><al>De intensieve samenwerking in de afvalwaterketen wordt
                                            voortgezet. Uit het Bestuursakkoord Water volgt de
                                            opgave om in de afvalwaterketen een doelmatigheidswinst
                                            te behalen die landelijk oploopt tot € 380 miljoen per
                                            jaar in 2020.</al></li><li nr="•"><al>Met het oog op terugwinning van grondstoffen zal de
                                            samenwerking in de productieketen toenemen. </al></li><li nr="•"><al>Door de forse opgaven voor de aanpak van regionale en
                                            primaire keringen (paragraaf 3.1.1) en de noodzakelijke
                                            gebiedspecifieke uitwerking van de afspraken uit het
                                            Deltaprogramma, krijgt de samenwerking met
                                            gebiedspartners een verdere impuls. Het resultaat
                                            hiervan is: meer gezamenlijke plannen,
                                            uitvoeringsprojecten en onderhoudswerk (passend binnen
                                            de wettelijke kaders). </al></li><li nr="•"><al>Op het gebied van kennis en innovatie zal de
                                            samenwerking tussen ondernemers, overheid en
                                            onderzoeksinstellingen (en onderwijs) worden versterkt.
                                            Daarnaast zal ook meer worden ingezet op kennisdeling
                                            (en etaleren van mooie resultaten). </al></li><li nr="•"><al>Het waterbeheer wordt steeds meer als onderdeel van het
                                            milieubeheer (lucht, water en bodem) beschouwd. Dit
                                            krijgt in de planperiode een impuls met de vaststelling
                                            van de Omgevingswet. </al></li></lijst><al><plaatje><illustratie id="i34572d35-b1be-4042-bd6d-7acf59826cb5" naam="i263345i34572d35-b1be-4042-bd6d-7acf59826cb5.png" type="foto" breedte="14.7cm" hoogte="5.96cm"/></plaatje></al><al>Er ligt echter wel een ondergrens aan het uitbesteden van werk.
                                    Het waterschap wil calamiteiten van enige omvang snel en
                                    vakkundig kunnen afhandelen. Daarop is de grootte van het
                                    personeelsbestand van mensen in de technische, uitvoerende
                                    diensten gebaseerd. </al></structuurtekst></sub-paragraaf><sub-paragraaf><kop><label>3.4.2 Partner in crisisbeheersing</label></kop><structuurtekst><al>De waterschappen in Nederland willen in de periode tot 2020
                                    groeien van een calamiteitenbestrijder naar een partner in
                                    crisisbeheersing. In 2020 vormen de waterschappen een
                                    (veer)krachtig partnerschap in crisisbeheersing. Zowel in de
                                    voorbereiding als in de feitelijke bestrijding van crises. De
                                    waterschappen zetten in de samenwerking met hun crisispartners
                                    graag de volgende stap naar verdere professionalisering.
                                    Succesfactoren daarbij zijn kwaliteit, efficiëntie, uniformeren,
                                    elkaar kennen, erkennen en begrijpen. Om dit te bereiken zijn
                                    diverse subdoelen voor 2020 vastgesteld: </al><lijst><li nr="•"><al>Risico- en crisiscommunicatie behoren tot de
                                            kerncompetenties van de waterschappen.</al></li><li nr="•"><al>Waterschappen hebben uniforme crisisorganisaties en
                                            gelijke crisisplannen.</al></li><li nr="•"><al>Waterschappen hebben vakbekwame
                                            sleutelfunctionarissen.</al></li><li nr="•"><al>Elk waterschap deelt informatie volgens de Netcentrische
                                            Werkwijze.</al></li><li nr="•"><al>Er is een collectieve aanschaf en inzet van
                                            middelen.</al></li><li nr="•"><al>Er is een kennisbank, een kennisnetwerk en een
                                            kennispool. </al></li><li nr="•"><al>Waterschappen voldoen aan de vastgestelde
                                            kwaliteitscriteria.</al></li></lijst><al>Waterschap Brabantse Delta onderschrijft deze gezamenlijke
                                    doelen.</al></structuurtekst><artikel><kop><label>Uniformiteit en netcentrisch werken</label></kop><al>Uniformiteit is een voorwaarde om daadwerkelijk veerkrachtig te
                                    zijn en succesvol te kunnen samenwerken met netwerkpartners.
                                    Bijvoorbeeld in werkwijzen en –methoden, (crisis)plannen en
                                    -organisaties, crisismanagementprocessen, informatievoorziening
                                    en opleiden, trainen en oefenen. Waar mogelijk werken alle
                                    waterschappen uniform volgens de gedachte van het netcentrisch
                                    werken. Zij ontwikkelen één uniforme basismethode en ontsluiten
                                    en delen een gezamenlijk waterbeeld met de crisispartners. Dit
                                    netcentrisch werken is als volgt omschreven:</al><al/><al>“Een op ieder willekeurig moment, voor alle betrokkenen
                                    (multidisciplinair), beschikbaar (operationeel) totaalbeeld,
                                    centraal ontsloten. Op basis van dat beeld geven alle
                                    betrokkenen de eigen beeld-, oordeel- en besluitvorming verder
                                    vorm.” </al><al/><al>Cruciaal hierbij is dat betrokken ambtenaren en bestuurders bij
                                    de netcentrische werkwijze zich bewust zijn van hun handelen.
                                    Informatie die zij netcentrisch delen is direct zichtbaar voor
                                    de eigen organisatie, maar ook voor netwerkpartners. Er zijn dan
                                    geen tussenlagen meer die de informatie beoordelen en
                                    doorsturen. Deze manier van werken wordt ook ontwikkeld voor de
                                    bediening van kunstwerken in het dagelijks waterbeheer (zie
                                    paragraaf 4.4).</al></artikel></sub-paragraaf><sub-paragraaf><kop><label>3.4.3 Assetmanagement</label></kop><structuurtekst><al>Met assetmanagement verbeteren we het beheer van onze
                                    bezittingen. Voorbeelden van assets zijn zuiveringsinstallaties,
                                    gemalen, keringen, transportleidingen, stuwen, sluizen en
                                    duikers. Ook waterlopen, waterbergingsgebieden en ecologische
                                    verbindingszones zijn assets. Assetmanagement moet ervoor zorgen
                                    we de risico’s beheersen (zie paragraaf 3.1) volgens de
                                    vastgestelde afspraken en dat de doelen voor de ontwikkeling van
                                    het systeem gehaald worden (zoals beschreven in paragraaf 3.2 en
                                    3.3). Als afzonderlijke assets tijdelijk minder goed
                                    functioneren, is dat minder relevant zolang de werking van het
                                    systeem door de overige assets nog geborgd blijft. </al><al/><al>Het waterschap past deze methodiek toe bij de inventarisatie en
                                    beoordeling van risico's, de keuze van voorkeurvarianten in
                                    projecten en bij de prioritering van investeringen. In
                                    hoofdlijnen komt de assetmanagementmethodiek neer op:</al><lijst><li nr="•"><al>Levenscyclus denken en handelen;</al></li><li nr="•"><al>Focus op de prestaties van het gehele systeem, in plaats
                                            van afzonderlijke objecten.</al></li><li nr="•"><al>Toetsing op bijdrage aan bedrijfswaarden;</al></li><li nr="•"><al>Risicobeoordeling en scenariobenadering.</al></li></lijst><al/><al>In de planperiode wil het waterschap:</al><lijst><li nr="•"><al>Werken volgens de methodiek van assetmanagement</al></li><li nr="•"><al>Het informatiemanagement van de assets op orde hebben.
                                            De juiste gegevens zijn vastgelegd en wijzigingen zijn
                                            binnen afgesproken termijnen verwerkt. Juist in de
                                            dynamiek van het watersysteembeheer is dit een grote
                                            uitdaging.</al></li><li nr="•"><al>Het onderhoud aan waterlopen en ecologische
                                            verbindingszones op een kosteneffectieve wijze
                                            uitvoeren.</al></li></lijst><al/></structuurtekst></sub-paragraaf></paragraaf><paragraaf><kop><label>Informatiemanagement op orde</label></kop><structuurtekst><al>Voor een goed assetmanagement is het belangrijk dat de informatie
                                over de assets goed op orde is. Het gaat dan om gegevens als:</al><lijst><li nr="•"><al>Identificatie: Wat is het? Waar is het?</al></li><li nr="•"><al>Conditie: Hoe staat het erbij?</al></li><li nr="•"><al>Prestatie: Wat doet het? Wat heeft het in het verleden
                                        gedaan? Wat had het moeten doen?</al></li><li nr="•"><al>Geld: Wat mag het leveren van de prestatie kosten?</al></li></lijst><al/><al>Bij de zuiveringstechnische werken (zuiveringsinstallaties, pompen
                                en transportleidingen) worden veranderingen aan de assets veelal
                                alleen uitgevoerd in opdracht van het waterschap. In het
                                watersysteem en bij keringen worden ook veel veranderingen door
                                derden aangebracht. Belangrijke veranderingen worden via
                                vergunningen of maatwerkvoorschriften bij algemene regels
                                gereguleerd. Het actueel houden van de gegevens over de assets is
                                voor de komende planperiode een belangrijk aandachtspunt.</al></structuurtekst><artikel><kop><label>Kosteneffectief onderhoud</label></kop><al>Het waterschap is en blijft beheerder van de keringen (dijken), het
                                oppervlaktewater (kwantiteit en kwaliteit) en de
                                zuiveringstechnische werken. Het vastleggen van prestatie-eisen van
                                objecten leidt tot een bepaald onderhoudsregime, dat door het
                                waterschap of derden wordt uitgevoerd. Prestatie-eisen gaan over de
                                beschikbaarheid van voorzieningen, de acceptabele faalkansen en over
                                de toegevoegde waarde (zoals cultuurhistorie en ecologie)
                                ervan.</al><al/><al>In verschillende werkeenheden kijken waterschap en gemeenten waar er
                                kostenvoordelen mogelijk zijn in het onderhoud van de openbare
                                ruimte en in beheer en onderhoud van de afvalwaterketen. </al></artikel><artikel><kop><label>Integraal beheer bij 1 organisatie</label></kop><al>Voor enkele situaties worden met andere waterbeheerders afspraken
                                gemaakt over de overdracht van beheertaken. Dit heeft als doel om
                                het integraal beheer bij één organisatie te houden. Zo wordt het
                                beheer van de keringen langs het Markkanaal overgedragen van
                                Rijkswaterstaat naar het waterschap, omdat het waterschap ook
                                beheerder is het oppervlaktewatersysteem.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>4. Uitvoeringsstrategie</label></kop><structuurtekst><al>In dit hoofdstuk wordt aangegeven hoe het waterschap invulling geeft aan
                            de verschillende integrale doelen (zie hoofdstuk 4). Deze
                            uitvoeringsstrategie wordt jaarlijks met de Kadernota geactualiseerd. Zo
                            kan het waterschap flexibel blijven inspelen op actuele ontwikkelingen,
                            zonder de doelen uit het oog te verliezen. De uitvoeringsstrategie in
                            dit plan is gericht op de primaire processen voor het beheer van
                            watersysteem en waterketen. De opbouw is gelijk aan de programma’s uit
                            de Kadernota. Alleen de ondersteunende programma’s heffing en
                            invordering en bestuur en externe communicatie zijn in dit plan niet
                            nader toegelicht. Deze zijn namelijk geen onderdeel van de scope van het
                            waterbeheerplan.</al><al/><al>In de uitvoeringsstrategie voor het beheer van het watersysteem maken we
                            onderscheid in: verbetermaatregelen (inrichting), onderhoud en beheer.
                            Deze thema’s komen in de komende paragrafen regelmatig terug.</al><al/><al>Voor alle programma’s geld de volgende strategie: Bij investeringen
                            wordt gekeken naar de kosten tijdens de gehele levenscyclus (Life Time
                            Cycle). Zo worden de totale kosten van aanleg, onderhoud en beheer
                            integraal beschouwd. Weten wat de staat en toestand is van de
                            bezittingen van het waterschap (assets) staat of valt met het
                            beschikbaar hebben van de juiste informatie en de werkprocessen om die
                            informatie ook actueel te houden. De basis moet op orde zijn. Dit is in
                            de komende planperiode een belangrijk aandachtspunt.</al></structuurtekst><paragraaf><kop><label>4.1 Kostenoverzicht per programma</label></kop><structuurtekst><al>Het bestuur wil de lastenstijging en tariefontwikkeling zo gematigd
                                mogelijk laten verlopen. Daarom ligt de focus voor het bestuur op de
                                kerntaken. Het waterschap wil zijn tarieven met niet meer dan 2,5%
                                per jaar plus inflatie laten stijgen. Dit sluit goed aan op de
                                oproep van de Tweede Kamer tot een gematigde lastenontwikkeling. De
                                Kadernota brengt daarom de lastenstijging voor specifieke
                                voorbeeldcategorieën in beeld. </al><al/><al>Het waterschap bespaart kosten door effectief samen te werken met
                                andere partners. De uitvoeringsstrategie is voor diverse
                                inrichtingsprojecten gebaseerd op cofinanciering door andere
                                partners: </al><lijst><li nr="•"><al>De eigen bijdrage van het waterschap voor de verbetering van
                                        primaire keringen is 10%. De overige 90% wordt vanuit het
                                        landelijke fonds voor primaire keringen betaald. Alle
                                        waterschappen hebben hierin een bijdrage, onafhankelijk van
                                        de eigen keringen. Zo wordt invulling gegeven aan het
                                        gelijkheidsbeginsel in Nederland rondom waterveiligheid.
                                    </al></li><li nr="•"><al>De eigen bijdrage voor het op norm brengen van de regionale
                                        keringen is 100%. Het Rijk financiert de extra maatregelen
                                        die nodig zijn voor de waterberging op het
                                        Volkerak-Zoommeer. </al></li><li nr="•"><al>Er is rekening gehouden met 50% cofinanciering voor de
                                        inrichtingsmaatregelen van ecologische verbindingszones,
                                        beek- en kreekherstel, het opheffen van
                                        vismigratieknelpunten en het herstel van natte
                                        natuurparels.</al></li><li nr="•"><al>Er is afgesproken dat de provincie de baggerwerkzaamheden en
                                        overige werkzaamheden aan vaarwegen voor 50% financiert. Het
                                        aandeel van 50% van het waterschap is gericht op het
                                        watersysteembeheer van deze vaarwegen. </al></li><li nr="•"><al>Voor innovatieve maatregelen worden subsidies aangevraagd
                                        (gemiddeld 50% cofinanciering).</al></li></lijst><al>De indicatieve kosten van het waterschap zijn per programma
                                weergegeven in de volgende grafiek. Deze kostenraming wordt
                                jaarlijks geactualiseerd met de Kadernota waarbij de programmering
                                van maatregelen door het bestuur kan worden bijgesteld.</al><al><plaatje><illustratie id="i9332738d-9c27-498d-8a53-a8a08b4f5f6c" naam="i263346i9332738d-9c27-498d-8a53-a8a08b4f5f6c.png" type="foto" breedte="14.5cm" hoogte="6.84cm"/></plaatje></al><al>In bijgaande tabel staan de indicatieve tarieven voor de periode
                                2016-2021. Deze zijn gebaseerd op de kostentoedeling die het
                                algemeen bestuur in december 2013 heeft vastgesteld. Hierbij zijn
                                onder andere ‘de vervuiler betaalt’ en de ‘gebruiker betaalt’
                                belangrijke principes. Op grond van de Waterschapswet dient het
                                waterschap de kostentoedelingsverordening één keer in de vijf jaar
                                geheel te herzien op basis van een breed kostentoedelingsonderzoek.
                                In de planperiode zal de kostentoedelingsverordening dus opnieuw
                                worden herzien. </al><al><plaatje><illustratie id="i4f3524d5-b3f1-4b4b-a615-a30de8332677" naam="i263347i4f3524d5-b3f1-4b4b-a615-a30de8332677.png" type="foto" breedte="15.5cm" hoogte="9.82cm"/></plaatje></al><al>De tabel ‘Indicatie nettolasten en heffing per taak’ laat zien dat
                                de tarieven en heffingen de komende jaren stijgen. Deze stijging
                                wordt mede veroorzaakt door de noodzakelijke verbetering van de
                                waterkeringen. Daarbij kunnen er geen egalisatiereserves meer worden
                                ingezet op de lastenstijging te temperen. Het waterschap blijft zich
                                inspannen om de tariefontwikkeling de komende jaren verder te
                                matigen en deze voorziene stijging af te vlakken. Na 2020 is de
                                stijging volgens het huidige meerjarenperspectief weer
                                gematigder.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>4.2 Integrale planvorming</label></kop><structuurtekst><al>In de vorige planperiode is de integrale uitvoering van maatregelen
                                opgepakt op basis van de uitgevoerde integrale gebiedsanalyses.
                                Inmiddels is de basis van die analyses vernieuwd: er zijn nieuwe
                                modelberekeningen uitgevoerd voor de toetsing van regionale
                                wateroverlast en voor het nieuwe beregeningsbeleid uit grondwater.
                                Ook is er voortgang geboekt met de uitvoering van
                                inrichtingsmaatregelen voor natuurontwikkeling. In de praktijk wordt
                                het uitvoeringswerk soms nog sectoraal opgepakt. Zo wordt er bij het
                                herstel van natte natuurparels bijvoorbeeld niet gekeken hoe het
                                peilbeheer in het gehele deelstroomgebied beter kan. Die behoefte
                                aan een meer integrale gebiedsaanpak leeft zowel bij het waterschap
                                als bij de gebiedspartners. </al><al/><al>Het waterschap wil daarom samen met gebiedspartners
                                watergebiedsprogramma’s voor (deel-)stroomgebieden gaan opstellen.
                                Omdat dit niet voor alle negentien (deel-)stroomgebieden tegelijk
                                zal lukken, is er een prioritering gemaakt op basis van de grootte
                                van de maatschappelijke risico’s per thema. Ook is gekeken waar
                                ontwikkelkansen voor een duurzamere leefomgeving liggen. Omdat dit
                                een nieuwe manier van werken betreft zal eerst ervaring worden
                                opgebouwd met het ontwikkelen van een doelmatige aanpak in een
                                eerste (deel-)stroomgebied. Een geclusterde aanpak van een aantal
                                (deel-)stroomgebieden behoort hierbij tot de mogelijkheden. Maatwerk
                                voor (clusters van) (deel-)stroomgebieden is hierbij
                                belangrijk.</al><al><plaatje><illustratie id="i8a4a8d1a-feee-4496-9cc5-c9df3c94bab6" naam="i263348i8a4a8d1a-feee-4496-9cc5-c9df3c94bab6.png" type="foto" breedte="15.1cm" hoogte="10.08cm"/></plaatje></al><al>De achtergronden bij deze prioriteiten worden per gebied toegelicht
                                in de bijlage gebiedsspecifieke aandachtspunten. De kaarten met
                                prioriteiten per thema (wateroverlast, peilbeheer, ecologie en
                                waterveiligheid) zijn opgenomen in de kaartenbijlage van dit
                                plan.</al><al><plaatje><illustratie id="i8dfd2791-708f-4d77-8567-f54b6693a506" naam="i263349i8dfd2791-708f-4d77-8567-f54b6693a506.png" type="foto" breedte="14.7cm" hoogte="5.43cm"/></plaatje></al><al>In essentie is watergebiedsprogrammering geen eenmalige actie, maar
                                een continu proces om de ambities en doelstellingen van het
                                waterbeheerplan ter vertalen naar gebiedsgerichte afspraken. Het
                                gaat dan feitelijk om het gebiedsgericht verder zetten van de
                                partnerdialoog in een voortdurende zoektocht naar meekoppelkansen
                                van wateropgaven met ruimtelijke trends en ontwikkelingen en
                                maatschappelijke trends en initiatieven. Kaartbeelden zullen hierbij
                                een belangrijke rol spelen. Inzet van het waterschap is om de
                                maatschappelijke betrokkenheid bij de uitvoering van inrichtings- en
                                beheermaatregelen te vergroten. </al><al>Het waterschap voorziet dat een watergebiedsprogramma in beginsel
                                nader uitwerkingskaders biedt voor: </al><lijst><li nr="•"><al>Afspraken over maatregelen over het peilbeheer. We zullen
                                        peilenplannen voor alle gebieden opstellen (niet alleen een
                                        actualisatie voor de peilbeheerste gebieden). De
                                        peilenplannen worden voor peilbeheerste gebieden verankerd
                                        in de actualisatie van de betreffende peilbesluiten. Met
                                        deze afspraken geven we invulling aan:</al><lijst><li nr="-"><al>afspraken die gemaakt zijn met de maatschappelijke
                                                partners in de Intentieovereenkomst beregenen uit
                                                grondwater (d.d. 31 januari 2014). </al></li><li nr="-"><al>afspraken over het vastleggen van het
                                                voorzieningenniveau conform de Deltabeslissing voor
                                                zoet watervoorziening en afspraken in het kader van
                                                Deltaplan hoge zandgronden. </al></li></lijst></li><li nr="•"><al>Onderbouwing van de doelen die we op het gebied van ecologie
                                        verwachten te halen, op basis van de maatregelen die we
                                        samen met partners tot en met 2027 zullen gaan uitvoeren.
                                        Dit is nodig voor de Europese Kaderrichtlijn Water.</al></li><li nr="•"><al>Kansen voor maatregelen om het systeem robuust te maken,
                                        gelet op de klimaatscenario’s voor 2050. </al></li><li nr="•"><al>Afspraken over de uitvoering van specifieke maatregelen in
                                        het kader van waterveiligheid, wateroverlast, droogte en
                                        ecologie (KRW) en combinaties met andere maatschappelijk
                                        relevante projecten (wie doet wat en wanneer).</al></li></lijst><al/><al>Op het gebied van planvorming is er in de planperiode speciale
                                aandacht voor:</al><lijst><li nr="•"><al>grensoverschrijdende samenwerking. Met Vlaamse partners
                                        worden er stroomgebiedsvisies opgesteld en/of afspraken
                                        gemaakt over de uitvoering van taken in de
                                        grensoverschrijdende wateren zoals de Mark, de Aa of
                                        Weerijs, de Molenbeek, het Merkske, de Strijbeekse beek en
                                        het Vennencomplex Groote Meer;</al></li><li nr="•"><al>meer samenwerking tussen ondernemers, overheden en
                                        onderwijsinstellingen.</al></li><li nr="•"><al>samenwerking met de landbouwsector voor gebiedsgerichte
                                        uitwerking van het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer
                                        (DAW)</al></li><li nr="•"><al>kennisontwikkeling over het functioneren van het
                                        watersysteem, de evaluatie van de effecten van maatregelen
                                        (zie hoofdstuk 5) en de evaluatie (en eventuele bijstelling)
                                        van het beleid.</al></li><li nr="•"><al>de uitvoering van nieuwe toetsingen op basis van actuele
                                        normen. De algemene regels en maatwerkvoorschriften voor
                                        zuiveringsinstallaties zullen in de planperiode worden
                                        geactualiseerd. De regels voor de toetsing wateroverlast in
                                        de provinciale verordening worden bijgesteld op basis van de
                                        resultaten van de toetsing uit 2014. </al></li><li nr="•"><al>advies aan gemeenten hoe invulling te geven aan afspraken
                                        over stedelijke klimaatadaptatie, zoals vastgelegd in het
                                        nationale Deltaprogramma. Het waterschap kijkt daarbij ook
                                        samen met gemeenten naar de gewenste gebruiksfuncties van
                                        het water en de concretisering van de functionele eisen die
                                        dan aan het waterbeheer worden gesteld. Daarbij zullen niet
                                        alle wensen werkelijkheid kunnen worden.</al></li><li nr="•"><al>operationeel beleid. We willen het beleid compleet en
                                        actueel houden in verband met de ontwikkelingen in het
                                        gebied en in regelgeving. Het gaat dan om de beleidsregels,
                                        leggers, peilbesluiten, calamiteitenplannen en
                                        dergelijke.</al></li><li nr="•"><al>advies aan terreinbeheerders (zoals gemeenten en
                                        natuurbeheerders). Hoe worden gewenste doelen bereikt voor
                                        stagnante wateren die niet in onderhoud van het waterschap
                                        zijn? Het kan dan gaan over zwemwateren, over vennen of over
                                        stadswateren. </al></li><li nr="•"><al>samen met partners invulling geven aan de noodzakelijke
                                        voorlichting en educatiemateriaal om het waterbewust gedrag
                                        van burgers en bedrijven te stimuleren (zie ook paragraaf
                                        4.7)</al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>4.3 Beheer van waterkeringen</label></kop><artikel><kop><label>Inrichting</label></kop><al>De resultaten van de derde toetsing leiden tot verbetering van de
                                primaire keringen. Die verbetering vindt plaats tijdens vier
                                projecten van het Hoogwater Beschermingsprogramma in de periode tot
                                en met 2028. De herstelmaatregelen die in de planperiode worden
                                uitgevoerd zijn weergegeven op de kaart ‘maatregelen primaire
                                keringen’. Het meest urgente project (Geertruidenberg en Amertak)
                                verkeert nu in de verkenningsfase. Naar verwachting wordt deze fase
                                medio 2017 afgerond. Het waterschap zal met de noodzakelijke
                                verbetermaatregelen uit de derde toetsingsronde zo goed mogelijk
                                rekening houden met de nieuwe normen, die voor de vierde
                                toetsingsronde worden ontwikkeld. Door de meest recente inzichten
                                voor de nieuwe normering mee te nemen, voorkomen we zoveel mogelijk
                                dat een aangepast traject bij een volgende toetsingsronde opnieuw
                                afgekeurd zal worden. </al><al/><al>Daarnaast worden de primaire keringen langs het Volkerak-Zoommeer
                                aangepast aan de waterberging. Dit gebeurt in het kader van de
                                Ruimte voor de Rivier-maatregel Waterberging Volkerak-Zoommeer. Dit
                                project is eind 2015 grotendeels afgerond. De nazorgfase zal in 2016
                                worden afgerond. Het waterschap heeft het voornemen om het beheer
                                van de dijk langs de westelijke oever van het Drongelens Kanaal over
                                te nemen van Rijkswaterstaat. Daarmee samenhangend is ook de
                                verbetering van deze kering, in opdracht van Rijkswaterstaat,
                                voorzien voor deze planperiode.</al><al/><al>De verbetering van de regionale keringen (aanpassing aan nieuwe norm
                                en maatregelen voor de waterberging VZM) vindt plaats in de periode
                                tot en met 2023. Daarbij gaat het om de aanpassing aan de nieuwe
                                provinciale norm (beschermingsniveau 1/100 jaar in plaats van 1/50
                                jaar) en om de aanpassing van de regionale keringen aan de effecten
                                van de maatregel waterberging Volkerak-Zoommeer. Samen met de
                                gebiedspartners zal het waterschap nog een specifieke planning
                                uitwerken. In de periode tot en met 2016 wordt een aantal
                                waterkerende kunstwerken in de regionale keringen hersteld en wordt
                                in het regionaal stelsel een aantal beheersmaatregelen getroffen om
                                risico’s op wateroverlast vanwege de waterberging VZM te beperken.
