<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR383299_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Schiermonnikoog</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-06-13</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Schiermonnikoog</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/zoeken/gemeenteblad">overheid.nl</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rioolheffing 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=228a">Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-11-10</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-12-05</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>rioolheffing</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2016
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>De raad van de gemeente Schiermonnikoog;</al>
          <al>gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 27
                        oktober 2015;</al>
          <al>gelet op artikel 228a van de Gemeentewet;</al>
          <al>B E S L U I T:</al>
          <al>vast te stellen de: </al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
          </kop>
          <al>Deze verordening verstaat onder:</al>
          <al>a.perceel: </al>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>hetgeen in artikel 16 Wet waardering onroerende zaken als één onroerende
                        zaak wordt aangemerkt;</al></li>
            <li nr="2."><al>een roerende zaak:</al></li>
            <li nr="3."><al>een gedeelte van een roerende zaak dat blijkens zijn indeling is
                                bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt;</al></li>
            <li nr="4."><al>een samenstel van twee of meer roerende zaken of in onderdeel 3
                                bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de
                        omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren.</al></li>
          </lijst>
          <lijst>
            <li nr="b."><al>gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van
                                voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport
                                van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of
                                in onderhoud bij de gemeente;</al></li>
            <li nr="c."><al>onder voorziening of combinatie van voorzieningen wordt mede
                                begrepen het voor de openbare dienst bestemde gemeentewater; </al></li>
            <li nr="d."><al>verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het
                                waterbedrijf betrekking heeft;</al></li>
            <li nr="e."><al>water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater of
                                grondwater. </al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Aard van de belasting</titel>
          </kop>
          <al>Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter
                        bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en
                                bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk
                                afvalwater; en</al></li>
            <li nr="b."><al>de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het
                                ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde
                                structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de
                                grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te
                                beperken. </al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De belasting wordt geheven van de gebruiker van een perceel van waaruit
                            water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt of kan
                            worden afgevoerd. </al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Met betrekking tot de heffing bedoeld in het eerste lid, wordt als
                            gebruiker aangemerkt:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al dan
                                    niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk
                                    recht gebruikt;</al></li>
              <li nr="b."><al>ingeval een gedeelte van een perceel – niet een gedeelte als
                                    bedoeld in artikel 4 – voor gebruik is afgestaan: degene die dat
                                    gedeelte voor gebruik heeft afgestaan.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>Zelfstandige gedeelten</titel>
          </kop>
          <al>Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling
                        bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de
                        belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>Maatstaf van heffing</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>De belasting als bedoeld in artikel 2 wordt geheven naar een vast
                                bedrag en een variabel bedrag, waarvan beide bedragen afhankelijk
                                zijn van het aantal volle kubieke meters water dat vanuit het
                                perceel wordt afgevoerd.</al></li>
            <li nr="2."><al>Het aantal kubieke meters afgevoerd water wordt gesteld op het
                                aantal kubieke meters leiding- en grondwater dat in het
                                belastingtijdvak naar het perceel is toegevoerd of opgepompt. </al></li>
            <li nr="3."><al>Indien ter zake van de hoeveelheid water in het belastingtijdvak
                                twee tarieven van toepassing zijn, worden de hoeveelheden waar ieder
                                van de tarieven op van toepassing zijn, door herleiding naar
                                tijdsgelang bepaald.</al></li>
            <li nr="4."><al>Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die
                                pompinstallatie zijn voorzien van een:</al><lijst>
                <li nr="a."><al>watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan
                                        worden afgelezen, of</al></li>
                <li nr="b."><al>bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een
                                        pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest
                                        kan worden afgelezen. </al></li>
              </lijst></li>
          </lijst>
          <al>De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de
                        hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke
                        bepaling.</al>
          <lijst>
            <li nr="5."><al>De op de voet van het tweede lid berekende hoeveelheid toegevoerd of
                                opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet
                                is afgevoerd.</al></li>
            <li nr="6."><al>Voor zover de gegevens als bedoeld in lid 1 niet bekend zijn, wordt
                                het waterverbruik door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b,
                                van de Gemeentewet bedoelde ambtenaar vastgesteld op basis van het
                                waterverbruik van vergelijkbare percelen.</al></li>
            <li nr="7."><al>In zoverre in afwijking van het zesde lid wordt in het geval dat een
                                woning en een niet-woning deel uitmaken van een perceel, het aantal
                                kubieke meters water als volgt bepaald. Voor een woning wordt het
                                aantal kubieke meters bepaald op grond van het zesde lid. Het aantal
                                kubieke meters voor de niet-woning wordt bepaald door de naar het
                                perceel toegevoerde hoeveelheid water te verminderen met het voor de
                                woning in aanmerking te nemen aantal kubieke meters water.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>Belastingtarieven</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <lijst>
              <li nr=""><al>Het vaste bedrag als bedoeld in artikel 5, eerste lid, bedraagt
                                    per belastingjaar </al></li>
              <li nr="a."><al>€ 33,36 per eenheid van 0 tot en met 50m³;</al></li>
              <li nr="b."><al>€ 66,84 per eenheid van 51 tot en met 250m³;</al></li>
              <li nr="c."><al>€ 168,12 per eenheid boven 250m³.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Het variabele bedrag bedoelt in artikel 5, eerste lid, bedraagt per
                            volle kubieke meter water € 1,21.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>7</nr>
            <titel>Belastingtijdvak en belastingjaar</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Het belastingtijdvak geldt in de gevallen waarin de heffing door middel
