<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR383439_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening rechtspositie wethouders en raadsleden gemeente Twenterand 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Twenterand</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-05-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Twenterand</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 7 december 2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rechtspositie wethouders en raadsleden</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Rechtspositiebesluit wethouders, Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden;</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Regeling rechtspositie wethouders;</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet en Algemene wet bestuursrecht.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-10-06</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2015-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>BIS 015.033.0004</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>de bestuurlijke organisatie van de gemeente</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Met de vaststelling van deze verordening wordt gelijktijdig de Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2006 ingetrokken.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Verordening rechtspositie wethouders en raadsleden 2015
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>I</nr>
            <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
          </kop>
          <structuurtekst>
            <al>
              <vet>Begripsomschrijvingen</vet>
            </al>
          </structuurtekst>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1</nr>
            </kop>
            <al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>commissie: een commissie als bedoeld in hoofdstuk V van de
                                    Gemeentewet; </al></li>
              <li nr="b."><al>Rechtspositiebesluit wethouders: het Koninklijk Besluit van 22
                                    maart 1994, Stb. 243;</al></li>
              <li nr="c."><al>Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden: het Koninklijk
                                    Besluit van 22 maart 1994, Stb. 244;</al></li>
              <li nr="d."><al>Regeling rechtspositie wethouders: de ministeriële regeling van
                                    20 februari 2004, Stcrt. 41 als bedoeld in artikel 23 van het
                                    Rechtspositiebesluit wethouders;</al></li>
              <li nr="e."><al>raadslid: lid van de gemeenteraad, niet zijnde wethouder;</al></li>
              <li nr="f."><al>griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de
                                    Gemeentewet;</al></li>
              <li nr="g."><al>gemeentesecretaris: de secretaris, bedoeld in artikel 102 van de
                                    Gemeentewet. </al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>II</nr>
            <titel>Voorzieningen voor raadsleden</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>Vergoeding voor de werkzaamheden</titel>
            </kop>
            <al>1.De vergoeding voor de werkzaamheden bedoeld in artikel 2, eerste lid,
                            van het Rechtspositiebesluit</al>
            <al> raads- en commissieleden, is gelijk aan het door de Minister van
                            Binnenlandse Zaken en </al>
            <al> Koninkrijksrelaties voor gemeenteklasse 4 vastgesteld maximum. </al>
            <al>2.De vergoeding bedoeld in lid 1 kan op verzoek van een raadslid worden
                            verlaagd in het geval hij een</al>
            <al> uitkering ontvangt in verband met gehele of gedeeltelijke
                            arbeidsongeschiktheid. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>Reiskosten</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Aan het raadslid worden de ten behoeve van de gemeente gemaakte
                                kosten in verband met reizen buiten het grondgebied van de gemeente
                                ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur
                                vergoed.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De in het eerste lid bedoelde vergoeding betreft:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een
                                        taxi: een volledige vergoeding van de in redelijkheid
                                        gemaakte noodzakelijke reiskosten;</al></li>
                <li nr="b."><al>bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een vergoeding van
                                        de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten
                                        overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, onderdeel
                                                b<vet><cursief>,</cursief></vet> van de Regeling
                                        rechtspositie wethouders.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4</nr>
              <titel>Verblijfkosten</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De in redelijkheid noodzakelijke gemaakte verblijfskosten ter zake
                                van reizen buiten het grondgebied van de gemeente worden, ter
                                uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur, aan het
                                raadslid vergoed. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De vergoeding is overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, onderdeel
                                c, van de Regeling rechtspositie wethouders. </al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5</nr>
              <titel>Buitenlandse excursie of reis</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De gemeenteraad kan een commissie c.q. delegatie uit de gemeenteraad
                                toestemming verlenen voor een excursie of reis naar het buitenland.
                                De gemeenteraad kan aan de toestemming voorwaarden verbinden. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De in het eerste lid bedoelde excursie of reis wordt door of vanwege
                                de gemeente georganiseerd. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>De in redelijkheid gemaakte reis- en verblijfkosten komen voor
                                rekening van de gemeente. </al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6</nr>
              <titel>Cursus, congres, seminar of symposium</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De kosten van deelname van een raadslid aan cursussen, congressen,
                                seminars en symposia die in </al>
              <al> het gemeentelijk belang door of namens de gemeente worden
                                aangeboden of verzorgd komen voor </al>
              <al> rekening van de gemeente. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Kosten van scholing die wordt georganiseerd door de
                                beroepsvereniging van raadsleden of door de Vereniging van
                                Nederlandse Gemeenten komt altijd voor vergoeding door de gemeente
                                in aanmerking als voldaan wordt aan de voorwaarde genoemd in het
                                eerste lid. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Het raadslid dat wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar of
                                symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of
                                verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde mondelinge aanvraag in bij
                                de griffier. Bij aanvraag wordt tevens inhoudelijke informatie en
                                een opgave van de kosten verstrekt. De kosten komen voor rekening
                                van de gemeente als deelname van algemeenbelang
                                is in verband met de vervulling van het raadslidmaatschap. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Het presidium beslist op de aanvraag.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>7</nr>
              <titel>Apparatuur en software</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Op aanvraag wordt het raadslid ten laste van de gemeente voor de
                                    uitoefening van het raadslidmaatschap apparatuur en software in
                                    bruikleen ter beschikking gesteld. </al></li>
              <li nr="2."><al>Het ter beschikking stellen van apparatuur wordt door de
                                    gemeente aangemerkt als noodzakelijk, waardoor er geen
                                    bijtelling wordt toegepast. </al></li>
              <li nr="3."><al>Het raadslid ondertekent voor bruikleen een
                                    bruikleenovereenkomst met de gemeente. </al></li>
              <li nr="4."><al>Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast.