                                De verbetering van de regionale keringen langs het Markkanaal zal
                                vermoedelijk ook in de planperiode worden uitgevoerd. Deze keringen
                                zijn nu nog in beheer bij Rijkswaterstaat Zuid-Nederland, maar
                                Rijkswaterstaat en het waterschap zijn voornemens het beheer hiervan
                                over te dragen aan het waterschap nadat verbetermaatregelen zijn
                                uitgevoerd. </al><al><plaatje><illustratie id="i927f3e3f-c0ea-48ad-a81c-7516f0c2b67e" naam="i263350i927f3e3f-c0ea-48ad-a81c-7516f0c2b67e.png" type="foto" breedte="14cm" hoogte="9.64cm"/></plaatje></al><al><plaatje><illustratie id="if0d2caec-31be-4287-90cc-07fd9ac26f8d" naam="i263351if0d2caec-31be-4287-90cc-07fd9ac26f8d.png" type="foto" breedte="14.7cm" hoogte="5.46cm"/></plaatje></al></artikel><artikel><kop><label>Beheer</label></kop><al>Naast vergunningverlening en handhaving (zie paragraaf 4.6) zijn het
                                keringenbeheer de volgende acties nodig:</al><lijst><li nr="•"><al>Het toetsen van de primaire, regionale en overige
                                        keringen.</al></li><li nr="•"><al>Verwerving van de eigendommen van primaire keringen. </al></li><li nr="•"><al>Uitwerking van de wijze waarop het waterschap omgaat met de
                                        zorgplicht voor de waterkeringen. </al></li><li nr="•"><al>Bestrijding van muskusratten met zo min mogelijk
                                        dierenleed</al></li><li nr="•"><al>Het versterken van de relatie met gebruikers van en bewoners
                                        langs dijken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Zorgplicht</label></kop><al>De zorgplicht vereist dat het waterschap beschikt over een
                                Inspectieplan, waarin is aangegeven hoe de keringen worden
                                geïnspecteerd. In de voorbereiding van de Vierde Toetsing (uit te
                                voeren in 2018) worden bijvoorbeeld de Niet-Waterkerende Objecten op
                                onze primaire keringen geïnventariseerd, zoals bomen, huizen en
                                tuinen. Het doel is om de impact op de veiligheidssituatie van de
                                keringen te bepalen en na te gaan óf en hoe het object vergund
                                is.</al><al><plaatje><illustratie id="ia6dd794e-965a-4806-9eaa-1d9ddd631fbc" naam="i263352ia6dd794e-965a-4806-9eaa-1d9ddd631fbc.png" type="foto" breedte="14.6cm" hoogte="7.17cm"/></plaatje></al></artikel><artikel><kop><label>Muskusrattenbestrijding</label></kop><al>Het waterschap werkt mee aan een landelijk, wetenschappelijk
                                onderzoek om na te gaan of de bestrijding van muskusratten
                                gerichter, efficiënter en met minder dierenleed kan. In het
                                buitengebied van Dinteloord wordt in een periode van drie jaar
                                onderzocht hoe de muskusrattenpopulatie zich ontwikkelt wanneer
                                muskusratten alleen worden bestreden op voor de veiligheid
                                belangrijke locaties, zoals dijken, kaden en taluds. Tegelijkertijd
                                onderzoeken de muskusrattenbestrijders het effect van deze aanpak op
                                de overige oevers in het gebied. Dat gebeurt door de ontwikkelingen
                                in het gebied nauwgezet te monitoren, zoals de eventuele groei van
                                de populatie en schade. Bij de uitvoering van dit onderzoek staat de
                                bescherming van het betreffende gebied voorop. Dat betekent dat het
                                waterschap goed in de gaten houdt wat er gebeurt. Eventuele schade
                                in het onderzoeksgebied wordt zo snel mogelijk in beeld gebracht en
                                in overleg met de eigenaar gerepareerd.</al></artikel><artikel><kop><label>Relatie met gebruikers en bewoners versterken</label></kop><al>Wat dijken zulke specifieke beheerobjecten maakt, is dat ze vaak
                                intensief gebruikt worden. Er lopen wegen over, er staan huizen met
                                tuinen langs, vaak lopen er wegen overheen en er groeien bomen op.
                                Aan de andere kant vervullen de dijken een veiligheidsfunctie. Dat
                                kan bijten en vraagt om begrip voor de veiligheidsfunctie bij die
                                gebruikers. Een communicatiestrategie die specifiek gericht is op
                                het leggen en onderhouden van de relatie met die gebruikers is
                                daarom belangrijk. Hiervoor wordt een communicatiestrategie
                                opgesteld en uitgevoerd. Het is goed wanneer de keringen diverse
                                maatschappelijke functies vervullen, zolang het hoofddoel:
                                ‘veiligheid tegen overstromingen binnen de vastgestelde risico’s’
                                maar gewaarborgd blijft.</al></artikel><artikel><kop><label>Onderhoud</label></kop><al>Het waterschap voert het onderhoud uit conform het algemeen
                                onderhoudsplan voor waterlopen en waterkeringen. Het waterschap wil
                                in principe twee typen maaibeheer toepassen: natuurtechnisch en
                                aangepast agrarisch beheer. Bij aangepast agrarisch beheer vindt
                                naast maaibeheer ook begrazing door schapen plaats. In sommige
                                gevallen past het waterschap bij bebouwing gazonbeheer toe. Het
                                waterschap gebruikt vrijwel geen chemische bestrijdingsmiddelen bij
                                het onderhoud van de keringen. </al><al>Het waterschap voert een proef uit naar de impact van beweiding door
                                schapen op de functie van de primaire keringen en specifiek op de
                                kwaliteit van de grasmat van de kering. De grasmat is een essentieel
                                onderdeel van de bescherming van de kering. Het doel is na te gaan
                                wat wél en niet acceptabel is met betrekking tot beweiden van
                                schapen.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>4.4 Watersysteembeheer</label></kop><artikel><kop><label>Inrichting en verbetering</label></kop><al>Het waterschap kiest waar mogelijk voor oplossingen die zoveel
                                mogelijk aansluiten bij en gebruikmaken van natuurlijke
                                omstandigheden (bouwen met de natuur). Denk dan bijvoorbeeld aan het
                                gebruik van dood hout in de beek in plaats van beton en stortstenen.
                                Als dit vanwege veiligheidsredenen of kostentechnische redenen niet
                                kan, neemt het waterschap technische maatregelen. </al><al/><al><vet>Kaderrichtlijn Water (KRW)</vet></al><al>De waterkwaliteitsnormen voor het Nederlandse oppervlakte- en
                                grondwater zijn grotendeels vastgelegd in nationale wet- en
                                regelgeving. De ecologische doelstellingen voor de
                                KRW-oppervlaktewaterlichamen in het beheergebied van het waterschap
                                zijn vastgelegd in het Provinciaal Milieu- en Waterplan van
                                Noord-Brabant. Nederland rapporteert over de KRW doelen en
                                maatregelen aan de Europese Commissie door middel van de zogeheten
                                stroomgebiedbeheerplannen. Voor Brabantse Delta gaat het dan om de
                                stroomgebiedbeheerplannen van Maas en Schelde. Zie kaart 4 voor een
                                overzicht van de KRW-oppervlaktewaterlichamen in het beheergebied
                                van Brabantse Delta. Op het landelijke waterkwaliteitsportaal van
                                het Informatiehuis Water zijn de gegevens over doelen,
                                waterkwaliteit en maatregelen per waterlichaam bijeengebracht in een
                                zogeheten ‘factsheet’ (<extref doc="www.waterkwaliteitsportaal.nl" struct="INTERNET">www.waterkwaliteitsportaal.nl</extref> in het
                                menu ‘rapportages’).</al><al/><al>Het waterschap is verplicht om zijn KRW-maatregelen op te nemen in
                                het waterbeheerplan. Een belangrijk deel van de maatregelen om de
                                KRW-doelstellingen voor ecologie en waterkwaliteit te halen bestaat
                                uit inrichtings- en verbetermaatregelen. Deze worden waar mogelijk
                                gecombineerd met maatregelen voor vermindering van de risico’s op
                                wateroverlast en -tekort. In 2009 heeft het waterschap bij de
                                Europese Commissie een KRW-maatregelenpakket opgegeven voor de
                                eerste termijn (2010-2015). Dit is realistisch gebleken. Het totale
                                volume aan te (her-)inrichten gebied (in kilometers en hectares) is
                                voor het hele beheergebied gerealiseerd. Daarbij zijn er wel
                                (toegestane) verschuivingen opgetreden in de verdeling over de
                                waterlichamen en type maatregelen. </al><al>Tabel 1 toont de verdeling van de geplande KRW-maatregelen over de
                                tweede termijn (2016-2021) en derde termijn (2022-2027). Voor de
                                tweede termijn (dit waterbeheerplan) is de indicatieve
                                maatregelopgave per waterlichaam gebaseerd op de prioriteiten voor
                                de verschillende gebieden. Bij de verdeling over de twee perioden is
                                uitgegaan van een evenwichtige verdeling van de investeringskosten,
                                waarbij de passendheid in de meerjarenbegroting (Kadernota) een
                                belangrijke randvoorwaarde vormt. Zie bijlage 3 voor een
                                detailoverzicht per KRW-waterlichaam. De maatregelen worden
                                gerapporteerd in kilometers en ha gebied wat is aangepakt. De
                                uitvoering van deze maatregelen is gericht op het realiseren van de
                                doelen (= gewenste effecten) zoals geformuleerd in paragraaf
                                3.2.3.</al><al><plaatje><illustratie id="i0b797f1e-f6db-44ea-b2b4-fc169090ee7b" naam="i263353i0b797f1e-f6db-44ea-b2b4-fc169090ee7b.png" type="foto" breedte="14.7cm" hoogte="6.34cm"/></plaatje></al><al>Nederland heeft met de Europese Commissie en de andere Europese
                                lidstaten afgesproken gebruik te maken van de
                                KRW-uitzonderingsbepaling voor een gefaseerde realisatie van
                                maatregelen in drie termijnen. Inzet hierbij is dat uiterlijk in
                                2027 de doelen voor de waterlichamen zijn gerealiseerd. Volledige
                                doelrealisatie in 2015 zou immers tot disproportionele
                                maatschappelijke kosten hebben geleid. In Nederland is de afspraak
                                gemaakt dat we voor aanvang van de derde termijn (uiterlijk in 2021)
                                een besluit zullen nemen over het bijstellen van het
                                KRW-maatregelpakket voor de derde termijn en het al dan niet
                                aanpassen van de ecologische KRW-doelstellingen. Ter voorbereiding
                                zal het waterschap in deze planperiode onderzoek uitvoeren naar
                                haalbare en betaalbare KRW-doelen en maatregelen (de zogeheten
                                watersysteemanalyses; zie ook paragraaf 4.2 over integrale
                                planvorming).</al><al/><al>Waterschappen, Rijkswaterstaat, provincies en gemeenten nemen
                                gebiedsgerichte maatregelen om de toestand van waterlichamen te
                                verbeteren, in aanvulling op het landelijke beleid (KRW-artikel 11,
                                lid 4). Vaak zijn KRW-maatregelen onderdeel van projecten die
                                meerdere doelen dienen en ook gezamenlijk worden gefinancierd. Zo
                                kan in het kader van gebiedsontwikkeling een hermeandering van een
                                beek samengaan met de aanleg van een vistrap, een
                                waterretentiegebied en een fietspad. Meekoppelen met andere
                                wateropgaven, natuur, recreatie en cultuurhistorie (ofwel: de
                                integrale projectaanpak) is de regel. Omwonenden worden vaak nauw
                                betrokken bij de uitvoering. Private partijen doen soms actief mee
                                in de totstandkoming van een project. Dit zijn belangrijke
                                voorwaarden voor kosteneffectiviteit en draagvlak. Tegelijk brengt
                                de gezamenlijke financiering een risico met zich mee. Als één van de
                                partners een toezegging niet kan nakomen, kan een deel of het hele
                                project soms niet worden uitgevoerd conform eerdere toezeggingen.
                                Voor de KRW-maatregelen die het waterschap laat opnemen in de
                                nationale KRW-stroomgebiedsbeheerplannen voor Maas en Schelde geldt
                                daarom het volgende voorbehoud: </al><al><plaatje><illustratie id="ib34a047f-b2f2-47ae-808b-7cf262620389" naam="i263354ib34a047f-b2f2-47ae-808b-7cf262620389.png" type="foto" breedte="14.6cm" hoogte="8.89cm"/></plaatje></al><al>De inrichtingsmaatregelen van de grensoverschrijdende beken, zoals
                                het Merkske, de Mark, de Strijbeekse Beek en de Molenbeek bij
                                Roosendaal worden afgestemd met de Vlaamse partners. De afspraken
                                over onderhoud van de grensoverschrijdende en grensvormende
                                waterlopen (zoals vastgelegd in de samenwerkingsovereenkomst uit
                                2008), worden voortgezet en indien nodig geactualiseerd. </al><al/><al>Het waterschap wil ook kansen benutten om braakliggende terreinen
                                (van het waterschap of van anderen) een tijdelijk bestemming te
                                geven voor de doelen van het waterbeheer. Denk bijvoorbeeld aan een
                                tijdelijke waterberging, in afwachting van uitvoering van een ander
                                project.</al><al/><al>In de planperiode zet het waterschap ook extra in op
                                waterconservering en peilopzet in agrarische gebieden. Hiermee
                                willen we de aanvulling van grondwater stimuleren, zodat er
                                voldoende grondwater beschikbaar blijft voor natuur en landbouw, ook
                                in droge perioden. Dit wordt in de integrale gebiedsaanpak
                                meegenomen. Bij vervanging van drainages rond natte natuurparels
                                worden peilgestuurde drainages toegepast. Dat is in de Keur en
                                bijbehorende regels van het Waterschap vastgelegd. </al><al><plaatje><illustratie id="ibfe0d69f-670a-421d-8026-c2e99222a51e" naam="i263355ibfe0d69f-670a-421d-8026-c2e99222a51e.png" type="foto" breedte="14.6cm" hoogte="10.13cm"/></plaatje></al></artikel><artikel><kop><label>Onderhoud: maaien</label></kop><al>Bij watersystemen is de wijze van onderhoud via de keur en legger
                                geregeld. Het is gekoppeld aan de categorie-indeling van de
                                waterlopen: </al><lijst><li nr="·"><al>A-wateren worden door een overheid onderhouden (veelal het
                                        waterschap)</al></li><li nr="·"><al>B- en C-wateren worden door derden onderhouden</al></li></lijst><al>In het onderhoud van waterlopen maakt het waterschap onderscheid in
                                maaifrequenties en in de mate waarin gedifferentieerd maaibeheer
                                wordt uitgevoerd over de lengte van de waterlopen. Het gaat dan om
                                blokken met begroeiing die gespaard worden. De algemene werkwijze is
                                vastgelegd in het algemeen onderhoudsplan voor waterlopen en
                                waterkeringen (2008). Maaibeheer heeft altijd als eerste prioriteit
                                om wateroverlast te voorkomen. Daar waar de waterlopen voldoende
                                afvoercapaciteit hebben, verhoogt het gedifferentieerd onderhoud de
                                ecologische waarde. In de planperiode zal het areaal
                                gedifferentieerd onderhoud verder toenemen, bijvoorbeeld door de
                                aanleg van natuurvriendelijke oevers langs ecologische
                                verbindingszones. Wordt beschoeiing vervangen, dan legt het
                                waterschap tegelijkertijd zoveel mogelijk flauwe oevers aan. Dit
                                bespaart niet alleen kosten, maar geeft ook ruimte voor extra
                                waterberging.</al><al/><al>Bij waterlopen in grote aaneengesloten natuurgebieden wordt geen
                                onderhoud uitgevoerd, op voorwaarde dat er geen risico’s op
                                wateroverlast ontstaan voor de bovenstroomse gebieden (bijvoorbeeld
                                bij de Regte Heide). Het gedifferentieerd onderhoud in de KRW
                                waterlichamen is als KRW maatregel opgenomen in de
                                stroomgebiedbeheerplannen voor de Maas (258 km) en Schelde (36 km). </al><al/><al>In de planperiode onderzoekt het waterschap of er op meer plaatsen
                                onderhoudsvrije beken kunnen komen, die alleen incidenteel
                                onderhouden worden als daar risico’s op wateroverlast ontstaan. Soms
                                zijn obstakels in waterlopen namelijk gunstig voor de
                                stromingsdynamiek en de ecologische waarde. Dit plan zal samen met
                                de watergebruikers worden vormgegeven en verankerd worden in een
                                aangepast algemeen onderhoudsplan.</al><al>In de werkeenheden van de afvalwaterketen werken waterschap en
                                gemeenten samen aan het benutten van kansen voor kostenverlaging in
                                het onderhoud van waterlopen. Het grootste deel van het onderhoud
                                wordt uitbesteed. Ook onderhoud van groenelementen kan soms
                                effectief door derden worden uitgevoerd. Hoewel dus veel wordt
                                uitbesteed, wil het waterschap met eigen materieel en eigen mensen
                                snel kunnen blijven inspelen op calamiteiten van enige omvang (zoals
                                wateroverlast in een zomerperiode in twee deelgebieden). Met dit
                                materieel blijft het waterschap altijd een basishoeveelheid zelf
                                onderhouden (ongeveer 10% van het totale areaal). Dit betreft vooral
                                het meer specialistische onderhoud van groenelementen zoals de
                                keringen, waterbergingen en ecologische verbindingszones.</al><al/><al>Naast de doelen voor voldoende water en een goede waterkwaliteit
                                houdt het onderhoud ook rekening met initiatieven voor recreatief
                                medegebruik. In de maaibestekken zijn bijvoorbeeld al diverse
                                visstoepen (verharde visstekken) opgenomen. Ook mogen hengelsporters
                                op aangewezen plekken zelf een stuk aan de waterkant maaien om hun
                                vislocatie uit te breiden. </al><al/><al>Het maaisel dat bij het onderhoudswerk vrijkomt, wordt veelal naar
                                een compostering afgevoerd. Het waterschap verkent in de planperiode
                                kosteneffectieve alternatieven voor de verwerking van maaisel.
                                Tijdens de proef De Kleine Kringloop is het maaisel afgezet bij
                                lokale grondeigenaren die, het hebben ingezet voor grondverbetering.
                                Ook verlaagde het de transportkosten voor het waterschap. Ook kan
                                het maaisel gebruikt worden voor energielevering, door gebruik te
                                maken van de vergistingsinstallaties die nu worden gebouwd door
                                bedrijven in de regio. Ook kan maaisel een grondstof zijn voor
                                papierproductie. Zo sluit ons onderhoudswerk aan bij de doelen om
                                maatschappelijk verantwoord en vernieuwend te werken. </al></artikel><artikel><kop><label>Onderhoud: baggeren</label></kop><al>Waterlopen worden niet alleen regelmatig gemaaid, maar ook gebaggerd
                                om de overmatige aanwas van slib te verwijderen. Dit kan nodig zijn
                                om risico’s op wateroverlast en een afname van de waterkwaliteit
                                tegen te gaan. Regelmatig controleert het waterschap daarom de
                                diepte van watergangen. Kaart 17 (‘Meerjarenplanning baggerwerk’)
                                toont in welk jaar een gebied beoordeeld wordt en of er sprake is
                                van een te grote hoeveelheid bagger. </al><al/><al>Voordat er gebaggerd wordt, wordt eerst een verplicht
                                waterbodemonderzoek uitgevoerd om na te gaan of de te verwijderen
                                bagger schoon is. Pas daarna bepaalt het waterschap hoe de bagger
                                wordt verwerkt. Als het schoon genoeg is, mag het worden verspreid
                                over het aangrenzende perceel. Dit heeft de voorkeur, omdat het de
                                goedkoopste manier van verwerken is, met een minimale uitstoot van
                                broeikasgassen. Op de onderzoeksplicht bestaat een uitzondering
                                waarvan het waterschap gebruik maakt (zie Regeling bodemkwaliteit,
                                artikel 4.3.4, lid 4). In gebieden waar geen verontreiniging wordt
                                verwacht, is onderzoek niet noodzakelijk. De kaart ‘verdachte en
                                onverdachte locaties voor waterbodemonderzoek’ geeft de
                                onderzoeksinspanning per trajecten aan. Bij de verdachte locaties
                                wordt de normale onderzoeksinspanning gehanteerd, die staat
                                beschreven in de NEN 5720. De overige gebieden zijn onverdachte
                                gebieden. Daar hoeven de watergangen volgens de wet dus niet
                                onderzocht te worden voordat bagger over aangrenzend perceel wordt
                                verspreid. Het waterschap stelt hierbij als extra voorwaarde dat de
                                waterbodem in het verleden wel onderzocht dient te zijn en te zijn
                                beoordeeld als ‘verspreidbaar’. Als er geen historische
                                waterbodemgegevens bekend zijn, worden de waterlopen in onverdachte
                                gebieden onderzocht met de lichte onderzoeksinspanning die staat
                                beschreven in de NEN 5720. </al></artikel><artikel><kop><label>Onderhoud aan gemalen</label></kop><al>Bij groot onderhoud aan gemalen wordt de energie-efficiëntie
                                verbeterd. Per gemaal beoordeelt het waterschap of het nodig is om
                                schade aan vissen te beperken (95% overleefbaarheid). Hierbij wordt
                                gekeken naar de gemaalkenmerken, de functietoekenning en de
                                voorkomende vissoorten. Tijdens de trekperiode van de paling worden
                                tijdelijke migratievoorzieningen ingezet bij de gemalen Tonnekreek
                                en Keizersveer. Het aanbod aan migrerende vissen zal toenemen als de
                                Haringvlietsluizen in 2018 op een kier worden gezet. Het waterschap
                                onderzoekt in de komende planperiode welke gemalen de meeste
                                potentie heeft voor permanente vismigratievoorzieningen. Met de
                                geplande renovatie van gemaal Tonnekreek wordt overwogen om met
                                cofinanciering een permanente aalgoot te realiseren.</al></artikel><artikel><kop><label>Beheer</label></kop><al>De ontwikkelingen in informatietechnologie leiden tot steeds meer
                                actuele informatie over de waterkwantiteit en –kwaliteit in het
                                gebied. Deze informatie wordt steeds meer benut in de dagelijkse
                                sturing van het waterbeheer. Dat gebeurt vanuit het
                                waterschapskantoor, onder de naam ‘verkeerstoren’. Het gaat dan om
                                de zorg voor voldoende water van voldoende kwaliteit op het juiste
                                moment en de juiste plaats (doel risico’s beheersen). In de
                                planperiode wordt het concept van de verkeerstoren steeds verder
                                vormgegeven door steeds meer informatie te benutten van het
                                waterschap, de watergebruikers en de waterpartners (doel
                                betrokkenheid maatschappij). Zo ontwikkelen we een regionaal
                                waterkennisnetwerk.</al><al><plaatje><illustratie id="i580e3507-7c62-423d-8546-337e17623373" naam="i263356i580e3507-7c62-423d-8546-337e17623373.png" type="foto" breedte="14.7cm" hoogte="8.31cm"/></plaatje></al><al>In de planperiode zal worden verkend of er kansen zijn om het
                                concept van de slimme polder in een lokaal proefproject toe te
                                passen (<extref doc="www.smartpolder.nl" struct="INTERNET">www.smartpolder.nl</extref>). Dit concept wordt samen met
                                andere waterbeheerders via de Stichting Toegepast Onderzoek
                                Waterbeheer (STOWA) uitgewerkt. Het temperatuurverschil van
                                oppervlaktewater in de verschillende seizoenen kan worden gebruikt
                                om gebouwen te verwarmen of te koelen. Zo kan een poldergemaal, dat
                                normaal gesproken wordt ingezet bij waterbeheer, worden omgebouwd
                                tot een energiecentrale voor duurzame thermische energie.</al><al/><al>Soms is het noodzakelijk om de categorie-indeling van de wateren te
                                wijzigen, gelet op het belang van waterlopen voor de uitvoering van
                                de essentiële taken in het waterbeheer. Het waterschap maakt dan in
                                overleg met de betrokkenen afspraken over hoe en door wie het
                                onderhoud in de toekomst wordt geregeld. De kosteneffectiviteit
                                staat voorop. Dit kan betekenen dat er voor bepaalde situaties
                                specifieke afspraken worden gemaakt (zie paragraaf 4.4). Deze
                                afspraken worden vastgelegd in de legger.</al><al/><al>In de planperiode zijn de regels van het nieuwe Europese
                                gemeenschappelijk Landbouw Beleid van kracht. Dit stimuleert de
                                ontwikkeling van een duurzame landbouw. Het agrarisch beheer van
                                groenelementen is hier een onderdeel van. Het waterschap wil de
                                aanleg van groenelementen langs waterlopen stimuleren, zodat er een
                                natuurlijke buffer ontstaat die de waterkwaliteit ten goede komt.
                                Het Rijk heeft deze wens ondersteund door het areaal aan water zwaar
                                te laten wegen in de regels voor vergroening in de landbouw. Hiermee
                                is het doel uit de vorige planperiode bereikt: het regionale project
                                ‘Actief randenbeheer Brabant’ is overgegaan in een landelijke
                                regeling.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>4.5 Zuiveringsbeheer</label></kop><structuurtekst><al>Het zuiveringsbeheer gaat over het transport en de zuivering van de
                                overeengekomen hoeveelheid afvalwater en moet voldoen aan de eisen
                                uit de Waterwet en later Omgevingswet (zodra deze van kracht wordt).
                                Waar de waterkwaliteit het vereist, wordt verdergaand gezuiverd. Dit
                                wordt in aanvullende voorschriften op de algemene regels vastgelegd.
                                Voor enkele zuiveringen die lozen op het regionale watersysteem
                                gelden aanvullende eisen, zoals bij Chaam, Nieuw Vossemeer en Riel. </al><al/><al>In de planperiode zijn ook voor de rwzi’s Rijen en Kaatsheuvel
                                aanvullende eisen nodig. Het zuiveringsbeheer gebeurt steeds
                                duurzamer en in samenwerking met partners. Zo wordt het slib dat bij
                                het zuiveringsproces vrijkomt voor eindverwerking afgevoerd naar de
                                Slibverbrandingsinstallatie Noord-Brabant (SNB). Daarnaast beheert
                                het waterschap ook installaties voor de zuivering van huishoudelijk
                                afvalwater afkomstig van niet-gerioleerde panden. Dit zijn de
                                installaties voor een individuele behandeling van afvalwater
                                (IBA’s).</al><al/><al>Om de zuiveringen kosteneffectief te beheren, zijn ze precies op
                                maat ingericht en hebben ze weinig overcapaciteit voor verdergaande
                                zuivering. Het waterschap heeft een aantal grote
                                zuiveringsinstallaties die samen ongeveer 85% van het afvalwater in
                                het werkgebied verwerken. Deze schaalgrootte biedt kostenvoordelen
                                en kansen voor de terugwinning van stoffen. De rwzi’s Bath,
                                Nieuwveer, Waalwijk en Dongemond hebben iets minder strenge
                                effluenteisen voor fosfaat en stikstof. Het gezuiverde water uit
                                deze rwzi’s wordt namelijk geloosd op de robuuste Rijkswateren.
