<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR385128_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Handhavingverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Stichtse Vecht 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Stichtse Vecht</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Stichtse Vecht</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad,</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Handhavingverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Stichtse Vecht 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Participatiewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>SV190</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-1789</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Handhavingverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Stichtse Vecht 2015 </intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>belanghebbende: de persoon die zelfstandig of als lid van
                                        een gezin (mede) bijstand ontvangt of heeft ontvangen van de
                                        gemeente Stichtse Vecht; </al></li><li nr="b."><al>beleidsregel: een bij besluit vastgestelde algemene regel,
                                        niet zijnde een algemeen verbindend voorschrift, omtrent de
                                        afweging van belangen, de vaststelling van feiten of de
                                        uitleg van wettelijke voorschriften bij het gebruik van een
                                        bevoegdheid van een bestuursorgaan; </al></li><li nr="c."><al>bijstand: algemene en bijzondere bijstand als bedoeld in
                                        artikel 5, onderdeel b, en artikel 35 van de
                                        Participatiewet; </al></li><li nr="d."><al>college: het college van burgemeester en wethouders van de
                                        gemeente Stichtse Vecht; </al></li><li nr="e."><al>fraude: het ten onrechte geheel of gedeeltelijk ontvangen
                                        van bijstand dan wel een uitkering door het verstrekken van
                                        onjuiste of onvolledige inlichtingen; </al></li><li nr="f."><al>gezin: het gezin als bedoeld in artikel 4, eerste lid,
                                        onderdeel c van de Participatiewet. </al></li><li nr="g."><al>hoogwaardig handhaven: een systematische aanpak van de
                                        handhavingsactiviteiten gericht op het verhogen van de
                                        spontane nalevingsbereidheid van de wet- en regelgeving;
                                    </al></li><li nr="h."><al>programmatisch handhaven: Programmatisch handhaven helpt de
                                        beschikbare handhavingscapaciteit effectief te gebruiken en
                                        de naleving van regels en wetten te vergroten. Uitgangspunt
                                        van programmatisch handhaven is dat handhaving en toezicht
                                        planmatig in plaats van incident gestuurd verloopt.</al></li><li nr="i."><al>IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                        arbeidsongeschikte werkloze werknemers; </al></li><li nr="j."><al>IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                        arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; </al></li><li nr="k."><al>misbruik: het ontvangen van bijstand op grond van de
                                        Participatiewet dan wel het ontvangen van een uitkering op
                                        grond van de IOAW of IOAZ, in strijd met de wettelijke
                                        voorschriften waarbij het ten onrechte ontvangen aan de
                                        belanghebbende is te wijten; </al></li><li nr="l."><al>oneigenlijk gebruik: het ontvangen van bijstand volgens de
                                        regels van de Participatiewet dan wel een uitkering volgens
                                        de regels van de IOAW of de IOAZ, maar in strijd met of
                                        buiten de bedoeling die bij de totstandkoming van die wetten
                                        heeft bestaan; </al></li><li nr="m."><al>uitkering: de uitkering als bedoeld in artikel 5 van de
                                        Participatiewet of artikel 5 van de IOAW of artikel 5 van de
                                        IOAZ; </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor zover niet anders is bepaald, worden begrippen in deze
                                verordening gebruikt in dezelfde betekenis als in Algemene wet
                                bestuursrecht. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Toepassingsbereik</titel></kop><al>Deze verordening richt zich op het formuleren van voorschriften op het
                            gebied van handhaving waaronder de bestrijding van misbruik en
                            oneigenlijk gebruik van de Participatiewet, de IOAW en de IOAZ. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>HANDHAVING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Doelstellingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Handhaving is gericht op:</al><lijst><li nr="a."><al>naleving van wet- en regelgeving ter voorkoming van fraude,
                                        misbruik en oneigenlijk gebruik van de Participatiewet, de
                                        IOAW en de IOAZ; </al></li><li nr="b."><al>terugdringen van maatschappelijke kosten van de bijstand en
                                        overige voorzieningen binnen het sociaal domein </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Uitgangspunten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voorkomen is beter dan bestrijden voor klanten die onbedoeld de
                                regels overtreden</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Fraude mag niet lonen voor klanten die verwijtbaar de regels
                                overtreden</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Inzetten op het stopzetten van de fraude, waarbij de klantsituatie
                                centraal staat </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Werkwijze</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij handhaving wordt de werkwijze van het hoogwaardig en
                                programmatisch handhaven toegepast. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze werkwijze bevat samenhangende activiteiten op een viertal
                                gebieden: </al><lijst><li nr="a."><al>vroegtijdig informeren; </al></li><li nr="b."><al>optimaliseren van de dienstverlening; </al></li><li nr="c."><al>vroegtijdige detectie; </al></li><li nr="d."><al>daadwerkelijk sanctioneren. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college geeft in een uitvoeringsbeleidsplan invulling aan het
                                eerste en tweede lid. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Terugvordering, invordering, kwijtschelding en verhaal</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt zorg voor de terugvordering, de invordering, de
                                kwijtschelding en het verhaal van de kosten van de bijstand of de
                                uitkering. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college geeft in beleidsregels invulling aan het eerste lid.
