<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR382375_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Steenwijkerland</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-21</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Steenwijkerland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2015, nr. 121090</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rioolheffing Steenwijkerland 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 228a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-11-10</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-12-16</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-12-17</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2015/76b</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening vervangt de Verordening rioolheffing Steenwijkerland 2015.</al><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2016.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing
            2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Steenwijkerland;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 29 september 2015,
                        nummer 2015/76;</al><al/><al>gelet op artikel 228a van de Gemeentewet;</al><al/><al>b e s l u i t :</al><al/><al>vast te stellen de volgende verordening:</al><al/><al><vet>VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDE</vet><vet>RING VAN</vet><vet>
                            RIOOLHEFFING 2016</vet><vet>.</vet></al><al><vet>(Verordening rioolheffing</vet><vet>Steenwijkerland
                            2016</vet><vet>).</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>perceel: een roerende of onroerende zaak;</al></li><li nr="b."><al>voor de toepassing van deze verordening wordt als één onroerende
                                    zaak aangemerkt:</al><lijst><li nr="1."><al>een gebouwd eigendom;</al></li><li nr="2."><al>een ongebouwd eigendom;</al></li><li nr="3."><al>een gedeelte van een in onderdeel 1 of onderdeel 2
                                            bedoeld eigendom dat blijkens zijn indeling is bestemd
                                            om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt;</al></li><li nr="4."><al>een samenstel van twee of meer van de in onderdeel 1 of
                                            onderdeel 2 bedoelde eigendommen of in onderdeel 3
                                            bedoelde gedeelten daarvan, die bij dezelfde
                                            belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de
                                            omstandigheden beoordeeld, bij elkaar horen;</al></li><li nr="5."><al>een geheel van twee of meer van de in onderdeel 1 of
                                            onderdeel 2 bedoelde eigendommen of in onderdeel 3
                                            bedoelde gedeelten daarvan of in onderdeel 4 bedoelde
                                            samenstellen, dat naar de omstandigheden beoordeeld één
                                            terrein vormt bestemd voor verblijfsrecreatie en dat als
                                            zodanig wordt geëxploiteerd;</al></li><li nr="6."><al>het binnen de gemeente gelegen deel van een in onderdeel
                                            1 of onderdeel 2 bedoeld eigendom, van een in onderdeel
                                            3 bedoeld gedeelte daarvan, van een in onderdeel 4
                                            bedoeld samenstel of van een in onderdeel 5 bedoeld
                                            geheel;</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>een roerende zaak is gelijk aan een onroerende zaak in de zin
                                    van onderdeel b; </al></li><li nr="d."><al>gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van
                                    voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of
                                    transport van afvalwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud
                                    bij de gemeente;</al></li><li nr="e."><al>verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het
                                    waterbedrijf betrekking heeft;</al></li><li nr="f."><al>water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater
                                    of grondwater;</al></li><li nr="g."><al>woning: een woning in de zin van artikel 220a, tweede lid, van
                                    de Gemeentewet, of een (recreatie)woonschip;</al></li><li nr="h."><al>boerderij: een niet woning, zijnde een samenstel van een woning
                                    en bedrijfsonderdelen of een samenstel van bedrijfsonderdelen,
                                    die in het kader van agrarische bedrijfsvoering wordt
                                    ingezet;</al></li><li nr="i."><al>waarde: de heffingsmaatstaf voor de eigenarenbelasting van de
                                    onroerende-zaakbelastingen dan wel voor de eigenarenbelasting
                                    van de belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten, zoals
                                    die voor het perceel voor het in artikel 7 bedoelde kalenderjaar
                                    geldt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aard van de belasting</titel></kop><al>Onder de naam “rioolheffing” wordt een directe belasting geheven ter
                            bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en
                                    bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk
                                    afvalwater; en</al></li><li nr="b."><al>de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het
                                    ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen
                                    teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand
                                    voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te
                                    voorkomen of te beperken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting wordt geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot
                                        heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een
                                        perceel, verder te noemen: eigenarendeel; en</al></li><li nr="b."><al>van de gebruiker van een perceel, verder te noemen:
                                        gebruikersdeel.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met betrekking tot het eigenarendeel wordt, ingeval het perceel een
                                onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of
                                beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het
                                belastingjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is
                                vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende
                                krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met betrekking tot het gebruikersdeel wordt als gebruiker
                                aangemerkt:</al><lijst><li nr="a."><al>degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al
                                        dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of
                                        persoonlijk recht gebruikt;</al></li><li nr="b."><al>ingeval een gedeelte van een perceel, niet zijnde een
                                        gedeelte als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 3,