                                </al></li>
              <li nr="5."><al>Indien geen apparatuur en software ter beschikking is gesteld,
                                    verleent de gemeente een raadslid op aanvraag voor de
                                    uitoefening van het raadslidmaatschap voor een periode van
                                    maximaal drie jaar een tegemoetkoming van jaarlijks 30% van de
                                    aanschafwaarde voor;</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>Aanschaf van apparatuur en bijbehorende software of</al></li>
                  <li nr="b."><al>Gebruik van de eigen apparatuur en bijbehorende software
                                        </al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>Daarbij wordt ten hoogste uitgegaan van de aanschafwaarde van de
                            apparatuur en software welke het college aan raadsleden in bruikleen ter
                            beschikking stelt. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>8</nr>
              <titel>Uitkering na overlijden</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Aan nabestaanden (weduwe/weduwnaar of partner waarmee duurzaam wordt
                                samengewoond</al>
              <al> op basis van een samenlevingscontract) wordt de vergoeding voor
                                werkzaamheden gedurende </al>
              <al> twee kalendermaanden na het overlijden doorbetaald. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Indien de overledene geen nabestaande (weduwe/weduwnaar of
                                geregistreerde partner) nalaat,</al>
              <al> wordt het bedrag uitgekeerd ten behoeve van de minderjarige
                                wettelijke of natuurlijke kinderen </al>
              <al> van de overledene of aan de minderjarige kinderen waarover de
                                overledene ten tijde van het </al>
              <al> overlijden pleegouderlijke zorg droeg. </al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>9</nr>
              <titel>Verzekering politiek molest</titel>
            </kop>
            <al>De verzekering biedt dekking voor schade en/of ongevallen die het
                            raadslid overkomen en opzettelijk door derden worden toegebracht, indien
                            de schade c.q. het ongeval het rechtstreeks gevolg is van de
                            werkzaamheden, welke uit hoofde van zijn functie worden verricht. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>10</nr>
              <titel>Werkkostenregeling</titel>
            </kop>
            <al>Gezien de Wet op de loonbelasting 1964 wijst de gemeente als
                            eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel
                            f, van de wet aan de vergoedingen en verstrekkingen als bedoeld in
                            artikel 13a van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.
                                </al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>III</nr>
            <titel>Voorzieningen voor wethouders</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>11</nr>
              <titel>Zakelijke reiskosten</titel>
            </kop>
            <al>Aan de wethouder wordt een vergoeding verleend voor reiskosten ten
                            behoeve van de gemeente gemaakt overeenkomstig het bepaalde in artikel 4
                            van de Regeling rechtspositie wethouders. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>12</nr>
              <titel>Buitenlandse dienstreis</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Indien de wethouder in het gemeentelijk belang een reis buiten
                                Nederland maakt worden de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke
                                reis- en verblijfkosten vergoed. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Voor een reis in het gemeentelijk belang buiten Nederland, niet
                                zijnde een reis naar een Europese instelling, is vooraf toestemming
                                van het college vereist. De gemeenteraad kan aan deze toestemming
                                voorwaarden verbinden.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>13</nr>
              <titel>Cursus, congres, seminar of symposium</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De kosten van deelname van een wethouder aan cursussen, congressen,
                                seminars en symposia die in het gemeentelijk belang door of namens
                                de gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de
                                gemeente.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De wethouder die wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar of
                                symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of
                                verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in. De aanvraag
                                gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een
                                kostenspecificatie. De kosten komen voor rekening van de gemeente
                                als deelname van algemeenbelang is in verband
                                met de uitoefening van het ambt van wethouder. </al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>14</nr>
              <titel>Apparatuur en software</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Op aanvraag stelt het college de wethouder ten laste van de
                                    gemeente voor de uitoefening van het wethouderschap apparatuur
                                    en software in bruikleen ter beschikking. </al></li>
              <li nr="2."><al>Het ter beschikking stellen van apparatuur wordt door de
                                    gemeente aangemerkt als noodzakelijk, waardoor er geen
                                    bijtelling wordt toegepast. </al></li>
              <li nr="3."><al>De wethouder ondertekent voor de bruikleen een
                                    bruikleenovereenkomst met de gemeente. </al></li>
              <li nr="4."><al>Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst
                                    vast.</al></li>
              <li nr="5."><al>Indien geen apparatuur en software ter beschikking is gesteld,
                                    verleent de gemeente een wethouder op</al><al> aanvraag voor de uitoefening van het wethouderschap voor een
                                    periode van maximaal drie jaar een </al><al> tegemoetkoming van jaarlijks 30% van de aanschafwaarde
                                    voor;</al><lijst>
                  <li nr="c."><al>Aanschaf van apparatuur en bijbehorende software of</al></li>
                  <li nr="d."><al>Gebruik van de eigen apparatuur en bijbehorende software
                                        </al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>Daarbij wordt ten hoogste uitgegaan van de aanschafwaarde van de
                            apparatuur en software welke het college aan wethouders in bruikleen ter
