<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR382797_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Begroting en verantwoording gemeente Wijdemeren</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Wijdemeren</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-11-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Wijdemeren</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2015-111299.html">gmb-2015-111299</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Begroting en verantwoording gemeente Wijdemeren</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=212">Gemeentewet art. 212</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-10-29</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-11-25</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-10-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Verordening Begroting en verantwoording</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Begroting en verantwoording gemeente Wijdemeren</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Wijdemeren;</al><al/><al>Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 8
                        september 2015 ;</al><al/><al>Gelet op artikel (212) van de Gemeentewet;</al><al/><al>Gezien het advies van de Auditcommissie en de Commissie bestuur en
                        Middelen;</al><al/><al>Besluit</al><al/><al>Vast te stellen de volgende verordening</al><al/><al><vet>Verordening Begroting en Verantwoording gemeente Wijdemeren</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel><vet>Inleidende bepalingen:</vet></titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Definities</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al/><al><cursief>a. afdeling:</cursief></al><al>iedere organisatorische eenheid binnen de gemeentelijke organisatie die
                            als zodanig een eigen rechtstreekse verantwoordelijkheid aan het college
                            heeft.</al><al/><al><cursief>b. administratie:</cursief></al><al>het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van
                            informatie ten behoeve van het besturen, het functioneren en het
                            beheersen van (onderdelen van) de organisatie van de gemeente Wijdemeren
                            en ten behoeve van de verantwoording die daarover moet worden
                            afgelegd.</al><al/><al><cursief>c. financiële administratie:</cursief></al><al>het onderdeel van de administratie dat omvat het systematisch maken en
                            verwerken van aantekeningen betreffende de financiële gegevens van
                            (onderdelen van) de organisatie van de gemeente Wijdemeren, teneinde te
                            komen tot een goed inzicht in:</al><lijst><li nr="1."><al>de financieel-economische positie;</al></li><li nr="2."><al>het financiële beheer;</al></li><li nr="3."><al>de uitvoering van de begroting;</al></li><li nr="4."><al>het afwikkelen van vorderingen en schulden;</al></li><li nr="5."><al>alsmede tot het afleggen van rekening en verantwoording
                                    daarover.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr>1.</nr><titel>Begroting en verantwoording</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Programmabegroting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad stelt bij de aanvang van een nieuwe raadsperiode de
                                programma-indeling voor de komende raadsperiode vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad stelt per programma vast:</al><lijst><li nr="a."><al>wat willen we bereiken;</al></li><li nr="b."><al>wat gaan we er voor doen;</al></li><li nr="c."><al>wat mag het kosten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad stelt per programma prestatie-indicatoren vast met
                                betrekking tot de beoogde (maatschappelijke) effecten en de te
                                leveren goederen en diensten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college draagt zorg voor het verzamelen en vastleggen van
                                gegevens over de geleverde goederen en diensten en de
                                maatschappelijke effecten, opdat de doelmatigheid en
                                doeltreffendheid van het beleid zoals vastgesteld door de raad,
                                kunnen worden getoetst.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Producten </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij iedere begroting en jaarstukken geeft het college een overzicht
                                van de toedeling van de producten uit de productbegroting aan de
                                programma’s.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De onderverdeling van de programma’s in de producten staat voor de
                                raadsperiode vast, tenzij er dringende redenen zijn tot wijzigen.
                                Wijzigingen worden bij de begroting expliciet vermeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Kaders begroting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt uiterlijk 1 juni van het begrotingsjaar een nota
                                aan over de kaders voor het volgende begrotingsjaar en de drie
                                opvolgende jaren. In deze nota worden de bevindingen betrokken uit
                                de rapportage van de begrotingsuitvoering bedoeld in artikel 7 en de
                                jaarstukken bedoeld in artikel 8.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad stelt deze nota uiterlijk 30 juni vast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Uitvoering begroting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt regels die waarborgen dat de uitvoering van de
                                begroting rechtmatig, doelmatig en doeltreffend verloopt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college draagt ten aanzien van de productenraming er zorg voor
                                dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de lasten en baten, door middel van kostentoerekening,
                                        eenduidig zijn toegewezen aan de producten van de
                                        productraming;</al></li><li nr="b."><al>de budgetten uit de productraming en kredieten voor
                                        investeringen passen binnen de kaders zoals geautoriseerd
                                        bij de vaststelling van de uiteenzetting van de financiële
                                        positie;</al></li><li nr="c."><al>de lasten van de producten niet dusdanig worden overschreden
                                        dat de realisatie van andere producten binnen hetzelfde
                                        programma onder druk komt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college draagt er zorg voor dat de lasten van de programma’s
                                zoals geautoriseerd in de (gewijzigde) begroting niet worden
                                overschreden, alsmede dat de baten van de programma’s niet worden
                                onderschreden. Hiertoe stelt zij een budgethouders regeling op.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Interne controle</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt ten behoeve van het getrouwe beeld en de
                                rechtmatigheid van de jaarrekening zorg voor de jaarlijkse interne
                                toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking, en de
                                rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het
                                college maatregelen tot herstel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college registreert misbruik en oneigenlijk gebruik van
                                gemeentelijke regelingen en eigendommen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Jaarlijks wordt een controleplan opgesteld en vinden er
                                steekproefsgewijs toetsingen plaats. Indien daar aanleiding toe is,
                                wordt een diepgaand onderzoek verricht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college zorgt op basis van de resultaten van de toets bedoeld in
                                het derde lid indien nodig voor een plan van verbetering. Het
                                college neemt op basis van het plan van verbetering maatregelen voor
                                herstel van de tekortkoming(en).</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Jaarlijks worden in de management letter van de accountant de
                                belangrijkste bevindingen en constateringen van de interne toetsing
                                met de daarbij behorende aanbevelingen ter kennisgeving aan de raad
                                aangeboden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Tussentijdse rapportage en informatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college informeert de raad door middel van twee tussentijdse
                                rapportages over de realisatie van de begroting van de
                                gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De tussenrapportages worden aan de raad aangeboden op de volgende
                                tijdstippen:</al><lijst><li nr="a."><al>de Voorjaarsrapportage vóór 1 juni van het lopend
                                        begrotingsjaar;</al></li><li nr="b."><al>de Najaarsrapportage vóór behandeling van de begroting van
