<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR382644_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening tegenprestatie Participatiewet gemeente Pekela</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Pekela</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-04-03</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Pekela</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.pekela.nl/document.php?m=1&amp;fileid=12907&amp;f=675066e91e647d004b990bfac908f0c1&amp;attachment=0">Elektronisch Gemeenteblad, 10 december 2014, 49</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening tegenprestatie Participatiewet gemeente Pekela</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=8a">Participatiewet, 8a, lid 1, onderdeel b</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-11-25</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-10-13</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2014R0104</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening tegenprestatie Participatiewet gemeente Pekela</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Pekela; </al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 14 oktober 2014; </al><al/><al>gelet op artikel 8a, eerste lid, onderdeel b, van de Participatiewet;</al><al/><al>overwegende dat door het verrichten van een tegenprestatie eenieder die een
                        beroep doet op de bijstandsvoorziening en daarmee op de solidariteit binnen
                        de samenleving, iets terug kan doen voor deze samenleving en tevens kan
                        leiden tot langdurige maatschappelijke activering en stijging op grond van
                        de participatieladder<cursief>;</cursief></al><al/><al>BESLUIT:</al><al/><al>de ‘Verordening tegenprestatie Participatiewet gemeente Pekela’ vast te
                        stellen.</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begrippen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="•"><al>grote afstand tot de arbeidsmarkt: deelname aan de arbeidsmarkt
                                    is redelijkerwijs niet mogelijk binnen een jaar;</al></li><li nr="•"><al>korte afstand tot de arbeidsmarkt: deelname aan de arbeidsmarkt
                                    is redelijkerwijs mogelijk binnen een jaar;</al></li><li nr="•"><al>mantelzorg: langdurige zorg die niet in het kader van een
                                    hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende door
                                    personen uit diens directe omgeving, waarbij zorgverlening
                                    rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de
                                    gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Beleid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Nadere beleidsregels</titel></kop><al>Het college kan nadere beleidsregels stellen ten aanzien van de
                            tegenprestatie.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Tegenprestatie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Inhoud van een tegenprestatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden,
                                die additioneel van aard zijn, inzetten als tegenprestatie voor
                                zover die werkzaamheden:</al><lijst><li nr="a)"><al>naar zijn aard niet zijn gericht op toeleiding tot de
                                        arbeidsmarkt;</al></li><li nr="b)"><al>niet zijn bedoeld als re-integratie instrument;</al></li><li nr="c)"><al>worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid
                                        in de organisatie waarin ze worden verricht; en</al></li><li nr="d)"><al>niet leiden tot verdringing.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Het opdragen van een tegenprestatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een belanghebbende met een grote afstand tot de
                                arbeidsmarkt een tegenprestatie opdragen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan een belanghebbende met een korte afstand tot de
                                arbeidsmarkt uitsluitend een tegenprestatie opdragen indien
                                bijzondere omstandigheden dat rechtvaardigen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Bij het opdragen van een tegenprestatie houdt het college rekening
                                met de volgende factoren:</al><lijst><li nr="a."><al>de tegenprestatie kan naar vermogen worden verricht door de
                                        belanghebbende;</al></li><li nr="b."><al>de persoonlijke situatie en individuele omstandigheden van
                                        de belanghebbende; </al></li><li nr="c."><al>de persoonlijke wensen en kwaliteiten van de
                                        belanghebbende;</al></li><li nr="d."><al>of de belanghebbende al maatschappelijke activiteiten of
                                        vrijwilligerswerk verricht.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Duur en omvang van een tegenprestatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De tegenprestatie wordt opgedragen voor de maximale duur van 2
                                maanden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De tegenprestatie wordt opgedragen voor maximaal 10 uren per
                                week.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De tegenprestatie kan binnen een periode van twaalf maanden slechts
                                4 maal worden opgedragen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op verzoek van de belanghebbende kan worden afgeweken van hetgeen in
                                lid 1, 2 en 3 is gesteld. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Mantelzorg</titel></kop><al>Het college draagt geen tegenprestatie op indien een belanghebbende
                            mantelzorg verricht voor zover het verrichten van mantelzorg naar het
                            oordeel van het college redelijkerwijs noodzakelijk is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Geen werkzaamheden voorhanden</titel></kop><al>Het college draagt geen tegenprestatie op indien geen werkzaamheden
                            voorhanden zijn die kunnen worden ingezet als tegenprestatie.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2015.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening tegenprestatie
