<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR382719_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Regelement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Laarbeek 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Laarbeek</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-11-27</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Laarbeek</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Regelement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Laarbeek 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-11-05</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-11-27</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2015-11-13</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2022-04-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Regelement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Laarbeek 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de
                        raad van de gemeente Laarbeek 2015.</al><al/><al>De raad van de gemeente Laarbeek;</al><al/><al>gelezen het voorstel van het presidium d.d. 6 augustus 2015, aangaande
                        het voorstel tot vaststelling van het reglement van orde voor de
                        vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad 2015;</al><al/><al>gehoord de adviezen van de commissie Algemene Zaken, d.d. 1 september en
                        1 oktober 2015;</al><al/><al>gelet op artikel 16 van de Gemeentewet;</al><al/><al><vet>Besluit:</vet></al><al/><al>vast te stellen het volgende</al><al/><al><vet>Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden
                        van de raad van de gemeente Laarbeek</vet><vet>
                            2015</vet><vet>.</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In dit reglement wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>voorzitter: de voorzitter van de raad of diens vervanger;</al></li><li nr="b."><al>amendement: voorstel tot wijziging van een ontwerpverordening of
                                    ontwerp-beslissing;</al></li><li nr="c."><al>subamendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig
                                    amendement;</al></li><li nr="d."><al>motie: verklaring waarmee een oordeel, wens of verzoek wordt
                                    uitgesproken;</al></li><li nr="e."><al>voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de
                                    vergadering;</al></li><li nr="f."><al>initiatiefvoorstel: voorstel van een raadslid voor een
                                    verordening of een ander voorstel.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Het presidium</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er is een presidium dat bestaat uit de voorzitter en de
                                fractievoorzitters.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter wordt bij afwezigheid vervangen door de waarnemend
                                raadsvoorzitter, de fractievoorzitters door een tot hun fractie
                                behorend raadslid, burgercommissielid of plaatsvervangend
                                burgercommissielid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het presidium is in ieder geval belast met:</al><lijst><li nr="a."><al>het vaststellen van de vergadercyclus van de raad en de
                                        raadscommissies;</al></li><li nr="b."><al>het vaststellen van vergaderingen als bedoeld in artikel 17,
                                        tweede lid, van de Gemeentewet; in spoedeisende gevallen
                                        geschiedt dit door de voorzitter;</al></li><li nr="c."><al>de vaststelling van de voorlopige agenda’s voor de
                                        vergaderingen van de raad en van de raadscommissies;</al></li><li nr="d."><al>met het doen van aanbevelingen aan de raad inzake de
                                        organisatie van de werkzaamheden van de raad en zijn
                                        commissies;</al></li><li nr="e."><al>met de procesbewaking van de werkzaamheden van de raad en
                                        zijn commissies;</al></li><li nr="f."><al>met andere in dit reglement of in andere regelingen aan het
                                        presidium opgedragen taken;</al></li><li nr="g."><al>en overigens met de regeling van de met voormelde taken
                                        samenhangende procedurele aangelegenheden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Besluitvorming vindt plaats bij meerderheid van stemmen waarbij
                                ieder lid één stem uitbrengt. Bij staking van stemmen is de stem van
                                de voorzitter doorslaggevend. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De vergaderingen van het presidium worden in het openbaar gehouden,
                                tenzij het presidium besluit dat met gesloten deuren wordt
                                vergaderd.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Van de vergaderingen wordt een afsprakenlijst gemaakt, die aan de
                                raad en het college wordt toegezonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>De griffier</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De griffier is in elke vergadering van de raad en van het presidium
                                aanwezig.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen
                                door een door de raad daartoe aangewezen ambtenaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Hij kan, indien hij daartoe door de voorzitter wordt uitgenodigd,
                                aan de beraadslagingen deelnemen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Toelating van nieuwe leden; benoeming wethouders; fracties</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging; benoeming wethouders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de benoeming van nieuwe raadsleden stelt de raad een commissie
                                in bestaande uit drie raadsleden. De commissie onderzoekt de
                                geloofsbrieven, de daarop betrekking hebbende stukken van nieuw
                                benoemde leden en het proces-verbaal van het (centraal)
                                stembureau.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven verslag
                                uit aan de raad en doet daarbij een voorstel voor een besluit. In
                                het verslag wordt ook melding gemaakt van een
                                minderheidsstandpunt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten leden van
                                de raad op om in de eerste vergadering van de raad in de nieuwe
                                samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de
                                voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter
                                een nieuw benoemd lid van de raad op voor de vergadering van de raad
                                waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed
                                of verklaring en belofte af te leggen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij de benoeming van een wethouder wordt overeenkomstig het eerste
                                lid een commissie ingesteld welke onderzoekt of de kandidaat voldoet
                                aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en
                                vierde lid, en 41c, eerste lid, van de Gemeentewet. De werkwijze van
                                deze commissie is overeenkomstig het tweede lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Fractie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Raadsleden die door het centraal stembureau op dezelfde
                                kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van
                                de zitting als één fractie beschouwd. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de
                                fractie in de raad deze aanduiding als naam. Als daar geen
                                aanduiding was geplaatst, deelt de fractie in de eerste
                                raadsvergadering aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de
                                raad wil voeren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De namen van de fractievoorzitter en diens plaatsvervanger worden zo
                                spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>a. Als:</al><lijst><li nr="-"><al>één of meer leden van een fractie als zelfstandige fractie
                                        gaan optreden;</al></li><li nr="-"><al>twee of meer fracties als één fractie gaan optreden;</al></li><li nr="-"><al>één of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een
                                        andere fractie;</al><al> wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling
                                        gedaan aan de voorzitter.</al><lijst><li nr="b."><al>Een nieuwe naam van een fractie voldoet aan de eisen
                                                uit artikel G 3 van de Kieswet en wordt gebruikt met
                                                ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na
                                                naamswijziging.</al></li></lijst></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Vergaderingen</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Tijstip van vergaderen; voorbereidingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Oproep</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter zendt ten minste 7 dagen voor een vergadering de
                                    raadsleden een schriftelijke oproep onder vermelding van dag,
                                    tijdstip en plaats van de vergadering.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met
                                    uitzondering van de in artikel 25, eerste en tweede lid, van de
                                    Gemeentewet bedoelde stukken, worden tegelijkertijd met de
                                    schriftelijke oproep aan de raadsleden verzonden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als een aanvullende agenda wordt vastgesteld, als bedoeld in
                                    artikel 7, eerste lid, worden deze agenda en de daarbij
                                    behorende stukken zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur
                                    voor aanvang van de vergadering aan de leden verzonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Agenda</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van
                                    de schriftelijke oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van
                                    een vergadering een aanvullende agenda opstellen. De daarbij
                                    behorende stukken worden openbaar gemaakt. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als omtrent de inhoud van stukken op grond van artikel 25,
                                    eerste of tweede lid, van de Gemeentewet geheimhouding is
                                    opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste lid
                                    onder berusting van de griffier en verleent deze de raadsleden
                                    op verzoek inzage.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij aanvang van de vergadering stelt de raad de agenda vast.