                                        het volgend begrotingsjaar;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De inrichting van de tussentijdse rapportages sluit aan bij de
                                programma-indeling van de begroting.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De rapportages bevatten een uiteenzetting over de uitvoering en de
                                bijstelling van het beleid en een overzicht met de bijgestelde
                                raming van:</al><lijst><li nr="a."><al> de baten en lasten per programma;</al></li><li nr="b."><al>het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen;</al></li><li nr="c."><al>het resultaat voor bestemming volgend uit de onderdelen a en
                                        b;</al></li><li nr="d."><al>de (beoogde) toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per
                                        programma;</al></li><li nr="e."><al>het resultaat na bestemming, volgend uit de onderdelen c en
                                        d, alsmede een realisatie en raming van de
                                        productenrealisatie en de realisatie en raming van de
                                        uitputting van de investeringskredieten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college informeert in ieder geval vooraf de raad en neemt pas
                                een besluit, nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen
                                en bedenkingen ter kennis van het college te brengen voor zover het
                                betreft niet bij begroting vastgestelde verplichtingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Jaarstukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt zorg voor een adequate vertaling van de
                                verantwoording van de diensten naar de productenrealisatie en naar
                                de programmaverantwoording.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college legt verantwoording af over de uitvoering van de
                                programma’s. In de verantwoording geeft het college aan:</al><lijst><li nr="a."><al>wat hebben we bereikt;</al></li><li nr="b."><al>wat hebben we ervoor gedaan;</al></li><li nr="c."><al>wat heeft het gekost;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad bepaalt aan de hand van de uitvoering van de programma’s of
                                de beleidsdoelen van de programma’s voor het lopende jaar
                                bijstelling behoeven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>EMU-saldo</titel></kop><al>Wanneer het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het
                            collectieve aandeel van gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel
                            3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben
                            overschreden, informeert het college de raad of een aanpassing van de
                            begroting nodig is. Als het college een aanpassing nodig acht, doet het
                            college een voorstel voor het wijzigen van de begroting. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr>2.</nr><titel>Financiële positie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Financiële positie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt er zorg voor, dat al het beleid waartoe de raad
                                heeft besloten, financieel is vertaald en in de meerjarenramingen is
                                opgenomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het totaalbedrag aan verleende garanties en waarborgen worden bij de
                                uiteenzetting van de financiële positie expliciet vermeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>aardering &amp; afschrijving vaste activa</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt een nota waardering en afschrijving vaste activa
                                op en evalueert periodiek de noodzaak van bijstelling daarvan en
                                legt de uitkomst van de evaluatie dan wel de bijgestelde nota aan de
                                Raad voor.</al><al>De raad stelt de nota vast binnen twee maanden nadat de nota is
                                aangeboden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Voorziening voor oninbare vorderingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor openstaande vorderingen betreffende belastingen en rechten kan
                                een voorziening wegens oninbaarheid worden gevormd. Toevoegingen aan
                                en onttrekkingen uit deze voorziening worden in de jaarrekening
                                verantwoord;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de overige vorderingen kan een voorziening wegens oninbaarheid
                                worden gevormd op basis van een beoordeling op inbaarheid van de
                                openstaande vorderingen. De vorderingen op rijk, provincie en andere
                                overheidsinstellingen blijven hierbij buiten beschouwing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Reserves en voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt een nota reserves en voorzieningen op en evalueert
                                periodiek de noodzaak van bijstelling daarvan en legt de uitkomst
                                van de evaluatie dan wel de bijgestelde nota aan de Raad voor.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De nota behandelt:</al><lijst><li nr="a."><al>de vorming en besteding van reserves;</al></li><li nr="b."><al>de vorming en besteding van voorzieningen;</al></li><li nr="c."><al>de toerekening en verwerking van rente over de reserves en
                                        de voorzieningen, in relatie tot de paragraaf
                                        weerstandsvermogen bedoeld in artikel 19.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad stelt de nota vast binnen twee maanden nadat de nota is
                                aangeboden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Kostprijsberekening </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van producten en diensten
                                van de gemeente Wijdemeren wordt een systeem van kostentoerekening
                                gehanteerd. Bij de kostentoerekening worden naast de directe kosten
                                die indirecte kosten betrokken, die rechtstreeks samenhangen met de
                                door de gemeente verleende diensten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de indirecte kosten worden betrokken de bijdragen aan en
                                onttrekkingen uit reserves voor de noodzakelijke vervanging van de
                                betrokken activa, de kapitaallasten van de in gebruik zijnde activa
                                en voor rioolrechten en afvalstoffenheffing de compensabele
                                BTW.</al><al>De omslagrente voor de rentetoerekening van de kapitaallasten wordt
                                bepaald door het rentetotaal van de uitstaande leningen, de bij
                                begroting vastgestelde gecalculeerde rente over het eigen vermogen
                                en voorzieningen en de te betalen of te ontvangen rente van
                                aangegane of uitgezette kortlopende geldleningen. </al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Prijzen economische activiteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de levering van goederen, diensten of werken aan
                                overheidsbedrijven en derden en met welke bijbehorende activiteiten
                                de gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt, wordt
                                tenminste de geraamde integrale kostprijs in rekening gebracht. Bij
                                afwijking doet het college vooraf voor elk van deze activiteiten
                                afzonderlijk een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek
                                belang van de activiteit wordt gemotiveerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het verstrekken van leningen of garanties aan overheidsbedrijven
                                en derden brengt de gemeente de geraamde integrale kosten in
                                rekening. Bij afwijking doet het college vooraf een voorstel voor
                                een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de lening of
                                garantie wordt gemotiveerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij het verstrekken van kapitaal door de gemeente aan
                                overheidsbedrijven en derden gaat het college uit van een vergoeding
                                van tenminste de geraamde integrale kosten van de verstrekte
                                middelen. Bij afwijking doet het college vooraf een voorstel voor
                                een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de
                                kapitaalverstrekking wordt gemotiveerd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Raadbesluiten met de motivering van het publiekbelang als bedoeld in
                                de vorige leden zijn niet nodig als sprake is van:</al><lijst><li nr="a."><al>leveringen van goederen, diensten of werken en het