                            </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Het afstemmen van de bijstand/uitkering dan wel het opleggen van
                                een bestuurlijke boete</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als de belanghebbende de verplichtingen voortvloeiend uit de
                                Participatiewet, de IOAW of de IOAZ niet of onvoldoende nakomt,
                                stemt het college de bijstand of de uitkering af conform de
                                Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente
                                Stichtse Vecht 2015. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als de belanghebbende onvoldoende besef van verantwoordelijkheid
                                toont, stemt het college de bijstand of de uitkering af conform de
                                Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente
                                Stichtse Vecht 2015. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als een belanghebbende een schending van inlichtingenplicht pleegt,
                                wordt krachtens de Participatiewet, de IOAW en de IOAZ een
                                bestuurlijke boete overwogen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Aangifte bij het Openbaar Ministerie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien gedragingen van de belanghebbende tot benadeling leiden van
                                de gemeente dan is het college verplicht een proces-verbaal op te
                                maken en aangifte te doen bij het Openbaar Ministerie als het
                                benadelingsbedrag hoger is dan de door het Openbaar Ministerie
                                gehanteerde aangiftegrens. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het eerste lid blijft de mogelijkheid om de bijstand of
                                de uitkering te kunnen aanpassen dan wel terug te vorderen
                                toepasbaar. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Uitvoering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt zorg voor de uitvoering van deze verordening.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan voor de uitvoering van deze verordening nadere
                                regels vaststellen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>1.Het college kan, indien de toepassing van bepalingen in deze
                            verordening in de individuele situatie tot onbillijkheden van
                            overwegende aard leidt voor zover het de bevoegdheid betreft die
                            voortvloeit uit deze verordening, afwijken van deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Citeertitel, inwerkintreding en overgangsrecht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Handhavingsverordening
                                    Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Stichtse Vecht 2015”
                                </al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking op de 1 januari 2016 onder
                                    gelijktijdige intrekking van de Handhavingsverordening WWB, IOAW
                                    en IOAZ 2011 gemeente Stichtse Vecht. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 16 december
                        2015.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/Stichtse Vecht/i263164.pdf">Handhavingsbeleidsplan</extref></al></bijlage><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting op de Handhavingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ
                        gemeente Stichtse Vecht 2015 </titel></kop><tussenkop>Algemene toelichting </tussenkop><tussenkop>Inleiding </tussenkop><al>Op grond van artikel 8b van de Participatiewet stelt de gemeenteraad bij
