<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>382728_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Huisvestingsverordening Terschelling 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Terschelling</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-11-27</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">de Terschellinger</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Huisvestingsverordening Terschelling 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Huisvestingswet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-06-23</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-11-27</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2015-06-26</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-12-30</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2015/Huisvestingsverordening</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Huisvestingsverordening Terschelling 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Terschelling;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Terschelling d.d. 9
                        juni 2015</al><al>gelet op de artikelen 4, eerste lid, aanhef en onder a en b, 5, 7, 9 tot en
                        met 11, 14, 17, 20 tot en met 21, 24 en 35 van de Huisvestingswet 2014; </al><al>gezien het advies van de raadscommissie d.d. 2 juni 2015 ;</al><al>besluit vast te stellen de <vet>Huisvestingsverordening Terschelling
                            2015</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="-"><al><cursief>actief woningzoekende</cursief>: een woningzoekende die
                                    in de 3 kalenderjaren voorafgaand aan de woningtoewijzing in elk
                                    kalenderjaar op minimaal 3 in dat kalenderjaar door de
                                    woningcorporatie te huur aangeboden woningen heeft
                                    gereageerd.</al></li><li nr="-"><al><cursief>bedrijfsmatige exploitatie</cursief>: de eigenaar
                                    verhuurt of verkoopt drie of meer woonruimten of houdt zich
                                    beroepsmatig bezig met huisvesting of de exploitatie van
                                    onroerend goed. Bedrijven die woonruimte bieden aan eigen
                                    personeel vallen hier tevens onder. Onttrekking van woonruimte
                                    is bedrijfsmatig indien dit vanuit commercieel oogpunt
                                    plaatsvindt. Samenvoeging van woonruimte is bedrijfsmatig, als
                                    de eigenaar zich beroepsmatig bezig houdt met huisvesting of
                                    exploitatie van onroerend goed.</al></li><li nr="-"><al><cursief>bedrijfswoning</cursief>: een woning in of bij een
                                    gebouw of op of bij een terrein, slechts bedoeld voor (het
                                    huishouden van) een persoon wiens huisvesting daar gelet op de
                                    bestemming of het toegelaten gebruik van het gebouw of terrein,
                                    noodzakelijk is;</al></li><li nr="-"><al><cursief>eigenaar</cursief>: (voor zover niet anders is bepaald)
                                    degene die bevoegd is tot het in gebruik geven van de
                                    woonruimte. Naast de eigenaar in de zin van het Burgerlijk
                                    Wetboek wordt hieronder mede verstaan de erfpachter, de
                                    vruchtgebruiker, de gerechtigde tot een appartementsrecht of
                                    degene die door een rechtspersoon het gebruiksrecht van een
                                    woonruimte is verleend;</al></li><li nr="-"><al><cursief>huishouden</cursief>: een alleenstaande, dan wel twee
                                    of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding
                                    voeren of willen gaan voeren;</al></li><li nr="-"><al><cursief>ingezetene</cursief>: degene die in de basisregistratie
                                    personen van de gemeente Terschelling is opgenomen en feitelijk
                                    in de gemeente Terschelling zijn hoofdverblijf heeft in een voor
                                    permanente bewoning aangewezen
                                    woonruimte<cursief>;</cursief></al></li><li nr="-"><al><cursief>inwoning</cursief>: bewoning van een woonruimte die
                                    onderdeel uitmaakt van een woonruimte die door een ander
                                    huishouden in gebruik is genomen<cursief>;</cursief></al></li><li nr="-"><al><cursief>mantelzorg</cursief>: hulp als bedoeld in artikel 1.1.1
                                    van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;</al></li><li nr="-"><al><cursief>onzelfstandige woonruimte</cursief>: woonruimte, niet
                                    zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, welke geen eigen
                                    toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden
                                    bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke
                                    voorzieningen buiten die woonruimte, waarbij als wezenlijke
                                    voorzieningen worden aangemerkt: keuken en
                                        toilet<cursief>;</cursief></al></li><li nr="-"><al><cursief>permanente bewoning</cursief>: het gebruiken van
                                    woonruimte als hoofdverblijf zoals bedoeld in de Wet
                                    Basisregistratie Personen. Als criterium voor de vaststelling of
                                    iemand een woonruimte als hoofdverblijf in gebruik heeft, geldt
                                    dat hij of zij op het betreffende adres staat ingeschreven in de
                                    gemeentelijke basisregistratie personen, terwijl tevens uit het
                                    geheel van feiten en omstandigheden blijkt dat het betreffende
                                    adres als zijn of haar hoofdverblijf fungeert;</al></li><li nr="-"><al><cursief>wet</cursief>: Huisvestingswet
                                    2014<cursief>;</cursief></al></li><li nr="-"><al><cursief>woningcorporatie</cursief>: toegelaten instelling als
                                    bedoeld in artikel 70 van de Woningwet die feitelijk werkzaam is
                                    in de gemeente;</al></li><li nr="-"><al><cursief>woningzoekende</cursief>: huishouden dat in het
                                    inschrijfsysteem als bedoeld in artikel 4 is ingeschreven:</al></li><li nr="-"><al><cursief>woonruimte (bestemd of geschikt voor
                                        bewoning)</cursief>: woonruimte die ingevolge het
                                    bestemmingsplan voor permanente bewoning is bestemd.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2.</nr><titel>De huisvestingsvergunning</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De volgende categorieën goedkope woonruimte mogen enkel voor
                                    bewoning in gebruik worden genomen of gegeven als daarvoor een
                                    huisvestingsvergunning is verleend:</al><lijst><li nr="a."><al>woonruimten gelegen in de gemeente Terschelling met een
                                            huurprijs beneden de huurtoeslaggrens als bedoeld in
                                            artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de
                                            huurtoeslag;</al></li><li nr="b."><al>woonruimten gelegen in de gemeente Terschelling met een
                                            koopprijs beneden € 363.000,-. De koopprijs wordt
                                            jaarlijks, voor het eerst in januari 2017, aangepast op
                                            basis van de ontwikkelingen in de Prijsindex bestaande
                                            koopwoningen voor alle woningen in Nederland. De
                                            indexatie vindt plaats op basis van de prijsontwikkeling
                                            over het kalenderjaar 2 jaar voorafgaand aan het jaar
                                            waarin de indexatie plaatsvindt.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het eerste lid is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>woonruimten bestemd voor inwoning;</al></li><li nr="b."><al>woonruimten bedoeld voor studenten van het Maritiem
                                            Instituut Willem Barentsz;</al></li><li nr="c."><al>woonruimten, die naar het oordeel van burgemeester en
                                            wethouders bedoeld zijn voor de huisvesting van
                                            werknemers met een tijdelijk dienstverband; </al></li><li nr="d."><al>onzelfstandige woonruimten</al></li><li nr="e."><al>bedrijfswoningen</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Criteria voor verlening huisvestingsvergunning</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 10, tweede lid, van de wet, komen
                            voor een huisvestigingsvergunning in aanmerking:</al><al>meerderjarige woningzoekenden met een economische of maatschappelijke
                            binding aan de gemeente Terschelling, waarbij geldt dat bij tenminste
                            één van de meerderjarige leden van het huishouden van deze binding
                            sprake moet zijn. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Inschrijfsysteem van woningzoekenden</titel></kop><al>1.Woningcorporaties en marktpartijen beroepsmatig werkzaam in de
                            volkshuisvesting dragen in het kader van deze verordening zorg voor het
                            aanleggen en bijhouden van een inschrijfsysteem van woningzoekenden. 2.