                                Vanwege de grote doorstroming zijn deze Rijkswateren minder gevoelig
                                voor lozingen van deze nutriënten dan binnenwater.</al><al><plaatje><illustratie id="i24dbc4ba-2da0-459e-b2bd-35b52f815936" naam="i263357i24dbc4ba-2da0-459e-b2bd-35b52f815936.png" type="foto" breedte="14.7cm" hoogte="4.31cm"/></plaatje></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Aanvullende maatregelen bij rwzi Rijen en Kaatsheuvel</label></kop><al>Uit watersysteemonderzoek is gebleken dat een verdere reductie van
                                de fosfaatemissies op de rwzi Rijen en Kaatsheuvel positief zal
                                bijdragen aan de ecologische doelstellingen voor de Kaderrichtlijn
                                Water (doel duurzame ontwikkeling). In het stagnante watersysteem
                                van de Beneden Donge blijkt de reductie van fosfaatemissies een
                                sleutelfactor voor de goede ecologische ontwikkeling. Een
                                vrachtreductie van 30% levert een aanzienlijke bijdrage aan de
                                doelstelling voor fosfaat in oppervlaktewater (0,11 mg/l). Door die
                                afname komen de eerder uitgevoerde inrichtingsmaatregelen (zoals de
                                ecologische verbindingszones) beter tot hun recht. Eenzelfde
                                emissieafname kan met alternatieve maatregelen niet worden bereikt
                                met vergelijkbare of lagere investeringen. De analyse is gebaseerd
                                op extra exploitatielasten voor aanvullende chemische defosfatering.
                                Deze kan relatief eenvoudig op korte termijn worden uitgevoerd.
                                Daarmee kan het effect in het watersysteem ook relatief snel
                                gemonitord worden. Het blijft lastig om de werking van het
                                watersysteem op het gebied van waterkwaliteit goed te voorspellen.
                                Als het effect van emissiereductie onvoldoende is, kan het
                                noodzakelijk blijken om een zogenaamde vierde trap te bouwen op één
                                of beide rwzi’s (voor verdergaande nazuivering van het effluent). Of
                                de vierde trap noodzakelijk is, zal binnen enkele jaren duidelijk
                                zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Aanvullende maatregelen bij rwzi Nieuwveer</label></kop><al>Het waterschap kan op Nieuwveer nog niet de hoeveelheid water
                                afnemen die in het afvalwaterakkoord met de gemeente Breda is
                                afgesproken (doel risico’s beheersen). Het gezuiverde water van rwzi
                                Nieuwveer wordt geloosd op het Hollands Diep. De capaciteit van deze
                                afvoerleiding is beperkt: in tijden van veel neerslag kan niet alles
                                verwerkt worden. Daardoor komt er tijdens regenbuien teveel
                                ongezuiverd water uit de riolering op de Singels terecht. Het
                                waterschap kan de capaciteit van de afvoerleiding niet verder
                                vergroten. Met het oog op duurzaamheid en doelmatigheid gaat de
                                voorkeur uit naar een afvoer (van dit incidentele overschot) op de
                                Mark, die veel dichterbij ligt. </al><al/><al>Om ook in de toekomst over voldoende zoetwater te beschikken, is het
                                wenselijk om zoveel mogelijk water in het eigen beheergebied te
                                houden (doel duurzame ontwikkeling voor economische ontwikkeling).
                                Op de lange termijn kan het interessant worden om het water van rwzi
                                Nieuwveer verder te zuiveren en volledig te lozen op het regionale
                                watersysteem. In de huidige situatie toe wegen de kosten hiervan nog
                                niet op tegen de baten. Met de toekomstige klimaatscenario’s kan dit
                                anders worden (langere droge perioden). </al><al/><al>Een andere aanvullende maatregel van rwzi Nieuwveer heeft te maken
                                met de realisatie van een Energiefabriek. De rwzi Nieuwveer is
                                hierin een speerpunt en heeft een uniek zuiveringssysteem (het
                                AB-systeem), dat een energieneutrale zuivering mogelijk maakt.
                                Slechts drie zuiveringen in Nederland gebruiken dit systeem. Dankzij
                                diverse projecten werd het energieverbruik al met 76% teruggebracht.
                                Op termijn kunnen zo aanzienlijke besparingen op de energiekosten
                                worden gerealiseerd. Samen met leveranciers en kennisinstellingen
                                werkt het waterschap bovendien ook nog aan volledig nieuwe
                                technieken voor stikstofafbraak en deeltjesscheiding.</al></artikel><artikel><kop><label>Maatregelen bij rwzi Bath</label></kop><al>Het waterschap heeft de afgelopen jaren veel geïnvesteerd in
                                onderzoek naar en ontwikkeling van thermofiele gisting van slib
                                (doel: duurzame energie). Het meeste onderzoek is inmiddels
                                uitgevoerd. In 2015 bereidt het waterschap de slibgisting op de rwzi
                                Bath voor op een grootschalige duurproef met thermofiele
                                gisting.</al><al/><al>Het slib op de rwzi blijkt unieke kenmerken te hebben om het
                                bioplastic PHA te kunnen vasthouden. De rwzi biedt daarbij een kans
                                om de techniek voor productie van bioplastic uit bacteriën verder op
                                te schalen. Samen met diverse partners willen we het bioplastic op
                                kleine schaal produceren, zodanig dat potentiële afnemers voldoende
                                materiaal hebben voor hun productontwikkeling. Bioplastic uit
                                afvalwater kan bijvoorbeeld worden toegepast in een alternatief voor
                                vislood.</al></artikel><artikel><kop><label>Fosfaatwinning</label></kop><al>Het waterschap werkt met chemische defosfatering om het fosfaat uit
                                het afvalwater te verwijderen. Het verwijderde fosfaat wordt met het
                                zuiveringsslib afgevoerd naar SNB Moerdijk. Na terugwinning van het
                                fosfaat uit de verbrandingsas wordt het fosfaat, met ingang van
                                2016, volledig hergebruikt. </al></artikel><artikel><kop><label>Energiebesparing en energiewinning bij overige zuiveringsinstallaties</label></kop><al>Met de maatregelen voor de Energiefabriek bij Nieuwveer en de
                                thermofiele gisting bij Bath worden de energiedoelen voor 2020 al
                                grotendeels behaald. Met de opgedane kennis en ervaring werken we
                                samen met partners nieuwe maatregelen uit om ook bij de andere grote
                                rwzi’s energie te besparen en terug te winnen (zoals Bath en
                                Dongemond). Dit is nodig voor de doorgaande ontwikkeling naar 2030
                                (zie paragraaf 3.3.2). </al><al><plaatje><illustratie id="i947bf450-a632-49b8-818a-a1c93bde3572" naam="i263358i947bf450-a632-49b8-818a-a1c93bde3572.png" type="foto" breedte="14.6cm" hoogte="8.89cm"/></plaatje></al><al>Zon- en windenergie produceren overschotten aan energie. In sommige
                                situaties kan het interessant zijn deze om te zetten in gas (power
                                to gas), warmte of zelfs chemicaliën. Er zijn interessante
                                combinaties mogelijk met de rioolwaterzuivering, doordat in sommige
                                concepten zuurstof en waterstof wordt geproduceerd. De zuurstof is
                                weer inzetbaar in het zuiveringsproces. Dit levert kansen om energie
                                te bufferen in de zuiveringsinstallaties. De kansen hiervoor worden
                                samen met een energiebedrijf uitgewerkt.</al></artikel><artikel><kop><label>Kansen voor decentrale waterbehandeling verkennen</label></kop><al>Decentrale waterbehandeling kan in sommige situaties voordelen
                                bieden. Door toepassing van nieuwe sanitatieconcepten kan bespaard
                                worden op de aanleg van een riolering. In combinatie met
                                waterbesparende maatregelen (bijvoorbeeld vacuümtoiletten of
                                waterloze urinoirs) wordt het ook technisch eenvoudiger om energie
                                en grondstoffen uit huishoudelijk afvalwater te winnen. Tijdens de
                                partnerdialoog voor dit waterbeheerplan gaven verschillende partners
                                aan dat er op dit vlak nog te weinig gebeurt in de regio. In de
                                planperiode worden de kansen verkend om hieraan een impuls te geven.
                            </al></artikel><artikel><kop><label>Risicogestuurd onderhoud</label></kop><al>Installaties worden onderhouden om ze langer betrouwbaar en
                                beschikbaar te houden. Door in het beheer rekening te houden met de
                                risico’s, kunnen installaties langer onderhouden worden en kunnen
                                investeringen voor vervanging later ingepland worden. Een voorbeeld
                                hiervan is de bijna veertig jaar oude persleiding die aan het einde
                                van zijn economische levensduur niet hoeft te worden vervangen, maar
                                wel vaker geïnspecteerd moet worden en meer onderhoud nodig
                                heeft.</al><al/><al>Daarnaast wordt ook gekeken naar de optimale onderhoudsmix: tot
                                welke mate is het preventief onderhoud nodig om de risico’s te
                                beheersen. </al><al><plaatje><illustratie id="i329f449c-b243-44e2-a7d5-b811578e1844" naam="i263359i329f449c-b243-44e2-a7d5-b811578e1844.png" type="foto" breedte="14.6cm" hoogte="10.15cm"/></plaatje></al><al><plaatje><illustratie id="icf641499-7f24-428c-932b-421c2dbe3586" naam="i263360icf641499-7f24-428c-932b-421c2dbe3586.png" type="foto" breedte="14.3cm" hoogte="10.74cm"/></plaatje></al></artikel><artikel><kop><label>Veilig werken </label></kop><al>Het is van groot belang dat medewerkers te allen tijde veilig kunnen
                                werken, ook in situaties waarin specifieke risico’s gelden, zoals
                                bij explosiegevaar, werken in besloten ruimtes en tijdens ongewone
                                werktijden (bijvoorbeeld bij calamiteiten).Hiertoe is een
                                actieprogramma ontwikkeld, dat is samengesteld uit maatregelen om te
                                voldoen aan de eisen uit relevante regelgeving.</al></artikel><artikel><kop><label>Beheer</label></kop><al>Het zuiveringsbeheer is er op gericht dat we aan alle lozingseisen
                                van de rioolwaterzuiveringsinstallaties voldoen. Zowel voor stikstof
                                als fosfaat geldt een verplichting voor het beheergebied-breed
                                zuiveringsrendement van 75%. In de praktijk wordt een veilige marge
                                gehanteerd en wordt gestuurd op een fosfaat-verwijdering van 76% en
                                een stikstofverwijdering van 78-80%. </al><al/><al>Na de studies voor optimalisatie van het Afvalwater Systeem (OAS)
                                zijn de investeringen, die voortvloeiden uit de zogenaamde
                                Basisinspanning, heroverwogen. Hierbij is in de gedachtegang van het
                                Bestuursakkoord Water van 2011 nadrukkelijk gekeken naar het te
                                verwachten effect van de voorgenomen maatregelen. Dit heeft geleid
                                tot enorme besparingen in investeringen. Door de berging in de
                                gemeentelijke rioolstelsels slim in te zetten én selectief om te
                                gaan met riooloverstorten kan de effectiviteit van de bestaande
                                infrastructuur verder worden benut (real time control). Dit wordt
                                nog belangrijker met de toenemende regenintensiteit als gevolg van
                                de klimaatverandering. Gelet op de complexiteit van het systeem voor
                                inzameling en transport van afvalwater (o.a. AWP), is het
                                noodzakelijk om een effectief meet- en regelsysteem op ketenniveau
                                te hebben dat beheer en bediening van de afvalwaterketen in goede
                                banen leidt. Wellicht is ook een hogere personele inzet nodig om het
                                complexe systeem te bedienen. Deze manier van sturen wordt momenteel
                                ontwikkeld onder de werktitel Verkeerstoren.</al><al/><al>In de Verkeerstoren is uitwisseling van informatie tussen gemeenten
                                en waterschappen belangrijk. De samenwerking met gemeenten is daarom
                                ook intensief. Het gezamenlijke ketenbeleid krijgt steeds meer vorm
                                en inhoud. Door allerlei projecten wordt de capaciteit van de
                                afvalwaterketens steeds beter afgestemd op de behoeften van het
                                oppervlaktewatersysteem. En de capaciteit van de rioolgemalen en
                                zuiveringen wordt steeds beter afgestemd op het afvalwateraanbod
                                vanuit de rioleringssystemen van de gemeenten. De Toekomstvisie
                                AWP/Bath is hier een belangrijk voorbeeld van.</al><al>Het beheer van de afvalwaterketen richt zich ook op toekomstige
                                ontwikkelingen (doel duurzame ontwikkelingen). Hoe gaan we om met
                                klimaatsveranderingen in de bebouwde omgeving? Hoe benutten we de
                                infrastructuur dan optimaal? Hiertoe is samen met diverse partners
                                een project opgestart (Valorius) dat bijdraagt aan de ontwikkeling
                                van de klimaatactieve stad.</al><al/><al>Het waterschap stelt zich verder open op naar andere
                                maatschappelijke partners om een meerwaarde op andere
                                maatschappelijke velden te kunnen bereiken. We denken bijvoorbeeld
                                graag mee over mogelijkheden om glasvezelkabels door
                                transportleidingen aan te leggen. </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>4.6 Vaarwegbeheer</label></kop><structuurtekst><al>Het waterschap beheert en onderhoudt de regionale vaarwegen in
                                opdracht van de provincie Noord-Brabant. Het gaat dan bijvoorbeeld
                                om het op diepte houden van de vaarweg, de bediening van bruggen en
                                sluizen, en ook om het stellen van regels voor het vaarverkeer (het
                                nautisch beheer). </al><al><plaatje><illustratie id="i4ffeed03-772f-4182-bbfd-f21710780fcb" naam="i263362i4ffeed03-772f-4182-bbfd-f21710780fcb.png" type="foto" breedte="14.7cm" hoogte="6.77cm"/></plaatje></al><al>Enkele gemeenten in het werkgebied van het waterschap hebben ook een
                                taak in het vaarwegbeheer, voor wat betreft de havens. Het
                                waterschap wil in de planperiode meer met de gemeenten gaan
                                samenwerken. Daarmee kan er eenheid komen in de lokale regels die
                                worden gesteld. Vervolgens werken waterschap en gemeenten samen aan
                                de controle op naleving ervan. Dit sluit aan op de doelen voor
                                effectiviteit en efficiënt beheer. </al><al><plaatje><illustratie id="i2558b560-5e18-468d-a50b-08ec05c03bee" naam="i263363i2558b560-5e18-468d-a50b-08ec05c03bee.png" type="foto" breedte="14.5cm" hoogte="8.21cm"/></plaatje></al><al>Samen met de provincie wordt een meerjarenprogramma opgesteld voor
                                het baggerwerk en het onderhoud aan bruggen en sluizen. Het is de
                                bedoeling om de achterstanden in het onderhoud tijdens de
                                planperiode weg te werken (doel risico’s beheersen). De provincie en
                                het waterschap zullen samen met gemeenten een toekomstvisie op het
                                vaarwegbeheer formuleren. Daarnaast zal in de planperiode het
                                vaarwegbeheer van het Markkanaal en het Oude Maasje overgedragen
                                worden van Rijkswaterstaat naar het waterschap (en de provincie).
                                Dit heeft als doel om het integraal beheer bij één organisatie te
                                houden. </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>4.7 Vergunningverlening en handhaving</label></kop><structuurtekst><al>Vergunningverlening en handhaving zijn beleidsinstrumenten om
                                activiteiten van derden te reguleren. Dit doet het waterschap voor
                                het beheer van de keringen, het watersysteem, de zuiveringen en de
                                vaarwegen. Het waterschap wil dat activiteiten van derden bijdragen
                                aan een duurzame ontwikkeling waarbij deze geen risico’s opleveren
                                voor het waterbeheer. Het gaat dus om het bereiken van ‘gewenst
                                gedrag’. Het versterken van de eigen verantwoordelijkheid van
                                burgers en bedrijven vormt een rode draad in dit beheerplan. In deze
                                paragraaf wordt nog ingegaan op: </al><lijst><li nr="1.)"><al>de acties van het waterschap die gericht zijn op een
                                        effectief en efficiënt beheer en </al></li><li nr="2.)"><al>acties gericht op het ondersteunen van een duurzame
                                        ontwikkeling. </al></li></lijst><al><plaatje><illustratie id="ifd5d8f43-ef27-49a6-97d1-7987ed81f8f6" naam="i263364ifd5d8f43-ef27-49a6-97d1-7987ed81f8f6.png" type="foto" breedte="14.7cm" hoogte="8.78cm"/></plaatje></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Eigen verantwoordelijkheid</label></kop><al>Het waterschap is uitnodigend voor partijen die verantwoordelijkheid
                                nemen en streng voor achterblijvers. Dat is het basisprincipe uit
                                hoofdstuk 3, dat in deze uitvoeringsstrategie past. Initiatiefnemers
                                nemen zelf de verantwoordelijkheid voor duurzaam ondernemen.
                                Iedereen gaat anders om met de invulling van die eigen
                                verantwoordelijkheid. Bij het maken van een weloverwogen keuze over
                                de houding van het waterschap in een bepaalde situatie (meer of
                                minder vastleggen), speelt de onderlinge relatie een belangrijke
                                rol. </al><al>Het waterschap wil de koplopers, die eigen verantwoordelijkheid
                                nemen, belonen met minder toezicht. Het waterschap kijkt daarbij ook
                                kritisch naar de eigen regels. </al><al/><al>We willen voorkomen dat er overbodige regels ontstaan. Het
                                waterschap zal nog meer gaan werken met algemene regels voor burgers
                                en bedrijven. In vervolg op de huidige keur willen we de komende
                                jaren een verdere vereenvoudiging van de regels tot stand brengen.
                                Als bepaalde regels een duurzame ontwikkeling in de weg staan, zal
                                het waterschap kijken of de belangen van het waterbeheer ook op een
                                andere manier geborgd kunnen worden. Onze inzet is dat burgers,
                                organisaties en bedrijven activiteiten mogen ontplooien zonder
                                vergunning, mits zij voldoen aan de algemene regels. Daarmee
                                vergroten we eigen verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid. </al><al/><al>Op de kaart ‘risicogebieden’ kunnen initiatiefnemers zelf zien in
                                welke gebieden een activiteit mogelijk tot problemen kan leiden
                                (hoofdstuk 2). </al><al><plaatje><illustratie id="ie0d564b9-1249-4d2c-84c3-1370b5a6111a" naam="i263365ie0d564b9-1249-4d2c-84c3-1370b5a6111a.png" type="foto" breedte="14.7cm" hoogte="4.48cm"/></plaatje></al><al>De agrarische sector (LTO) heeft een eigen plan gemaakt, gericht op
                                duurzaam waterbeheer: het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer (DAW). De
                                sector stelt voor om de resterende knelpunten voor de waterkwaliteit
                                en -kwantiteit gebiedsgericht en sectorgericht in beeld te brengen
                                en gezamenlijk op te lossen. Als onderdeel van de
                                watergebiedsprogramma’s wil het waterschap samen met de lokale
                                agrariërs in watergebiedsplannen afspraken maken over de invulling
                                hiervan (zie paragraaf 4.2). Bovenwettelijke activiteiten, zoals
                                kennisoverdracht, voorlichting en blauwe diensten, kunnen
                                gefinancierd worden vanuit het Plattelandsontwikkelingsprogramma
                                (POP-3). Voor de wateren in het grensgebied met Vlaanderen verdient
                                de grensoverschrijdende impact van maatregelen hierbij speciale
                                aandacht. Waar mogelijk wordt samenwerking met Vlaamse ondernemers
                                en waterbeheerders gestimuleerd.</al><al/><al>Het waterschap zet stimulering van de aanpak van diffuse bronnen
                                door derden voort. Het stimuleringsbeleid is gericht op initiatieven
                                die de emissies van probleemstoffen (vastgelegd in de meest recente
                                watersysteemrapportages) verminderen. De reductie van nutriënten
                                leidt niet in elke watertype even snel tot een verbetering van de
                                ecologische waterkwaliteit. De focus ligt op initiatieven voor de
                                reductie van fosfaatemissies in peilbeheerste gebieden. Hier is de
                                kans het grootst dat het leidt tot een betere ecologische
                                waterkwaliteit. </al><al/><al>Het waterschap blijft ook kennisoverdracht door derden stimuleren.
                                Een goed voorbeeld is de kringloopwijzer voor mineralen in de
                                melkveehouderij. Dit voorbeeld is ook in de partnerdialoog voor het
                                waterbeheerplan benoemd. Eén van de beste ideeën uit de
                                partnerdialoog ging over het vergroten van waterbewust handelen van
                                burgers: iedereen heeft een watermeter, maar niemand heeft een
                                vuilwatermeter. Met de huidige technologie is het goed mogelijk om
                                in de riolering per huisaansluiting van een bepaalde wijk
                                vuilwatermeters te installeren en deze informatie via een app
                                beschikbaar te stellen. Zo krijgen mensen inzicht in het eigen
                                handelen, en ook in het verschil tussen verschillende straten of
                                wijken. Het waterschap wil dit idee in de planperiode met de
                                partners verder concreet uitwerken. Door dialoog zullen meer
                                initiatieven ontstaan om het waterbewust handelen te vergroten. De
                                Week van het Water, die tot en met 2014 jaarlijks door de gemeente
                                Breda is georganiseerd, is in 2015 al samen met andere gemeenten
                                vormgegeven. Zo kan de week uitgroeien tot een regionaal evenement
                                waarbij aandacht wordt gevraagd voor het waterbewust handelen. </al><al><plaatje><illustratie id="i8a10c78d-0623-4fd3-82ba-e92a3f7a7073" naam="i263366i8a10c78d-0623-4fd3-82ba-e92a3f7a7073.png" type="foto" breedte="14.7cm" hoogte="5.39cm"/></plaatje></al></artikel><artikel><kop><label>Samenwerken als één overheid (effectief en efficiënt beheer)</label></kop><al>Het waterschap let op de risico’s en kansen voor het water- en
                                zuiveringsbeheer. Andere overheden letten weer op andere aspecten.
                                De gezamenlijke overheden willen als één overheid een beoordeling
                                geven over de toelaatbaarheid van activiteiten van derden (gelet op
                                de bescherming van de omgeving). Daarom wordt de Omgevingswet
                                ontwikkeld, die naar verwachting in 2018 in werking treedt. De
                                samenwerking tussen de overheden (gemeente, waterschap, provincie en
                                Rijkswaterstaat) wordt daarmee nog belangrijker. Het waterschap legt
                                de afspraken met andere organisaties in samenwerkingsovereenkomsten
                                vast. Zo adviseert het waterschap de Omgevingsdienst Midden- en
                                West-Brabant (OMWB) over de beoordeling van lozingen op de riolering
                                (bij nieuwe initiatieven en ook het toezicht op toegestane
                                activiteiten). Ook voert Brabantse Delta samen met Rijkswaterstaat
                                en een aantal andere waterschappen een gezamenlijk
                                administratiesysteem in. Het waterschap treedt samen met
                                Rijkswaterstaat op als waterspecialist voor de risicovolle bedrijven
                                (brzo-bedrijven) in de regio. Het waterschap zal ook andere
                                waterschappen in de regio hierin adviseren.</al></artikel><artikel><kop><label>Goed vakmanschap (effectief en efficiënt beheer)</label></kop><al>Als overheid leveren we kwaliteit. Het waterschap werkt volgens de
                                kwaliteitscriteria die aan vergunningverlening en handhaving worden
                                gesteld. We werken binnen de vastgestelde termijnen voor het afgeven
                                van vergunningen, de afhandelen van klachten en bezwaarschriften en
                                de verwerking van gewijzigde situaties in ons eigen systemen zoals
                                de legger en het beheerregister. In 2013 is het percentage tijdig
                                afgegeven vergunningen 92%. Binnen de planperiode wordt gestreefd
                                naar 99%.</al><al/><al>Het waterschap richt zich bij de controle op naleving van regels op
                                de gebieden en bedrijfstakken waar de grootste risico’s zijn (risico
                                = kans x gevolg). Het gaat dan om bijvoorbeeld de naleving van
                                regels bij werkzaamheden in keringen en gebieden met intensieve
                                teelten. </al></artikel><artikel><kop><label>Een duurzame ontwikkeling ondersteunen</label></kop><al>Het is belangrijk om na te gaan of ruimtelijke ontwikkelingen passen
                                binnen de doelen voor een robuust waterbeheer. Ontwikkelingen worden
                                in eerste plaats beschouwd als kansen om het watersysteem en de
                                waterketen robuuster te maken. In tweede instantie wordt gekeken
                                naar het beheersen van de risico’s. De beoordeling van ruimtelijke
                                ontwikkelingen door het waterschap is wettelijk verankerd. Het
                                belang hiervan is met het nationale deltaprogramma opnieuw
                                bevestigd. </al><al/><al>Het waterschap heeft beoordeeld in hoeverre bestaande lozingen een
                                potentieel knelpunt vormen voor het bereiken van de doelen van de
                                Kaderrichtlijn Water. Uit de analyse blijkt dat op de
                                rioolwaterzuiveringen Rijen en Kaatsheuvel kansen liggen (zie
                                paragraaf 4.5). De voorgenomen strategie wordt via
                                maatwerkvoorschriften op de algemene regels verankerd. Zo blijft het
                                waterschap op een transparante manier werken. </al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>5. Monitoringsstrategie</label></kop><structuurtekst><al>Meten is weten. Alleen niet alles wat meetbaar is, is ook even
                            interessant om te weten. Waarom meten we iets? Wat willen we doen met
                            die informatie? Doelgericht werken is ook van belang voor de
                            monitoringsstrategie van het waterschap. In hoofdlijnen onderscheiden we
                            de volgende redenen om iets te meten, en/of te analyseren:</al><lijst><li nr="·"><al>Om te rapporteren over de voortgang van ons werk. Op basis
                                    hiervan bepalen we of bijsturing van het beleid noodzakelijk
                                    is.</al></li><li nr="·"><al>Om kennis te ontwikkelen. Soms is de huidige kennis te beperkt
                                    om de toekomstige opgaven effectief en efficiënt op te pakken.
