<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR383907_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Bladel</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-07-04</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Bladel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-181545.html">Gemeenteblad, 21 december 2016, nr. 181545</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rioolheffing 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=228a">Gemeentewet, art. 228a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-12-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Intrekking regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>R2016.122c</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De Verordening rioolheffing 2015 wordt ingetrokken</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing
            2016
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>De raad van de gemeente Bladel;</al>
          <al/>
          <al>overwegende dat de doelstelling van de rioolheffing is om de tarieven 100%
                        kostendekkend te houden;</al>
          <al>dat in afwachting van de beleidskeuzes voor het GRP 2015-2020 en in
                        afwachting van de voorstellen rondom de nieuwe heffingsmethodieken voor
                        belastingjaar 2017, belastingjaar 2016 als overgangsjaar dient te worden
                        beschouwd;</al>
          <al>gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 15
                        september 2015;</al>
          <al>gelet op artikel 228a van de Gemeentewet;</al>
          <al/>
          <al>besluit:</al>
          <al/>
          <al>vast te stellen de:</al>
          <al>
            <vet>Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing
                        2016</vet>
          </al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>
              <cursief>Begripsomschrijving</cursief>
            </titel>
          </kop>
          <al>Deze verordening verstaat onder:</al>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte
                                daarvan;</al></li>
            <li nr="2."><al>gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van
                                voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport
                                van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of
                                in onderhoud bij de gemeente;</al></li>
            <li nr="3."><al>verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van Brabant Water
                                betrekking heeft;</al></li>
            <li nr="4."><al>water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater of
                                grondwater.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>
              <cursief>Aard van de belasting</cursief>
            </titel>
          </kop>
          <al>Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter
                        bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:</al>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en
                                bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk
                                afvalwater; en</al></li>
            <li nr="2."><al>de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het
                                ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde
                                structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de
                                grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te
                                beperken.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>
              <cursief>Belastbaar feit en belastingplicht</cursief>
            </titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>De belasting wordt geheven van de gebruiker van een perceel van
                                waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt
                                afgevoerd.</al></li>
            <li nr="2."><al>Als gebruiker wordt aangemerkt:</al><lijst>
                <li nr="a."><al>degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al
                                        dan niet krachtens eigendom, bezit of beperkt recht of
                                        persoonlijk recht gebruikt;</al></li>
                <li nr="b."><al>ingeval een gedeelte van een perceel – niet een gedeelte als
                                        bedoeld in artikel 4 – voor gebruik is afgestaan: degene die
                                        dat gedeelte voor gebruik heeft afgestaan.</al></li>
              </lijst></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>
              <cursief>Zelfstandige gedeelten</cursief>
            </titel>
          </kop>
          <al>Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling
                        bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de
                        belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien
                        verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als één geheel
                        worden gebruikt, deze als één perceel worden aangemerkt.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>
              <cursief>Maatstaf van heffing</cursief>
            </titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>De belasting wordt geheven naar het aantal kubieke meters water dat
                                vanuit het perceel wordt afgevoerd.</al></li>
            <li nr="2."><al>Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke
                                meters water dat in het belastingjaar naar het perceel is toegevoerd
                                of opgepompt.</al></li>
            <li nr="3."><al>Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die
                                pompinstallatie zijn voorzien van een:</al><lijst>
                <li nr="a."><al>watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan
                                        worden afgelezen, of</al></li>
                <li nr="b."><al>bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een
                                        pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest
                                        kan worden afgelezen.</al></li>
              </lijst></li>
            <li nr=""><al> De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de
                                hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere
                                wettelijke bepaling.</al></li>
          </lijst>
          <al/>
          <lijst>
            <li nr="4."><al>De op de voet van het tweede lid berekende hoeveelheid toegevoerd of
                                opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet
                                als afvalwater is afgevoerd.</al></li>
            <li nr="5."><al>Voor zover de gegevens als bedoeld in het tweede lid van dit artikel