                            Zij stellen regels op over de wijze van inschrijving, registratie van
                            gegevens, opschorting en einde van de inschrijving. 3. De woningzoekende
                            ontvangt een bewijs van inschrijving<vet>.</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Aanvraag, inhoud huisvestingsvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag om een huisvestingsvergunning wordt ingediend door
                                gebruikmaking van een door burgemeester en wethouders vastgesteld
                                    formulier<cursief>.</cursief></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de aanvraag om een huisvestingsvergunning worden de volgende
                                gegevens verstrekt:</al><lijst><li nr="a."><al>naam, contactgegevens, leeftijd, nationaliteit en, indien
                                        van toepassing, de verblijfstitel van de aanvrager;</al></li><li nr="b."><al>omvang van het huishouden dat de nieuwe woonruimte gaat
                                        betrekken;</al></li><li nr="c."><al>bij huurwoningen: adres en huurprijs van de te betrekken
                                        woonruimte, naam en adres van de verhuurder;</al></li><li nr="d."><al>bij koopwoningen: adres en koopprijs van de te betrekken
                                        woonruimte;</al></li><li nr="e."><al>beoogde datum van het betrekken van de woonruimte;</al></li><li nr="f."><al>indien van toepassing, een afschrift van de indicatie voor
                                        een woonruimte met een specifieke voorziening;</al></li><li nr="g."><al>gegevens die de maatschappelijke of economische binding aan
                                        de gemeente Terschelling aantonen</al></li><li nr="h."><al>bij huurwoningen: de huurovereenkomst of de toewijzingsbrief
                                        van de verhuurder;</al></li><li nr="i."><al>bij koopwoningen: de koopovereenkomst of koopakte;</al></li><li nr="j."><al>indien van toepassing, gegevens die aantonen dat voldaan is
                                        aan de vruchteloze aanbieding.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De huisvestingsvergunning vermeldt in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>een aanduiding van de woonruimte waarop de vergunning
                                        betrekking heeft;</al></li><li nr="b."><al>aan wie de vergunning is verleend; c. het aantal personen
                                        dat de woonruimte in gebruik neemt; d. de voorwaarde dat de
                                        vergunninghouder de woonruimte enkel binnen de in de
                                        vergunning genoemde termijn in gebruik kan nemen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders trekken de huisvestingsvergunning in
                                indien de vergunninghouder niet binnen een half jaar na verlening
                                van de vergunning de in de vergunning vermelde woonruimte in gebruik
                                heeft genomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Bekendmaking aanbod van woonruimte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het aanbod van de in artikel 2 aangewezen woonruimte wordt in ieder
                                geval bekendgemaakt door publicatie op een voor iedere
                                woningzoekende kosteloos toegankelijke en daarvoor beoogde
                                internetpagina of door middel van een advertentie in het plaatselijk
                                meest gelezen nieuwsblad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bekendmaking bevat in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>het adres en de huur- of koopprijs van de woonruimte;</al></li><li nr="b."><al>de mededeling dat de woonruimte niet voor bewoning in
                                        gebruik genomen mag worden als daarvoor geen
                                        huisvestingsvergunning is verleend, en</al></li><li nr="c."><al>de criteria en voorrangsregels voor het verlenen van de
                                        benodigde huisvestingsvergunning.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Voorrang bij woonruimte van een bepaalde aard of grootte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Woonruimte kan door de verhuurder aangemerkt worden als:</al><lijst><li nr="a."><al>grote gezinswoning;</al></li><li nr="b."><al>woonruimte met specifieke voorzieningen (bijvoorbeeld
                                        rolstoeltoegankelijke-<vet></vet>of nultredenwoning),</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor woonruimte die
                                is aangemerkt als:</al><lijst><li nr="a."><al>grote gezinswoning wordt voorrang gegeven aan huishoudens
                                        van ten minste vijf personen;</al></li><li nr="b."><al>woonruimte met specifieke voorzieningen (bijvoorbeeld
                                        rolstoeltoegankelijk of nultredenwoning) wordt voorrang
                                        gegeven aan huishoudens met een desbetreffende
                                        indicatie.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Voorrang bij economische of maatschappelijke binding</titel></kop><al>De in artikel 2 aangewezen categorieën woonruimte wordt met voorrang
                            toegewezen aan woningzoekenden die economisch of maatschappelijk
                            gebonden zijn aan de gemeente Terschelling.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Voorrang bij urgentie</titel></kop><al>Vervallen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Verzoek om indeling in een urgentiecategorie</titel></kop><al> Vervallen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Intrekken of wijzigen indeling in een urgentiecategorie</titel></kop><al>Vervallen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Rangorde woningzoekenden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als op grond van de wet of deze verordening meerdere woningzoekenden
                                met voorrang in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning,
                                wordt de rangorde als volgt bepaald:</al><lijst><li nr="a."><al>als eerste komen in aanmerking woningzoekenden als bedoeld
                                        in artikel 8 aan wie ook overeenkomstig artikel 7 voorrang
                                        verleend wordt, waarbij binnen deze categorie voorrang
                                        verleend wordt aan de actief woningzoekende met de langste
                                        inschrijvingsduur;</al></li><li nr="b."><al>als tweede komen in aanmerking overige woningzoekenden aan
                                        wie overeenkomstig artikel 8 voorrang verleend wordt,
                                        waarbij binnen deze categorie voorrang verleend wordt aan de
                                        actief woningzoekende met de langste inschrijvingsduur
                                        en</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de gevallen waarin het eerste lid niet voorziet, stellen
                                verhuurders in overleg met de gemeente nadere rangorderegels op om
                                tot een rechtvaardige verdeling van woonruimte te komen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Vruchteloze aanbieding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In overeenstemming met artikel 17 van de wet wordt in afwijking
                                    van het in artikel 12 bepaalde de huisvestingsvergunning
                                    verleend als de woonruimte door de eigenaar overeenkomstig de in
                                    het tweede en derde lid weergegeven procedure gedurende 3
                                    maanden tevergeefs is aangeboden aan de woningzoekenden die
                                    ingevolge artikel 8 voor die woonruimte in aanmerking
                                    komen.</al></li><li nr="2."><al>De eigenaar moet de woonruimte in de in het vorige lid genoemde
                                    termijn ten minste tweemaal overeenkomstig artikel 6 hebben
                                    aangeboden. De eigenaar die een koopwoning aanbiedt via een
                                    makelaar, en de makelaar biedt deze woonruimte aan op een
                                    internetpagina die voldoet aan artikel 6, kan volstaan met
                                    eenmalig plaatsen op internet als de aanbieding continu op deze
                                    internetpagina vindbaar blijft zolang de woning niet is
                                    verkocht.</al></li><li nr="3."><al>De in het eerste lid genoemde termijn begint te lopen op de
                                    datum van de eerste publicatie overeenkomstig artikel 6.</al></li><li nr="4."><al>De eigenaar moet schriftelijk aan burgemeester en wethouders
                                    verslag uitbrengen over het verloop van de aanbiedingsprocedure
                                    en tevens aantonen dat de aanbieding in overeenstemming met het
                                    bij en krachtens de Huisvestingswet 2014 en deze verordening
                                    bepaalde heeft plaatsgevonden.</al></li><li nr="5."><al>Als de eigenaar aan burgemeester en wethouders aannemelijk kan
                                    maken dat hij de woonruimte op andere, gelijkwaardige wijze
                                    vruchteloos heeft aangeboden aan de in het eerste lid genoemde
                                    woningzoekende, wordt eveneens toepassing gegeven aan het in het
                                    eerste lid bepaalde.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3.</nr><titel>Wijzigingen in de woonruimtevoorraad</titel></kop><paragraaf><kop><label>§</label><nr>3.1</nr><titel>Vergunning voor onttrekking, samenvoeging, omzetting of
                                woningvorming</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Woonruimten gelegen in de gemeente Terschelling mogen niet
                                    zonder vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>anders dan ten behoeve van de bewoning of het gebruik als
                                    kantoor of praktijkruimte door de eigenaar geheel of
                                    gedeeltelijk aan de bestemming tot bewoning worden onttrokken;
                                    b. anders dan ten behoeve van de bewoning of het gebruik als
                                    kantoor of praktijkruimte door de eigenaar geheel of
                                    gedeeltelijk met andere woonruimte worden samengevoegd; c. van
                                    zelfstandige in onzelfstandige woonruimte worden omgezet, en d.
                                    worden verbouwd tot twee of meer woonruimten:</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Aanvraag vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 21 van de
                                    wet wordt ingediend door gebruikmaking van een door burgemeester
                                    en wethouders vastgesteld formulier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de aanvraag worden de volgende gegevens verstrekt:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>naam, adres en woonplaats van de eigenaar;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>adres van de woonruimte waarop de aanvraag betrekking
                                    heeft;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de gegevens over de bestaande situatie, welke, voor zover van
                                    toepassing, omvatten de huur- of koopprijs, het aantal kamers,
                                    een bouwkundige plattegrond (schaal 1:100) met vermelding van
                                    functies, een bouwkundige doorsnede met vermelding van
                                    hoogtematen, het woonoppervlak (m²), de woonlaag/woonlagen en
                                    een onderhoudsindicatie betreffende het gebouw en de tot
                                    afzonderlijke woonruimte bestemde gedeelten van het gebouw;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>de gegevens over de beoogde situatie, welke, voor zover van
                                    toepassing, omvatten de huur- of koopprijs, het aantal kamers,
                                    een bouwkundige plattegrond (schaal 1:100) met vermelding van
                                    functies, een bouwkundige doorsnede met vermelding van
                                    hoogtematen of de omgevingsvergunning, het woonoppervlak (m²),
                                    het aantal onzelfstandige woonruimten en het aantal
                                    bewoners.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd met betrekking tot de in
                                    dit artikel bedoelde gegevens nadere regels te stellen of
                                    aanvullende gegevens en bescheiden op te vragen over inhoud,
                                    uitvoering en vorm van indiening.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen bij de beoordeling van
                                    aanvragen als bedoeld in het eerste lid, ten behoeve van de
                                    uitoefening van een bedrijf, advies inwinnen bij de Kamer van
                                    Koophandel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Voorwaarden en voorschriften</titel></kop><al>Aan een vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet kunnen de
                                volgende voorwaarden en voorschriften verbonden worden:</al><al>a.een beperkte geldingsduur van de vergunning, indien de vergunning
                                voorziet in een tijdelijke behoefte, en b. van de vergunning kan
                                slechts gebruik gemaakt worden nadat eventuele overige voor de
                                onttrekking, samenvoeging, omzetting of woningvorming vereiste
                                vergunningen zijn verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>Een vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet kan worden
