<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR384526_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening reinigingsheffingen 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Wierden</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-21</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Wierden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Driehoek, 16-12-2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening reinigingsheffingen 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet Milieubeheer</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-08</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-09-21</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>15-00921</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening reinigingsheffingen 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>GEMEENTE WIERDEN</vet></al><al/><al><vet>RAADSBESLUIT</vet></al><al/><al>Nr.: RAA-15-00921</al><al>Besluit van de gemeenteraad van Wierden over de vaststelling van de
                        Verordening reinigingsheffing 2016.</al><al>De raad, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 29
                        september 2015;</al><al>gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en de onderdelen a en b, van de
                        Gemeentewet en </al><al>artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;</al><al><vet>b e s l u i t :</vet></al><al>vast te stellen:</al><al>Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en
                        reinigingsrechten 2016.</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Inleidende bepaling</titel></kop><al>Krachtens deze verordening worden geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>een afvalstoffenheffing;</al></li><li nr="b."><al>reinigingsrechten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder grof
                            bedrijfsafval: afvalstoffen, met uitzondering van autowrakken, afkomstig
                            van bedrijven en instellingen, welke door aard, omvang of hoeveelheid
                            niet periodiek worden ingezameld.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Afvalstoffenheffing</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aard van de belasting en belastbaar feit</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Onder de naam 'afvalstoffenheffing' wordt een directe belasting
                                    geheven als bedoeld in artikel</al></li><li nr="15."><al>33 van de Wet milieubeheer (Stb. 1994, 80).</al></li><li nr="2."><al>De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de
                                    daarbij behorende tarieventabel wordt</al></li></lijst><al> naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik van een
                            perceel ten </al><al> aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet
                            milieubeheer een verplichting </al><al> tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>1.De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente gebruik maakt
                            van een perceel</al><al> ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet
                            milieubeheer een </al><al> verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen
                            geldt.</al><lijst><li nr="2."><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt als gebruiker
                                    aangemerkt:</al><lijst><li nr="a."><al>degene die naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet
                                            krachtens eigendom, bezit, beperkt</al><al> recht of persoonlijk recht gebruik maakt van het
                                            perceel;</al></li><li nr="b."><al>ingeval een gedeelte van een perceel ten gebruike is
                                            afgestaan: degene die dat gedeelte ten</al><al> gebruike heeft afgestaan.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><al>1.De belasting bedraagt per perceel per jaar € 60,60.</al><al>De belasting als bedoeld onder lid 1, wordt vermeerderd met:</al><lijst><li nr="a."><al>€ 13,80 per emmer van 25 liter voor groente-, fruit- en
                                    tuinafval;b. € 54,00 per container van 140 liter voor groente-,
                                    fruit- en tuinafval;</al></li><li nr="c."><al>€ 31,80 per container met een inhoud van 60 liter voor de
                                    overige huishoudelijke</al><al> afvalstoffen;</al></li><li nr="d."><al>€ 74,40 per container met een inhoud van 140 liter voor de
                                    overige huishoudelijke</al><al> afvalstoffen;</al></li><li nr="e."><al>€ 127,20 per container met een inhoud van 240 liter voor de
                                    overige huishoudelijke</al><al> afvalstoffen.</al><lijst><li nr="2."><al>Indien ten behoeve van meer dan één perceel gebruik
                                            dient te worden gemaakt van een</al></li></lijst></li></lijst><al> zelfde container voor de aanbieding van groente- fruit en tuinafval dan
                            wel de overige </al><al> huishoudelijke afvalstoffen dan wordt de onder 1. bedoelde belasting
                            vermeerderd met </al><al> de belastingen genoemd onder a. en c.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar
                                tijdsgelang</titel></kop><al>1.De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of,
                            zo dit later is, bij de aanvang van</al><al> de belastingplicht.</al><al>2.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt,
                            is de belasting verschuldigd</al><al> voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde
                            belasting. De aanvang van de </al><al> belastingplicht is de datum van inschrijving, waarbij de maand van
                            inschrijving voor een volle </al><al> maand wordt gerekend. </al><al>3.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt,
                            bestaat aanspraak op ontheffing</al><al> voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde
                            belasting. De belastingplicht </al><al> eindigt op de datum van uitschrijving, waarbij de maand van
                            uitschrijving niet in rekening wordt </al><al> gebracht. </al><al>4.Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de
                            belastingplichtige binnen de</al><al> gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt.</al><al>5.Belastingbedragen van minder dan € 5,- worden niet geheven.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Reinigingsrechten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam 'reinigingsrechten' worden rechten geheven zowel voor het