                                        verstrekken van leningen, garanties en kapitaal aan andere
                                        overheden voor zover deze leveringen en verstrekkingen zijn
                                        bedoeld voor de uitoefening van de publieke taak door die
                                        andere overheid;</al></li><li nr="b."><al>een bevoordeling van activiteiten in het kader van een bij
                                        wet opgedragen publiekrechtelijke taak;</al></li><li nr="c."><al>een bevoordeling van activiteiten in het kader van een
                                        toegekend bijzonder of uitsluitend recht waarvoor
                                        prijsvoorschriften gelden;</al></li><li nr="d."><al>een bevoordeling van sociale werkplaatsen;</al></li><li nr="e."><al>een bevoordeling van onderwijsinstellingen;</al></li><li nr="f."><al>een bevoordeling van publieke media-instellingen; en</al></li><li nr="g."><al>een bevoordeling die valt onder de reikwijdte van de
                                        staatssteunregels van het Werkingsverdrag van de Europese
                                        Unie en daarmee verenigbaar is.</al></li></lijst><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Financieringsfunctie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt bij de uitoefening van de financieringsfunctie
                                zorg voor</al><lijst><li nr="a."><al>het aantrekken van voldoende financiële middelen en het
                                        uitzetten van overtollige gelden om de programma’s binnen de
                                        door de raad vastgestelde kaders van de begroting uit te
                                        kunnen voeren;</al></li><li nr="b."><al>het beheersen van de risico’s verbonden aan de
                                        financieringsfunctie zoals renterisico’s, koersrisico’s,
                                        kredietrisico’s en liquiditeitsrisico’s;</al></li><li nr="c."><al>het zo veel mogelijk beperken van de kosten van de leningen
                                        en het bereiken van een voldoende rendement op de
                                        uitzettingen;</al></li><li nr="d."><al>het beperken van de interne verwerkingskosten en externe
                                        kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële
                                        posities.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college neemt bij de uitvoering van de financieringsfunctie de
                                volgende richtlijnen in acht:</al><lijst><li nr="a."><al>het uitzetten van overtollige geldmiddelen via
                                        schatkistbankieren;</al></li><li nr="b."><al>voor het aantrekken van financieringen voor langer dan 1
                                        jaar worden indien mogelijk tenminste 2 prijsopgaven bij
                                        verschillende financiële instellingen gevraagd;</al></li><li nr="c."><al>overeenkomsten voor het aangaan van leningen, het uitzetten
                                        van middelen of het verlenen van garanties luiden in
                                        euro.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Verstrekken van leningen en garanties en het aangaan van financiële
                                participaties anders dan genoemd in het tweede lid worden
                                uitsluitend gedaan uit hoofde van de publieke taak. Bij het
                                uitzetten van middelen, het verstrekken van garanties en het aangaan
                                van financiële participaties uit hoofde van de publieke taak bedingt
                                het college indien mogelijk zekerheden. Het college motiveert in
                                zijn besluit het openbaar belang van dergelijke uitzettingen van
                                middelen, verstrekkingen van garanties en financiële
                                participaties.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college stelt regels op ter uitvoering van het gestelde onder
                                het eerste tot en met derde lid en legt deze regels alsmede de
                                regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingrelaties en de
                                bijbehorende informatievoorziening vast in een treasurystatuut. Het
                                college zendt in geval van wijziging van het bestaande
                                treasurystatuut deze ter kennisgeving aan de raad.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college informeert de raad ook ingeval van de bij artikel 7
                                genoemde tussenrapportages voor zover het bijzonderheden betreft in
                                de financiële functie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Registratie bezittingen, activa en vermogen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt zorgt voor een actuele registratie van
                                bezittingen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college draagt er zorg voor, dat de registratie en de
                                ontwikkeling van de bezittingen en het vermogen van de gemeente
                                systematisch worden gecontroleerd, met dien verstande dat de
                                waardepapieren, de voorraden, de uitstaande leningen, de
                                (debiteuren-)vorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen leningen en
                                de (crediteuren-)schulden jaarlijks worden gecontroleerd. Geen
                                registratie wordt opgezet voor die zaken waarvan de hieraan
                                verbonden inspanning/inzet niet meer in een redelijke verhouding
                                staat tot het beoogde doel.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij afwijkingen in de registratie van bezittingen neemt het college
                                maatregelen voor herstel van de tekortkomingen. De resultaten van de
                                controle en eventuele plannen van verbetering worden ter
                                kennisgeving aan de raad aangeboden.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr>3.</nr><titel>Paragrafen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Lokale heffingen</titel></kop><al>In de paragraaf lokalen heffingen bij de begroting en de jaarstukken
                            neemt het college naast de verplichte onderdelen op grond van de BBV in
                            ieder geval op:</al><lijst><li nr="1."><al>de samenstelling van het pakket aan gemeentelijke belastingen en
                                    heffingen; de verdeling van de druk van de belastingen over de
                                    diverse bevolkings-groepen en belanghebbenden; de
                                    kostendekkendheid van de heffingen; de druk van de lokale
                                    belastingen en heffingen; het kwijtscheldingsbeleid en het
                                    tarievenbeleid.</al></li><li nr="2."><al>een actueel overzicht van de tarieven, heffingen, prijzen en
                                    kosten per verstrekte dienst.</al></li><li nr="3."><al>per verordening de actueel geraamde hoeveelheden per door de
                                    gemeente verstrekte dienst, waarover de tarieven, heffingen en
                                    prijzen in rekening worden gebracht en per verordening het
                                    totaal van de geraamde kosten van de erin genoemde door de
                                    gemeente verstrekte diensten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Weerstandsvermogen en risicomanagement</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college geeft aan in de paragraaf weerstandsvermogen van de
                                begroting en van de jaarstukken de risico’s van materieel belang en
                                een inschatting van de kans dat deze risico’s zich voordoen. Het
                                college brengt hierbij in elk geval de risico’s in beeld en
                                actualiseert de risico’s.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college geeft aan in de paragraaf weerstandsvermogen van de
                                begroting en van de jaarstukken de weerstandscapaciteit en in
                                hoeverre schade en verliezen als gevolg van de risico’s van
                                materieel belang met het weerstandsvermogen kunnen worden
                                opgevangen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Onderhoud kapitaalgoederen</titel></kop><al>Het college stelt beheersplannen op voor:</al><al/><lijst><li nr="–"><al>openbaar groen</al></li><li nr="–"><al>waterwerken</al></li><li nr="–"><al>wegen</al></li><li nr="–"><al>riolering</al></li><li nr="–"><al>openbare verlichting c.q. straatmeubilair</al></li><li nr="–"><al>gemeentelijke gebouwen</al></li><li nr="–"><al>begraafplaatsen</al></li><li nr="–"><al>speelvoorzieningen</al></li></lijst><al/><al>en evalueert periodiek de noodzaak van bijstelling daarvan en legt de
                            uitkomst van de evaluatie dan wel het bijgestelde beheerplan voor aan de
                            Raad. De beheerplannen geven het kader weer voor het beoogde
                            onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud en de kosten van het
