<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR384829_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Gemeenschappelijke Regeling WNO-bedrijven 2000</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Berg en Dal</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Berg en Dal</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2015-115685.html">gmb-2015-115685</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Regeling WNO-bedrijven</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0008903">Wet sociale werkvoorziening</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0003740">de Wet Gemeenschappelijke Regelingen</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416">Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005537">Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-09-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>VB/Raad/15/00070</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>personeel en organisatie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Gemeenschappelijke Regeling WNO-bedrijven 2000</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De geconsolideerde tekst van de Gemeenschappelijke Regeling WNO-bedrijven
                        2000</al><al>De raden, de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van
                        de gemeenten Beuningen, Druten, Groesbeek, Heumen, Millingen aan de Rijn,
                        Nijmegen, Ubbergen, West Maas en Waal en Wijchen, ieder voor zover zij
                        daartoe bevoegd zijn;</al><al>overwegende, dat het Algemeen Bestuur van WNO gelet op zijn bevoegdheid
                        gegeven in <extref doc="1.0:v:BWBR0003740&amp;artikel=40" struct="BWB">artikel 40 lid 2 van de Gemeenschappelijke Regeling</extref>
                        “Werkvoorzieningsschap Nijmegen en Omgeving”, wijziging van deze
                        gemeenschappelijke regeling wenselijk acht en een daartoe strekkend voorstel
                        heeft gedaan;</al><al>gelet op de <extref doc="1.0:v:BWBR0008903" struct="BWB">Wet sociale
                            werkvoorziening</extref>, de <extref doc="1.0:v:BWBR0003740" struct="BWB">Wet Gemeenschappelijke Regelingen</extref>, de <extref doc="1.0:v:BWBR0005416" struct="BWB">Gemeentewet</extref> en de
                            <extref doc="1.0:v:BWBR0005537" struct="BWB">Algemene Wet
                            Bestuursrecht</extref>;</al><al><vet>Besluiten</vet></al><al>de Gemeenschappelijke Regeling “Werkvoorzieningsschap Nijmegen en Omgeving”
                        goedgekeurd bij besluit van Gedeputeerde Staten van Gelderland van 1 juli
                        1993 nr. WE 93.38133 en laatstelijk gewijzigd goedgekeurd bij besluit van
                        Gedeputeerde Staten van Gelderland van 20 december 1995 nr. BD
                        95.17375BO-003 zodanig te wijzigen, dat deze als volgt komt te luiden:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1:</nr><titel>Algemene Bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al><cursief>deelnemende gemeenten:</cursief></al><al>de aan deze gemeenschappelijke regeling deelnemende gemeenten</al><al><cursief>WNO-bedrijven:</cursief></al><al>het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 2</al><al><cursief>medewerkers:</cursief></al><al>de bij WNO-bedrijven aangestelde ambtenaren en personen met wie een
                            arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht is gesloten, alsmede de
                            medewerkers, die in dienst zijn ingevolge een dienstbetrekking als
                            bedoeld in <extref doc="1.0:v:BWBR0008903&amp;artikel=2" struct="BWB">artikel 2 lid 1 van de Wet sociale
                                werkvoorziening</extref>.</al><al><cursief>regeling:</cursief></al><al>deze gemeenschappelijke regeling.</al><al><cursief>Gedeputeerde Staten:</cursief></al><al>Gedeputeerde Staten van Gelderland.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><al>Er is een openbaar lichaam als bedoeld in <extref doc="1.0:v:BWBR0003740&amp;artikel=8" struct="BWB">artikel 8
                                lid 1 van de Wet gemeenschappelijke Regelingen</extref>, genaamd
                            "WNO-bedrijven", gevestigd te Nijmegen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><al>Het bestuur van WNO-bedrijven bestaat uit het algemeen bestuur, het
                            dagelijks bestuur en de voorzitter.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2:</nr><titel>Belang,taken en bevoegdheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>WNO-bedrijven behartigt de gemeenschappelijke belangen van de
                                deelnemende gemeenten op het gebied van de sociale werkvoorziening
                                voor zover dit noodzakelijk is voor de integratie van de regeling in
                                de Modulaire Gemeenschappelijke Regeling Rijk van Nijmegen en voor
                                zover deze belangen niet behartigt worden door de Modulaire
                                Gemeenschappelijke Regeling Rijk van Nijmegen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>WNO-bedrijven kan de gemeenschappelijke belangen van de deelnemende
                                gemeenten op het gebied van andere vormen van gesubsidieerde arbeid