                                        voor gebruik is afgestaan: degene die dat gedeelte voor
                                        gebruik heeft afgestaan.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het eigenarendeel voor woningen wordt geheven naar een vast
                                    bedrag per perceel, verhoogd met een vast bedrag indien het
                                    perceel direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke
                                    riolering.</al></li><li nr="2."><al>Het gebruikersdeel voor woningen wordt geheven naar een vast
                                    bedrag per perceel, verhoogd met een vast bedrag indien het
                                    perceel direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke
                                    riolering.</al></li><li nr="3."><al>Het eigenarendeel voor niet-woningen wordt geheven naar de
                                    waarde van het perceel, verhoogd met een vast bedrag indien het
                                    perceel direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke
                                    riolering.</al></li><li nr="4."><al>Het gebruikersdeel voor boerderijen wordt geheven naar de waarde
                                    van het perceel, verhoogd met een vast bedrag indien het perceel
                                    direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke
                                    riolering.</al></li><li nr="5."><al>Het gebruikersdeel voor niet-woningen, niet zijnde boerderijen,
                                    wordt geheven naar de waarde van het perceel, verhoogd met een
                                    bedrag, geheven naar het aantal kubieke meters water dat vanuit
                                    het perceel wordt afgevoerd indien het perceel direct of
                                    indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering.</al></li><li nr="6."><al>Het aantal kubieke meters water, bedoeld in het vijfde lid,
                                    wordt gesteld op het aantal kubieke meters leidingwater en
                                    grondwater dat in de laatste aan het einde van het belastingjaar
                                    voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel is toegevoerd of
                                    opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een
                                    periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door
                                    herleiding naar tijdsgelang bepaald. </al><al>Bij die herleiding wordt een gedeelte van een kalendermaand voor
                                    een volle maand gerekend.</al></li><li nr="7."><al>In afwijking van het zesde lid, wordt bij afwezigheid van een
                                    verbruiksperiode voor het perceel in geval van nieuwbouw of
                                    verbouw, of als er in de verbruiksperiode geen water naar het
                                    perceel is toegevoerd of is opgepompt, het aantal kubieke meters
                                    afvalwater gesteld op 500 m3, tenzij aannemelijk is dat er meer
                                    dan 500 m3 wordt afgevoerd. In de laatste situatie zal de
                                    gebruiker worden verplicht een aangifte in te vullen. In dat
                                    geval wordt de belastingschuld voor het eerste belastingjaar
                                    vastgesteld aan de hand van het waterverbruik in het eerste
                                    jaar.</al></li><li nr="8."><al>Indien gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die
                                    pompinstallatie voorzien zijn van een:</al><lijst><li nr="a."><al>watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan
                                            worden afgelezen, of</al></li><li nr="b."><al>bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een
                                            pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is
                                            geweest kan worden afgelezen.</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr=""><al>De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van
                                    de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige
                                    andere wettelijke bepaling.</al></li></lijst><lijst><li nr="9."><al>Indien wordt aangetoond dat toegevoerd of opgepompt water niet
                                    door middel van de gemeentelijke riolering is afgevoerd en
                                    indien deze hoeveelheid ten minste 20% van de toegevoerde of
                                    opgepompte hoeveelheid water bedraagt, wordt de op voet van het
                                    zesde lid bepaalde hoeveelheid afgevoerd water verminderd met de
                                    op andere wijze afgevoerde hoeveelheid water.</al></li><li nr="10."><al>Indien voor de direct of indirect op de gemeentelijke riolering
                                    aangesloten percelen in verband met het ontbreken van
                                    afzonderlijke watermeters niet de hoeveelheid afvalwater kan
                                    worden vastgesteld zoals hiervoor omschreven, wordt de
                                    verdeelsleutel gehanteerd zoals deze door de respectievelijke
                                    gebruikers wordt gebruikt voor de onderlinge verdeling van de
                                    waternota van de waterleidingmaatschappij en bij het ontbreken
                                    van een dergelijke regeling overgegaan tot een zo reëel
                                    mogelijke verdeling op basis van beschikbare gegevens.</al></li><li nr="11."><al>Een belastingplichtige, welke de voor de berekening van de
                                    heffing in aanmerking te nemen hoeveelheid water niet of niet
                                    uitsluitend van een waterleidingbedrijf heeft afgenomen, is
                                    verplicht jaarlijks aangifte te doen van de hoeveelheid op
                                    andere wijze toegevoerd of opgepompt water.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Belastingtarieven woningen</titel></kop><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="5*"/><colspec colname="col2" colwidth="77*"/><colspec colname="col3" colwidth="18*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het eigenarendeel bedraagt per perceel </al></entry><entry colname="col3"><al>€ 36,54.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het in het eerste lid genoemde bedrag wordt verhoogd
                                                met</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 103,40</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>indien het perceel direct of indirect is aangesloten
                                                op de gemeentelijke riolering.</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het gebruikersdeel bedraagt per perceel</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 29,72.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het in het derde lid genoemde bedrag wordt verhoogd
                                                met</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 77,84</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>indien het perceel direct of indirect is aangesloten