                            genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het
                            gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken
                            of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn.</al><al>2.Het in het eerste lid bedoelde genot van diensten en het gebruik van
                            bezittingen, werken</al><al> of inrichtingen bestaat uit:</al><al>-het periodiek verwijderen van bedrijfsafval van beperkte omvang of
                            hoeveelheid;</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten
                            behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de
                            bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><al>Het bedraagt voor:</al><al>1.het periodiek verwijderen van bedrijfsafval, als bedoeld in artikel 9,
                            onder 2 per</al><al> bedrijfspand;</al><al>a.basistarief € 60,60:</al><al> De belasting als bedoeld onder a. wordt vermeerderd met:</al><lijst><li nr="b."><al>€ 13,80 per emmer van 25 liter voor groente- fruit en
                                    tuinafval;</al></li><li nr="c."><al>€ 54,00 per container van 140 liter voor groente-, fruit- en
                                    tuinafval;</al></li><li nr="d."><al>€ 31,80 per container met een inhoud van 60 liter voor het
                                    overige bedrijfsafval;</al></li><li nr="e."><al>€ 74,40 per container met een inhoud van 140 liter voor het
                                    overige bedrijfsafval;</al></li><li nr="f."><al>€ 127,20 per container met een inhoud van 240 liter voor het
                                    overige bedrijfsafval.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het
                            belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>1.De rechten bedoeld in artikel 11, onder 1, wordt geheven bij wege van
                            aanslag;</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdsgelang
                                voor de jaarlijks verschuldigde rechten</titel></kop><al>1.Het recht als bedoeld in artikel 11, onder 1, is verschuldigd bij het
                            begin van het belastingjaar of, zo</al><al> dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al><al>2.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt,
                            is de belasting verschuldigd</al><al> voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde
                            belasting. De aanvang van de </al><al> belastingplicht is de datum van inschrijving, waarbij de maand van
                            inschrijving voor een volle </al><al> maand wordt gerekend. </al><al>3.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt,
                            bestaat aanspraak op ontheffing</al><al> voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde
                            belasting. De belastingplicht </al><al> eindigt op de datum van uitschrijving, waarbij de maand van
                            uitschrijving niet in rekening wordt </al><al> gebracht. </al><al>4.Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de
                            belastingplichtige binnen de</al><al> gemeente verhuist.</al><al>5.Belastingbedragen van minder dan € 5,- worden niet geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld voor de overige rechten</titel></kop><al>De rechten bedoeld in artikel 11, zijn verschuldigd bij de aanvang van
                            de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen,
                            werken of inrichtingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><al>1.De belastingaanslagen als bedoeld in artikel 7 en artikel 13, onder 1,
                            moeten worden betaald in</al><al> twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van
                            de maand volgend op de </al><al> maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de
                            tweede twee maanden later.</al><al> In afwijking van het eerste volzin geldt, in geval het totaalbedrag van
                            de op één </al><al> Aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één
                            aanslag bevat het </al><al> bedrag daarvan minder is dan € 2.500,- en zolang de verschuldigde
                            bedragen door </al><al> middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven,
                            dat de </al><al> aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste
                            vervalt één maand </al><al> na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende
                            termijnen een maand </al><al> later. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                            voorgaande leden </al><al> gestelde termijnen. </al><al>2.Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c,
                            van de</al><al> Invorderingswet 1990 met een belastingaanslag gelijkgestelde
                            beschikking inzake een </al><al> bestuurlijke boete is het in het eerste lid bepaalde van
                            overeenkomstige toepassing.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>Aanvullende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en
                                wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en de invordering van de
                            reinigingsheffingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><al><cursief>Inwerkingtreding en citeertitel.</cursief></al><al>1.De Verordening reinigingsheffingen 2015, vastgesteld bij raadsbesluit
                            van 9 december 2014,</al><al> nummer 14-00820, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid
                            genoemde datum van </al><al> ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft
                            op de belastbare feiten die </al><al> zich voor die datum hebben voorgedaan.</al><lijst><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag
                                    na die van de bekendmaking.</al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2016.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening
                                    reinigingsheffingen 2016”.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de gemeenteraad van Wierden
                        d.d. 8 december 2015.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>drs. W.H.J. Wienk ing. J.H.M. Robben</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>