                                anders dan op het gebied van de sociale werkvoorziening behartigen
                                voor zover dit noodzakelijk is voor de integratie van de regeling in
                                de Modulaire Gemeenschappelijke Regeling Rijk van Nijmegen en voor
                                zover deze belangen niet behartigt worden door de Modulaire
                                Gemeenschappelijke Regeling Rijk van Nijmegen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><al>Ter verwezenlijking van de in artikel 4, eerste lid, genoemde
                            gemeenschappelijke belangen is WNO-bedrijven belast met de taak om de
                            integratie van de regeling in de Modulaire Gemeenschappelijke Regeling
                            Rijk van Nijmegen voor te bereiden en uit te voeren, althans voor zover
                            verband houdend met de uitvoering van de voormalige Wet sociale
                            werkvoorziening en eventuele andere vormen van gesubsidieerde arbeid
                            anders dan op het gebied van de sociale werkvoorziening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor zover hiervan niet in deze regeling is afgeweken komen aan de
                                bestuursorganen van WNO-bedrijven ter uitvoering van de in artikel 5
                                genoemde taken, de bevoegdheden toe die aan de bestuursorganen van
                                de deelnemende gemeenten behoren, met dien verstande dat het
                                algemeen bestuur in de plaats treedt van de raad, het dagelijks
                                bestuur in de plaats van het college van burgemeester en wethouders
                                en de voorzitter in de plaats van de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Waar in deze regeling artikelen van de <extref doc="1.0:v:BWBR0003740" struct="BWB">Wet
                                    gemeenschappelijke regelingen</extref>, de <extref doc="1.0:v:BWBR0005416" struct="BWB">Gemeentewet</extref>,
                                de <extref doc="1.0:v:BWBR0008903" struct="BWB">Wet sociale
                                    werkvoorziening</extref> of enige andere wet van overeenkomstige
                                toepassing worden verklaard, wordt in de artikelen voor de gemeente,
                                de raad, het college van burgemeester en wethouders en de
                                burgemeester onderscheidenlijk gelezen WNO-bedrijven, het algemeen
                                bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3:</nr><titel>het algemeen bestuur</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur bestaat uit: 3 leden aangewezen door de raad
                                van de gemeente Nijmegen uit zijn midden, de voorzitter inbegrepen;
                                1 lid aangewezen door de raad van elk van de overige deelnemende
                                gemeenten, de voorzitter inbegrepen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raden van de deelnemende gemeenten wijzen uit hun midden, de
                                voorzitter inbegrepen, voor hun leden van het algemeen bestuur
                                tevens plaatsvervangend leden aan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het lidmaatschap en het plaatsvervangend lidmaatschap zijn
                                onverenigbaar met de betrekking van medewerker bij WNO-bedrijven dan
                                wel bij een rechtspersoon als bedoeld in artikel 12.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het lidmaatschap en het plaatsvervangend lidmaatschap van het
                                algemeen bestuur eindigt, onverminderd het bepaalde in artikel 8 lid
                                3, op de dag waarop de zittingsperiode van de raden van de
                                deelnemende gemeenten afloopt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raden van de deelnemende gemeenten beslissen in de eerste
                                vergadering van elke zittingsperiode van de gemeenteraden over de
                                aanwijzingen van de nieuwe leden en plaatsvervangend leden van het
                                algemeen bestuur. Aftredende leden en plaatsvervangend leden kunnen
                                opnieuw worden aangewezen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Totdat de raden van de deelnemende gemeenten in hun opvolging hebben
                                voorzien, blijven de aangewezen leden en plaatsvervangend leden, die
                                hadden moeten aftreden, voor zover zij aan de vereisten voor het
                                lidmaatschap en plaatsvervangend lidmaatschap van het algemeen
                                bestuur als bedoeld in artikel 7 eerste lid voldoen, als zodanig
                                fungeren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad van een deelnemende gemeente kan een lid of plaatsvervangend
                                lid van het algemeen bestuur door hem aangewezen, indien dit het
                                vertrouwen van deze raad niet meer bezit, te allen tijde ontslaan.