                            onderhoud.</al><al>De raad stelt de beheerplannen vast binnen twee maanden nadat deze zijn
                            aangeboden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Financiering</titel></kop><al>Bij de begroting en de jaarstukken doet het college in de paragraaf
                            financiering in ieder geval verslag van de kasgeldlimiet en de
                            renterisico norm.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Bedrijfsvoering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de paragraaf bedrijfsvoering bij de begroting en de jaarstukken
                                wordt ingegaan op tijdelijke en/of actuele onderwerpen die de
                                aandacht behoeven, waarbij de aandacht uit gaat naar de voor de
                                bedrijfsvoering van belang zijnde onderwerpen, zoals bijvoorbeeld
                                kosten inhuur derden, huisvesting, automatisering, ontwikkeling
                                loonkosten en personeelsbestand etc.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college rapporteert in de bedrijfsvoeringparagraaf van de
                                begroting en jaarstukken over de voortgang van de onderzoeken naar
                                de doelmatigheid en doeltreffendheid, bedoeld in artikel 213a
                                Gemeentewet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Verbonden partijen</titel></kop><al>In de paragraaf verbonden partijen bij de begroting en de jaarstukken
                            neemt het college in ieder geval de verplichte onderdelen op grond van
                            het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) op.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Grondbeleid</titel></kop><al>In de paragraaf grondbeleid bij de begroting en de jaarstukken neemt het
                            college in ieder geval de verplichte onderdelen op grond van het Besluit
                            Begroting en Verantwoording (BBV) op. Daarnaast wordt de raad
                            geïnformeerd over het verloop van de grondvoorraad en de te ontwikkelen
                            en in ontwikkeling genomen projecten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Verstrekking subsidies</titel></kop><al>Het College stelt een plan verstrekking gemeentelijke subsidies op en
                            evalueert tenminste eenmaal per vier jaar de noodzaak van bijstelling
                            daarvan en legt de uitkomst van de evaluatie dan wel de bijgestelde plan
                            aan de Raad voor. Het plan bevat het kader voor de verstrekking van
                            gemeentelijke subsidies en een overzicht van de toegekende gemeentelijke
                            subsidies.</al><al>1.De raad stelt het plan vast voor aanvang van het begrotingsjaar.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr>4.</nr><titel>Financiële organisatie en administratie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Administratie</titel></kop><al>De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval
                            dienstbaar is voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de
                                    gemeente als geheel en in de diensten;</al></li><li nr="b."><al>het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang
                                    van activa met economisch nut, activa met maatschappelijk nut,
                                    voorraden, vorderingen en schulden, enzovoorts;</al></li><li nr="c."><al>het verschaffen van informatie aan de budgethouders en voor het
                                    maken van kostencalculaties;</al></li><li nr="d."><al>het bevorderen van de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de
                                    doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de
                                    gestelde beleidsdoelen, de begroting en ter zake geldende wet-
                                    en regelgeving;</al></li><li nr="e."><al>het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de
                                    doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in
                                    relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en ter zake
                                    geldende wet- en regelgeving;</al></li><li nr="f."><al>de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van
                                    de daaraan ontleende informatie alsmede voor de controle op de
                                    rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het
                                    gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr><titel>Financiële administratie</titel></kop><al>Het college draagt er zorg voor dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de inrichting en de werking van de financiële administratie
                                    voldoet aan het Besluit begroting en verantwoording provincies
                                    en gemeenten en andere relevante wet- en regelgeving.</al></li><li nr="b."><al>de vereiste informatie verstrekt wordt aan het rijk, de
                                    provincie en de Europese Unie, alsmede aan andere instellingen
                                    die specifieke verantwoordingsverplichtingen opleggen aan
                                    gemeenten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28.</nr><titel>Financiële organisatie</titel></kop><al>Het college draagt de zorg voor en legt vast:</al><lijst><li nr="a."><al>een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een
                                    eenduidig toewijzing van de gemeentelijke taken aan de
                                    afdelingen;</al></li><li nr="b."><al>een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden,
                                    verantwoordelijkheden, zodat aan de eisen van interne controle
                                    wordt voldaan en de betrouwbaarheid van de verstrekte informatie
                                    aan beleids- en beheersorganen is gewaarborgd;</al></li><li nr="c."><al>de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van
                                    verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en
                                    investeringskredieten;</al></li><li nr="d."><al>in het organisatiejaarplan de te maken afspraken met de
                                    gemeentesecretaris over de te leveren prestaties, de daarvoor
                                    beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage
                                    over de voorgang van de activiteiten en de uitputting van
                                    middelen;</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29.</nr><titel>Aanbesteding en inkoop</titel></kop><al>Het college draagt zorg voor en legt (in een besluit) vast de interne
                            regels (protocol) voor de inkoop en aanbesteding van werken en diensten.
                            De regels waarborgen dat wordt gehandeld in overeenstemming met de
                            nationale- en europese wet- en regelgeving.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr>5.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking de dag na bekendmaking, met dien
                            verstande dat de begroting, meerjarenraming, de jaarstukken, de
                            uitvoeringsinformatie en de informatie voor derden en de daarbij
                            behorende toelichtingen met ingang van het begrotingsjaar 2016 voldoen
                            aan de bepalingen van deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald onder de naam ‘Verordening
                            begroting en verantwoording van de gemeente Wijdemeren’.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de vergadering van</al></slotformulering><gegeven><dagtekening><datum isodatum="2015-10-29">29 oktober 2015;</datum></dagtekening></gegeven><ondertekening><functie>de griffier,</functie><naam><voornaam>G.J.</voornaam><achternaam> Schutte-van der Schans</achternaam></naam></ondertekening><ondertekening><functie>de voorzitter</functie><naam><voornaam>M.E. </voornaam><achternaam>Smit</achternaam></naam></ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><tussenkop>Artikel 2. Programma-indeling</tussenkop><al>Dit artikel bevat bepalingen over de inrichting van de begroting en de
                    jaarstukken. De indeling van de programma’s worden bij aanvang van iedere
                    raadsperiode door de raad vastgesteld. Het BBV bepaalt in aanvulling hierop dat
                    het college de producten aan de programma’s toewijst.</al><al>Op grond van artikel 189 Gemeentewet berust het budgetrecht bij de raad. De raad
                    neemt uiteindelijk de beslissing welke bedragen zij voor taken en activiteiten
                    op de begroting beschikbaar stelt. Gedurende het begrotingsjaar kan de raad op
                    grond van artikel 192 Gemeentewet besluiten nemen tot wijziging van de
                    begroting. De gemeente kan slechts uitgaven doen voor de bedragen die hiervoor
                    op de begroting zijn gebracht (derde lid artikel 189 Gemeentewet).</al><al>De raad kan kiezen op welk niveau hij budgetten beschikbaar stelt. Er is voor
                    gekozen een budget voor een samenstel van activiteiten beschikbaar te stellen.