                                    Focus op de belangrijkste leerbehoeften is dan nodig.</al></li><li nr="·"><al>Om te controleren wat het effect is van uitgevoerde maatregelen
                                    in de praktijk. Het gaat dan vooral om situaties waarbij het
                                    resultaat van de metingen belangrijk is voor de programmering
                                    van de nog voorziene maatregelen in een volgende fase, of
                                    wanneer er risico’s kunnen ontstaan voor mens, milieu of
                                    economie. </al></li><li nr="·"><al>Om actief het waterbeheer te sturen. Om te anticiperen op
                                    langere droge of natte perioden. Of om te weten of een bepaalde
                                    lozing in de afvalwaterpersleiding geen risico’s in de werking
                                    van de zuiveringstechnische werken veroorzaakt. </al></li></lijst><al/><al>De eerste drie genoemde punten worden hieronder nog nader
                            toegelicht.</al></structuurtekst><artikel><kop><label>Voortgangsrapportage</label></kop><al>Het waterschap rapporteert in verschillende documenten over de voortgang
                            van het behalen van de strategische doelen uit de doelenwijzer:</al><lijst><li nr="·"><al>Kadernota: in dit document wordt jaarlijks beoordeeld of de
                                    koers bijgesteld moet worden. Er wordt gerapporteerd over de
                                    voortgang van bestuurlijke afspraken.</al></li><li nr="·"><al>Jaarlijkse begroting en managementrapportages: hierin worden per
                                    taak de speerpunten en indicatoren benoemd en gerapporteerd die
                                    voor dat jaar relevant zijn.</al></li><li nr="·"><al>Watersysteemrapportage: deze wordt eens per drie jaar opgesteld
                                    en geeft inzicht in hoe het beleid het functioneren van het
                                    watersysteem en waterketen beïnvloedt (de vorige
                                    watersysteemrapportage ging alleen over het watersysteem).
                                    Hierin is ook aandacht voor de resultaten in kennisontwikkeling
                                    voor wat betreft maatregel-effect relaties. Er is een
                                    watersysteemrapportage voorzien in 2016 (uitgangssituatie
                                    planperiode) en in 2019 (halverwege planperiode).</al></li><li nr="·"><al>Jaarlijkse rapportage over de voortgang in de uitvoering van
                                    maatregelen voor de Kaderrichtlijn Water en de actuele toestand
                                    (waterkwaliteit en ecologie) van de KRW-waterlichamen. Op basis
                                    hiervan informeert het Rijk de Tweede Kamer en de Europese
                                    Commissie.</al></li><li nr="·"><al>Klanttevredenheidsonderzoek en het onderzoek naar de relatie met
                                    samenwerkingspartners: we voeren het waterbeheer samen met
                                    partners uit ten diensten van de watergebruikers. De
                                    effectiviteit van het beleid is daarmee voor een deel te bepalen
                                    door opinie van watergebruikers en waterpartners in beeld te
                                    brengen. Dit kan gecombineerd worden met een onderzoek naar het
                                    waterbewust handelen van watergebruikers in de regio.</al></li><li nr="·"><al>Rapportages aan subsidieverstrekkende partners: dit betreft de
                                    verantwoording over de afspraken die met andere overheden zijn
                                    gemaakt over medefinanciering van maatregelen.</al></li><li nr="·"><al>Samenwerkingscharter operationeel waterbeheer met Vlaanderen en
                                    waterschap De Dommel: jaarlijks wordt de voortgang besproken in
                                    het Grenswater-overleg Molenbeek-Mark (dit is het voormalige
                                    Stroomgebiedcomité Mark).</al></li></lijst><al><plaatje><illustratie id="i5fa836ab-df66-4c87-9527-eada14fff051" naam="i263367i5fa836ab-df66-4c87-9527-eada14fff051.png" type="foto" breedte="14.5cm" hoogte="10.45cm"/></plaatje></al><al>Voornoemde rapportages geven inzicht in hoe effectief het
                            waterschapswerk is en kunnen aanleiding geven tot behoud of bijstelling
                            van het beleid. Met de Kadernota kan de koers, zoals in hoofdstuk 5 per
                            programma is beschreven, worden bijgesteld. Indien de doelen van het
                            waterbeheer ingrijpend aangepast moeten worden, zal overwogen worden om
                            het waterbeheerplan gedeeltelijk te herzien. Het waterschap zal de wijze
                            waarop de doelen uit dit plan (hoofdstuk 4) worden bijgehouden en
                            gerapporteerd nog verder uitwerken. </al></artikel><artikel><kop><label>Kennisontwikkeling</label></kop><al>Het waterschap heeft veel kennis over het functioneren van het
                            watersysteem en de waterzuiveringen. Die kennis wil het waterschap delen
                            met anderen, zoals gesteld in de doelenwijzer. Daarnaast is er nog een
                            leerbehoefte om het water- en zuiveringsbeheer effectiever te kunnen
                            invullen. Dat geldt voor de volgende gebieden:</al><lijst><li nr="·"><al>Optimalisatie van het risicogestuurd beheer in de dagelijkse
                                    praktijk (assetmanagement en beheer op basis van actuele
                                    informatie over de huidige situatie en weersverwachtingen).
                                    Wanneer we meer inzicht hebben in de kritische elementen, kunnen
                                    we de risico’s in het dagelijks beheer in de afvalwaterketen en
                                    het watersysteem beter beheersen.</al></li><li nr="·"><al>Inzicht in de belangrijkste stuurparameters per deelstroomgebied
                                    of watersysteem. Dit draagt bij aan een meer robuust
                                    waterbeheer, mede gelet op de effecten van de
                                    klimaatsverandering. We gaan daarbij uit van een samenhang
                                    tussen waterkwantiteit en waterkwaliteit. Met andere woorden: we
                                    beschouwen sturing op voldoende water (voldoende vochtgehalte in
                                    bodem in relatie tot beperkte risico’s op wateroverlast) en 2.)
                                    in samenhang met sturing op de realisatie van een goede
                                    waterkwaliteit (ecologische sleutelfactoren) of gewenste
                                    gebruiksfuncties (water in de stad).</al></li><li nr="·"><al>Optimalisatie van modellen die we gebruiken voor bovenstaande
                                    punten. Door de resultaten van modellen en meetgegevensanalyses
                                    slim te combineren, verkrijgen we een nog beter inzicht
                                    (1+1=3).</al></li><li nr="·"><al>Inzicht vergroten in kansrijke oplossingen voor de uitdagingen
                                    van de toekomst, zoals de circulaire economie, nieuwe
                                    probleemstoffen en de vermindering van de CO2-voetafdruk van het
                                    waterschap.</al></li><li nr="·"><al>Inzicht in effectieve samenwerkingsvormen (governance) en
                                    netwerken kennisdeling en de samenvoeging van verschillende
                                    meetdata van partners (waterkenniscloud). </al></li></lijst><al>Het waterschap zoekt bij de invulling van deze leerbehoefte
                            uitdrukkelijk de samenwerking met partners. In partneroverleggen wordt
                            bepaald of het nodig is om lokale onderzoeksprojecten binnen het eigen
                            waterschap uit te voeren of bij andere partners. Waar doelmatig kan
                            deelname aan Europese projecten waardevolle kennisinzichten opleveren.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Monitoring van effecten van maatregelen</label></kop><al>Het waterschap meet niet van elke afzonderlijke maatregel de effecten in
                            het watersysteem. Dat zou onbetaalbaar en ondoelmatig zijn. Met het
                            routinematige meetnet kunnen trends worden waargenomen die door
                            combinaties van maatregelen worden veroorzaakt. In bepaalde situaties is
                            het nodig om lokale effecten te bepalen. Dat is wanneer:</al><lijst><li nr="·"><al>er sprake is van een calamiteit met risico’s voor het
                                    watersysteem of de waterketen;</al></li><li nr="·"><al>er sprake is van wettelijke verplichtingen of afspraken met
                                    derden, voor zover deze eenmalig zijn en de periode korter is
                                    dan vier jaar (anders wordt de monitoring opgenomen in het
                                    routinematige meetnet); </al></li><li nr="·"><al>de meting van de lokale effecten past in de strategie voor de
                                    invulling van leerbehoeften;</al></li><li nr="·"><al>het nodig is om de noodzaak en effectiviteit van
                                    vervolgmaatregelen in het gebied te bepalen.</al></li></lijst><al>Het waterschap meet effecten op (grond)waterstanden, waterkwaliteit en
                            de aquatische ecologie. Ook de meting van grondwaterkwaliteit kan soms
                            noodzakelijk zijn. De meting van doelsoorten in ecologische
                            verbindingszones wordt echter door anderen (zoals bijvoorbeeld
                            natuurterreinbeheerders) uitgevoerd.</al><al/><al>Effecten in het watersysteem zijn meestal pas na enkele jaren te meten,
                            op basis van reeksen meetgegevens. Hoe noodzakelijk vervolgmaatregelen
                            in een bepaald gebied zijn, kan worden bepaald door te beoordelen van
                            een (deel van dat) gebied voldoet aan de gestelde functionele eisen.
                            Daarbij wordt gelet op de vastgestelde doelen voor dat gebied. </al><al/><al>Op basis van een veldbezoek wordt bekeken of er nog knelpunten zijn die
                            kunnen worden opgelost met inrichtingsmaatregelen of een gewijzigd
                            terreinbeheer of onderhoudsregime. In bijlage 5 (gebied-specifieke
                            aandachtspunten) zijn trajecten benoemd, waarbij een evaluatie van
                            uitgevoerde maatregelen wenselijk is.</al><al/><al>Het waterschap zal samen met partners een optimale werkwijze ontwikkelen
                            om samen een dergelijke evaluatie vorm te geven.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>1</nr><titel>Toelichting bij kaarten over het werkgebied</titel></kop><al>De opbouw van het watersysteem en de waterketen in het werkgebied van waterschap
                    Brabantse Delta is weergegeven in verschillende kaarten: voor de waterkeringen,
                    voor de KRW waterlichamen, de peilbeheersing, de gehanteerde indeling in
                    deelstroomgebieden, het zuiveringsbeheer, de vaarwegen. In deze bijlage is een
                    korte aanvullende toelichting per kaart opgenomen. </al><al/><al><plaatje><illustratie id="id4b9db8f-2238-4d12-b423-4a0216fca85c" naam="i263537id4b9db8f-2238-4d12-b423-4a0216fca85c.png" type="foto" breedte="14.3cm" hoogte="10.23cm"/></plaatje></al><al/><al><vet>Waterkeringen (Kaart 3)</vet></al><al>Waterkeringen zijn alle dijken, kades, sluizen en andere kunstwerken die
                    laaggelegen gebieden beschermen tegen overstromingen vanuit de rivieren.</al><al><vet>Het waterschap beheert drie typen waterkeringen</vet>: </al><lijst><li nr="·"><al>Primaire waterkeringen: deze bieden bescherming tegen hoge waterstanden
                            op zee, in de Deltawateren en op de rivieren Maas en Rijn. In het
                            beheergebied liggen drie dijkringgebieden die omsloten zijn door
                            primaire keringen. Het Rijk stelt de toetsingskaders vast voor deze
                            keringen. </al></li><li nr="·"><al>Regionale keringen: keringen langs regionale rivieren, boezemkaden en
                            compartimenteringskeringen. Deze laatste groep dient als ‘achtervang’
                            als een primaire kering zou doorbreken. De provincie stelt de
                            toetsingskaders vast voor de regionale keringen. </al></li><li nr="·"><al>Overige keringen: alle kades langs kleinere waterlopen, zomerkaden en de
                            voormalige primaire kering langs de polder van Allard te Raamsdonksveer.
                            Deze hebben vooral een functie in het voorkomen van wateroverlast. Het
                            waterschap stelt voor deze keringen zelf toetsingskaders vast. </al></li></lijst><al/><al><vet>KRW-waterlichamen (kaart 4)</vet></al><al>Nederland rapporteert over de waterkwaliteit aan de Europese Unie. Dat verplicht
                    de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). De rapportages zijn opgesteld voor delen
                    van het watersysteem die ‘waterlichamen’ worden genoemd. Een deel van de
                    hoofdwaterlopen van het waterschap behoort tot deze
                    KRW-oppervlaktewaterlichamen. Aan elk KRW-opperwaterlichaam is ook een
                    stroomgebied gekoppeld. De provincie bepaalt de waterhuishoudkundige functies
                    van de waterlopen en legt de ecologische doelen voor deze
                    KRW-oppervlaktewaterlichamen vast in het Provinciaal Milieu- en Waterplan. Het
                    provinciaal plan bevat ook de grondwatermaatregelen. De KRW-maatregelen van het
                    waterschap hebben grotendeels betrekking op oppervlaktewater en maken een
                    verplicht onderdeel uit van het waterbeheerplan.</al><al/><al><vet>Gebiedsindelingen (kaart 5)</vet></al><al>Het waterschap maakt vaak analyses en plannen per deelstroomgebied. De indeling
                    van deze gebieden is samen met de gemeentegrenzen op kaart weergegeven. Ook
                    hieruit blijkt dat het water over grenzen heen stroomt.</al><al/><al><vet>Peilbeheersing (kaart 6)</vet></al><al>De mogelijkheden om het waterpeil te reguleren verschillen per gebied. Slechts
                    in delen van het werkgebied kan water aangevoerd worden. Op de kaart is
                    aangegeven vanuit welk watersysteem water ingelaten kan worden en waar de
                    inlaatpunten liggen. </al><al/><al><vet>Rioolwaterzuiveringsinstallaties (kaart 7)</vet></al><al>Het waterschap zuivert rioolwater voordat het terugkomt in de natuur. Dit water
                    is afkomstig uit de gemeentelijke riolering en wordt via een transportstelsel
                    naar een rioolwaterzuiveringsinstallatie (rwzi) gepompt. De ligging van de
                    verschillende zuiveringen en transportleidingen is op kaart weergegeven. Het
                    gezuiverde afvalwater bevat vaak nog diverse reststoffen. Het gezuiverde
                    afvalwater (effluent) wordt daarom op robuuste wateren geloosd. In veel gevallen
                    is daarom gekozen voor lozing op de grotere rivieren. </al><al/><al>Bij het zuiveringsproces komt slib vrij dat voor eindverwerking wordt afgevoerd
                    naar de Slibverbrandingsinstallatie Noord-Brabant (SNB). Daarnaast beheert het
                    waterschap ook installaties voor de zuivering van huishoudelijk afvalwater
                    afkomstig van niet-gerioleerde panden. Dit zijn de installaties voor individuele
                    behandeling van afvalwater (IBA’s).</al><al/><al><vet>Vaarwegen (kaart 8)</vet></al><al>Een aantal waterlopen in het beheergebied zijn ook provinciale vaarwegen voor de
                    beroepsvaart en recreatievaart. Het gaat om wateren als de Dintel, Steenbergsche
                    Vliet en het Mark-Vlietkanaal. Het waterschap beheert en onderhoudt deze
                    vaarwegen voor de provincie Noord-Brabant. Het gaat dan bijvoorbeeld om het op
                    diepte houden van de vaarweg, de bediening van bruggen en sluizen, en ook om het
                    opstellen van regels voor het vaarverkeer. Op de kaart staan de vastgestelde
                    scheepvaartklassen vermeld. In de keur van het waterschap zijn regels opgenomen
                    over de afmetingen van schepen per klasse.</al><al/></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>2</nr><titel>Deelnemers partnerdialoog</titel></kop><al><plaatje><illustratie id="icc084265-3f48-47aa-8cbd-5ed686e6172b" naam="i263535icc084265-3f48-47aa-8cbd-5ed686e6172b.png" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="7.89cm"/></plaatje><plaatje><illustratie id="i80ada972-2d68-4c9c-9647-e36414ddd7af" naam="i263536i80ada972-2d68-4c9c-9647-e36414ddd7af.png" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="9.50cm"/></plaatje></al></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>3</nr><titel>Maatregelen Kaderrichtlijn Water</titel></kop><al><vet>Een gefaseerde uitvoering van maatregelen</vet></al><al>In 2009 heeft het Rijk met alle provincies, waterschappen en Rijkswaterstaat
                    afspraken gemaakt over de spelregels voor een tijdige en juridisch correcte
                    implementatie van de KRW. Daarbij is Nederland met de Europese Commissie
                    overeengekomen om een beroep te doen op de uitzonderingsbepaling voor een
                    gefaseerde uitvoering van maatregelen in drie termijnen (2010-2015; 2016-2021 en
                    2022-2027). De inzet is om uiterlijk in 2027 de goede chemische en ecologische
                    toestand van de waterlichamen te hebben gerealiseerd. De fasering is
                    noodzakelijk om de uitvoering van maatregelen (technisch) haalbaar en
                    (financieel) betaalbaar te houden. De uitvoering van maatregelen mag daarbij
                    niet leiden tot disproportionele lastenverzwaring. De waterschappen hebben deze
                    randvoorwaarde vertaald naar een bestuurlijk acceptabele, gematigde
                    tariefontwikkeling voor alle kerntaken samen (keringen, watersysteem, zuiveren,
                    vaarwegen, vergunningverlening en handhaving).</al><al/><al>Een belangrijke afspraak is dat in 2021 een evaluatie plaatsvindt. Op basis van
                    de in 2021 best beschikbare kennis over kosteneffectiviteit van maatregelen
                    wordt dan beoordeeld welke mate van doelbereik haalbaar en betaalbaar wordt
                    geacht voor eind 2027. Op basis van die evaluatie wordt in 2021 besloten of de
                    doelstellingen en/of het maatregelpakket moeten worden aangepast voor de derde
                    en laatste KRW-termijn (2022-2027). Het kan hierbij gaan om verlaging of
                    verhoging van doelstellingen.</al><al/><al>Het in 2009 door het waterschap voor de Europese Commissie opgegeven
                    KRW-maatregelpakket voor de eerste termijn (2010-2015) is realistisch gebleken.
                    Het totale volume aan (her) in te richten km en ha voor het hele beheergebied is
                    gerealiseerd waarbij er wel (toegestane) verschuivingen in de verdeling over de
                    waterlichamen en type maatregelen zijn opgetreden. De overige geplande
                    maatregelen zijn evenwichtig verdeeld over de tweede (2016-2021) en derde
                    (2022-2027) termijn.</al><al/><al><vet>Verschuivingen in het maatregelpakket</vet></al><al>De cijfers in de kolom ‘realisatie SGBP1’ van Tabel 1 zijn niet 1-op-1
                    vergelijkbaar met de cijfers in het Waterbeheerplan 2010-2015. Zo is gebleken
                    dat ‘beek- en kreekherstel’, ‘inrichting voor functie viswater/oevers’ en
                    ’inrichten voor functie (lijnvormige) waternatuur’ in de meeste gevallen om
                    dezelfde waterlooptrajecten gaat. Deze maatregelen zijn in dit nieuwe
                    waterbeheerplan daarom samengevoegd wat beter recht doet aan de daadwerkelijke
                    praktijksituatie. Aan het KRW-maatregelpakket voor de tweede termijn is
                    ‘gedifferentieerd onderhoud’ toegevoegd en zijn de maatregelen ‘inrichten voor
                    de functie (vlakvormige ) waternatuur’ (lees: venherstel) en ‘actief
                    randenbeheer’ geschrapt. Gedifferentieerd onderhoud blijkt een goede praktijk te
                    zijn die substantieel kan bijdragen aan een verbetering van de waterkwaliteit.
                    Voor de periode 2016-2021 is 258km gepland voor het Maas-deel en 36 km voor het
                    Schelde deel van het beheergebied Brabantse Delta.</al><al>De ervaring leert dat venherstel, door het ontbreken van een directe
                    hydrologische relatie, niet direct bijdraagt aan het doelbereik van de
                    KRW-oppervlaktewaterlichamen. Ook andere waterschappen nemen
                    venherstelmaatregelen, om dezelfde reden, niet op in het KRW-pakket. </al><al/><al>Het actief randenbeheer is niet langer als maatregel van het waterschap
                    opgenomen. Het regionale project ‘Actief randenbeheer Brabant’ is overgegaan in
                    een landelijke regeling: de vergroening uit het Europese Gemeenschappelijke
                    Landbouwbeleid (zie paragraaf 4.4). </al><al/><al>Omdat het Kierbesluit in 2018 geëffectueerd wordt, is het verstandig om de
                    periode tot eind 2021 te benutten voor het beoordelen van de resultaten aan de
                    hand van de monitoring van visintrek door Rijkswaterstaat. Op basis hiervan
                    kunnen kosteneffectieve maatregelen voor bevordering van vismigratie tussen
                    rijkswater en het regionale watersysteem voor de derde KRW-termijn (2022 t/m
                    2027) worden verkend. </al><al/><al>Met de huidige kennis en inzichten zijn twee locaties in beeld om maatregelen te
                    nemen om vismigratie te verbeteren tussen het rijkswater en het regionale
                    watersysteem: Tonnenkreek, specifiek voor aal/paling. Nu wordt gewerkt met een
                    tijdelijke aalgoot die elk trekseizoen wordt opgezet en waarbij vissen handmatig
                    worden overgezet. Een permanente vaste voorziening is, gelet op het beperkte
                    visaanbod, nog onvoldoende kosteneffectief. Als blijkt dat het aanbod toe gaat
                    nemen door de Kier in de Haringvlietsluizen (vanaf 2018), is het aan te bevelen
                    om op termijn een permanente goot te realiseren. </al><al/><al>Keizersveer: het realiseren van een vismigratieroute langs de oude loop van de
                    Donge blijkt niet eenvoudig en niet goedkoop. Alternatief is een
                    vismigratieroute langs gemaal Keizersveer. Het aanbod aan trekvis zal door de
                    Kier in de Haringvlietsluizen verbeteren. In de planperiode zal op basis van
                    visonderzoek de meest optimale vismigratieroute worden bepaald.</al><al/><al><plaatje><illustratie id="icbcddbdb-128e-406e-a29c-4325e481939b" naam="i263538icbcddbdb-128e-406e-a29c-4325e481939b.png" type="foto" breedte="14.7cm" hoogte="9.19cm"/></plaatje></al><al>Onderstaande kostenraming is gebaseerd op de volgende normkosten per
                    eenheid:</al><lijst><li nr="•"><al> Vismigratie: €110.000 per passage</al></li><li nr="•"><al> Hydrologisch herstel natte natuurparel: €4.000 per ha</al></li><li nr="•"><al> Beek- en kreekherstel: €250.000 per km</al></li><li nr="•"><al> EVZ (10 m zone; nat)00 per km100.0</al></li></lijst><al/><al>Bij de tabel hoort een voorbehoud (disclaimer bij het KRW-maatregelpakket).</al><al/><al>Voor Markiezaatsmeer en Binnenschelde zijn nog geen maatregelen geprogrammeerd
                    als KRW opgave. Voor deze beide waterlichamen wordt in 2015 een
                    watersysteemanalyse uitgevoerd om zicht te krijgen op mogelijke kosteneffectieve
                    maatregelen. </al><al/><al><plaatje><illustratie id="ic18c62ab-252b-43a6-9933-85597d7d12e8" naam="i263539ic18c62ab-252b-43a6-9933-85597d7d12e8.png" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="10.44cm"/></plaatje></al><al/></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>4</nr><titel>Taken en verantwoordelijkheden van het waterschap in (semi) geïsoleerde
                        wateren</titel></kop><al>Het waterschap is als waterbeheerder verantwoordelijk voor het publiek beheer
                    van het regionaal watersysteem. Hiermee wordt een groot maatschappelijk belang
                    gediend. Deze bijlage gaat bondig in op de taken en verantwoordelijkheden van
                    het waterschap in geïsoleerde en semi-geïsoleerde wateren. Het betreft een kopie
                    van de bijlage uit het Waterbeheerplan 2010-2015. Het bevat dus geen nieuw
                    beleid. De uitgangspunten die het waterschap hierbij hanteert zijn gerangschikt
                    naar de verschillende rollen die het waterschap invult. De uitgangspunten worden
                    in deze notitie nader toegelicht. </al><al/><al><vet>Definitie geïsoleerde wateren</vet></al><al>Onder geïsoleerde wateren wordt in deze notitie verstaan: oppervlaktewateren die
                    niet in open verbinding staan met het hoofdoppervlaktewatersysteem. Dit betekent
                    dat geïsoleerde wateren uitsluitend worden gevoed met regenwater en grondwater.