                                Hiervan wordt onmiddellijk mededeling gedaan aan de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien tussentijds een plaats van lid of plaatsvervangend lid van
                                het algemeen bestuur beschikbaar komt, wijst de betreffende raad in
                                zijn eerstvolgende vergadering of, zo dit niet mogelijk mocht zijn,
                                ten spoedigste een nieuw lid of plaatsvervangend lid aan.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In het geval, dat het gaat om een tussentijdse ontslagname, stelt
                                het lid of het plaatsvervangend lid de voorzitter van het algemeen
                                bestuur en de desbetreffende raad hiervan op de hoogte. De
                                tussentijdse ontslagname is onherroepelijk. De leden en
                                plaatsvervangend leden, die tussentijds ontslag hebben genomen,
                                behouden hun lidmaatschap en plaatsvervangend lidmaatschap - voor
                                zover zij aan de vereisten daarvoor als bedoeld in artikel 7, eerste
                                lid blijven voldoen - totdat onherroepelijk in hun opvolging is
                                voorzien.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Elke aanwijzing tot lid of plaatsvervangend lid van het algemeen
                                bestuur delen de deelnemende gemeenten binnen 8 dagen na de datum
                                van aanwijzing schriftelijk mede aan de voorzitter van het algemeen
                                bestuur.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur vergadert tenminste tweemaal per jaar en verder
                                zo vaak de voorzitter of het dagelijks bestuur dit nodig oordeelt of
                                tenminste een vijfde van het aantal zitting hebbende leden van het
                                algemeen bestuur dit, onder opgaaf van redenen aan de voorzitter,
                                schriftelijk verlangt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergaderingen van het algemeen bestuur worden in het openbaar
                                gehouden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vergadering vindt doorgang, indien blijkens de presentielijst
                                meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden is
                                opgekomen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De deuren worden gesloten, wanneer tenminste een vijfde van het
                                aantal leden, dat de presentielijst heeft getekend daarom verzoekt,
                                of de voorzitter het nodig oordeelt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het algemeen bestuur beslist vervolgens, of met gesloten deuren zal
                                worden vergaderd.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Van een vergadering met gesloten deuren wordt een afzonderlijk
                                verslag opgemaakt, dat niet openbaar wordt gemaakt tenzij het
                                algemeen bestuur anders beslist.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Het algemeen bestuur stelt voor zijn vergaderingen een Reglement
                                    van orde vast, met inachtname van de <extref doc="1.0:v:BWBR0003740&amp;artikel=22" struct="BWB">artikelen 22</extref> en <extref doc="1.0:v:BWBR0003740&amp;artikel=23" struct="BWB">23
                                        van de Wet gemeenschappelijke regelingen</extref> en waarin
                                    onder meer regels worden gegeven voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het horen van de deelnemende gemeenten en
                                            belanghebbenden ten aanzien van door het algemeen
                                            bestuur te nemen besluiten;</al></li><li nr="b."><al>omtrent de wijze van verstrekken van inlichtingen en het
                                            afleggen van verantwoording als bedoeld in de artikelen
                                            22, 23 en 24.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het Reglement van orde wordt aan Gedeputeerde Staten
                                    medegedeeld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Elk lid van het algemeen bestuur heeft 1 stem.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een besluit van het algemeen bestuur wordt geacht te zijn genomen
                                als dit meer dan de helft van het aantal stemmen heeft
                                verkregen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan ingevolge <extref doc="1.0:v:BWBR0008903&amp;artikel=2" struct="BWB">artikel
                                    2 lid 3 van de Wet sociale werkvoorziening</extref>
                                rechtspersonen aanwijzen ten behoeve van de uitvoering van de Wet
                                sociale werkvoorziening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan besluiten tot het oprichten van en tot het
                                deelnemen van WNO-bedrijven in rechtspersonen, indien deze in het
                                bijzonder aangewezen moeten worden geacht voor de behartiging van de
                                uitvoering van de <extref doc="1.0:v:BWBR0008903" struct="BWB">Wet sociale werkvoorziening</extref>. Een dergelijk besluit
                                komt eerst tot stand, nadat 2/3 van de raden van de deelnemende
                                gemeenten zich daar voor hebben verklaard en behoeft de goedkeuring
                                van Gedeputeerde Staten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan besluiten om de in het voorgaande lid
                                bedoelde rechtspersonen te belasten met (delen van) de uitvoering
                                van de <extref doc="1.0:v:BWBR0008903" struct="BWB">Wet
                                    sociale werkvoorziening</extref> zoals deze bij WNO-bedrijven
                                berust.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr></kop><al>In een besloten vergadering van het algemeen bestuur kan niet worden