                    Op grond van het vierde lid van artikel 8 BBV kan een gemeente of provincie de
                    baten en lasten van een programma onderverdelen in baten en lasten voor
                    prioriteiten. (In sommige gemeenten wordt voor het begrip prioriteit ook wel de
                    benaming deelprogramma gehanteerd.) De raad kan in afwijking van het bepaalde in
                    deze verordening er ook voor kiezen de budgetten per programma te
                    autoriseren.</al><al>Het derde lid van artikel 2 van de financiële verordening bepaalt dat op
                    voorstel van het college de raad niet-financiële indicatoren per programma
                    vaststelt. Het is het zogenaamde SMART maken van de begroting. Het derde lid van
                    artikel 8 BBV stelt namelijk dat per programma wordt aangegeven wat de
                    doelstelling – in het bijzonder de beoogde maatschappelijke effecten – is en hoe
                    er naar wordt gestreefd deze effecten te bereiken.</al><al>Overigens bepaalt dit artikel niet dat elke nieuwe raadsperiode de gehele
                    begroting en jaarstukken moeten worden herzien. In de meeste gevallen is dat
                    niet raadzaam. Als de indeling en gebruikte indicatoren de vorige raadsperiode
                    goed zijn bevallen, kunnen deze ongewijzigd opnieuw worden vastgesteld. In
                    andere gevallen zijn (kleine) bijstellingen of wijzigingen meestal
                    voldoende.</al><al>Het BBV schrijft een aantal verplichte paragrafen voor. In een paragraaf wordt
                    de raad integraal over een bepaald thema dat dwars door de begroting loopt,
                    geïnformeerd. Het vierde lid van artikel 2 van de financiële verordening bepaalt
                    dat de raad bij aanvang een nieuwe raadsperiode kan aangeven welke paragrafen
                    hij nog meer wenst. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een paragraaf
                    subsidies of een paragraaf duurzaamheid.</al><al/><tussenkop>Artikel 3. Inrichting begroting en jaarstukken</tussenkop><al>In dit artikel zijn aanvullend op het BBV bepalingen opgenomen voor de
                    inrichting van de begroting.</al><al/><tussenkop>Artikel 4. Kaders begroting</tussenkop><al>Artikel 4 van de financiële verordening biedt de kaders voor het opstellen van
                    de begroting en de meerjarenraming. Hierin staan een aantal uitgangspunten die
                    het college bij het opstellen van deze stukken in acht moet nemen. Dit in
                    aanvulling op de bepalingen van de artikelen 189 en 193 Gemeentewet en het
                    BBV.</al><al>Het eerste lid van het artikel bepaalt dat de gemeenteraad vooraf aan het
                    opstellen van de begroting een nota vaststelt waarin de hoofdlijnen voor het
                    beleid en de financiële kaders voor de komende jaren zijn vastgelegd. De kaders
                    geven richting aan het college voor het opstellen van de begroting en de
                    meerjarenraming. Deze systematiek wordt in veel gemeenten toegepast en deze nota
                    draagt vaak de naam kadernota of voorjaarsnota.</al><al/><tussenkop>Artikel 6. Interne controle</tussenkop><al>De accountant toetst jaarlijks of de gemeenterekening een getrouw beeld geeft
                    van de gemeentelijke financiën en of de (financiële) beheershandelingen die
                    eraan ten grondslag liggen rechtmatig zijn verlopen. Artikel 6 draagt het
                    college op maatregelen te treffen opdat gedurende het jaar of vooraf aan de
                    accountantscontrole de gemeente zelf nagaat of de cijfers in de administraties
                    een getrouw beeld geven en of de financiële beheershandelingen die aan de baten,
                    de lasten en de balansmutaties ten grondslag liggen rechtmatig (zijn)
                    verlopen.</al><al/><tussenkop>Artikel 7. Tussentijdse rapportage</tussenkop><al>Een belangrijk onderdeel van de planning- en controlcyclus voor de raad zijn de
                    tussenrapportages. Op basis van tussenrapportages wordt de raad geïnformeerd
                    over de uitputting van budgetten en investeringskredieten en de voortgang van de
                    uitvoering van het beleid. Er is gekozen voor twee tussenrapportages nl. een
                    Voorjaarsrapportage en een Najaarsrapportage.</al><al>Het vierde lid bevat bepalingen over de minimale inhoud van de rapportage.</al><al/><tussenkop>Artikel 9. EMU-saldo</tussenkop><al>Voor gemeenten is in de Wet houdbare overheidsfinanciën vastgelegd dat ze
                    aandeel hebben in plafond voor het totale EMU-tekort van Nederland. Wordt dit
                    gemeentelijk aandeel in het EMU-tekort door de gezamenlijke gemeenten
                    overschreden dan kan dat tot een correctieve maatregel van het Rijk leiden of
                    tot een boete uit Europa die naar gemeenten wordt doorvertaald. Maar het kan ook
                    zijn dat de overschrijding niet erg is.</al><al>Gemeenten krijgen in het voorjaar van het Rijk bericht of het gemeentelijk
                    aandeel in het nationale toegestane EMU-tekort met de lopende begroting dreigt
                    te worden overschreden. Ook wordt dan duidelijk of daarop actie van gemeenten is
                    gewenst. Pas als dit laatste het geval is, moeten gemeenten met een individueel
                    EMU-saldo hoger dan gemeentelijke EMU-referentiewaarde hun begroting neerwaarts
                    bijstellen om de overschrijding van het collectieve aandeel ongedaan te
                    maken.</al><al>In het artikel is opgenomen dat het college de raad informeert bij een
                    overschrijding van het toegestane EMU-tekort voor alle gemeenten. Als daarop
                    actie nodig is van de gemeente, doet het college een voorstel voor het wijzigen
                    van de begroting.</al><al/><tussenkop>Artikel 11. Waardering &amp; afschrijving vaste activa</tussenkop><al>In het tweede lid, onder a, van artikel 212 Gemeentewet is opgenomen dat de
                    financiële verordening in elk geval de regels voor waardering en afschrijving
                    van activa bevat. Hieraan is in artikel 11 invulling gegeven. Voor de bepalingen
                    over afschrijvingsmethodieken en afschrijvingstermijnen van de materiële vaste
                    activa wordt in de verordening verwezen naar de nota waardering en afschrijving
                    vaste activa. In de nota zijn naast de methodiek de afschrijvingstermijnen voor
                    de verschillende categorieën materiele vaste activa met economisch en
                    maatschappelijk nut opgenomen. Deze vorm sluit aan bij de voorheen gebruikelijke
                    werkwijze in sommige gemeenten om de afschrijvingstermijnen in een apart
                    document vast te leggen. Optioneel is het stellen van een maximale
                    afschrijvingstermijn. Van een maximale afschrijvingstermijn kan naar beneden
                    worden afgeweken. Reden hiervoor is dat de economische levensduur van
                    bijvoorbeeld nieuwe riolering langer is dan die van oude riolering. Door het
                    opnemen van de maximale afschrijvingstermijn kan voor oude riolering een korte
                    afschrijvingstermijn worden toegepast zonder hiervoor in de verordening een
                    aparte bepaling op te nemen.</al><al>Het BBV laat een aanzienlijke beleidsvrijheid aan gemeenten voor het zelf
                    vaststellen van de eigen afschrijvingsmethodieken en afschrijvingstermijnen.
