<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR383039_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Heronderzoekplan 2015 Gemeente Ooststellingwerf</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ooststellingwerf</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-06-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ooststellingwerf</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.ooststellingwerf.nl/document.php?m=35&amp;fileid=11993&amp;f=9608caef5745fdabda48100843762403&amp;attachment=0&amp;c=13010">Nieuwe Ooststellingwerver, 7-11-2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Heronderzoekplan 2015 gemeente Ooststellingwerf</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0015703">Participatiewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-09-29</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-10-15</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2015-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe beleidsregels</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>College, 29-9-2015, nr. 5.1</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Op grond van de invoering van de Participatiewet per 1-1-2015 en het vervallen van de Wet Werk en Bijstand per dezelfde datum is het noodzakelijk om het Heronderzoekplan aan te passen. De WWB-artikelen zijn gewijzigd in PW-artikelen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Heronderzoekplan 2015 Gemeente Ooststellingwerf</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HERONDERZOEKPLAN 2015 GEMEENTE OOSTSTELLINGWERF </label></kop><structuurtekst><al>Het heronderzoekplan van de gemeente Ooststellingwerf bestaat uit de
                            volgende onderdelen:</al><lijst><li nr="1."><al>heronderzoek uitkeringen Participatiewet (PW), IOAW en
                                    IOAZ;</al></li><li nr="2."><al>heronderzoek debiteuren PW, IOAW, IOAZ en BBZ</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>1.0. HERONDERZOEK UITKERINGEN PW, IOAW en IOAZ </label></kop><paragraaf><kop><label>1.1. Startheronderzoek </label></kop><structuurtekst><al>Frequentie: binnen drie maanden (tenzij de noodzaak voor een
                                    startheronderzoek ontbreekt) na de maand van verzending van de
                                    beschikking wordt een startheronderzoek uitgevoerd. </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>1.2. Onderzoek naar aanleiding van signalen en Mutatieformulieren </label></kop><structuurtekst><al>Onderzoek naar de rechtmatige verstrekking van uitkering vindt
                                    plaats op basis van signalen die de cliënt afgeeft, onder andere
                                    op het Mutatieformulier.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>1.3. Periodiek heronderzoek rechtmatigheid </label></kop><structuurtekst><al>Frequentie: één keer per vier jaar. Het betreft een volledig
                                    heronderzoek. Voor het heronderzoek wordt gebruik gemaakt van de
                                    Heronderzoekformulieren PW, IOAW en IOAZ. </al><al>Bij de regeling BBZ 2004 wordt geen heronderzoek rechtmatigheid
                                    verricht.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>1.4. Onderzoekfrequentie doelmatigheid </label></kop><structuurtekst><al>De casemanager rapporteert regelmatig in Civision Samenleving
                                    over de voortgang van ingezette trajecten van cliënten waarmee
                                    een actie is gestart. Deze rapportages worden aangemerkt als
                                    deelonderzoeken doelmatigheid. </al><al>De onderzoekfrequentie doelmatigheid is:</al><lijst><li nr="·"><al>één digitale voortgangsrapportage per twaalf maanden bij
                                            elke vorm van re-integratie.</al></li><li nr="·"><al>bij geen re-integratietraject (volledig en duurzaam
                                            ontheven van de arbeids- en re-integratieverplichtingen)
                                            vervalt de verplichting om een onderzoek-doelmatigheid
                                            te verrichten.</al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>1.5. Beëindigingsonderzoek </label></kop><structuurtekst><al>Bij beëindiging wordt binnen zes maanden na de laatste maand
                                    waarin betaling van de uitkering heeft plaatsgevonden een
                                    onderzoek ingesteld naar de resterende verplichtingen en de
                                    afwikkeling daarvan.</al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>2.0. HERONDERZOEK DEBITEUREN PW/ IOAW/ IOAZ en BBZ </label></kop><structuurtekst><al>Het debiteurenonderzoek heeft onder andere tot doel periodiek na te
                                gaan of de belanghebbende regelmatig aan zijn
                                betalingsverplichtingen voldoet. Om die reden wordt in elk geval
                                binnen (periodiek) achttien maanden een debiteurenonderzoek
                                ingesteld. Een debiteurenonderzoek blijft achterwege bij vorderingen
                                die op grond van de aflossingstermijnen volledig binnen vijf jaar
                                worden voldaan. Dit geldt ook voor leningen op grond van de
                                Bbz.</al></structuurtekst><paragraaf><kop><label>2.1. Terug- en invordering </label></kop><structuurtekst><al>Terug- en invorderingen worden bij beschikking aan de
                                    belanghebbende kenbaar gemaakt. Belanghebbende wordt in de
                                    beschikking verzocht binnen zes weken de vordering volledig te
                                    betalen of een (minnelijke) betalingsregeling te treffen. Als de
                                    debiteur een betalingsregeling wil treffen zal hij zijn voorstel
                                    moeten onderbouwen aan de hand van zijn persoonlijke en
                                    financiële situatie. Deze gegevens vormen de basis voor een
                                    draagkrachtberekening en het vaststellen van de periodieke