                                    Daarbij komen de onderwerpen, waarbij gebruik gemaakt wordt van
                                    het in artikel 24 bedoelde spreekrecht, zo veel mogelijk als
                                    eerste aan de orde. Op voorstel van een raadslid of van de
                                    voorzitter kan de raad bij de vaststelling van de agenda
                                    onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda
                                    afvoeren.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Wanneer de raad een onderwerp onvoldoende voor de openbare
                                    beraadslaging voorbereid acht, kan hij het onderwerp verwijzen
                                    naar een commissie of aan het college nadere inlichtingen of
                                    advies vragen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op voorstel van een lid van de raad of van de voorzitter kan de
                                    raad de volgorde van behandeling van de agendapunten
                                    wijzigen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Ter inzage leggen van stukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen
                                    op de agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van
                                    de schriftelijke oproep voor een ieder op het gemeentehuis ter
                                    inzage gelegd. Als na het verzenden van de schriftelijke oproep
                                    stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling
                                    gedaan aan de leden van de raad en zo mogelijk in een openbare
                                    kennisgeving.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorlopige agenda en de stukken die digitaal beschikbaar zijn
                                    worden op de website van de gemeente geplaatst.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten
                                    het gemeentehuis gebracht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als omtrent stukken op grond van artikel 25, eerste of tweede
                                    lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze
                                    stukken, in afwijking van het eerste lid, onder berusting van de
                                    griffier en verleent de griffier de raadsleden op verzoek
                                    inzage.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Openbare kennisgeving</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Raadsvergaderingen worden ter openbare kennis gebracht door
                                    aankondiging in het plaatselijk huis-aan-huis blad, op de voor
                                    afkondigingen in de gemeente gebruikelijke wijze en door
                                    plaatsing op de gemeentelijke website.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De openbare kennisgeving vermeldt:</al><lijst><li nr="a."><al>de datum, het aanvangstijdstip en de plaats van de
                                            vergadering;</al></li><li nr="b."><al>de wijze waarop en de plaats waar een ieder de
                                            voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken kan
                                            inzien;</al></li><li nr="c."><al>de mogelijkheid tot het uitoefenen van het spreekrecht
                                            als bedoeld in artikel 24.</al></li></lijst></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Orde der vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Presentielijst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De griffier draagt zorg voor het bijhouden van presentielijsten
                                    van raadsvergaderingen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen de raadsleden de
                                    presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt die
                                    lijst door de voorzitter en de griffier door ondertekening
                                    vastgesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Zitplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter, de raadsleden, de griffier, de wethouders en de
                                    secretaris hebben een vaste zitplaats, door de voorzitter na
                                    overleg in het presidium bij aanvang van iedere nieuwe
                                    zittingsperiode van de raad aangewezen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling
                                    herzien na overleg in het presidium.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Opening vergadering</titel></kop><al>De voorzitter opent en sluit de vergadering met het uitspreken van
                                het volgende openings- respectievelijk sluitingswoord.</al><al><vet>Opening:</vet></al><al>“Dames en heren raadsleden, de inwoners van Laarbeek hebben u
                                gekozen om hen te vertegenwoordigen in deze raad. U bent nu in
                                vergadering bijeen om met inachtneming van de belangen van de
                                inwoners en met respect voor ieders standpunt, te debatteren en
                                besluiten te nemen. Ik wens u daarbij veel wijsheid toe.” </al><al><vet>Afsluiting:</vet></al><al>“Moge de inspanningen en besluiten van deze vergadering ten goede
                                komen aan de gemeente Laarbeek en haar inwoners.”</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Spreektermijnen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in
                                        ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders
                                        beslist.</al></li><li nr="2."><al>Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.</al></li><li nr="3."><al>Een lid mag in een termijn niet meer dan één maal het woord
                                        voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel.</al></li><li nr="4."><al>Het derde lid is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>de rapporteur van een commissie;</al></li><li nr="b."><al>het lid dat een (sub)amendement, een motie of een
                                                initiatiefvoorstel heeft ingediend,</al></li></lijst></li></lijst><al> voor wat betreft dat (sub)amendement, die motie of dat
                                voorstel;</al><lijst><li nr="c."><al>interrupties.</al><lijst><li nr="5."><al>Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde
                                                onderwerp of voorstel het woord heeft </al></li></lijst></li></lijst><al>gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van
                                orde, of het beantwoorden van verhelderende vragen.</al><al>6.Tijdens de eerste spreektermijn kunnen vragen worden gesteld aan
                                de portefeuillehouder(s) voor zover de behandeling in de
                                commissievergadering hier geen duidelijkheid over heeft verschaft of
                                indien er na de behandeling in de commissievergadering nog vragen
                                zijn gerezen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Deelname aan de beraadslaging door anderen</titel></kop><al>Onverminderd artikel 21 van de Gemeentewet kan de raad op enig
                                moment besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de
                                beraadslaging.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Gebruik mobiele telefoons e.d.</titel></kop><al>In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens
                                de openbare vergadering het gebruik, alsmede het stand-by houden van
                                mobiele telefoons of andere communicatiemiddelen toegestaan, zolang
                                dit geen inbreuk maakt op de orde van de vergadering.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Voorstellen van orde</titel></kop><al>De voorzitter en ieder raadslid kan tijdens de vergadering mondeling
                                een voorstel van orde betreffende de vergadering doen. De raad
                                beslist hier terstond over.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Procedures bij stemmingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Stemverklaring</titel></kop><al>Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming
                                overgaat, kunnen raadsleden hun stemgedrag toelichten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Beslissing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer de voorzitter vaststelt dat een onderwerp of voorstel