                    In de Nederlandse situatie kunnen de meeste geïsoleerde wateren overtollig water
                    wel afvoeren via een overlaat. </al><al>Veel ogenschijnlijk geïsoleerde wateren zijn in feite semi geïsoleerd. Hierbij
                    wordt het water via een regelbaar kunstwerk gescheiden van het
                    hoofdwatersysteem. Semi geïsoleerde wateren kunnen dus ook met oppervlaktewater
                    gevoed worden. Voorbeelden van (semi) geïsoleerde wateren in Brabant zijn:
                    vennen, wielen, zandwinplassen, stadsvijvers en blusvijvers. Hoofdwatersysteem
                    en geïsoleerde wateren maken beide onderdeel van het regionale watersysteem en
                    vallen zodoende onder de waterbeheerstaak van het waterschap. Daarnaast is in
                    gevallen het waterschap naast waterbeheerder ook eigenaar van de ondergrond van
                    het hoofdoppervlaktewatersysteem. Voor geïsoleerde wateren is dit meestal niet
                    het geval.</al><al/><al><vet>Waterschap als waterautoriteit</vet></al><al/><al><vet>Uitgangspunt 1</vet></al><al>Het waterschap neemt geïsoleerde wateren in het waterbeheerplan op indien
                    hieraan specifieke functies en doelstellingen gekoppeld zijn.</al><al/><al><vet>Toelichting</vet></al><al>In het kader van de Waterschapswet en de Waterwet is het waterschap
                    verantwoordelijk voor het waterbeheer van het regionaal watersysteem (m.u.v. de
                    Rijkskanalen waarvan de huidige waterkwaliteitsbeheer taak als gevolg van de
                    waterwet in de meeste gevallen zal overgaan naar Rijkswaterstaat). Ongeacht wie
                    hier de eigenaar van is. Het waterbeheer dient planmatig en transparant
                    uitgevoerd te worden. Om die redenen stelt het waterschap eens per vier jaar
                    (straks eens per zes jaar) een waterbeheerplan op. In het waterbeheerplan is op
                    hoofdlijnen aangegeven welke functies aan de oppervlaktewateren zijn toegekend,
                    welke doelstellingen worden nagestreefd en wat de bijdrage van het waterschap is
                    om deze doelstellingen te realiseren. </al><al>Functietoekenning vindt voornamelijk plaats door de provincie. Voor geïsoleerde
                    wateren spelen reeds aanwezige natuurwaarden of potenties voor
                    natuurontwikkeling een belangrijke rol bij functietoekenning. Voor het toekennen
                    van de gebruiksfunctie zwemwater zijn ook de verplichtingen die voortvloeien uit
                    de zwemwaterrichtlijn en het daadwerkelijk gebruik van het geïsoleerde water als
                    zwemwater van belang. </al><al/><al><vet>Uitgangspunt 2</vet></al><al>Geïsoleerde wateren met een specifieke functie worden door het waterschap
                    opgenomen in het monitoringsprogramma.</al><al/><al><vet>Toelichting</vet></al><al>Om vast te kunnen stellen of het gevoerde beleid van het waterschap succesvol is
                    en de oppervlaktewateren aan de gestelde doelstellingen voldoen, heeft het
                    waterschap een monitoringprogramma ingericht. Geïsoleerde wateren waaraan een
                    functie is toegekend maken hier onderdeel van uit. De meetfrequentie in
                    geïsoleerde wateren is over het algemeen laag. Dit betekent dat er veelal een
                    beperkte hoeveelheid informatie beschikbaar is. De geïsoleerde wateren waaraan
                    een zwemwaterfunctie is toegekend, vormen hierop een uitzondering. De provincie
                    heeft als bevoegd gezag voor de wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en
                    zwemgelegenheden de monitoring van de kwaliteit van regionale oppervlaktewateren
                    met de functie zwemwater, onder gebracht bij de waterschappen. Overeenkomstig de
                    wettelijke eisen worden de zwemwateren elk badseizoen onderzocht.</al><al>Daar waar geïsoleerde wateren niet aan de functie eisen voldoen, dienen
                    herstelplannen opgesteld te worden. Het waterschap prioriteert deze waar nodig
                    in het waterbeheersplan.</al><al/><al><vet>Uitgangspunt 3</vet></al><al>Indien aan een geïsoleerd water een specifieke functie is toegekend waarbij niet
                    aan de functie eisen wordt voldaan, adviseert het waterschap de eigenaar en/of
                    functiehouder over de verdere aanpak.</al><al/><al><vet>Toelichting</vet></al><al>Als regionale waterautoriteit beschikt het waterschap over veel
                    watersysteemkennis. Bij het optreden van beheerproblemen kunnen eigenaren van
                    geïsoleerde wateren in principe een beroep doen op deze deskundigheid. Daar waar
                    het een geïsoleerd water betreft met een specifieke functie die is vastgelegd in
                    het waterbeheerplan, zal het waterschap altijd adviseren. In het geval van
                    geïsoleerde wateren met een zwemwaterfunctie is er naast een eigenaar ook vaak
                    een functiehouder (badbeheerder). De advisering zal zich in dat geval veelal
                    richten op de functiehouder. </al><al>Indien het geïsoleerde wateren betreft waaraan geen specifieke functie is
                    toegekend, maakt het waterschap per geval een afweging in hoeverre aan een
                    dergelijk verzoek gehoor zal worden gegeven. De mate waarin dergelijke wateren
                    openbaar toegankelijk zijn, speelt hierbij een rol. In de meeste gevallen zal de
                    inbreng beperkt blijven tot het ter beschikking stellen van informatie. </al><al>N.B.: Op de uitvoerende taken van het waterschap wordt in deze notitie
                    afzonderlijk ingegaan bij de uitgangspunten 6, 7 en 8.</al><al/><al><vet>Waterschap als bevoegd gezag</vet></al><al/><al><vet>Uitgangspunt 4</vet></al><al>Als bevoegd gezag reguleert het waterschap in geïsoleerde wateren activiteiten
                    van derden.</al><al/><al><vet>Toelichting</vet></al><al>In het kader van de Waterschapswet en de Waterwet is het waterschap bevoegd
                    gezag voor het regionale watersysteem. Als bevoegd gezag dient het waterschap
                    het publieke belang op het gebied van regionaal waterbeheer. Dit belang is
                    veelal functie afhankelijk en door middel van normen afrekenbaar gemaakt (normen
                    voor aan- en afvoer, wateroverlast, waterkwaliteit). Door middel van
                    schouwvoering, vergunningverlening en handhaving (keur en de Waterwet) worden
                    activiteiten van derden zodanig gereguleerd dat dit geen afbreuk doet aan de
                    maatschappelijke waterbeheer doelstellingen. In vergelijking met de
                    hoofdwaterlopen zijn de regulerende activiteiten in geïsoleerde wateren over het
                    algemeen beperkt qua omvang.</al><al/><al><vet>Uitgangspunt 5</vet></al><al>In geval van een calamiteit kan het waterschap als bevoegd gezag handelend
                    optreden in geïsoleerde wateren, dan wel anderen tot handelen dwingen</al><al/><al><vet>Toelichting</vet></al><al>Overeenkomstig artikel 69 van de Waterstaatswet 1900 beschikt het waterschap
                    over een calamiteitenplan. Dit plan vormt het kader voor het optreden van het
                    waterschap bij oppervlaktewater gerelateerde calamiteiten. In geval van een
                    calamiteit is het waterschap bevoegd om handelend op te treden dan wel anderen
                    tot handelen te dwingen. Dit met als doel de schade voor het watersysteem tot
                    een minimum te beperken. Bij het bestrijden van calamiteiten werkt het
                    waterschap nauw samen met anderen (onder ander brandweer en politie). In het
                    geval van stedelijke wateren (inclusief de geïsoleerde wateren in stedelijk
                    gebied) kan het waterschap nadere afspraken maken met de gemeente wie in welke
                    situatie (bijvoorbeeld, vissterfte, botulisme, blauwalgen, zuurstoftekort)
                    handelend optreedt. Indien dergelijke afspraken niet zijn gemaakt kan het
                    waterschap naar bevinden handelen.</al><al>Waterschap als uitvoerder</al><al/><al><vet>Uitgangspunt 6</vet></al><al>Het waterschap zorgt waar mogelijk voor de juiste hydrologische randvoorwaarden
                    van geïsoleerde wateren.</al><al/><al><vet>Toelichting</vet></al><al>Het waterschap is verantwoordelijk voor het peilbeheer in het regionale
                    watersysteem, zowel voor de hoofdwaterlopen als de geïsoleerde wateren. Hiermee
                    zorgt het waterschap waar mogelijk voor de juiste hydrologische randvoorwaarden
                    voor de verschillen (gebruiks)functies. </al><al>Voor de hoofdwaterlopen staat het instandhouden van de afvoercapaciteit (veelal
                    vastgelegd door middel van leggerafmetingen van waterlopen in de legger)
                    centraal. De uitvoerende taken voor het waterschap zijn hier het maaien,
                    baggeren en herprofileren van leggerwaterlopen en het feitelijk peilbeheer door
                    middel van stuwen en gemalen. Voor de geïsoleerde wateren zijn de mogelijkheden
                    voor peilbeheer over het algemeen beperkt. Dit is verbeterd nu de waterschappen
                    overeenkomstig de waterwet ook beheerder van het ondiepe grondwater zijn in het
                    landelijk gebied. Het waterschap vult voor geïsoleerde wateren de rol van
                    waterbeheerder vooral in door toezicht te houden op activiteiten van derden die
                    mogelijk van invloed zijn op het waterpeil en de waterkwaliteit (zie bij
                    waterschap als bevoegd gezag). </al><al/><al><vet>Uitgangspunt 7</vet></al><al>Het waterschap heeft als waterbeheerder geen uitvoerende taak in het regulier
                    onderhoud van geïsoleerde wateren.</al><al/><al><vet>Toelichting</vet></al><al>In geïsoleerde wateren ligt de verantwoordelijkheid voor het in goede staat
                    houden van het water in principe bij de eigenaar. De eigenaar zal regulier
                    onderhoud uitvoeren om het eigendom in goede staat te houden. Voor geïsoleerde
                    wateren waaraan een functie is toegekend, is het “in goede staat houden” in
                    belangrijke mate afhankelijk van de functie-eisen. Het waterschap gaat er vanuit
                    dat de eigenaar hier het reguliere onderhoud uitvoert op basis van een
                    onderhoudsplan.</al><al>Om verlanding tegen te gaan dient een geïsoleerd water periodiek gebaggerd te
                    worden. Ook het reguleren van de visstand en het instandhouden van de oevers
                    behoort tot de verantwoordelijkheid van de eigenaar. In de zwemzone van
                    zwemwateren houdt de functiehouder de plantengroei in toom door deze regelmatig
                    te maaien. </al><al>Inrichtingsmaatregelen ter versterking van de gebruiksfuncties, zoals het
                    aanleggen van vissteigers, drijflijnen in zwemwateren etc., wordt eveneens tot
                    de verantwoordelijkheid van de eigenaar en/of functiehouder gerekend.</al><al/></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>5</nr><titel>Gebiedsspecifieke aandachtspunten</titel></kop><al><vet>Inleiding</vet></al><al>In de vorige planperiode is de integrale uitvoering van maatregelen opgepakt op
                    basis van de uitgevoerde integrale gebiedsanalyses. Inmiddels is de basis van
                    die analyses alweer vernieuwd: er zijn nieuwe modelberekeningen uitgevoerd voor
                    de toetsing van regionale wateroverlast en voor het nieuwe beregeningsbeleid uit
                    grondwater. Ook is er voortgang geboekt met de uitvoering van
                    inrichtingsmaatregelen voor natuurontwikkeling. In de praktijk wordt het
                    uitvoeringswerk soms sectoraal opgepakt. Bij het herstel van natte natuurparels
                    wordt niet gekeken naar de optimalisering van het peilbeheer in het gehele
                    deelstroomgebied. Zowel het waterschap als de gebiedspartners hebben behoefte
                    aan een meer integrale gebiedsaanpak. </al><al/><al>Het waterschap wil daarom watergebiedsprogramma’s samen met gebiedspartners gaan
                    opstellen. Omdat dit niet voor alle gebieden tegelijk zal lukken, is er een
                    prioritering gemaakt op basis van de grootte van de maatschappelijke risico’s
                    per thema. De kaarten met prioriteiten per thema (wateroverlast, peilbeheer,
                    ecologie en waterveiligheid) zijn opgenomen in de kaartenbijlage van dit plan.
                    De achtergronden bij deze prioriteiten worden in deze bijlage per gebied
                    toegelicht. Daarbij wordt de gebiedsindeling in deelstroomgebieden gehanteerd
                    zoals weergegeven op kaart 5 (gebiedsindelingen) en beschreven in de navolgende
                    tabel. Met gemeenten wordt in verschillende werkeenheden samengewerkt. De
                    beschrijving van gebieden is gegroepeerd per werkeenheid. </al><al/><al><vet>Methodiek</vet></al><al>De 23 gebieden zijn afzonderlijk beoordeeld op de thema’s veiligheid,
                    wateroverlast, verdroging en waterkwaliteit/ecologie. De laatstgenoemde drie
                    leveren ieder een score op (hoog, matig, of laag) en een optelsom. Omdat de
                    veiligheidsopgave bestuurlijk de hoogste prioriteit heeft, is dit in de score
                    verwerkt door de eindprioritering hierop aan te passen (meer prioriteit).
                    Daarmee komt het thema veiligheid als belangrijkste prioriteit terug in de
                    beoordeling. </al><al/><al><plaatje><illustratie id="i3a09ef4d-fcdb-40cb-b976-f9832ffcbf83" naam="i263544i3a09ef4d-fcdb-40cb-b976-f9832ffcbf83.png" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="9.23cm"/></plaatje></al><al/><al><vet>Gebiedsbreed resultaat van prioritering</vet></al><al>Aan de hand van de beschreven methodiek is een prioritering tot stand gekomen
                    voor de deelgebieden (zie afbeelding 1). Er zijn drie groepen van gebieden te
                    onderscheiden, onderverdeeld naar een prioritering hoog-midden-laag:</al><lijst><li nr="•"><al>Gebieden met een prioriteit hoog: hier speelt een meervoudige
                            wateropgave. Het waterschap kiest, waar nodig, voor een actieve
                            benadering om de waterdoelen te realiseren. Mocht het echter
                            (kosten-)effectiever zijn om het initiatief bij derden te laten en
                            daarop mee te liften dan doen we dat. Per gebied zijn altijd twee of
                            meer opgaven urgent. Daarom wil het waterschap een integraal
                            watergebiedsprogramma opstellen en daarbij de gerelateerde belangen van
                            anderen nadrukkelijk meenemen om zo de beoogde integraliteit te
                            bewerkstelligen;</al></li><li nr="•"><al>Gebieden met een gemiddelde prioriteit (matig): hier ligt doorgaans een
                            enkelvoudige opgave vanuit een van de waterthema’s. Het kan ook zijn dat
                            de meekoppelkansen tussen de thema’s onderling beperkt zijn (geen
                            overlap). Het waterschap kiest hier voor de inbreng van het wateraspect
                            bij gebiedsgerichte ontwikkelingen (ruimtelijk dan wel maatschappelijk).
                            De accenten kunnen per gebied verschillen (bijvoorbeeld de nadruk op
                            waterveiligheid of waterkwaliteit);</al></li><li nr="•"><al>Gebieden met een lage prioriteit: hier zijn geen urgente wateropgaven.
                            Het waterschap speelt in op ontwikkelingen als die zich voordoen, maar
                            neemt daarin in de komende planperiode geen initiatieven.</al></li></lijst><al>Bovenstaande prioritering heeft vooral betrekking op maatregelen die het
                    waterschap programmeert om ontwikkeldoelen te realiseren. Daarnaast heeft elk
                    gebied zijn eigen beheer- of instandhoudingsdoelen. Hier is al met een schuin
                    oog naar gekeken (proefgebieden met een meer flexibel peilbeheer en/of
                    natuurlijker onderhoudsniveau), maar de doelen zijn niet uitputtend beschreven.
                    Waar van toepassing komt het beheeraspect terug bij de toelichting per gebied.
                    Hetzelfde geldt algemeen toepasbare (beheer-) maatregelen, zoals akkerranden en
                    groen-blauwe diensten.</al><al/><al>EVZ = ecologische verbindingszone</al><al>GGOR = Gewenste Grond- en Oppervlaktewater Regime</al><al>SGBP = Stroomgebiedbeheerplan</al><al/><al>De beschrijvingen van de aandachtspunten per gebied zijn gegroepeerd per
                    werkeenheid die in de samenwerking met gemeenten wordt gehanteerd:</al><al>5.1. Werkeenheid de Baronie</al><al>5.2. Werkeenheid Hart van Brabant + deel van werkeenheid 4</al><al>5.3. Werkeenheid Waterkring West</al><al>5.4. Mark-Vliet (valt niet onder een werkeenheid)</al><al/><al><vet>Motivering per gebied, per werkeenheid</vet></al><al/><al><vet>5.1 werkeenheid de Baronie</vet></al><al/><al><vet>Deelgebieden:</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Aa of Weerijs</al></li><li nr="2."><al>Boven Mark</al></li><li nr="3."><al>Chaamse Beken</al></li><li nr="4."><al>Kibbelvaart-Brandse Vaart</al></li><li nr="5."><al>Merkske</al></li><li nr="6."><al>Molenleij</al></li><li nr="7."><al>Rooskensdonk-Hoge Vucht</al></li><li nr="8."><al>Turfvaart-Bijloop</al></li></lijst><al/><al><plaatje><illustratie id="i5314c5ac-2329-44ae-ae45-ba43f585ce2a" naam="i263550i5314c5ac-2329-44ae-ae45-ba43f585ce2a.png" type="foto" breedte="7.5cm" hoogte="7.74cm"/></plaatje></al><al/><al><plaatje><illustratie id="i4fd27e99-2c69-44b5-98fe-99718a38f3c1" naam="i263549i4fd27e99-2c69-44b5-98fe-99718a38f3c1.png" type="foto" breedte="14.8cm" hoogte="12.84cm"/></plaatje></al><al/><al/><al><vet>Gebied 1: Aa of Weerijs</vet></al><al>KRW-waterlichaam: Aa of Weerijs</al><al>Toegekende prioriteit komende planperiode: hoog</al><al/><al><plaatje><illustratie id="ic7f83de3-cad9-4356-85fa-2e8710f278c9" naam="i263551ic7f83de3-cad9-4356-85fa-2e8710f278c9.png" type="foto" breedte="6.4cm" hoogte="4.09cm"/></plaatje></al><al/><al><vet>Waarom heeft het gebied de prioriteit hoog (motivering)?</vet></al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><colspec colname="colC"/><tbody><row><entry><al>Veiligheid</al></entry><entry><al>Hoog</al></entry><entry><al>Regionale keringen langs de benedenloop bij Breda</al></entry></row><row><entry><al>Wateroverlast</al></entry><entry><al>Hoog</al></entry><entry><al>Groot gebied waar wateroverlast kan optreden</al></entry></row><row><entry><al>GGOR</al></entry><entry><al>Hoog</al></entry><entry><al>Nog onduidelijk effect van beregeningsbeleid op natte
                                        natuurparel</al></entry></row><row><entry><al>Waterkwaliteit</al></entry><entry><al>Laag</al></entry><entry><al>Weinig concrete ontwikkelingen om mee te liften met
                                        inrichtingsmaatregelen</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al><vet>Gebiedsspecifieke aandachtspunten:</vet></al><lijst><li nr="•"><al>In dit gebied zijn al diverse inrichtingsmaatregelen uitgevoerd (onder
                            andere in de ruilverkaveling Weerijs-Zuid). De intensivering van het
                            agrarisch gebruik in het beekdal en het herstel van natte natuurparels
                            vragen om een zorgvuldige afweging van welke maatregelen nog genomen
                            moeten worden. In dit gebied zal bekeken moeten worden wat de effecten
                            van de maatregelen zijn en welke opgave er dus nog is. Een integrale
                            analyse waarbij ook gekeken wordt naar haalbare doelen voor de
                            Kaderrichtlijn Water is nodig.</al></li><li nr="•"><al>Het beekdal van de Aa of Weerijs is niet genormeerd voor wateroverlast.
                            Gelet op de hoge potentiële schaderisico’s wil het waterschap het gebied
                            optimaliseren. Tevens zijn er compenserende maatregelen nodig om het
                            verruimen van het beregeningsbeleid mogelijk te maken. De uitwerking via
                            een watergebiedsprogramma is hiervoor het aangewezen instrument, waarbij
                            ook het stroomgebied van de Turfvaart/Bijloop wordt betrokken.</al></li><li nr="•"><al>Het waterschap kijkt daarbij ook naar gebiedsgerichte ontwikkelingen,
                            zoals de rondweg rondom Zundert en landgoedontwikkeling (Weerijs).</al></li><li nr="•"><al>De aanpak van 15 ha natte natuurparel is doorgeschoven naar de periode
                            na 2021. Eerst worden de effecten van de genomen maatregelen samen met
                            de provincie in beeld gebracht. Op basis daarvan kan beter bepaald
                            worden welke aanvullende maatregelen nodig en effectief zullen zijn.
                        </al></li><li nr="•"><al>Van de nog in te richten 15,2 kilometer aan EVZ is iets minder dan de
                            helft geprogrammeerd en de rest gepland voor de derde KRW-termijn
                            (2022-2027). De komende planperiode wordt gekeken waar de
                            inrichtingskansen het grootst zijn, ook met het oog op het aansluiten
                            van de EVZ Kleine Beek en verbinding naar De Matjens (Vlaanderen).
                            Hierbij is afstemming met gemeenten belangrijk, ook gelet op de totale
                            opgave. De samenwerkingsovereenkomst met gemeente Zundert omvat
                            bijvoorbeeld slechts een deel van de nog te realiseren EVZ binnen de
                            gemeentegrenzen. Ook zal voor de regionale keringen bij Breda voor de
                            komende planperiode in beeld worden gebracht welke maatregelen nodig
                            zijn om aan de norm te voldoen en in hoeverre er hier meekoppelkansen
                            liggen met de KRW-opgave.</al></li><li nr="•"><al>Het onderhoudsregime en de toekomstige inrichtingsmaatregelen zullen het
                            stromende karakter van de Aa of Weerijs moeten herstellen. Dit helpt een
                            betere KRW-beoordeling te bereiken in 2027.</al></li><li nr="•"><al>Om uiterlijk in 2027 aan de KRW-doelen te kunnen voldoen zal samen met
                            Vlaamse partners worden verkend welke kosteneffectieve maatregelen
                            voorhanden zijn.</al></li></lijst><al/><al><vet>Gebied 3: Boven Mark </vet></al><al>KRW-waterlichaam: Boven Mark</al><al>Toegekende prioriteit komende planperiode: hoog</al><al/><al><plaatje><illustratie id="i2bd1b1be-baa4-4866-9169-f7d8dfbfca30" naam="i263552i2bd1b1be-baa4-4866-9169-f7d8dfbfca30.png" type="foto" breedte="6.4cm" hoogte="4.06cm"/></plaatje></al><al/><al><vet>Waarom heeft het gebied prioriteit hoog (motivering)?</vet></al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><colspec colname="colC"/><tbody><row><entry><al>Veiligheid</al></entry><entry><al>Hoog</al></entry><entry><al>Overige keringen nog nader te beschouwen</al></entry></row><row><entry><al>Wateroverlast</al></entry><entry><al>Matig</al></entry><entry><al>Beperkt gebied en schaderisico</al></entry></row><row><entry><al>GGOR</al></entry><entry><al>Matig </al></entry><entry><al>Compensatie van effecten beregeningsbeleid </al></entry></row><row><entry><al>Waterkwaliteit</al></entry><entry><al>Hoog</al></entry><entry><al>Aaneengesloten traject beekherstel (Boven Mark) en
                                        ecologische verbindingszones (zijlopen)</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al><vet>Gebiedsspecifieke aandachtspunten:</vet></al><lijst><li nr="•"><al>Er zijn de afgelopen jaren al verschillende ecologische
                            herstelmaatregelen uitgevoerd langs de Boven Mark en de zijlopen. Deze
                            leveren ecologisch meer op als er, met aanvullende maatregelen, een
                            aaneengesloten systeem wordt gerealiseerd. Het gaat dan om realisatie
                            van de EHS en het beekherstel in het beekdal (6 kilometer) in combinatie
                            met de ecologische verbindingszones langs de Galderse Beek en
                            Hazeldonkse beek en het opheffen van de resterende twee
                            vismigratieknelpunten in de Boven Mark.</al></li><li nr="•"><al>Met de Vereniging Markdal is een samenwerkingsovereenkomst ondertekend
                            waarin afspraken zijn gemaakt over de prioritering van en voorbereidende
                            werkzaamheden voor uitvoering van maatregelen. De vereniging neemt het
                            voortouw in het maken van afspraken met bewoners en ondernemers. Voor de
                            planning en uitvoering van maatregelen worden de vigerende wettelijke
                            procedures gevolgd. Het waterschap zal de komende planperiode ervaring
                            opdoen met deze nieuwe samenwerkingsvorm om te komen tot een duurzaam en
                            vitaal Markdal.</al></li><li nr="•"><al>Vanwege de opgedeelde ligging van het KRW-waterlichaam Boven Mark
                            (tussenliggend traject over Vlaamse deel) is afstemming met Vlaanderen
                            voor het opstellen van een watergebiedsprogramma van belang, mede in
                            relatie tot het watergebiedsprogramma voor het Merkske. Naast
                            oeverinrichting speelt hier ook verdrogingsbestrijding in aansluiting op
                            de Vlaamse zijde en de bovenlopen Strijbeekse Beek (stroomgebied Chaamse
                            Beken), Galderse Beek en Merkske. Het waterschap laat daarmee zien dat
                            het de samenwerking met Vlaanderen gebiedsgericht wil invullen en
                            prioriteit wil geven in de planperiode.</al></li><li nr="•"><al>De nog uit te voeren inrichtingsmaatregelen dienen een positieve
                            bijdrage te leveren aan het herstel van het stromende karakter van de
                            Boven Mark en de zijlopen, om doelbereik op de KRW-maatlatten in 2027
                            mogelijk te maken.</al></li><li nr="•"><al>Voor de overige keringen zal de komende planperiode in beeld worden
                            gebracht welke functie ze in dit gebied hebben en of ze in dat opzicht
                            voldoen.</al></li></lijst><al/><al><vet>Gebied 5: Chaamse beken</vet></al><al>KRW-waterlichamen: Chaamse Beken, Strijbeekse Beek, Bremer</al><al>Toegekende prioriteit komende planperiode: midden</al><al/><al><plaatje><illustratie id="i288f92d3-b0b0-468f-94b9-d961b56c0b66" naam="i263553i288f92d3-b0b0-468f-94b9-d961b56c0b66.png" type="foto" breedte="6.4cm" hoogte="4.11cm"/></plaatje></al><al/><al>Waarom heeft het gebied prioriteit midden (motivering)?</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><colspec colname="colC"/><tbody><row><entry><al>Veiligheid</al></entry><entry><al>Laag</al></entry><entry><al>Geen keringen aanwezig</al></entry></row><row><entry><al>Wateroverlast</al></entry><entry><al>Laag</al></entry><entry><al>Beperkte wateroverlast in bebouwde kom</al></entry></row><row><entry><al>GGOR</al></entry><entry><al>Matig</al></entry><entry><al>Beperkte effecten beregeningsbeleid op natte natuurparels.