                            Participatiewet gemeente Pekela.</al><al/><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare raadsvergadering 25 november 2014.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>De voorzitter, De griffier,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>TOELICHTING</titel></kop><al><vet>Algemeen deel</vet></al><al>Het college is bevoegd een belanghebbende te verplichten naar vermogen een
                    tegenprestatie te verrichten, ook als die tegenprestatie niet direct samenhangt
                    met arbeidsinschakeling. Een belanghebbende van 18 jaar of ouder doch jonger dan
                    de pensioengerechtigde leeftijd is vanaf de dag van melding gehouden naar
                    vermogen een tegenprestatie te verrichten. Dit is vastgelegd in artikel 9,
                    eerste lid, onderdeel c, van de Participatiewet. De tegenprestatie bestaat uit
                    de plicht om naar vermogen door het college opgedragen onbeloonde
                    maatschappelijk nuttige werkzaamheden te verrichten, naast of in aanvulling op
                    reguliere arbeid en die niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt.</al><al/><al><cursief>Individuele omstandigheden</cursief></al><al>Het college bepaalt aan de hand van de individuele omstandigheden en de
                    voorhanden zijnde onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden, de aard, de
                    duur en de omvang van de aan een persoon op te leggen tegenprestatie. Hierbij
                    moet het college de in deze verordening neergelegde criteria in acht nemen. Als
                    het college een tegenprestatie vraagt van belanghebbende, moet het een
                    duidelijke omschrijving geven van de te verrichten werkzaamheden. Het moet voor
                    een belanghebbende immers duidelijk zijn welke tegenprestatie van hem verwacht
                    wordt (zie Rechtbank Zeeland-West-Brabant 25-02-2013, nr. 12/3649,
                    ECLI:NL:RBZWB:2013:BZ5171).</al><al/><al><cursief>Geen tegenprestatie</cursief></al><al>Indien daarvoor dringende redenen - zoals zorgtaken - aanwezig zijn, kan het
                    college in individuele gevallen tijdelijk ontheffing verlenen van de plicht tot
                    het verrichten van een tegenprestatie (artikel 9, tweede lid, van de
                    Participatiewet).</al><al>De plicht tot tegenprestatie is niet van toepassing op een belanghebbende die
                    volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is als bedoeld in artikel 4 van de Wet
                    werk en inkomen naar arbeidsvermogen (artikel 9, vijfde lid, van de
                    Participatiewet). De plicht tot tegenprestatie is voorts niet van toepassing op
                    een alleenstaande ouder die in het bezit is van een ontheffing als bedoeld in
                    artikel 9a, eerste lid, van de Participatiewet (artikel 9, zevende lid, van de
                    Participatiewet).</al><al/><al><cursief>Afstemmen</cursief></al><al>Net als bij het niet nakomen van de arbeids- en re-integratieverplichting geldt
                    voor het niet nakomen van de tegenprestatie dat de bijstand kan worden afgestemd
                    overeenkomstig de gemeentelijke afstemmingsverordening.</al><al/><al><cursief>Bevoegdheid opdragen tegenprestatie</cursief></al><al>De bevoegdheid van het college om een belanghebbende te verplichten naar
                    vermogen een tegenprestatie te verrichten geldt al sinds 1 januari 2012. De
                    regering meent dat de tegenprestatie voor uitkeringsgerechtigden een gelegenheid
                    is om te blijven participeren in de samenleving en om een sociaal netwerk,
                    arbeidsritme en regelmaat te behouden. Dit zijn volgens de regering ook
                    noodzakelijke voorwaarden om de kansen op de arbeidsmarkt te vergroten (TK
                    2013-2014, 33 801, nr. 3, p. 29).</al><al/><al><cursief>Tegenprestatie is geen re-integratieinstrument </cursief></al><al>De plicht tot tegenprestatie heeft tot doel om maatschappelijk nuttige
                    werkzaamheden te doen in de samenleving als tegenprestatie voor het ontvangen
                    van een uitkering. Het opdragen van een tegenprestatie heeft niet primair tot
                    doel de re-integratie van een belanghebbende te bevorderen, maar moet worden
                    gezien als een nuttige bijdrage aan de samenleving (TK 2013-2014, 33 801, nr. 7,
                    p. 49¬50). De tegenprestatie is daarom naar zijn aard niet gericht op toeleiding
                    tot de arbeidsmarkt en is niet bedoeld als re-integratieinstrument. </al><al/><al> Voorts mag een tegenprestatie het accepteren van passende arbeid of van re-
                    integratieinspanningen niet belemmeren. Immers, als uitgangspunt geldt werk
                    boven uitkering.</al><al/><al><cursief>Verordeningsplicht</cursief></al><al>De Wet maatregelen Wet werk en bijstand legt de gemeenteraad de verplichting op
                    om bij verordening regels vast te stellen over het opdragen van een
                    tegenprestatie aan mensen met een bijstandsuitkering in de leeftijd van 18 jaar
                    tot de pensioengerechtigde leeftijd. Deze verordeningsopdracht is neergelegd in
                    artikel 8a, eerste lid, onderdeel b Participatiewet. Het is aan de gemeente om
                    de duur, omvang en inhoud van de tegenprestatie te regelen (zie TK 2013-2014, 33
                    801, nr. 24, p. 6).</al><al/><al><cursief>Ontwikkelen beleid door college</cursief></al><al>Het college heeft de opdracht beleid te ontwikkelen ten behoeve van het
                    verrichten van een tegenprestatie en het uitvoeren ervan overeenkomstig de
                    verordening tegenprestatie. Dit volgt uit artikel 7, eerste lid, onderdeel c,
                    van de Participatiewet.</al><al/><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><al/><al><vet>Artikel 1. Begrippen</vet></al><al>Begrippen die al zijn omschreven in de Participatiewet, de Algemene wet
                    bestuursrecht of de Gemeentewet worden niet afzonderlijk gedefinieerd in deze
                    verordening. Deze zijn vanzelfsprekend van toepassing op deze verordening.</al><al/><al><cursief>Korte afstand tot de arbeidsmarkt</cursief></al><al>In artikel 1 van deze verordening is een definitie opgenomen van het begrip
                    'korte afstand tot de arbeidsmarkt'. Onder een korte afstand tot de arbeidsmarkt
                    wordt verstaan dat een persoon redelijkerwijs binnen een jaar geschikt is voor