                            beraadslaagd of besloten over: </al><lijst><li nr="a."><al>De vaststelling en wijziging van het beleidsplan en het
                                    beleidsprogramma, de vaststelling en wijziging van de begroting
                                    en de vaststelling van de jaarrekening.</al></li><li nr="b."><al>De benoeming en ontslag van de voorzitter en van leden van het
                                    dagelijks bestuur.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4:</nr><titel>het dagelijks bestuur</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter en 4 door en uit het
                                algemeen bestuur aan te wijzen leden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan gelet op de aard van de regeling maximaal 2
                                extra leden van het dagelijks bestuur aanwijzen van buiten het
                                algemeen bestuur.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien tussentijds een plaats in het dagelijks bestuur openvalt,
                                wijst het algemeen bestuur zo spoedig mogelijk een nieuw lid
                                aan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De leden van het dagelijks bestuur treden af op de datum, waarop de
                                zittingsperiode van het algemeen bestuur eindigt. Zij zijn direct
                                weer als lid benoembaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De aftredende leden van het dagelijks bestuur blijven hun
                                lidmaatschap - voor zover zij aan het lidmaatschapsvereiste van het
                                algemeen bestuur als bedoeld in artikel 7 lid 1 voldoen - vervullen,
                                totdat hun opvolgers hun lidmaatschap hebben aanvaard.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De benoeming van de leden van het dagelijks bestuur vindt plaats in
                                de eerste vergadering van het algemeen bestuur in zijn nieuwe
                                samenstelling te houden binnen 1 maand na aanvang van de nieuwe
                                zittingsperiode van de gemeenteraden van de deelnemende
                                gemeenten.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de leden van het dagelijks bestuur is <extref doc="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=49" struct="BWB">artikel 49 van de Gemeentewet</extref> van overeenkomstige
                                toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr></kop><al>Het dagelijks bestuur stelt een Reglement van orde voor zijn
                            vergaderingen en voor zijn andere werkzaamheden vast, dat aan het
                            algemeen bestuur wordt toegezonden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr></kop><al>De voorzitter stelt, met inachtneming van hetgeen het dagelijks bestuur
                            heeft bepaald, dag en plaats van de vergaderingen van het dagelijks
                            bestuur en het tijdstip van de opening vast.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5:</nr><titel>de voorzitter</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur benoemt één van de door de gemeente Nijmegen
                                aangewezen leden van het algemeen bestuur tot voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter is voorzitter van het algemeen bestuur en van het
                                dagelijks bestuur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het algemeen bestuur benoemt een lid van het dagelijks bestuur als
                                bedoeld in artikel 14 eerste lid, niet behorend tot de uit Nijmegen
                                afkomstige leden van het algemeen bestuur, tot plaatsvervangend
                                voorzitter.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter bevordert een goede behartiging van de zaken van
                                WNO-bedrijven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op de voorzitter zijn de artikelen 49, 75 en <extref doc="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=273" struct="BWB">273
                                    van de Gemeentewet</extref> van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De door de voorzitter getekende stukken worden mede ondertekend door
                                een door het dagelijks bestuur uit hun midden aangewezen lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter vertegenwoordigt WNO-bedrijven in en buiten rechte.
                                Hij kan deze vertegenwoordiging opdragen aan een door hem aangewezen
                                gemachtigde.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In rechtsgedingen waarin WNO-bedrijven en de gemeente Nijmegen
                                partij zijn treedt de plaatsvervangend voorzitter voor de in het
                                vorige lid bedoelde vertegenwoordiging in de plaats van de
                                voorzitter.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6:</nr><titel>de commissies</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur stelt de commissie in als bedoeld in <extref doc="1.0:v:BWBR0008903&amp;artikel=12" struct="BWB">artikel 12 van de Wet sociale werkvoorziening</extref>.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het vorige lid genoemde commissie adviseert het dagelijks
                                bestuur omtrent de indicatie bedoeld in artikel 11 eerste lid en de
                                herindicatie bedoeld in <extref doc="1.0:v:BWBR0008903&amp;artikel=11" struct="BWB">artikel 11 tweede lid van de Wet sociale
                                    werkvoorziening</extref>.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr></kop><al>Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter kunnen, met
                            inachtneming van <extref doc="1.0:v:BWBR0003740&amp;artikel=24" struct="BWB">artikel 24 van de Wet gemeenschappelijke
                                regelingen</extref>, commissies van advies instellen voor zover zij
                            daartoe bevoegd zijn.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7:</nr><titel>Inlichtingen en verantwoording</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur en de leden van het dagelijks bestuur