                                    </al></entry></row><row><entry><al>Waterkwaliteit</al></entry><entry><al>Laag</al></entry><entry><al>Geen concrete ontwikkelingen, inrichting deels al uitgevoerd
                                        in kader van landinrichting m.u.v. Strijbeekse Beek</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al><vet>Gebiedsspecifieke aandachtspunten:</vet></al><lijst><li nr="•"><al>Grote delen van het gebied zijn al behoorlijk natuurlijk ingericht
                            (zoals de landgoederen Chaam en de uitgevoerde landinrichting
                            Baarle-Nassau). De aanwezige natuur is aangewezen als EHS, als
                            verwervingsopgave EHS of als natuur in combinatie met agrarisch
                            gebruik.</al></li><li nr="•"><al>Ondanks de uitgevoerde maatregelen blijft de ecologische toestand nog
                            achter bij de KRW-doelen. De mogelijkheden tot grondaankopen voor
                            aanvullende inrichtingsmaatregelen zijn in het gebied van de Chaamse
                            beken beperkt. </al></li><li nr="•"><al>Met natuurvriendelijk onderhoud en agrarisch natuurbeheer kan de
                            kwaliteit wel verder worden verbeterd. </al></li><li nr="•"><al>Langs de Strijbeekse Beek zet het waterschap in op verbindende trajecten
                            (beekherstel in combinatie met aanpak verdroging van de natte
                            natuurparel), zodat een meer aaneengesloten systeem ontstaat met de
                            Boven Mark. In 2014 is het waterschap gestart met het opstellen van een
                            watersysteemanalyse voor de Strijbeekse beek: de resultaten worden
                            gebruikt voor de programmering van maatregelen. Hierbij zal afstemming
                            met Vlaamse partners plaatsvinden.</al></li><li nr="•"><al>Langs de bovenloop van de Strijbeekse Beek en de Bremer zoekt het
                            waterschap naar mogelijkheden om mee te koppelen met agrarisch
                            natuurbeheer (groen-blauwe diensten) en met maatregelen binnen het
                            Deltaplan Agrarisch Waterbeheer. Hiermee kan het waterschap mogelijk
                            anticiperen op de uitbreiding van de intensieve veehouderij in het
                            gebied rondom Baarle-Nassau.</al></li><li nr="•"><al>Delen van de Bremer, Groot Vergoor en andere bovenlopen waar de EVZ met
                            stapstenen is ingericht, worden de komende jaren meegenomen in een
                            evaluatie van de habitateisen. Op grond van de evaluatie kan de
                            provincie de programmering van de ecologische verbindingszones
                            bijstellen.</al></li><li nr="•"><al>Voor het vismigratieknelpunt Heerlese Loop/Pools Heining zal het
                            waterschap samen met de provincie Antwerpen verkennen welke doelmatige
                            maatregelen er mogelijk en gewenst zijn.</al></li></lijst><al/><al><vet>Gebied 9: Kibbelvaart – Brandse Vaart</vet></al><al>KRW-waterlichaam: onderdeel van Mark-Vliet</al><al>Toegekende prioriteit komende planperiode: midden</al><al/><al><plaatje><illustratie id="ib41ed589-481b-4c1e-9943-28780025dd4a" naam="i263554ib41ed589-481b-4c1e-9943-28780025dd4a.png" type="foto" breedte="6.4cm" hoogte="4.13cm"/></plaatje></al><al/><al>Waarom heeft het gebied prioriteit midden (motivering)?</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><colspec colname="colC"/><tbody><row><entry><al>Veiligheid</al></entry><entry><al>Laag</al></entry><entry><al>Geen keringen aanwezig</al></entry></row><row><entry><al>Wateroverlast</al></entry><entry><al>Matig</al></entry><entry><al>Rondom Etten-Leur liggen een beperkt aantal gebieden waar
                                        wateroverlast een rol speelt</al></entry></row><row><entry><al>GGOR</al></entry><entry><al>Laag</al></entry><entry><al>Beperkte effecten van beregeningsbeleid op natte
                                        natuurparel</al></entry></row><row><entry><al>Waterkwaliteit</al></entry><entry><al>Matig</al></entry><entry><al>Enkele kansen voor realisatie van aaneengesloten traject
                                        EVZ</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al><vet>Gebiedsspecifieke aandachtspunten:</vet></al><lijst><li nr="•"><al>Langs de Kibbelvaart – Laakse Vaart en Brandse Vaart ten zuiden van de
                            snelweg (EVZ Vossenbergse Vaart) liggen kansen om een aaneengesloten
                            traject af te ronden, waarvan al delen zijn ingericht. Het heeft de
                            voorkeur om aan te sluiten op vernattingsmaatregelen in de natte
                            natuurparel De Berk / Kelsdonk (buiten het gebied gelegen).</al></li><li nr="•"><al>In de samenwerkingsovereenkomst met de gemeente Etten-Leur zijn
                            afspraken gemaakt over kadeverbetering in combinatie met de realisatie
                            van de EVZ-opgave langs de Leurse Haven en Laakse Vaart. Echter, ook na
                            uitvoering hiervan resteert er nog een aantal kilometers te realiseren
                            EVZ.</al></li><li nr="•"><al>De verbinding van de natte natuurparel langs de Turfvaart / Bijloop met
                            de Vossenbergse vaart (EVZ) is uitgesteld (na 2021). De realisatie van
                            de verdrogingsaanpak van de natte natuurparel wordt namelijk in zijn
                            totale omvang bekeken (zie gebied Turfvaart/Bijloop).</al></li><li nr="•"><al>Het waterschap onderzoekt of er kansen zijn om realisatie EVZ te
                            combineren met waterberging om wateroverlast in de omgeving van
                            Etten-Leur te beperken. Deels speelt dit zich ook af binnen stedelijk
                            gebied (onderdeel van de heroverweging afvalwaterketen en
                            samenwerkingsovereenkomst met gemeente Etten-Leur), waarover al
                            afspraken zijn gemaakt.</al></li></lijst><al/><al><vet>Gebied 12: Merkske</vet></al><al>KRW-waterlichaam: Merkske</al><al>Toegekende prioriteit komende planperiode: midden</al><al/><al><plaatje><illustratie id="i2f164b47-f982-4d7a-9d19-c9b451ccab9a" naam="i263555i2f164b47-f982-4d7a-9d19-c9b451ccab9a.png" type="foto" breedte="6.3cm" hoogte="4.05cm"/></plaatje></al><al/><al><vet>Waarom heeft het gebied prioriteit midden (motivering)?</vet></al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><colspec colname="colC"/><tbody><row><entry><al>Veiligheid</al></entry><entry><al>Laag</al></entry><entry><al>Er zijn geen keringen aanwezig</al></entry></row><row><entry><al>Wateroverlast</al></entry><entry><al>Laag</al></entry><entry><al>Het gebied is beperkt gevoelig voor wateroverlast</al></entry></row><row><entry><al>GGOR</al></entry><entry><al>Matig</al></entry><entry><al>Beperkte opgave natte natuurparel </al></entry></row><row><entry><al>Waterkwaliteit</al></entry><entry><al>Hoog</al></entry><entry><al>Kans op aaneengesloten traject met Boven Mark / Vlaamse
                                        deel</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al><vet>Gebiedsspecifieke aandachtspunten:</vet></al><lijst><li nr="•"><al>Vanwege de ligging van het waterlichaam Merkske is afstemming met
                            Vlaanderen en het watergebiedsprogramma voor de Boven Mark van belang
                            (beekherstel en vismigratie). Vlaanderen wil samen met Nederland
                            gerichte maatregelen treffen om in de periode tot 2021 een goede
                            ecologische toestand voor ’t Merkske (Vlaams ‘speerpuntgebied’). Het
                            waterschap sluit aan bij deze ambitie en stemt af met de Vlaamse
                            partners over inrichting en beheer in het Grenswateroverleg
                            Molenbeek-Mark. Onder de vleugels van dit grenswateroverleg zal een
                            Vlaams-Nederlands stappenplan voor herstel van het Merkske worden
                            ontwikkeld </al></li><li nr="•"><al>Om die reden is 14,5 kilometer beekherstel en 2,3 kilometer EVZ
                            geprogrammeerd voor de komende planperiode evenals 145 hectare aan natte
                            natuurparels. Het belangrijkste aandachtspunt vormt daarbij het verhogen
                            van de stromingsdynamiek. Met natuurvriendelijk onderhoud worden al
                            goede resultaten geboekt. Mogelijk is plaatselijk ook nog verhoging van
                            de ontwateringsbasis nodig (of verhoging van de waterbodem).</al></li></lijst><al/><al><vet>Gebied 14: Molenleij</vet></al><al>KRW-waterlichaam: Bavelse Leij</al><al>Toegekende prioriteit komende planperiode: midden</al><al/><al><plaatje><illustratie id="ief73ee51-1796-4cf2-81c1-3de0bf29dda8" naam="i263557ief73ee51-1796-4cf2-81c1-3de0bf29dda8.png" type="foto" breedte="6.4cm" hoogte="4.10cm"/></plaatje></al><al/><al><vet>Waarom heeft het gebied prioriteit midden (motivering)?</vet></al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><colspec colname="colC"/><tbody><row><entry><al>Veiligheid</al></entry><entry><al>Laag</al></entry><entry><al>Overige keringen nog nader te beschouwen</al></entry></row><row><entry><al>Wateroverlast</al></entry><entry><al>Hoog</al></entry><entry><al>Groot gebied waar wateroverlast kan optreden</al></entry></row><row><entry><al>GGOR</al></entry><entry><al>Laag</al></entry><entry><al>Geen effect beregeningsbeleid en beperkte omvang natte
                                        natuurparel</al></entry></row><row><entry><al>Waterkwaliteit</al></entry><entry><al>Laag</al></entry><entry><al>Beperkte ontwikkelingen</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al><vet>Gebiedsspecifieke aandachtspunten:</vet></al><lijst><li nr="•"><al>De belangrijkste prioriteit is de aanpak van wateroverlast in het
                            gebied: de overgangszone naar het stedelijk gebied Breda, met name
                            rondom Bavel.</al></li><li nr="•"><al>De realisatie van het bedrijven- en evenemententerrein Bavelse Berg in
                            een overstromingsgebied vraagt om compenserende maatregelen om de
                            toename van wateroverlast te voorkomen. Het waterschap overlegt hiervoor
                            met de gemeente Breda.</al></li><li nr="•"><al>Langs de Bavelse Leij en de Molenleij liggen overige keringen (niet
                            genormeerd). Het waterschap gaat na of de huidige situatie aangepast
                            moet worden en stemt daarbij af met de andere Brabantse
                            waterschappen.</al></li><li nr="•"><al>Er is in het gebied in het verleden al veel ingericht. De resterende
                            inrichtingsopgave is daardoor beperkt: er is 1,5 kilometer EVZ
                            geprogrammeerd in de periode tot en met 2021 (onder meer de EVZ
                            Boomkikker in de omgeving van Molenschot). Het waterschap bekijkt samen
                            met de gemeenten Gilze en Rijen en Breda of er meekoppelkansen ontstaan
                            als gevolg van noord-zuid migratieroutes voor de boomkikker als
                            doelsoort.</al></li><li nr="•"><al>Ook de opgave voor het herstel van natte natuurparels is beperkt: er is
                            9 hectare geprogrammeerd van de 59 hectare.</al></li><li nr="•"><al>Hoewel maatregelen in en rondom het Ulvenhoutse Bos al zijn genomen,
                            wordt aanvullend daarop onderzocht of verdere lokale optimalisatie van
                            de waterhuishouding nodig is, o.a. aan de Broekloop.</al></li></lijst><al/><al><vet>Gebied 20: Rooskensdonk – Hoge Vucht</vet></al><al>KRW-waterlichaam: onderdeel van Mark-Vliet</al><al>Toegekende prioriteit komende planperiode: hoog</al><al/><al><plaatje><illustratie id="i32cd20bf-c85b-425d-9d4f-6c14f30f8b2b" naam="i263558i32cd20bf-c85b-425d-9d4f-6c14f30f8b2b.png" type="foto" breedte="6.5cm" hoogte="4.18cm"/></plaatje></al><al/><al><vet>Waarom heeft het gebied prioriteit midden (motivering)?</vet></al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><colspec colname="colC"/><tbody><row><entry><al>Veiligheid</al></entry><entry><al>Hoog</al></entry><entry><al>Regionale keringen langs Mark Overige keringen nader te
                                        beschouwen</al></entry></row><row><entry><al>Wateroverlast</al></entry><entry><al>Hoog</al></entry><entry><al>Groot gebied waar wateroverlast kan optreden</al></entry></row><row><entry><al>GGOR</al></entry><entry><al>Laag</al></entry><entry><al>verdrogingsaanpak natte natuurparel Vuchtpolder</al></entry></row><row><entry><al>Waterkwaliteit</al></entry><entry><al>Matig</al></entry><entry><al>Beperkte uitvoeringskansen voor aaneengesloten traject</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al><vet>Gebiedsspecifieke aandachtspunten:</vet></al><lijst><li nr="•"><al>De komende jaren wordt een programma uitgevoerd om regionale keringen
                            langs Mark en Vliet te laten voldoen aan de verhoogde veiligheidsnorm,
                            in combinatie met de eisen voor de waterberging op het
                            Volkerak-Zoommeer. De werken aan de regionale keringen worden uiterlijk
                            in 2023 afgerond.</al></li><li nr="•"><al>Voor de overige keringen in het gebied gaat het waterschap na of de
                            huidige situatie (niet genormeerd) aangepast moet worden en stemt
                            daarbij af met de andere Brabantse waterschappen.</al></li><li nr="•"><al>De belangrijkste prioriteit is de aanpak van wateroverlast in het gebied
                            (overgangszone naar stedelijk gebied Breda). De stad Breda ligt ook
                            binnen het gebied, maar de aanpak van stedelijke wateropgaven kent
                            hoofdzakelijk een eigen spoor (denk aan de waterketenbenadering, toename
                            waterbergingsbehoefte als gevolg van uitbreiding spoorzone OVTC).
                            Gemeente Breda is zich aan het oriënteren op een klimaatbestendige
                            watervisie voor het binnenstedelijk gebied; het waterschap wil daar
                            samen in optrekken.</al></li><li nr="•"><al>Maatregelen vanuit het Waterbeheerplan richten zich dan ook met name op
                            het landelijk gebied rondom de stad, zoals de natte natuurparel Lage
                            Vuchtpolder in combinatie met de zuivering van stedelijk water (project
                            Waterakkers).</al></li><li nr="•"><al>Het stedelijke uitloopgebied tussen Breda en Oosterhout is als
                            landschapspark aangemerkt met een brede blauw-groene agenda. Mogelijk
                            dat hierin ook aanknopingspunten liggen voor de realisatie van
                            waterdoelen.</al></li><li nr="•"><al>Via uitwerking van de GGOR wordt de aanpak van wateroverlast zorgvuldig
                            afgewogen tegen de verdrogingsbestrijding in het gebied. Waar mogelijk
                            wordt dit met elkaar in verband gebracht.</al></li></lijst><al/><al><vet>Gebied 22: Turfvaart-Bijloop</vet></al><al>KRW-waterlichaam: Turfvaart - Bijloop</al><al>Toegekende prioriteit komende planperiode: hoog</al><al/><al><plaatje><illustratie id="ic85a62db-df70-4832-a87d-74267d7f10bb" naam="i263559ic85a62db-df70-4832-a87d-74267d7f10bb.png" type="foto" breedte="6.3cm" hoogte="4.01cm"/></plaatje></al><al/><al><vet>Waarom heeft het gebied prioriteit hoog (motivering)?</vet></al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><colspec colname="colC"/><tbody><row><entry><al>Veiligheid</al></entry><entry><al>Hoog</al></entry><entry><al>Overige keringen nog nader te beschouwen</al></entry></row><row><entry><al>Wateroverlast</al></entry><entry><al>Hoog</al></entry><entry><al>Groot gebied waar mogelijk wateroverlast kan optreden</al></entry></row><row><entry><al>GGOR</al></entry><entry><al>Hoog</al></entry><entry><al>Compensatie effect beregeningsbeleid en omvangrijke natte
                                        natuurparel</al></entry></row><row><entry><al>Waterkwaliteit</al></entry><entry><al>Laag</al></entry><entry><al>Beperkte concrete ontwikkelingen, herbeoordeling
                                        stroming</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al><vet>Gebiedsspecifieke aandachtspunten:</vet></al><lijst><li nr="•"><al>Voor de overige keringen langs de Bijloop gaat het waterschap na of de
                            huidige situatie (niet genormeerd) aangepast moet worden en stemt
                            daarbij af met de andere Brabantse waterschappen.</al></li><li nr="•"><al>Bij de uitwerking van een aanpak voor de natte natuurparels houdt het
                            waterschap rekening met de noodzakelijke compensatie vanuit
                            beregeningsbeleid en wateroverlast. Het waterschap beschouwt het op te
                            stellen GGOR-plan in samenhang met het gebied Aa of Weerijs vanwege de
                            onderlinge hydrologische relaties.</al></li><li nr="•"><al>Er is een nadere beoordeling van de omvang van de natte natuurparel
                            langs de Turfvaart nodig vanwege de beperkte reikwijdte van de
                            herstelmaatregelen (geen effect op droge delen). Het waterschap gaat
                            hiervoor in gesprek met de provincie en de terreinbeheerder.</al></li><li nr="•"><al>Voor het ingerichte deel van de Bijloop gaat het waterschap na of de
                            uitgevoerde maatregelen voldoende bijdragen aan het herstel van het
                            stromende karakter van de beek.</al></li><li nr="•"><al>De Turfvaart is onderdeel van hetzelfde KRW-waterlichaam, maar sluit
                            daar qua type onvoldoende op aan. Het waterschap onderzoekt of een beter
                            passende typering een oplossing kan bieden. Op grond van die analyse
                            wordt de resterende opgave voor beekherstel voor zowel de Turfvaart als
                            de Bijloop (2,3 kilometer geprogrammeerd) zo nodig bijgesteld.</al></li><li nr="•"><al>Door de afkoppeling van landbouwwater neemt de piekafvoer vanuit de
                            Turfvaart naar de Bijloop toe, waardoor de kades langs de Bijloop extra
                            worden belast. Het waterschap brengt de komende planperiode in beeld of
                            er mogelijkheden zijn voor de realisatie van extra berging.</al></li><li nr="•"><al>Vanwege de verwevenheid in het gebied kunnen sommige maatregelen beter
                            gerealiseerd worden met de agrarische sector. Daarom kijkt het
                            waterschap vooral ook naar mogelijkheden voor groen-blauwe diensten en
                            akkerrandenbeheer. </al></li></lijst><al/><al><vet>5.2 Werkeenheid Hart van Brabant + deel van werkeenheid 4</vet></al><al/><al><vet>Deelgebieden:</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Bovenlopen Donge</al></li><li nr="2."><al>Gat van den Ham</al></li><li nr="3."><al>Noordrand Midden</al></li><li nr="4."><al>Oosterhout-Waalwijk</al></li></lijst><al/><al><plaatje><illustratie id="ia0f67009-5270-42da-b0cf-815bd948f28e" naam="i263560ia0f67009-5270-42da-b0cf-815bd948f28e.png" breedte="15.9cm" type="foto" hoogte="16.29cm"/></plaatje></al><al/><al><plaatje><illustratie id="i54370030-8670-4bda-92c9-3f1ede198900" naam="i263561i54370030-8670-4bda-92c9-3f1ede198900.png" breedte="15.9cm" type="foto" hoogte="13.79cm"/></plaatje></al><al/><al><vet>Gebied 2: Bovenlopen Donge </vet></al><al>KRW-waterlichaam: Boven Donge</al><al>Toegekende prioriteit komende planperiode: hoog</al><al/><al><plaatje><illustratie id="i97fa24de-078b-4914-9a94-79cf08643b16" naam="i263562i97fa24de-078b-4914-9a94-79cf08643b16.png" breedte="15.9cm" type="foto" hoogte="10.14cm"/></plaatje></al><al/><al><vet>Waarom heeft het gebied de prioriteit hoog (motivering)?</vet></al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><colspec colname="colC"/><tbody><row><entry><al>Veiligheid</al></entry><entry><al>Laag</al></entry><entry><al>Geen keringen aanwezig</al></entry></row><row><entry><al>Wateroverlast</al></entry><entry><al>Matig</al></entry><entry><al>Beperkt schaderisico</al></entry></row><row><entry><al>GGOR</al></entry><entry><al>Hoog</al></entry><entry><al>Aanpak van verdroging van N2000-gebied Regte Heide/ Riels
                                        Laag heeft hoge prioriteit</al></entry></row><row><entry><al>Waterkwaliteit</al></entry><entry><al>Hoog</al></entry><entry><al>Aaneengesloten traject langs de Oude Leij / aansluiting op
                                        benedenloop</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al><vet>Gebiedsspecifieke aandachtspunten:</vet></al><lijst><li nr="•"><al>Het waterschap wil de komende planperiode het beekherstel en de EVZ
                            realiseren langs de Oude Leij en Groote Leij. Dit gebeurt bij voorkeur
                            in combinatie met andere maatregelen voor een meer optimaal peilbeheer
                            (minder verdroging en minder wateroverlast). Hierdoor ontstaat een meer
                            aaneengesloten geheel van natuurlijk ingerichte oevers en
                            beekdalen.</al></li><li nr="•"><al>De sifon in de Donge onder het Wihelminakanaal blijkt geen belemmering
                            te vormen voor vismigratie. De vismigratieroute van de Oude Leij wordt
                            daarom verbonden met de oude loop van de Donge en niet richting het
                            Wilhelminakanaal. Zo wordt voor vissen de oude loop van de beek weer
                            hersteld, terwijl bij hoge afvoeren het water van de Oude Leij naar het
                            Wilheminakanaal wordt geleid. Voor visoptrek langs de Oude Leij
                            (bovenloop Donge) ontbreken nog een aantal laatste migratiemogelijkheden
                            bij stuwen tussen Riel en Dongen. Er zijn vier stuwen geprogrammeerd in
                            de komende planperiode.</al></li><li nr="•"><al>Het waterschap benut inrichtingskansen bij ruimtelijke ontwikkelingen
                            zoals de stedelijke uitloopgebieden (groenzones) tussen Tilburg en
                            Dongen, in de buurt van Koolhoven (woningbouw) en de Reeshofweide.</al></li><li nr="•"><al>In het meest bovenstroomse deel van het gebied langs de Oude Leij (vanaf
                            de Dorpswaterloop) vindt intensivering van agrarische bedrijfsvoering
                            plaats. In dit gebied liggen kansen voor teeltvrije zones langs de
                            waterloop. </al></li><li nr="•"><al>Het gebied rondom de Hultense Leij is gevoelig voor watertekorten, maar
                            tegelijk ook voor wateroverlast. Dit geeft randvoorwaarden voor de
                            uitwerking van het peilbeheer (GGOR) voor dit gebied. Gemeente
                            Gilze-Rijen en het waterschap zoeken de komende planperiode samen naar
                            oplossingen om wateroverlast binnen een aantal kernen tegen te
                            gaan.</al></li><li nr="•"><al>Reeds gerealiseerde delen van de EVZ langs de Groote Leij worden
                            meegenomen in een gebiedsbrede evaluatie van de effectiviteit van
                            maatregelen binnen de EVZ. Op grond hiervan kunnen nog uit te voeren
                            maatregelen beter worden ingezet. </al></li><li nr="•"><al>Vanuit het gebiedsdossier voor de drinkwaterwinning Gilzerbaan is
                            aandacht gevraagd voor de infiltratie van stoffen vanuit de Oude Leij
                            naar het grondwater, waarvan vervolgens drinkwater wordt geproduceerd.
                            Uit een nog op te stellen gebiedsvisie volgen eventueel maatregelen om
                            deze belasting te verminderen. Nog te realiseren beekherstel biedt
                            hiervoor wellicht een aanknopingspunt, als er voldoende cofinanciering
                            beschikbaar is.</al></li><li nr="•"><al>Voor N2000-gebied Regte Heide / Riels Laag zijn door het waterschap
                            vernattingsmaatregelen getroffen langs de Oude Leij. Voor het droge deel
                            (met natte natuurdoelen) zal het waterschap de terreinbeheerder
                            adviseren over kansrijke beheer- en inrichtingsmaatregelen.</al></li><li nr="•"><al>In de Oude Leij wil het waterschap een proef uitvoeren voor
                            onderhoudsvrij beheer door houtconstructies in de beek aan te brengen.
                        </al></li></lijst><al/><al><vet>Gebied 7: Gat van den Ham </vet></al><al>KRW-waterlichaam: Gat van den Ham</al><al>Toegekende prioriteit komende planperiode: midden</al><al/><al><plaatje><illustratie id="i59b9757d-6275-4836-ba9b-467b9c2ebaf7" naam="i263563i59b9757d-6275-4836-ba9b-467b9c2ebaf7.png" breedte="15.9cm" type="foto" hoogte="10.17cm"/></plaatje></al><al/><al><vet>Waarom heeft het gebied prioriteit midden (motivering)?</vet></al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><colspec colname="colC"/><tbody><row><entry><al>Veiligheid</al></entry><entry><al>Hoog</al></entry><entry><al>Programma regionale keringen in samenhang met waterberging
                                        op het Volkerak-Zoommeer</al></entry></row><row><entry><al>Wateroverlast</al></entry><entry><al>Matig</al></entry><entry><al>Kleine kans op wateroverlast maar verhoogd risico door
                                        aanwezige glastuinbouw (Plukmade)</al></entry></row><row><entry><al>GGOR</al></entry><entry><al>Laag</al></entry><entry><al>Risico op effect van beregeningsbeleid op natte
                                        natuurparel</al></entry></row><row><entry><al>Waterkwaliteit</al></entry><entry><al>Matig</al></entry><entry><al>Uitvoeringskansen voor realisatie aaneengesloten
                                        trajecten</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al><vet>Gebiedsspecifieke aandachtspunten:</vet></al><lijst><li nr="•"><al>De komende jaren voert het waterschap een programma uit om de regionale
                            keringen langs Mark en Vliet te laten voldoen aan de verhoogde
                            veiligheidsnorm, in combinatie met de eisen voor de waterberging op het
                            Volkerak-Zoommeer. De werken aan de regionale keringen worden uiterlijk
                            in 2023 afgerond.</al></li><li nr="•"><al>In het gebied is een concentratiegebied voor glastuinbouw rondom
                            Drimmelen (intensivering en schaalvergroting), maar ook een
                            verwevingsgebied voor natuurlijke ontwikkeling (buiten de EHS). De
                            planontwikkeling wordt de komende jaren verder opgepakt en draagt de
                            werktitel Grote Modderkruiper. Het plan biedt aanknopingspunten om
                            resterende trajecten in te richten langs delen van het waterlichaam Gat
                            van den Ham en Zwaluwse Haven (kreekherstel en wateroverlast). Ook
                            onderzoekt het waterschap mogelijkheden om het beheer te extensiveren
                            ten gunste van deze specifieke soort. Eventueel wordt ook het
                            peilbesluit hierop aangepast.</al></li><li nr="•"><al>De mogelijke ruimtelijke ontwikkelingen (glastuinbouw) in dit gebied
                            kunnen benut worden om het watersysteem robuuster te maken met meer
                            ruimte voor water (kansen voor waterconservering, waterbergend vermogen
                            en natuurvriendelijke inrichting en onderhoud). </al></li><li nr="•"><al>De gemeente Zevenbergen is initiatiefnemer om de (overige) kering in
                            Lage Zwaluwe te verleggen bij de Villawijk: het waterschap is hierbij
                            betrokken vanuit keringenbeheer. Hetzelfde geldt voor de verhoging van
                            de kade door de toename van de eb-vloedbeweging op het Hollandsch
                            Diep.</al></li><li nr="•"><al>Nu de sluizen open staan (Zwaluws getij) is er al in een deel van het
                            waterlichaam vrije vismigratie mogelijk. Het waterschap onderzoekt de
                            komende planperiode of het mogelijk is om ook bij het gemaal Hamse
                            Polders een aanpassing in de inlaatduiker te realiseren om de
                            vispasseerbaarheid te verbeteren. </al></li><li nr="•"><al>Gerealiseerde delen van de EVZ Gat van den Ham II worden geëvalueerd op
                            het effect voor de habitateisen in het gehele traject.</al></li></lijst><al/><al><vet>Gebied 16: Noordrand Midden</vet></al><al>KRW-waterlichaam: onderdeel van Mark-Vliet</al><al>Toegekende prioriteit komende planperiode: midden</al><al/><al><plaatje><illustratie id="iac1e4eb6-1a95-4faa-a407-27514746ea68" naam="i263564iac1e4eb6-1a95-4faa-a407-27514746ea68.png" breedte="15.9cm" type="foto" hoogte="10.26cm"/></plaatje></al><al/><al><vet>Waarom heeft het gebied prioriteit midden (motivering)?</vet></al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><colspec colname="colC"/><tbody><row><entry><al>Veiligheid</al></entry><entry><al>Hoog</al></entry><entry><al>Programma regionale keringen in samenhang met waterberging
                                        op het Volkerak-Zoommeer</al></entry></row><row><entry><al>Wateroverlast</al></entry><entry><al>Matig</al></entry><entry><al>Beperkt gebied waar wateroverlast kan optreden</al></entry></row><row><entry><al>GGOR</al></entry><entry><al>Matig</al></entry><entry><al>Gevoelig voor effecten beregeningsbeleid in combinatie met
                                        beperkte ontwikkeling rondom natte natuurparel De Berk /
                                        Strijpen / Kelsdonk</al></entry></row><row><entry><al>Waterkwaliteit</al></entry><entry><al>Matig</al></entry><entry><al>Ontwikkelingen zijn beperkt / liggen grotendeels stil</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al><vet>Gebiedsspecifieke aandachtspunten:</vet></al><lijst><li nr="•"><al>Er worden verschillende oplossingsrichtingen voor de regionale kering
                            verkend: Het plaatsen van een keermiddel langs de Mark en Vliet,
                            waardoor de zuidelijk gelegen regionale kering kan vervallen is daarbij
                            een optie, net als het geheel verbeteren van het huidige traject. De
                            werken aan de regionale keringen worden uiterlijk in 2023 afgerond.</al></li><li nr="•"><al>Het gebied is een overgangszone tussen het stedelijk gebied van Breda en
                            het landelijk gebied. Er is ruimte voor de opvang van afvoerpieken en
                            tijdelijke wateroverlast in de functiecombinatie waterberging en natuur.