                            beschikking stelt.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>15</nr>
              <titel>Mobiele telefoon</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Op aanvraag wordt de wethouder voor de uitoefening van zijn ambt een
                                mobiele telefoon in bruikleen ter beschikking gesteld die overwegend
                                bestemd is voor zakelijk gebruik. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De wethouder ondertekent daartoe een bruikleenovereenkomst met de
                                gemeente.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>16</nr>
              <titel>Reis- en pensionkosten en verhuiskosten</titel>
            </kop>
            <al>De wethouder die bij benoeming nog niet over woonruimte in de gemeente
                            beschikt heeft ten laste van de gemeente aanspraak op vergoeding
                            van:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>reis- en pensionkosten overeenkomstig het bepaalde in artikel 1
                                    van de Regeling
                                    rechtspositiewethouders;</al></li>
              <li nr="b."><al>verhuiskosten in verband met de benoeming als wethouder
                                    overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 van de Regeling
                                        rechtspositiewethouders.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>17</nr>
              <titel>Werkkostenregeling</titel>
            </kop>
            <al>Gezien de Wet op de loonbelasting 1964 wijst de gemeente als
                            eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel
                            f, van de wet aan de vergoedingen en verstrekkingen als bedoeld in
                            artikel 28a van het Rechtspositiebesluit wethouders. </al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>IV</nr>
            <titel>De procedure van declaratie</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>18</nr>
              <titel>Betaling van kosten</titel>
            </kop>
            <al>Betaling van kosten op grond van deze verordening vindt plaats door </al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>betaling uit eigen middelen; of</al></li>
              <li nr="b."><al>rechtstreekse toezending van de factuur aan de gemeente.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>19</nr>
              <titel>Declaratie van vooruit betaalde kosten</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Voor de vergoeding van de kosten, bedoeld in de artikelen 3, 4, 5,
                                6, 7, 11, 12, 13 en 16 wordt gebruik gemaakt van een
                                declaratieformulier, waarvan het model door het college is
                                vastgesteld, indien deze kosten uit eigen middelen vooruit zijn
                                betaald.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het declaratieformulier wordt volledig ingevuld en ondertekend. Het
                                raadslid, onderscheidenlijk de wethouder of het commissielid dient
                                het declaratieformulier binnen 2 maanden bij de griffier,
                                onderscheidenlijk de gemeentesecretaris of een door hem aangewezen
                                ambtenaar in, onder bijvoeging van de originele bewijsstukken.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>20</nr>
              <titel>Rechtstreekse facturering bij de gemeente</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De vergoeding van kosten, bedoeld in de artikelen 3, 4, 5, 6,
                                    11, 12, 13 en 16 kan plaatsvinden door rechtstreekse toezending
                                    van de door het raadslid, onderscheidenlijk de wethouder voor
                                    akkoord ondertekende factuur aan de gemeente.</al></li>
              <li nr="2."><al>Verantwoording van deze wijze van vergoeding vindt plaats door
                                    het declaratieformulier, waarvan het model door het college is
                                    vastgesteld, volledig in te vullen en te ondertekenen.</al></li>
              <li nr="3."><al>Het raadslid, onderscheidenlijk de wethouder dient het
                                    declaratieformulier en de factuur binnen </al></li>
            </lijst>
            <al>2 maanden in bij de griffier, onderscheidenlijk de gemeentesecretaris of
                            de door hem aangewezen </al>
            <al>ambtenaar.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>V</nr>
            <titel>Citeertitel en inwerkingtreding</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>21</nr>
              <titel>Inwerkingtreding</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking en werkt
                            terug tot en met 1 januari 2015, onder gelijktijdige intrekking van de
                            Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2006
                        </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>22</nr>
              <titel>Citeertitel</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie
                            wethouders en raadsleden 2015.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening>Vriezenveen, </ondertekening>
        <ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening>
        <ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening>
        <ondertekening>drs. R.J.M. Ros ir. C.L. Visser</ondertekening>
      </regeling-sluiting>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <titel>TOELICHTING</titel>
        </kop>
        <tussenkop>ALGEMEEN</tussenkop>
        <tussenkop>Wettelijke regelingen </tussenkop>
        <al>De regeling van de rechtspositie van wethouders, raadsleden en leden van
                    gemeentelijke commissies vindt op drie of vier niveaus plaats, te weten bij wet,
                    Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB), ministeriële regeling (alleen wethouders)
                    en gemeentelijke verordening. Wettelijk is voor wethouders in de Algemene
                    pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa) de uitkering na aftreden en het
                    pensioen geregeld. In de Gemeentewet is aangegeven dat de nadere invulling van
                    de rechtspositie van wethouders, raads- en commissieleden moet worden geregeld
                    bij of krachtens de wet (AMvB en ministeriële regeling). Daartoe zijn
                    totstandgekomen het Rechtspositiebesluit wethouders en het Rechtspositiebesluit
                    raads- en commissieleden. In een ministeriële regeling, de Regeling
                    rechtspositie wethouders, zijn sommige vergoedingen nader
                        uitgewerkt. In deze wetten en nadere regelgeving zijn
                    alle voor de rechtspositie van belang zijnde onderwerpen geregeld. Een aantal
                    voorzieningen, zoals de hoogte van de bezoldiging en de verschillende