                    deelname aan de arbeidsmarkt. Dit begrip is van belang in verband met de
                    mogelijkheid tot het opdragen van een tegenprestatie. Zie hierover artikel 4 van
                    deze verordening.</al><al/><al><cursief>Grote afstand tot de arbeidsmarkt</cursief></al><al>In artikel 1 van deze verordening is een definitie opgenomen van het begrip
                    'grote afstand tot de arbeidsmarkt'. Onder een grote afstand tot de arbeidsmarkt
                    wordt verstaan dat een persoon redelijkerwijs niet binnen een jaar geschikt is
                    voor deelname aan de arbeidsmarkt. Dit begrip is van belang in verband met de
                    mogelijkheid tot het opdragen van een tegenprestatie. Zie hierover artikel 4 van
                    deze verordening.</al><al/><al><cursief>Mantelzorg</cursief></al><al>In artikel 1 van deze verordening is de definitie opgenomen van mantelzorg. Deze
                    begripsbepaling is gebaseerd op het begrip zoals dat wordt gehanteerd in de Wet
                    maatschappelijke ondersteuning (zie artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de
                    Wet maatschappelijke ondersteuning). Onder mantelzorg wordt verstaan: langdurige
                    zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een
                    hulpbehoevende door personen uit diens directe omgeving, waarbij zorgverlening
                    rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg van
                    huisgenoten voor elkaar overstijgt. Het begrip 'mantelzorg' is van belang omdat
                    artikel 6 van deze verordening bepaalt dat het college geen tegenprestatie
                    opdraagt indien een belanghebbende mantelzorg verricht voor zover het verrichten
                    van mantelzorg naar het oordeel van het college redelijkerwijs noodzakelijk
                    is.</al><al/><al> Uit kamerstukken met betrekking tot het begrip 'mantelzorg' zoals neergelegd in
                    de Wet maatschappelijke ondersteuning volgt dat de vier belangrijkste kenmerken
                    van mantelzorg zijn:</al><al/><lijst><li nr="•"><al>er is een bestaande sociale relatie tussen de zorgvrager en de
                            zorgverlener;</al></li><li nr="•"><al>mantelzorg wordt niet verricht in een georganiseerd verband;</al></li><li nr="•"><al>het verrichten van mantelzorg is veelal geen bewuste keuze;</al></li><li nr="•"><al>het verlenen van mantelzorg is nooit afdwingbaar.</al><al/></li></lijst><al>Deze kenmerken zijn ontleend aan diverse kamerstukken zoals TK 2004-2005, 30
                    169, nr. 1 (Notitie ”De mantelzorger in beeld”) en TK 2005-2006, 30 131, nr.
                    C.</al><al/><al>Voor mantelzorg is vereist dat de verleende zorg de gebruikelijke zorg van
                    huisgenoten voor elkaar overstijgt. Voor de uitvoering van de Wet
                    maatschappelijke ondersteuning hanteren gemeenten veelal het protocol
                    Gebruikelijke Zorg van het Centrum Indicatiestelling Zorg om vast te stellen of
                    sprake is van gebruikelijke zorg. Voor de uitleg van wat onder gebruikelijke
                    zorg kan worden aangesloten bij de definitie van gebruikelijke zorg in het
                    protocol Gebruikelijke Zorg. </al><al/><al>Gebruikelijke zorg wordt in dat Protocol als volgt omschreven: de normale,
                    dagelijkse zorg die partners of ouders en inwonende kinderen geacht worden
                    elkaar onderling te bieden omdat ze als leefeenheid een gezamenlijk huishouden
                    voeren en op die grond een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor het
                    functioneren van dat huishouden.</al><al/><al><vet>Artikel 2. Beleid</vet></al><al>Het college heeft de bevoegdheid om nadere beleidsregels te stellen. Er is
                    tevens een link met de verordening individuele inkomenstoeslag. Om in aanmerking
                    te komen voor een individuele inkomenstoeslag moet een tegenprestatie naar
                    vermogen in de vorm van een maatschappelijke bijdrage zijn verricht.</al><al/><al><vet>Artikel 3. Inhoud van een tegenprestatie</vet></al><al>Het college bepaalt aan de hand van de individuele omstandigheden en de
                    voorhanden zijnde onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden, de aard, de
                    duur en de omvang van de aan een persoon op te leggen tegenprestatie. Hierbij
                    moet het college de in deze verordening neergelegde criteria in acht nemen.</al><al>Artikel 3 van deze verordening stelt voorwaarden ten aanzien van de inhoud van
                    de tegenprestatie. Het college dient maatwerk toe te passen bij het opdragen van
                    een tegenprestatie. Rekening moet worden gehouden met de individuele
                    omstandigheden van belanghebbende, waaronder leeftijd, opleiding, werkervaring
                    en andere relevante persoonlijke omstandigheden. De werkzaamheden worden immers
                    opgedragen ‘naar vermogen’. Het is dus van belang dat belanghebbende ook in
                    staat is de werkzaamheden te verrichten (zie Rechtbank Zeeland-West- Brabant
                    25-02-2013, nr. 12/3649, ECU:NL:RBZWB:2013:BZ5171).</al><al/><al>Als het college een tegenprestatie vraagt van belanghebbende, moet het een
                    duidelijke omschrijving geven van de te verrichten werkzaamheden. Het moet voor
                    een belanghebbende immers duidelijk zijn welke tegenprestatie van hem wordt
                    verwacht (zie Rechtbank Zeeland-West-Brabant 25-02-2013, nr. 12/3649,
                    ECLI:NL:RBZWB:2013:BZ5171).</al><al/><al><cursief>Additionele onbeloonde maatschappelijk nuttige
                    werkzaamheden</cursief></al><al>In artikel 3, eerste lid, van deze verordening is bepaald dat de tegenprestatie
                    onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden betreffen die additioneel van
                    aard zijn. De maatschappelijk nuttige werkzaamheden in het kader van de
                    tegenprestatie dienen zich te onderscheiden van werkzaamheden die door de
                    reguliere arbeidsmarkt verricht worden. </al><al/><al> Het onderscheid tussen betaalde en onbetaalde werkzaamheden is afhankelijk van
                    onder meer economische factoren en van keuzes die mede op basis daarvan door het
                    bedrijfsleven en/of de overheid worden gemaakt (TK 2013-2014, 33 801, nr. 3, p.
