<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR383553_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Haarlemmerliede en Spaarnwoude</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Haarlemmerliede en Spaarnwoude</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Digitaal gemeenteblad, 2-12-2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=228">Gemeentewet, art. 228</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-11-05</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>MID 15/013.7</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt Verordening precariobelasting 2015.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>VERORDENING PRECARIOBELASTING 201</vet><vet>6</vet></al><al/><al/><al>De raad van de gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude;</al><al/><al>Gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 13
                        oktober 2015;</al><al/><al>Gelet op artikel 228 van de Gemeentewet;</al><al/><al>Besluit:</al><al/><al>vast te stellen de</al><al/><al><vet>Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting
                            201</vet><vet>6</vet><vet>.</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>jaar: een kalenderjaar;</al></li><li nr="b."><al>maand: een kalendermaand;</al></li><li nr="c."><al>week: een periode van zeven achtereenvolgende dagen;</al></li><li nr="d."><al>dag: een periode van 24 uren, aanvangende te 0.00 uur, of een
                                gedeelte daarvan;</al></li><li nr="e."><al>vergunning: een door het gemeentebestuur verleende en in een
                                gemeentelijke registratie opgenomen toestemming op grond waarvan een
                                persoon een of meer voorwerpen onder, op of boven voor de openbare
                                dienst bestemde gemeentegrond mag hebben.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam precariobelasting wordt een directe belasting geheven voor het
                        hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde
                        gemeentegrond, bedoeld of genoemd in deze verordening en de daarbij
                        behorende tarieventabel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De precariobelasting wordt geheven van degene die het voorwerp of de
                            voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde
                            gemeentegrond heeft, dan wel van degene ten behoeve van wie dat voorwerp
                            of die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde
                            gemeentegrond aanwezig zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt, indien de gemeente een
                            vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de
                            voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde
                            gemeentegrond, degene aan wie de vergunning is verleend of diens
                            rechtsopvolger aangemerkt als degene bedoeld in het eerste lid, tenzij
                            blijkt dat hij niet het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven
                            voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al>De precariobelasting wordt niet geheven voor het hebben van:</al><lijst><li nr="a."><al>voorwerpen, welke ingevolge een wettelijk voorschrift, een
                                overeenkomst of anderszins rechtens moeten worden gedoogd;</al></li><li nr="b."><al>voorwerpen, indien de gemeente ter zake van het gebruik van de voor
                                de openbare dienst bestemde gemeentegrond waarop het voorwerp of de
                                voorwerpen zich bevinden een recht heft op grond van artikel 229,
                                eerste lid, onderdeel a, van de Gemeentewet , dan wel een
                                privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen; </al></li><li nr="c."><al>voorwerpen, waarvan de gemeente genothebbende krachtens eigendom,
                                bezit of beperkt recht is, met uitzondering van voorwerpen die in
                                gebruik zijn bij een derde;</al></li><li nr="d."><al>brievenbussen en telefooncellen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><al>De precariobelasting wordt geheven naar de maatstaven en tarieven opgenomen
                        in de bij deze verordening behorende tarieventabel, met inachtneming van het
                        overigens in deze verordening bepaalde.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Berekening van de precariobelasting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de berekening van de precariobelasting wordt met betrekking tot een
                            in de tarieventabel genoemde lengte- of oppervlaktemaat een gedeelte
                            daarvan als een volle eenheid aangemerkt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een tarief per oppervlakte is vastgesteld, wordt de
                            precariobelasting berekend naar de oppervlakte van de horizontale
                            projectie van de voorwerpen, tenzij anders is bepaald.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De oppervlakte van andere dan rechthoekige voorwerpen wordt gesteld op
                            het product van de twee aangrenzende zijden van een om het voorwerp
                            geplaatste denkbeeldige rechthoek.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het
                            voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst
                            bestemde gemeentegrond, wordt voor de berekening van de
                            precariobelasting aangesloten bij de geldigheidsduur van die vergunning,
                            tenzij blijkt dat het belastbaar feit zich gedurende een kortere periode
                            heeft voorgedaan. In dat geval bestaat aanspraak op ontheffing, waarbij
                            het vijfde lid van overeenkomstige toepassing is.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien in de tarieventabel voor een voorwerp tarieven voor verschillende
                            tijdseenheden zijn opgenomen, wordt de precariobelasting berekend op de
                            voor de belastingplichtige meest voordelige wijze.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 1 wordt voor de berekening van
                            de precariobelasting indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel
                            een weektarief, maar geen dagtarief is opgenomen, een gedeelte van de
                            week gelijkgesteld met een week.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Indien in de tarieventabel voor een voorwerp een weektarief of een