                                geweigerd als:</al><lijst><li nr="a."><al>naar het oordeel van burgemeester en wethouders het belang
                                        van behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad groter
                                        is dan het met de onttrekking, samenvoeging, omzetting of
                                        woningvorming gediende belang;</al></li><li nr="b."><al>het onder a genoemde belang niet voldoende kan worden
                                        gediend door het stellen van voorwaarden en voorschriften
                                        aan de vergunning, of c. het verlenen van de vergunning kan
                                        leiden tot een onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon-
                                        en leefmilieu in de omgeving van het betreffende pand.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>3.2</nr><titel>Vergunning voor splitsing</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Aanwijzing vergunningplichtige gebouwen</titel></kop><al>Vervallen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Aanvraag vergunning</titel></kop><al>Vervallen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Voorwaarden en voorschriften</titel></kop><al>Vervallen<vet>.</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Bestuurlijke boete</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Overtreding van de verboden, bedoeld in de artikelen 8 of 21 van de
                                wet, of het handelen in strijd met de voorwaarden of voorschriften,
                                bedoeld in artikel 24 van de wet, kan worden beboet met een
                                bestuurlijke boete.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De boete bedraagt:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>€ 400,- voor het in gebruik nemen van woonruimte zonder
                                vergunning</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>€ 3.000,- (en bij herhaling € 5.000,-) voor het in gebruik geven van
                                woonruimte zonder vergunning bij niet bedrijfsmatige
                                exploitatie;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>€ 6.000,- (en bij herhaling € 10.000,-) voor het in gebruik geven
                                van woonruimte zonder vergunning bij bedrijfsmatige
                                exploitatie;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>€ 10.000 (en bij herhaalde overtreding € 18.000,-) voor een huurder
                                die zijn woonruimte zonder huisvestingsvergunning doorverhuurt tegen
                                een hogere huurprijs dan door hemzelf feitelijk wordt betaald.</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>€ 15.000,- (en bij herhaalde overtreding € 20.000,-) voor het zonder
                                vergunning onttrekken van woonruimte aan de bestemming tot bewoning,
                                het samenvoegen van woonruimte, het omzetten van zelfstandige in
                                onzelfstandige woonruimte en voor het handelen in strijd met de
                                voorwaarden of voorschriften bedoeld in artikel 24 van de wet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Huisvestingsverordening 2004 van de gemeente Terschelling wordt
                                op 1 juli 2015 ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bestaande inschrijvingen als woningzoekenden volgens oude
                                inschrijfsystemen worden beschouwd als inschrijvingen gedaan onder
                                deze verordening met behoud van de opgebouwde
                                inschrijfduur.<cursief></cursief></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>1. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, in gevallen waarin het
                            toepassen van deze verordening tot een naar hun oordeel bijzondere
                            hardheid leidt, af te wijken van deze verordening.</al><al>2. Het bepaalde in het eerste lid wordt toegepast binnen de doelstelling
                            van deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><al>1. Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2015 en vervalt op 30
                            juni 2019. 2. Deze verordening wordt aangehaald als:
                            Huisvestingsverordening Terschelling 2015.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 23 juni 2015.</al></slotformulering><ondertekening>J.Hofman,</ondertekening><ondertekening>griffier</ondertekening><ondertekening>J.B. Wassink,</ondertekening><ondertekening>voorzitter</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label></label><nr></nr><titel>Toelichting Concept Huisvestingsverordening Terschelling 2015</titel></kop><al><vet>Vastgesteld 23 juni 2015</vet></al><al><vet>Algemeen</vet></al><al><cursief>Uitgangspunten Huisvestingswet 2014</cursief></al><al>De Huisvestingswet 2014 (hierna: wet) biedt gemeenten het (uitputtende)
                    instrumentarium in te grijpen in de verdeling van woonruimte en de samenstelling
                    van de woonruimtevoorraad. Gebruikmaken van dit instrumentarium – door een
                    Huisvestingsverordening vast te stellen – is niet vanzelfsprekend en dient
                    periodiek onderbouwd en getoetst te worden. Het instrumentarium bestaat uit het
                    vaststellen van een Huisvestingsverordening, die regels bevat met betrekking tot
                    het in gebruik geven en nemen van goedkope woonruimte en/of het wijzigen van de
                    samenstelling van de woningvoorraad. Het is niet meer mogelijk om in plaats van
                    een verordening dergelijke regels af te spreken met corporaties (in een
                    convenant). Zodoende wordt de democratische legitimiteit vergroot en de
                    transparantie, openheid en rechtsbescherming voor woningzoekenden bevorderd. </al><al>De huisvestingsverordening maakt onderdeel uit van een bredere aanpak, die er
                    toe moet leiden dat de schaarste wordt opgelost. Het Woonplan Terschelling
                    2008-2016, de prestatieovereenkomst met woningstichting de Veste, de aanpak van
                    onrechtmatige bewoning, de bouwmogelijkheden en de regels inzake permanente
                    bewoning in de bestemmingsplannen maken, naast de huisvestingsverordening,
                    onderdeel uit van die brede aanpak. </al><al> Het uitgangspunt van de wet is de vrijheid van vestiging. Iedereen die
                    rechtmatig in Nederland verblijft, heeft het recht om zich vrijelijk te
                    verplaatsen en te vestigen. Dit grondrecht kan alleen worden beperkt indien
                    noodzakelijk voor het algemeen belang in een democratische samenleving. Dat
                    belang kan volgens de wet gelegen zijn in het tegengaan van de onevenwichtige en
                    onrechtvaardige effecten van schaarste aan goedkope woonruimte. Als hier
                    aantoonbaar sprake van is – en als het instrumentarium van de wet geschikt en
                    proportioneel is om die effecten te bestrijden – kunnen gemeenten
                    verdelingsregels stellen. De schaarste kan betrekking hebben op schaarste aan
                    goedkope woonruimte in het algemeen, schaarste aan woonruimte met specifieke
                    voorzieningen of schaarste aan woonruimte voor de huidige inwoners van een
                    gemeente. Het bestaan van schaarste op zich is onvoldoende reden om van de wet
                    gebruik te maken: er moet tevens sprake zijn van verdringing van kwetsbare
                    groepen, als gevolg van die schaarste. Teneinde de rechten van woningzoekenden
                    niet onnodig te beperkten, dient ingrijpen beperkt te blijven tot die delen van
                    de woningmarkt waar de onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste
                    zich voordoen. </al><al>Sturing in de woonruimteverdeling is mogelijk voor de goedkope
                    woonruimtevoorraad die bestemd is voor verhuur. De vaste huurprijsgrens is
                    vervallen; gemeente wijst zelf de schaarse, goedkope voorraad aan en maakt deze
                    daarmee vergunningplichtig. </al><al>Uitsluitend op de Waddeneilanden kan ook een vergunningplicht voor de goedkope
                    koopwoningen gelden. Ook hier geldt dat de gemeente(raad) zelf de schaarse,
                    goedkope voorraad aanwijst. </al><al>Als motivatie heeft de wetgever hierover het volgende aangegeven:</al><al>‘Gezien echter het insulaire karakter van de gemeenten Ameland, Schiermonnikoog,
                    Terschelling, Texel en Vlieland, en de daarmee bijzondere situatie van de
                    woningmarkt op deze eilanden, kan het noodzakelijk zijn dat koopwoningen wel
                    onder de maatregelen inzake woonruimteverdeling kunnen vallen. Daarmee kan
                    voorkomen worden dat de beschikbare betaalbare koopwoningen op de
                    Waddeneilanden, niet in die mate worden opgekocht door personen van elders, dat
                    de mogelijkheid voor de bewoners van deze eilanden tot het verwerven van een
                    eigen woning ingrijpend wordt beperkt. De situatie van de Waddeneilanden is
                    uniek, ook ten opzichte van andere gemeenten met beperkte
                    uitbreidingsmogelijkheden, gezien de afhankelijkheid van de bewoners van de
                    eilanden van bootverbindingen met het vasteland. In andere gemeenten met
                    beperkte uitbreidingsmogelijkheden, kunnen woningzoekenden zich nog steeds
                    vestigen in aangrenzende gemeenten, waar minder schaarste is. Daarom wordt
                    voorgesteld de mogelijkheid tot het reguleren van koopwoningen inzake
                    woonruimteverdeling alleen van toepassing te laten zijn op de
                    Waddeneilanden’.</al><al>Bemoeienis van de gemeente met de verdeling van woonruimte boven de in de
                    verordening genoemde prijsgrens is uitgesloten. </al><al><cursief>De huisvestingsvergunning</cursief> Het is verboden de in de
                    verordening aangewezen woonruimte zonder huisvestingsvergunning in gebruik te
                    nemen of te geven. Woonruimteverdeling op basis van de wet gebeurt dus aan de
                    hand van een vergunningensysteem. Burgemeester en wethouders kunnen de
                    bevoegdheid om vergunningen te verlenen mandateren aan verhuurders, bijvoorbeeld
                    de corporatie. </al><al><cursief>Wijzigingen in de woonruimtevoorraad</cursief></al><al>De wet biedt tevens de mogelijkheid om onttrekking, samenvoeging, omzetting en
                    woningvorming dan wel splitsing van aangewezen categorieën woonruimte
                    vergunningplichtig te maken. Dit moet gericht zijn op het voorkomen van
                    schaarste in het goedkope deel van de voorraad. Dit is niet noodzakelijkerwijs
                    dezelfde woonruimtevoorraad als bij de woonruimteverdeling en kan van toepassing
                    zijn op zowel de goedkope huur- als koopvoorraad. Een vergunning wordt verleend,
                    tenzij het belang van behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad groter
                    is dan het met de vergunning gediende belang. Naast schaarste kan een dergelijk
                    belang ook liggen in een onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon- en
                    leefmilieu in de omgeving van het betreffende pand. Hier kunnen
                    leefbaarheidsoverwegingen – in tegenstelling tot bij de huisvestingsvergunning –
                    een rol spelen. </al><al><cursief>Inwerkingtreding wet, overgangsrecht, tijdelijk karakter verordening en
                        overleg</cursief> De wet treedt op 1 januari 2015 in werking en bevat
                    overgangsrecht voor bestaande huisvestingsverordeningen; deze vervallen op 1
                    juli 2015. </al><al>De conceptverordening is besproken met woningcorporatie de Veste,
                    huurdersvereniging de Brandaris, ANBO afdeling Terschelling en de lokale
                    makelaars. Van deze gesprekken zijn verslagen gemaakt. De concept verordening
                    heeft ook 6 weken voor de inspraak ter visie gelegen. De overlegverslagen en
                    ontvangen zienswijzen zijn opgenomen in de Nota van Zienswijzen
                    Huisvestingsverordening Terschelling 2015 en daarin puntsgewijs van een reactie
                    en conclusie voorzien. Daar waar de raad in de ontvangen reacties aanleiding
                    heeft gezien om wijzigingen ten opzicht van het concept aan te brengen zijn deze
                    wijzigingen doorgevoerd in de verordening en deze toelichting.</al><al><vet>Artikelsgewijs</vet></al><al>In deze artikelsgewijze toelichting worden enkel die bepalingen die nadere
                    toelichting behoeven behandeld.</al><al><vet>Artikel 1. Begripsbepalingen</vet></al><al>Het aantal definities van artikel 1 is beperkt aangezien de Huisvestingswet 2014
                    (in artikel 1) al een flink aantal definities kent die ook bindend zijn voor
                    deze verordening. Dit geldt bijvoorbeeld voor de begrippen ‘’maatschappelijke
                    binding’’ en ‘’economische binding’’. </al><al>Voor de duidelijkheid zijn een aantal belangrijke wettelijke definities
                    hieronder weergegeven: a. <cursief>huishoudinkomen:</cursief> gezamenlijke
                    verzamelinkomens als bedoeld in artikel 2.3 van de Wet op de inkomstenbelasting
                    2001 van de aanvragers van een huisvestingsvergunning voor een bij
                    huisvestingsverordening aangewezen woonruimte, met uitzondering van kinderen in
                    de zin van artikel 4 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, met
                    dien verstande dat in het eerste lid van dat artikel voor «belanghebbende»
                    telkens wordt gelezen «aanvrager»; b. <cursief>huisvestingsvergunning:</cursief>
                    vergunning als bedoeld in artikel 8, eerste lid; e.