                    Natuurlijk geldt hierbij wel het criterium dat gemeenten de
                    afschrijvingsmethodiek en afschrijvingstermijn van een actief moeten afstemmen
                    op de verwachte levensduur. Indien dit wordt nagelaten, wordt het getrouwe beeld
                    van de jaarrekening aangetast. In de verordening is er voor gekozen activa met
                    maatschappelijk nut te activeren in plaats van deze meteen ten laste van de
                    exploitatie te brengen.</al><al/><tussenkop>Artikel 12. Voorziening voor oninbare vorderingen</tussenkop><al>Voor de oninbaarheid van vorderingen moet een gemeente een voorziening vormen.
                    Bij het artikel is onderscheid gemaakt tussen gemeentelijke aanslagen en
                    heffingen die het karakter hebben van bulkfacturen en overige vorderingen.</al><al>Vorderingen worden individueel beoordeeld op oninbaarheid.</al><al>Op zich zijn de bepalingen van artikel 12 niet noodzakelijk. De accountant
                    controleert bij zijn controle van het getrouwe beeld van de jaarrekening sowieso
                    de hoogte van deze voorziening. Hij zal indien over de waarderingsgrondslagen
                    geen afspraken bestaan, mogelijk aandringen op het hanteren van een methodiek
                    voor het onderbouwen van de hoogte van deze voorziening.</al><al/><tussenkop>Artikel 13. Reserves en voorzieningen</tussenkop><al>Het eerste lid bepaalt dat het college eens in een nader aantal te bepalen jaar
                    een nota over de reserves en voorzieningen aan de raad aanbiedt. Met het
                    vaststellen van deze nota stelt de raad de kaders vast voor de vorming van
                    reserves en voorzieningen.</al><al>Voor een investeringsvoornemen kan de raad een bestemmingsreserve vormen.
                    Hiermee wordt op de balans van de gemeente tot uitdrukking gebracht dat een
                    toekomstige investering een beslag op het eigen vermogen gaat leggen.</al><al>Investeringsvoornemens leiden niet altijd tot investeringen. Er bestaat het
                    gevaar dat bestemmingsreserves op de balans blijven staan waar tegenover in het
                    geheel geen investeringsvoornemen meer bestaan. Door bij het instellen van een
                    bestemmingsreserve een maximale ‘houdbaarheidsdatum’ voor de reserve op te nemen
                    kan dit worden voorkomen. Hiervoor moet wel in de verordening de bepaling worden
                    opgenomen dat bestemmingsreserves die de houdbaarheidsdatum hebben overschreden,
                    vervallen en weer aan de algemene reserve worden toegevoegd.</al><al/><tussenkop>Artikel 14. Kostprijsberekening</tussenkop><al>Artikel 212 Gemeentewet bepaalt in het tweede lid, onder b, dat de verordening
                    in ieder geval bevat de grondslagen voor de berekening van de door het
                    gemeentebestuur in rekening te brengen prijzen en tarieven voor rechten en
                    heffingen. De grondslag voor de prijzen en tarieven vormt de opbouw van de
                    kostprijs van de goederen en diensten waarvoor prijzen en heffingen in rekening
                    worden gebracht. In artikel 14 van de verordening staan de kaders voor de
                    bepaling van de kostprijzen van de gemeentelijke diensten die worden geleverd
                    aan derden. Het eerste lid van het artikel bepaalt dat de kostprijs bestaat uit
                    de directe kosten en de indirecte kosten die direct met de dienst samenhangen.
