<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR383406_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2016 gemeente Molenwaard</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Molenwaard</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-04-11</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Molenwaard</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2015-116693">gmb-2015-116693</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rioolheffing</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149 en 228a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-01</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-12-08</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-12-31</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>448298</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2016 gemeente
                Molenwaard
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>De raad van de gemeente Molenwaard;</al>
          <al/>
          <al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders;</al>
          <al/>
          <al>gelet op artikel 149 en 228a van de Gemeentewet;</al>
          <al/>
          <al>besluit:</al>
          <al/>
          <al>vast te stellen de</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing
                        2016</vet>
          </al>
          <al>(Verordening rioolheffing 2016)</al>
          <al/>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Begripsomschrijving</titel>
          </kop>
          <al>Deze verordening verstaat onder:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte
                                daarvan;</al></li>
            <li nr="b."><al>gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van
                                voorzieningen voor inzameling, verwerking, transport van afvalwater,
                                hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij
                                de gemeente;</al></li>
            <li nr="c."><al>onder voorziening of combinatie van voorzieningen wordt mede
                                verstaan een open water;</al></li>
            <li nr="d."><al>onder gemeentelijke riolering wordt mede de in het kader van het
                                Gemeentelijk Rioleringsplan door of vanwege de gemeente geplaatste
                                individuele afvalwaterbehandeling (IBA) begrepen;</al></li>
            <li nr="e."><al>water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater of
                                grondwater;</al></li>
            <li nr="f."><al>verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van de
                                watermaatschappij betrekking heeft.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Aard van de belasting</titel>
          </kop>
          <al>Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter
                        bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan de
                        inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en
                        bedrijfsafvalwater.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De belasting wordt geheven:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot
                                    heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een perceel
                                    dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke
                                    riolering, verder te noemen: eigenarendeel, en</al></li>
              <li nr="b."><al>van de gebruiker van een perceel van waaruit afvalwater direct
                                    of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd,
                                    verder te noemen: gebruikersdeel.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Met betrekking tot het eigenarendeel wordt, ingeval het eigendom een
                            onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of
                            beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar
                            als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt
                            dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of
                            beperkt recht is.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Met betrekking tot het gebruikersdeel, wordt als gebruiker
                            aangemerkt:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al dan
                                    niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk
                                    recht gebuikt; </al></li>
              <li nr="b."><al>ingeval een gedeelte van een perceel – niet een gedeelte als
                                    bedoeld in artikel 4 – voor gebruik is afgestaan, degene die dat
                                    gedeelte voor gebruik heeft afgestaan.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>Zelfstandige gedeelten</titel>
          </kop>
          <al>Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling
                        bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de
                        belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien
                        verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als een geheel
                        worden gebruikt, deze als één perceel worden aangemerkt.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>Maatstaf van heffing</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Het eigenarendeel wordt geheven naar een vast bedrag per perceel.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Het gebruikersdeel wordt geheven naar het aantal kubieke meters
                            afvalwater dat vanuit het perceel wordt afgevoerd op de gemeentelijke
                            riolering. </al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Het aantal kubieke meters afvalwater wordt gesteld op het aantal kubieke
                            meters water dat in het belastingjaar naar het perceel is toegevoerd of
                            is opgepompt.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die
                            pompinstallatie zijn voorzien van een: </al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden
                                    afgelezen, of </al></li>
              <li nr="b."><al>bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een
                                    pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan
                                    worden afgelezen. De eerste volzin is niet van toepassing indien
                                    vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op
                                    grond van enige andere wettelijke bepaling.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>5.</lidnr>
            <al>Indien wordt aangetoond dat de toegevoerde of opgepompte hoeveelheid
                            water niet op de gemeentelijke riolering is geloosd en indien deze
                            hoeveelheid tenminste 20% van de toegevoerde of opgepompte hoeveelheid
                            water bedraagt, met dien verstande dat dit ten minste 100 m³ is, wordt
                            de op de voet van het derde lid bepaalde hoeveelheid afvalwater
                            verminderd met de op andere wijze afgevoerde hoeveelheid m3 water.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>6.</lidnr>
            <al>Indien kan worden aangetoond dat 2.000 m³ afgenomen water of meer in het
                            productieproces achterblijft en lid 5. van dit artikel niet van
                            toepassing is, wordt een korting verleend naar rato van het werkelijke
                            percentage water dat in het productieproces achter blijft ten opzichte
                            van de werkelijk afgenomen waterhoeveelheid.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>7.</lidnr>
            <al>In het geval waarin het waterverbruik van een woning niet aan de hand
                            van een “eigen” watermeter door de watermaatschappij kan worden