                    onkostenvergoedingen, isin de rechtspositiebesluiten
                    overwegend geregeld in dwingende bepalingen. </al>
        <tussenkop>Hoofdlijnen gemeentelijke verordening </tussenkop>
        <al>In de verordening zijn bepalingen opgenomen inzake de rechtspositie van
                    wethouders en raadsleden. De grondslag hiervoor is te vinden in de Gemeentewet
                    en genoemde rechtspositiebesluiten. Buiten hetgeen hun bij of krachtens de wet
                    is toegekend genieten de wethouders als zodanig geen inkomsten, in welke vorm
                    dan ook, ten laste van de gemeente (artikel 44 van de Gemeentewet). Dit betekent
                    dat de rechtspositionele aanspraken voor zittende wethouders uitsluitend te
                    vinden zijn in respectievelijk de Gemeentewet, het Rechtspositiebesluit
                    wethouders, de Regeling rechtspositie wethouders en de plaatselijke Verordening
                    rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden. Gewezen wethouders ontlenen
                    hun aanspraak op een ontslaguitkering en pensioen aan de Algemene pensioenwet
                    politieke ambtsdragers. </al>
        <al>Een soortgelijke bepaling als artikel 44 is voor raads- en commissieleden
                    opgenomen in artikel 99 van de Gemeentewet. Het tweede lid van die bepaling
                    voegt daaraan toe dat bij gemeentelijke verordening aan raads- en commissieleden
                    voordelen, anders dan in de vorm van vergoedingen en tegemoetkomingen, mogen
                    worden toegekend. Daarvoor is wel de goedkeuring van Gedeputeerde Staten
                    vereist. </al>
        <al>De rechtspositionele aanspraken voor raads- en commissieleden zijn dan ook
                    uitsluitend te vinden in respectievelijk de Gemeentewet, het
                    Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden en de plaatselijke Verordening
                    rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden. </al>
        <tussenkop>Afzonderlijke verordening </tussenkop>
        <al>Sommige gemeenten geven er de voorkeur aan de lokale regeling voor wethouders en
                    voor raads- en commissieleden in afzonderlijke verordeningen op te nemen.
                    Daartegen bestaat geen bezwaar. In dat geval bestaat de Verordening
                    rechtspositie raads- en commissieleden uit bepalingen inzake:</al>
        <lijst>
          <li nr="-"><al>De beloning voor de werkzaamheden van raads- en commissieleden (artikel
                            2). Voor wethouders is niets opgenomen omdat hun bezoldiging uitputtend
                            is geregeld in het Rechtspositiebesluit wethouders;</al></li>
          <li nr="-"><al>De reis- en verblijfskosten van wethouders, raads- en
                            commissieleden;</al></li>
          <li nr="-"><al>Reis-, pension- en verhuiskosten van de bij benoeming verhuis plichtige
                            wethouder (artikel 16);</al></li>
          <li nr="-"><al>Beschikbaarstelling van apparatuur en software aan wethouders en
                            raadsleden (artikel 7 en 14) en uitwerking van de bepaling over scholing
                            voor raadsleden (artikel 6); </al></li>
          <li nr="-"><al>De procedure van declareren en uitbetalen (hoofdstuk IV);</al></li>
          <li nr="-"><al>Artikelen in verband met overlijden en politiek molest (artikel 8 en 9);
                        </al></li>
          <li nr="-"><al>Artikelen in verband met de juiste fiscale behandeling (artikel 10 en
                            17). </al></li>
        </lijst>
        <tussenkop>De arbeidsverhouding van de wethouder en het raadslid </tussenkop>
        <al>Raadsleden zijn niet in dienstbetrekking bij de gemeente. De gemeente is dus
                    niet de werkgever. Dat betekent bijvoorbeeld dat zij voor zover het betreft het
                        raadslidmaatschapniet vallen onder de
                    werknemersverzekeringen zoals de Werkloosheidswet, Ziektewet en WIA. </al>
        <al>Omdat er geen dienstbetrekking met de gemeente is vallen raadsleden niet onder
                    de Wet op de loonbelasting 1964 maar worden hun inkomsten getoetst aan de Wet
                    inkomstenbelasting 2001. Wel kan een raadslid opteren voor de loonbelasting door
                    te kiezen voor het fictief werknemerschap (zie hierna).</al>
        <al>Wethouders zijn sinds de dualisering van het gemeentebestuur ingevolge de
                    Ambtenarenwet als benoemde bestuurders in openbare dienst aangesteld en vallen
                    onder de werking van die wet. Echter de bepalingen over het materiële
                    ambtenarenrecht uit de Ambtenarenwet zijn niet van toepassing op wethouders. Hun
                    rechtspositie wordt, zoals hiervoor is aangegeven, beheerst door specifieke wet-
                    en regelgeving. De aanstelling in openbare dienst houdt voor de toepassing van
                    de fiscale wetgeving in dat sprake is van een arbeidsverhouding die als
                    dienstbetrekking wordt aangemerkt. Dit betekent dat wethouders direct onder de
                    werking van de Wet op de loonbelasting vallen. Wethouders vallen niet onder de
                    werking van de Ziektewet, Werkloosheidswet en WIA. Evenmin geldt voor hen de
                    pensioenvoorziening bij het ABP. De uitkering na aftreden en ouderdoms- en
                    nabestaandenpensioen zijn voor wethouders geregeld in de Algemene pensioenwet
                    politieke ambtsdragers (Appa). </al>
        <tussenkop>De loon- en inkomstenbelasting </tussenkop>
        <tussenkop>Opting in regeling</tussenkop>
        <al>Raadsleden kunnen opteren voor de loonbelasting. Het raadslid kan met de
                    gemeente overeenkomen dat deze loonheffing inhoudt. Dat wordt de “opting in
                    regeling” genoemd. De administratie van de gemeente is zodanig ingericht dat
                    wordt voldaan aan de daaraan gestelde wettelijke eisen. In een gezamenlijke
                    verklaring melden de gemeente en het raadslid aan de Belastingdienst dat wordt
                    geopteerd voor de loonbelasting. Als gezamenlijk wordt gekozen voor het
                    loonbelastingsysteem dan draagt de gemeente de ingehouden loonheffing af aan de
                    Belastingdienst. Omdat een raadslid geen werknemer in de formele zin van het
                    woord is, valt hij zoals gezegd vanwege het raadslidmaatschap niet onder de
                    sociale zekerheidswetgeving. Om die reden worden over de raadsvergoeding ook
                    geen premies sociale zekerheid ingehouden. De inkomsten worden als loon belast
                    in box 1. Het raadslid hoeft in dat geval geen administratie bij te houden. </al>
        <tussenkop>Fiscale standaardpositie</tussenkop>
        <al>Als niet voor de loonbelasting wordt geopteerd dan geldt voor het raadslid dat
                    hij voor de Wet inkomstenbelasting 2001 resultaat uit een werkzaamheid geniet.