                                    voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de
                                    raad anders beslist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Nadat de beraadslaging is gesloten vindt, na een stemming over
                                    eventuele amendementen, de stemming plaats over het voorstel,
                                    zoals het dan luidt, in zijn geheel tenzij geen stemming wordt
                                    gevraagd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel
                                    plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel over de te
                                    nemen eindbeslissing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Stemming; procedure hoofdelijke stemming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter vraagt, of stemming wordt verlangd. Is dit niet
                                    het geval dan stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder
                                    stemming is aangenomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in de
                                    besluitenlijst vragen, dat zij geacht willen worden te hebben
                                    tegengestemd of dat zij zich op grond van artikel 28 van de
                                    Gemeentewet van stemming hebben onthouden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als een raadslid stemming of hoofdelijke stemming vraagt, doet
                                    de voorzitter daarvan mededeling aan de raad.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter (of de griffier) roept de raadsleden bij naam op
                                    hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het raadslid dat
                                    daarvoor bij de opening van de vergadering, door het lot is
                                    aangewezen. Vervolgens geschiedt de oproeping naar de volgorde
                                    van de presentielijst.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij hoofdelijke stemming brengen ter vergadering aanwezig
                                    raadsleden, tenzij zij overeenkomstig artikel 28 van de
                                    Gemeentewet niet aan de stemming deel behoren te nemen, hun stem
                                    uit door 'voor' of 'tegen' uit te spreken, zonder enige
                                    toevoeging.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan
                                    kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid
                                    gestemd heeft. Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan
                                    kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend
                                    heeft gemaakt wel aantekening vragen dat hij zich heeft vergist;
                                    in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen
                                    verandering.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Op voorstel van de voorzitter kan de stemming –in afwijking van
                                    de vorige leden- plaatsvinden bij handopsteken.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee,
                                    met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte
                                    stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen
                                    besluit.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Stemming over amendementen en moties</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt
                                    eerst over dat amendement gestemd en vervolgens over het
                                    voorstel zoals het dan luidt in zijn geheel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als een subamendement is ingediend, wordt eerst over het
                                    subamendement gestemd en vervolgens over het amendement waarop
                                    dat betrekking heeft.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als meerdere amendementen of subamendementen op een aanhangig
                                    voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de volgorde
                                    waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt de regel, dat
                                    het meest verstrekkende amendement of subamendement het eerst in
                                    stemming wordt gebracht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend,
                                    wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de
                                    motie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Stemming over personen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Wanneer een stemming over personen voor het doen van een
                                        voordracht of het opstellen van een voordracht of
                                        aanbeveling moet plaatshebben, benoemt de voorzitter drie
                                        leden tot stembureau.</al></li><li nr="2."><al>Ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond
                                        van de Gemeentewet van stemming moet onthouden is verplicht
                                        een stembriefje in te leveren. De stembriefjes dienen
                                        identiek te zijn.</al></li><li nr="3."><al>Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te
                                        benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op
                                        voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen
                                        worden samengevat op één briefje.</al></li><li nr="4."><al>Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde
                                        stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge
                                        het tweede lid verplicht is zijn stembriefje in te leveren.
                                        Wanneer de aantallen niet gelijk zijn worden de stembriefjes
                                        vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe
                                        stemming gehouden.</al></li><li nr="5."><al>Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld
                                        in artikel 30 van de Gemeentewet worden geacht geen stem te
                                        hebben uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje
                                        hebben ingeleverd. Onder een niet behoorlijk ingevuld
                                        stembriefje wordt verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een blanco ingevuld stembriefje;</al></li><li nr="b."><al>een ondertekend stembriefje;</al></li><li nr="c."><al>een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld,
                                                tenzij de stemming verschillende</al></li></lijst></li></lijst><al> vacatures betreft;</al><lijst><li nr="d."><al>een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op
                                        voordracht betreft, op een per-</al><al> soon wordt gestemd die niet is voorgedragen;</al></li><li nr="e."><al>een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd
                                        dan die waartoe de</al><al> stemming is beperkt.</al><lijst><li nr="6."><al>In geval van twijfel over de inhoud van een
                                                stembriefje beslist de raad, op voorstel van de
                                            </al></li></lijst></li></lijst><al>voorzitter.</al><al>7.Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes onmiddellijk
                                na vaststelling van de </al><al>uitslag vernietigd.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4</nr><titel>Verslaglegging; ingekomen stukken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Besluitenlijst</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De griffier draagt zorg voor het registreren van de
                                        vergadering via een geluidsopname en het opmaken van een
                                        besluitenlijst van de vergadering.</al></li><li nr="2."><al>De concept-besluitenlijst en de op een geluidsdrager
                                        vastgelegde opname van de voorgaande vergadering worden
                                        digitaal aan de raadsleden beschikbaar gesteld gelijktijdig
                                        met de schriftelijke oproep voor de volgende vergadering.