                                afzonderlijk, zijn aan het algemeen bestuur verantwoording
                                verschuldigd voor het door hen gevoerde beleid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Zij geven ongevraagd aan het algemeen bestuur alle informatie, die
                                voor een juiste beoordeling van het door het dagelijks bestuur
                                gevoerde en te voeren beleid nodig is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Zij geven als dagelijks bestuur dan wel afzonderlijk aan het
                                algemeen bestuur wanneer dit bestuur het dagelijks bestuur of 1 of
                                meer leden daarvan hierom verzoekt, alle gevraagde
                                inlichtingen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De leden 1 tot en met 3 zijn van overeenkomstige toepassing op de
                                voorzitter voor het door hem gevoerde en te voeren beleid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur geven aan de raden van
                                de deelnemende gemeenten ongevraagd alle informatie, die voor een
                                juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren
                                beleid nodig is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur verstrekken aan de
                                raden van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen, die door deze
                                raden dan wel 1 of meerdere leden van deze raden worden
                                verlangd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een lid of een plaatsvervangend lid van het algemeen bestuur
                                verstrekt de raad, die dit lid heeft aangewezen met inachtneming van
                                    <extref doc="1.0:v:BWBR0003740&amp;artikel=16" struct="BWB">artikel 16 van de Wet gemeenschappelijke
                                    regelingen</extref> alle inlichtingen, die door die raad of één
                                of meerdere leden daarvan worden verlangd en wel op de in het
                                Reglement van orde van deze raad aangegeven wijze.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een lid of een plaatsvervangend lid van het algemeen bestuur is de
                                raad, die dit lid heeft aangewezen met inachtneming van <extref doc="1.0:v:BWBR0003740&amp;artikel=16" struct="BWB">artikel 16 van de Wet gemeenschappelijke regelingen</extref>
                                verantwoording verschuldigd voor het door hem in dat bestuur
                                gevoerde beleid en wel op de in het Reglement van orde van deze raad
                                aangewezen wijze.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8:</nr><titel>Medewerkers Artikel 25</titel></kop><structuurtekst><al>WNO-bedrijven kan medewerkers als ambtenaar aanstellen en personen met
                            wie een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht is gesloten in dienst
                            nemen.</al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur beslist omtrent de benoeming, schorsing en
                                ontslag van de algemeen directeur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur kan in spoedeisende gevallen overgaan tot
                                schorsing van de algemeen directeur en doet hiervan terstond
                                mededeling aan het algemeen bestuur. De schorsing vervalt, wanneer
                                het algemeen bestuur haar niet in zijn eerstvolgende vergadering
                                bekrachtigt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De algemeen directeur wordt bij zijn afwezigheid vervangen op de
                                wijze, waarop daarin is voorzien door het dagelijks bestuur.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt regels vast betreffende de taak en de
                                bevoegdheden van de algemeen directeur.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur beslist omtrent de indienstneming, schorsing
                                en ontslag van de overige medewerkers.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt de arbeidsvoorwaarden, die gelden voor de
                                medewerkers, ambtenaar zijnde of in dienst op arbeidsovereenkomst
                                naar burgerlijk recht, vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur stelt de uitvoeringsregelingen gebaseerd op de
                                in het eerste lid genoemde arbeidsvoorwaarden vast, alsmede de
                                algemene voorschriften en bepalingen geldende voor deze
                                medewerkers.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>9:</nr><titel>het beleid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur stelt jaarlijks het ontwerp beleidsplan op,
                                dat een samenhangend geheel is van op elkaar afgestemde keuzen
                                omtrent de te nemen besluiten of te verrichten handelingen teneinde
                                de doelstellingen van WNO-bedrijven te bereiken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt het beleidsplan jaarlijks vast voor een
                                periode van vier jaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt jaarlijks ten behoeve van het beleidsplan
                                voor ieder jaar een beleidsprogramma vast, waarin de activiteiten
                                voor elk jaar worden aangegeven met vermelding van de daarvoor
                                benodigde financiële en personele middelen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het beleidsplan en het beleidsprogramma komen tot stand
                                overeenkomstig de voor de begroting geldende procedure als vermeid
                                in artikel 31.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>10:</nr><titel>financiële bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt bij verordening regels vast met
                                betrekking tot de organisatie van de administratie en het beheer van