                    In dat geval is het winstsysteem van toepassing. Betrokkene moet dan alle
                    ontvangsten verantwoorden als winst en kan de gemaakte kosten daarop in
                    mindering brengen. Raadsleden die gekozen hebben voor de standaard regeling
                    zullen dan ook over de netto-onkostenvergoeding inkomstenbelasting moeten
                    betalen, tenzij zij aan de hand van bewijsmateriaal aan kunnen tonen dat de
                    vergoeding is besteed aan onkosten voortvloeiend uit het raadslidmaatschap. </al>
        <tussenkop>Eenmalige keuze per zittingsperiode</tussenkop>
        <al>De keuze om al dan niet te opteren voor de loonbelasting kan voor het raadslid
                    ingrijpende gevolgen hebben. De beslissing om voor de loonbelasting te opteren
                    kan eenmaal per zittingsperiode worden gemaakt en geldt in beginsel voor de
                    (resterende) zittingsperiode. Wel kan betrokkene als spijtoptant terugkomen op
                    deze beslissing voor de resterende periode. Opteren voor de loonbelasting hoeft
                    niet bij aanvang van de zittingsperiode te gebeuren, maar kan ook gedurende de
                    zittingsperiode voor de resterende periode. </al>
        <tussenkop>De vergoedingssystematiek </tussenkop>
        <al>Voor de uitoefening van het politieke ambt moeten bestuurders niet het eigen
                    inkomen hoeven aan te spreken. Een adequate vergoedingssystematiek is daarom van
                    belang. Waar er functionele uitgaven zijn, verdient het aanbeveling terughoudend
                    te zijn met een financieringswijze waarin de bestuurder deze uit eigen middelen
                    vooruit betaalt en de gemeente ze terugbetaalt. Eigen middelen en publieke
                    middelen moeten zoveel mogelijk gescheiden worden gehouden. Vanuit die
                    overweging heeft het de voorkeur de kosten direct in rekening te brengen bij de
                    gemeente. Aan de mogelijkheid om zo nodig declaraties in te dienen zal echter
                    behoefte blijven bestaan. </al>
        <al>Als vergoedingssystematiek is gekozen voor de volgende wijze van redeneren:</al>
        <lijst>
          <li nr="-"><al>welke voorzieningen worden aangeboden door de organisatie
                            (bedrijfsvoering en bestuurskosten);</al></li>
          <li nr="-"><al>welke voorzieningen zijn noodzakelijk voor de uitoefening van het ambt,
                            maar zijn niet </al><al> rechtstreeks aan te bieden door de organisatie;</al></li>
          <li nr="-"><al>kan voor deze voorzieningen nog een onbelaste vergoeding worden
                            aangeboden (indien de </al><al> loonbelasting geldt);</al></li>
          <li nr="-"><al>voor voorzieningen die niet onbelast aangeboden kunnen worden, kan een
                            (bruto) vergoeding </al><al> worden verstrekt.</al></li>
        </lijst>
        <al>Concreet betekent deze vergoedingssystematiek het volgende.</al>
        <tussenkop>Voorzieningen die zijn ondergebracht in de bedrijfsvoering</tussenkop>
        <lijst>
          <li nr="-"><al>bruikleen van computer- en communicatieapparatuur;</al></li>
          <li nr="-"><al>deelname aan functiegerichte cursussen en congressen e.d. </al></li>
        </lijst>
        <al>De zakelijke uitgaven hoeven niet te worden voorgeschoten door de wethouder of
                    het raadslid maar worden direct door de gemeente voldaan en de voorzieningen
                    worden om niet in bruikleen gegeven. </al>
        <al>Zij vallen derhalve buiten de vergoedingssfeer. </al>
        <al/>
        <tussenkop>Voorzieningen die niet in de bedrijfsvoering zitten maar onbelast kunnen
                    worden vergoed</tussenkop>
        <al>Voor een aantal zakelijke uitgaven, zoals reis- en verblijfkosten, blijft het
                    systeem overeind dat de gedane zakelijke uitgaven van de wethouder of het
                    raadslid op basis van declaratie worden vergoed. Deze kunnen, als is voldaan aan
                    de gestelde voorwaarden, onbelast worden vergoed. </al>
        <al/>
        <al>Voor raadsleden die niet voor de loonbelasting hebben geopteerd geldt dezelfde
                    systematiek maar zijn de fiscale gevolgen anders. Zij dienen alle vergoedingen
                    en verstrekkingen naar de waarde in het economische verkeer als opbrengst te
                    verantwoorden. Omdat zij hun werkelijk gemaakte kosten fiscaal kunnen verrekenen
                    worden hun vergoedingen niet gebruteerd toegekend.</al>
        <al/>
        <tussenkop>Controle en verantwoording </tussenkop>
        <al>Voor de bestuurlijke uitgaven is - net als voor de besteding van alle andere
                    publieke middelen - transparantie van groot belang. Daartoe dienen enerzijds
                    inzichtelijke regels en richtlijnen die voor het vergoedingen- en
                    voorzieningenstelsel gelden en anderzijds een duidelijke verantwoording van het
                    daadwerkelijk gebruik. Op deze wijze kan worden voorkomen dat er onnodige