                    Het tweede lid bepaalt dat bij de rioolheffing en afvalstoffenheffing onder de
                    kosten ook worden verstaan bijdragen aan voorzieningen, de compensabele
                    BTW.</al><al/><tussenkop>Artikel 15. Prijzen economische activiteiten</tussenkop><al>Als een gemeente goederen, diensten of werken levert aan overheidsbedrijven of
                    derden dan mag zij deze activiteiten niet bevoordelen als het economische
                    activiteiten betreft. Economische activiteiten zijn hier activiteiten waarmee de
                    gemeenten in concurrentie met ander ondernemingen treedt. Het
                    bevoordelingsverbod houdt feitelijk in dat tenminste een integrale kostprijs
                    voor de levering van goederen, diensten werken en het verstrekken van leningen
                    garanties en kapitaal in rekening moet worden gebracht.</al><al>Van deze verplichting kan worden afgeweken als de activiteiten worden ontplooid
                    in het kader van het publiek belang. Daarvoor is wel nodig dat in een
                    raadbesluit het publiek belang van de activiteit wordt gemotiveerd. Het
                    raadbesluit moet worden aangemerkt als een concretiserend besluit van algemene
                    strekking. Het besluit moet worden bekend gemaakt in een van overheidswege
                    uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad en moet open staan
                    voor bezwaar en beroep. Belanghebbenden kunnen dan binnen uiterlijk zes weken na
                    bekendmaking van het besluit een bezwaarschrift indienen bij de gemeente
                    (Artikel 6:7 Algemene wet bestuursrecht). De gemeente moet binnen zes weken een
                    besluit nemen over het bezwaarschrift of – indien een commissie als bedoeld in
                    artikel 7:13 Algemene wet bestuursrecht is ingesteld – binnen twaalf weken,
                    gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het
                    bezwaarschrift is verstreken. Bij afwijzing van de bezwaren kan de
                    belanghebbende beroep instellen bij de bestuursrechter.</al><al>Voor het verplicht in rekening brengen van minimaal een integrale kostprijs voor
                    de levering van goederen, werken en diensten of voor het verstrekken van
                    leningen, garanties en kapitaal gelden een aantal uitzonderingen. Deze
                    uitzonderingen worden in het vierde lid opgesomd.</al><al/><tussenkop>Artikel 16. Financieringsfunctie</tussenkop><al>Artikel 212 Gemeentewet bevat de bepaling dat de financiële verordening in elk
                    geval regels voor de algemene doelstelling en de te hanteren richtlijnen en
                    limieten van de financieringsfunctie bevat. Artikel 16 geeft invulling aan deze
                    plicht. Het artikel bevat kaders voor het financieringsbeleid. De kaders voor de
                    financiële organisatie van de financieringsfunctie staan in artikel 28.</al><al>In aanvulling op de regels uit de wet Financiering decentrale overheden en
                    daaruit volgende besluiten en regelingen stelt het eerste lid een aantal
                    aanvullende kaders. Zo mag geen gebruik worden gemaakt van financiële derivaten.
                    Als in een gemeente wel gebruik mag worden gemaakt van financiële derivaten, dan
                    moet deze bepaling uit de verordening worden weggelaten.</al><al>Het vijfde lid bepaalt dat het college de raad informeert als de kasgeldlimiet
                    of de renterisiconorm dreigt te worden overschreden. Artikel 4 respectievelijk 6
                    van de Wet financiering decentrale overheden (hierna: Wet Fido) geeft aan dat de
                    toezichthouder (provincie) wordt geïnformeerd als de gemeente voor het derde
                    achtereenvolgende kwartaal de kasgeldlimiet respectievelijk renterisiconorm
                    overschrijdt en dat de gemeente aan de toezichthouder een plan voorlegt om weer
                    binnen deze limiet te komen. Dit plan dient door de provincie goed gekeurd te
                    worden. Indien hier niet aan wordt voldaan, kan de toezichthouder correctieve
                    maatregelen treffen.</al><al>Gemeenten mogen alleen leningen en garanties verstrekkenen en financiële
                    participaties aangaan voor het behartigen van een publiek belang (artikel 2 Wet
                    Fido). Daarbij bepaalt het tweede lid van artikel</al><al>160 Gemeentewet dat een besluit tot de oprichting van en de deelneming in
                    stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en
                    onderlinge waarborgmaatschappijen niet eerder wordt genomen dan nadat de raad
                    een ontwerpbesluit is toegezonden en hij zijn wensen en bedenkingen ter kennis
                    van het college heeft kunnen brengen.</al><al>Het derde lid draagt het college op bij het verstrekken van leningen, garanties
                    en kapitaal zo mogelijk zekerheden te bedingen om zo het financiële risico
                    waaraan de gemeente bloot komt te staan te verminderen. Dit is zeker als het om
                    grote bedragen gaat, iets om op te letten. Als instellingen bij een gemeente
                    aankloppen voor een lening of garantiestelling dan hebben de banken er in de
                    regel niet al te veel vertrouwen meer in.</al><al/><tussenkop>Paragrafen</tussenkop><al>Het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten geeft in de
                    artikelen 18 tot en met 23 aan wat er in de paragrafen lokale heffingen,
                    weerstandsvermogen en risicobeheersing, onderhoud kapitaalgoederen,
                    financiering, bedrijfsvoering, verbonden partijen en grondbeleid ten minste moet
                    staan. In de financiële verordening kan de raad bepalen dat hij ook over
                    aanvullende zaken in de paragrafen wil worden
                    geïnformeerd<cursief>.</cursief></al><al/><tussenkop>Artikel 18. Lokale heffingen</tussenkop><al>In het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten staat in
                    artikel 10 welke informatie de paragraaf lokale heffingen in elk geval moet
                    bevatten. Het kan zijn dat de raad aanvullende wensen heeft voor de informatie
                    in deze paragraaf. Dit model heeft daarom een artikel waarin deze aanvullende
                    informatievraag van de raad kan worden gedefinieerd.</al><al/><tussenkop>Artikel 19. Weerstandsvermogen &amp; risicobeheersing</tussenkop><al>In het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten staat in
                    artikel 11 welke informatie de paragraaf weerstandsvermogen in elk geval moet
                    bevatten. Het kan zijn dat de raad aanvullende wensen heeft. Dit model heeft
                    daarom een artikel waarin deze aanvullende informatievraag van de raad wordt
                    gedefinieerd. Er is opgenomen dat de raad voor het vormen van een oordeel van de
                    weerstandscapaciteit in deze paragraaf ook wordt geïnformeerd over de
                    solvabiliteitsratio, de ontwikkeling van de netto schuld per inwoner, de
                    ontwikkeling van de netto schuldquote, de ontwikkeling van de voorraadquote en
                    de ontwikkeling van de uitleenquote.</al><al>In het tweede lid wordt aangegeven op welke wijze in beeld moet worden gebracht