                        <cursief>taakstelling:</cursief> aantal in opvangcentra of op gemeentelijke
                    opvangplaatsen verkerende vergunninghouders in wier huisvesting per gemeente per
                    kalenderhalfjaar dient te worden voorzien; f. <cursief>toegelaten
                        instelling:</cursief> instelling als bedoeld in artikel 70 van de Woningwet;
                    g. <cursief>vergunninghouder:</cursief> vreemdeling die in Nederland een
                    verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft aangevraagd en als gevolg
                    daarvan een verblijfsvergunning heeft ontvangen als bedoeld in artikel 8,
                    onderdeel a, b, c, of d, van de Vreemdelingenwet 2000; h.
                        <cursief>woningmarktregio:</cursief> gebied dat vanuit het oogpunt van het
                    functioneren van de woningmarkt als een geheel kan worden beschouwd; i.
                        <cursief>woonruimte:</cursief> besloten ruimte die, al dan niet tezamen met
                    een of meer andere ruimten, bestemd of geschikt is voor bewoning door een
                    huishouden. Onder woonruimten vallen in beginsel ook woonschepen en woonwagens..
                    Ligplaatsen voor woonschepen en standplaatsen voor woonwagens vallen niet onder
                    de definitie van woonruimte.</al><al>De betekenis van het begrip ‘’bewoning’’ sluit aan bij de betekenis in het
                    normale spraakgebruik. Wie een huis bewoont heeft daar zijn hoofdverblijf.
                    Gebruik van woonruimte als tweede woning is geen gebruik voor bewoning. Ruimten
                    die slechts bestemd of geschikt zijn voor een tijdelijk verblijf, zoals
                    bijvoorbeeld recreatiewoningen, zijn geen woonruimten in de zin van de wet.</al><al>De definitie van onzelfstandige woonruimte is opgenomen om de grens te kunnen
                    trekken met inwoning. Onzelfstandige woonruimte kan wel onder de werking van de
                    verordening vallen, inwoning valt er niet onder.</al><al>Wanneer de woonruimte beschikt over een eigen toegang, keuken en toilet is er
                    sprake van zelfstandige woonruimte. Het begrip is van belang bij
                    woningonttrekking.</al><al>Bij de definitie van mantelzorg in de verordening is aangesloten bij de
                    definitie in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, die
                    luidt: - <cursief>mantelzorg: </cursief>hulp ten behoeve van zelfredzaamheid,
                    participatie, beschermd wonen opvang, jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien van
                    jeugdigen en zorg en overige diensten als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, die
                    rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen bestaande sociale relatie en
                    niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep.</al><al><vet>Artikel 2. Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte</vet></al><al>Deze bepaling is een uitwerking van artikel 7 van de wet, waarin is bepaald dat
                    de gemeenteraad in de huisvestingsverordening categorieën goedkope woonruimte
                    kan aanwijzen die niet voor bewoning in gebruik mogen worden genomen of gegeven
                    als daarvoor geen huisvestingsvergunning is verleend. In het eerste lid is onder
                    a aangegeven tot welke huurprijsgrens de huisvestingsvergunning verplicht is en
                    onder b tot welke koopprijsgrens de huisvestingsvergunning verplicht is. Voor
                    beide categorieën is dit van toepassing op de gehele grondgebied van de gemeente
                    Terschelling. </al><al>Op de Friese Waddeneilanden is sprake van een unieke woonsituatie, samenhangend
                    met het zijn van een eiland:</al><lijst><li nr="-"><al>Er is een schaarste aan goedkope huur- en koopwoningen. </al></li><li nr="-"><al>De druk op de woningmarkt wordt mede veroorzaakt door het feit dat
                            degenen die een baan hebben op Terschelling hier ook moeten wonen. Door
                            de reistijd, de afvaarttijden en -frequentie van de boten is het
                            praktisch niet mogelijk aan de wal te wonen en op Terschelling te
                            werken.</al></li><li nr="-"><al>De gemeente heeft maar zeer beperkt ruimte om nieuwe woningen te bouwen.
                        </al></li><li nr="-"><al>Veel mensen willen op Terschelling wonen, al dan niet permanent,
                            waardoor het risico bestaat dat permanente woningen als tweede woning
                            worden gebruikt.</al></li><li nr="-"><al>De vraagprijs van de koopwoningen is hoog, evenals de WOZ waarden. </al></li><li nr="-"><al>Er zijn, in verhouding tot de rest van Nederland, weinig huurwoningen
                            (Nederland 40:60, Terschelling 25:75).</al></li><li nr="-"><al>Een groot deel van de bevolking is werkzaam in aan het toerisme
                            gerelateerde sectoren. Het inkomen dat daarin verdiend wordt is relatief
                            laag, waardoor zij aangewezen zijn op de goedkope woningvoorraad. </al></li></lijst><al>Als huur- en kooprijsgrenzen zijn dezelfde grenzen aangehouden als in de laatste
                    wijziging van de Huisvestingsverordening 2004. Voor de huurprijsgrens is dit de
                    maximale huur waarbij nog recht op huurtoeslag bestaat. Deze grens wordt over
                    het algemeen jaarlijks verhoogd. Per 1 januari 2015 is deze grens € 710,68. Voor
                    deze categorie woningen is sprake van een grotere vraag dan aanbod (schaarste)
                    en leidt het niet reguleren tot lange wachttijden en verdringing van
                    woningzoekenden die voor de voorziening in hun huisvesting aangewezen zijn op
                    die woonruimten. Zie hiervoor ook de toelichting bij artikel 3.</al><al>De gemeenteraad heeft op 23 april 2013 de koopprijsgrens gesteld op € 373.000 en
                    besloten dat deze grens jaarlijks geïndexeerd wordt. De onderbouwing is
                    opgenomen in de ‘’Notitie verhoging koopprijsgrens’’. De overwegingen in deze
                    notitie zijn nog actueel. De notitie is dan ook toegevoegd aan deze toelichting. </al><al>Op 24 juni 2014 heeft de gemeenteraad besloten de wijze van indexatie aan te
                    passen. De kooprijsgrens wordt nu jaarlijks in januari aangepast aan de
                    ontwikkelingen in de Prijsindex bestaande koopwoningen (PKB) voor alle woningen
                    in Nederland. Op basis van deze indexatie bedraagt de koopprijsgrens in 2015 €
                    363.000. </al><al>In de Huisvestingsverordening Terschelling 2015 is een aangepaste jaarlijkse
                    indexatie opgenomen. Dit omdat de makelaars aangegeven hebben dat de
                    prijsontwikkeling op Terschelling circa 2 jaar achterlopen op de
                    prijsontwikkeling aan de wal.</al><al>De koopprijsgrens wordt voor het eerst in januari 2017 en vervolgens jaarlijks
                    in januari aangepast aan de ontwikkelingen in de Prijsindex bestaande
                    koopwoningen (PKB) voor alle woningen in Nederland. Dit gebeurd in 2017 op de
                    volgende wijze:</al><al>Koopprijsgrens 2017= koopprijsgrens 2016 x <onderstreept>PIC Bestaande
                        Koopwoningen NL december 15</onderstreept></al><al> PIC Bestaande Koopwoningen NL januari 2015</al><al>En vervolgens jaarlijks op basis van het gegevens uit het erop volgende jaar. De
                    nieuwe koopprijsgrens wordt door de gemeenteraad vastgesteld en vervolgens
                    bekendgemaakt</al><al>In 2016 vindt geen indexatie plaats omdat de prijsontwikkeling over 2014 al is
                    meegenomen in de in 2015 vastgestelde koopprijsgrens.</al><al>Met deze grens wordt de werking van de verordening beperkt tot dat specifieke
                    deel van de woningmarkt waarop de schaarste en verdringing zich voordoet.
                    Daarbij blijven er reële huisvestingsmogelijkheden voor woningzoekenden zonder
                    binding. </al><al>Woonruimten met een huur boven de huurprijsgrens of de koopprijsgrens kunnen
                    zonder huisvestingsvergunning worden gehuurd of verhuurd, gekocht of
                    verkocht.</al><al> In het tweede lid zijn de gevallen opgenomen waarin geen huisvestingsvergunning
                    is vereist. Inwoning kan plaatsvinden zonder huisvestingsvergunning. Ook is geen
                    vergunning vereist voor woonruimte bedoeld voor bewoning door studenten van het
                    Maritiem Instituut Willem Barentsz. Dit omvat de woonruimten behorende tot de
                    campus/het internaat, maar bijvoorbeeld ook de ‘’rangerswoningen’’ aan de
                    Prinses Margrietlaan. Deze woonruimten zijn specifiek bedoeld voor studenten van
                    het MIWB en kennen een hoge mutatiegraad. In het kader van de deregulering en
                    vermindering van administratieve lasten voor de burger is deze woonruimte
                    vrijgesteld van de vergunningplicht. </al><al>Uitgezonderd van de vergunningplicht zijn ook de woonruimten die, naar het
                    oordeel van burgemeester en wethouders, bedoeld zijn voor de huisvesting van
                    tijdelijke personeel. Diverse werkgevers ontwikkelen initiatieven tot het zelf
                    huisvesten van personeel met een tijdelijk dienstverband (seizoenspersoneel).