                    discussies plaatsvinden omtrent het gebruik van onkostenregelingen of
                    voorzieningen door gemeentebestuurders en over de eventueel verschuldigde
                    belasting. </al>
        <al>Dat is ook in hun belang omdat zij hun functie moeten kunnen uitoefenen zonder
                    te worden gehinderd door onzekerheden omtrent de financiering van de functionele
                    uitgaven. Daartoe is vereist dat er een zodanig sluitende financiële en
                    administratieve organisatie is ingericht dat er vertrouwen kan bestaan omtrent
                    de juistheid en rechtmatigheid van de uitgaven.</al>
        <al>In hoofdstuk IV is in verband hiermee, in aanvulling op de in de beheers- en
                    controleverordening vastgestelde regels, een aantal belangrijke procedures
                    vastgelegd over rechtstreekse facturering van functionele uitgaven en declaratie
                    van vooruit betaalde kosten. </al>
        <al>Daarnaast zijn er in de bruikleenovereenkomsten heldere afspraken vastgelegd
                    over het gebruik van computer- en communicatieapparatuur die beschikbaar wordt
                    gesteld voor de uitoefening van de politieke functie. In aanvulling hierop is
                    een gedragscode ontwikkeld waarin nadere gedragsregels zijn vastgelegd. </al>
        <al/>
        <tussenkop>ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING</tussenkop>
        <al/>
        <tussenkop>Artikel 2 vergoeding voor de werkzaamheden van het raadslid </tussenkop>
        <al>In het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden is geregeld dat raadsleden
                    voor hun werkzaamheden een vergoeding ontvangen. De hoogte van de vergoeding
                    wordt bij gemeentelijke verordening bepaald. Wel is in het Rechtspositiebesluit
                    het maximale bedrag van de vergoeding voor de werkzaamheden aangegeven. In
                    artikel 2 is de hoogte van de vergoeding bepaald op het maximale bedrag. De
                    gemeenteraad kan besluiten naar beneden af te wijken van het door de minister
                    vastgestelde maximum. De afwijking naar beneden kan op
                    driemanieren:</al>
        <lijst>
          <li nr="-"><al>de raad stelt de raadsvergoeding in algemene zin lager vast op een
                            percentage tussen 80 en 100 </al><al> van het door de minister vastgestelde maximum;</al></li>
          <li nr="-"><al>de raad stelt vast dat een deel van de raadsvergoeding wordt uitbetaald
                            als presentiegeld. Dat </al><al> deel mag maximaal 20% van de raadsvergoeding zijn.</al></li>
          <li nr="-"><al>de raad stelt een combinatie van bovenstaande mogelijkheden vast.</al></li>
        </lijst>
        <al>Wat er ook wordt vastgesteld, er mag geen onderscheid worden gemaakt tussen
                    raadsleden, dus een presentievergoeding of een lagere raadsvergoeding geldt voor
                    alle raadsleden.</al>
        <al>Het bedrag van de vergoeding voor de werkzaamheden is geïndexeerd. Het wordt
                    jaarlijks per 1 januari herzien aan de hand van het indexcijfer CAO lonen
                    overheid. Hiervoor is in de gemeente geen nadere besluitvorming nodig als in de
                    verordening in algemene zin is aangegeven dat de raadsvergoeding gelijk is aan
                    het door de minister te bepalen maximum of een percentage daarvan. </al>
        <al>Een raadslid die een uitkering ontvangen in verband met gehele of gedeeltelijke
                    arbeidsongeschiktheid kan verzoeken de raadsvergoeding te verlagen. Daardoor kan
                    het nadeel van indeling in een lagere arbeidsongeschiktheidsklasse worden
                    voorkomen. Deze keuzemogelijkheid moet bij verordening worden toegestaan en is
                    opgenomen in artikel 2, lid 2 van deze verordening. </al>
        <tussenkop>Artikel 3 en 4 reis- en verblijfkosten raadsleden </tussenkop>
        <al>De Gemeentewet voorziet niet in een vergoeding voor ‘woon-werkverkeer’ voor
                    raadsleden. Het is</al>
        <al>dan ook in strijd met artikel 99 van de Gemeentewet als raadsleden van de
                    gemeente een vergoeding </al>
        <al>ontvangen voor reizen binnen het grondgebied van de gemeente. Artikel 97 van de
                    Gemeentewet </al>
        <al>voorziet voor raads- en commissieleden wel in een vergoeding van de reis- en
                    verblijfkosten voor </al>
        <al>reizen buiten het grondgebied van de gemeente ter uitvoering van een beslissing
                    van het </al>
        <al>gemeentebestuur. </al>
        <al>De vergoeding van noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte verblijfkosten is
                    niet nader ingevuld. Daarmee is dit een lokale aangelegenheid. Omdat in het
                    Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden verder geen eigen vergoedingsregel
                    is opgenomen, is voor de uitvoeringsregeling aansluiting gezocht bij de