                    verordening regels voor de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van
                    bijstand alsmede van misbruik en oneigenlijk gebruik. De verordening is op basis
                    van het in 2015 vastgestelde beleidsplan en de nieuwe participatiewet
                    geactualiseerd. </al><tussenkop>Hoogwaardig handhaven </tussenkop><al>Stichtse vecht past in ieder geval sinds 2011 de werkwijze van de Hoogwaardige
                    handhaving toe. Het uiteindelijke doel van het hoogwaardig handhaven is dat de
                    belanghebbende de wet- en regelgeving uit zichzelf naleeft. Om dit te bereiken
                    wordt gebruik gemaakt van een aantal samenhangende maatregelen op het gebied
                    van: </al><al>* het vroegtijdig informeren van de klanten over de regelgeving, zodat een juist
                    beeld ontstaat van de rechten en plichten van de bijstand of de uitkering en
                    daarmee ook de verwachtingen; </al><al>* het bevorderen van de acceptatie van de wet- en regelgeving en de daaruit
                    voortvloeiende controlepraktijk door de dienstverlening te optimaliseren en
                    onnodige belemmeringen weg te nemen; </al><al>* het toepassen van het principe van controle op maat; een vroegtijdige detectie
                    en afhandeling van signalen zal klanten het gevoel geven dat er voldoende hoge
                    pakkans bestaat; </al><al>* daadwerkelijke sanctionering; deze dient dusdanig te zijn dat de klant de
                    sanctie proportioneel en ook als afschrikwekkend ervaart. </al><al>De kunst van hoogwaardige handhaving is om preventieve en repressieve elementen
                    in samenhang uit te voeren, zodat ze elkaar wederzijds versterken. </al><tussenkop>Aangezien op 1 januari 2015 de Participatiewet in werking is getreden
                    dient er een verordening vastgesteld te worden op grond van de Participatiewet. </tussenkop><tussenkop>Artikelgewijze toelichting (Zie toelichting verordening 2011)</tussenkop><tussenkop>Artikel 1 Begripsbepalingen </tussenkop><al>In dit artikel worden de begrippen die in deze verordening worden gehanteerd
                    nader verklaard. En voor zover begrippen niet worden verklaard, wordt
                    aansluiting gezocht bij gelijkluidende omschrijvingen in de wet en de Algemene
                    wet bestuursrecht. De begrippen die worden gebruikt hebben een gelijkluidende
                    betekenis als de omschrijving daarvan in de Participatiewet, IOAW en IOAZ.</al><tussenkop>Artikel 2 Toepassingsbereik </tussenkop><al>Dit artikel geeft aan wat de strekking van deze verordening is. Met andere
                    woorden wat wordt er geregeld. </al><tussenkop>Artikel 3 Doelstellingen </tussenkop><al>Handhaving heeft betrekking op de naleving van wet- en regelgeving en het in
                    stand houden van het maatschappelijke draagvlak. De geloofwaardigheid van de
                    lokale overheid is in het geding als er niet adequaat wordt omgegaan met
                    gemeenschapsgelden. </al><tussenkop>Artikel 4 Uitgangspunten </tussenkop><al>Wanneer er invulling wordt gegeven aan het handhavingsbeleid wordt rekening
                    gehouden met de hier vermelde uitgangspunten. </al><al>De belanghebbende is zelf verantwoordelijk voor het bevorderen van zijn
                    zelfredzaamheid en het verloop van een eventueel participatietraject. De
                    gemeente biedt daarbij de belanghebbende vraaggerichte dienstverlening. Als de
                    belanghebbende onvoldoende zijn verantwoordelijkheid neemt kan de gemeente
                    handhaving inzetten om belanghebbende alsnog te bewegen uitkeringsonafhankelijk
                    te worden. </al><al>Het is van belang om een balans tussen preventie en repressie te realiseren.
