<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR383285_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Schiermonnikoog</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-06-13</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Schiermonnikoog</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/zoeken/gemeenteblad">Overheid.nl</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening toeristenbelasting 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=224">Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-11-10</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-12-05</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>toeristenbelasting</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting 2016
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>De raad van de gemeente Schiermonnikoog;</al>
          <al>gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 29
                        oktober 2015;</al>
          <al>gelet op artikel 224 van de Gemeentewet:</al>
          <al>B E S L U I T:</al>
          <al>vast te stellen de:</al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
          </kop>
          <al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>onderkomens: woningen en andere verblijven, niet zijnde mobiele
                                kampeeronderko¬mens, in hoofdzaak bestemd voor en gebezigd als
                                verblijf voor vakantie- en andere doeleinden;</al></li>
            <li nr="b."><al>mobiele kampeeronderkomens: tenten, vouwwagens en soort¬gelijke
                                onderkomens welke bestemd zijn voor, dan wel gebezigd worden als
                                verblijf voor vakantie en andere doeleinden;</al></li>
            <li nr="c."><al>niet-beroepsmatig verhuurde ruimten: woningen en andere verblijven,
                                of gedeelten daarvan, niet zijnde mobiele kampeeronderkomens, welke
                                niet in hoofdzaak bestemd zijn als verblijf voor vakantie en andere
                                doel¬einden, doch wel in bepaalde perioden van het jaar voor die
                                doeleinden worden verhuurd dan wel te huur aangeboden;</al></li>
            <li nr="d."><al>vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat in hoofdzaak
                                bestemd is voor het gedurende een seizoen of een jaar plaatsen van
                                een zelfde mobiel kampeeronder¬komen of stacaravan;</al></li>
            <li nr="e."><al>vaartuig: een vaartuig dat is bestemd of wordt gebezigd voor
                                vakan¬tie- of andere doeleinden; </al></li>
            <li nr="f."><al>één dag: de tijdsduur van 6:00 uur tot 21:00 uur. </al></li>
            <li nr="g."><al>forens: een persoon, die niet staat ingeschreven in de
                                basisregistratie personen van de gemeente Schiermonnikoog, werkzaam
                                bij een bedrijf of organisatie gevestigd in de gemeente
                                Schiermonnikoog en in het bezit van een geldige Wagenborgpas voor
                                forensen.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Belastbaar feit</titel>
          </kop>
          <al>Ter zake van het houden van verblijf, al dan niet gevolgd door
                        overnach¬ting, binnen de gemeente in hotels, pensions, ¬onderkomens, mobiele
                        kampeeronderkomens, niet-beroepsmatig verhuurde ruimten, op vaste
                        stand¬plaatsen en op vaartuigen tegen vergoeding, in welke vorm dan ook door
                        personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de
                        basisregistratie personen zijn ingeschreven, wordt onder de naam
                        toeristenbelasting een directe belasting gehe¬ven.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Belastingplicht</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Belastingplichtig is degene, die gelegenheid biedt tot verblijf als
                            bedoeld in artikel 2 in hem ter beschikking staande ruimten dan wel op
                            hem ter beschikking staande terreinen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op
                            degene, ter zake van wiens verblijf de belasting verschuldigd
                            wordt.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Indien met toepassing van het eerste lid geen belasting¬plichtige is aan
                            te wijzen, is belastingplichtig degene die overeenkomstig het bepaalde
                            in artikel 2 verblijf houdt.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>Vrijstelling</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>a.</lidnr>
            <al>De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf door degene,
                            die verblijf houdt in een gemeubileerde woning indien hij ter zake van
                            het verblijf in of het ter beschikking houden van die woning
                            forensenbelasting is verschuldigd. </al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>b.</lidnr>
            <al>De belasting wordt niet geheven ter zake van het houden van verblijf als
                            bedoeld in artikel 2 bij verblijf van één dag of een gedeelte daarvan
                            door een forens.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>Maatstaf van heffing</titel>
          </kop>
          <al>De belasting wordt geheven naar het aantal keren dat verblijf wordt
                        gehouden, alsmede naar het aantal overnachtingen.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>Berekeningswijze van de heffingsgrondslag</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>De belasting wordt geheven naar het aantal malen c.q. etmalen of een
                                gedeelte daarvan, dat een persoon binnen de gemeente heeft overnacht
                                c.q. verblijf heeft gehouden.</al></li>
            <li nr="2."><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid is de grondslag voor
                                de belasting ingeval van verblijf in vakantie-onderkomens en niet
                                beroepsmatig verhuurde ruimten: (u x v) (y x z).</al></li>
          </lijst>
          <al>De betekenis van de symbolen is als volgt:</al>
          <al>u: het werkelijk aantal slaapplaatsen.</al>
          <al>v: gemiddelde benuttingspercentage: 75%.</al>
          <al>y: maximale aantal overnachtingen c.q. etmalen verblijf per belas¬tingjaar
                        bij normaal gebruik: 365.</al>
          <al>z: gemiddelde bezettingspercentage van het maximum: 44%.</al>
          <al>3.Het gemiddelde bezettingspercentage van het maximum voor de forfaitaire
                        heffing van de kampeerboerderijen wordt op 30% gesteld.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>7</nr>
            <titel>Opteren voor niet-forfaitaire maatstaf van heffing</titel>
          </kop>
          <al>In afwijking van het bepaalde in artikel 6 wordt op een door de