                    30).</al><al/><al><cursief>Werkzaamheden die kunnen worden ingezet</cursief></al><al>Het college kan onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden, die
                    additioneel van aard zijn, inzetten als tegenprestatie voor zover die
                    werkzaamheden voldoen aan de in artikel 3, eerste lid, van deze verordening
                    genoemde voorwaarden. Dit betekent dat de als tegenprestatie in te zetten
                    werkzaamheid:</al><lijst><li nr="•"><al>naar zijn aard niet is gericht op toeleiding tot de arbeidsmarkt;</al></li><li nr="•"><al>niet is bedoeld als re-integratieinstrument;</al></li><li nr="•"><al>wordt verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid in de
                            organisatie waarin deze worden verricht; en niet leidt tot
                            verdringing.</al><al/></li></lijst><al>Deze voorwaarden zijn gebaseerd op de belangrijkste kenmerken van de
                    tegenprestatie die volgen uit de parlementaire geschiedenis (zie TK 2010-2011,
                    32 815, nr. 3, p. 14).</al><al/><al>Omdat de werkzaamheden additioneel zijn en niet mogen leiden tot verdringing op
                    de arbeidsmarkt, kunnen veel werkzaamheden niet als tegenprestatie worden
                    ingezet. De regering verwijst voor voorbeelden van werkzaamheden die kunnen
                    worden ingezet als tegenprestatie naar het onderzoeksrapport van de Inspectie
                    SZW "Voor wat hoort wat". Bij deze verordening is een overzicht toegevoegd van
                    de in dat rapport genoemde voorbeelden. </al><al/><al>De verschillende voorbeelden van werkzaamheden waar naar wordt verwezen kunnen
                    in enkele gevallen wel leiden tot verdringing van reguliere arbeid. Geadviseerd
                    wordt daarom om terughoudend om te gaan met de lijst van voorbeelden. De
                    volgende voorbeelden van werkzaamheden kunnen naar de visie van de gemeente
                    mogelijk wel geschikt zijn als tegenprestatie naar vermogen:</al><lijst><li nr="•"><al>vrijwilligerswerkzaamheden bij een maatschappelijke organisatie;</al></li><li nr="•"><al>sneeuwschuiven (bijvoorbeeld bij een bejaardenhuis);</al></li><li nr="•"><al>bospaden schoonhouden (het vegen van bladeren);</al></li><li nr="•"><al>verkeersborden schoonmaken;</al></li><li nr="•"><al>meelopen bij een dierenambulance;</al></li><li nr="•"><al>beheer van een kantine bij sportverenigingen;</al></li><li nr="•"><al>additionele werkzaamheden bij het Leger des Heils;</al></li><li nr="•"><al>taalmaatje voor nieuwkomers.</al></li></lijst><al/><al><cursief>Samenwerking met maatschappelijke organisaties</cursief></al><al>De gemeente kan voor het werven van maatschappelijk nuttige werkzaamheden
                    samenwerken met maatschappelijke organisaties zoals: welzijnsinstellingen,
                    vrijwilligerswerkorganisaties, buurthuizen en/of sportvoorzieningen. Om ervoor
                    te zorgen dat voldoende maatschappelijk nuttige werkzaamheden voorhanden zijn,
                    is het van belang dat contacten worden onderhouden met deze maatschappelijke
                    organisaties. De gemeente kan ervoor kiezen uitsluitend werkzaamheden binnen de
                    gemeentegrenzen als tegenprestatie in te zetten of werkzaamheden zowel binnen
                    als buiten de gemeentegrenzen in te zetten. Zie hierover de toelichting bij
                    artikel 7 van deze verordening.</al><al/><al><cursief>Tegenprestatie mag niet leiden tot verdringing</cursief></al><al>De tegenprestatie mag niet worden ingezet in het kader van de re-integratie. De
                    tegenprestatie mag bovendien niet direct gericht zijn op toeleiding naar de
                    arbeidsmarkt en is dan ook niet bedoeld als re-integratieinstrument. Het
                    betreffen werkzaamheden die worden verricht naast of in aanvulling op reguliere
                    arbeid en die niet mogen leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt. Reguliere
                    werkzaamheden kunnen daarom niet als tegenprestatie worden ingezet. De
                    tegenprestatie mag het accepteren van passende arbeid of van
                    re-integratieinspanningen niet belemmeren. Het uitgangspunt werk boven uitkering
                    staat voorop. Dit volgt uit artikel 9, eerste lid, onderdeel c, van de
                    Participatiewet en de parlementaire geschiedenis (zie TK 2010-2011, 32 815, nr.
                    3, p. 14).</al><al/><al><vet>Artikel 4. Het opdragen van een tegenprestatie</vet></al><al>Het college heeft beleidsvrijheid om een tegenprestatie op te leggen. Het
                    college bepaalt uiteindelijk of, en zo ja welke tegenprestatie wordt opgedragen.