                                    (meestal maandelijkse) aflossing. Voor de berekeningswijze van
                                    de periodieke aflossing kan het systeem van de Tremanormen
                                    worden gehanteerd. </al><al>Als de debiteur niet voldoet aan het verzoek tot volledige
                                    betaling of het treffen van een betalingsregeling dan wordt door
                                    de afdeling een aanmaning verzonden. In de aanmaning moet de
                                    debiteur een termijn van twee weken worden gegeven om aan de
                                    betalingsverplichtingen te voldoen. </al><al>Wordt ook hier niet aan voldaan, dan volgt een dwangbevel. Een
                                    dwangbevel is niet nodig als er verrekend kan worden. </al><al>Bij verrekening en beslag wordt de inhouding zodanig vastgesteld
                                    dat de debiteur blijft beschikken over een inkomen gelijk aan de
                                    beslagvrije voet. De beslagvrije voet geldt niet voor
                                    verrekening van bijstand als er niet wordt voldaan aan de
                                    inlichtingenplicht naar het onderzoek van de
                                    terugvordering.</al><al>Vermogen (waaronder het bescheiden vrij te laten vermogen op
                                    grond van de Participatiewet) wordt bij de invordering niet
                                    buiten beschouwing gelaten.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>2.2. Categorieën debiteuren </label></kop><structuurtekst><al>De debiteurenvorderingen worden in de volgende categorieën
                                    ingedeeld:</al><lijst><li nr="·"><al>leningen (leenbijstand, krediethypotheken en
                                            bedrijfskredieten), terugvordering en overige
                                            vorderingen;</al></li><li nr="·"><al>boeten en</al></li><li nr="·"><al>verhaal van bijstand (levensonderhoud). Voor inning van
                                            alimentatie moet het LBIO worden ingeschakeld.</al></li></lijst></structuurtekst><artikel><kop><label>2.2.1. Leningen / terugvordering / overige vorderingen</label></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al><onderstreept>Onderzoek aflossingsritme
                                            debiteuren</onderstreept></al><al>Uit het debiteurensysteem wordt maandelijks een lijst
                                        “verplichtingen” gegenereerd. Indien niet aan de
                                        (betalings)verplichtingen wordt voldaan, dan genereert het
                                        systeem de volgende maand een lijst “aanmaningen”, daarna
                                        een lijst “dwangbevelen” en tenslotte een lijst “beslagen”.
                                        Aan de hand van de lijst “aanmaningen” wordt door de
                                        debiteurenadministratie de debiteur bij wanbetaling
                                        schriftelijk gemaand om binnen twee weken weer over te gaan
                                        tot voortzetting van de aflossing. Wordt hier niet aan
                                        voldaan dan volgt een dwangbevel. Voldoet de debiteur niet
                                        aan de betalingsverzoeken dan tracht de
                                        debiteurenadministratie de vordering te incasseren door
                                        verrekening of verkort beslag. Lukt dit niet dan wordt de
                                        vordering overgedragen aan een deurwaarder. De uitvoering
                                        van dit onderzoek wordt niet op schrift vastgelegd.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al><onderstreept> Administratief
                                            debiteurenonderzoek</onderstreept></al><al>Eens in de (uiterlijk) achttien maanden worden de
                                        vorderingen in deze categorie administratief heronderzocht.
                                        Van het administratieve debiteurenonderzoek wordt een
                                        rapport met advies opgemaakt. Door de bevoegde medewerker
                                        wordt beslist op het advies. Naar aanleiding van het
                                        debiteurenonderzoek ontvangt de debiteur een
                                        saldobevestiging.</al><al/><al>Het administratieve debiteurenonderzoek bestaat uit:</al><lijst><li nr="•"><al>controle in het BRP op persoon- en adresgegevens.
                                                Alleen bij wijziging in het BRP wordt een kopie bij
                                                het rapport gevoegd;</al></li><li nr="•"><al>controle of er inmiddels weer adresgegevens
                                                beschikbaar zijn van debiteuren die bijvoorbeeld
                                                naar het buitenland zijn verdwenen of zijn
                                                vertrokken 'onbekend waarheen';</al></li><li nr="•"><al>controle of de debiteur zijn
                                                aflossingsverplichtingen conform
                                                invorderingsbeschikking of afspraak nakomt en</al></li><li nr="•"><al>controle verloop van de invordering door
                                                deurwaarder. In het debiteurenonderzoek wordt
                                                verslag gedaan van het telefonisch of schriftelijk
                                                contact met de deurwaarder over de
                                                incassoprocedure.</al></li></lijst><al/><al>Als uit het administratieve debiteurenonderzoek blijkt dat
                                        de invordering niet correct verloopt wordt actie ondernomen
                                        richting debiteur. De debiteurenmedewerker tracht de
                                        vordering te incasseren door verrekening of verkort beslag.