                                                op de gemeentelijke riolering.</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingtarieven niet-woningen</titel></kop><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colwidth="78*"/><colspec colname="col3" colwidth="18*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het eigenarendeel bedraagt per perceel 0,074% van de
                                                waarde, tot een maximum van</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 36,54.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het op voet van het eerste lid bepaalde bedrag wordt
                                                verhoogd met </al></entry><entry colname="col3"><al>€ 103,40</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>indien het perceel direct of indirect is aangesloten
                                                op de gemeentelijke riolering.</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het gebruikersdeel bedraagt per perceel 0,060% van
                                                de waarde, tot een maximum van</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 29,72.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het op voet van het derde lid bepaalde bedrag wordt
                                                voor boerderijen verhoogd met</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 77,84</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>indien het perceel direct of indirect is aangesloten
                                                op de gemeentelijke riolering.</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het op voet van het derde lid bepaalde bedrag wordt,
                                                indien het perceel direct of indirect is aangesloten
                                                op de gemeentelijke riolering, voor niet-woningen,
                                                niet zijnde boerderijen, verhoogd met:</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>1. bij een hoeveelheid water van 500 m³ of
                                                minder</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 77,84;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>2. bij een hoeveelheid water van meer dan 500 m³ tot
                                                en met 2.500 m³ </al></entry><entry colname="col3"><al>€ 77,84</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>vermeerderd met € 0,70 per m³ vanaf 500 m³;</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>3. bij een hoeveelheid water van meer dan 2.500 m³
                                                tot en met 20.000 m³</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 1.477,84</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>vermeerderd met € 1,42 per m³ vanaf 2.500 m³;</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>4. bij een hoeveelheid water van meer dan 20.000
                                                m³</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 26.327,84 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>vermeerderd met € 0,70 per m³ vanaf 20.000 m³.</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar
                                tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of
                                voor het gebruikersdeel, zo dit later is, bij de aanvang van de
                                belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het
                                gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de
                                belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor
                                dat jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar, na de
                                aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
                                overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het
                                gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat
                                aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor
                                dat jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar, na het
                                einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
                                overblijven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de
                                belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander
                                perceel in gebruik neemt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het eigenarendeel wordt niet geheven van percelen waarvan de
                                gemeente het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het gebruikersdeel wordt niet geheven van percelen waarvan de
                                gemeente de gebruiker is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan
                                de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand
                                die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede
                                twee maanden later.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid geldt, ingeval het totaalbedrag van
                                de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het
                                aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, minder is
                                dan € 5.000,00 en zolang de verschuldigde bedragen door middel van
                                automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de
                                aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste
                                termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand
                                die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de
                                volgende termijnen telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de verschuldigde bedragen als genoemd in het tweede lid
                                tweemaal achtereen niet kunnen worden geïncasseerd, vervalt met
                                betrekking tot het betreffende aanslagbiljet de mogelijkheid tot
                                automatische incasso en gelden de betaaltermijnen als genoemd in het
                                eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                                voorgaande leden gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en
                                wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en de invordering van de rioolheffing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>De “Verordening rioolheffing Steenwijkerland 2015”, vastgesteld bij
                            raadsbesluit van 11 november 2014, nummer 2014/72e, wordt ingetrokken
                            met ingang van de in artikel 14, tweede lid, genoemde datum van ingang
                            van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de
                            belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na
                                die van de bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2016.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening rioolheffing
                            Steenwijkerland 2016”.</al><al/><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier, A. ten Hoff </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter, M.A.J. van der Tas</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>