                    Tegen een besluit tot het opdragen van een tegenprestatie kan bezwaar en beroep
                    worden aangetekend (TK 2013-2014, 33 801, nr. 7, p. 49).</al><al/><al>De gemeenteraad kiest er in deze verordening voor te bepalen dat het college een
                    tegenprestatie in beginsel uitsluitend kan opdragen aan een belanghebbende die
                    een grote afstand tot de arbeidsmarkt heeft. Dit impliceert dat aan
                    belanghebbenden die een korte afstand tot de arbeidsmarkt hebben geen
                    tegenprestatie wordt opgedragen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden
                    (zie hierover de toelichting bij artikel 4, tweede lid, onder de kop "
                    Belanghebbende met een korte afstand tot de arbeidsmarkt"). Zie artikel 1 van
                    deze verordening voor de begrippen korte en grote afstand tot de
                    arbeidsmarkt.</al><al/><al>De gemeenteraad heeft hiervoor gekozen opdat personen met een korte afstand tot
                    de arbeidsmarkt zich dan volledig kunnen richten op de arbeids- en
                    re-integratieplicht, zoals het naar vermogen algemeen geaccepteerde arbeid
                    verkrijgen. Bij deze personen kan redelijkerwijs worden verwacht dat hun
                    inspanningen eerder zullen leiden tot uitstroom. Daarom wordt in beginsel aan
                    personen met een korte afstand tot de arbeidsmarkt geen tegenprestatie
                    opgedragen. De tegenprestatie mag immers het accepteren van passende arbeid of
                    van re-integratieinspanningen niet belemmeren aangezien werk boven uitkering als
                    uitgangspunt geldt. Aan personen met een lange afstand tot de arbeidsmarkt kan
                    het college wel een tegenprestatie opdragen.</al><al/><al><vet>Belanghebbende met een korte afstand tot de arbeidsmarkt </vet></al><al>Artikel 4, tweede lid, van deze verordening bepaalt dat het college een
                    belanghebbende met een korte afstand tot de arbeidsmarkt een tegenprestatie kan
                    opdragen als bijzondere omstandigheden dat rechtvaardigen. Hierbij kan
                    bijvoorbeeld gedacht worden aan de situatie waarin geen
                    re-integratieactiviteiten worden verricht door belanghebbende en het verrichten
                    van re- integratieactiviteiten op korte termijn redelijkerwijs niet kan worden
                    verwacht. In dat geval bestaat er ruimte een tegenprestatie op te leggen.</al><al/><al><cursief>Geen tegenprestatie</cursief></al><al>Indien daarvoor dringende redenen - zoals zorgtaken - aanwezig zijn, kan het
                    college in individuele gevallen tijdelijk ontheffing verlenen van de plicht tot
                    het verrichten van een tegenprestatie (artikel 9, tweede lid, van de
                    Participatiewet).</al><al>De verplichting tot het verrichten van een tegenprestatie is niet van toepassing
                    op een belanghebbende die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is, als bedoeld
                    in artikel 4 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (artikel 9, vijfde
                    lid, van de Participatiewet)</al><al>De verplichting tot tegenprestatie is niet van toepassing op een alleenstaande
                    ouder die in het bezit is van een ontheffing als bedoeld in artikel 9a, eerste
                    lid, van de Participatiewet (artikel 9, zevende lid, van de
                    Participatiewet).</al><al/><al><cursief>Factoren opdragen tegenprestatie</cursief></al><al>In artikel 4, derde lid, van deze verordening is neergelegd met welke factoren
                    het college rekening moet houden bij het opdragen van een tegenprestatie. Deze
                    factoren worden hierna toegelicht.</al><al/><al><cursief>Factor: tegenprestatie 'naar vermogen'</cursief></al><al>De werkzaamheden die als tegenprestatie ingezet worden, moeten naar vermogen
                    door een belanghebbende verricht kunnen worden. De term 'naar vermogen' heeft
                    betrekking op de mogelijkheden waarover een belanghebbende beschikt om deze
                    werkzaamheden te verrichten. Immers, niet alle onbeloonde maatschappelijk
                    nuttige werkzaamheden kunnen worden opgedragen aan elke uitkeringsgerechtigde
                    (TK 2013-2014, 33 801, nr. 3, p. 30).</al><al/><al><cursief>Factor: persoonlijke situatie en individuele omstandigheden
                        belanghebbende</cursief></al><al>Bij het opdragen van de tegenprestatie houdt het college rekening met de
                    persoonlijke situatie en individuele omstandigheden van een belanghebbende,
                    waaronder leeftijd, opleiding en werkervaring (Rechtbank Zeeland-West-Brabant
                    25-02-2013, nr. 12/3649, ECLI:NL:RBZWB:2013:BZ5171). Hierbij wordt rekening
                    gehouden met het fysieke en psychische vermogen van een belanghebbende. Bij het
                    opdragen van de tegenprestatie dient het college maatwerk te leveren.</al><al/><al>Voorts wordt bij opdragen van een tegenprestatie rekening gehouden met
                    praktische omstandigheden zoals reistijd, beschikbaarheid van kinderopvang en/of
                    belanghebbende al maatschappelijke activiteiten verricht.</al><al/><al><cursief>Factor: persoonlijke wensen en kwaliteiten
                    belanghebbende</cursief></al><al>Bij het opdragen van de verplichting tot tegenprestatie houdt het college
                    rekening met de persoonlijke wensen en kwaliteiten van belanghebbende. De
                    regering vindt het immers belangrijk dat een belanghebbende invloed heeft op de
                    keuze van de activiteiten (TK 2013-2014, 33 801, nr. 7, p. 47). Belanghebbende
                    kan zelf ideeën aandragen voor de als tegenprestatie te verrichten
                    werkzaamheden. Het college kan in beleidsregels bepalen wanneer een
                    belanghebbende zijn keuze voor het verrichten van maatschappelijk nuttige
                    activiteit kenbaar maakt aan het college.</al><al>Het college beoordeelt de door belanghebbende zelf aangedragen ideeën en kan
                    besluiten om het voorstel van belanghebbende over te nemen en die werkzaamheden
                    in te zetten als tegenprestatie. Uiteraard moet die werkzaamheid voldoen aan het
                    bepaalde bij of krachtens artikel 3 van deze verordening en moeten die
                    werkzaamheden beschikbaar zijn. Het college is niet gehouden te voldoen aan de
                    wensen van een belanghebbende, maar moet deze wel in de beoordeling meenemen.