                    vergoedingsregeling voor wethouders. </al>
        <al>Voor raadsleden die niet hebben geopteerd voor de loonbelasting geldt dat de
                    verstrekte vergoedingen bij de aangifte inkomstenbelasting als opbrengst moeten
                    worden verantwoord. De reiskosten kunnen binnen de geldende randvoorwaarden als
                    aftrekbare beroepskosten worden opgevoerd. </al>
        <tussenkop>Artikel 5 en 12 Buitenlandse dienstreis </tussenkop>
        <al>Gemeenteraden maken wel eens in het gemeentelijk belang excursies of reizen naar
                    het buitenland. Hiervoor moet de gemeenteraad expliciet toestemming verlenen. De
                    reis of excursie wordt in alle gevallen door of vanwege de gemeente
                    georganiseerd. </al>
        <al>Voor raadsleden die niet hebben geopteerd voor de loonbelasting geldt dat de
                    vergoedingen en verstrekkingen naar de waarde van het economische verkeer bij de
                    aangifte inkomstenbelasting als opbrengst moeten worden verantwoord en dat de
                    gemaakte kosten binnen de geldende randvoorwaarden als aftrekbare beroepskosten
                    kunnen worden opgevoerd. </al>
        <al>Bij buitenlandse dienstreizen in het gemeentelijk belang kunnen aan de wethouder
                    de in redelijkheid gemaakte werkelijke reis- en verblijfkosten worden vergoed.
                    De tarieven in het voor het rijkspersoneel geldende Reisbesluit Buitenland zijn
                    daarbij richtsnoer. </al>
        <tussenkop>Artikelen 6 en 13 Cursus, congres, seminar of symposium </tussenkop>
        <al>Op grond van artikel 13, lid 1 van het Rechtspositiebesluit raads- en
                    commissieleden komt niet partijpolitiek georiënteerde scholing in verband met de
                    vervulling van de functie van het raadslidmaatschap ten laste van de gemeente.
                    In dit artikel is de procedure verder uitgewerkt. </al>
        <al>Gezien de aard en de duur van het ambt liggen voor de raadsleden opleidingen
                    voor de hand die gericht zijn op het persoonlijk functioneren in het ambt.
                    Scholing is functiegericht als zij beoogt de voor de functie benodigde vakkennis
                    en vaardigheden te verwerven dan wel actueel te houden. </al>
        <al>Onder deze scholingskosten worden verstaan de cursus- en lesgelden, de kosten
                    van het studiemateriaal, examen- en diplomakosten en de aanschafkosten van
                    verplicht gesteld studiemateriaal, alsmede reis- en verblijfkosten in het kader
                    van de opleiding. </al>
        <al>Voor raadsleden die niet hebben geopteerd voor de loonbelasting geldt dat de
                    vergoedingen en verstrekkingen naar de waarde van het economische verkeer bij de
                    aangifte inkomstenbelasting als opbrengst moeten worden verantwoord en dat de
                    gemaakte kosten binnen de geldende randvoorwaarden als aftrekbare beroepskosten
                    kunnen worden opgevoerd. </al>
        <tussenkop>Artikelen 7 en 14 Apparatuur en software </tussenkop>
        <al>In het Rechtspositiebesluit Raads- en commissieleden en het Rechtspositiebesluit
                    wethouders is geregeld dat het raadslid respectievelijk de wethouder van de
                    gemeente een computer in bruikleen krijgt verstrekt of een vergoeding ontvangt
                    voor de aanschaf of het gebruik van zijn eigen computer. De vergoeding is daarom
                    niet in strijd met artikel 99 van de Gemeentewet. Deze aanspraken kunnen echter
                    alleen worden verstrekt wanneer dat is vastgelegd in een verordening. De
                    vergoeding voor (het gebruik van) een eigen pc is belast. De belastingheffing
                    mag niet worden gecompenseerd. </al>
        <al>Een onbelaste vergoeding is alleen toegestaan wanneer het gebruik voor 90%
                    zakelijk is. Stijgt het gebruik voor privédoeleinden uit boven de 10% dan wordt
                    dat gebruik belast door jaarlijks over ⅓ van de aanschafwaarde van de pc en de
                    bijbehorende ter beschikking gestelde apparatuur belasting te heffen. Daarbij
                    maakt het niet uit of het om een desktopcomputer, een laptop, een pocket-pc, een
                    mini-notebook of een tabletcomputer gaat. </al>
        <al>Voor raadsleden die niet hebben geopteerd voor de loonbelasting geldt dat de
                    vergoedingen en verstrekkingen naar de waarde van het economische verkeer bij de
                    aangifte inkomstenbelasting als opbrengst moeten worden verantwoord en dat de
                    gemaakte kosten binnen de geldende randvoorwaarden als aftrekbare beroepskosten
                    kunnen worden opgevoerd. </al>
        <tussenkop>Artikel 10 en 17 Werkkostenregeling (WKR) </tussenkop>
        <al>In verband met de werkkostenregeling moeten een aantal netto-vergoedingen en
                    verstrekkingen door de gemeente aangewezen worden als eindheffingsbestanddeel.