                                        Deze bescheiden worden gelijktijdig aan de overige personen,
                                        die het woord hebben gevoerd, toegezonden.</al></li><li nr="3."><al>De leden, de voorzitter, de wethouders, de griffier en de
                                        secretaris hebben het recht een voorstel tot verandering aan
                                        de raad te doen, indien de concept-besluitenlijst
                                        onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft hetgeen
                                        besloten is. Een voorstel tot verandering dient voor de
                                        aanvang van de vergadering bij de griffier te worden
                                        ingediend.</al></li><li nr="4."><al>De besluitenlijst bevat ten minste: </al><lijst><li nr="a."><al>de namen van de voorzitter, de griffier, de
                                                secretaris, de wethouders en de raadsleden, allen
                                                voor zover aanwezig, alsmede van de leden die
                                                afwezig waren en de overige personen die het woord
                                                gevoerd hebben;</al></li><li nr="b."><al>een vermelding van de zaken die aan de orde zijn
                                                geweest;</al></li><li nr="c."><al>een overzicht van het verloop van elke stemming, met
                                                vermelding bij hoofdelijke stem-</al></li></lijst></li></lijst><al> ming van de leden die voor of tegen stemden, onder aantekening van
                                de namen van de </al><al> leden die zich overeenkomstig de Gemeentewet van stemming hebben
                                onthouden of zich </al><al> bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist;</al><lijst><li nr="d."><al>de tekst van de ter vergadering ingediende
                                        initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde,</al><al>moties, amendementen en subamendementen;</al></li><li nr="e."><al>bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid
                                        van de personen aan</al><al> wie het op grond van het bepaalde in artikel 14 door de
                                        raad is toegestaan deel te nemen </al><al> aan de beraadslagingen.</al><lijst><li nr="5."><al>De besluitenlijst wordt in de eerstvolgende
                                                vergadering vastgesteld, waarna zij door de</al></li></lijst></li></lijst><al> voorzitter en de griffier wordt ondertekend.</al><al>6.Aan de hand van de concept-besluitenlijst worden de besluiten,
                                voorzover de aard en de</al><al>6. inhoud van de besluitvorming zich daartegen niet verzet, zo
                                spoedig mogelijk na de ver-</al><al>gadering openbaar gemaakt door plaatsing in het plaatselijk
                                huis-aan-huisblad, op de voor aankondigingen in de gemeente
                                gebruikelijke wijze en door plaatsing op de gemeentelijke
                                website.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Ingekomen stukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de raad ingekomen stukken, waaronder schriftelijke
                                    mededelingen van het college aan de raad, worden op een lijst
                                    geplaatst. Deze lijst wordt aan de raadsleden toegezonden en ter
                                    inzage gelegd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Na de vaststelling van de besluitenlijst stelt de raad op
                                    voorstel van de voorzitter de wijze van afdoening van de
                                    ingekomen stukken vast.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5</nr><titel>Spreekrecht burgers; Burgerinitiatief</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Spreekrecht burgers</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Tijdens de vergadering kunnen aanwezige burgers gezamenlijk
                                        gedurende maximaal dertig minuten het woord voeren over
                                        geagendeerde onderwerpen.</al></li><li nr="2."><al>Het woord kan niet gevoerd worden over:</al><lijst><li nr="a."><al>een besluit van het gemeentebestuur waartegen
                                                bezwaar of beroep op de rechter open-</al></li></lijst></li></lijst><al> staat of heeft opengestaan;</al><lijst><li nr="b."><al>benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van
                                        personen;</al></li><li nr="c."><al>een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de
                                        Algemene wet bestuursrecht</al></li></lijst><al> kan of kon worden ingediend;</al><al>d.onderwerpen waarvoor in de Wet op de Ruimtelijke Ordening een
                                inspraakprocedure is</al><al> opgenomen;</al><lijst><li nr="e."><al>onderwerpen waarover men in de commissie al heeft
                                        ingesproken.</al><lijst><li nr="3."><al>Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken,
                                                meldt dit ten minste 24 uur voor de</al></li></lijst></li></lijst><al> aanvang van de vergadering aan de griffier. Hij vermeldt daarbij
                                zijn naam, adres en tele-</al><al> foonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wil voeren.</al><lijst><li nr="4."><al>De voorzitter geeft het woord direct voorafgaande aan de
                                        behandeling van het agendapunt, waarvoor spreekrecht is
                                        gevraagd, en op volgorde van aanmelding, indien zich
                                        meerdere sprekers voor hetzelfde agendapunt hebben
                                        aangemeld.</al></li><li nr="5."><al>Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De
                                        voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers
                                        als er meer dan zes sprekers zijn. De voorzitter kan in
                                        bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de
                                        spreektijd.</al></li><li nr="6."><al>De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit
                                        heeft verleend. De voorzitter kan de deelnemers aan de
                                        raadsvergadering toestaan aan insprekers een korte,
                                        verhelderende vraag te stellen. Voorafgaand aan de tweede
                                        termijn geeft de voorzitter aan insprekers de gelegenheid
                                        tot een korte reactie of aanvulling. Er vindt geen discussie
                                        plaats tussen een inspreker en deelnemers aan de
                                        vergadering.</al></li><li nr="7."><al>De voorzitter of een lid van de raad doet een voorstel voor
                                        de behandeling van de inbreng van de burger.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25a</nr><titel>Burgerinitiatieven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad plaatst een burgerinitiatiefvoorstel op de agenda van
                                    zijn vergadering, indien daartoe een initiatiefgerechtigde een
                                    geldig verzoek heeft ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een burgerinitiatief wordt verstaan een voorstel van een
                                    initiatiefgerechtigde om een onderwerp op de agenda van de
                                    vergadering van de raad te plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Initiatiefgerechtigd voor een burgerinitiatief zijn degenen die
                                    kiesgerechtigd zijn voor de verkiezing van de leden van de raad.