                    Draagt belanghebbende geen ideeën aan, dan legt het college belanghebbende een
                    lijst met keuzemogelijkheden voor van maatschappelijk nuttige werkzaamheden die
                    voorhanden zijn. Als belanghebbende geen voorkeur kenbaar maakt of er geen
                    keuzemogelijkheid is, legt het college een werkzaamheid op. Het is immers aan
                    het college, en niet aan een belanghebbende, een tegenprestatie op te dragen aan
                    belanghebbende.</al><al/><al><cursief>Factor: maatschappelijke activiteiten en vrijwilligerswerk door
                        belanghebbende</cursief></al><al>Het college houdt er bij het opdragen van de plicht tot tegenprestatie rekening
                    met het eventuele gegeven dat een belanghebbende al maatschappelijk actief is
                    (TK 2013-2014, 33 801, nr. 24, p. 6). Indien een belanghebbende al een
                    maatschappelijke activiteit verricht, kan het college in bepaalde gevallen
                    besluiten deze maatschappelijke activiteit aan te merken als tegenprestatie. Ook
                    kan de omstandigheid dat een belanghebbende maatschappelijke activiteit
                    verricht, ertoe leiden dat hiermee rekening wordt gehouden bij het vaststellen
                    van de tegenprestatie, met name de duur en de omvang van de tegenprestatie. Een
                    voorbeeld van maatschappelijke activiteiten zijn: de zorg voor een ouder of een
                    gehandicapt kind. Het college beoordeelt de maatschappelijke activiteiten en
                    houdt daarbij rekening met de duur en omvang.</al><al/><al>Dit geldt ook voor het verrichten van vrijwilligerswerk. Het college kan ook
                    besluiten vrijwilligerswerk aanmerken als tegenprestatie. Hierbij moet wel
                    rekening worden gehouden met de minimale en maximale duur van de tegenprestatie
                    zoals neergelegd in artikel 5 van deze verordening. </al><al/><al>Hierbij kan ook de aard van het vrijwilligerswerk een rol spelen. Omdat
                    vrijwilligerswerk veelzijdig van aard is, is geen begripsomschrijving
                    opgenomen.</al><al/><al><cursief>Onder vrijwilligerswerk wordt in het algemeen verstaan: werk dat in
                        enig verband onverplicht en onbetaald wordt verricht, voor anderen of de
                        samenleving (vergelijk TK 2005-2006, 30 334, nr. 1, p. 2).De VNG verwijst
                        bij de begripsomschrijving vrijwilligerswerk naar de zogenaamde draaischijf
                        van Movisie. Movisie heeft een draaischrijf ontwikkeld waaraan een gemeente
                        aan de hand van acht onderdelen de definitie kan bepalen. Zie hiervoor:
                        www.movisie.nl/draaischijf. ]</cursief></al><al/><al><vet>Artikel 5. Duur en omvang van een tegenprestatie</vet></al><al>Het college bepaalt aan de hand van de individuele omstandigheden en de
                    voorhanden zijnde onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden, de aard, de
                    duur en de omvang van de aan een persoon op te leggen tegenprestatie. Hierbij
                    moet het college de in deze verordening neergelegde criteria in acht nemen.
                    Artikel 5 van deze verordening stelt voorwaarden ten aanzien van de duur en
                    omvang van de tegenprestatie.</al><al/><al><cursief>Individuele omstandigheden</cursief></al><al>Het college beoordeelt op basis van de individuele omstandigheden van een
                    belanghebbende de omvang en de duur van de tegenprestatie. De omvang van de
                    werkzaamheden en de duur in de tijd dienen in de regel beperkt te zijn. Dat
                    betekent dat het college steeds een afweging maakt op basis van de situatie in
                    welke mate een tegenprestatie verlangd kan worden (TK 2013-2014, 33 801,
                    nr.30).</al><al/><al><cursief>Maximale duur tegenprestatie in dagen</cursief></al><al>Artikel 5, eerste lid, regelt dat de tegenprestatie wordt ingezet voor een
                    maximale duur. De tegenprestatie kan worden opgedragen voor de maximale duur van
                    2 maanden. Het is van belang dat de duur beperkt is, blijkt uit jurisprudentie. </al><al/><al><cursief>Maximale duur tegenprestatie in uren</cursief></al><al>Artikel 5, tweede lid, regelt dat de tegenprestatie wordt ingezet voor een
                    maximaal aantal uren. De tegenprestatie wordt opgedragen voor maximaal 10 uren
                    per week. Voor het maximaal aantal uren is gekozen om de tegenprestatie van
                    relatief geringe omvang te laten zijn.</al><al/><al>Artikel 5, derde lid, regelt dat het opdragen van een tegenprestatie binnen een
                    periode van 12 maanden slechts 4 keer kan worden opgedragen. Het gaat hierbij om