                            Een voorbeeld daarvan is de natte natuurparel Weimeren (reeds
                            ingericht).</al></li><li nr="•"><al>De inrichtingsopgave EVZ ligt grotendeels buitendijks langs de Mark. In
                            het gebied zelf is de inrichtingsopgave beperkt of ligt stil
                            (verwevingsopgave zowel binnen als buiten de EHS). In de programmering
                            is het merendeel doorgeschoven naar de periode 2021-2027, met
                            uitzondering van de natte natuurparel De Berk / Strijpen /
                            Kelsdonk.</al></li><li nr="•"><al>Uit de analyse van het beregeningsbeleid komt dit gebied naar voren als
                            gevoelig voor effecten.</al></li><li nr="•"><al>Het waterschap wil ervaring opdoen met flexibeler peilbeheer voor
                            waterkwaliteit, waterconservering en waterberging. Daarom verkent het
                            waterschap de mogelijkheden, onder meer in dit gebied.</al></li></lijst><al/><al><vet>Gebied 17: Oosterhout - Waalwijk</vet></al><al>KRW-waterlichamen: Beneden Donge en Oude Maasje</al><al>Toegekende prioriteit komende planperiode: hoog</al><al/><al><plaatje><illustratie id="i202dbbec-0ce8-473a-b311-578e399e618e" naam="i263565i202dbbec-0ce8-473a-b311-578e399e618e.png" breedte="15.9cm" type="foto" hoogte="10.27cm"/></plaatje></al><al/><al><vet>Waarom heeft het gebied prioriteit hoog (motivering)?</vet></al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><colspec colname="colC"/><tbody><row><entry><al>Veiligheid</al></entry><entry><al>Hoog</al></entry><entry><al>Programma regionale keringen en HWBP Overige keringen nog
                                        nader te beschouwen</al></entry></row><row><entry><al>Wateroverlast</al></entry><entry><al>Hoog</al></entry><entry><al>Groot gebied waar mogelijk wateroverlast kan optreden</al></entry></row><row><entry><al>GGOR</al></entry><entry><al>Hoog</al></entry><entry><al>Uitwerking N2000/ natte natuurparel Westelijke
                                        Langstraat</al></entry></row><row><entry><al>Waterkwaliteit</al></entry><entry><al>Laag</al></entry><entry><al>Beperkte ontwikkelingen om resterende delen van EVZ in te
                                        richten</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al><vet>Gebiedsspecifieke aandachtspunten:</vet></al><lijst><li nr="•"><al>In het gebied liggen een aantal projecten rondom veiligheid, deels
                            vanuit het Hoogwater Beschermingsprogramma (Geertruidenberg en Amertak,
                            Oosterhout) en Ruimte voor de Rivier. Verder speelt de overname van de
                            kering langs het Drongelens Kanaal, een damwandreconstructie bij
                            Oosterhout en een gemaalaanpassing bij Geertruidenberg (Middelschans)
                            met een doorloop naar de komende planperiode.</al></li><li nr="•"><al>Voor de overige keringen in het gebied gaat het waterschap na of de
                            huidige situatie (niet genormeerd) aangepast moet worden en stemt
                            daarbij af met de andere Brabantse waterschappen.</al></li><li nr="•"><al>Bij de realisatie van deze en andere maatregelen voor waterveiligheid
                            kijkt het waterschap naar combinatiemogelijkheden met natuurlijke
                            inrichting en waterberging. Specifiek voor het Zuider Afwateringskanaal
                            is een ontwikkeling in gang gezet met het oog op peilverhoging. Het
                            waterschap zoekt naar maatwerk voor dit specifieke deel van het
                            waterlichaam Beneden Donge, wat afwijkend is van de benedenloop van de
                            Donge zelf. De beekherstelopgave is daarom uitgesteld. Eventueel biedt
                            ook de verbreding van het Wilhelminakanaal compensatiekansen.</al></li><li nr="•"><al>Wateroverlast kan met name optreden rondom Oosterhout en in de
                            Langstraat. Bij de uitwerking van maatregelen voor het N2000-gebied
                            Langstraat houden we hier rekening mee. Bij het voorkomen van
                            wateroverlast kijken we ook naar grondwateronttrekkingen, bijvoorbeeld
                            voor drinkwaterproductie.</al></li><li nr="•"><al>Wanneer vismigratieknelpunten worden opgeheven, kan een aaneengesloten
                            route ontstaan voor het hele Dongesysteem: het waterschap wil inzetten
                            op de ontbrekende schakels en de aansluiting op de bovenloop. In de
                            programmering is daarom de aanpassing van zes vispassages (stuwen)
                            opgenomen, vooruitlopend het onderzoek naar de meest kansrijke route
                            (langs de oude loop via Geertruidenberg of via het gemaal Keizersveer).
                        </al></li><li nr="•"><al>Waar mogelijk wordt deze opgave gecombineerd met inrichtingsmaatregelen
                            (2,8 kilometer EVZ). Ook de herinrichting en verondieping van de
                            Nionplas (12 ha) draagt bij aan een verdere verbetering van de
                            waterkwaliteit en is daarom ook als KRW-maatregel opgevoerd. </al></li></lijst><al/><al><vet>5.3 . Werkeenheid Waterkring West</vet></al><al/><al><vet>Deelgebieden:</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Brabantse Wal</al></li><li nr="2."><al>Cruijslandse Kreken</al></li><li nr="3."><al>Hoevense Beemden</al></li><li nr="4."><al>Ligne</al></li><li nr="5."><al>Markiezaat-Binnenschelde</al></li><li nr="6."><al>Molenbeek</al></li><li nr="7."><al>Niervaart-Bloemendaal</al></li><li nr="8."><al>Oude Prinslandse Polder</al></li><li nr="9."><al>Rietkreek-Langewater</al></li><li nr="10."><al>Tonnekreek</al></li></lijst><al/><al><plaatje><illustratie id="idcd01ea0-5188-4a91-9b07-6917e4c5fad6" naam="i263566idcd01ea0-5188-4a91-9b07-6917e4c5fad6.png" breedte="15.9cm" type="foto" hoogte="16.52cm"/></plaatje></al><al/><al><plaatje><illustratie id="i212b8552-9029-4f61-b397-7cac8ccd568a" naam="i263567i212b8552-9029-4f61-b397-7cac8ccd568a.png" breedte="15.9cm" type="foto" hoogte="13.79cm"/></plaatje></al><al/><al><vet>Gebied 4: Brabantse Wal</vet></al><al>KRW-waterlichamen: Agger en Vennencomplex Groote Meer</al><al>Toegekende prioriteit komende planperiode: hoog</al><al/><al><plaatje><illustratie id="i4eb57912-10b2-4bf7-a407-97b878af5f9e" naam="i263568i4eb57912-10b2-4bf7-a407-97b878af5f9e.png" breedte="15.9cm" type="foto" hoogte="10.23cm"/></plaatje></al><al/><al><vet>Waarom heeft het gebied prioriteit hoog (motivering)?</vet></al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><colspec colname="colC"/><tbody><row><entry><al>Veiligheid</al></entry><entry><al>Hoog</al></entry><entry><al>Primaire kering Markiezaat loopt langs het gebied</al></entry></row><row><entry><al>Wateroverlast</al></entry><entry><al>Laag</al></entry><entry><al>Beperkt gebied met wateroverlast</al></entry></row><row><entry><al>GGOR</al></entry><entry><al>Hoog</al></entry><entry><al>Realisatie van instandhoudingsdoelen N2000 Brabantse Wal en
                                        2e convenant water (in kader van N2000) heeft hoge
                                        prioriteit</al></entry></row><row><entry><al>Waterkwaliteit</al></entry><entry><al>Hoog</al></entry><entry><al>Aaneengesloten traject langs de Agger in combinatie met
                                        maatregelen vanuit Deltaplan Agrarisch Waterbeheer</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al><vet>Gebiedsspecifieke aandachtspunten:</vet></al><lijst><li nr="•"><al>De grote verscheidenheid aan landschapstypen in het gebied stelt
                            uiteenlopende eisen aan de inrichting van het watersysteem. Naast delen
                            met hoge natuurwaarden (N2000 Brabantse Wal) zijn er ook lager gelegen
                            polders die voornamelijk agrarisch worden gebruikt.</al></li><li nr="•"><al>Er wordt een watersysteemanalyse uitgevoerd om te bepalen welke
                            systeemaspecten in dit gebied nog verbeterd moeten worden. Op grond
                            hiervan wordt ook gekeken naar de mogelijkheden voor oeverinrichting
                            (beekherstel langs Kalfsvense Bosloop en Heiloop) en vispassages langs
                            de aangewezen vismigratieroute. Vooralsnog zijn twee van de vier
                            benodigde vispassages geprogrammeerd voor de periode 2016-2021.</al></li><li nr="•"><al>Het gebied rondom Woensdrecht-Oost krijgt een economische impuls als
                            ‘maintenance valley’. Ook is natuurcompensatie hier in ontwikkeling: de
                            aanleg van ‘Aviolanda’, waterconservering en de verbetering van
                            waterkwaliteit rondom het ‘eiland’ van Woensdrecht. Het waterschap geeft
                            vult dit samen met gemeente Woensdrecht verder in.</al></li><li nr="•"><al>Het waterschap wil de wateraanvoer via de Agger combineren met de
                            realisatie van de geprogrammeerde EVZ, om daarmee ook droogteschade te
                            voorkomen en wateroverlast tegen te gaan. Vanuit Landschappen van Allure
                            is cofinanciering beschikbaar voor waterberging en
                            waterconservering.</al></li><li nr="•"><al>Mede hierom is het gebied Brabantse Wal aangewezen als proefgebied om
                            ervaring op te doen met een meer flexibel peilbeheer. Samen met
                            waterschap Scheldestromen gaat het waterschap een streefpeilenplan in
                            een breder kader opstellen en uitvoeren. Ook is het een pilotgebied voor
                            het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer. Afgezien van flexibeler peilbeheer
                            streven beide waterschappen ook naar verbetering van de waterkwaliteit.
                        </al></li><li nr="•"><al>In aanvulling op het al uitgevoerde KRW-synergieproject zijn voor de
                            aanpak van verdroging maatregelen voorzien rondom het vennencomplex
                            Groote Meer (N2000). De samenhang met de aanpak van de natte
                            natuurparels Binnenschelde en het N2000-gebied Markiezaat (zie verderop)
                            mag daarbij niet uit het oog worden verloren. </al></li></lijst><al/><al><vet>Gebied 6: Cruijslandse Kreken</vet></al><al>KRW-waterlichaam: Cruijslandse Kreken</al><al>Toegekende prioriteit komende planperiode: hoog</al><al/><al><plaatje><illustratie id="i86a7632a-1113-4b75-afb7-eed24033b2c2" naam="i263569i86a7632a-1113-4b75-afb7-eed24033b2c2.png" breedte="15.9cm" type="foto" hoogte="9.93cm"/></plaatje></al><al/><al><vet>Waarom heeft het gebied prioriteit hoog (motivering)?</vet></al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><colspec colname="colC"/><tbody><row><entry><al>Veiligheid</al></entry><entry><al>Hoog</al></entry><entry><al>Programma regionale keringen in samenhang met waterberging
                                        op het Volkerak-Zoommeer</al></entry></row><row><entry><al>Wateroverlast</al></entry><entry><al>Laag</al></entry><entry><al>Beperkte omvang van gebied waar wateroverlast kan
                                        optreden</al></entry></row><row><entry><al>GGOR</al></entry><entry><al>Matig</al></entry><entry><al>Beperkte effecten beregeningsbeleid op natte natuurparel
                                        Halstersch Laag en Oudlands Laag, maatregelen deels al
                                        uitgevoerd</al></entry></row><row><entry><al>Waterkwaliteit</al></entry><entry><al>Hoog</al></entry><entry><al>Aaneengesloten traject mogelijk via
                                        samenwerkingsovereenkomst met Gemeente Steenbergen</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al><vet>Gebiedsspecifieke aandachtspunten:</vet></al><lijst><li nr="•"><al>De komende jaren wordt een programma uitgevoerd om de regionale keringen
                            langs Mark en Vliet te laten voldoen aan de verhoogde veiligheidsnorm,
                            in combinatie met de eisen voor de waterberging op het
                            Volkerak-Zoommeer. Dit loopt tot en met 2025.</al></li><li nr="•"><al>Vanuit de Krekenvisie is de hele kreekherstelopgave van 11,8 kilometer
                            geprogrammeerd voor de komende planperiode. Hetzelfde geldt voor de
                            resterende delen van de natte natuurparels Halstersch Laag en Oudlands
                            Laag (19 ha). In aansluiting hierop verkent het waterschap de
                            mogelijkheden om samen met de gemeente Steenbergen 12 kilometer aan EVZ
                            te realiseren (Polderwetering, Kruisbeek, Tuimelaarskreek,
                            Laaikreek).</al></li><li nr="•"><al>De uitvoering van maatregelen in de natte natuurparels is afgerond,
                            terwijl die delen soms nog als opgave vanuit kreekherstel op de kaart
                            staan: het waterschap gaat een herbeoordeling uitvoeren om de actuele
                            opgave goed in beeld te brengen. </al></li><li nr="•"><al>De projectuitvoering van de Brabantse Waterlinie biedt uitvoeringskansen
                            voor een robuustere inrichting van het watersysteem (inundatiegebieden
                            Cruijslandse Kreken en Oudlands Laag). Dit wordt in samenhang bekeken
                            met het oplossen van wateroverlast in de kern van Wouw (verwerking
                            overstortwater) en bovenstroomse waterconservering. Vanuit de
                            provinciale regeling Landschappen van Allure is cofinanciering
                            beschikbaar (deelprojecten Cruijslandse Kreken en Oudlands Laag). Hier
                            kunnen inrichtingsmaatregelen mogelijk van mee profiteren.</al></li><li nr="•"><al>Er is in dit gebied sprake van intensivering en schaalvergroting van
                            agrarisch gebruik , waarbij ook waterconservering in het landelijk
                            gebied aandacht vraagt. Er is behoefte aan een grotere mate van
                            zelfvoorziening in waterbehoeften. Het waterschap gaat hier met de
                            agrarische sector in gesprek om te bekijken waar kansen liggen voor
                            waterconservering in combinatie met peiloptimalisatie. Dit gebied kan
                            als proefgebied voor flexibel peilbeheer worden aangemerkt.</al></li></lijst><al/><al><vet>Gebied 8: Hoevense Beemden</vet></al><al>KRW-waterlichaam: onderdeel van Mark-Vliet</al><al>Toegekende prioriteit komende planperiode: hoog</al><al/><al><plaatje><illustratie id="icc5ceef0-5ef5-4931-ad92-ce4b7f39d7f3" naam="i263570icc5ceef0-5ef5-4931-ad92-ce4b7f39d7f3.png" breedte="15.9cm" type="foto" hoogte="10.12cm"/></plaatje></al><al/><al><vet>Waarom heeft het gebied prioriteit midden (motivering)?</vet></al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><colspec colname="colC"/><tbody><row><entry><al>Veiligheid</al></entry><entry><al>Hoog</al></entry><entry><al>Programma regionale keringen in samenhang met waterberging
                                        op het Volkerak-Zoommeer</al></entry></row><row><entry><al>Wateroverlast</al></entry><entry><al>Hoog</al></entry><entry><al>Aanpak van wateroverlast is urgent</al></entry></row><row><entry><al>GGOR</al></entry><entry><al>Laag</al></entry><entry><al>Er zijn geen effecten van het beregeningsbeleid op natte
                                        natuurparels</al></entry></row><row><entry><al>Waterkwaliteit</al></entry><entry><al>Matig</al></entry><entry><al>Beperkte meekoppelkansen voor uitvoeringsmaatregelen</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al><vet>Gebiedsspecifieke aandachtspunten:</vet></al><lijst><li nr="•"><al>De komende jaren wordt een programma uitgevoerd om de regionale keringen
                            langs Mark en Vliet te laten voldoen aan de verhoogde veiligheidsnorm,
                            in combinatie met de eisen voor de waterberging op het
                            Volkerak-Zoommeer. De werken aan de regionale keringen worden uiterlijk
                            in 2023 afgerond.</al></li><li nr="•"><al>De inrichtingsopgave voor veiligheid en ecologie ligt grotendeels
                            buitendijks langs de Mark (zie apart gebied Mark-Vliet). In het gebied
                            zelf is de inrichtingsopgave beperkt.</al></li><li nr="•"><al>Wel is er sprake van hardnekkige wateroverlast in en rondom Oudenbosch
                            en in de laaggelegen delen van het gebied. Deels zijn al eerder
                            maatregelen genomen vanuit aanpak knelpunten stedelijke wateroverlast.
                            Om verder te komen is een integrale benadering gewenst. De
                            combinatiemogelijkheden met een van de andere thematische opgaven
                            (veiligheid, waterkwaliteit of droogte) lijken echter beperkt. In de
                            komende planperiode zoekt het waterschap dan ook naar
                            maatwerkoplossingen.</al></li></lijst><al/><al><vet>Gebied 10: Ligne</vet></al><al>KRW-waterlichaam: Ligne</al><al>Toegekende prioriteit komende planperiode: midden</al><al/><al><plaatje><illustratie id="ie4823020-44fb-4a94-aa58-b50a56e1fea2" naam="i263571ie4823020-44fb-4a94-aa58-b50a56e1fea2.png" breedte="15.9cm" type="foto" hoogte="10.14cm"/></plaatje></al><al/><al><vet>Waarom heeft het gebied prioriteit midden (motivering)?</vet></al><al>Veiligheid Laag Geen keringen aanwezig </al><al>Wateroverlast Laag Beperkte omvang gebied waar wateroverlast kan optreden</al><al>GGOR Laag Beperkte effecten natte natuurparel Halsterse Laag, deels al
                    gerealiseerd</al><al>Waterkwaliteit Hoog Goede mogelijkheden voor kreekherstel (zie Krekenvisie)</al><al/><al><vet>Gebiedsspecifieke aandachtspunten:</vet></al><lijst><li nr="•"><al>In het gebied liggen met name inrichtingsopgaven vanuit ecologie en
                            verdrogingsaanpak (natte natuurparel Oudland - Halsterse Laag waarvan al
                            een deel is gerealiseerd). In combinatie met 7,4 kilometer kreekherstel
                            kan hier een programma voor worden opgezet samen met de gemeente
                            Steenbergen.</al></li><li nr="•"><al>Vanuit Landschappen van Allure is cofinanciering mogelijk (deelprojecten
                            Halsters Laag en vestingswerken).</al></li><li nr="•"><al>Gemeente Steenbergen heeft interesse getoond in een
                            samenwerkingsovereenkomst voor de realisatie van een EVZ (programma). Er
                            is 2,4 kilometer aan EVZ geprogrammeerd, inclusief Kraggeloop (onderdeel
                            van het waterlichaam Ligne).</al></li><li nr="•"><al>De ontwikkeling van het glastuinbouwgebied Westland kan benut worden om
                            het watersysteem robuuster te maken met meer ruimte voor water. Hier
                            liggen kansen voor waterconservering, waterbergend vermogen en
                            natuurvriendelijke inrichting en onderhoud.</al></li><li nr="•"><al>Het waterschap onderzoekt de komende planperiode welke gemalen de beste
                            potenties bieden voor vismigratie en het meest kosteneffectief is te
                            realiseren.</al></li></lijst><al/><al><vet>Gebied 23: Markiezaat / Binnenschelde</vet></al><al>KRW-waterlichamen: Binnenschelde en Markiezaatsmeer</al><al>Toegekende prioriteit komende planperiode: midden</al><al/><al><plaatje><illustratie id="ib4f93881-417b-40a4-b5ea-d466eca7df46" naam="i263572ib4f93881-417b-40a4-b5ea-d466eca7df46.png" breedte="15.9cm" type="foto" hoogte="10.18cm"/></plaatje></al><al/><al><vet>Waarom heeft het gebied prioriteit midden (motivering)?</vet></al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><colspec colname="colC"/><tbody><row><entry><al>Veiligheid</al></entry><entry><al>Hoog</al></entry><entry><al>Primaire kering en waterberging Volkerak-Zoommeer</al></entry></row><row><entry><al>Wateroverlast</al></entry><entry><al>Laag</al></entry><entry><al>Er is geen wateroverlast</al></entry></row><row><entry><al>GGOR</al></entry><entry><al>Matig</al></entry><entry><al>Herstel natte natuurparel doorgeschoven volgt op
                                        watersysteemanalyse</al></entry></row><row><entry><al>Waterkwaliteit</al></entry><entry><al>Laag</al></entry><entry><al>Geen concrete ontwikkelingen, lopende
                                        watersysteemanalyse</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al><vet>Gebiedsspecifieke aandachtspunten:</vet></al><lijst><li nr="•"><al>Het Markiezaat kampt met verdroging en staat daarom op de (provinciale)
                            kaart van natte natuurparels als aan te pakken gebied. De vraag is in
                            hoeverre het waterschap hier maatregelen kan nemen en voor welk deel van
                            het systeem. Het waterschap wil daarom eerst een nadere analyse
                            uitvoeren om tot nadere besluitvorming te komen. In de programmering van
                            inrichtingsopgaven zijn er daarom nog geen maatregelen opgenomen.</al></li><li nr="•"><al>In het kader van de uitwerking Rijksstructuurvisie
                            Grevelingen-Volkerak-Zoommeer (RGV) worden maatregelen aangedragen die
                            ook (de waterkwaliteit van) de Binnenschelde kunnen beïnvloeden.
                            Daarnaast zijn er ontwikkelingen in het binnenstedelijke gebied van
                            Bergen op Zoom die raakvlakken hebben met waterbeheer (Scheldevesting,
                            uitbreiding container terminal, waterfront). De komende planperiode
                            verkent het waterschap of/welke ontwikkelingen meekoppelkansen bieden
                            rondom Binnenschelde (verbetering waterkwaliteit) en de stedelijke
                            ambities Bergen op Zoom en waterberging Volkerak-Zoommeer. </al></li><li nr="•"><al>Afspraken over Krammer-Volkerak- Zoommeer (N2000) volgen later.</al></li><li nr="•"><al>Eind 2015 worden de resultaten verwacht van de gecombineerde
                            watersysteemanalyse voor de KRW-waterlichamen
                            Binnenschelde/Markiezaatsmeer. Hierbij worden zowel zoetwater als
                            zoutwatervarianten onderzocht. Op basis van de resultaten en in
                            samenhang met de uitwerking van de RGV zal in de planperiode worden
                            bekeken in hoeverre er doelmatige waterkwaliteitsverbeterende
                            maatregelen zijn te treffen.</al></li></lijst><al/><al><vet>Gebied 13: Molenbeek</vet></al><al>KRW-waterlichamen: Molenbeek, Zoom/Bleekloop</al><al>Toegekende prioriteit komende planperiode: hoog</al><al/><al><plaatje><illustratie id="i5f9547a2-8857-4476-ae55-2a57e4b70a58" naam="i263573i5f9547a2-8857-4476-ae55-2a57e4b70a58.png" breedte="15.9cm" type="foto" hoogte="10.16cm"/></plaatje></al><al/><al><vet>Waarom heeft het gebied prioriteit hoog (motivering)?</vet></al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><colspec colname="colC"/><tbody><row><entry><al>Veiligheid</al></entry><entry><al>Hoog</al></entry><entry><al>Effecten waterberging op Volkerak-Zoommeer</al></entry></row><row><entry><al>Wateroverlast</al></entry><entry><al>Hoog</al></entry><entry><al>Groot gebied waar wateroverlast mogelijk is</al></entry></row><row><entry><al>GGOR</al></entry><entry><al>Laag</al></entry><entry><al>Geen natte natuurparels en geen knelpunten in agrarisch
                                        gebied afgezien van oeverafkalving langs de Molenbeek</al></entry></row><row><entry><al>Waterkwaliteit</al></entry><entry><al>Hoog</al></entry><entry><al>Kansen voor realisatie aaneengesloten traject van EVZ en
                                        vismigratie langs Kleine Aa - Molenbeek – verbinding
                                        Roosendaalse Vliet</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al><vet>Gebiedsspecifieke aandachtspunten:</vet></al><lijst><li nr="•"><al>Vanuit de waterberging Volkerak zoekt het waterschap naar mogelijkheden
                            om effecten op te vangen in het regionaal systeem (Zoom/Molenbeek) dat
                            hierop afwatert. Mogelijk zijn hierdoor maatregelen vanuit
                            waterveiligheid nodig voor de Molenbeek of de benedenlopen (Engebeek,
                            Spuitendonkse Beek, Roosendaalse Vliet e.a.).</al></li><li nr="•"><al>Wateroverlast vanuit het regionaal systeem kan optreden langs de
                            Molenbeek, Eldersche Turfvaart en ten noorden van Roosendaal. Via de
                            uitwerking GGOR gaat het waterschap maatregelen uitwerken die hierop
                            zijn gericht. Het tegengaan van wateroverlast in de stad Roosendaal, dat
                            hier raakvlakken mee heeft, wordt via een (waterketen-)aanpak
                            benaderd.</al></li><li nr="•"><al>In de realisatie van de EVZ en het beekherstel zoekt het waterschap naar
                            maatregelen die mogelijk ook de risico’s op wateroverlast verminderen.