                                    Voor de beoordeling of aan de vereisten van
                                    initiatiefgerechtigheid is voldaan, is de toestand op de dag van
                                    indiening van het verzoek bepalend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25b</nr><titel>Geldigheid burgerinitiatief</titel></kop><al>Een verzoek om een burgerinitiatiefvoorstel op de agenda van de raad
                                te plaatsen is slechts geldig indien dat verzoek:</al><lijst><li nr="a."><al>door ten minste 25 initiatiefgerechtigden wordt
                                        ondersteund;</al></li><li nr="b."><al>geen onderwerpen bevat als bedoeld in artikel 25c;</al></li><li nr="c."><al>voldoet aan de voorwaarden gesteld in artikel 25d.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25c</nr><titel>Beperking burgerinitiatief</titel></kop><al>Een burgerinitiatief houdt niet in:</al><lijst><li nr="a."><al>een onderwerp dat niet behoort tot de bevoegdheid van de
                                        raad;</al></li><li nr="b."><al>een onderwerp van persoonlijke aard;</al></li><li nr="c."><al>een bezwaar in de zin van artikel 1:5 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht;</al></li><li nr="d."><al>een klacht in de zin van artikel 9:1 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht;</al></li><li nr="e."><al>een onderwerp waarover de raad binnen een periode van een
                                        jaar voorafgaand aan de dag</al></li></lijst><al> van indiening van het verzoek een besluit heeft genomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25d</nr><titel>Wijze van indiening burgerinitiatief</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een verzoek tot plaatsing van een burgerinitiatiefvoorstel
                                        op de agenda van de vergadering van de raad wordt
                                        schriftelijk ingediend bij de voorzitter. Deze stelt het
                                        verzoek terstond in handen van het presidium.</al></li><li nr="2."><al>Het verzoek omvat ten minste:</al><lijst><li nr="a."><al>een nauwkeurige omschrijving van het
                                                burgerinitiatiefvoorstel;</al></li><li nr="b."><al>een toelichting op het
                                                burgerinitiatiefvoorstel;</al></li><li nr="c."><al>de achternaam, de voornamen, het adres, de
                                                geboortedatum en de handtekening van de</al></li></lijst></li></lijst><al> verzoeker en zijn plaatsvervanger;</al><al>d.een lijst met de achternamen, voornamen, adressen, geboortedata en
                                handtekeningen</al><al> van de initiatiefgerechtigden die het verzoek ondersteunen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25e</nr><titel>Wijze van behandeling burgerinitiatief</titel></kop><al>1.Het presidium beoordeelt in de eerstvolgende vergadering na
                                ontvangst van het burgerinitia-</al><al> tiefvoorstel of het verzoek voldoet aan de eisen van artikel 25b,
                                25c en 25d.</al><al>2.Het presidium adviseert de raad over de wijze van afdoening van
                                het burgerinitiatiefvoorstel.</al><al> Indien er geen weigeringsgronden zijn plaatst het presidium het
                                burgerinitiatiefvoorstel op </al><al> de voorlopige agenda van de eerstvolgende raad. Indien het
                                presidium weigeringsgronden </al><al> aanwezig acht, brengt het presidium dit in het advies aan de raad
                                tot uitdrukking.</al><al>3.De raad beslist of het initiatiefvoorstel op de agenda van de
                                vergadering van de raad wordt</al><al> geplaatst. Indien de raad het verzoek afwijst wegens strijd met
                                artikel 25c sub a, kan de </al><al> raad het voorstel ter afdoening in handen stellen van burgemeester
                                en wethouders of de </al><al> burgemeester. Een afwijzing moet duidelijk worden gemotiveerd.</al><al>4.De raad draagt er zorg voor dat de verzoeker wordt uitgenodigd
                                voor de vergadering van de</al><al> raad waarin het burgerinitiatiefvoorstel voorlopig is geagendeerd.
                                De verzoeker krijgt tijdens </al><al> deze vergadering de gelegenheid om zijn burgerinitiatiefvoorstel
                                mondeling nader toe te </al><al> lichten.</al><al>5.Binnen twee weken nadat de raad over het burgerinitiatiefvoorstel
                                een besluit heeft geno-</al><al> men, wordt dit besluit bekend gemaakt op de wijze die is aangegeven
                                in de artikelen 3:41 </al><al> en 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>6</nr><titel>Besloten vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Algemeen</titel></kop><al>Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van dit reglement van
                                overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het
                                besloten karakter van de vergadering.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Besluitenlijst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De concept-besluitenlijst van een besloten vergadering wordt
                                    niet verspreid maar ligt uitsluitend voor de leden ter
                                    inzage.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De concept-besluitenlijst wordt zo spoedig mogelijk in een
                                    besloten vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze
                                    vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet
                                    openbaar maken van de vastgestelde besluitenlijst. De
                                    vastgestelde besluitenlijst wordt door de voorzitter en de
                                    griffier ondertekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Geheimhouding</titel></kop><al>Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raad
                                overeenkomstig artikel 25, eerste lid, van de Gemeentewet of omtrent
                                de inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal
                                gelden. De raad kan besluiten de geheimhouding op te heffen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Opheffing geheimhouding</titel></kop><al>Als de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, artikel
                                55, tweede en derde lid, of artikel 86, tweede en derde lid, van de
                                Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt,
                                indien daarom wordt verzocht door het orgaan dat geheimhouding heeft
                                opgelegd, in een besloten vergadering met het desbetreffende orgaan
                                overleg gevoerd.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>7</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen
                                    uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare
                                    vergaderingen bijwonen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere
                                    wijze verstoren van de orde is verboden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Geluid- en beeldregistraties</titel></kop><al>Degenen die van een openbare raadsvergadering geluid- dan wel
                                beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de
                                voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen. </al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Bevoegdheden, instrumenten van de raadsleden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Amendementen en subamendementen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Raadsleden dienen amendementen en subamendementen voor het sluiten
                                van de beraadslagingen van het voorstel waarop deze betrekking
                                hebben in bij de voorzitter. Dit gebeurt schriftelijk, tenzij de
                                voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een amendement kan het voorstel inhouden om een geagendeerd voorstel
                                in één of meer onderdelen te splitsen, waarover afzonderlijke
                                besluitvorming zal plaatsvinden. Er word alleen beraadslaagd over
                                amendementen en subamendementen die ingediend zijn door raadsleden,
                                die de presentielijst getekend hebben.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Intrekking door de indiener van het (sub)amendement is mogelijk
                                totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Moties</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Raadsleden dienen moties schriftelijk in bij de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of
                                voorstel vindt tegelijk met de beraadslaging over dat onderwerp of
                                voorstel plaats.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen
                                onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende
                                onderwerpen zijn behandeld. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Intrekking door de indiener van een motie is mogelijk totdat de
                                besluitvorming daarover door de raad is afgerond.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Initiatiefvoorstel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Raadsleden dienen een initiatiefvoorstel schriftelijk in bij de
                                    voorzitter.</al></li><li nr="2."><al>Deze voorstellen worden op de agenda van de eerstvolgende
                                    vergadering geplaatst, tenzij de schriftelijke oproep hiervoor
                                    reeds verzonden is. In dat geval wordt het voorstel op de agenda
                                    van de daarop volgende raadsvergadering geplaatst. </al></li><li nr="3."><al>De behandeling van het voorstel vindt plaats nadat alle op de
                                    agenda voorkomende voorstellen en onderwerpen zijn behandeld,
                                    tenzij de raad oordeelt dat:</al><lijst><li nr="a."><al>het voorstel met het oog op de orde van de vergadering
                                            tezamen met een ander</al></li></lijst></li></lijst><al> geagendeerd voorstel of onderwerp dient te worden behandeld;</al><lijst><li nr="b."><al>het voorstel eerst dient te worden behandeld in een
                                    raadscommissie;</al></li><li nr="c."><al>het voorstel voor advies naar het college dient te worden
                                    gezonden. In dit geval bepaalt</al></li></lijst><al> de raad in welke vergadering het voorstel opnieuw geagendeerd
                            wordt.</al><al>4.De raad kan voorwaarden stellen aan de indiening en behandeling van
                            een voorstel, niet </al><al>zijnde een voorstel voor een verordening.</al><al>5.Op een spoedeisend initiatiefvoorstel, inhoudende het ontslag van een
                            wethouder, zijn de </al><al>bepalingen in dit artikel niet van toepassing. Een dergelijk voorstel
                            kan na instemming van de raad terstond aan de agenda toegevoegd
                            worden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Collegevoorstel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een voorstel van het college aan de raad, dat vermeld staat op de
                                agenda van de raadsvergadering, kan niet worden ingetrokken zonder
                                toestemming van de raad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als de raad van oordeel is dat een voorstel als bedoeld in het
                                eerste lid voor advies terug aan het college moet worden gezonden,
                                bepaalt de raad in welke vergadering het voorstel opnieuw
                                geagendeerd wordt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Interpellatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Raadsleden dienen verzoeken tot het houden van een interpellatie
                                schriftelijk in bij de voorzitter. Het verzoek bevat een duidelijke
                                omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd
                                alsmede de te stellen vragen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk
                                ter kennis van de overige raadsleden en de wethouders. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als het verzoek ten minste 48 uur voor aanvang van de
                                raadsvergadering is ingediend of in naar het oordeel van de
                                voorzitter spoedeisende gevallen, wordt over het verzoek tijdens de
                                eerstvolgende raadsvergadering gestemd. In andere gevallen tijdens
                                de daaropvolgende vergadering.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raad bepaalt op welk tijdstip tijdens de vergadering de
                                interpellatie zal worden gehouden. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De interpellant voert niet meer dan tweemaal het woord, de overige
                                raadsleden, de burgemeester en de wethouders niet meer dan eenmaal,
                                tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr><titel>Schriftelijke vragen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De
                                vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. Bij de vragen
                                wordt aangegeven of schriftelijke of mondelinge beantwoording wordt
                                verlangd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vragen worden bij de griffier ingediend. Deze draagt er zorg voor
                                dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden
                                van de raad en het college of de burgemeester worden gebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in
                                ieder geval binnen dertig dagen, nadat de vragen zijn binnengekomen.