                        belastingplichtige bij de aangifte gedane aanvraag de maatstaf van heffing
                        vastgesteld op het werkelijk aantal overnachtingen, indien blijkt dat dit
                        aantal lager is dan het op grond van artikel 6 berekende aantal.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>8</nr>
            <titel>Belastingtarief</titel>
          </kop>
          <al>De belasting bedraagt:</al>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>bij verblijf van één dag of een gedeelte daarvan € 1,71 per
                                persoon.</al></li>
            <li nr="2."><al>bij een daaropvolgend langer verblijf € 1,50 per persoon per
                                overnachting.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>9</nr>
            <titel>Belastingjaar</titel>
          </kop>
          <al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>10</nr>
            <titel>Wijze van heffing</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>a.</lidnr>
            <al>De belasting, bedoeld in artikel 8, lid 2, wordt bij wege van aanslag
                            geheven.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>b.</lidnr>
            <al>De belasting bedoeld in artikel 8, lid 1, wordt geheven door middel van
                            een nota. Het verschuldigde bedrag wordt in de nota vermeld als toeslag
                            op het tarief van de bootovertocht Lauwersoog - Schiermonnikoog.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>11</nr>
            <titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De belastingschuld is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar
                            of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is
                            er belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat
                            jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de
                            belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt
                            bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de
                            voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde
                            van de belastingplicht nog volle kalendermaanden overblijven.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>12</nr>
            <titel>Termijnen van betaling</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet
                            de in artikel 10 lid a genoemde belasting worden betaald in drie gelijke
                            termijnbedragen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand
                            volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is
                            vermeld, de tweede twee maanden later en de derde en laatste weer twee
                            maanden later.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen
                            door middel van automatische betalingsincasso van de betaalrekening van
                            de belastingplichtige kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen
                            moeten worden betaald in negen gelijke termijnbedragen, waarvan de
                            eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in
                            de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende
                            termijnbedragen telkens een maand later.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>In afwijking van het eerste lid, is de belastingschuld direct
                            invorderbaar, indien de belastingschuldige niet binnen de gestelde
                            termijnen betaalt.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>In afwijking van het tweede lid, is de belastingschuld direct
                            invorderbaar, indien de verschuldigde bedragen niet kunnen worden
                            afgeschreven.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>5.</lidnr>
            <al>De in artikel 10 lid b genoemde belasting moet worden betaald op het
                            moment van uitreiking van de nota.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>6.</lidnr>
            <al>Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van
                            de Invorderingswet 1990, met een belastingaanslag gelijkgestelde
                            beschikking inzake een bestuurlijke boete zijn de leden 1,2, 3, 4 en 5
                            van overeenkomstige toepassing, voorzover deze gelijktijdig wordt
                            opgelegd met de vaststelling van de aanslag.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>7.</lidnr>
            <al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande
                            leden gestelde termijnen.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>13</nr>
            <titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel>
          </kop>
          <al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van de toeristenbelasting.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>14</nr>
            <titel>Kwijtschelding</titel>
          </kop>
          <al>Bij de invordering van de toeristenbelasting wordt geen kwijtschelding
                        verleend.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>15</nr>
            <titel>Aanmeldingsplicht</titel>
          </kop>
          <al>De belastingplichtige bedoelt in artikel 3, eerste lid, is gehouden, voordat
                        hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verorde¬ning
                        gelegenheid tot overnachten verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de
                        door het college van burgemeester en wethouders </al>
          <al>aangewezen gemeenteambtenaar, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdelen
                        b en d van de Gemeentewet.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>16</nr>
            <titel>Inwerkingtreding, datum ingang heffing en citeertitel</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>De "Verordening op de heffing en de invordering van
                                toeristenbelasting 2015" van 11 november 2014 wordt ingetrokken met
                                ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de
                                heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de
                                belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></li>
            <li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na
                                die van de bekendmaking.</al></li>
            <li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2016.</al></li>
            <li nr="4."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening
                                toeristenbelasting 2016".</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 10 november 2015.</ondertekening>
        <ondertekening>, voorzitter (D.J. Stellingwerf)</ondertekening>
        <ondertekening>, griffier (S.T. van der Zwaag)</ondertekening>
      </regeling-sluiting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>