                                niet bekend zijn, wordt het waterverbruik door de in artikel 231,
                                tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde ambtenaar
                                vastgesteld op basis van het waterverbruik van vergelijkbare
                                huishoudens.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>
              <cursief>Belastingtarieven</cursief>
            </titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>De belasting bedraagt voor elke volle eenheid van één kubieke meter
                                water € 2,09; </al></li>
            <li nr="2."><al>Het maximaal op te leggen aanslagbedrag bedraagt € 69.000,00.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>7</nr>
            <titel>
              <cursief>Belastingjaar</cursief>
            </titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>Het belastingtijdvak is in de gevallen waarin de heffing door middel
                                van afrekeningen van Brabant Water plaatsvindt, de verbruiksperiode
                                zoals die door de betrokken belastingplichtige voor het
                                desbetreffende belastingobject geldt.</al></li>
            <li nr="2."><al>In andere gevallen dan in het eerste lid bedoeld, is het
                                belastingtijdvak gelijk aan het belastingjaar.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>8</nr>
            <titel>
              <cursief>Wijze van heffing</cursief>
            </titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>De belasting wordt geheven bij wege van een schriftelijk
                                gedagtekende kennisgeving. Deze kan worden gesteld op de afrekening
                                van Brabant Water. Als dagtekening van de kennisgeving geldt in dat
                                geval de dagtekening van de afrekening. Als kennisgeving van
                                voorlopig gevorderde bedragen wordt aangemerkt de voorschotnota van
                                Brabant Water of de kennisgeving op andere wijze van betaling van
                                voorschotbedragen.</al></li>
            <li nr="2."><al>De belasting per kalenderjaar wordt geheven bij wege van
                                aanslag.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>9</nr>
            <titel>
              <cursief>Ontstaan van belastingschuld en heffing naar
                                tijdsgelang</cursief>
            </titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingtijdvak
                                of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></li>
            <li nr="2."><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel in de loop
                                van het belastingtijdvak aanvangt, is de belasting verschuldigd over
                                zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat tijdvak verschuldigde als
                                er in dat tijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle
                                kalendermaanden overblijven.</al></li>
            <li nr="3."><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel in de loop
                                van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing
                                voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat tijdvak
                                verschuldigde als er in dat tijdvak, na het einde van de
                                belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></li>
            <li nr="4."><al>Belastingbedragen van minder dan € 10,00 worden niet
                                geheven.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>10</nr>
            <titel>
              <cursief>Termijnen van betaling</cursief>
            </titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>Ingeval het belastingtijdvak de verbruiksperiode is, moet het
                                voorlopig gevorderde bedrag, alsmede het definitief gevorderde
                                bedrag worden betaald tegelijk met en op dezelfde wijze als die
                                waarop het voorschotbedrag, onderscheidenlijk het definitieve bedrag
                                van de afrekening van Brabant Water moet worden betaald.</al></li>
            <li nr="2."><al>Ingeval de belasting wordt geheven bij wege van aanslag moet het
                                bedrag worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de maand
                                volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is
                                vermeld.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>11</nr>
            <titel>
              <cursief>Nadere regels door het college van burgemeester en
                                wethouders</cursief>
            </titel>
          </kop>
          <al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van de rioolheffing.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>12</nr>
            <titel>
              <cursief>Inwerkingtreding en citeertitel</cursief>
            </titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>De “Verordening rioolheffing 2015”, vastgesteld door de raad van de
                                gemeente Bladel bij besluit van 18 december 2014, wordt ingetrokken
                                met ingang van de in het derde lid genoemde datum met dien verstande
                                dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor
                                die datum hebben voorgedaan.</al></li>
            <li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na
                                die van de bekendmaking.</al></li>
            <li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2016.</al></li>
            <li nr="4."><al>Indien het belastingtijdvak een verbruiksperiode is en deze niet
                                gelijk is aan het kalenderjaar vangt, in afwijking van artikel 7,
                                eerste lid, het eerste belastingtijdvak waarvoor deze verordening
                                geldt aan op 1 januari 2016 en eindigt het belastingtijdvak op het
                                moment dat de op 1 januari 2016 lopende verbruiksperiode
                                eindigt.</al></li>
          </lijst>
          <al/>
          <al>Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening rioolheffing 2016”.</al>
          <al/>
          <al/>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening>Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering van 5 november 2015.</ondertekening>
        <ondertekening/>
        <ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening>
        <ondertekening>de griffier, L.A.J. Dirks</ondertekening>
        <ondertekening>de voorzitter, mr. A.H.J.M. Swachten</ondertekening>
      </regeling-sluiting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>