<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR383568_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Haarlemmerliede en Spaarnwoude</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Haarlemmerliede en Spaarnwoude</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Digitaal gemeenteblad, 2-12-2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=229">Gemeentewet, art. 229, lid 1, aanhef en onderdelen a en b</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0003245&amp;artikel=15.33">Wet Milieubeheer, art. 15.33</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-11-05</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>MID 15/013.5</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrecht 2015.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>VERORDENING AFVALSTOFFENHEFFING EN REINIGINGSRECHTEN
            201</vet><vet>6</vet></al><al/><al>De raad van de gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude;</al><al/><al>Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 13
                        oktober 2015; </al><al/><al>Gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de
                        Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;</al><al/><al>Besluit:</al><al>vast te stellen de:</al><al/><al><vet>Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en
                            reinigingsrechten 201</vet><vet>6</vet><vet>.</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Inleidende bepaling</titel></kop><al>Krachtens deze verordening wordt geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>een afvalstoffenheffing;</al></li><li nr="b."><al>reinigingsrechten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan
                                    onder:</al><lijst><li nr="a."><al>“gebruik maken” in hoofdstuk II Afvalstoffenheffing:
                                            gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet
                                            Milieubeheer.</al></li><li nr="b."><al>grof bedrijfsafval: afvalstoffen, met uitzondering van
                                            autowrakken, afkomstig van bedrijven en instellingen,
                                            welke door aard, omvang of hoeveelheid niet periodiek
                                            worden ingezameld.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>II</nr><titel>Afvalstoffenheffing</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aard van de belasting en belastbaar feit</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Onder de naam “afvalstoffenheffing” wordt een directe
                                            belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de
                                            Wet milieubeheer.</al></li><li nr="2."><al>De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening wordt
                                            naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het
                                            gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan
                                            krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet
                                            milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van
                                            huishoudelijke afvalstoffen geldt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de
                                    omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit,
                                    beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel
                                    ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de
                                    Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van
                                    huishoudelijke afvalstoffen geldt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting bedraagt per perceel per
                                            belastingjaar:</al><lijst><li nr="1.1."><al>bij gebruik daarvan door één persoon € 311,-;</al></li><li nr="1.2."><al>bij gebruik daarvan door meer dan één persoon €
                                            340,-.</al><al/></li></lijst></li><li nr="2."><al>De belasting als bedoeld in de onderdelen 1.1 en 1.2
                                            wordt vermeerderd voor het op 1 januari van het
                                            belastingjaar of, indien de belastingplicht later
                                            aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, in
                                            bruikleen hebben van een extra (= boven hetgeen volgens
                                            de gemeentelijke afvalstoffenverordening aan het perceel
                                            is verstrekt of boven het aantal van één);</al><lijst><li nr="2.1"><al>container van 140 liter, bestemd voor groente-,
                                                  fruit- en tuinafval, per extra container, met €
                                                  20,-;</al></li><li nr="2.2"><al>container van 240 liter, bestemd voor groente-,
                                                  fruit- en tuinafval, per extra container, met €
                                                  30,-;</al></li><li nr="2.3"><al>container van 140 liter, bestemd voor de overige
                                                  huishoudelijke afvalstoffen, per extra container,
                                                  met € 20,-;</al></li><li nr="2.4"><al>container van 240 liter, bestemd voor de overige
                                                  huishoudelijke afvalstoffen, per extra container,
                                                  met € 30,-.</al><al/></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het aantal personen dat gebruik maakt van een perceel
                                            wordt beoordeeld naar de situatie op 1 januari van het
                                            belastingjaar, of zo dit later is, bij de aanvang van de
                                            belastingplicht op basis van de gegevens volgens de
                                            basisregistratie personen van de gemeente
                                            Haarlemmerliede en Spaarnwoude.</al><al/></li><li nr="4."><al>In afwijking van lid 3 wordt, indien volgens de gegevens
                                            van de basisregistratie personen van de gemeente
                                            Haarlemmerliede en Spaarnwoude bij het begin van het
                                            belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de
                                            belastingplicht op een perceel niemand staat
                                            ingeschreven, terwijl er wel sprake is van feitelijk
                                            gebruik van een perceel ten aanzien waarvan krachtens
                                            artikel 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een
                                            verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke
                                            afvalstoffen geldt, het aantal personen dat gebruik
                                            maakt van een perceel bepaald op twee, tenzij
                                            aannemelijk wordt gemaakt dat sprake is van een gebruik
                                            van het perceel door een ander aantal personen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het
                                            belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de
                                            belastingplicht.</al></li><li nr="2."><al>Indien de belastingplicht in de loop van het
                                            belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd
                                            voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar
                                            verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de
                                            aanvang van de belastingplicht, nog volle
                                            kalendermaanden overblijven.</al></li><li nr="3."><al>Indien de belastingplicht in de loop van het
                                            belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing
                                            voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar
                                            verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde
                                            van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
                                            overblijven.</al></li><li nr="4."><al>Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing
                                            indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist
                                            en aldaar van een ander perceel gebruik maakt.</al></li><li nr="5."><al>Als het bedrag van de belasting beneden €. 10,- blijft,
                                            wordt geen belasting geheven. Voor de toepassing van de
                                            vorige volzin wordt het totaal van op een aanslagbiljet
                                            verenigde verschuldigde bedragen aan belasting of andere
                                            heffingen aangemerkt als één belastingbedrag.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid van de
                                            Invorderingswet 1990 moet de aanslag worden betaald
                                            uiterlijk op de laatste dag van de tweede maand volgend
                                            op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet
                                            is vermeld.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het
                                            totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde
                                            aanslagen meer is dan € 70,- en zolang de verschuldigde
                                            bedragen door middel van automatische betalingsincasso
                                            kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten
                                            worden betaald in 7 gelijke termijnen. De eerste termijn
                                            vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de
                                            maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is
                                            vermeld, en elk van de volgende termijnen telkens op de
                                            laatste dag van de daarop volgende maand.</al></li><li nr="3."><al>Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid,
                                            onderdeel c van de Invorderingswet 1990, met een
                                            belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een
                                            bestuurlijke boete is het eerste lid van overeenkomstige
                                            toepassing, voor zover deze gelijktijdig wordt opgelegd
                                            met de vaststelling van de aanslag.</al></li><li nr="4."><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in
                                            de voorgaande leden gestelde termijnen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>III</nr><titel>Reinigingsrechten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam “reinigingsrechten” worden rechten geheven zowel
                                    voor het genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten
                                    als voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde
                                    gemeentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente
                                    in beheer of in onderhoud zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel
                                    ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die
                                    van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><al>Het recht bedraagt € 340,- per perceel per belastingjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De rechten zijn verschuldigd bij het begin van het
                                            belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de
                                            belastingplicht.</al></li><li nr="2."><al>Indien de belastingplicht in de loop van het
                                            belastingjaar aanvangt, zijn de rechten verschuldigd
                                            voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar
                                            verschuldigde rechten als er in dat jaar, na de aanvang
                                            van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
                                            overblijven.</al></li><li nr="3."><al>Indien de belastingplicht in de loop van het
                                            belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing
                                            voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar
                                            verschuldigde rechten als er in dat jaar, na het einde
                                            van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
                                            overblijven.</al></li><li nr="4."><al>Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing
                                            indien de belastingplichtige binnen de gemeente
                                            verhuist.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de
                                            Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald
                                            uiterlijk op de laatste dag van de tweede maand volgend
                                            op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet
                                            is vermeld. </al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het
                                            totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde
                                            aanslagen meer is dan €. 70,- en zolang de verschuldigde
                                            bedragen door middel van automatische belasting incasso
                                            kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten
                                            worden betaald in 7 gelijke termijnen. De eerste termijn
                                            vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de
                                            maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is
                                            vermeld en elk van de volgende termijnen telkens op de
                                            laatste dag van de daarop volgende maand.</al></li><li nr="3."><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in
                                            de voorgaande leden gestelde termijnen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van reinigingsrechten wordt geen
                                    kwijtschelding verleend.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>IV</nr><titel>Aanvullende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels
                                    geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de
                                    afvalstoffenheffing en de reinigingsrechten. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Overgangsrecht, Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De “Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten
                                            2015”, vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 6
                                            november 2014, wordt ingetrokken met ingang van de in
                                            het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing,
                                            met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de
                                            belastbare feiten die zich voor die datum hebben
                                            voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de
                                            eerste dag na die van de bekendmaking.</al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari
                                            2016.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening wordt aangehaald als de “Verordening
                                            afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2016”.</al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 5 november
                        2015.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier, de voorzitter, </ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>