<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR383955_4</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Barneveld</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-01-24</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Barneveld</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2015-113023.html">gmb-2015-113023</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rioolheffing 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=228a">Gemeentewet, art. 228a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-11-11</dcterms:issued><dcterms:rights>
          De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht
        </dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Artikel 6 (3e wijziging)</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>644165</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening vervangt de <extref doc="1.1:CVDR79677_3">Verordening rioolheffing 2013</extref>.</al><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2014.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>vast te stellen de: VERORDENING op de heffing en de invordering van
                        rioolheffing 2014.</al><al/><al>b e s l u i t :</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte
                                daarvan;</al></li><li nr="b."><al>als onroerende zaak aangemerkt: de onroerende zaak, bedoeld in
                                hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken;</al></li><li nr="c."><al>gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van
                                voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport
                                van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of
                                in onderhoud bij de gemeente;</al></li><li nr="d."><al>gemeentelijke zorgplichten: de zorg voor het afvloeiend hemelwater
                                en het grondwater zoals aan de gemeente opgedragen in artikel 9a en
                                9b van de Wet op de waterhuishouding;</al></li><li nr="e."><al>verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het
                                waterbedrijf betrekking heeft;</al></li><li nr="f."><al>water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater of
                                grondwater;</al></li><li nr="g."><al>woning: een perceel dat in hoofdzaak tot woning dient in de zin van
                                art. 220a, tweede lid, Gemeentewet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>AARD VAN DE BELASTING</titel></kop><al>Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter
                        bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de inzameling en het transport van huishoudelijk
                                afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van
                                huishoudelijk afvalwater; en</al></li><li nr="b."><al>de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het
                                ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde
                                structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de
                                grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te
                                beperken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>BELASTBAAR FEIT EN BELASTINGPLICHT</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting wordt geheven: van de gebruiker van een perceel van
                                waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt
                                afgevoerd dan wel dat belang heeft bij de nakoming van de
                                gemeentelijke zorgplichten, verder te noemen:
                                gebruikersheffing.</al></li><li nr="2."><al>Met betrekking tot de gebruikersheffing, wordt als gebruiker
                                aangemerkt:</al><lijst><li nr="a."><al>degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al
                                        dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of
                                        persoonlijk recht gebruikt;</al></li><li nr="b."><al>ingeval een gedeelte van een perceel –niet een gedeelte als
                                        bedoeld in artikel 4− voor gebruik is afgestaan: degene die
                                        dat gedeelte voor gebruik heeft afgestaan.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>ZELFSTANDIGE GEDEELTEN</titel></kop><al>Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling
                        bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de
                        belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien
                        verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als één geheel
                        worden gebruikt, deze als één perceel worden aangemerkt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>MAATSTAF VAN HEFFING</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De gebruikersheffing wordt geheven naar het aantal kubieke meters
                                water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd.</al></li><li nr="2."><al>Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke
                                meters leidingwater en grondwater dat in de laatste aan het begin
                                van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel
                                is toegevoerd of is opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode niet
                                gelijk is aan een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid
                                water door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij de herleiding
                                wordt een gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand
                                gerekend.</al></li><li nr="3."><al>De op de voet van het tweede lid berekende hoeveelheid toegevoerd of
                                gepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet als
                                afvalwater is afgevoerd.</al></li><li nr="4."><al>Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die
                                pompinstallatie zijn voorzien van een:</al><lijst><li nr="a."><al>watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan
                                        worden afgelezen, of;</al></li><li nr="b."><al>bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een
                                        pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest
                                        kan worden afgelezen.</al><al>De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling
                                        van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van
                                        enige andere wettelijke bepaling.</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="5."><al>Indien voor een perceel dat in gebruik is als woning, geen gebruik
                                overeenkomstig het tweede lid kan worden vastgesteld, wordt de
                                hoeveelheid water van het object bepaald op 45 m³ per persoon, dat
                                staat ingeschreven op het adres van de woning in de gemeentelijke
                                basisadministratie, per belastingjaar.</al></li><li nr="6."><al>Indien voor een perceel dat niet in gebruik is als woning, geen
                                gebruik overeenkomstig het tweede lid kan worden vastgesteld, wordt
                                de hoeveelheid water van het object door middel van schatting
                                vastgesteld, met een minimum van 100 m³ per perceel.</al></li><li nr="7."><al>Indien een perceel dat wel bemeterd is, water aanvoert naar een of
                                meer niet bemeterde percelen, wordt de op grond van dit artikel
                                bepaalde maatstaf van heffing betreffende het wel bemeterde perceel
                                verminderd met 100 m³ per niet bemeterd perceel.</al></li><li nr="8."><al>De hoeveelheid water van het niet bemeterde perceel als bedoeld in
                                het zevende lid wordt gesteld op 100 m³ per belastingjaar.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>BELASTINGTARIEVEN</titel></kop><al>De belasting bedraagt bij afvoer van:</al><lijst><li nr="a."><al>0 tot en met 350 m³ afvalwater € 169,80;</al></li><li nr="b."><al>vermeerderd met € 0,45 voor elke m³ afvalwater boven de 350 m³ met
                                een maximum van 25.000 m³.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>BELASTINGJAAR</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>WIJZE VAN HEFFING</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>ONTSTAAN VAN DE BELASTINGSCHULD EN HEFFING NAAR TIJDSGELANG</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting is verschuldigd bij de aanvang van het belastingjaar
                                of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></li><li nr="2."><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel in de loop
                                van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd over
                                zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde
                                belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht,
                                nog volle kalendermaanden overblijven.</al></li><li nr="3."><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel in de loop
                                van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor
                                zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde
                                belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht,
                                nog volle kalendermaanden overblijven.</al></li><li nr="4."><al>Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de
                                belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander
                                object in gebruik neemt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>TERMIJN VAN BETALING</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> De aanslagen moeten worden betaald in twee termijnen, waarvan de
                                eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand
                                die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede
                                twee maanden na de eerste vervaltermijn.</al></li><li nr="2."><al> In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, in geval het
                                totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen
                                rioolrechten of andere heffingen meer is dan € 50,-- doch minder is
                                dan € 5.000,--, en zolang de verschuldigde bedragen door middel van
                                automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de
                                aanslagen moeten worden betaald in acht gelijke termijnen. De eerste
                                termijn vervalt op de laatste dag van de maand, volgend op de maand
                                die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de
                                volgende termijnen telkens één maand later.</al></li><li nr="3."><al> In afwijking in zoverre van het eerste en het tweede lid geldt,
                                ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde
                                aanslagen rioolrechten of andere heffingen minder is dan </al><al>€ 50,-- doch meer is dan € 5.000,--, dat de aanslagen moeten worden
                                betaald in één termijn, welke termijn vervalt op de laatste dag van
                                de maand, volgend op die in de dagtekening van het aanslagbiljet is
                                vermeld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>NADERE REGELS DOOR HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van de rioolheffing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>INWERKINGTREDING EN CITEERTITEL</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De ‘Verordening rioolheffing 2013' van 13 november 2012, nr. 12-79c,
                                wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum
                                van ingang van heffing, met dien verstande dat zij van toepassing
                                blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben
                                voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na
                                die van de bekendmaking.</al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2014.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als 'Verordening rioolheffing
                                2014’.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van 12 november 2013.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>