                    Als voor het bewonen van deze woonruimte een huisvestingsvergunning is vereist,
                    dan kan de vergunning vaak niet verleend worden doordat de tijdelijk werknemen
                    niet voldoet aan de bindingseisen. Om de initiatieven niet in de weg te staan
                    zijn deze personeelsverblijven uitgezonderd van de vergunningplicht. De zinsnede
                    ‘’naar het oordeel van burgemeester en wethouders’’ beoogd te voorkomen dat
                    woonruimten ten onrechte worden aangemerkt als personeelsverblijf om de
                    bindingseisen te omzeilen.</al><al>Door middel van de onttrekkings- of omzettingsvergunning kan worden voorkomen
                    dat er teveel bestaande reguliere woonruimte tot personeelsverblijven wordt
                    omgevormd. </al><al>Ook voor kamerverhuur (verhuur van onzelfstandige woonruimte) en
                    bedrijfswoningen geldt de vergunningplicht niet. Onder een bedrijfswoning wordt
                    verstaan: een woning in of bij een gebouw of op of bij een terrein, slechts
                    bestemd voor (het huishouden van) een persoon wiens huisvesting daar, gelet op
                    de bestemming van het gebouw of terrein, noodzakelijk is. Er is dus sprake van
                    een bedrijfswoning als het noodzakelijk is, uit het oogpunt van toezicht of
                    bedrijfsvoering, dat bij het bedrijf gewoond wordt. Het hoofdinkomen van de
                    bewoner van de bedrijfswoning is afkomstig van het bedrijf en de
                    bedrijfsactiviteiten ter plaatse. </al><al><vet>Artikel 3. Criteria voor verlening huisvestingsvergunning</vet></al><al>Deze bepaling is in de eerste plaats een uitwerking van artikel 9 van de wet
                    waarin dwingend is bepaald dat als de gemeenteraad toepassing heeft gegeven aan
                    artikel 7 van de wet, hij in de huisvestingsverordening de criteria vastlegt
                    voor de verlening van huisvestingsvergunningen. De gemeenteraad is vrij in het
                    vaststellen van die criteria. Deze bepaling is in de tweede plaats een
                    uitwerking van artikel 10, eerste lid, van de wet waarin in het belang van de
                    transparantie van het huisvestingsvergunningstelsel is bepaald dat de
                    gemeenteraad in de huisvestingsverordening vastlegt welke categorieën
                    woningzoekenden in aanmerking komen voor het verkrijgen van een
                    huisvestingsvergunning. In het tweede lid van artikel 10 van de wet is bepaald
                    dat voor een huisvestingsvergunning slechts in aanmerking komen woningzoekenden
                    die de Nederlandse nationaliteit bezitten of op grond van een wettelijke
                    bepaling als Nederlander worden behandeld, of vreemdeling zijn en rechtmatig
                    verblijf in Nederland hebben als bedoeld in artikel 8, onderdelen a tot en met e
                    en l, van de Vreemdelingenwet 2000.</al><al>Woningzoekenden die niet aan de criteria voldoen komen in geen geval in
                    aanmerking voor een huisvestingsvergunning. Zij moeten een woning zoeken op de
                    duurdere huur- en koopmarkt. Uitzondering hierop vormt de woningzoekende die op
                    grond van artikel 13 van deze verordening (vruchteloze aanbieding) in aanmerking
                    komt voor een huisvestingsvergunning.</al><al>Er is voor gekozen om de oude regeling voort te zetten. Dat wil zeggen dat een
                    vergunning alleen verleend wordt aan meerderjarige woningzoekenden met een
                    maatschappelijke of een economisch binding aan het eiland. De omvang van de
                    lijst van woningzoekenden in verhouding tot het aanbod van woonruimte vallende
                    onder het vergunningvereiste, het geringe aantal jaarlijkse mutaties in de
                    huurwoningen en de geringe nieuwbouw in de goedkope voorraad rechtvaardigt dit
                    naar onze mening. </al><al>Per november 2014 gaat het om de volgende aantallen:</al><al><onderstreept> Aanbod</onderstreept>:</al><lijst><li nr="-"><al>Het aanbod van huurwoningen is beperkt: Woningstichting de Veste bezit
                            398 huurwoningen. 99,8 % hiervan heeft een huur tot € 699,48
                            (huurprijsgrens 2014).</al></li><li nr="-"><al>Nieuwbouw van huurwoningen vindt niet plaats. De Veste heeft, sinds zij
                            actief is op het eiland (2010), geen huurwoningen gebouwd. In 2008 zijn
                            de laatste sociale huurwoningen gerealiseerd (Noordermiede).</al></li><li nr="-"><al>Het aanbod van koopwoningen is redelijk (circa 50 woningen), maar van
                            dit aanbod heeft 50% een vraagprijs boven de op het moment van
                            inventarisatie geldende koopprijsgrens (&gt; € 358.000). Slechts 3 te
                            koop staande woningen hebben een vraagprijs beneden € 226.000, de grens
                            tot waar op grond van de prestatieafspraken met de Veste sprake is van
                            een sociale koopwoning.</al></li><li nr="-"><al>Er is nauwelijks aanbod van bouwkavels. De gemeente heeft voor het
                            laatst in 2008 bouwgrond uit kunnen geven (Noordermiede). Particuliere
                            bouwmogelijkheden zijn, door een restrictief provinciaal en gemeentelijk
                            ruimtelijk beleid, nauwelijks beschikbaar.</al></li></lijst><al><onderstreept>Vraag</onderstreept>:</al><lijst><li nr="-"><al>De vraag naar huurwoningen is groot; Uit cijfer van de Veste blijkt dat
                            momenteel 424 personen ingeschreven staan als woningzoekend. Daarvan
                            zijn 331 actief reagerend. </al></li><li nr="-"><al>Er is vraag naar bouwkavels: Bij de gemeente staan momenteel 19
                            belangstellenden voor een bouwkavel ingeschreven. </al></li><li nr="-"><al>De mutatiegraad in de huurwoningen is laag: gemiddeld zijn in de jaren
                            2011-2014 15 woningen van huurder veranderd.</al></li><li nr="-"><al>De schaarste doet zich, volgens opgave van de Veste, voor in alle
                            prijsklassen, woningtypen en doelgroepen. De vraag naar woningen op
                            West-Terschelling is het grootst. Appartementen voor de doelgroep
                            senioren zijn het minst in trek.</al></li></lijst><al>In de notitie ‘’Verhoging koopprijsgrens’’ uit 2013 is onderbouwd waarom het in
                    het belang van het tegengaan van de onevenwichtige en onrechtvaardige effecten
                    van schaarste aan goedkope woonruimte is om de koopprijsgrens te verhogen. Deze
                    notitie is nog actueel. </al><al>Daarmee is voldoende aangetoond dat er sprake is van schaarste in het
                    huursegment tot de huurtoeslaggrens en in de koopsector tot de huidige
                    koopprijsgrens.</al><al>Daarbij is sprake van verdringing van kwetsbare groepen ten gevolge van de
                    schaarste. Woningzoekenden staan lang op een wachtlijst. De gemiddelde
                    inschrijvingstijd voor een huurwoning is momenteel 31 maanden. De korte
                    inschrijvingstijd voor een seniorenwoning is de oorzaak van de relatief korte
                    gemiddelde zoektijd. Gemiddeld komen er slechts 15 huurwoningen per jaar vrij.
                    De doorstroming is dan ook zeer beperkt. Goedkope koopwoningen zijn feitelijk
                    niet beschikbaar. Voor de beroepsbevolking is het daardoor moeilijk aan passende
                    woonruimte te komen. </al><al>Het onderzoek van Partoer uit eind 2013 onder jong volwassen op Terschelling
                    onderschrijft deze noodzaak. De jongeren waardeerden de woningmarkt met een 4,0.
                    Er is te weinig aanbod van goedkope woningen (zowel huur als koop) en er zijn te
                    weinig nieuwbouwwoningen voor starters. Veel jongeren hebben door de huidige
                    woningmarkt momenteel niet de mogelijkheid om zelf een woning te betrekken. De
                    jongeren kunnen niet genoeg lenen van de bank om een huis te kopen en trekken
                    daardoor soms naar de vaste wal, terwijl ze wel op het eiland zouden willen
                    wonen. Voor de gemeenschap is het, met het oog op demografische ontwikkelingen
                    als vergrijzing en ontgroening, van belang te voorkomen dat dit deel van de
                    beroepsbevolking door het ontbreken van passende huisvesting kiest voor
                    verhuizing naar de wal. </al><al>Daarnaast is het moeilijk voor werkgevers om gekwalificeerd personeel te krijgen
                    en te behouden als er geen passende woonruimte is. </al><al>Om te zorgen dat de schaarse goedkope woonruimte toegewezen kan worden aan de
                    lokale beroepsbevolking en maatschappelijk gebonden personen is het stellen van
                    voorschriften aan het in de verordening aangegeven deel van de woningvoorraad
                    dan ook noodzakelijk.</al><al><vet>Artikel 4. Inschrijfsysteem van woningzoekenden </vet></al><al>Deze bepaling is gegrond op artikel 4, eerste lid, onder a, van de wet. Het
                    hanteren van eenzelfde inschrijfsysteem bevordert de transparantie en vermindert
                    de administratieve lasten voor de burger. In artikel 23, tweede lid, is een
                    overgangsregeling opgenomen voor bestaande inschrijvingen in oude
                    inschrijfsystemen. Zie verder de toelichting bij artikel 23. Het in het derde
                    lid genoemde bewijs van inschrijving is vorm vrij.</al><al>Er is voor gekozen om deze plicht alleen op te leggen aan de op Terschelling
                    actieve woningcorporatie en marktpartijen die beroepsmatig werkzaam zijn in de
                    volkshuisvesting. Deze laatste groep is toegevoegd, omdat zij naar verwachting
                    een steeds grotere rol op de woningmarkt gaan spelen. Particuliere verhuurders
                    op Terschelling verhuren veelal slechts 1 of enkele woonruimten. Voor hen is het
                    aanleggen en bijhouden van een inschrijfsysteem een te grote last. </al><al><vet>Artikel 5. Aanvraag en inhoud huisvestingsvergunning</vet></al><al>Deze bepaling is een uitwerking van artikel 5 van de wet. Daarin is bepaald dat
                    de gemeenteraad in de huisvestingsverordening regels stelt over de wijze van
                    aanvragen van vergunningen en de gegevens die door de aanvrager worden verstrekt
                    bij de aanvraag van een vergunning. De onder a genoemde gegevens met betrekking
                    tot leeftijd, nationaliteit en, indien van toepassing, verblijfstitel zijn
                    noodzakelijk in verband met de wettelijke eisen van artikel 10, tweede lid, van
                    de wet. Zie hierover nader de toelichting onder artikel 3.</al><al>In artikel 18 van de wet zijn intrekkingsgronden voor de huisvestingvergunning
                    opgenomen. Zo kan de vergunning worden ingetrokken als de vergunninghouder de in
                    die vergunning vermelde woonruimte niet binnen de door burgemeester en
                    wethouders bij de verlening gestelde termijn in gebruik heeft genomen (zie het
                    derde lid, onder d) of als de vergunning is verleend op grond van door de
                    vergunninghouder verstrekte gegevens (zie het tweede lid) waarvan deze wist of
                    moest vermoeden dat deze onjuist of onvolledig waren. Deze intrekkingsgronden
                    gelden rechtstreeks op grond van de wet en zijn in de verordening niet herhaald. </al><al><vet>Artikel 6. Bekendmaking aanbod van woonruimte</vet></al><al> Deze bepaling is een uitwerking van artikel 20 van de wet, waarin is bepaald
                    dat de gemeenteraad regels kan stellen over de wijze van bekendmaking van de
                    beschikbaarheid van vergunningplichtige woonruimte. Transparantie in het
                    woningaanbod draagt voor woningzoekenden bij aan het gericht vinden van voor hen
                    beschikbare woonruimte.<sup></sup> De wijze van bekendmaking geldt voor alle goedkope
                    huur- en koopwoningen beneden de in artikel 2 van de verordening opgenomen
                    prijsgrens. Bekendmaking moet in ieder geval plaatsvinden op een voor iedere
                    woningzoekende kosteloos toegankelijke internetpagina. Dit kan een eigen website
                    van de corporatie of makelaar zijn, of sites als Funda, Jaap, Huizenzoeker e.d..