                    of de weerstandscapaciteit voldoende is. Hiervoor bestaan verschillende
                    methoden.</al><al/><tussenkop>Artikel 20. Onderhoud kapitaalgoederen</tussenkop><al>In het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten staat in
                    artikel 12 welke informatie de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen in elk geval
                    moet bevatten. Het kan zijn dat de raad aanvullende wensen heeft voor de
                    informatie in deze paragraaf. Dit model heeft daarom een artikel waarin deze
                    aanvullende informatievraag van de raad wordt gedefinieerd. Er is opgenomen dat
                    de raad in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen ook wordt geïnformeerd over
                    de voortgang van het geplande onderhoud.</al><al>De navolgende leden bevatten de bepaling dat het college tenminste periodiek de
                    raad onderhoudsplannen aanbiedt over het onderhoud openbare ruimte, het
                    onderhoud riolering en het onderhoud gebouwen. Hiermee kan de raad de kaders
                    voor het toekomstig onderhoudsniveau vaststellen.</al><al/><tussenkop>Artikel 21. Financiering</tussenkop><al>In het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten staat in
                    artikel 13 welke informatie de paragraaf financiering in elk geval moet
                    bevatten. Het kan zijn dat de raad aanvullende wensen heeft voor de informatie
                    in deze paragraaf. Er is opgenomen dat de raad in de paragraaf financiering ook
                    wordt geïnformeerd de kasgeldlimiet en de renterisiconorm.</al><al/><tussenkop>Artikel 22. Bedrijfsvoering</tussenkop><al>In het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten staat in
                    artikel 14 welke informatie de paragraaf bedrijfsvoering in elk geval moet
                    bevatten. Het kan zijn dat de raad aanvullende wensen heeft voor de informatie
                    in deze paragraaf. Dit model heeft daarom een artikel waarin deze aanvullende
                    informatievraag van de raad wordt gedefinieerd. Er is opgenomen dat de raad in
                    de paragraaf bedrijfsvoering ook wordt geïnformeerd over de kosten, de opbouw en
                    het verloop van het personeelsbestand, de kosten inhuur derden, de huisvesting
                    en de automatisering.</al><al/><tussenkop>Artikel 23. Verbonden partijen</tussenkop><al>In het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten staat in
                    artikel 15 welke informatie de paragraaf verbonden partijen in elk geval moet
                    bevatten. Het kan zijn dat de raad aanvullende wensen heeft voor de informatie
                    in deze paragraaf.</al><al/><tussenkop>Artikel 24. Grondbeleid</tussenkop><al>In het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten staat in
                    artikel 16 welke informatie de paragraaf grondbeleid in elk geval moet bevatten.
                    Het kan zijn dat de raad aanvullende wensen heeft voor de informatie in deze
                    paragraaf. Er is opgenomen dat de raad in de paragraaf grondbeleid ook wordt
                    geïnformeerd over het verloop van de grondvoorraad en de te ontwikkelen en in
                    ontwikkeling genomen projecten.</al><al/><tussenkop>Artikel 26. Administratie</tussenkop><al>Onder artikel 26 zijn algemene bepalingen opgenomen voor de inrichting van de
                    gemeentelijke administratie. Op hoofdlijnen wordt opgedragen welke gegevens
                    systematisch moeten worden vastgelegd en aan welke eisen deze gegevens en de
                    vastlegging er van moeten voldoen.</al><al/><tussenkop>Artikel 28. Financiële organisatie</tussenkop><al>Artikel 28 geeft de uitgangspunten voor de financiële organisatie en draagt het
                    college op hiervoor zorg te dragen. Het college is op grond van artikel 160
                    Gemeentewet bevoegd regels te stellen over de ambtelijke organisatie. Deze
                    bevoegdheid betreft ook het stellen van regels voor de financiële organisatie,
                    blijkt uit het advies van de Raad van State en het Nader rapport uit 2003 over
                    de wijziging van artikel 212 Gemeentewet.</al><al>Artikel 28 geeft een opsomming op welke terreinen van de financiële organisatie
                    het college beleid en interne regels moet stellen. Om hier invulling aan te
                    geven ligt het voor de hand dat het college een organisatiebesluit en een
                    treasurystatuut vaststelt en dat het college de volmachten en mandaten alsook de
                    kostenverdeelsleutels voor de kostentoerekening vastlegt.</al><al/><tussenkop>Artikel 29. Aanbesteding en inkoop</tussenkop><al>Bij het beleid en interne regels voor de inkoop en aanbesteding kan gedacht
                    worden aan een inkoopreglement en ook aan gemeentelijke inkoopvoorwaarden.</al><al>Bij het beleid en interne regels voor steunverlening en subsidieverstrekking
                    gaat het om procedures die naleving van de Europese staatssteunregels en regels
                    voor diensten van algemeen economisch belang, de Algemene wet bestuursrecht en
                    de gemeentelijke subsidieverordening waarborgen.</al><al>In geval van misbruik en oneigenlijk gebruik gaat het om bijvoorbeeld het
                    treffen van voldoende verificatiemaatregelen vooraf van de antecedenten van een
                    aanvrager van een gemeentelijke subsidie, zodat subsidies wel daadwerkelijk
                    worden verstrekt aan rechthebbenden.</al><al>De uitgangspunten voor de financiële organisatie zijn nodig om voor het
                    financieel beheer en beleid aan de eisen voor rechtmatigheid, controle en
                    verantwoording te voldoen. Ze creëren de randvoorwaarden waarop de interne
                    controle en de accountantscontrole kan steunen bij het onderzoek naar de
                    rechtmatigheid van de beheershandelingen en getrouwheid van de
                    jaarrekening.</al><al/><tussenkop>Artikel 30. Inwerkingtreding en citeertitel</tussenkop><al>Het verdient de voorkeur de nieuwe verordening in werking te laten treden op een
                    datum voor het vaststellen van de voorjaarsnota en anders voor het vaststellen
                    van de begroting van het jaar t 1. Anders moet artikel 27 worden uitgebreid met
                    een bepaling die voorziet in terugwerkende kracht, zodat de bepalingen uit de
                    nieuwe verordening ook gelden voor de begroting voor het jaar t 1.</al><al/><tussenkop>Vaststelling</tussenkop><al>Uitgaande stukken van de raad moeten door de burgemeester worden ondertekend
                    (eerste lid artikel 75 Gemeentewet). De griffier moet de uitgaande stukken van
                    de raad medeondertekenen (artikel 107 c Gemeentewet).</al><al>Binnen twee weken na vaststelling door de raad moet het college de verordening
                    aan gedeputeerde staten zenden (artikel 214 Gemeentewet). Gedeputeerde staten
                    kunnen te allen tijde een onderzoek instellen naar het beheer en de inrichting
                    van de financiële organisatie en de verordening ex artikel 212 Gemeentewet
                    (artikel 215 Gemeentewet).</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>