                            maandtarief is opgenomen en het belastingtijdvak een langere periode dan
                            een week of maand omvat, gelden deze tarieven per week of maand van het
                            belastingtijdvak. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Belastingtijdvak</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend voor het
                            hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de
                            openbare dienst bestemde gemeentegrond, is het belastingtijdvak de
                            periode waarvoor de vergunning is verleend, met dien verstande dat bij
                            een kalenderjaaroverschrijdende geldigheidsduur van de vergunning het
                            belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In andere dan de in het eerste lid bedoelde gevallen, is het
                            belastingtijdvak die in het kalenderjaar gelegen aaneengesloten periode
                            gedurende welke het belastbaar feit zich voordoet of heeft
                            voorgedaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De precariobelasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de gevallen bedoeld in artikel 7, eerste lid, is de precariobelasting
                            verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later
                            is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de gevallen bedoeld in artikel 7, tweede lid, is de precariobelasting
                            verschuldigd bij het einde van het belastingtijdvak.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt
                            is de naar jaartarieven geheven precariobelasting verschuldigd voor
                            zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde
                            belasting als er in dat tijdvak, na de aanvang van de belastingplicht,
                            nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt,
                            bestaat aanspraak op ontheffing voor de naar jaartarieven geheven
                            precariobelasting voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak
                            verschuldigde precariobelasting als er in dat tijdvak, na het einde van
                            de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                            moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de
                            tweede maand volgend op de maand die in de dagtekening van het
                            aanslagbiljet is vermeld. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het voorgaande
                            lid gestelde termijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van de precariobelasting wordt geen kwijtschelding
                        verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van precariobelasting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Overgangsrecht, inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De “Verordening precariobelasting 2015”, vastgesteld in de openbare
                                raadsvergadering van 6 november 2014, wordt ingetrokken met ingang
                                van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing,
                                met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare
                                feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na
                                die van de bekendmaking.</al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2016.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als de “Verordening
                                precariobelasting 2016".</al><al/></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 5 november 2015.</ondertekening><ondertekening>De griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><al><vet>Tarieventabel behorende bij de Verordening op de heffing en invordering
                            van precariobelasting 201</vet><vet>6</vet><vet>.</vet></al><al/><al>Tarieventabel als bedoeld in artikel 5 van, en behorende bij de Verordening
                        precariobelasting 2016 van de gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude.</al><al>Het tarief bedraagt ter zake van:</al><al/><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colwidth="47*"/><colspec colname="col2" colwidth="18*"/><colspec colname="col3" colwidth="14*"/><colspec colname="col4" colwidth="21*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><onderstreept>Verschuldigd voor:</onderstreept></al></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>eenheid:</onderstreept></al></entry><entry colname="col3"><al><onderstreept>tijdvak:</onderstreept></al></entry><entry colname="col4"><al><onderstreept>bedrag:</onderstreept></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.Het plaatsen van voorwerpen voor het afsluiten van een
                                            openbare weg</al></entry><entry colname="col2"><al>per dag</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al>€ 21,00 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.Het plaatsen van trottoirbanden t.b.v. een verlaagde
                                            inrit</al></entry><entry colname="col2"><al>per m1</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al>€ 104,00</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.Gevallen waarvoor hierboven geen bijzonder tarief is
                                            opgenomen zoals standplaatsen, terras en bouw- en
                                            puincontainers.</al></entry><entry colname="col2"><al>m2</al></entry><entry colname="col3"><al>per week</al></entry><entry colname="col4"><al>€ 1,05</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>m2</al></entry><entry colname="col3"><al>per maand</al></entry><entry colname="col4"><al>€ 5,50</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>m2</al></entry><entry colname="col3"><al>per jaar</al></entry><entry colname="col4"><al>€ 21,00</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.Het hebben van: leidingen, buizen, kabels, kokers of
                                            soortgelijke voorwerpen voor de distributie of het
                                            transport van nutsvoorzieningen</al></entry><entry colname="col2"><al>m1</al></entry><entry colname="col3"><al>per jaar</al></entry><entry colname="col4"><al>€ 2,55</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Behoort bij en maakt deel uit van het raadsbesluit van 5 november 2015.</al><al>De griffier,</al></bijlage></regeling></body></cvdr>