                    Daarnaast staat het de aanbieder vrij om aanvullend op andere wijze te
                    adverteren, bijvoorbeeld via een advertentie in ‘de Terschellinger. </al><al>De bekendmaking vermeldt de huur- of koopprijs van de woonruimte. In artikel 17
                    van de wet is voorgeschreven dat dit een realistische prijs moet zijn. Voor
                    huurwoningen wordt hierbij een relatie gelegd met de maximale huurprijs op grond
                    van het woningwaarderingsstelsel, of, als dit stelsel niet van toepassing is op
                    de betreffende woning, met de redelijke huurprijs die in het economisch verkeer
                    voor vergelijkbare woonruimte wordt overeengekomen. Voor koopwoningen mag de
                    koopprijs niet hoger zijn dan de WOZ waarde.</al><al>Met het oog op een rechtvaardige verdeling van de schaarse woonruimte moet in de
                    bekendmaking vermeld worden dat de woonruimte niet voor bewoning in gebruik
                    genomen mag worden als daarvoor geen huisvestingsvergunning is verleend. De
                    eventuele voorrangsregels die voor de betreffende woonruimte gelden moeten
                    eveneens genoemd worden. Dit om maatschappelijk en economisch gebonden
                    woningzoekenden gedurende 3 maanden met voorrang voor de woonruimte in
                    aanmerking te kunnen laten komen. </al><al><vet>Artikel 7. Voorrang bij woonruimte van een bepaalde aard, grootte of
                        prijs</vet></al><al>Deze bepaling is een uitwerking van artikel 11 van de wet, waarin is bepaald dat
                    de gemeenteraad in de huisvestingsverordening kan bepalen dat voor een of meer
                    daarbij aangewezen categorieën woonruimte in verband met de aard, grootte of
                    prijs van die woonruimte bij het verlenen van huisvestingsvergunningen voorrang
                    wordt gegeven aan een daarbij aangewezen gedeelte van de overeenkomstig artikel
                    10, eerste lid, van de wet (artikel 3 van de verordening) aangewezen categorieën
                    woningzoekenden. </al><al>In het eerste lid zijn ‘labels’ aangemerkt die verhuurders bij het aanbieden van
                    woonruimte op deze woonruimte kunnen plakken. Als zij hiervoor kiezen, dan geldt
                    de bij de ‘label’ behorende voorrangsregel uit het tweede lid. </al><al>De corporatie heeft slechts een beperkt aantal grote huurwoningen. Om te zorgen
                    dat deze grote woningen toegewezen kunnen worden aan huishoudens met een bij de
                    woning passende omvang heeft de corporatie de mogelijkheid deze woningen te
                    labelen. Hetzelfde geldt voor woningen waarvoor het, gezien de specifiek
                    aanwezige voorzieningen in de woning, wenselijk is om die woonruimte bij
                    voorrang toe te kunnen wijzen aan huishoudens waarvoor die specifieke
                    voorzieningen noodzakelijk zijn. </al><al><vet>Artikel 8. Voorrang bij economische of maatschappelijke binding</vet></al><al>Deze bepaling is een uitwerking van artikel 14 van de wet<vet>, </vet>waarin is
                    bepaald dat de gemeenteraad<vet></vet>in de huisvestingsverordening kan bepalen dat
                    bij de verlening van huisvestingsvergunningen voorrang wordt gegeven aan
                    woningzoekenden die economisch of maatschappelijk gebonden zijn aan de
                    woningmarktregio, de gemeente of een tot de gemeente behorende kern voor een of
                    meer daarbij aangewezen categorieën woonruimte. Een woningzoekende is economisch
                    gebonden aan het in de verordening aangewezen gebied als hij met het oog op de
                    voorziening in het bestaan een redelijk belang heeft zich in dit gebied te
                    vestigen; en hij is maatschappelijk gebonden als hij een redelijk, met de
                    plaatselijke samenleving verband houdend belang heeft zich in dat gebied te
                    vestigen, of ten minste zes jaar onafgebroken ingezetene is dan wel gedurende de
                    voorafgaande tien jaar ten minste zes jaar onafgebroken ingezetene is geweest
                    (artikel 14, derde lid, van de wet). Het gemeentelijk beleid op dit gebied wordt
                    voortgezet. Dat wil zeggen dat bij scholieren/studenten die, in verband met de
                    studiefinanciering, zich gedurende hun studie aan de wal uit hebben laten
                    schrijven, maar daarvoor en daarna op Terschelling ingeschreven staan, de
                    studietijd niet beschouwd wordt als uitschrijving. Gedurende de studie worden
                    zij beschouwd als ingezetene, waardoor zij kunnen voldoen aan de
                    maatschappelijke binding. Omdat bij de 6-uit-10 jaar in incidentele gevallen de
                    eis van ‘’onafgebroken ingezetene’’ onrechtvaardig uitpakte, wordt
                    maatschappelijke binding aangenomen ingeval de betrokkene gedurende de
                    voorafgaande tien jaar ten minste zes jaar ingezetene is geweest.</al><al>Van economische binding is sprake als de woningzoekende vast werk heeft op
                    Terschelling voor gemiddeld minimaal 18 uur per week. Het werk moet verband
                    houden met Terschelling. Ook moet het noodzakelijk zijn dat er voor het
                    verrichten van dat werk op Terschelling gewoond wordt. Economische binding wordt
                    ook aangenomen bij een tijdelijke arbeidsovereenkomst waarvan de werkgever
                    verklaard heeft dat het de bedoeling is om het dienstverband voort te zetten.
                    Zelfstandigen moeten aantonen dat zij voor de voorziening in hun (hoofd)bestaan
                    een belang hebben bij vestiging op Terschelling. Daarbij moet sprake zijn van
                    minimaal een vergelijkbare arbeidsomvang als bij een vast dienstverband. </al><al>In artikel 3 van deze verordening is bepaald dat uitsluitend maatschappelijk of
                    economisch gebonden personen in aanmerking komen voor een
                    huisvestingsvergunning. Uitzondering daarop vormt de vruchteloze aanbieding.
                    Nadat voldaan is aan de voorwaarden van de vruchteloze aanbieding kan ook
                    vergunning verleend worden aan personen zonder binding aan het eiland. Feitelijk
                    maakt dit een voorrangsregeling overbodig. Om over de bij de toewijzing, ten
                    opzichte van andere woningzoekenden waarvoor een voorrangsregeling geldt, geen
                    enkele onduidelijkheid te laten bestaan is deze bepaling toch gehandhaafd. </al><al>Nieuw is dat wij woningzoekenden die mantelzorg verlenen of ontvangen, mits aan
                    de in de toelichting van artikel 8 opgenomen voorwaarden wordt voldaan,
                    beschouwen als maatschappelijk gebonden aan Terschelling. Landelijk en
                    gemeentelijk (sociaal) beleid gaat er van uit dat hulpbehoevenden zo lang
                    mogelijk zelfstandig blijven wonen en daarvoor een beroep doen op mantelzorg.