                    een aaneengesloten periode van 12 maanden. Deze bepaling waarborgt dat de
                    tegenprestatie relatief gering wordt ingezet. De tegenprestatie dient immers
                    niet in de weg te staan aan de re-integratie van een belanghebbende. Bovendien
                    is het verstandig de tegenprestatie relatief gering in omvang en duur in te
                    zetten om aan de veilige kant van de internationale bepalingen met betrekking
                    tot het verbod op dwangarbeid en verplichte arbeid te blijven (artikel 4
                    EVRM).</al><al/><al><vet>Artikel 6. Mantelzorg</vet></al><al>Artikel 6 van de verordening bepaalt dat geen tegenprestatie wordt opgedragen
                    indien een belanghebbende mantelzorg verricht en het college het verrichten
                    hiervan redelijkerwijze noodzakelijk vindt. De regering heeft deze mogelijkheid
                    uitdrukkelijk benoemd in de nota van wijziging met betrekking tot de Wet
                    maatregelen WWB (TK 2013-2014, 33 801, nr. 24, p. 6). Of sprake is van
                    mantelzorg wordt getoetst aan de criteria van het begrip mantelzorg zoals
                    neergelegd in artikel 1 van deze verordening. Verricht een belanghebbende
                    mantelzorg in de zin van deze verordening en is het verrichten van mantelzorg
                    volgens het college redelijkerwijs noodzakelijk, dan draagt het college een
                    belanghebbende geen tegenprestatie op.</al><al/><al><vet>Artikel 7. Geen werkzaamheden voorhanden</vet></al><al>Artikel 7, eerste lid, van deze verordening bepaalt dat geen tegenprestatie
                    wordt opgedragen indien geen onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden
                    voorhanden zijn. In deze verordening kiest de gemeenteraad ervoor dat geen
                    tegenprestatie wordt opgedragen indien geen maatschappelijk nuttige
                    werkzaamheden (binnen de eigen gemeentegrenzen) voorhanden zijn. De
                    Participatiewet verplicht gemeenten niet om buiten de eigen gemeentegrens een
                    tegenprestatie te laten verrichten (TK 2013-2014, 33 801, nr. 7, p. 51</al><al/><al><vet>Artikel 8. Inwerkingtreding</vet></al><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2015. Vanaf die
                    datum is in artikel 8a, eerste lid, onderdeel b, van de Participatiewet de
                    verordeningsopdracht voor de gemeenteraad neergelegd om regels in de verordening
                    vast te stellen over het opdragen van een tegenprestatie.</al><al/><al><vet>Artikel 9. Citeertitel</vet></al><al>In dit artikel is de citeertitel van deze verordening neergelegd.</al><al/><al/><al/><al/><al/><al><vet>Voorbeelden maatschappelijke nuttige werkzaamheden</vet></al><al/><al/><al>Voor voorbeelden van maatschappelijke nuttige werkzaamheden verwijst de regering
                    naar het onderzoeksrapport "Voor wat hoort wat” van de Inspectie SZW. Deze zijn
                    hierna weergegeven. In sommige gevallen kunnen de genoemde werkzaamheden leiden
                    tot verdringing en daarom niet als tegenprestatie kunnen worden ingezet. Er moet
                    dus altijd goed worden beoordeeld of geen sprake is van verdringing.</al><al/><al>De regering geeft de volgende voorbeelden voor werkzaamheden die als
                    tegenprestatie kunnen worden ingezet:</al><lijst><li nr="•"><al>werkzaamheden bij een openluchtmuseum;</al></li><li nr="•"><al>koffie/thee schenken in een verpleegtehuis, buurthuis of een
                            bejaardentehuis;</al></li><li nr="•"><al>sneeuwschuiven (bijvoorbeeld bij een bejaardentehuis);</al></li><li nr="•"><al>meelopen met de dierenambulance;</al></li><li nr="•"><al>afval langs wegen en in wijken verwijderen;</al></li><li nr="•"><al>bospaden schoonhouden;</al></li><li nr="•"><al>verkeersborden reinigen/schoonmaken;</al></li><li nr="•"><al>opknappen, schoonmaken, onderhouden van speeltuinen of gemeentelijke
                            terreinen;</al></li><li nr="•"><al>taalmaatje voor nieuwkomers;</al></li><li nr="•"><al>beheerder van een parkeerplaats of fietsenstalling (bijv. bij een
                            station);</al></li><li nr="•"><al>vervoer via kerken of ouderenorganisaties;</al></li><li nr="•"><al>warme maaltijden bereiden en leveren;</al></li><li nr="•"><al>de was doen;</al></li><li nr="•"><al>strijken;</al></li><li nr="•"><al>tijdelijke werkzaamheden rond een wijkcentrum;</al></li><li nr="•"><al>helpen bij het oversteken van kinderen (scholen);</al></li><li nr="•"><al>werkzaamheden in theaters;</al></li><li nr="•"><al>praten met nabestaanden;</al></li><li nr="•"><al>inzet bij (sport)evenementen;</al></li><li nr="•"><al>daklozen die wekelijks mensen rond leiden door de stad;</al></li><li nr="•"><al>gehandicapten begeleiden bij het zwemmen;</al></li><li nr="•"><al>voorlezen op scholen;</al></li><li nr="•"><al>moestuin aanleggen met leerlingen uit groep 5 of 6 basisschool;</al></li><li nr="•"><al>additionele werkzaamheden bij het Leger of Leger des Heils;</al></li><li nr="•"><al>schoonhouden van parkeerplaatsen bij het ziekenhuis;</al></li><li nr="•"><al>boeken uitleen bij ziekenhuizen en verpleegtehuizen (met