                                de vermogenswaarden van WNO-bedrijven. De regels dienen te
                                waarborgen, dat aan de eisen van doelmatigheid en controle wordt
                                voldaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de verordening als bedoeld in het voorgaande lid worden tevens
                                regels opgenomen inzake de wijze waarop de deelnemende gemeenten
                                bijdragen in de kosten van WNO-bedrijven. Deze regels behoeven de
                                instemming van tenminste 2/3 van de raden van de deelnemende
                                gemeenten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De administratie en het beheer, bedoeld in het eerste lid, worden
                                verricht door de bij de in dat lid bedoelde regels aan te wijzen
                                medewerkers. Zij kunnen niet tevens algemeen directeur zijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De verordening bedoeld in het eerste lid wordt binnen twee weken na
                                vaststelling door het algemeen bestuur toegezonden aan Gedeputeerde
                                Staten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt bij verordening regels vast met
                                betrekking tot de controle op de administratie en op het beheer van
                                de vermogenswaarden van WNO-bedrijven. Deze regels dienenonder meer
                                te waarborgen dat de rechtmatigheid en de doelmatigheid van de
                                administratie en het beheer worden getoetst.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De regels bedoeld in het eerste lid, voorzien in de aanwijzing van 1
                                of meer accountants als bedoeld in <extref doc="1.0:v:BWBR0028744&amp;artikel=393" struct="BWB">artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk
                                    Wetboek</extref>, belast met het onderzoek van de in artikel 32
                                bedoelde jaarrekening, alsmede met het ter zake uitbrengen van een
                                verslag, dat behalve de verklaring bij de jaarrekening bevindingen
                                bevat over de vraag of de administratie en het beheer voldoen aan
                                eisen van rechtmatigheid en doelmatigheid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verordening als bedoeld in het eerste lid wordt binnen twee weken
                                na vaststelling door het algemeen bestuur toegezonden aan
                                Gedeputeerde Staten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur stelt jaarlijks een ontwerp begroting op met
                                toelichting en een meerjarenraming met toelichting voor ten minste
                                drie op het begrotingsjaar volgende jaren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur zendt de ontwerp begroting en de
                                meerjarenraming voor 1 april van het jaar en in ieder geval twee
                                maanden voordat zij aan het algemeen bestuur ter vaststelling wordt
                                aangeboden aan de raden van de deelnemende gemeenten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raden van de deelnemende gemeenten kunnen binnen twee maanden na
                                toezending van de ontwerp begroting en meerjarenraming het dagelijks
                                bestuur van hun gevoelen ter zake doen blijken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur zendt de ontwerp begroting en meerjarenraming
                                vier weken voor de voorgenomen datum van vaststelling toe aan het
                                algemeen bestuur. De gevoelens van de raden van de deelnemende
                                gemeenten alsmede eventueel de nota van wijzigingen worden uiterlijk
                                twee weken voor de vaststelling toegezonden aan het algemeen bestuur
                                en gelijktijdig aan de raden van de deelnemende gemeenten
                                toegezonden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De ontwerp begroting en meerjarenraming alsmede de eventuele nota
                                van wijzigingen worden ter inzage gelegd op de wijze als bedoeld in
                                    <extref doc="1.0:v:BWBR0003740&amp;artikel=35" struct="BWB">artikel 35, lid 2 van de Wet gemeenschappelijke
                                    regelingen</extref> alsook bij de vestigingen van WNO-bedrijven
                                en tegen betaling algemeen verkrijgbaar gesteld.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt de begroting en de meerjarenraming vast
                                voor 1 juli van het jaar voorafgaande aan dat, waarvoor zij moeten
                                dienen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Terstond na de vaststelling zendt het algemeen bestuur de begroting
                                en de meerjarenraming aan de raden van de deelnemende gemeenten, die
                                ter zake Gedeputeerde Staten van hun gevoelen kunnen doen
                                blijken.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur zendt de begroting en de meerjarenraming
                                binnen 2 weken na vaststelling, doch uiterlijk 15 juli voor het jaar
                                waarvoor zij dienen, aan Gedeputeerde Staten.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Met betrekking tot begrotingswijzigingen is het bepaalde in de
                                voorgaande leden van dit artikel zoveel mogelijk van overeenkomstige
                                toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur legt aan het algemeen bestuur over elk
                                begrotingsjaar verantwoording af van het gevoerde financieel beheer
                                onder overlegging van de jaarrekening en het jaarverslag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur voegt daarbij een verslag als bedoeld in
                                artikel 30, lid 2.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in de voorgaande leden bedoelde stukken worden aan het algemeen