                                Mondelinge beantwoording vindt plaats in de eerstvolgende
                                raadsvergadering. Indien beantwoording niet binnen deze termijnen
                                kan plaatsvinden, stelt het verantwoordelijk lid van het college of
                                de burgemeester de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis,
                                waarbij de termijn aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal
                                plaatsvinden. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De antwoorden van het college of de burgemeester worden door
                                tussenkomst van de griffier aan de leden van de raad gezonden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De vragensteller kan, bij schriftelijke beantwoording in de
                                eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording in
                                dezelfde raadsvergadering, na de behandeling van de op de agenda
                                voorkomende onderwerpen nadere inlichtingen vragen omtrent het door
                                het college of de burgemeester gegeven antwoord, tenzij de raad
                                anders beslist.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van de raad het woord
                                verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college of
                                de burgemeester nadere inlichtingen te vragen omtrent het antwoord
                                op de nadere inlichtingen, als bedoeld in lid 5.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr><titel>Vragenhalfuurtje</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Direct na de opening is er in alle reguliere vergaderingen van de
                                raad een vragenhalfuurtje, tenzij er bij de voorzitter geen vragen
                                zijn ingediend. In bijzondere gevallen kan het presidium bepalen dat
                                het vragenhalfuurtje op een ander tijdstip wordt gehouden. De
                                voorzitter bepaalt op welk tijdstip het vragenhalfuurtje
                                eindigt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het lid van de raad dat tijdens het vragenhalfuurtje vragen wil
                                stellen, meldt dit onder aanduiding van het onderwerp ten minste 24
                                uur voor aanvang van het vragenhalfuurtje bij de voorzitter. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen
                                tijdens het vragenhalfuurtje aan de orde worden gesteld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de
                                vragensteller, voor het college, voor de burgemeester en voor de
                                overige raadsleden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één
                                of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een
                                toelichting daarop te geven.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt de
                                vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te
                                stellen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van de raad het woord
                                verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college of
                                de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde onderwerp.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Tijdens het vragenhalfuurtje kunnen geen moties worden ingediend en
                                worden geen interrupties toegelaten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39</nr><titel>Inlichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Raadsleden dienen verzoeken tot inlichtingen als bedoeld in de
                                artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de Gemeentewet
                                schriftelijk in bij de griffier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De griffier brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter
                                kennis van de overige raadsleden en het college of de
                                burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verlangde inlichtingen worden mondeling of schriftelijk in de
                                eerstvolgende of in de daarop volgende raadsvergadering
                                gegeven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De gestelde vragen en de antwoorden vormen een agendapunt voor de
                                vergadering, waarin de antwoorden zullen worden gegeven.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Lidmaatschap van andere organisaties</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40</nr><titel>Verslag; verantwoording</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een raadslid, een wethouder, de burgemeester of de secretaris, die
                                door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van het algemeen bestuur
                                van een openbaar lichaam of van een ander gemeenschappelijk orgaan,
                                ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, heeft
                                het recht om, in aansluiting op de behandeling van de lijst van
                                ingekomen stukken of voor het sluiten van de vergadering, verslag te
                                doen over zaken die in het algemeen bestuur als bedoeld aan de orde
                                zijn. Voor door de raad gewenste bespreking van dit verslag kan de
                                voorzitter doorverwijzen naar de desbetreffende commissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ieder raadslid kan aan een persoon, als bedoeld in het eerste lid,
                                schriftelijke vragen stellen. De regels voor het stellen van
                                schriftelijke vragen, vastgesteld in artikel 37, zijn van
                                overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Wanneer een lid van de raad een persoon, als bedoeld in het eerste
                                lid, ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van
                                functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaan daarvan.
                                De regels voor het vragen van inlichtingen, vastgesteld in artikel
                                36, zijn van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere organisaties
                                of instituties, waarin de raad één van zijn leden heeft
                                benoemd.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>41</nr><titel>Uitleg reglement</titel></kop><al>In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent
                            de toepassing van het reglement beslist de raad op voorstel van de
                            voorzitter.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>42</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Dit reglement treedt op 13 november 2015 in werking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op dat tijdstip vervalt het reglement van orde voor de vergaderingen
                                van de raad van de gemeente Laarbeek 2006, vastgesteld bij
                                raadsbesluit van 29 juni 2006 en gewijzigd bij raadsbesluit van 24
                                januari 2013.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>43</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Dit reglement kan worden aangehaald als “Reglement van orde voor
                            vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van Laarbeek 2015”. </al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Laarbeek op 5 november 2015.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>M.L.M. van Heijnsbergen F.H.G.M. Ronnes</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label></kop><al><vet>Artikelen Gemeentewet die van belang zijn voor de orde van de
                                vergaderingen van de raad </vet></al><al/><al>Bijzonder kritisch is gekeken naar bepalingen die ook voorkomen in de
                            Gemeentewet. Doorgaans voegen de bepalingen in het reglement niets toe
                            aan wat al geregeld is in de wet. In dat geval zijn zij geschrapt.</al><al/><al><vet>De voorzitter </vet></al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><al>De burgemeester is voorzitter van de raad. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>77</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij verhindering of ontstentenis van de burgemeester wordt zijn
                                    ambt waargenomen door een door het college aan te wijzen
                                    wethouder. Het voorzitterschap van de raad wordt in dat geval
                                    waargenomen door het langstzittende lid van de raad. Indien meer
                                    leden van de raad even lang zitting hebben, vindt de waarneming
                                    plaats door het oudste lid in jaren van hen. De raad kan een
                                    ander lid van de raad met de waarneming belasten.</al></li><li nr="2."><al>Bij verhindering of ontstentenis van alle wethouders wordt het
                                    ambt waargenomen door het langstzittende lid van de raad. Indien
                                    meer leden van de raad even lang zitting hebben, vindt de
                                    waarneming plaats door het oudste lid in jaren van hen. De raad