                            vastgesteld, wordt het waterverbruik bepaald op een gemiddelde van 50 m³
                            water per persoon per jaar.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>8.</lidnr>
            <al>In het geval waarin het waterverbruik van een agrarisch bedrijf niet aan
                            de hand van een “eigen” watermeter door de watermaatschappij kan worden
                            vastgesteld, wordt het waterverbruik bepaald op een gemiddelde van 100
                            m3 per jaar voor een melkinstallatie.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>Belastingtarieven</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Het eigenarendeel bedraagt per perceel per jaar € 290,00.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Het gebruikersdeel bedraagt per m³ afvalwater € 0,49.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6a</nr>
            <titel>Vrijstellingen</titel>
          </kop>
          <al>Het eigenarendeel, bedoeld in artikel 6, eerste lid, wordt niet geheven van
                        percelen met een bruto-vloeroppervlakte kleiner dan 25 m2. </al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>7</nr>
            <titel>Belastingjaar</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Met betrekking tot het eigenarendeel is het belastingjaar gelijk aan het
                            kalenderjaar.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Met betrekking tot het gebruikersdeel is het belastingjaar gelijk aan de
                            verbruiksperiode. </al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>8</nr>
            <titel>Wijze van heffing</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Het eigenarendeel wordt bij wege van aanslag geheven.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Het gebruikersdeel wordt geheven bij wege van het vorderen van een
                            bedrag. Het gevorderde bedrag wordt vermeld op een schriftelijke
                            gedagtekende kennisgeving. Als kennisgeving wordt aangemerkt de
                            afrekening van de Oasen N.V. te Gouda.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>In het geval voor het gebruikersdeel niet kan worden meegelift op de
                            afrekening van de watermaatschappij, wordt het recht geheven bij wege
                            van aanslag. </al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>9</nr>
            <titel>Ontstaan van de belastingschuld</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>Het eigenarendeel is verschuldigd bij de aanvang van het
                                belastingjaar.</al></li>
            <li nr="2."><al>Het gebruikersdeel is verschuldigd bij de aanvang van het
                                belastingjaar of, zo dit later is, bij aanvang van de
                                belastingplicht.</al></li>
            <li nr="3."><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het
                                gebruikersdeel in de loop van het jaar aanvangt, is het recht
                                verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar
                                verschuldigde recht als er in dat jaar, na aanvang van de
                                belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></li>
            <li nr="4."><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het
                                gebruikersdeel in de loop van het jaar eindigt, wordt ontheffing
                                verleend over zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar
                                verschuldigde recht als er in dat jaar, na het einde van de
                                belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. </al></li>
            <li nr="5."><al>Het derde en vierde lid zijn niet van toepassing indien de
                                belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander
                                perceel in gebruik neemt.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>10</nr>
            <titel>Termijnen van betaling</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                            moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk drie maanden na de
                            dagtekening van het aanslagbiljet. </al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, zolang de
                            verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso
                            kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in
                            zoveel gelijke termijnen als er na de dagtekening van het aanslagbiljet
                            nog maanden in het kalenderjaar waarin de aanslagen worden opgelegd
                            overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste twee
                            en ten hoogste tien bedraagt. De eerste termijn vervalt één maand na de
                            dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen
                            telkens een maand later.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Het gebruikersdeel, waarbij het voorlopig gevorderde bedrag per kwartaal
                            via de voorschotnota’s wordt geheven en het definitief gevorderde bedrag
                            via de afrekening wordt geheven, moet worden voldaan binnen een termijn
                            van een maand na dagtekening van de voorschotnota’s en de afrekening van
                            de Oasen N.V. te Gouda.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>In het geval het gebruikersdeel op grond van artikel 8, derde lid, bij
                            wege van aanslag wordt geheven, moet deze worden betaald in één termijn,
                            welke vervalt één maand na dagtekening van het aanslagbiljet. </al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>5.</lidnr>
            <al>Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van
                            de Invorderingswet 1990, met een belastingaanslag gelijkgestelde
                            beschikking inzake een bestuurlijke boete is het eerste lid van
                            overeenkomstige toepassing.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>6.</lidnr>
            <al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste tot
                            en met het vijfde lid gestelde termijnen. </al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>11</nr>
            <titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel>
          </kop>
          <al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van de rioolheffing.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>12</nr>
            <titel>Overgangsrecht</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De ‘Verordening rioolheffing 2015’ wordt ingetrokken met ingang van de
                            in artikel 13, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met
                            dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die
                            zich voor die datum hebben voorgedaan.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>13</nr>
            <titel>Inwerkingtreding</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die van
                            bekendmaking.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>De datum van ingang van heffing is 1 januari 2016.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>14</nr>
            <titel>Citeerartikel</titel>
          </kop>
          <al>Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening rioolheffing 2016'.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Zaaknummer</vet>: <vet>448298</vet></al>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening>Besloten in de openbare raadsvergadering van 1 december 2015.</ondertekening>
        <ondertekening/>
        <ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening>
        <ondertekening/>
        <ondertekening>B.J. Nootenboom D.R. van der Borg</ondertekening>
      </regeling-sluiting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>