                                bestuur en de raden van de deelnemende gemeenten toegezonden,
                                uiterlijk op 1 april volgende op het jaar waarop zij betrekking
                                hebben.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raden van de deelnemende gemeenten kunnen binnen 2 maanden, nadat
                                de in het eerste en tweede lid bedoelde stukken zijn toegezonden,
                                aan het algemeen bestuur van hun gevoelens ter zake doen
                                blijken.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening vast voor 1 juli in het
                                jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen 2 weken na
                                vaststelling, doch in ieder geval voor 15 juli van het jaar volgende
                                op het jaar, waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan
                                Gedeputeerde Staten.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Behoudens later in rechte gebleken onregelmatigheden, ontlast het
                                besluit tot vaststelling van de jaarrekening de leden van het
                                dagelijks bestuur ten aanzien van het daarin verantwoorde financieel
                                beheer.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>11</nr><titel>Vergoedingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan met inachtneming van <extref doc="1.0:v:BWBR0003740&amp;artikel=2" struct="BWB">artikel
                                    21, lid 1 en 2 van de Wet gemeenschappelijke regelingen</extref>
                                voor de leden van het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de
                                voorzitter een regeling voor de tegemoetkoming in de kosten en een
                                vergoeding voor hun werkzaamheden alsmede een tegemoetkoming in of
                                vergoeding van bijzondere kosten en andere financiële voorzieningen,
                                die verband houden met de vervulling van hun lidmaatschap van het
                                bestuur vaststellen. De regeling wordt ter kennisname aan
                                Gedeputeerde Staten toegezonden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan met inachtneming van <extref doc="1.0:v:BWBR0003740&amp;artikel=24" struct="BWB">artikel 24 lid 4 van de Wet gemeenschappelijke
                                    regelingen</extref> aan de leden van de in artikel 21 bedoelde
                                commissies, die geen burgemeester, wethouder of lid van de
                                gemeenteraad zijn een vergoeding voor het bijwonen van de
                                vergaderingen van de commissies toekennen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>12:</nr><titel>het archief</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bepalingen van de <extref doc="1.0:v:BWBR0007376" struct="BWB">Archiefwet</extref> en de daaruit voortvloeiende
                                uitvoeringsregelingen voor zover betrekking hebbend op de
                                archiefbescheiden van organen, ingesteld bij een regeling als
                                bedoeld in de <extref doc="1.0:v:BWBR0003740" struct="BWB">Wet
                                    gemeenschappelijke regelingen</extref>, zijn van overeenkomstige
                                toepassing op WNO-bedrijven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de bewaring van de
                                archiefbescheiden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De gemeentearchivaris van de gemeente van vestiging van
                                WNO-bedrijven oefent overeenkomstig de voor hem gestelde regels
                                toezicht uit op het beheer van de archiefbescheiden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij opheffing van de regeling worden de archiefbescheiden
                                overgebracht naar de archiefbewaarplaats van de gemeente van
                                vestiging van WNO-bedrijven.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>13</nr><titel>toetreding, uittreding, wijziging en opheffing</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad van een gemeente, die wenst toe of uit te treden, richt het
                                verzoek ter zake aan het algemeen bestuur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen bestuur zendt het verzoek als bedoeld in het eerste lid
                                binnen 3 maanden door voor het nemen van een besluit aan de raden
                                van de deelnemende gemeenten, onder overlegging van zijn advies
                                omtrent de toetreding respectievelijk de uittreding van een gemeente
                                en de eventueel daaraan te verbinden voorwaarden en gevolgen. De
                                gemeenteraden besluiten over het verzoek binnen een termijn van 3
                                maanden na toezending door het algemeen bestuur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Toetreding van een gemeente vindt plaats, indien de raden van de
                                deelnemende gemeenten in meerderheid daartoe besluiten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Uittreding van een deelnemende gemeente vindt plaats, indien de
                                raden van de overige deelnemende gemeenten in meerderheid daartoe
                                besluiten.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Aan de toetreding respectievelijk de uittreding kunnen bij de in het
                                derde en vierde lid bedoelde besluiten voorwaarden en gevolgen
                                worden verbonden overeenkomstig het in het tweede lid bedoelde
                                advies van het algemeen bestuur.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De besluiten tot toetreding respectievelijk uittreding en de daaraan
                                verbonden voorwaarden en gevolgen behoeven de goedkeuring van
                                Gedeputeerde Staten</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De toetreding respectievelijk de uittreding gaan in op 1 januari van