                                    kan een ander lid van de raad met de waarneming belasten.</al><al/></li></lijst><al><vet>De wethouder</vet></al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>De burgemeester heeft het recht in de vergadering aan de
                                    beraadslaging deel te nemen. </al></li><li nr="2."><al>Een wethouder kan al dan niet op zijn verzoek door de raad
                                    worden uitgenodigd om in de vergadering aanwezig te zijn en aan
                                    de beraadslaging deel te nemen. </al><al/></li></lijst><al><vet>Opening vergadering en quorum</vet></al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergadering van de raad wordt niet geopend voordat blijkens
                                    de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting
                                    hebbende leden tegenwoordig is. </al></li><li nr="2."><al>Indien ingevolge het eerste lid de vergadering niet kan worden
                                    geopend, belegt de burgemeester, onder verwijzing naar dit
                                    artikel, opnieuw een vergadering tegen een tijdstip dat ten
                                    minste vierentwintig uur na het bezorgen van de oproeping is
                                    gelegen. </al></li><li nr="3."><al>Op de vergadering, bedoeld in het tweede lid, is het eerste lid
                                    niet van toepassing. De raad kan echter over andere
                                    aangelegenheden dan die waarvoor de ingevolge het eerste lid
                                    niet geopende vergadering was belegd alleen beraadslagen of
                                    besluiten, indien blijkens de presentielijst meer dan de helft
                                    van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is.</al><al/></li></lijst><al><vet>Handhaving orde en schorsing </vet></al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter zorgt voor de handhaving van de orde in de
                                    vergadering en is bevoegd, wanneer die orde op enigerlei wijze
                                    door toehoorders wordt verstoord, deze en zo nodig andere
                                    toehoorders te doen vertrekken. </al></li><li nr="2."><al>Hij is bevoegd toehoorders die bij herhaling de orde in de
                                    vergadering verstoren voor ten hoogste drie maanden de toegang
                                    tot de vergadering te ontzeggen. </al></li><li nr="3."><al>Hij kan de raad voorstellen aan een lid dat door zijn
                                    gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere
                                    verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt
                                    niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het lid de
                                    vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de voorzitter hem
                                    verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het lid bovendien
                                    voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering
                                    worden ontzegd. </al><al/></li></lijst><al><vet>Herstemming over personen </vet></al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>De stemming over personen voor het doen van benoemingen,
                                    voordrachten of aanbevelingen is geheim. </al></li><li nr="2."><al>Indien de stemmen staken over personen tot wie de keuze door een
                                    voordracht of bij een herstemming is beperkt, wordt in dezelfde
                                    vergadering een herstemming gehouden. </al></li><li nr="3."><al>Staken bij deze stemming de stemmen opnieuw, dan beslist
                                    terstond het lot. </al><al/></li></lijst><al><vet>V</vet><vet>erslag en verantwoording</vet></al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>169</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college en elk van zijn leden afzonderlijk zijn aan de raad
                                    verantwoording schuldig over het door het college gevoerde
                                    bestuur. </al></li><li nr="2."><al>Zij geven de raad alle inlichtingen die de raad voor de
                                    uitoefening van zijn taak nodig heeft. </al></li><li nr="3."><al>Zij geven de raad mondeling of schriftelijk de door een of meer
                                    leden gevraagde inlichtingen, tenzij het verstrekken ervan in
                                    strijd is met het openbaar belang. </al></li><li nr="4."><al>Zij geven de raad vooraf inlichtingen over de uitoefening van de
                                    bevoegdheden, bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder e, f, g
                                    en h, indien de raad daarom verzoekt of indien de uitoefening
                                    ingrijpende gevolgen kan hebben voor de gemeente. In het laatste
                                    geval neemt het college geen besluit dan nadat de raad in de
                                    gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van
                                    het college te brengen. </al></li><li nr="5."><al>Indien de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in artikel
                                    160, eerste lid, onder f, geen uitstel kan lijden, geven zij in
                                    afwijking van het vierde lid de raad zo spoedig mogelijk
                                    inlichtingen over de uitoefening van deze bevoegdheid en het
                                    terzake genomen besluit. </al></li></lijst><al/><al/><al><vet>Wet Gemeenschappelijke regelingen</vet></al></divisie><al><vet>Artikel 16</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De regeling houdt bepalingen in omtrent de wijze waarop een lid van
                                het algemeen bestuur van het openbaar lichaam of een lid van het
                                gemeenschappelijk orgaan aan de raad die dit lid heeft aangewezen,
                                de door een of meer leden van die raad gevraagde inlichtingen dient
                                te verstrekken. </al></li><li nr="2."><al>De regeling houdt tevens bepalingen in omtrent de wijze, waarop het
                                dagelijks bestuur en een of meer leden daarvan aan het algemeen
                                bestuur de door een of meer leden daarvan gevraagde inlichtingen
                                verstrekken, alsmede door het algemeen bestuur ter verantwoording
                                kunnen worden geroepen. </al></li><li nr="3."><al>De regeling houdt bepalingen in omtrent de wijze waarop een lid van
                                het algemeen bestuur van het openbaar lichaam of een lid van het
                                gemeenschappelijk orgaan door de raad die dit lid heeft aangewezen,
                                ter verantwoording kan worden geroepen voor het door hem in dat
                                bestuur onderscheidenlijk dat orgaan gevoerde beleid. </al></li><li nr="4."><al>Ingeval toepassing is gegeven aan het bepaalde in artikel 13, vijfde
                                lid, onder a, houdt de regeling bepalingen in omtrent de wijze
                                waarop aan de raad die geen lid van het algemeen bestuur van het
                                openbaar lichaam of van het gemeenschappelijk orgaan aanwijst, de
                                door een of meer leden van die raad gevraagde inlichtingen worden
                                verstrekt en de door die raad gevraagde verantwoording wordt
                                afgelegd voor het door dat bestuur onderscheidenlijk dat orgaan
                                gevoerde beleid. </al></li><li nr="5."><al>De regeling houdt bepalingen in omtrent de bevoegdheid van de raad,
                                een door hem aangewezen lid van het algemeen bestuur van het
                                openbaar lichaam of een door hem aangewezen lid van het
                                gemeenschappelijk orgaan, ontslag te verlenen, indien dit lid het
                                vertrouwen van de raad niet meer bezit. Op het ontslagbesluit is
                                artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.
                            </al></li><li nr="6."><al>Bij het verstrekken van inlichtingen ingevolge het eerste of het
                                vierde lid, of het afleggen van verantwoording ingevolge het derde
                                of het vierde lid, verschaft een lid van het algemeen bestuur van
                                het openbaar lichaam of een lid van het gemeenschappelijk orgaan
                                over zaken waaromtrent krachtens artikel 23 geheimhouding is
                                opgelegd slechts informatie, indien krachtens artikel 25 van de
                                Gemeentewet geheimhouding is opgelegd. Laatstbedoelde geheimhouding
                                kan eerst worden opgeheven, nadat door het algemeen bestuur van het
                                openbaar lichaam of door het gemeenschappelijk orgaan tot opheffing
                                van de geheimhouding is besloten. </al></li></lijst><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr></kop><al>Artikel 16 is van overeenkomstige toepassing op regelingen die
                            uitsluitend getroffen zijn door colleges van burgemeester en
                            wethouders.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>