                    Middels preventie wordt draagvlak verkregen om eventuele repressieve
                    instrumenten te kunnen inzetten. De uitgangspunten sluiten aan bij in grote
                    lijnen drie groepen van klanten die te onderscheiden zijn. Klanten die onbewust
                    de wet overtreden vanwege onvoldoende kennis of begrip van de wetgeving, klanten
                    die bewust de wet overtreden en klanten die daartussen in bevinden. Met name de
                    laatste groep klanten worden bij het nemen van maatregelen beoordeeld in breder
                    perspectief en wordt aansluiting gezocht bij de ontwikkeling van het Sociaal
                    Domein. Ook de effecten van het nemen van maatregelen wordt daarbij in breder
                    perspectief geplaatst.</al><al>Voor de Participatiewet, de IOAW en de IOAZ geldt uitdrukkelijk dat de rechten
                    en plichten twee kanten van dezelfde medaille zijn. Ook de gemeente
                    onderschrijft deze invalshoek. Het recht op bijstand of een uitkering is altijd
                    verbonden aan de plicht zich in te zetten om weer onafhankelijk van de bijstand
                    dan wel de uitkering te worden of zich in te zetten voor een duurzame
                    arbeidsparticipatie. </al><al>Indien belanghebbende zijn plichten niet nakomt heeft dit automatisch gevolgen. </al><al>Bij het streven naar een rechtmatige, doelmatige en doeltreffende uitvoering van
                    het beleid is voor wat betreft de inzet van de handhavinginstrumenten
                    voortdurend een evenwichtige afweging tussen de uitgangspunten noodzakelijk. </al><tussenkop>Artikel 5 Werkwijze </tussenkop><al>Om de naleving van de wet- en regelgeving te realiseren wordt de werkwijze van
                    het hoogwaardig handhaven gehanteerd. Hoogwaardig handhaven gaat er vanuit dat
                    de naleving van wet- en regelgeving spontaan wordt bevorderd als: </al><al>* de belanghebbende goed geïnformeerd is met betrekking tot de regelgeving en de
                    daarin opgenomen rechten en plichten; </al><al>* de uitvoeringsorganisatie zo weinig mogelijk organisatorische en procedurele
                    drempels opwerpt, zodat de belanghebbende de regelgeving en de controlepraktijk
                    die eruit voortvloeit kan accepteren; </al><al>* ingeval van overtreding van de regels de gevoelsmatige pakkans voldoende hoog
                    is; dit kan worden bereikt door het controle op maat principe: hoe meer risico
                    des te intensiever de benodigde controle; </al><al>* een opgelegde en uitgevoerde sanctie proportioneel is maar ook voldoende
                    preventief werkt. </al><al>De wijze waarop de gemeente, bovenstaande onderdelen in onderlinge samenhang
                    uitvoert, wordt door het college in een uitvoeringsplan en in beleidsregels
                    geformuleerd. Dit uitvoeringsplan wordt periodiek geactualiseerd.</al><tussenkop>Artikel 6 Terugvordering, invordering, kwijtschelding en verhaal </tussenkop><al>Dit artikel wordt nader uitgewerkt in beleidsregels. </al><tussenkop>Artikel 7 Het afstemmen van de bijstand/uitkering dan wel het opleggen
                    van een bestuurlijke boete </tussenkop><al>De Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Stichtse Vecht
                    2015 ziet op het afstemmen van de bijstand of de uitkering met betrekking tot
                    verwijtbare gedragingen. Daarnaast is het onderdeel “schending
                    inlichtingenplicht” per 1 januari 2013 onder de bestuurlijke boete gebracht. </al><tussenkop>Artikel 8 Aangifte bij het Openbaar Ministerie </tussenkop><al>Dit artikel wordt nader uitgewerkt in beleidsregels.</al><tussenkop>Artikel 9 Uitvoering </tussenkop><al>Uiteraard is het college verantwoordelijk voor de uitvoering van de verordening.
                    Indien noodzakelijk kunnen daarvoor nadere regels worden opgesteld.</al><tussenkop>Artikel 10 Hardheidsclausule </tussenkop><al>De hardheidsclausule is in de verordening opgenomen om het college enige
                    vrijheid te geven bij het toepassen van de bepalingen. De eventuele toepassing
                    van deze hardheidsclausule dient echter wel tot het uiterste beperkt te worden.
                    Bij het regelmatig toepassen van deze clausule dient aanpassing van de
                    verordening te worden overwogen. </al><tussenkop>Artikel 11 Citeertitel, inwerkintreding en overgangsrecht </tussenkop><al>Daar er sprake is van een nieuwe wet dient de bestaande verordening te worden
                    ingetrokken. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>