                                het jaar volgende op het jaar waarin is voldaan aan de vereisten
                                genoemd in <extref doc="1.0:v:BWBR0003740&amp;artikel=26" struct="BWB">artikel 26 lid 4 van de Wet gemeenschappelijke
                                    regelingen</extref>.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Zowel het dagelijks bestuur als de raad van een deelnemende gemeente
                                kunnen aan het algemeen bestuur voorstellen doen tot wijziging van
                                de regeling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het algemeen bestuur wijziging van de regeling wenselijk
                                acht, doet het dagelijks bestuur het door het algemeen bestuur
                                vastgestelde voorstel toekomen ter besluitvorming aan de raden van
                                de deelnemende gemeenten. De gemeenteraden besluiten over het
                                voorstel binnen een termijn van 3 maanden na toezending door het
                                algemeen bestuur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een wijziging van de regeling komt tot stand, wanneer de raden van
                                tenminste 2/3 van het aantal deelnemende gemeenten zich daar voor
                                hebben verklaard.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De besluiten tot wijziging van de regeling behoeven de goedkeuring
                                van Gedeputeerde Staten.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De wijziging van de regeling gaat in op de dag volgende op de dag
                                waarop is voldaan aan de vereisten genoemd in <extref doc="1.0:v:BWBR0003740&amp;artikel=26" struct="BWB">artikel 26 lid 4 van de Wet gemeenschappelijke
                                    regelingen</extref>.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De regeling wordt opgeheven, wanneer de raden van tenminste 2/3 van
                                het aantal deelnemende gemeenten daartoe besluiten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid bedoelde besluiten behoeven de goedkeuring van
                                Gedeputeerde Staten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De opheffing gaat niet eerder in dan op de dag volgende op die
                                waarop is voldaan aan de vereisten genoemd in <extref doc="1.0:v:BWBR0003740&amp;artikel=26" struct="BWB">artikel 26 lid 4 van de Wet gemeenschappelijke
                                    regelingen</extref>.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In geval van opheffing van de regeling besluit het algemeen bestuur
                                tegelijk tot liquidatie en stelt daarvoor direct de nodige regelen.
                                Hierbij kan van de bepalingen van deze regeling worden
                                afgeweken.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt, gehoord de raden van de deelnemende
                                gemeenten, het liquidatieplan vast, dat voorziet in de
                                verplichtingen van de deelnemende gemeenten in de financiële
                                gevolgen van de opheffing. Het liquidatieplan behoeft de goedkeuring
                                van Gedeputeerde Staten.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur is belast met de liquidatie.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Zo nodig blijven de overige organen van WNO-bedrijven ook na het
                                tijdstip van opheffing in functie totdat de liquidatie is
                                voltooid.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>14.</nr><titel>Overgangs-en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr></kop><al>Binnen een termijn van twee jaar na inwerkingtreding van deze
                            gemeenschappelijke regeling dient te zijn voldaan aan het bepaalde in
                            artikel 27 lid 1 en 2. Tot dan blijft artikel 27 van de regeling, zoals
                            goedgekeurd bij besluit van Gedeputeerde Staten d.d. 1 juli 1993 nr. WE
                            93.38133 van toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag van de
                                maand volgende op de maand, waarin is voldaan aan het vereiste
                                genoemd in <extref doc="1.0:v:BWBR0003740&amp;artikel=26" struct="BWB">artikel 26 vierde lid van de Wet gemeenschappelijke
                                    regelingen</extref>.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De wijzigingen van artikel 4,5,6,25 en 27 treden in werking op 1
                                januari 2016</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40</nr></kop><al>De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>41</nr></kop><al>Deze regeling kan worden aangehaald als: Regeling WNO-bedrijven.</al><al>Besluitvorming tot vaststelling van de definitieve versie van de
                            aangepaste regeling door de gemeente Nijmegen</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>
          Vastgesteld door de raad van de gemeente Nijmegen in zijn openbare
                            vergadering van 
          13 december 2000
        </ondertekening><ondertekening>De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>J. Tettero (loco)</ondertekening><ondertekening>De secretaris,</ondertekening><ondertekening>ir. H.K.W. Bekkers</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Vastgesteld door burgemeester en wethouders van de gemeente Nijmegen, voor
                        zover zij daartoe bevoegd zijn, op 3 oktober 2000 (CIS-nummer 1042/2000,
                        agendapunt nummer 1.1)</ondertekening><ondertekening>De burgemeester,</ondertekening><ondertekening>J. Tettero (loco)</ondertekening><ondertekening>De secretaris, </ondertekening><ondertekening>ir. H.K.W. Bekkers</ondertekening><ondertekening>Vastgesteld door de burgemeester van de gemeente Nijmegen, voor zover hij
                        daartoe bevoegd is, op 3 oktober 2000.</ondertekening><ondertekening>De burgemeester,</ondertekening><ondertekening>J. Tettero (loco)</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>