                    Anders worden deze door de Belastingdienst als loon gezien en moet hierover
                    belasting worden ingehouden. Ook de vergoedingen en verstrekkingen die door de
                    Belastingdienst gezien worden als gerichte vrijstelling of voor nihil waardering
                    in aanmerking komen moeten in eerste instantie wel aangewezen worden. In een
                    later stadium wordt dan (in de financiële administratie) aangegeven dat dit
                    gerichte vrijstelling of nihil waardering betreft. </al>
        <tussenkop>Artikel 11 Zakelijke reiskosten </tussenkop>
        <al>Op grond van artikel 10 worden zakelijke reiskosten, vergoed overeenkomstig de
                    bepalingen bij en krachtens het Rechtspositiebesluit wethouders en de Regeling
                    rechtspositie wethouders. </al>
        <al>Bij gebruik van een eigen voertuig voor dienstreizen ontvangen wethouders een
                    bedrag per kilometer. De hoogte van deze vergoeding is geënt op de
                    kilometervergoeding die geldt voor het rijkspersoneel op grond van de
                    Reisregeling Binnenland. </al>
        <tussenkop>Artikel 15 Mobiele telefoon </tussenkop>
        <al>De vergoedingen of verstrekkingen van een mobiele telefoon geheel onbelast als
                    het zakelijk gebruik meer dan 10% bedraagt. </al>
        <al>Binnen de werkkostenregeling kunnen op de werkplek mobiele communicatiemiddelen
                    ter beschikking worden gesteld waarvan de waarde op nihil wordt gesteld indien
                    het zakelijk gebruik van meer dan bijkomstig belang is (&gt;10%). </al>
        <tussenkop>Artikel 16 Reis- en pensionkosten en verhuiskosten </tussenkop>
        <al/>
        <al>Personen van buiten de gemeenteraad tot wethouder worden benoemd. Dat kunnen ook
                    personen zijn die niet in de gemeente zelf wonen. Die zijn op grond van de
                    Gemeentewet verplicht om te gaan wonen in de gemeente waar zij wethouder zijn
                    geworden. In artikel 16 is geregeld dat zij bij verhuizing naar de gemeente in
                    aanmerking komen voor een verhuiskostenvergoeding en eventueel voor vergoeding
                    van reis- en pensionkosten in afwachting van de verhuizing. De vergoedingen zijn
                    onbelast.</al>
        <al/>
        <tussenkop>Artikel 18 t/m 20 De procedure van declaratie </tussenkop>
        <al>In artikel 18 zijn de twee wijzen van betaling aangegeven. In de artikel 19 en
                    20 is vervolgens aangegeven in welke gevallen welke betalingswijze aan de orde
                    is en welke procedurevoorschriften in achtgenomen moeten worden. </al>
        <tussenkop>Declaratie van vooruitbetaalde kosten</tussenkop>
        <al>Daarbij gaat het om vergoeding van de volgende kosten:</al>
        <lijst>
          <li nr="-"><al>reis- en verblijfkosten van raadsleden;</al></li>
          <li nr="-"><al>zakelijke reis- en verblijfkosten van wethouders;</al></li>
          <li nr="-"><al>reis- en verblijfkosten bij buitenlandse dienstreizen;</al></li>
          <li nr="-"><al>reis- en pensionkosten en verhuiskosten;</al></li>
          <li nr="-"><al>apparatuur en software. </al></li>
        </lijst>
        <tussenkop>Rechtstreekse facturering bij de gemeente</tussenkop>
        <al>Rekeningen kunnen rechtreeks bij de gemeente in rekening worden gebracht in de
                    volgende gevallen:</al>
        <lijst>
          <li nr="-"><al>deelname aan cursussen, congressen, seminars en symposia door raadsleden
                            en wethouders;</al></li>
          <li nr="-"><al>zakelijke reis- en verblijfkosten van wethouders;</al></li>
          <li nr="-"><al>reis- en pensionkosten en verhuiskosten;</al></li>
          <li nr="-"><al>reis- en verblijfkosten bij buitenlandse dienstreizen.</al></li>
        </lijst>
        <tussenkop>Artikel 21 en 22 Citeertitel en inwerkingtreding </tussenkop>
        <al>Gekozen is voor inwerkingtreding met terugwerkende kracht. De inhoud van de
                    verordening is afgestemd op de fiscale wijzigingen die in het kader van de
                    Werkkostenregeling per 1 januari 2015 dienen plaats te vinden. </al>
        <al>De benaming van de nieuwe verordening vloeit voort uit het feit dat er geen
                    commissieleden meer werkzaam zijn. Vanuit die lijn is gekozen voor: Verordening
                    wethouders en raadsleden 2015. </al>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>