<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR382519_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Steenwijkerland</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-12-04</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Steenwijkerland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2015, nr. 121091</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening toeristenbelasting Steenwijkerland 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 224</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-11-10</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-12-16</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2015/76c</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening vervangt de Verordening toeristenbelasting Steenwijkerland 2015.</al><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2016.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting
            2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Steenwijkerland;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 29 september 2015,
                        nummer 2015/76;</al><al/><al>gelet op artikel 224 van de Gemeentewet;</al><al/><al>b e s l u i t :</al><al/><al>vast te stellen de volgende verordening:</al><al/><al><vet>VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDE</vet><vet>RING VAN
                            TOERISTENBELASTING 20</vet><vet>16</vet><vet>.</vet></al><al><vet>(Verordening toerist</vet><vet>enbelasting Steenwijkerland
                            20</vet><vet>16</vet><vet>).</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam “toeristenbelasting” wordt een directe belasting geheven
                            voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen
                            een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als
                            ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen
                            zijn ingeschreven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als
                                bedoeld in artikel 1.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te
                                verhalen op degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel 1.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot
                                verblijf, is degene belastingplichtig die verblijf houdt als bedoeld
                                in artikel 1.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al>De belasting wordt niet geheven voor het verblijf:</al><lijst><li nr="a."><al>van degene die op last of bevel van de overheid binnen de
                                    gemeente verblijf houdt;</al></li><li nr="b."><al>van degene die als leerling c.q. student verblijf houdt in
                                    binnen de gemeente gelegen schoolinternaten;</al></li><li nr="c."><al>van degene die verblijft in een toegelaten instelling als
                                    bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet Toelating
                                    Zorginstellingen;</al></li><li nr="d."><al>van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van
                                    de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft
                                    in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde
                                    wet, en voorzover deze persoon verblijf houdt als bedoeld in
                                    artikel 2 van deze verordening, onder verantwoordelijkheid van
                                    het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers;</al></li><li nr="e."><al>van degene die verblijf houdt in een gemeubileerde woning voor
                                    welk verblijf forensenbelasting is verschuldigd;</al></li><li nr="f."><al>op vaartuigen voor welk verblijf watertoeristenbelasting is
                                    verschuldigd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het
                            belastingjaar. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>kampeermiddel: tent, tentwagen, kampeerauto, caravan dan wel
                                        enig ander onderkomen of ander voertuig of gewezen voertuig
                                        of een gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde
                                        waarvoor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1,
                                        eerste lid, onderdeel a, Wet algemene bepalingen
                                        omgevingsrecht is vereist; een en ander voor zover deze
                                        onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn
                                        bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden
                                        gebruikt voor recreatief nachtverblijf;</al></li><li nr="b."><al>kampeerterrein: terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk
                                        ingericht, en volgens die inrichting bestemd, om daarop
                                        gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden
                                        van kampeermiddelen;</al></li><li nr="c."><al>vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat deel
                                        uitmaakt van een kampeerterrein en dat ter beschikking wordt
                                        gesteld voor de plaatsing van eenzelfde kampeermiddel
                                        gedurende een seizoen of een jaar;</al></li><li nr="d."><al>volgtijdige standplaats: een terrein of terreingedeelte dat
                                        deel uitmaakt van een kampeerterrein en dat ter beschikking
                                        wordt gesteld voor de volgtijdige plaatsing van
                                        verschillende kampeermiddelen;</al></li><li nr="e."><al>woning: een huis, een naar aard en inrichting vergelijkbaar
                                        ander onderkomen of een deel van een huis of een
                                        vergelijkbaar ander onderkomen;</al></li><li nr="f."><al>particulier: een natuurlijk persoon die buiten de
                                        uitoefening van een bedrijf of beroep gelegenheid biedt tot
                                        verblijf;</al></li><li nr="g."><al>particulier verhuurde woning: een woning die door een
                                        particulier ter beschikking wordt gesteld voor het houden
                                        van verblijf met overnachting tegen een vergoeding in welke
                                        vorm dan ook.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor particulier verhuurde woningen en voor kampeermiddelen op vaste
                                of volgtijdige standplaatsen kan het aantal overnachtingen bedoeld
                                in artikel 4 op een bij de aangifte gedaan verzoek van de
                                belastingplichtige forfaitair worden vastgesteld. Bij de forfaitaire
                                vaststelling wordt het aantal overnachtingen gesteld op het aantal
                                overnachtende personen vermenigvuldigd met het aantal nachten,
                                overeenkomstig het bepaalde in het derde en vierde lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de forfaitaire berekening voor particulier verhuurde woningen
                                wordt per woning:</al><lijst><li nr="a."><al>het aantal overnachtende personen gesteld op het aantal
                                        slaapplaatsen;</al></li><li nr="b."><al>het aantal malen dat per overnachtende persoon is overnacht
                                        gesteld op 80.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de forfaitaire berekening voor kampeermiddelen op vaste of
                                volgtijdige standplaatsen wordt per standplaats:</al><lijst><li nr="a."><al>het aantal overnachtende personen gesteld op 2 indien het
                                        aantal slaapplaatsen 3 of minder bedraagt;</al></li><li nr="b."><al>het aantal overnachtende personen gesteld op 3 indien het
                                        aantal slaapplaatsen meer dan 3 bedraagt;</al></li><li nr="c."><al>het aantal malen dat per overnachtende persoon is overnacht
                                        gesteld op 60.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingtarief</titel></kop><al>Het tarief bedraagt per overnachting € 1,00.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Aanslaggrens</titel></kop><al>Belastingaanslagen van minder dan € 5,00 worden niet opgelegd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen. De
                                eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de
                                maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de
                                tweede termijn twee maanden later.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van
                                de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het
                                aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, minder is
                                dan € 5.000,00 en zolang de verschuldigde bedragen door middel van
                                automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de
                                aanslagen moeten worden betaald in zes gelijke termijnen. De eerste
                                termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op die welke
                                in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de
                                volgende termijnen telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de verschuldigde bedragen als genoemd in het tweede lid
                                tweemaal achtereen niet kunnen worden geïncasseerd, vervalt met
                                betrekking tot het betreffende aanslagbiljet de mogelijkheid tot
                                automatische incasso en gelden de betaaltermijnen als genoemd in het
                                eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                                voorgaande leden gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van de toeristenbelasting wordt geen kwijtschelding
                            verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en
                                wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en de invordering van de
                            toeristenbelasting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Aanmeldingsplicht</titel></kop><al>De belastingplichtige bedoeld in artikel 2, eerste lid, is gehouden,
                            voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze
                            verordening gelegenheid tot overnachten verschaft, zulks schriftelijk te
                            melden aan de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen
                            gemeenteambtenaren, bedoeld in artikel 231, tweede lid, aanhef en de
                            onderdelen b en d, van de Gemeentewet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>De “Verordening toeristenbelasting Steenwijkerland 2015”, vastgesteld
                            bij raadsbesluit van 11 november 2014, nummer 2014/72f, wordt
                            ingetrokken met ingang van de in artikel 15, tweede lid, genoemde datum
                            van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing
                            blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben
                            voorgedaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na
                                die van de bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2016.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening toeristenbelasting
                            Steenwijkerland 2016”.</al><al/><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier, A. ten Hoff</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter, M.A.J. van der Tas</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>