                    (Rijks) bouwregelgeving maakt vergunningvrij bouwen van mantelzorgwoningen
                    mogelijk. Personen die op Terschelling komen wonen om mantelzorg te geven of te
                    ontvangen zullen echter veelal niet voldoen aan de bindingseisen. Om te
                    voorkomen dat de huisvestingsregelgeving het langer zelfstandig wonen met hulp
                    van mantelzorgers belemmerd is in de toelichting bij de verordening opgenomen
                    dat zij die mantelzorg verlenen of ontvangen maatschappelijk gebonden zijn. </al><al>Een mantelzorger, of degene die mantelzorg nodig heeft, wordt beschouwd als
                    maatschappelijk gebonden als voldaan wordt aan de definitie uit de Wet
                    maatschappelijke ondersteuning 2015, het verkrijgen van zorg of verlenen van
                    zorg langdurig en onbetaald plaatsvindt, er sprake is van intensieve zorg of
                    ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden
                    aan een hulpbehoevende ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie,
                    rechtstreeks voortvloeiende uit een tussen personen bestaande sociale relatie,
                    die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de
                    behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door
                    de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond.</al><al>Aangezien op Terschelling sprake is van geringe uitbreidingsmogelijkheden op
                    grond van de provinciale verordening als bedoeld in artikel 4.1 van de Wro kan
                    deze voorrang voor aan het eiland gebonden personen gelden voor het gehele
                    aanbod waarvoor op grond van artikel 3 van deze verordening een
                    huisvestingsvergunning is vereist. Dat sprake is van geringe
                    uitbreidingsmogelijkheden wordt ook door het Rijk erkend. Zie hiervoor de
                    motivatie voor het uitsluitend op de Waddeneilanden mogelijk maken van een
                    vergunningplicht voor de goedkope koopwoningen. </al><al><vet>Artikel 9. Voorrang bij urgentie</vet></al><al>De wet biedt de mogelijkheid een urgentieregeling op te stellen, ook wanneer
                    geen sprake is van schaarste aan goedkope woonruimte (artikel 12 van de wet).
                    Ook zonder schaarste kan immers behoefte bestaan om sommige woningzoekenden met
                    voorrang te kunnen huisvesten. In de huisvestingsverordening kan overeenkomstig
                    artikel 12 van de wet bepaald worden dat voor een of meer daarbij aangewezen
                    categorieën woonruimte – welke niet dezelfde hoeven te zijn als zijn aangewezen
                    in artikel 2 – bij het verlenen van huisvestingsvergunningen voorrang wordt
                    gegeven aan woningzoekenden waarvoor de voorziening in de behoefte aan
                    woonruimte dringend noodzakelijk is. </al><al>Besloten is om geen urgentieregeling op te nemen. Effectief worden er weinig
                    woningen aangeboden op Terschelling en een urgentie regeling frustreert
                    waarschijnlijk de reguliere toewijzing teveel. De kans is aanwezig dat er nog
                    louter op urgentie toegewezen wordt. Naast minder regels betekent dit een
                    beperking van de werkdruk voor de gemeente en de corporatie. De in het verleden
                    opgedane ervaringen met de aanvragen om een urgentieverklaring en de medische
                    indicatiestelling leren dat de behandeling van de aanvragen en de bezwaar- en
                    beroepsprocedures veel inzet en tijd vergt. </al><al>Door geen urgentieregeling op te nemen wordt tevens voorkomen dat voorrang
                    gegeven moet worden aan verblijfsgerechtigden (vergunninghouders),
                    woningzoekenden die verblijven in een voorziening voor tijdelijke opvang in
                    verband met relationele problemen of geweld en woningzoekenden die mantelzorg
                    ontvangen of verlenen. Zij gaan dus niet voor op economisch of maatschappelijk
                    gebonden woningzoekenden. </al><al><vet>Artikel 10. Verzoek om indeling in een urgentiecategorie</vet></al><al>Vervallen<vet></vet></al><al><vet>Artikel 11. Intrekken of wijzigen indeling in een urgentiecategorie</vet></al><al>Vervallen<vet></vet></al><al><vet>Artikel 12. Rangorde woningzoekenden</vet></al><al>In deze bepaling is in aansluiting op de voorrangsregels van deze verordening
                    een rangorde voor toewijzing van woonruimte gegeven voor de gevallen waarin er
                    meer dan een gegadigde is voor een bepaalde woonruimte. </al><al>Als er meer gegadigden zijn voor een aangeboden woonruimte gaat als hoofdlijn de
                    voorrangsregel voor economische of maatschappelijke binding voor op andere
                    voorrangsregels. Zie verder ook de toelichting onder artikel 8. Grote
                    gezinswoningen en woningen met specifieke voorzieningen worden met voorrang
                    toegewezen aan gebonden huishoudens die voldoen aan de in artikel 7 opgenomen
                    criteria. Bij meerdere gegadigden heeft de actief woningzoekenden met de langste
                    inschrijvingsduur voorrang. Het begrip ‘’actief woningzoekend’’ is toegevoegd op
                    suggestie van de woningstichting. Met hen is afgestemd wanneer iemand beschouwd
                    wordt als actief woningzoekend. In de begripsbepalingen is dit omschreven. Reden
                    voor deze toevoeging is dat veel woningzoekenden zich preventief inschrijven.
                    Deze preventieve inschrijvers hebben een woonwens op termijn. De verordening
                    beoogt het geringe aantal vrijkomende woningen met name toe te wijzen aan
                    woningzoekenden met een dringende woningbehoefte. </al><al>In het oude systeem kwamen niet de woningzoekenden met een dringende
                    woningbehoefte, maar vooral lang ingeschrevenen met een woonwens als eerste aan
                    bod. Starters/jongeren met een directe woningvraag komen daardoor moeilijk aan
                    de beurt.</al><al>Van actief woningzoekenden mag verwacht worden dat zij minimaal 3 x per jaar
                    reageren, ook als zij nog maar net ingeschreven staan. Zou er gekozen worden
                    voor een lagere frequentie van jaarlijks reageren, dan is iedereen actief
                    woningzoekend en levert het onderscheid tussen actief en passief woningzoekenden
                    onvoldoende schifting op. </al><al>Op grond van artikel 16 van de wet kan economische of maatschappelijke binding
                    niet worden tegengeworpen aan vergunninghouders en woningzoekenden komende uit
                    een voorziening voor tijdelijke opvang voor personen die wegens problemen van
                    relationele aard of geweld hun woonruimte hebben moeten verlaten.</al><al><vet>Artikel 13. Vruchteloze aanbieding</vet></al><al>Deze bepaling is een uitwerking van artikel 17 van de wet, waarin wordt bepaald
                    dat als woningzoekenden met economische of maatschappelijke binding te lang
                    stilzitten, hun aanspraak op voorrang verdwijnt. In het eerste lid is de termijn
                    gesteld waarna de huisvestingsvergunning aan een andere gegadigde (zonder
                    economische of maatschappelijke binding) moet worden verstrekt, mits de
                    betreffende woonruimte binnen die termijn deugdelijk en tegen een realistische
                    prijs is aangeboden. In artikel 17 van de wet is vastgelegd wanneer sprake is
                    van een realistische huur- of koopprijs. Voor huurwoningen wordt hierbij een
                    relatie gelegd met de maximale huurprijs op grond van het
                    woningwaarderingsstelsel, of, als dit stelsel niet van toepassing is op de
                    betreffende woning, met de redelijke huurprijs die in het economisch verkeer
                    voor vergelijkbare woonruimte wordt overeengekomen. Voor koopwoningen mag de
                    koopprijs niet hoger zijn dan de WOZ waarde.</al><al>In artikel 13 van de concept verordening is de procedure van de vruchteloze
                    aanbieding geregeld. Hierin is opgenomen dat de eigenaar de woonruimte tenminste
                    tweemaal overeenkomstig artikel 6 moet aanbieden. Volgens artikel 6 moet dit in
                    ieder geval door publicatie op een voor iedere woningzoekende kosteloos
                    toegankelijke en daarvoor beoogde internetpagina of door middel van een
                    advertentie in de Terschellinger. </al><al>Deze handelwijze geldt voor verkoop van huur- als koopwoningen. Voor
                    bijvoorbeeld het aanbieden van huurwoningen door Woningstichting de Veste of het
                    aanbieden van een koopwoning door een particulier wordt het van belang geacht
                    dat het aanbod 2 maal plaatsvindt voordat sprake is van vruchteloze aanbieding. </al><al>Voor de corporatie betekent dit dat de beschikbaarheid van de woonruimte ten
                    minste tweemaal op, in ieder geval, hun website bekend zijn gemaakt.
                    Particuliere verkopers van woonruimten zullen de woonruimte in ieder geval ten
                    minste tweemaal in ‘’de Terschellinger’’ aan moeten bieden. </al><al>Als gekozen wordt voor een advertentie in het plaatselijk meest gelezen
                    nieuwsblad dan moet er een redelijke tijd tussen de twee publicaties zitten. </al><al>Door middel van een uitzonderingsbepaling is tegemoet gekomen aan de wens van de
                    makelaars om voor de koopwoningen te volstaan met 1 maal aanbieden op internet
                    en deze aanbieding continu te laten staan. De eigenaar die een koopwoning
                    aanbiedt via een makelaar, en de makelaar biedt deze woonruimte aan op een
                    internetpagina die voldoet aan artikel 6, kan volstaan met eenmalig plaatsen op
                    internet als de aanbieding continu op deze internetpagina vindbaar blijft zolang
                    de woning niet is verkocht. </al><al>Ook bij verkoop via een makelaar moet voor het overige het aanbod plaatsvinden
                    op de in de verordening voorgeschreven wijze.</al><al><vet>Artikel 14. Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte</vet></al><al>Deze bepaling is een uitwerking van artikel 21 van de wet. Met de vergunning als
                    bedoeld in artikel 21 van de wet worden vier soorten wijzigingen in de
                    woningvoorraad gereguleerd, te weten: 1. Onttrekking: ‘woonruimte anders dan ten
                    behoeve van de bewoning of het gebruik als kantoor of praktijkruimte door de
                    eigenaar geheel of gedeeltelijk aan de bestemming tot bewoning te onttrekken’.
                    Onder het onttrekken aan de bestemming tot bewoning wordt verstaan het slopen of
                    het gebruiken voor een ander doel dan permanente bewoning door een huishouden.