                            van rekeningen van het waterbedrijf plaatsvindt en is gelijk aan de
                            verbruiksperiode zoals die voor de betrokken belastingplichtige geldt
                            voor de levering van water door het waterbedrijf.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>In andere gevallen dan in het eerste lid bedoeld is het belastingtijdvak
                            gelijk aan het kalenderjaar.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>8</nr>
            <titel>Wijze van heffing</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De belasting wordt geheven bij wege van schriftelijke, gedagtekende
                            kennisgeving. Als kennisgeving wordt mede aangemerkt de voorschotnota
                            c.q. eindafrekening van het waterbedrijf waarop het voorlopige
                            gevorderde bedrag onderscheidenlijk het definitief gevorderde bedrag is
                            vermeld. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending
                            of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de
                            belastingschuldige bekendgemaakt. </al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Ingeval aan de belastingplichtige voor het gevorderde bedrag geen
                            voorschotnota's c.q. eindafrekening van het waterbedrijf worden
                            gezonden, wordt de belasting bij wege van aanslag geheven.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>De aangewezen gemeenteambtenaar, bedoeld in artikel 231, tweede lid,
                            onderdeel b van de Gemeentewet kan na de aanvang van het belastingjaar
                            aan de belastingplichtige een voorlopig bedrag vorderen, naar het bedrag
                            waarop het gevorderde bedrag vermoedelijk zal worden vastgesteld, indien
                            zulks naar zijn mening rechtvaardigt.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>9</nr>
            <titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De belasting als bedoeld in artikel 2 is verschuldigd aan het einde van
                            het belastingtijdvak.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Indien het belastingtijdvak minder dan twaalf maanden bedraagt, is de
                            belasting verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten als er in dat
                            tijdvak, na het tijdstip van de aanvang van de belastingplicht, nog
                            volle kalendermaanden overblijven.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Indien de belasting als bedoeld in artikel 2 bij wege van aanslag wordt
                            geheven, is de belasting verschuldigd bij het begin van het
                            belastingjaar, of zo dit later is, bij de aanvang van de
                            belastingplicht.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt en
                            de belasting wordt bij wege van aanslag geheven, is de belasting
                            verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar
                            verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de
                            belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>5.</lidnr>
            <al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt en de
                            belasting wordt bij wege van aanslag geheven, bestaat aanspraak op
                            ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar
                            verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de
                            belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>6.</lidnr>
            <al>Het vierde en vijfde lid zijn niet van toepassing indien de
                            belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander
                            perceel in feitelijk gebruik neemt.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>10</nr>
            <titel>Termijnen van betaling</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Het voorlopig gevorderde bedrag en het definitief gevorderde bedrag van
                            de heffing als bedoeld in artikel 2 moeten worden betaald tegelijk met
                            en op dezelfde wijze als die waarop de voor-schotnota's c.q.
                            eindafrekening van het waterbedrijf waarop het voorlopig gevorderde
                            bedrag c.q. definitief gevorderde bedrag is vermeld, moeten worden
                            betaald.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>In afwijking in zoverre van het bepaalde in het eerste lid en in
                            afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet
                            het gevorderde bedrag dat blijkt uit een aanslag, worden betaald in drie
                            gelijke termijnbedragen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van
                            de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet
                            is vermeld, de tweede twee maanden later en de derde en laatste weer
                            twee maanden later.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>In afwijking van het tweede lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen
                            door middel van automatische betalingsincasso van de betaalrekening van
                            de belastingplichtige kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen
                            moeten worden betaald in negen gelijke termijnbedragen, waarvan de
                            eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in
                            de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende
                            termijnbedragen telkens een maand later.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>In afwijking van het tweede lid, is de belastingschuld direct
                            invorderbaar, indien de belastingschuldige niet binnen de gestelde
                            termijnen betaalt.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>5.</lidnr>
            <al>In afwijking van het derde lid, is de belastingschuld direct
                            invorderbaar, indien de verschuldigde bedragen niet kunnen worden
                            afgeschreven.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>6.</lidnr>
            <al>Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van
                            de Invorderingswet 1990, met een belastingaanslag gelijkgestelde
                            beschikking inzake een bestuurlijke boete zijn de leden 2, 3, 4 en 5 van
                            overeenkomstige toepassing, voor zover deze gelijktijdig wordt opgelegd
                            met de vaststelling van de aanslag.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>7.</lidnr>
            <al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande
                            leden gestelde termijnen.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>11</nr>
            <titel>Kwijtschelding</titel>
          </kop>
          <al>Bij de invordering van de rioolheffing wordt kwijtschelding verleend.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>12</nr>
            <titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel>
          </kop>
          <al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van de rioolheffing.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>13</nr>
            <titel>Inwerkingtreding, datum ingang heffing en citeertitel</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>De 'Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing
                                2015” van 11 november 2014 wordt ingetrokken met ingang van de in
                                het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien
                                verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die
                                zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></li>
            <li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na
                                die van de bekendmaking. </al></li>
            <li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2016.</al></li>
            <li nr="4."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening rioolheffing
                                2016”.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 10 november 2015.</ondertekening>
        <ondertekening>, voorzitter (D.J. Stellingwerf)</ondertekening>
        <ondertekening>, griffier (S.T. van der Zwaag)</ondertekening>
      </regeling-sluiting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>