                            Hier wordt prioriteit gegeven aan de EVZ Rissebeek en Engebeek als
                            ontbrekende schakel(s). Het waterschap bekijkt ook of de al ingerichte
                            delen van de EVZ Engebeek/Spuitendonkse beek voldoende hebben
                            bijgedragen aan de gewenste habitateisen. Dit gebeurt in het kader van
                            projectmatige evaluatie.</al></li><li nr="•"><al>Het deel van de Molenbeek tot de grens is een ontbrekende schakel in een
                            aaneengesloten traject vanaf Vlaanderen (Kleine Aa) tot aan de stad
                            Roosendaal. Maatregelen worden samen met de provincie Antwerpen ,
                            gemeenten en andere partners uit maatschappelijke sectoren (landbouw,
                            natuur, recreatie en sportvisserij) uitgewerkt conform de
                            stroomgebiedsvisie kleine Aa / Molenbeek. Langs de parallel lopende
                            Eldersche Turfvaart zijn geen aanvullende inrichtingsmaatregelen
                            voorzien (geen beekherstel van de turfvaart).</al></li><li nr="•"><al>Met het verleggen van de EVZ ‘om de stad’ naar ‘door de stad’ wordt ook
                            de gewenste vismigratieroute verlegd. De drie bijbehorende vispassages
                            zijn geprogrammeerd voor de komende planperiode waaronder ook het
                            verdeelwerk Tolberg.</al></li><li nr="•"><al>Rondom de Zoom is planontwikkeling gaande vanuit Landschappen van
                            Allure, die is gericht op het vergroten van beleving en cultuurhistorie.
                            Het waterschap ziet daarin aanknopingskansen voor de realisatie van
                            waterdoelen, onder meer voor de EVZ Smalle Beek (deels vallend onder
                            Cruijslandse Kreken). Mogelijk ontstaan er kansen om de bovenlopen en
                            benedenlopen van de beken die de Zoom doorsnijd (zoals de Bleekloop)
                            weer met elkaar te verbinden. </al></li></lijst><al/><al><vet>Gebied 15: Niervaart-Bloemendaal</vet></al><al>KRW-waterlichaam: Roode Vaart</al><al>Toegekende prioriteit komende planperiode: laag</al><al/><al><plaatje><illustratie id="i3a3c28dd-74db-4749-b479-662c2276c491" naam="i263574i3a3c28dd-74db-4749-b479-662c2276c491.png" breedte="15.9cm" type="foto" hoogte="10.00cm"/></plaatje></al><al/><al><vet>Waarom heeft het gebied prioriteit laag (motivering)?</vet></al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><colspec colname="colC"/><tbody><row><entry><al>Veiligheid</al></entry><entry><al>Laag</al></entry><entry><al>Aanwezige keringen voldoen aan de normering</al></entry></row><row><entry><al>Wateroverlast</al></entry><entry><al>Laag</al></entry><entry><al>Beperkte omvang wateroverlast</al></entry></row><row><entry><al>GGOR</al></entry><entry><al>Laag</al></entry><entry><al>Geen effect beregeningsbeleid of herstel van natte
                                        natuurparel</al></entry></row><row><entry><al>Waterkwaliteit</al></entry><entry><al>Laag</al></entry><entry><al>Weinig ontwikkelingen (behalve de zoetwatermaatregel Roode
                                        Vaart) en beperkte ambities voor het KRW waterlichaam</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al><vet>Gebiedsspecifieke aandachtspunten:</vet></al><lijst><li nr="•"><al>Een belangrijke ontwikkeling in het gebied is de uitvoering van de Roode
                            Vaart door Zevenbergen als zoetwatermaatregel. Hoe de waterkwaliteit in
                            het (deels nieuwe) waterlichaam zich ontwikkelt zal zich de komende
                            jaren via monitoring worden gevolgd. Mogelijk geeft dit nieuwe kansen
                            voor specifieke habitats, zoals plekken voor ondergedoken
                            waterplanten.</al></li><li nr="•"><al>In combinatie hiermee wordt in de kern van Zevenbergen, de jachthaven
                            uitgebreid: hierdoor neemt het areaal oppervlaktewater verder toe.</al></li><li nr="•"><al>Uitbreiding van het Logistiek Park Moerdijk/chemiecluster havenbedrijf
                            brengt een scheiding van waterstromen met zich mee. Hoewel Moerdijk
                            buiten het gebied ligt heeft dit wel gevolgen voor het waterbeheer in
                            het gebied: er zullen meer lokale lozingen van regenwater komen met
                            risico’s op een achteruitgang van de waterkwaliteit. De afkoppeling van
                            regenwater mag niet leiden tot een verslechtering.</al></li><li nr="•"><al>Onderhoud aan gemaal Niervaart is voorzien in 2016. Het waterschap
                            onderzoekt de komende planperiode welke gemalen de beste potenties
                            bieden voor vismigratie en het meest kosteneffectief is te
                            realiseren.</al></li></lijst><al/><al><vet>Gebied 18: Oude Prinslandse Polder</vet></al><al>KRW-waterlichaam: Molenkreek complex</al><al>Toegekende prioriteit komende planperiode: midden</al><al/><al><plaatje><illustratie id="i2f6f81bc-9e25-44e8-b9e2-3ff702f9a844" naam="i263575i2f6f81bc-9e25-44e8-b9e2-3ff702f9a844.png" breedte="15.9cm" type="foto" hoogte="9.97cm"/></plaatje></al><al/><al><vet>Waarom heeft het gebied prioriteit midden (motivering)?</vet></al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><colspec colname="colC"/><tbody><row><entry><al>Veiligheid</al></entry><entry><al>Hoog</al></entry><entry><al>Programma regionale keringen in samenhang met waterberging
                                        op het Volkerak Zoommeer</al></entry></row><row><entry><al>Wateroverlast</al></entry><entry><al>Laag</al></entry><entry><al>Beperkt gebied waar wateroverlast kan optreden</al></entry></row><row><entry><al>GGOR</al></entry><entry><al>Matig</al></entry><entry><al>Beperkte omvang natte natuurparel</al></entry></row><row><entry><al>Waterkwaliteit</al></entry><entry><al>Matig</al></entry><entry><al>Beperkte uitvoeringskansen voor aaneengesloten traject langs
                                        de Derriekreek</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al><vet>Gebiedsspecifieke aandachtspunten:</vet></al><lijst><li nr="•"><al>De komende jaren wordt een programma uitgevoerd om de regionale keringen
                            langs de Mark (Dintel) en de Vliet te laten voldoen aan de verhoogde
                            veiligheidsnorm, in combinatie met de eisen voor de waterberging op het
                            Volkerak-Zoommeer. De werken aan de regionale keringen worden uiterlijk
                            in 2023 afgerond.</al></li><li nr="•"><al>In het kader van Landschappen van Allure (project Westbrabantse
                            waterlinie) worden plannen ontwikkeld voor Benedensas (recreatieve
                            poort). Ook in de krekenvisie zijn ambities neergelegd voor (o.a.)
                            kreekherstel in dit gebied.</al></li><li nr="•"><al>Vanuit de geplande aanleg van de snelweg A4 zijn tot dusverre geen
                            compensatiemogelijkheden voor natuur ontstaan waar een uitvoering van
                            maatregelen op zou kunnen aansluiten.</al></li><li nr="•"><al>Mogelijk zijn er wel combinatiemogelijkheden met ontwikkelingen vanuit
                            het Agro Food Cluster en het glastuinbouwgebied Westland (waterberging),
                            hoewel deze laatste al deels is gerealiseerd. Langs de Derriekreek biedt
                            dit wellicht (beperkte) meekoppelkansen voor de inrichting van 3,1
                            kilometer EVZ en kreekherstel alsook voor het ontbrekende traject tussen
                            de Derriekreek en de Dintel. Ten zuiden van de Noordlangeweg zijn
                            opnieuw gronden aangeboden voor de realisatie van een EVZ. Ten zuiden
                            van Dinteloord (Molenkreek) ligt er nog een opgave ter compensatie van
                            nieuwbouw.</al></li><li nr="•"><al>Het waterschap onderzoekt of de Molenkreek op termijn zoet kan blijven
                            of niet. Mede afhankelijk daarvan wordt de KRW-typering aangepast en
                            wordt de vispassage afgestemd op de doelsoorten. Ook bekijkt het
                            waterschap de komende planperiode of aanpassing bij het gemaal dan nog
                            gewenst is. De hiermee gemoeide inrichtingsmaatregelen zijn gefaseerd
                            naar de planperiode 2022-2027. </al></li></lijst><al/><al><vet>Gebied 19: Rietkreek Langewater</vet></al><al>KRW-waterlichaam: Rietkreek Langewater</al><al>Toegekende prioriteit komende planperiode: laag</al><al/><al><plaatje><illustratie id="i8ed5f3e9-3780-4828-acac-0ab6b45a2035" naam="i263576i8ed5f3e9-3780-4828-acac-0ab6b45a2035.png" breedte="15.9cm" type="foto" hoogte="10.08cm"/></plaatje></al><al/><al><vet>Waarom heeft het gebied prioriteit laag (motivering)?</vet></al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><colspec colname="colC"/><tbody><row><entry><al>Veiligheid</al></entry><entry><al>Laag</al></entry><entry><al>In het gebied liggen alleen primaire keringen die reeds
                                        voldoen aan de norm</al></entry></row><row><entry><al>Wateroverlast</al></entry><entry><al>Laag</al></entry><entry><al>Beperkt gebied waar wateroverlast kan optreden</al></entry></row><row><entry><al>GGOR</al></entry><entry><al>Matig</al></entry><entry><al>Robuuster waterbeheer vanuit zoetwateraanvoer Zeeland via de
                                        Rietkreek (combinatie met flexibel peilbeheer)</al></entry></row><row><entry><al>Waterkwaliteit</al></entry><entry><al>Matig</al></entry><entry><al>Combinatie van oeverinrichting en wateraanvoer naar Zeeland
                                        vooruitlopend op verzilting VZM na 2028</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al><vet>Gebiedsspecifieke aandachtspunten:</vet></al><lijst><li nr="•"><al>Bij de uitwerking van de Rijksstructuurvisie Grevelingen-Volkerak en
                            Deltaprogramma Zoet Water komen maatregelen in beeld voor de
                            zoetwateraanvoer via het krekenstelsel van de Rietkreek richting Tholen
                            en Sint Philipsland. Het waterschap combineert deze opgave voor
                            robuuster peilbeheer met de realisatie van de nog aan te leggen EVZ en
                            kreekherstel (2,9 respectievelijk 4,3 kilometer en 1 vismigratieknelpunt
                            geprogrammeerd), afhankelijk van de ontwikkeltermijn van het
                            Deltaprogramma, en kijkt daarbij ook naar de mogelijkheden voor
                            agrarisch natuurbeheer.</al></li><li nr="•"><al>Op langere termijn komt ook mogelijke realisatie van een
                            zoet-zoutovergang in het zuidelijk deel van het Langewater in beeld
                            ingeval het Volkerak-zoommeer zout wordt gemaakt en de waterkwaliteit
                            van de Eendracht in die situatie voldoende goed is. In de komende
                            planperiode wordt dit verder verkend als uitwerking van de krekenvisie,
                            zodra het besluit over het zout maken van het Volkerak-Zoommeer
                            definitief is bij vaststelling van de Rijksstructuurvisie Grevelingen
                            Volkerak-Zoommeer.</al></li><li nr="•"><al>Rondom Nieuw-Vossemeer veroorzaken wisselteelten van (met name)
                            boomkwekerijen een sterk wisselende waterbehoefte per seizoen in de
                            agrarische sector. Het waterschap wil ervaring opdoen met flexibeler
                            peilbeheer en verkent daartoe onder meer in dit gebied de mogelijkheden
                            (via uitwerking GGOR en combinatie met wateraanvoer naar Zeeland).</al></li><li nr="•"><al>Met de gemeenten zijn nog geen harde afspraken gemaakt over
                            watermaatregelen.</al></li><li nr="•"><al>Afgezien daarvan zijn er beperkte ontwikkelingen in dit gebied in de
                            planperiode 2016-2021, waardoor de prioritering ‘laag’ is
                            toegekend.</al></li></lijst><al/><al><vet>Gebied 21: Tonnekreek</vet></al><al>KRW-waterlichaam: Tonnekreek complex</al><al>Toegekende prioriteit komende planperiode: midden</al><al/><al><plaatje><illustratie id="ia97b7b5b-e015-4c37-8946-557ab64763db" naam="i263577ia97b7b5b-e015-4c37-8946-557ab64763db.png" breedte="15.9cm" type="foto" hoogte="10.10cm"/></plaatje></al><al/><al><vet>Waarom heeft het gebied prioriteit midden (motivering)?</vet></al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><colspec colname="colC"/><tbody><row><entry><al>Veiligheid</al></entry><entry><al>Hoog</al></entry><entry><al>Programma regionale keringen in samenhang met waterberging
                                        op het Volkerak-Zoommeer</al></entry></row><row><entry><al>Wateroverlast</al></entry><entry><al>Laag</al></entry><entry><al>Beperkt gebied waar wateroverlast kan optreden</al></entry></row><row><entry><al>GGOR</al></entry><entry><al>Matig</al></entry><entry><al>Beperkt effect beregeningsbeleid of natte natuurparel</al></entry></row><row><entry><al>Waterkwaliteit</al></entry><entry><al>Matig</al></entry><entry><al>Beperkte uitvoeringskansen voor aaneengesloten traject</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al><vet>Gebiedsspecifieke aandachtspunten:</vet></al><lijst><li nr="•"><al>De komende jaren wordt een programma uitgevoerd om de regionale keringen
                            langs de Mark en de Vliet te laten voldoen aan de verhoogde
                            veiligheidsnorm, in combinatie met de eisen voor de waterberging op het
                            Volkerak-Zoommeer. De werken aan de regionale keringen worden uiterlijk
                            in 2023 afgerond.</al></li><li nr="•"><al>In de krekenvisie zijn o.a. ambities neergelegd voor kreekherstel in dit
                            gebied. Het waterschap onderzoekt of peilaanpassingen meerwaarde
                            opleveren: langs Keenehaven / Verlamde vaart lijken de mogelijkheden
                            beperkt. De reeds gerealiseerde delen van de EVZ worden meegenomen in
                            een projectmatige evaluatie van de resulterende habitats. Er is
                            prioriteit gegeven aan de inrichting van trajecten langs de Tonnekreek
                            zelf en Keenehaven II (2,7 kilometer EVZ en 1,5 kilometer kreekherstel).
                        </al></li><li nr="•"><al>De aanpak van de singels in Klundert is doorgeschoven in de
                            programmering, omdat de gemeente nu geen begrotingsruimte heeft.</al></li><li nr="•"><al>Verzilting van het Volkerak kan tot een toename leiden van het
                            chloridegehalte in de Willemspolder. Het waterschap onderzoekt de
                            eventuele effecten en neemt zo nodig maatregelen om de
                            zoetwatervoorziening op peil te houden.</al></li><li nr="•"><al>Met de geplande renovatie van gemaal Tonnekreek wordt overwogen om met
                            cofinanciering een permanente aalgoot te realiseren. Bij andere stuwen
                            in het gebied wordt nader bekeken of aanpassing noodzakelijk is voor de
                            verbetering van de vispasseerbaarheid (van de zeven stuwen zijn er drie
                            geprogrammeerd).</al></li></lijst><al/><al><vet>5.4 Mark-Vliet (valt niet onder een werkeenheid)</vet></al><al/><al><vet>Gebied 11: Mark-Vliet</vet></al><al>KRW-waterlichaam: Mark-Vliet</al><al>Toegekende prioriteit komende planperiode: midden</al><al/><al><vet>Waarom heeft het gebied prioriteit midden (motivering)?</vet></al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><colspec colname="colC"/><tbody><row><entry><al>Veiligheid</al></entry><entry><al>Hoog</al></entry><entry><al>Programma regionale keringen + overname keringen langs
                                        Markkanaal</al></entry></row><row><entry><al>Wateroverlast</al></entry><entry><al>Laag</al></entry><entry><al>Beperkt gebied buitendijks</al></entry></row><row><entry><al>GGOR</al></entry><entry><al>Laag</al></entry><entry><al>Beperkte omvang natte natuurparels, geen N2000 gebieden</al></entry></row><row><entry><al>Waterkwaliteit</al></entry><entry><al>Matig</al></entry><entry><al>Bepalen haalbare en effectieve beekherstelopgave langs Mark
                                        en Vliet op basis van nog op te stellen
                                        watersysteemanalyse</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al><vet>Gebiedsspecifieke aandachtspunten:</vet></al><lijst><li nr="•"><al>Het gebied Mark en Vliet omvat het waterlichaam zelf plus de
                            buitendijkse gronden langs de deelgebieden Hoevense Beemden,
                            Kibbelvaart-Brandse Vaart, Noordrand Midden, Rooskensdonk-Hoge Vucht,
                            Tonnekreek, Oude Prinslandse Polder, Cruijslandse Kreken, Gat van den
                            Ham en Niervaart-Bloemendaal. Afgezien van Kibbelvaart-Brandse Vaart en
                            Niervaart-Bloemendaal hebben deze gebieden vanuit de regionale keringen
                            een hoge prioriteit vanuit waterveiligheid. Het waterschap zoekt in deze
                            zeven gebieden de komende jaren nadrukkelijk naar koppelkansen tussen
                            maatregelen voor regionale keringen (veiligheid) en ecologie.</al></li><li nr="•"><al>Er is een intentieovereenkomst met de gemeenten Halderberghe,
                            Steenbergen en Moerdijk voor de uitvoering EVZ langs de Mark, Vliet en
                            Dintel. Dit is een goed vertrekpunt om aan te haken op het
                            uitvoeringsprogramma voor de regionale keringen. Het deel langs de
                            Roosendaalse Vliet ontbreekt nog.</al></li><li nr="•"><al>De Mark gaat over op de singels in Breda waar weinig ruimte is voor
                            inrichting. Qua ecologie zal het waterschap samen met de gemeente naar
                            kansen zoeken voor kwaliteitsverbetering binnen de stedelijke
                            ruimte.</al></li><li nr="•"><al>Hetzelfde geldt voor de Mark tussen Breda en Halsche Beemden. Daar is de
                            ruimte eveneens beperkt, maar wellicht minder krap dan in de stad
                            zelf.</al></li><li nr="•"><al>Er wordt een watersysteemanalyse uitgevoerd om te bepalen welke
                            maatregelen nodig zijn voor het herstel van het stromingskarakter en de
                            waterkwaliteit. Maatregelen voor beekherstel en ecologische
                            verbindingszones zijn in afwachting van die analyse gepland voor de
                            periode na 2021. Dat geldt ook voor de EVZ langs het Markkanaal. Deze
                            heeft een lage prioriteit vanuit provinciaal beleid.</al></li><li nr="•"><al>Langs de Steenbergsche Vliet zijn delen van de oever via stapstenen
                            ingericht; de komende jaren wordt dit geëvalueerd zodat we kunnen
                            bepalen of er nog aanvullende inrichting nodig is of niet.</al></li><li nr="•"><al>Langs de Dintel is landschapscompensatie van belang, vanwege de komst
                            van het windturbinepark. De inrichtingsopgave vanuit het waterschap kan
                            daarbij aansluiten.</al></li><li nr="•"><al>De spoorbrug over de Mark bij Zevenbergen is nu een knelpunt voor de
                            scheepvaart, omdat deze als enig kunstwerk niet aan de geldende
                            vaarwegklasse voldoet. Vanuit het vaarwegbeheer heeft het waterschap een
                            agenderende rol. Het waterschap kaart bij de provincie en
                            spoorwegbeheerder aan dat de brug geschikt moet worden gemaakt voor de
                            thans geldende vaarwegklasse op het moment dat de brug vervangen
                            wordt.</al></li></lijst><al/></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>6</nr><titel>Verklarende woordenlijst</titel></kop><al><plaatje><illustratie id="ic8904054-40fb-40cb-8aed-b876fe3368cd" naam="i263532ic8904054-40fb-40cb-8aed-b876fe3368cd.png" breedte="15.9cm" type="foto" hoogte="6.50cm"/></plaatje></al></bijlage><bijlage><kop><label>Kaart</label><nr>1</nr><titel>Risicogebieden</titel></kop><al><plaatje><illustratie id="i9e5888ed-d8b7-4e63-b787-4fd547fedf1a" naam="i263479i9e5888ed-d8b7-4e63-b787-4fd547fedf1a.png" breedte="15.9cm" type="foto" hoogte="11.13cm"/></plaatje></al></bijlage><bijlage><kop><label>Kaart</label><nr>2</nr><titel>Overstromingsrisico's bij een doorbraak van regionale keringen</titel></kop><al><plaatje><illustratie id="i95ffba14-c60d-4049-8e2e-2819a21537ed" naam="i263480i95ffba14-c60d-4049-8e2e-2819a21537ed.png" breedte="15.9cm" type="foto" hoogte="11.08cm"/></plaatje></al></bijlage><bijlage><kop><label>Kaart</label><nr>3</nr><titel>Waterkeringen in beheer bij waterschap Brabantse Delta</titel></kop><al><plaatje><illustratie id="i1a400bfc-3847-41fa-b57e-c252107ec8e5" naam="i263481i1a400bfc-3847-41fa-b57e-c252107ec8e5.png" breedte="15.9cm" type="foto" hoogte="11.09cm"/></plaatje></al></bijlage><bijlage><kop><label>Kaart</label><nr>4</nr><titel>KRW Waterlichamen</titel></kop><al><plaatje><illustratie id="i509e889b-26d0-41e4-b329-bc1884d09dd3" naam="i263482i509e889b-26d0-41e4-b329-bc1884d09dd3.png" breedte="15.9cm" type="foto" hoogte="11.07cm"/></plaatje></al></bijlage><bijlage><kop><label>Kaart</label><nr>5</nr><titel>Gebiedsindeling met gemeentegrenzen</titel></kop><al><plaatje><illustratie id="i71dcbdd5-a75c-48cc-a0f2-6462721eb434" naam="i263484i71dcbdd5-a75c-48cc-a0f2-6462721eb434.png" breedte="15.9cm" type="foto" hoogte="11.12cm"/></plaatje></al></bijlage><bijlage><kop><label>Kaart</label><nr>6</nr><titel>Peilbeheersing</titel></kop><al><plaatje><illustratie id="i72ad9ad4-748b-4480-ace2-16fb60473605" naam="i263485i72ad9ad4-748b-4480-ace2-16fb60473605.png" breedte="15.9cm" type="foto" hoogte="11.11cm"/></plaatje></al></bijlage><bijlage><kop><label>Kaart</label><nr>7</nr><titel>Waterketen: RWZI en transportleidingen</titel></kop><al><plaatje><illustratie id="iba8f2a5f-84ca-413a-9443-6cac08707d66" naam="i263487iba8f2a5f-84ca-413a-9443-6cac08707d66.png" breedte="15.9cm" type="foto" hoogte="11.11cm"/></plaatje></al></bijlage><bijlage><kop><label>Kaart</label><nr>8</nr><titel>Regionale vaarwegen</titel></kop><al><plaatje><illustratie id="id38b1f19-3a7b-43ba-b6d9-dd5e77077b81" naam="i263488id38b1f19-3a7b-43ba-b6d9-dd5e77077b81.png" breedte="15.9cm" type="foto" hoogte="11.11cm"/></plaatje></al></bijlage><bijlage><kop><label>Kaart</label><nr>9</nr><titel>Ruimtelijke ontwikkelingen</titel></kop><al><plaatje><illustratie id="i2b9319cb-1efe-42be-a653-cf79cf37fea7" naam="i263489i2b9319cb-1efe-42be-a653-cf79cf37fea7.png" breedte="15.9cm" type="foto" hoogte="11.07cm"/></plaatje></al></bijlage><bijlage><kop><label>Kaart</label><nr>10</nr><titel>Toetsing primaire waterkeringen en waterkerende kunstwerken</titel></kop><al><plaatje><illustratie id="ie2e38bf2-a280-4b48-9cf2-0e1bd0d410b1" naam="i263490ie2e38bf2-a280-4b48-9cf2-0e1bd0d410b1.png" breedte="15.9cm" type="foto" hoogte="11.10cm"/></plaatje></al></bijlage><bijlage><kop><label>Kaart</label><nr>11</nr><titel>Toetsingsresultaten regionale keringen en waterkerende
                        kunstwerken</titel></kop><al><plaatje><illustratie id="i36939bd3-94aa-4aaf-bcb4-c81708308e13" naam="i263491i36939bd3-94aa-4aaf-bcb4-c81708308e13.png" breedte="15.9cm" type="foto" hoogte="11.14cm"/></plaatje></al></bijlage><bijlage><kop><label>Kaart</label><nr>12</nr><titel>Maatregelen primaire en over te nemen regionale waterkeringen</titel></kop><al><plaatje><illustratie id="i7246e474-0b3e-4e64-81a2-8b06503dce77" naam="i263492i7246e474-0b3e-4e64-81a2-8b06503dce77.png" breedte="15.9cm" type="foto" hoogte="11.10cm"/></plaatje></al></bijlage><bijlage><kop><label>Kaart</label><nr>13</nr><titel>EVZ trajecten en ambassadeursoorten</titel></kop><al><plaatje><illustratie id="i54d376a5-b6ab-4821-b76b-0ca1ee783434" naam="i263493i54d376a5-b6ab-4821-b76b-0ca1ee783434.png" breedte="15.9cm" type="foto" hoogte="11.05cm"/></plaatje></al></bijlage><bijlage><kop><label>Kaart</label><nr>14</nr><titel>Prioriteiten risico's op wateroverlast</titel></kop><al><plaatje><illustratie id="i169fdf1a-3fe3-4c84-bf26-e37fb01a43a2" naam="i263494i169fdf1a-3fe3-4c84-bf26-e37fb01a43a2.png" breedte="15.9cm" type="foto" hoogte="11.10cm"/></plaatje></al></bijlage><bijlage><kop><label>Kaart</label><nr>15</nr><titel>Prioriteiten GGOR rond natte natuurparels</titel></kop><al><plaatje><illustratie id="i393d925f-7464-4786-9f1e-3edef4c8435c" naam="i263495i393d925f-7464-4786-9f1e-3edef4c8435c.png" breedte="15.9cm" type="foto" hoogte="11.07cm"/></plaatje></al></bijlage><bijlage><kop><label>Kaart</label><nr>16</nr><titel>Prioritering inrichtingsmaatregelen voor ecologie</titel></kop><al><plaatje><illustratie id="ifc67a12e-abea-46ad-9ccd-d7f4bb16219c" naam="i263496ifc67a12e-abea-46ad-9ccd-d7f4bb16219c.png" breedte="15.9cm" type="foto" hoogte="11.11cm"/></plaatje></al></bijlage><bijlage><kop><label>Kaart</label><nr>17</nr><titel>Meerjaren baggerplan</titel></kop><al><plaatje><illustratie id="ia4e3203d-7381-4c8a-9aa6-e01812978de4" naam="i263497ia4e3203d-7381-4c8a-9aa6-e01812978de4.png" breedte="15.9cm" type="foto" hoogte="11.08cm"/></plaatje></al></bijlage><bijlage><kop><label>Kaart</label><nr>18</nr><titel>Verdachte en onverdachte locaties voor waterbodemonderzoek</titel></kop><al><plaatje><illustratie id="ie518b044-09cc-4e98-95e1-fd1bc6996ba2" naam="i263498ie518b044-09cc-4e98-95e1-fd1bc6996ba2.png" breedte="15.9cm" type="foto" hoogte="11.11cm"/></plaatje></al></bijlage></regeling></body></cvdr>