                    Het gebruik als recreatiewoning of tweede woning zijn voorbeelden van gebruik
                    voor een ander doel. 2. Samenvoeging: ‘woonruimte anders dan ten behoeve van de
                    bewoning of het gebruik als kantoor of praktijkruimte door de eigenaar geheel of
                    gedeeltelijk met andere woonruimte samen te voegen’. 3. Omzetting: ‘woonruimte
                    van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte om te zetten’. 4. Woningvorming:
                    ‘woonruimte te verbouwen tot twee of meer woonruimten’. De vergunningsplicht
                    voor woningvorming is bij de Wet uitbreiding Wet bijzondere maatregelen
                    grootstedelijke problematiek (‘de Rotterdamwet’) toegevoegd aan de wet. In het
                    eerste lid is bepaald op welke woonruimten het vergunningvereiste van toepassing
                    is. Evenals in de oude verordening geldt de vergunningplicht voor alle
                    woonruimte op het eiland. Deze aanwijzing – gedaan met het oog op het belang van
                    het behoud of de samenstelling van de woonruimtevoorraad – is in overeenstemming
                    met wat noodzakelijk en geschikt wordt geacht voor het bestrijden van
                    onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste aan goedkope woonruimte
                    (zie artikel 2, eerste lid, van de wet). Het is van belang om ook woonruimte die
                    niet behoort tot de op grond van artikel 7 van de wet aangewezen categorieën met
                    het oog op de leefbaarheid voor onttrekking te behoeden. Op basis van artikel 21
                    van de wet kan bijvoorbeeld gestuurd worden op het onttrekken van woningen als
                    tweede woning of vakantiehuis door toeristen. Het omzetten van een gewone woning
                    in een ‘tweede woning’ kan worden aangemerkt als een onttrekking in de zin van
                    dit artikel. Het gebruik van een woning om deze (gemeubileerd) te verhuren voor
                    periode van een halfjaar of langer geldt niet als onttrekking.<sup></sup></al><al>De onttrekkingsvergunning vormt dan ook, naast het bestemmingsplan, een
                    belangrijk instrument bij het tegengaan van onrechtmatige bewoning. </al><al>Op grond van vastgesteld gemeentelijk beleid beschouwen wij het gedeeltelijk
                    onttrekken van woonruimte niet als vergunningplichtig als de resterende
                    woonruimte minimaal 75 m² groot blijft. Een dergelijke onttrekking van
                    woonruimte wordt geacht geen wijziging in de samenstelling van de
                    woonruimtevoorraad aan te brengen, omdat de resterende woninggrootte nog
                    toereikend geacht wordt voor het huisvesten van dezelfde doelgroep als voor de
                    onttrekking. </al><al>Door middel van de vergunning kan ook worden voorkomen dat er teveel bestaande
                    reguliere woonruimte wordt omgevormd tot personeelsverblijven of tot woonruimte
                    voor studenten. Met het omzetten naar personeelsverblijven of studentenkamers
                    wordt zelfstandige woonruimte omgezet naar onzelfstandige woonruimte. Daarvoor
                    is een vergunning vereist. </al><al>Het vergunningvereiste voor samenvoeging is opgenomen om te voorkomen dat de
                    schaarse goedkope woonruimte door samenvoeging wordt omgezet in dure, niet
                    schaarse woonruimte.</al><al><vet>Artikel 16 en 17; Voorwaarden en voorschriften; Weigeringsgronden</vet></al><al>De gemeenteraad dient in de huisvestingsverordening mogelijke voorwaarden en
                    voorschriften en weigeringsgronden op te nemen ten aanzien van een vergunning
                    als bedoeld in artikel 21 respectievelijk 22. De vergunning kan worden geweigerd
                    als naar het oordeel van burgemeester en wethouders het belang van behoud of
                    samenstelling van de woonruimtevoorraad groter is dan het met de onttrekking,
                    samenvoeging, omzetting of woningvorming gediende belang.</al><al>Een weigeringsgrond is slechts aan de orde als door het stellen van voorwaarden
                    en voorschriften het belang van behoud of samenstelling van de
                    woonruimtevoorraad onvoldoende kan worden gewaarborgd.<sup></sup></al><al>Onder het belang van het behoud of de samenstelling van de woonruimtevoorraad
                    kan naast schaarste ook worden gedacht aan andere belangen, zoals wanneer het
                    verlenen van de vergunning zou kunnen leiden tot een onaanvaardbare inbreuk op
                    een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van het desbetreffende
                    pand.<sup></sup></al><al>Ten aanzien van de omzetting van zelfstandige woonruimte naar onzelfstandige
                    woonruimte voor werknemers met een tijdelijk dienstverband (seizoenspersoneel)
                    kan, in aansluiting op (de toelichting op) artikel 2 van deze verordening, in
                    algemene zin gesteld worden dat de samenstelling van de woonruimtevoorraad
                    gediend kan zijn met deze omzetting gezien de behoefte aan woonruimte voor
                    tijdelijke werknemers. Hier staat tegenover dat zelfstandige woonruimte,
                    geschikt voor de huisvesting van meerpersoonshuishoudens verdwijnt en vervangen
                    wordt door woonruimten geschikt voor (veelal) eenpersoonshuishoudens. Gezien de
                    problemen bij de huisvesting van tijdelijke werknemers weegt dit nadeel in veel
                    gevallen niet op tegen het voordeel van het nieuwe aanbod. De
                    onttrekkingsvergunning kan in een dergelijk geval dan ook verleend worden,
                    tenzij de omzetting qua aantallen of leefbaarheid ongewenste vormen gaat
                    aannemen.</al><al> In artikel 26 van de wet zijn intrekkingsgronden opgenomen. Deze gelden
                    rechtstreeks en zijn in de verordening niet herhaald.</al><al><vet>Artikel 18. Aanwijzing vergunningplichtige gebouwen </vet></al><al>Deze bepaling is een uitwerking van artikel 22 van de wet. Voor het in
                    appartementsrechten splitsen van een gebouw bevattende woonruimte is een
                    vergunning van burgemeester en wethouders nodig. Deze aanwijzing is in
                    overeenstemming met wat noodzakelijk en geschikt wordt geacht voor het
                    bestrijden van onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste aan
                    goedkope woonruimte (zie artikel 2, eerste lid, van de wet). Hiermee wordt greep
                    gehouden op de hoeveelheid goedkope woonruimte in de vorm van appartementen. Het
                    in appartementsrechten splitsen van een appartementencomplex is noodzakelijk om
                    de appartementen te kunnen verkopen. De verkoop van die appartementen kan
                    ongewenst zijn in het licht van het behoud van de voorraad betaalbare huur- of
                        koopappartementen<vet><sup></sup></vet>. Van dit instrument gaat op Terschelling
                    slechts een beperkte werking uit. Mede met het oog op deregulering is het
                    instrument geschrapt.</al><al><vet>Artikel 22. Bestuurlijke boete</vet></al><al> Deze bepaling is een uitwerking van artikel 35 van de wet<vet>, </vet>waarin is
                    bepaald dat de gemeenteraad in de huisvestingsverordening kan bepalen dat een
                    bestuurlijke boete kan worden opgelegd ter zake van de overtreding van de
                    verboden bedoeld in de artikelen 8of 22, of van het handelen in strijd met de
                    voorwaarden of voorschriften, bedoeld in artikel 26 van de wet.</al><al>Naast het bepalen dat de bestuurlijke boete kan worden opgelegd, bepaalt de raad
                    in de verordening ook de hoogte van de boete die voor verschillende
                    overtredingen kan worden opgelegd. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd tot
                    het daadwerkelijk opleggen van een bestuurlijke boete.</al><al>De wet geeft alleen bestuursrechtelijke handhavingsmogelijkheden. Het gewone
                    strafrecht geldt daarnaast bij overtreding van de bepalingen in het Wetboek van
                    Strafrecht (bijvoorbeeld in geval van valsheid in geschrifte of bedreiging). </al><al>Het opnemen van de bepaling biedt het college de mogelijkheid om op te treden
                    tegen maatschappelijk onaanvaardbare activiteiten en uitwassen tegen te gaan. De
                    vaststelling dat sprake is van een overtreding moet gedaan worden door een
                    daarvoor door het college aangewezen toezichthouder als bedoeld in hoofdstuk 5,
                    titel 2 van de Algemene wet bestuursrecht. </al><al>In artikel 35 van de wet is bepaald dat de boetes in 2014 maximaal de volgende
                    bedragen mogen bedragen:</al><al>Overtreding van artikel 8 eerste lid (in gebruik nemen van woonruimte zonder
                    huisvestingsvergunning): € 405 </al><al>Overtreding van artikel 8, tweede lid (in gebruik geven van woonruimte zonder
                    huisvestingsvergunning), artikel 21 (onttrekking, samenvoeging of omzetting
                    zonder vergunning), artikel 22 (splitsing zonder vergunning) en artikel 26
                    (handelen in strijd met voorschriften van de vergunning): € 20.250.</al><al>Gekozen is voor progressief oplopende boetes bij herhaalde overtreding tot
                    (nagenoeg) het maximaal toegestane boetebedrag, waarbij de hoogste boetes van
                    toepassing zijn in geval van bedrijfsmatige exploitatie.</al><al><vet>Artikel 23. Overgangsrecht</vet></al><al>In artikel 51, tweede lid, van de wet is geregeld dat de verordening op grond
                    van de (oude) Huisvestingswet zes maanden na de inwerkingtreding van de
                    Huisvestingswet 2014 vervalt. De nieuwe verordening treedt op 1 juli 2015 in
                    werking. De oude verordening vervalt op dezelfde datum. </al><al>In het derde en vierde lid van artikel 51 is overgangsrecht opgenomen voor al
                    verleende vergunningen. Deze vergunningen worden gelijkgesteld met de
                    vergunningen op grond van de Huisvestingswet 2014. Ook lopende bezwaarschriften
                    vallen onder deze overgangsregeling, omdat bezwaarschriften altijd betrekking
                    hebben op vergunningen of het weigeren of intrekken van vergunningen. In artikel
                    51, vijfde lid, van de wet is geregeld dat aanvragen die zijn ingediend op grond
                    van de verordening op grond van de (oude) Huisvestingswet, worden afgehandeld
                    krachtens de daarop gebaseerde (oude) verordening. </al><al>In dit artikel is aanvullend overgangsrecht opgenomen voor bestaande
                    inschrijvingen als woningzoekenden volgens oude inschrijfsystemen. Deze
                    inschrijvingen worden beschouwd als inschrijvingen gedaan onder deze verordening
                    met behoud van de opgebouwde inschrijfduur.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>