                            karretjes);</al></li><li nr="•"><al>maneges schoon en netjes houden;</al></li><li nr="•"><al>een functie vervullen in bijvoorbeeld een Participatieraad;</al></li><li nr="•"><al>deelname aan een hulpverleningstraject bij persoonlijke of psychische
                            problemen;</al></li><li nr="•"><al>werkzaamheden in bibliotheken;</al></li><li nr="•"><al>bezoek aan eenzame ouderen;</al></li><li nr="•"><al>werkzaamheden in bejaardentehuizen en buurthuizen;</al></li><li nr="•"><al>boodschappen halen voor Wmo-clienten/hulpbehoevenden/ouderen;</al></li><li nr="•"><al>inzet in de groenvoorziening waar de gemeente de handen vanaf heeft
                            getrokken; </al></li><li nr="•"><al>tuinonderhoud;</al></li><li nr="•"><al>openbare groenperken schoonhouden;</al></li><li nr="•"><al>administratie op orde brengen;</al></li><li nr="•"><al>conciërgeachtige werkzaamheden;</al></li><li nr="•"><al>mobiel beperkte inwoners helpen;</al></li><li nr="•"><al>klus- en verhuisteams oprichten;</al></li><li nr="•"><al>opzetten en geven cursussen;</al></li><li nr="•"><al>zorgtaken zoals huiskamerdiensten, activiteitenbegeleiding;</al></li><li nr="•"><al>helpen bij festivals;</al></li><li nr="•"><al>ondersteunend werkstages bij (maatschappelijke) organisaties:
                            administratief, creatief, verzorging;</al></li><li nr="•"><al>ramen zetten;</al></li><li nr="•"><al>wandelen en koffiedrinken met groepen bewoners;</al></li><li nr="•"><al>lunch verzorgen op basisscholen;</al></li><li nr="•"><al>werkzaamheden in dierenasiel;</al></li><li nr="•"><al>receptionist of ontvangstdame/heer;</al></li><li nr="•"><al>beheer kantines sportverenigingen;</al></li><li nr="•"><al>wijkschouwen;</al></li><li nr="•"><al> zwemvierdaagse, wijkfeesten, buurt BBQ, straat opknappen, opzetten
                            buitenspeeldag;</al></li><li nr="•"><al>spelletjesmiddagen, politiek café;</al></li><li nr="•"><al>buurtpreventie;</al></li><li nr="•"><al>buurtvaders;</al></li><li nr="•"><al>meldpunt voor veiligheid in de wijk (signalering);</al></li><li nr="•"><al>assistent beheerder buurthuizen;</al></li><li nr="•"><al>klussenteam in de wijk;</al></li><li nr="•"><al>ondersteunen bij wijkactiviteiten (halen/brengen);</al></li><li nr="•"><al>organiseren activiteiten voor kinderen (in de wijk of stad);</al></li><li nr="•"><al>simpele schoonmaakwerkzaamheden in de eigen wijk;</al></li><li nr="•"><al>theekringen;</al></li><li nr="•"><al>verkiezing organiseren (weerman/vrouw van de wijk);</al></li><li nr="•"><al>multicultureel sportevenement met gehandicapten;</al></li><li nr="•"><al>sportclinics in de wijken opzetten;</al></li><li nr="•"><al>organiseren wandelingen/sportcursussen;</al></li><li nr="•"><al>hulp bij reizen met openbaar vervoer;</al></li><li nr="•"><al>bootonderhoud;</al></li><li nr="•"><al>computermaatje;</al></li><li nr="•"><al>energiecoaches;</al></li><li nr="•"><al>formulierenbrigade;</al></li><li nr="•"><al>medewerker in ruilwinkel, wereldwinkel;</al></li><li nr="•"><al>websitebeheerder;</al></li><li nr="•"><al>speelgoed schoonmaken en voorlezen bij kinderdagverblijf;</al></li><li nr="•"><al>tekenwerkzaamheden architect;</al></li><li nr="•"><al>werkzaamheden op zorgboerderij;</al></li><li nr="•"><al>werknemersvaardigheden opdoen in niet commercieel bedrijf;</al></li><li nr="•"><al>oppasdienst;</al></li><li nr="•"><al>huiswerkbegeleiding;</al></li><li nr="•"><al>mantelzorg/mantelzorgondersteuning;</al></li><li nr="•"><al>in de zorg helpen;</al></li><li nr="•"><al>helpen in de moskee;</al></li><li nr="•"><al>recyclingbedrijf;</al></li><li nr="•"><al>weidevogels tellen;</al></li><li nr="•"><al>suppoost avondvierdaagse;</al></li><li nr="•"><al>beweeg en dieetprogramma;</al></li><li nr="•"><al>mailings voor gemeente verzorgen, nieuwsbrieven rondbrengen;</al></li><li nr="•"><al>rolstoelbrigade;</al></li><li nr="•"><al>fietsles geven;</al></li><li nr="•"><al>klaar-overs;</al></li><li nr="•"><al>werkervaring op doen via club van 1000;</al></li><li nr="•"><al>helpen bij scouting;</al></li><li nr="•"><al>enquêteur minimabeleid;</al></li><li nr="•"><al>beheren fietsenstalling;</al></li><li nr="•"><al>hulp in heemkundetuin;</al></li><li nr="•"><al>bijspringen op schapenhouderij;</al></li><li nr="•"><al>helpen bij landelijke horeca keten;</al></li><li nr="•"><al>afvalkalenders inpakken voor gemeente;</al></li><li nr="•"><al>kledingreparatie;</al></li><li nr="•"><al>inpakwerk;</al></li><li nr="•"><al>helpen op metaalafdeling;</al></li><li nr="•"><al>hand en spandiensten op school.</al></li></lijst></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>