                                        Lukt dit niet dan wordt de vordering overgedragen aan een
                                        deurwaarder.</al><al/><al>Het administratief debiteurenonderzoek geldt ook voor
                                        vorderingen die binnen vijf jaar kunnen worden
                                        afgelost.</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al><onderstreept> Financieel
                                        debiteurenonderzoek</onderstreept></al><al>Een financieel debiteurenonderzoek kan eens in de vijf jaar
                                        worden uitgevoerd. Na het primaire invorderingsbesluit
                                        worden jaarlijks administratieve heronderzoeken gehouden. Na
                                        een periode van vijf jaar kan er een financieel heronderzoek
                                        worden ingesteld, indien uit Suwinet blijkt dat de debiteur
                                        een (aanmerkelijk) hoger inkomen heeft dan het inkomen
                                        waarop de aflossing destijds werd gebaseerd.</al><al/><al>Het financieel debiteurenonderzoek geschiedt aan de hand van
                                        een door de debiteur in te vullen inlichtingenformulier (met
                                        vragen over de persoonlijke en financiële positie van de
                                        debiteur) en te leveren bewijsstukken. Het periodieke
                                        aflossingsbedrag (in de vorm van een draagkrachtberekening)
                                        wordt opnieuw berekend. Ook komen de elementen zoals die
                                        hierboven staan omschreven bij het administratief
                                        debiteurenonderzoek aan de orde. De berekening wordt
                                        vastgelegd in een rapport met advies. Voor de berekening kan
                                        het systeem van de Tremanormen worden gehanteerd. Door de
                                        bevoegde medewerker wordt beslist op het advies. Naar
                                        aanleiding hiervan wordt een nieuw invorderingsbesluit (met
                                        saldo-opgave) genomen en toegezonden aan de debiteur.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>2.2.2. Boeten</label></kop><al>De standaardboete van (maximaal) € 150,- wordt ineens verrekend
                                    met de uitkering. Is dat niet mogelijk dan zijn de bepalingen
                                    onder 2.1 van toepassing. Dit geldt eveneens bij boeten hoger
                                    dan € 150,-. </al><al>Bij recidive is de Verordening Verrekening Bestuurlijke Boete
                                    bij Recidive van toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>2.2.3. Verhaal van bijstand (levensonderhoud)</label></kop><al>Vorderingen op grond van verhaal van bijstand (onderhoudsplicht)
                                    worden bij brief aan de onderhoudsplichtige kenbaar
                                    gemaakt.</al><al/><al>Tegen de verhaalsbrief kan - in het kader van de Algemene wet
                                    bestuursrecht - geen bezwaar worden aangetekend. Als de
                                    onderhoudsplichtige weigert de verhaalsbijdrage te betalen dan
                                    wordt de zaak voorgelegd aan de rechtbank. De beschikking van de
                                    rechtbank wordt bij wanbetaling ter incasso overgedragen aan de
                                    deurwaarder.</al><al/><al>Onder deze categorie debiteuren vallen ook de
                                    alimentatiebeschikkingen die door de rechtbank tussen de
                                    ex-echtgenoten, meestal tijdens de echtscheidingsprocedure, zijn
                                    vastgesteld.</al><al/><al>Zowel de vorderingen op grond van verhaal van bijstand als op
                                    grond van alimentatiebeschikkingen worden jaarlijks, per 1
                                    januari, geïndexeerd met het indexeringspercentage alimentatie.
                                    Deze debiteuren worden jaarlijks aangeschreven.</al><al/><lijst><li nr="a."><al><onderstreept>Onderzoek aflossingsritme
                                                verhaalsdebiteuren</onderstreept></al><al>Onderzoek aflossingsritme: maandelijks (uiteraard alleen
                                            degenen die een onderhoudsbijdrage is opgelegd en
                                            daardoor een debiteur zijn). Zie voor een beschrijving
                                            van dit onderzoek onder het kopje 2.2.1, onder a
                                            (Onderzoek aflossingsritme debiteuren) van dit
                                            heronderzoekplan. De uitvoering van dit onderzoek wordt
                                            niet op schrift vastgelegd.</al></li><li nr="b."><al><onderstreept> Administratief
                                                verhaalsonderzoek</onderstreept></al><al>Administratief verhaalsonderzoek: uiterlijk eens in de
                                            achttien maanden. Zie voor een beschrijving van dit
                                            onderzoek onder het kopje 'Administratief
                                            debiteurenonderzoek' van dit heronderzoekplan. Dit
                                            onderzoek is niet van toepassing op de
                                            onderhoudsplichtige van wie de verhaalsbijdrage op nihil
                                            is vastgesteld.</al></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>3.0. INVOERING </label></kop><structuurtekst><al>Dit heronderzoekplan is met ingang van 1 oktober 2015 van
                                kracht.</al><al>Het Heronderzoekplan 2010 wordt met ingang van 1 oktober 2015
                                ingetrokken.</al></structuurtekst></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>